Beheer- en ontwikkelplan Nationaal Park Zuid-Kennemerland 2014-2024 Agendapunt 3 Overlegorgaan 14 mrt 2014



Dovnload 258.68 Kb.
Pagina5/8
Datum20.08.2016
Grootte258.68 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8

3.2 Trends en ontwikkelingen in de samenleving


Het zijn spannende tijden, op het moment dat dit Beheer- en Ontwikkelplan verschijnt. Er zijn in de maatschappij tegelijkertijd meerdere grote veranderingen gaande. Op steeds meer terreinen wordt het beleid gedecentraliseerd, overheden maken meer en meer de stap van regisseren naar faciliteren en dan is ook nog eens sprake van een diepe economische crisis.
Nadat het Rijk eind 2011 de financiële steun aan de Nationale Parken abrupt had stopgezet, zegde de provincie in de Agenda Groen (2013) een structurele bijdrage aan het Nationaal Park toe. Deze bijdrage is wel lager dan voorheen omdat de provincie verwacht dat ook de andere partners bijdragen. In 2013 werd bekend dat het Rijk de bijdrage aan het IVN voor educatie in de Nationale Parken met een derde reduceert. Nu de overheidsmiddelen voor natuurbeheer in het hele land afnemen, zijn terreinbeheerders op zoek naar nieuwe (in)verdienmogelijkheden. Zij zoeken dit bij allerlei vormen van financiële arrangementen met de markt en de samenleving. De mogelijkheden zijn divers (sponsoring, gebiedsfondsen, crowdfunding, verhandelen van rechten, etc), hetgeen niet betekent dat het makkelijk is.
Overheden doen steeds vaker en steeds sterker een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van de burger. Omgekeerd geldt dat burgers, en ook bedrijven, een meer zelfstandige rol ook opeisen. Of liever: gewoon aan de slag gaan. Op steeds meer plaatsen vinden burgers of bedrijven elkaar rondom een idee om dit vervolgens, veelal los van overheden of andere ‘formele partijen’, zelf te verwezenlijken.
Het maatschappelijk draagvlak voor natuurbehoud is groot in Nederland. Ook de laatste jaren is dit onverminderd het geval. Het draagvlak voor natuurbeleid staat echter onder druk. Dat natuurbeleid wordt door velen als te specialistisch en technocratisch beschouwd. Zowel door de natuursector als de overheid wordt er momenteel werk van gemaakt om dit beleid op onderdelen aan te passen. Ze doen dit door internationale en nationale doelen meer te koppelen aan lokale praktijken (en omgekeerd) waardoor ‘ver-van-mijn-bed’ weer ‘om de hoek’ wordt. 2 Voor het Rijk zijn de nieuwe beleidsuitgangspunten: het natuurbeleid dient ons maatschappelijk welzijn; de maatschappelijke betekenis van natuur zit hem in de veelzijdigheid; de natuur moet ecologische en maatschappelijke veerkracht hebben; natuurwinst moet waar mogelijk samengaan met het verzilveren van belangen voor andere maatschappelijke sectoren en het zelforganiserend vermogen van de maatschappij moet veel ruimte krijgen.3
Het natuurbeleid wordt, kortom, meer in een brede maatschappelijke context ingebed. Dit neemt niet weg dat er nog altijd harde beleidsdoelen zijn. Sterker nog; in 2014 zijn alle Natura2000-beheerplannen gereed en krijgen bepaalde natuurmaatregelen een wettelijke verplichting. En ook in het kader van de PAS (Programmatische Aanpak Stikstof) moeten vanaf 2014 maatregelen genomen worden.
Een ontwikkeling die voor het toekomstig natuurbeleid verder nog van groot belang is dat is de klimaatverandering. We moeten de komende decennia rekening houden met een versnelde zeespiegelstijging en om de waterveiligheid te verzekeren zijn dan robuuste, veerkrachtige waterkeringen nodig.4 Ook krijgt Nederland in de toekomst vaker te maken met extreme weersomstandigheden. Meer droogte, hitte en wateroverlast zullen er toe leiden dat bepaalde populaties achteruit gaan of zelfs uit Nederland verdwijnen. Andere soorten krijgen juist de kans zich hier te vestigen. De natuur moet dan wel voldoende in staat zijn zich aan te passen aan de verstoringen. Grote gebieden en voldoende robuuste verbindingen zijn hiervoor noodzakelijk.5
Er zijn meerdere ontwikkelingen die er op wijzen dat in de toekomst meer recreanten naar NPZK zullen komen, met name om te wandelen of te fietsen: het aantal inwoners van de regio stijgt licht het komende decennium, het aantal ‘fitte ouderen’ neemt toe en er is een sterke aandacht voor gezondheid. Ook het aantal buitenlandse toeristen neemt mogelijk toe, daar marketingorganisaties het Park steeds meer bij hen onder de aandacht brengen.
A
‘Beleving’ is een wat abstract begrip. Wat verstaan we hier onder? Het heeft te maken met de ‘bruikbaarheid’ (o.a.: kun je er komen en er iets doen?); met de 'ervaring' (bijvoorbeeld: is het mooi of lelijk?); met de 'verhalen' die over het gebied worden verteld of zijn opgeschreven en die het iets unieks geven (zijn die verhalen aantrekkelijk verteld?) en met de mogelijkheid van 'toe-eigening' van het gebied (plekken waar men graag komt, en wellicht zelf iets aan bijdraagt, waardeert men hoog).
ls het om recreatie gaat is ‘beleving’ de laatste jaren een veelgehoorde term. Voor velen moet recreatie een beleving zijn, een unieke gebeurtenis. Ook recreatie in de natuur. Voorbeelden zijn er te over; op de Veluwe waren excursies naar burlende edelherten nog nooit zo populair als nu, Natuurmonumenten voert een succesvolle campagne om kinderen het gevoel van Oerrr te geven en de Oostvaardersplassen presenteren zich als ‘Nieuwe Wildernis’ in de bioscoop. En ook voor NPZK is het niet geheel nieuw; wat te denken van het wisentenpad? Dit wandelpad biedt een unieke mogelijkheid om de enige kudde wisenten in de Nederlandse natuur te zien
Het toeristisch-recreatief bedrijfsleven in Nederland profileert zich sinds twee jaar als gastvrijheidssector. De sector wil zorgen dat de gast zich op zijn plek voelt. Dit door een product te bieden dat voldoet aan de vraag en door daar vervolgens de menselijke factor aan toe te voegen: belangstelling tonen, voorkomend zijn, actieve dienstverlening bieden.
Andere ontwikkelingen op toeristisch-recreatief gebied die van belang zijn voor NPZK zijn onder andere:

  • Duurzaamheid is steeds meer gemeengoed geworden in de recreatiesector

  • Diversificatie van de vraag/ zapp-gedrag

  • Grote belangstelling voor het authentieke en streekeigene

  • Grote belangstelling voor gezondheid, wellness en zingeving

  • Grote toename van evenementen, ook in een natuurlijke setting

  • Explosieve toename van het gebruik van social media en smart phones

  • Sterke stijging van het aantal elektrische fietsen

  • Ouders maken vaker dan 10 jaar geleden gebruik van naschoolse opvang en opvang door opa’s en oma’s. Dit zijn potentiële doelgroepen.

  • Het gebruik van groengebieden door hondenuitlaatservices is de afgelopen jaren toegenomen.

De genoemde trends zullen zeker tot veranderingen leiden op toeristisch-recreatief gebied, maar veel blijft ook bij het oude. Het is naar verwachting niet zo dat de recreant over tien jaar een heel ander gedrag zal laten zien dan de huidige recreant. De verschillen zitten vooral in de details.
Nu de rol van het Rijk heel beperkt is geworden voor de Nationaal Parken, wordt het nog belangrijker dan voorheen om bruggen te slaan naar de regio, zodat overheden, ondernemers en vooral ook burgers zich betrokken voelen bij het Park. Een goede communicatie is hierbij essentieel. Ook een aantal andere ontwikkelingen die hiervoor zijn genoemd hebben invloed op communicatie en ook op educatie. Zo is het meer en meer nodig om doelgroep-specifiek te communiceren en zijn in communicatie en educatie social media, apps en dergelijke steeds belangrijker.
De regio is dus heel belangrijk voor NPZK voor draagvlak en voor samenwerking, maar het nationale en internationale niveau is ook van belang. Met name voor het uitwisselen van kennis en ervaringen zijn contacten met andere Nationale Parken in binnen- en buitenland van belang. In Nederland heeft het Samenwerkingsverband Nationale Parken hierin een coördinerende rol. Internationaal is de Europarc Federation hierbij van belang. Europarc biedt een platform voor samenwerking, kennisuitwisseling en inspiratie. Ook is het de organisatie achter het ECST. Europa is ook belangrijk omdat er de komende jaren, net als voorheen, voor specifieke doelen gelden beschikbaar zijn uit Europese fondsen. Duurzaamheid, innovatie en energie zijn sleutelwoorden in het Europees beleid voor de periode 2014-2020. Projecten die hierop inzetten zijn kansrijk voor Europees geld. Verder zijn er mogelijkheden rond specifieke terreinen; van vrijwilligerswerk tot cultuurhistorie. Voor projecten op het gebied van natuur, biodiversiteit, milieu, communicatie en informatie zijn er de komende jaren, net als in het verleden, mogelijkheden via LIFE+.
Op initiatief van een aantal ondernemers, en met steun van de Provincie Noord-Holland is een fonds gevormd waarin publieke partijen en private partijen geld kunnen storten ten behoeve van natuur en recreatie. Aan het fonds is ook een streekrekening gekoppeld. Dit ‘duinenfonds’ is in het voorjaar van 2014 gelanceerd en kan voor NPZK interessant zijn in de toekomst.
Ten opzichte van het moment dat het vorige BIP werd opgesteld, staat duurzaamheid nadrukkelijker op de agenda in Nederland. Burgers, overheden en ondernemers zijn er steeds meer van overtuigd dat een goed evenwicht tussen ecologische, economische en sociale belangen essentieel is. Mensen willen overigens niet steeds in communicatie-uitingen horen over duurzaamheid, maar ze verwachten wel steeds meer dat het handelen van anderen duurzaam is.


1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina