Beheer- en ontwikkelplan Nationaal Park Zuid-Kennemerland 2014-2024 Agendapunt 3 Overlegorgaan 14 mrt 2014



Dovnload 258.68 Kb.
Pagina6/8
Datum20.08.2016
Grootte258.68 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8

3.3 Wensen uit de omgeving


In de fase van visievorming is een zestal ‘meedenk-sessies’ georganiseerd waarin een grote diversiteit van belanghebbenden en deskundigen6 hun ideeën en wensen kenbaar heeft gemaakt. In totaal namen zo’n 80 mensen deel aan deze sessies. Ook is in de visiefase een publieksbijeenkomst georganiseerd. Hierbij gaven zo’n 60 mensen hun ideeën en wensen aan. Daarnaast kon men via een digitale ideeënbus concrete ideeën aanleveren. Van deze mogelijkheid maakten circa 35 mensen gebruik. Hieronder zijn de belangrijkste wensen uit de omgeving die op deze wijze zijn opgehaald weergegeven.
Natuur en landschap

Gepleit wordt voor een ambitieus natuurbeleid: “Zie het Natura2000-beheerplan als een ‘ondergrens’ maar doe meer dan vanuit Natura2000 strikt noodzakelijk is.” Het huidige beleid, waarin zoveel mogelijk natuurlijke processen centraal worden gesteld en waarbij gestuurd wordt op condities in plaats van op concrete resultaten, krijgt veel steun. De overheersende mening is dat de druk op de natuurkwaliteit niet groter moet worden. Maar een lichte toename van rustige natuurgerichte recreanten in de terreindelen die voor intensievere opvang geschikt zijn gemaakt kan volgens velen. Er bestaat grote eensgezindheid over het actief beheren van damherten: dit moet gebeuren om de overlast buiten het duingebied te verminderen. Over de wijze waarop dit moet gebeuren is wel discussie.


Cultuurhistorie

Velen zijn van mening dat cultuurhistorie een beetje een ondergeschoven kindje is in NPZK. Opgemerkt wordt dat cultuurhistorie vooral beter beleefbaar gemaakt moet worden; er zijn nog veel schatten die voor het publiek niet (op een aantrekkelijke manier) ontsloten zijn. En vergeet daarbij ook het immateriële erfgoed (de verhalen over het gebied) niet. En over verhalen gesproken: een wens is ook om natuur en cultuurhistorie beter met elkaar te verbinden omdat zij tezamen het verhaal over NPZK vertellen. De landgoederenzone is in dit kader van bijzonder belang, omdat deze zone de stad en de duinen letterlijk met elkaar verbindt.


Recreatie

Er bestaat een grote mate van tevredenheid over het recreatieve aanbod van NPZK. Wel zijn er bij het publiek wensen om het aanbod verder te optimaliseren. Zo bestaat er behoefte aan extra verbindingen tussen de verschillende gebiedsdelen binnen het Park, tussen het Park en het groen in de omgeving en tussen de woonomgeving en het Park. Voor wandelaars zouden deze verbindingen uit simpele overstapjes kunnen bestaan. Verder wordt er op gewezen dat voor gehandicapten meer gedaan kan worden. Vooral een goede informatievoorziening is van belang. Ook wordt opgemerkt dat het belangrijk is om scherper te definiëren wie de recreatieve doelgroepen zijn. Daarna kan worden bepaald of er voor bepaalde groepen meer aanbod (een andere beleving) gewenst is. Recreatie- en horecaondernemers geven aan dat zij graag meer willen samenwerken met het Park, bijvoorbeeld door gezamenlijk arrangementen te maken. Meer samenwerking met recreatiegebieden in de regio (zoals Spaarnwoude) is gewenst; enerzijds om verbindingen te verbeteren, anderzijds om gebieden nog scherper te profileren.


Communicatie en educatie

Natuureducatie, met name voor basisscholen, vinden veel mensen belangrijk. Er wordt voor gepleit om de budgetten hiervoor zo veel mogelijk in stand te houden. Velen zien NPZK als een verzameling losse gebieden met eigen beheerders en regels, niet als één geheel. De duobranding werkt dus nog niet optimaal. “Zet het Nationaal Park nog sterker neer als ‘paraplu’”, zo wordt gesteld. Zorg dat dit gaat werken als keurmerk voor een prachtig gebied. De communicatie van NPZK wordt als te eenzijdig en te statisch ervaren; er moet meer dialoog op gang komen.


Onderzoek

Over de wijze waarop het onderzoek momenteel gebeurt bestaat in grote lijnen tevredenheid. Wel merken vrijwilliger-onderzoekers op dat PWN, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer elk hun eigen prioriteiten, onderzoeksmethoden en de manier van vastleggen bepalen. Zij pleiten ervoor om op NPZK-niveau tot meer afstemming te komen. Ook hebben zij er behoefte aan dat resultaten beter gedeeld worden met elkaar.


Blik naar buiten

NPZK moet in allerlei opzichten zijn blik meer naar buiten richten, zo zijn velen van mening: Benadruk sterker in allerlei overleggen dat NPZK een belangrijk element is binnen het metropolitane landschap van dit deel van de Randstad. Ga actief op zoek naar nieuwe financiers en verplaats je daarbij in die andere partij: maak duidelijk hoe je de belangen van die ander kunt dienen. En durf je te laten verrassen door initiatieven uit de samenleving. Veel mensen hebben er geen bezwaar tegen als recreanten een (beperkte) bijdrage, in financiële zin of anderszins, moeten leveren aan het Nationaal Park in deze tijd van bezuinigingen. Tijdens werksessies bleek er enthousiasme te zijn om een ‘vrienden van…’-constructie op te zetten, zoals bijvoorbeeld het Goois Natuurreservaat heeft. Dit zowel met het oog op betrokkenheid als op het verhogen van de inkomsten. Een concreet initiatief hiervoor is er overigens nog niet.


3.4 Relevant beleid


Beleid van anderen kan om twee redenen relevant zijn. Het kan zijn dat in beleidsstukken passages staan die van directe invloed zijn op NPZK. Én het kan zijn dat er beleidsurgenties worden genoemd waarbij NPZK positief kan bijdragen aan de oplossing. Het NPZK houdt in de plannen rekening met het beleid van de afzonderlijke samenwerkende partners (aansluiten op hun wensen, inspelen op kansen in beleidsstukken). Omgekeerd zullen de partners de doelen uit dit Beheer- en Ontwikkelplan meenemen in hun beleid.
Het ministerie van Economische Zaken werkt momenteel aan een nieuwe Natuurvisie. Eerste contouren daarvan zijn te vinden in een Kamerbrief van Staatssecretaris Dijksma uit maart 20137. Enerzijds wordt bestaand beleid voortgezet: behoud en versterking van biodiversiteit, implementatie van Natura2000, verder bouwen aan een robuuste EHS, er blijven wettelijke kaders voor het omgaan met planten en dieren. Anderzijds kiest EZ voor een andere koers: vermaatschappelijking van natuur. Burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties willen en kunnen een actieve rol spelen in natuur. Hoe meer ruimte deze maatschappelijke energie krijgt, des te beter is het voor de natuur en daarmee voor ons welzijn, zo is de gedachte. En ook is er bij EZ in toenemende mate de overtuiging

dat veel maatschappelijke én ecologische winst geboekt kan worden wanneer we natuur intelligenter combineren met andere maatschappelijke belangen.


De provincie Noord-Holland kiest voor een vergelijkbare insteek.8 De provincie vindt een groen, aantrekkelijk en toegankelijk Noord-Holland en een gegarandeerde biodiversiteit van belang. De provincie wil bewoners, private partijen, maatschappelijke organisaties en andere overheden verleiden om samen tot nieuwe allianties, nieuwe financiële constructies en gebiedsgerichte oplossingen te komen om dit te bereiken. Naast de realisatie van groene gebieden vindt de provincie ook de ecologische verbindingen en de recreatieve verbindingen voor wandelen en fietsen tussen deze gebieden belangrijk.
In het verstedelijkte zuiden van de provincie werken gemeenten en provincie samen in het bestuurlijk overlegverband Metropoolregio Amsterdam (MRA). Deze regio behoort tot de Europese top vijf van economisch sterke regio’s. Rode draad van de samenwerking is het behouden en versterken van die internationale concurrentiepositie. In het beleid van het MRA zijn belangrijke speerpunten: een krachtige, innovatieve economie, snellere verbindingen en voldoende en aantrekkelijke ruimte voor wonen, werken en recreëren. Het landschap is één van de aandachtvelden van de MRA, aangeduid met de term ‘het Metropolitane Landschap’. Het belangrijkste kenmerk van het Metropolitane Landschap is een intensieve relatie tussen stad en land. Dit landschap draagt bij aan een hoogwaardig woon- en leefklimaat en maakt de MRA internationaal concurrerend. Voor de diverse delen van het Metropolitane Landschap vindt een gebiedsgerichte uitwerking plaats. Een van die gebieden is de binnenduinrand van Zuid-Kennemerland. De intentie is om deze binnenduinrand beter weerbaar te maken voor de toekomst. Dit gebeurt door behoud, versterking en ontwikkeling van de landschappelijke structuur, de toeristisch-recreatieve structuur en de woonmilieus. Een ander belangrijk regionaal beleidsstuk is het Actieplan Toerisme en Recreatie Zuid-Kennemerland9 van het Regionaal Economisch Overleg10. De gemeenten die hierin samenwerken zetten in op groei van toerisme en recreatie in de regio en streven naar een betere nationale profilering van de regio. Voorstellen uit het actieplan zijn onder andere: het samenstellen van meerdaagse arrangementen, het stimuleren en zichtbaar maken van duurzaamheid (green key), het organiseren van een weekend van de landgoederen, het verbeteren van de informatievoorziening en het verbeteren van de bereikbaarheid van de stranden. De duinen worden in het plan genoemd als bijzondere kwaliteit van het gebied.
Nationaal Park Zuid-Kennemerland wordt door de provincie Noord-Holland gezien als een belangrijk visitekaartje van de Noord-Hollandse natuur en als een waardevol instrument om bewoners en bezoekers van Noord-Holland te betrekken bij hun groene leefomgeving. Om deze reden participeert de provincie in het bestuur van het Park, levert ze een financiële bijdrage en voorziet ze in het secretariaat van het Park. De provincie verwacht dat ook de andere participanten in het Nationaal Park een wezenlijke financiële bijdrage leveren.11
Geheel NPZK is door het Rijk aangewezen als Natura2000-gebied. Het Park is onderdeel van het gebied Kennemerland-Zuid. In overleg met belanghebbenden uit de omgeving, zoals natuurbeheerders, landgoedeigenaren, gemeentes en ondernemers stelt de provincie Noord-Holland momenteel het Natura 2000-beheerplan op voor Kennemerland-Zuid12. In dit beheerplan staan de maatregelen die nodig zijn om het kenmerkende duinlandschap te behouden en verder te ontwikkelen. Het beheerplan geeft ook aan welke huidige activiteiten zonder meer mogen en welke niet of onder voorwaarden zijn toegestaan. Nieuwe activiteiten kunnen vergunningplichtig zijn. Ook van belang voor NPZK is de PAS (Programmatische Aanpak Stikstof). In dit kader werken overheden samen om de achteruitgang van de biodiversiteit die het gevolg is van stikstofdepositie tot staan te brengen en om te zetten in herstel. Ook daarvoor zijn maatregelen nodig. Deze worden eveneens door de provincie in een beheerplan voor Kennemerland-zuid uitgewerkt. Andere relevante stukken van de provincie Noord-Holland zijn onder andere het Faunabeheerplan Noord-Holland 2009-2013 en beleidsstukken over geluid (deel NPZK is aangewezen als stiltegebied).
Nog een beleidsstuk van de Rijksoverheid dat van belang is voor NPZK is de Nationale Visie Kust13. Deze visie geeft richting aan het duurzaam samengaan van kustveiligheid met ruimtelijke en economische ontwikkelingen van de kustzone. Meer suppleren zal nodig zijn, waarbij onder meer gekozen wordt voor innovatieve oplossingen zoals de zandmotor. Waar mogelijk worden zachte oplossingen (zand) gekozen omdat dit de meest adaptieve en natuurlijke manier van kustversterking is. Soms zullen harde oplossingen of gecombineerde oplossingen nodig zijn. Voor de ruimtelijke en economische ontwikkeling is de aanpak pragmatisch: vraaggestuurd, bottom-up stap voor stap aan de slag.
Op lokaal niveau is voor NPZK vanuit Bloemendaal met name de structuurvisie van belang.

In deze structuurvisie is duurzaamheid aangewezen als speerpunt van beleid. Bij alle projecten moeten duurzame oplossingen worden gevonden. Ten aanzien van de kust- en duinzone moet de continuïteit van het natuurgebied worden gewaarborgd. Het landschap mag niet versnipperen en de groene beleving moet versterkt worden. Bezoekers worden geconcentreerd rond een paar grote hoofdingangen, waardoor binnen de zone ook stille gebieden behouden blijven. Er moet een gezonde balans blijven tussen extensieve duinrecreatie en intensieve strandrecreatie. De ingangen van het duingebied kunnen wel gevitaliseerd worden, met aantrekkelijke, kleinschalige horeca en met natuurinfocentra. In het duingebied worden verder geen woningen of voorzieningen toegevoegd. De cultuurhistorische en natuurlijke waarde van de landgoederen en de open strandvlakten moet behouden blijven. Het openbare en particuliere groen moet zoveel mogelijk verweven zijn, waardoor een doorlopende groene zoom met natuurlijke erfgrenzen ontstaat. Bij landgoederen is het beleid gericht op extensieve vormen van recreatie en cultuur, rekening houdend met de draagkracht van het landgoed. Landgoed Elswout is een cultuurhistorische icoon binnen de metropoolregio. Het recreatieve gebruik mag echter niet leiden tot meer verkeersdruk en afname van de natuurwaarden. Verdere ontwikkelingen moeten beperkt worden. De cluster Duin en Daal (Caprera, Thijsse’s Hof, Hertenkamp, Kopje, HC Bloemendaal en Bloemendaalse Bos) is een icoon met uiteenlopende functies, welke vitaal moeten blijven. Er kan gezocht worden naar nieuwe functies om de cluster

te versterken. De sfeer van het Bloemendaalse Bos moet hersteld worden, het uitzicht van het Kopje moet in stand worden gehouden, en een nieuwe ingang naar de Kennemerduinen is mogelijk. Binnen de hele gemeente wordt Hoogwaardig Openbaar Vervoer gestimuleerd, vooral naar trekkers en iconen. Bloemendaal aan Zee kan aansluiten op de treinverbinding naar Zandvoort. Met meer fietsenstallingen bij trekkers en iconen wordt regionaal fietsverkeer gestimuleerd. De wandelpaden tussen landgoederen en tussen de verschillende natuurgebieden kunnen beter verbonden worden.

Bij trekkers en iconen moet voldoende parkeergelegenheid zijn door het jaar heen.14


“Parel aan Zee”, luidt de titel van de structuurvisie van Zandvoort (2010). Speerpunten die in dit kader vooral van belang zijn, zijn: toerisme en recreatie als economische motor en een beleefbaar landschap. Zandvoort verbreedt het toeristische aanbod door zich meer te richten op de kritische jaarrond (verblijfs-)toerist die meer wil besteden en meer waarde hecht aan kwaliteit en service. Verder wil de gemeente de relatie tussen het landschap en het dorp versterken zodat het landschap onderdeel wordt van Zandvoort en andersom. Op verschillende plekken wordt het groen van de omliggende natuurgebieden het dorp ingetrokken. Door aan deze ‘groene vingers’ steeds recreatieve fietspaden te koppelen, wordt de relatie met het omliggende duingebied versterkt.
De gemeente Velsen zet in op het behouden en versterken van het landschap, het realiseren van een ecologisch raamwerk en het oplossen en voorkomen van verrommeling van het landschap.15 Samen met het bedrijfsleven en andere partners zet de gemeente zich in om het toerisme en recreatie te bevorderen. Een van de thema’s is duurzaam toerisme, onder andere door het stimuleren van Green Key bij toeristische ondernemers.16


1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina