Beeldonderwijs en didactiek



Dovnload 428.05 Kb.
Pagina8/18
Datum22.07.2016
Grootte428.05 Kb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   18

Activiteitenbeschrijving


Docenten in het basisonderwijs gebruiken formulieren die op basis van een stramien ontworpen zijn. Alles kan er op en je hoefde niet veel te schrijven. Als student in opleiding moet je wel dieper graven, je moet meer overwegen, gedetailleerder plannen en je hebt aan de ruimte op één bladzijde niet genoeg. De opmaak is geschikt voor het gebruik in alle groepen. Je kunt zo’n formulier ook zelf maken. Je onderwijs heeft er baat bij dat het goed wordt georganiseerd. Je wordt kritischer ten opzichte van je eigen handelen en noteert en passant het gedrag van je leerlingen zodat je de beschrijvingen ook kunt gebruiken voor het leerlingvolgsysteem

Tekenen/Handvaardigheid Groep Nr. Leeftijd





Datum



School



Docent



Bron



Activiteiten



Beginsituatie



Doel



Inhoud



Beeldaspect



Materiaal



Planning



Tijd



Verslag





Opmerkingen. Bij bron vermeld je de bladzijde. Bij doel noteer je wat je wilt bereiken. Inhoud, beeldaspect en materiaal kunnen een verbijzondering van het doel zijn. Bij planning onderwijsmomenten aangeven zodat leermomenten ontstaan. Organiseren. Motiveren. Bij verslag aangeven om te leren wat niet succesvol verliep. Probeer dynamisch intuïtief

onderwijsvooruitgang te noteren. Maak aantekeningen voor het leerlingvolgsysteem.



Thematisch werken bij tekenen en handvaardigheid


Naast losstaande activiteiten van mogelijkheden, kunnen ze ook een onderdeel zijn van

totaalplanning van het beeldonderwijs, bijvoorbeeld dat je een leerlijn gebruikt soms geven de docenten de voorkeur om thematisch te werken. Een thema is te benoemen als een belevingsinhoud waaromheen allerlei activiteiten kunnen plaats vinden, ook activiteiten voor tekenen en handvaardigheid. Niet elke belevingsinhoud is geschikt om te fungeren als thema bij beeldonderwijs. Er zijn bepaalde voorwaarden waaraan een thema moet voldoen, en er zijn bepaalde voorwaarden waar een thema aan moet voldoen om het bij beeldonderwijs te kunnen gebruiken.



  1. Het thema moet aansluiten bij de belevingswereld, de ervaringswereld of de belangstellingswereld van de kinderen. Wat kinderen meemaken, meegemaakt hebben of gaan meemaken, wat ze denken en voelen en waar ze belangstelling voor hebben kan onderwerp van het gesprek worden, kan uitgangspunt zijn van het thematische werken.

  2. Een thema moet een ,voor de leerlingen, te overzien cultureel-maatschappelijk gebied beslaan. Het moet te maken hebben met onze leefgemeenschap, met de maatschappij waarin we leven, met onze cultuur en eventueel met onze relatie met anderen. Je moet ook proberen de maatschappij en de cultuur te laten zien. Daarmee bedoel ik bijvoorbeeld dat in een thema als communicatie meer gedaan moet worden dan het vergelijken van de vorm en de kleur van brievenbussen in verschillende landen. Dat is alleen een beeldend probleem. Een breed gebied moet voor de leerlingen nog wel te overzien zijn. Daarom ligt het voor de hand dat voor jongere kinderen nauwere grenzen getrokken worden dan voor oudere. Voor een jonger kind is geografisch gezien de buurt te overzien. Oudere kinderen kunnen diezelfde buurt misschien in een historische context zien: wat is er veranderd in de loop der tijden.

  3. Het thema moet onderzoekbaar zijn. Kinderen moeten er iets over kunnen ontdekken. Door het documentatiecentrum te raadplegen, door ouders of bekenden te bevragen, door samen of alleen onder schooltijd of daarbuiten op onderzoek uit te gaan in de omgeving of door op het Internet te gaan zoeken.

  4. Het thema moet mogelijkheden bieden voor onderzoek op beeldende kwaliteiten. Het gaat hier immers om beeldende kwaliteiten bij tekenen en handvaardigheid. Soms moet iets vanwege zijn functie een bepaalde vorm of kleur hebben. Er bestaat soms een relatie tussen bepaalde vormen en bepaalde historisch of geografisch bepaalde culturen.

Omdat de oorzaken en de gevolgen van problemen (ook van beeldende problemen) meestal ingewikkeld en versluierd, zal de docent hierbij leidend (structurerend) moeten optreden. Onderzoeken betekent niet ga je gang maar en kijk maar of je iets te weten kunt komen. Dat wil zeggen dat de docent het onderzoek moet begeleiden. In het voorbereidend gesprek in de eerste fase moet het leerling en docent duidelijk worden: wat willen we te weten komen? Daarover kunnen de leerling en de docent een afspraak maken.

Zes lessen kleur is niet gelijk aan thematisch werken.


Bij thematisch werken voelt beeldonderwijs zich bijzonder thuis, want het procesgerichte karakter bij thematisch werken sluit goed aan bij de wens het proces bij tekenen en handvaardigheid meer aandacht te geven dan het product. Doelen van beeldonderwijs kunnen vaak uitstekend bereikt worden door thematisch onderwijs. Zes lessen over kleur is niet thematisch onderwijs. Noem het zes lessen over het beeldaspect kleur.


Thema keuze


Hoe kom je aan een thema? Hoe orden je ervaringen, belevingen en belangstelling tot aspecten van een thema? Hoe sluit je er beeldend op aan? Hoe begin je aan zoiets? Nou, gewoon doen. Klein beginnen.



Thema

Aspect

Concretisering

water

regen

  • regenkleding

  • regenmeter

drinken

  • mensen

  • dieren

  • planten




rivieren / zee

  • vervuiling

  • visserij

landen met

veel water



  • watersnood

landen met

weinig water



  • watergebrek

waterplanten





water dieren





wassen


  • jezelf

  • de auto

enzovoort




Je laat een groep van vijf leerlingen regenkleding uitwerken. Daarover is het een en ander te onderzoeken:

Wie heeft echte regenkleding?

Hoeveel keer per dag draag je die?

Van welk materiaal is het gemaakt?

Hoe modieus is het?

Welke kleur heeft het?

Waarom zitten er soms strepen op?

Welke gebreken vertoont regenkleding soms?


Wat is er te maken?

  • Collages maken van kinderen in regenkleding en de regen er met inkt bijtekenen.

  • Tekening maken van iemand volledig uitgemonsterd tegen slecht weer.

  • Laarszoolprofielen afdrukken met linodrukinkt op papier.

  • Regenhoeden maken van regenwerend materiaal

  • Een vlot maken van raffia en takjes om te vluchten bij hoog water.



Een verhaallijn als thema


Een prima mogelijkheid om thematisch te werken is werken met een verhaal eventueel een leesboek. Je moet de kinderen dan geen afbeeldingen laten zien. Zoek iets waar ze zich bij betrokken kunnen voelen. Vertel de kinderen een spannende situatie en laat ze dan nadat je gepraat hebt over moeilijkheden van het uitbeelden, aan de slag gaan.

Geef ze vooral het gevoel dat ze het echt bedenken, ook al moet je soms wat suggereren. Deze manier van werken garandeert een grote betrokkenheid bij de kinderen. We noemen dit verhalend ontwerpen.(Storyline approach)


In het boek Beeldonderwijs en Didactiek zijn 36 lessen van groep 1 tot en met 8 in een overzicht opgenomen. Hierbij zijn beschreven lessen en themavoorbeelden opgenomen.




1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   18


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina