Beeldonderwijs en didactiek



Dovnload 428.05 Kb.
Pagina7/18
Datum22.07.2016
Grootte428.05 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   18

Hoofdstuk 4

Activiteiten

Introductie


Wie zich verantwoordelijk voelt voor de groep komt op een gegeven ogenblik tot de conclusie dat behalve de grote lijnen ook de details gepland moeten worden. Tot de activiteiten behoren de dagelijkse activiteiten in de groep. Je kunt een methode kiezen. Het team van de basisschool heeft gekozen voor een methode. Maar als je de methode ontoereikend vindt moet je zelf plannen maken voor activiteiten in jouw groep, naar jouw visie, volgens de kerndoelen, en aangepast aan de ontwikkeling van de kinderen waar jij de verantwoordelijkheid voor hebt.





Inhoud en

betekenis



beeld-

aspecten


Materialen/

technieken



Maken

(productie


Visuele beelden



Beschouwen

(reflectie)



Bij oudere leerlingen spreken we van lesgeven en bij kleuters hebben we het over begeleiden.

Activiteiten is een verzamelnaam: werken met ontwikkelingsmaterialen, werken in hoeken, het uitvoeren van een individuele- of een groepsopdracht, spelletjes, het volgen van een methode, een lessencyclus, een museumbezoek, kant en klare opdrachten, een doe-het-zelfstandig-pakket.

Het is heel verleidelijk om alleen maar te vragen om voorbeelden. Opleiders, schoolbegeleiders en vakdidactici zijn het er onder elkaar over eens dat men vraagt om voorbeelden. Het conflict tussen de theorie en de praktijk. Een methode voor tekenen en handvaardigheid die niet meer geeft dan voorbeelden om na te volgen, is om die reden niet goed bruikbaar.



Methodiek en didactiek

Ontwikkeling van een programma?


De activiteiten met jonge kinderen zijn ontwikkelingsgericht. Ontwikkelingsgericht onderwijs maakt gebruik van ontwikkelingsmateriaal. Bij ontwikkelingsgericht onderwijs werk je ook met een programma en met doelen en met een systematische aanbieding van leerstof. Bij het aanbieden kijk je naar dat wat het kind nodig heeft op dat moment en hoe het kind zich aan het ontwikkelen is. We speken dan liever over ontwikkelingsdoelen dan leerdoelen. Het onderwijs aan jonge kinderen wordt dan wel ervaringsgericht genoemd.

De uitgangspunten voor het onderwijs zijn:



  • Ga uit van de ontwikkeling van het kind.

  • Biedt het kind rijke ervaringsmogelijkheden.

  • Help kinderen bewust te worden van hun ervaringen.

Inspelen op de uitingen van kinderen vraagt creatief reageren en betekent dat je tijd moet nemen.

Het onderwijs aan oudere kinderen is meer programmagericht. Programmagericht leren is: door de docent gestuurd leren met gebruik van leermiddelen en methoden. In het tekenen en handvaardigheidonderwijs hebben we allereerst te maken met de ontwikkeling van het beeldende vermogen, de inhouden, beeldaspecten, de materialen, de gereedschappen en technieken. Verder letten we door nauwgezette observatie op het werk van de leerlingen om hen in hun ontwikkeling verder te helpen. Bovendien eisen verschillende werkvormen veel aandacht. Met reflectieve activiteiten erbij (beeldbeschouwen) krijgen we een soort geheel als een weefsel.
In de eerste jaren zal het onderwijs heel gedifferentieerd en flexibel moeten zijn:


  • De activiteiten zijn aangepast aan onderlinge verschillen in ontwikkeling.

  • De activiteiten zijn aangepast aan onderlinge verschillen in persoonlijke belangstelling.

Voor de praktijk betekent dit:



  • Kinderen krijgen een ruime variatie aan activiteiten aangeboden.

  • Kinderen hebben de mogelijkheden om een opdracht op verschillend niveau uit te voeren.

  • Kinderen hebben de mogelijkheid om een eigen werkwijze te kiezen.

  • Kinderen hebben de mogelijkheid om oplossingen voor (beeldende) problemen te kiezen.



Werken in groepjes


Bij jonge kinderen kies je meestal voor het werken in kleine groepjes. Dat sluit aan op gedifferentieerd onderwijs. Aan het werken in hoeken ligt een opvatting over leren ten grondslag waarin de onderwijsgevende als begeleider van actieve leerlingen wordt gezien.

Het werken in hoeken hoeft niet beperkt te blijven tot de onderbouw, maar kan in alle groepen gestalte krijgen. De begeleidende onderwijsgevende moet weten waar elk kind zich in zijn ontwikkelingsperiode bevindt om hem daarin zekerheid te laten vinden en ook te kunnen uitdagen tot de volgende stap.

Bij een thema als verkleden kun je verschillende hoeken maken en zelfs verschillende hoeken die op beeldonderwijs zijn gericht.


  • In de dramahoek vinden de kinderen allerlei materiaal om zich te verkleden.

  • In de natte hoek stempelen ze patronen voor stoffen en schilderen ze hoe ze eruit willen zien.

  • In de knip-plak-tekenhoek knippen ze uit tijdschriften stukken van afbeeldingen die ze daarna combinerend bij elkaar plakken.

  • In de handvaardigheidshoek maken ze attributen die bij een personage horen.

Zo’n thema kun je in verschillende groepen gebruiken waarbij je in elke groep niveauverschillen als basis van verschillende activiteiten gebruikt.


Stappen in het leerplan


Spelen en het werken met ontwikkelingsmateriaal zijn voor jonge kinderen kenmerkende werkvormen. Eerst komt het vrije, ontdekkende, onderzoekende spel, het ontdekkende leren. Vandaar gaat het naar een spel met regels. Experimenteren is vergelijkbaar met spelen van een spel met regels: als ik maar twee kleuren verf heb, hoeveel kleuren kan ik daarvan maken? In de didactiek verschuift de moeilijkheidsgraad, de opdrachten worden complexer. Zo verschuift het onderwijsaanbod geleidelijk van onderwijsgericht naar programmagericht.

relatie sfeer en motivatie

relatie


Kinderen hebben veel baat bij een goede relatie met hun docent. Bij beeldonderwijs kun je daar onder andere wat aan doen door op de juiste momenten in te gaan op signalen van kinderen. Kinderen hopen op positieve reacties van je. Kinderen hebben recht op informatieve reacties. Je zult ook moeten motiveren waarom je iets (een gedrag, een reactie, een uiting, een tekening) goed of minder goed vindt.

Sfeer


Het gedrag van de docent is er op gericht dat kinderen zich vrij en veelvuldig uiten. De docent schrijft zomin mogelijk voor wat de kinderen moeten doen. Dus niet hier hebben we een bak met wasknijpers en we maken allemaal hetzelfde stoeltje zoals dat op het werkblad staat. Dat is een gesloten probleemstelling met een vaste oplossing. De middenweg ligt in de buurt van (meer) gesloten probleemstelling met (meer) open oplossingen. Die middenweg zou doorgaans jouw voorkeur moeten hebben. Houd in elk geval voor ogen dat je kinderen in hun waarde moet laten, dat je ze zelfstandig moet maken en dus zoveel mogelijk zelf moet laten doen. Bij het werken met beeldend materiaal is het soms belangrijk dat kinderen leren hoe ze iets moeten aanpakken. Leer ze dat en wees consequent in het eisen van uitvoering, dan weten kinderen waar ze aan toe zijn.

Motivatie


Wie zich in verbale taal verstaanbaar wil uiten, doet zijn mond open en spreekt (of pakt een pen en schrijft) Wie zich in een beeldtaal wil uiten,….Juist, maar je moet wel wat willen zeggen, je moet je willen uiten. Je moet zin hebben om er wat van te maken.

Er zijn veel manieren om kinderen te motiveren en welke manier je gebruikt hangt af van je leerlingen, van je eigen geaardheid en van je inzichten in het beeldonderwijs. Bijvoorbeeld een spannend verhaal (verbeelding), een bezoek een moskee (moslimcultuur), een lied kan een goede starter zijn. Gemotiveerd zijn heeft ook te maken met zich kunnen concentreren en volhouden.

De docent zou kunnen zeggen: als ik het moest doen dan zou ik het wel weten.

Vakverbindend


Bij jonge kinderen kun je vaak niet zeggen dat wat ze doen, bij een bepaald vak hoort. Zo hoort het ook te zijn, want in de Wet op het primair onderwijs staat niet voor niets dat het onderwijs waar mogelijk in samenhang gegeven dient te worden. Het ontwikkelen van het visueel zintuiglijke is een voorbereiding op wat we later bij beeldonderwijs leren zien noemen.

Als een vak te maken heeft met algemene vaardigheden of met andere vakken, wordt er gesproken van vakgrensoverschrijdend of geïntegreerd. De voorkeur gaat naar het begrip vakverbindend. Bij jonge kinderen zijn de ontwikkelingsactiviteiten meestal vakverbindend.






1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   18


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina