Beheer- en ontwikkelplan Nationaal Park Zuid-Kennemerland 2014-2024 Agendapunt 3 Overlegorgaan 14 mrt 2014



Dovnload 258.68 Kb.
Pagina8/8
Datum20.08.2016
Grootte258.68 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8

5 Beleidskeuzes en doelen

5.1 Overzicht van beleidskeuzes


In dit hoofdstuk zijn de beleidskeuzes geformuleerd die nodig zijn om de streefbeelden te realiseren. De volgorde waarin de keuzes beschreven zijn geeft geen prioriteit aan; de keuzes zijn gelijkwaardig. Elk van de keuzes wordt in paragraaf 5.2 nader uitgewerkt in concrete doelen en in hoofdstuk 6 ook in projecten. In onderstaande figuur is de uitwerking van het plan schematisch weergegeven.


Hoofddoelstellingen



Nationale Parken



Beleidskeuzes

Streefbeelden

NPZK
rechteraccolade 68 rechteraccolade 15

1 Versterking van de biodiver-siteit en de natuurlijke dynamiek



Natuur, landschap en cultuurhistorie

Natuur en landschap


2 Blik naar buiten: NPZK van betekenis voor de regio


Natuurgerichte recreatie

Rustige, natuur-en cultuurgerichte recreatie

3 Cultuurhistorie beschermd en beleefbaar en met natuur en landschap verbonden


Communicatie en educatie


Communicatie en educatie

4 Rustige op natuur- en op cultuurhistorie gerichte recreatievormen centraal

Onderzoek


Onderzoek en monitoring

5 We beheren en profileren het gebied als ware het één eenheid

In het hart van de samenleving


6 Een goede externe zonering en goede ruimtelijke verbindingen



Randvoorwaarden

Organisatie

8 Natuur- en milieueducatie (kennis, inzicht, inspiratie)



7 Intensieve, open, tweezijdige communicatie

9 Planmatige aanpak van onderzoek en monitoring

Financiën


10 Actief vrijwilligersbeleid



11 Samenwerking met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties

12 Een slagvaardige organisatie en financiën op orde

5.2 Uitwerking van beleidskeuzes tot concrete doelen


We kiezen voor een ontwikkeling waarbij de waarden van het park (natuur, landschap, cultuurhistorie en beleving) duurzaam in stand worden gehouden. Alles dat wij vanuit NPZK zelf ondernemen, en alles dat anderen mogen ondernemen binnen NPZK draagt bij aan een duurzame ontwikkeling van het Park. Elk van de hieronder genoemde beleidskeuzes en doelen is belangrijk om dit te bereiken.


Beleidskeuze 1: Wij kiezen voor het ontwikkelen van het natuurlijke duinecosysteem met behoud en vergroten van de biodiversiteit en de natuurlijke dynamiek. Dat doen we zoveel mogelijk door het herstellen en stimuleren van natuurlijke, landschapsvormende processen.



Waarom?

Het duinlandschap behoort tot de meest gevarieerde en soortenrijke landschappen van Nederland. Dat geldt zeker ook voor het duinlandschap van NPZK. Dat heeft te maken met de ontwikkeling van het duinlandschap, waarin dynamiek van water en wind door de eeuwen heen zorgden voor een voortdurende verjonging van het landschap. Veel bijzondere plant- en diersoorten konden zich hierdoor handhaven. Het open duinlandschap is daarmee niet alleen kerngebied in het Nederlandse natuurnetwerk (Ecologische Hoofdstructuur), het is ook een hotspot van biodiversiteit in Europees perspectief (Natura2000).


Een natuurlijk duinecosysteem is een gradiëntrijk landschap waar levensgemeenschappen in een natuurlijke samenhang voorkomen. Door invloeden van zee, wind, zout en zand is het landschap hoog dynamisch direct aan de kust en naarmate de dynamiek landinwaarts afneemt nemen successie en daarmee bodemvorming en ontkalking toe. Hoewel het Park onder invloed van de mens vergaand is gestabiliseerd, is de oorspronkelijke landschappelijke zonering nog zeer goed bewaard gebleven met duingraslanden in het westelijke buitenduin, een struweelzone in het middenduin en bos in het binnenduin.
Afgelopen decennia trad er een versnelde successie op als gevolg van vermesting en verzuring door stikstofdepositie, historisch vastleggingsbeheer en verminderde konijnenbegrazing door ziekten. Grote, snelgroeiende soorten als grassen en struiken profiteerden van het extra voedselaanbod en de geringe vraat en het duin groeide er mee dicht. Om de achteruitgang van soortenrijkdom en versnelde successie tegen te gaan kiezen we sinds 2003 voor het op gang brengen van natuurlijke processen en voor het verbinden van duingebieden met elkaar via ecoducten. De natuurkwaliteit is de afgelopen 10 jaar aantoonbaar verhoogd en we zetten dit beleid de komende periode door.
De komende periode zullen diverse factoren de landschapsontwikkeling nog intensief beïnvloeden: stikstofdepositie, klimaatverandering met zeespiegelstijging als gevolg en globalisering met invasieve exoten en plagen als gevolg. Het streven voor de lange termijn is daarom gericht op het ontwikkelen van een robuust en ecologisch veerkrachtig duinecosysteem. De veerkracht van duinen zit vooral in de natuurlijke dynamiek en de grote diversiteit aan gradiënten. Het natuurbeheer is en blijft daarom gericht op het dynamiseren van het duin, dat wil zeggen herstellen van de natuurlijke processen van verstuiving, grondwaterdynamiek, begrazing, natuurlijke successie en populatiedynamiek. Waar herstel van natuurlijke processen niet voldoende is, doen we aanvullend beheer om bepaalde leefgebieden (habitats) of voor duinen karakteristieke biodiversiteit duurzaam in stand te houden. Ook kiezen we voor behoud van waardevolle en soortenrijke landschappen, zoals rond het oude zeedorp Zandvoort. Voor ons beheer gaan we uit van de potenties van de duinen. Voor de landgoederen zoals Elswout en Koningshof en Duin- en Kruidberg gaan we ook uit van de cultuurhistorische waarden van landgoedontwerpen, cultuurhistorische objecten en structuren.
Hoe gaan we dit doen?

Natura2000-beheerplannen

Een groot deel van het natuurbeheer zullen we realiseren in het kader van Natura2000 en de PAS (Programmatische Aanpak Stikstof). Het Park is aangewezen als Natura2000-gebied en zeker driekwart van het areaal bestaat uit beschermde habitattypen, zoals Witte duinen, Grijze duinen, Vochtige valleien en Duinbos. Voor deze habitattypen zijn in het aanwijzingsbesluit instandhoudingsdoelen bepaald welke in maximaal drie beheerplannen van elk zes jaar gehaald moeten worden. Voor het eerste beheerplan zijn de maatregelen gericht op het behoud van de habitattypen. De uitbreidings- en kwaliteitsdoelstellingen worden gerealiseerd in de navolgende beheerplannen. Daarnaast zijn er in het kader van de landelijke aanpak van de stikstof-problematiek vanuit de overheid gelden beschikbaar voor aanvullende maatregelen om de effecten van stikstof op natuur te elimineren (PAS-gelden). Het gaat in het Park in de eerste periode om drie soorten maatregelen, namelijk aanleggen van stuifkuilen, verwijderen van struweel en afplaggen van de zwarte toplaag van duinbodems. Deze maatregelen worden ook opgenomen in de Natura2000-beheerplannen. Een beheerplan is bindend en de beheerder is er aan gehouden de maatregelen uit te voeren.


Voor het park zijn de N2000-instandhoudingsdoelen en PAS-maatregelen niet nieuw. Wij beheren de natuur al jaren op een wijze die bijdraagt aan de verbetering van de kwaliteit en uitbreiding van de belangrijke natuurwaarden. Uitvoering van het Natura 2000-beheerplan en PAS-maatregelen is in de lijn met ons huidige beleid. Niet al ons beheer wordt gerealiseerd binnen de Natura2000-kaders en met de PAS. Wij doen ook beheer in het kader van ander beleid, zoals soortenbeheer of iepenbeheer, of beheer dat wij zelf noodzakelijk vinden, zoals het beheer van broedvogelterreinen en natuurkernen en bosomvorming. In dit Beheer- en Ontwikkelingsplan zijn de hoofdlijnen van ons beheer opgenomen voor de komende 10 jaar. Voor een deel worden de hoofdlijnen dus geconcretiseerd in het eerste en tweede Natura2000-beheerpan
Herstel grondwaterdynamiek en beheer valleien en meren

De vochtige duinvalleien en duinmeren zijn de afgelopen jaren op grote schaal hersteld door het beëindigen van de grondwaterwinning en door het realiseren van vele natuurherstelprojecten. Het oppervlak vochtig duinmilieu is vertienvoudigd tot 300 ha. In 15 jaar tijd is meer dan 100 ha vochtige valleien hersteld tot pioniermilieu met grondwaterdynamiek en zijn vier duinmeren verondiept en voorzien van flauwe oevers. In het voorjaar van 2015 zal het laatste herstelproject Klein Doornen van het ‘Masterplan Regeneratie Duinvalleien NPZK’ gerealiseerd zijn.


Veel van de valleien zijn na herstel jaarlijks gemaaid om verschraling te bereiken. Sinds de (integrale) begrazing was er minder maaibeheer nodig, maar nog jaarlijks worden alle valleien tijdens veldinspecties beoordeeld op de noodzaak tot maaien of onthouten. Onthouten blijkt eens in de 2-5 jaar nodig omdat de houtige gewassen danwel invasieve exoten oprukken en onvoldoende worden gegeten door grazers. Zo kon de hoge soortenrijkdom op het Kennemerstrand hersteld/behouden worden door onthouting en maaien van de primaire vochtige duinvallei. Uit monitoringgegevens is gebleken dat het herstel- en aanvullend beheer succesvol is: vele kenmerkende vochtige duinvalleisoorten als parnassia, moeraswespenorchis, geelhartje en slanke gentiaan komen weer wijdverbreid voor in het park.
Er is ook meer open water gekomen en elk jaar worden er bijna 30 soorten libellen geteld. De oevers van kleine plassen worden gemaaid en onthout om de biodiversiteit in stand te houden. In enkele duinmeren zitten karpers en hier speelt het wegvangen omdat het een niet-duineigen soort is en de soort het aquatisch ecosysteem zeer negatief beïnvloedt. In het gebied is ook sprake van nieuwvorming van valleien bij de geactiveerde paraboolduinen Verlaten Veld en De Bruid; bij de Noordwest Natuurkern verwachten we dit ook. Verstuiving zal ook worden ingezet voor de kalkinbreng en voor ophoging bij zeespiegelstijging. In het kader van het N2000-beheerplan wordt het beheer voor de habitattypen Vochtige valleien en Open water verder uitgewerkt. Het huidige beheer zal op hoofdlijnen worden voortgezet. We zullen de valleien en open water extensief blijven monitoren om de ontwikkelingen te vast te leggen en er van te leren en zo nodig het beheer erop aan te passen.
Herstellen van verstuiven

De belangrijkste motor van de duinen is dat kalkrijk zand de kans heeft om te stuiven, waardoor permanent kalkrijke (pionier)milieus aanwezig zullen zijn. Gestreefd wordt naar meer dynamiek in het duingebied als geheel, met dicht aan de kust veel en grootschalige dynamiek, zoals een zeereep met windsleuven en in het buitenduin stuivende, wandelende duinen en stuifkuilen. Meer landinwaarts is van nature minder en kleinschaligere dynamiek van wind en zand. Hier komen stuifkuilen en plekken verspreid voor. Het duin is nu te sterk gestabiliseerd en beheer zou moeten leiden tot meer stuivend en kaal zand. In het kader van Natura2000- en PAS-maatregelen wordt verdere verstuiving van de duinen uitgewerkt. Ook overwegen we meer verstuivingsmaatregelen voor het klimaatbestendig maken van de duinen. Immers de zeespiegelstijging zal leiden tot een natter westelijk duin, waarbij verstuiving voor noodzakelijke bodemverhoging kan zorgen.


In de afgelopen BIP-periode zijn grootschalige maatregelen uitgevoerd in de Noordwest Natuurkern om een dynamisch duinlandschap terug te krijgen. Er zijn vijf brede windsleuven gemaakt in de zeereep en vijf achterliggende paraboolduinen terug in verstuiving gebracht. Mogelijk gaan deze weer door het duin wandelen. Het omringende landschap wordt hersteld door overpoedering met kalkrijk zand, wat de bodemverzuring tegengaat. We zullen hier aan nabeheer, zoals verwijderen van oude vegetatieresten, doen om de verstuiving in stand te houden dan wel te bevorderen. We monitoren de resultaten van de eerdere ingrepen en op basis van deze gegevens kunnen we het beheer op onderdelen aanpassen.
Herstellen van begrazen

Sinds begin jaren negentig zijn steeds meer terreindelen van het Park in integrale begrazing. Dit om het dichtgroeiende duin opener te maken en meer kleine stuifplekken te krijgen. In het verleden hadden konijnen een belangrijke rol in de vraat. De konijnenstand is door een virale ziekte echter zeer sterk achteruitgegaan en andere grazers waren nodig. Als het konijn weer zijn rentree maakt zullen de dichtheden van grote grazers daarop afgestemd worden. In 2003 is de integrale begrazing van Heerenduinen met shetlandpony’s uitgebreid tot een gebied van 2000 ha tot aan de Bloemendaalse Zeeweg met ook koniks en Schotse hooglanders. Rond ’t Wed en andere speelterreinen vindt geen begrazing plaats. Het open duin is door de begrazing weer opener geworden, de vergrassing verminderd, het struweel opener en geschild en er is veel meer structuur. Vaak wordt gevraagd of de damherten de verruiging niet kunnen opruimen. Damherten hebben echter een ander graasbeeld dan runderen en paarden. Damherten eten vooral lekkere hapjes en maken dat korter dan gewenst, waardoor er minder bloemen, insecten en stinzenplanten zijn.


De integrale begrazing in het park zal rond 2015 geëvalueerd worden. Mede op basis van het onderzoek ‘Levende Duinen’ naar effecten van natuurbeheermaatregelen op (kleine) fauna weten we dat begrazing om het duin te herstellen in andere dichtheden gaat dan in de onderhoudsfase. In de onderhoudsfase zijn onder andere mozaïeken van begroeiing met 10-30% overjarige begroeiing nodig voor het in stand houden van kleine fauna. Begrazing is ook nodig om habitattypen in stand te houden en wordt als maatregel opgenomen in het N2000-beheerplan. De doelen zijn echter breder dan alleen habitattypen. Op basis van de evaluatie zullen we de doelen en zo nodig de begrazing bijstellen. Hierbij hebben we ook aandacht voor andere aspecten zoals afstemming met recreatieve belangen.
In het Kraansvlak zijn in 2007 als proef wisenten geherintroduceerd, mede omdat werd verondersteld dat zij veel houtigen eten. In 2009 zijn er koniks bijgezet om gevarieerdere begrazing te krijgen. De proef wordt begeleid met wetenschappelijk onderzoek. In 2012 is op basis van een uitgebreide evaluatie besloten de proef door te zetten.
Aanvullend beheer open duin en struweelzone

Het open duin bestaat uit een mozaïek van kalkrijke en ontkalkte duingraslanden, vochtige valleien, kruipwilgstruwelen, duindoornstruwelen en beginnende hoge struwelen met meidoorns of bosjes. De struweelzone bestaat uit dezelfde leefgebieden met een veel hoger aandeel van struweelsoorten. Door de versnelde successie als gevolg van onder andere de stikstofdepositie zijn vooral struiken in het voordeel geraakt en sterk uitgebreid. Uit onderzoek van luchtfoto’s lijkt de verstruiking met zo’n 20 ha per jaar plaats te vinden. Uit veldwaarnemingen weten we ook dat verbossing plaats vindt in het kielzog van verstruiking. Veelal gaat de uitbreiding van struiken (en bos) ten koste van duingraslanden en dwergstruweel van kruipwilg en duinroos. Overigens is struweel niet uitsluitend een probleem; het is ook waardevol op zich en voor insecten en struweelvogels.


Waar verstuiving en integrale begrazing onvoldoende bijdragen om de natuurdoelen voor het open duin en de struweelzone te behalen, kan aanvullend beheer nodig zijn. Afgelopen decennium is de invasieve exoot Amerikaanse vogelkers nagenoeg overal in het Park intensief bestreden door eerst de dikkere zaaiers te verwijderen en vervolgens de jonge, dunne exemplaren te verwijderen. Dit werk wordt uitbesteed aan aannemers. Ook andere invasieve soorten als cotoneaster, Japanse duizendknoop, watercrassula, mahonia en rimpelroos worden bestreden. Opslag van Corsicaanse en Oostenrijkse dennen in het open duin worden verwijderd. Het verwijderen van de exoten wordt vaak met vrijwilligers gedaan die mee willen helpen in het beheer. Op bescheiden schaal heeft er onthouting plaats gevonden, dat wil zeggen het verwijderen van duindoornstruwelen en bosjes in het buitenduin ten gunste van onder andere duingraslanden. Ook zijn er terreindelen geplagd ten einde de successie helemaal terug te zetten. Van een heel andere orde, maar ook om belangrijke patronen in stand te houden worden op landgoederen open terreindelen in begrazing genomen om het open karakter in stand te houden.
In het PWN-terrein en bij de gemeente Bloemendaal worden ook schapen ingezet voor verschillende doelen: als nabeheer bij het bestrijding van Amerikaanse vogelkers door het vreten van nieuwe kiemplanten; als drukbegrazing in verplaatsbare rasters voor het bestrijden van lokaal verruiging; als winterbegrazing rond ’t Wed en als alternatief van maaien in duinvalleien. Er wordt bezien of de schaapskudde parkbreed ingezet kan worden.
In het kader van het N2000-beheerplan zal het beheer dat nodig is voor het in stand houden van de habitattypen van het open duin en de struweelzone verder worden uitgewerkt. Deze uitwerking zal plaatsvinden per landschapszone, omdat het natuurlijke aandeel van elk habitattype per zone verschilt. In grote lijnen zal het beheer worden voortgezet en overwogen wordt of jonge boomvormers selectief moeten worden gekapt.

Bosbeheer

Nagenoeg alle bossen (en lanen) in het Park zijn begonnen als kleinschalige aanplanten met verschillende soorten als dominante boomsoort: zomereik, berk, Corsicaanse of Oostenrijkse den, beuk, kastanje, et cetera. De meeste loofbossen zijn nu ontwikkeld tot natuurlijke loofbossen met op de landgoederen ook loofbossen met stinzenondergroei. Het merendeel van de loofbossen kwalificeert zich tot een habitattype in het kader van Natura2000. Het beheer voor de loofbossen bestaat op hoofdlijnen uit niets doen. Uitzondering zijn de loofbossen met stinzenondergroei die onderdeel uitmaken van het ontwerp van het landgoed en daardoor cultuurhistorisch beheerd worden. De overige bossen maken onderdeel uit van integrale begrazingseenheden en worden dus licht begraasd. Ook is de uitbreiding van invasieve exoten als de Amerikaanse vogelkers in de bossen aangepakt. In het kader van het N2000-beheerplan wordt het loofbosbeheer èn de uitbreiding van het bos in het open duin cq de struweelzone verder uitgewerkt.


In het Park komen pleksgewijs dennenbossen voor. Een groot deel is geplant op plekken waar van nature geen bos groeit. En omdat Corsicaanse en Oostenrijkse den niet inheems zijn, kwalificeren de naaldbossen zich niet tot een habitattype. Veel van de westelijke bossen worden vanzelf kleiner door natuurlijke uitval op de onnatuurlijke groeiplaats met zoute wind. In het midden- en binnenduin doen de naaldbossen het soms verrassend goed. Hier breiden ze zich uit en in het open duin gaan we dit tegen. In de meeste gevallen is het beheer van deze bossen niets doen. Uitzondering zijn de Kennemerduinen. Hiervoor is een bossenplan gemaakt en zijn er naaldbossen aangewezen die in stand gehouden zullen worden vanwege de cultuurhistorische waarde, de landschapsbeleving of omdat ze een functie hebben als speelbos. Behoud door beheer geldt ook voor de altijd groene naaldbossen in de binnenduinrand van het Park die de bebouwing van de dorpen uit het zicht van de bezoekers houden en voor meerdere naaldbossen in het middenduin op de toppen van duinen (zgn. Thijssebosjes). De blijvende naaldbossen krijgen her en der bosinwaarts natuurlijke boszomen. De westelijke gelegen naaldbossen zullen vanzelf inzakken. Per bos zal bepaald worden of dit proces met beheer versterkt of vertraagd wordt. Omdat vooral de westelijke bossen de dynamiek in het open duin wegnemen en goed omgevormd kunnen worden tot duingrasland, zal de toekomst van deze bossen in het kader van N2000 bepaald worden.
Met de veiligheidsregio is overeengekomen dat naaldhout wordt vervangen door loofhout daar waar te grote brandrisico’s zijn voor aangrenzende bebouwing. Ten behoeve van de veiligheid van bezoekers in bossen worden bossen periodiek geschouwd en aangepakt op gevaarlijke situaties voor recreatie. Tot slot doen terreinbeheerders aan iepenziektebestrijding.
Faunabeheer

Ons uitgangspunt ‘niet ingrijpen, maar natuurlijke processen zoveel mogelijk hun gang laten gaan’, hanteren we ook bij het faunabeheer. Geboorte, sterfte, immigratie en emigratie bepalen hoe een populatie zich ontwikkelt. Ook ziekten en natuurlijke vijanden spelen een rol. Fauna maakt onderdeel uit van het duinecosysteem en beheermaatregelen voor het herstel van het systeem en de verschillende biotopen zijn dan meestal genoeg voor de fauna. Maar soms zijn specifieke maatregelen nodig. Zo doet het Park het volgende aan faunabeheer.


We hebben natuurkernen en rustige gebieden ten behoeve van verstoringsgevoelige broedvogels. In het kader van duurzame recreatie zal ook onderzoek plaats vinden naar de draagkracht van de duinnatuur, vooral van verstoringsgevoelige broedvogels, voor duurzame recreatie. Hier zal de keuze van doelsoorten voor de natuurkernen een belangrijke rol spelen in de recreatieruimte.

We hebben steeds meer bunkers ingericht als vleermuisbunkers. Ook hebben we aandacht voor behoud van kwetsbare soorten waarvoor we als Park verantwoordelijkheid hebben zoals aardbeivlinder, bruine eikenpage, torenkruid, stofzaad, kleine steentijm; en een groot aantal insecten, die aan één of meer zones van het duinlandschap zijn gebonden.


In het Kraansvlak zijn als eerste in Nederland wisenten ingezet. Dit project is een samenwerking van PWN, ARK Natuurontwikkeling, Stichting Kritisch Bosbeheer, Stichting Duinbehoud en FREE Nature. Voor de wisenten geldt dat de samenwerkende organisaties streven naar uitbreiding van het leefgebied. De ecologische gevolgen en de interacties met het publiek worden gevolgd en in 2017 opnieuw geëvalueerd. Ervaringen worden actief gedeeld met geïnteresseerde natuurbeheerders, waarmee de samenwerkende organisaties de inzet van wisenten in het natuurbeheer elders in Nederland stimuleren.
Voor een aantal soorten zetten we wel in op populatiebeheer. Voor ons is het uitgangspunt, overeenkomstig de wetgeving, ‘geen jacht, tenzij...’ . Vanaf de jaren '60 van de vorige eeuw tot circa 2005 is de populatie reeën in de Kennemerduinen beheerd. Het aantal reeën bleef vanaf toen stabiel, terwijl het aantal damherten toenam. Populatiebeheer van reeën bleek toen niet meer nodig. Omwille van verkeersveiligheid is vanaf 2008 aan beheer van damherten gedaan door afschot in de randen van het Park. Medio 2010 is de beheerjacht stilgelegd vanwege de discussie rondom de damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Sinds die tijd is het aantal damherten sterk toegenomen, met gevaarlijke verkeerssituaties en natuurschade als gevolg. Eind 2013 is weer duidelijk dat beheerjacht weer mag (met verkeersveiligheid als wettelijke basis) en samen met Waternet is een ontheffing aangevraagd voor beheerjacht in het leefgebied van damherten en op lange termijn ook op reeën, op basis van streeftallen. Dit streven is ook opgenomen in het Faunabeheerplan van de Faunabeheereenheid. De ontheffing zal getoetst worden aan de NB-wet.
Daarnaast doen we diverse soorten onderzoek, bijvoorbeeld naar boommarters, naar het bevorderen van de aardbeivlinder, inventarisaties van nachtvlinders, naar bijzondere soortgroepen zoals de thermofiele insecten in verstuivingen. Vooral door vrijwilligers worden diverse soortgroepen gemonitord volgens nationale methoden: broedvogels, vlinderroutes, duinhagedisroutes en libellen. Ook is er een vogelringstation en faciliteren we diverse onderzoeken door derden, zoals het wisentenonderzoek.
Faunabeheer door verbinden van duinterreinen

Het verbinden van het Park met zijn omgeving is van groot belang voor fauna. Het gebied wordt doorsneden door druk gebruikte wegen en een spoorweg naar zee en vrije verplaatsing is in het duingebied voor veel soorten niet meer mogelijk. De habitats aan weerzijden worden met ecoducten verbonden; er is al een ecoduct klaar en de andere twee zijn in vergaande voorbereiding. Langs de binnenduinrand op de rand van park en bewoning liggen ook vele wegen. Hier zijn op veel plaatsen paddenschermen en –tunnels gemaakt. Gezien de leeftijd zal een aantal aan vervanging toe zijn. Er zijn ook nog nieuwe locaties waar paddentunnels gewenst kunnen zijn. Verkennend onderzoek naar ontsnipperingsmaatregelen voor andere diergroepen lijkt gewenst.


Aardkundige waarden

Het Park heeft hoge aardkundige waarde in de vorm van vastgelegde paraboolduinen, anders vormige duinen en in de vorm van nationaal en internationaal zeldzame processen (kustaangroei bij Zuidpier en op gang gebrachte nieuwe duinvorming). Maar ook juist het geheel van elkaar opvolgende duinenrijen van kust tot polder heeft een hoge aardkundige waarde. NPZK is daarom een aardkundig monument. Aardkundige waarden zullen we beschermen en behouden.


Overdracht en saneringen

In het kader van het beheersen van de grondwateroverlast rond de meertjes de Bokkedoorns zal manege de Bokkedoorns geamoveerd worden. Het Kennemerstrand (het jonge duingebied rond het Binnenmeer in de gemeente Velsen) zal worden opgenomen binnen de grenzen van het Park en het beheer en zo mogelijk het eigendom zal overgedragen worden aan Natuurmonumenten.


Doelen

PM (voorstel Marieke Kuipers volgt nog)

W
Beleidskeuze 2: We richten onze blik naar buiten. We profileren NPZK als een unieke natuurparel in de (Metropool)regio. Waardevol, belangrijk om te bewaren en heerlijk om van te genieten. We zorgen ervoor dat anderen ons ook zo zien.
aarom?

NPZK is een natuurgebied van internationale allure. NPZK heeft grote natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden, is van groot recreatief belang, is belangrijk voor natuureducatie en voor het onderzoek naar natuur, landschap en cultuurhistorie. Voor elk van deze waarden zijn gerichte beleidskeuzes en maatregelen nodig om ze te behouden en zo mogelijk te versterken. In het vervolg van dit hoofdstuk komen deze uitgebreid aan bod. Echter, dit alles zal alleen succesvol zijn als niet alleen wij zelf, maar ook onze omgeving doordrongen is van het grote belang van NPZK.


Juist voor NPZK is de blik naar buiten belangrijk. Het Park ligt immers in een druk deel van ons land. Zeker in zo’n sterk verstedelijkte regio is het belang van een groengebied als NPZK groot; voor het leefklimaat en daardoor ook voor het economisch vestigingsklimaat. Echter, in deze verstedelijkte omgeving kunnen zich ook ontwikkelingen voordoen die een bedreiging zijn voor het Park. De beste manier om dit te voorkomen is door zelf actief in diverse gremia mee te praten en –waar nodig- anderen ervan te overtuigen hoe waardevol het gebied is, juist in deze grootstedelijke context.
Hoe gaan we dit doen?

In het beleid voor het Nationaal Park is onze blik in de toekomst sterker naar buiten gericht. Wij profileren NPZK nadrukkelijk in beleidscircuits. We zetten NPZK daarbij neer als een unieke natuurparel in de (Metropool)regio. Aan de rand van deze drukke, verstedelijkte regio is NPZK dé plek met bijzondere natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden waar ook van genoten kan worden door de bewoners en de bezoekers van de (Metropool)regio. We zetten ons er voor in dat andere partijen in de (Metropool)regio (burgers, overheden, organisaties, ondernemers) ons op deze manier herkennen en erkennen en er mede voor zorgen dat wij het gebied toekomstbestendig kunnen blijven beheren. We zorgen dat we goed inspelen op de beleidsvraagstukken in de regio.


Behalve beleidsmatig/ strategisch richten we ook ‘operationeel’ de blik meer naar buiten, door vaak samen te werken met andere partijen in de omgeving van het Park en met andere nationale parken (beleidskeuze 12). Daarnaast is er uiteraard ook ‘in eigen huis’ nog heel wat te doen: in de navolgende beleidskeuzes gaan we hier op in.
Doelen

2.1 Andere partijen in de (Metropool)regio herkennen en erkennen het belang van NPZK voor de regio en zorgen er samen met ons voor dat wij het gebied toekomstbestendig kunnen blijven beheren.




Beleidskeuze 3: We voeren gericht beleid op cultuurhistorie. We kiezen voor bescherming van cultuurhistorische waarden en voor het goed beleefbaar maken daarvan voor het publiek. Het verhaal van NPZK is een verhaal over de combinatie van natuur, landschap én cultuurhistorie.




Waarom?

NPZK heeft een rijke cultuurhistorie en van vele tijdsperioden zijn nog gave fenomenen bewaard gebleven. Denk aan de landgoederen en buitenplaatsen, het zeedorpenlandschap, de oude waterwinninggebouwen, de archeologische vindplaatsen en plekken die herinneren aan de Tweede Wereldoorlog (zoals de Atlantikwall). Elk van de terreinbeheerders besteedt wel aandacht aan cultuurhistorie maar op dit moment is er geen NPZK-overkoepelend beleid. Dergelijk beleid is nodig om de waarden beter te beschermen. Ook willen we de cultuurhistorie beter beleefbaar maken, dit omdat veel recreanten interesse hebben in cultuur(historie) en omdat we het belangrijk vinden dat we bezoekers van het gebied (kinderen voorop) iets leren over onze geschiedenis. Beleefbaar maken kan ook de kans op het genereren van inkomsten vergroten. In ons beleid leggen we een nadrukkelijke relatie tussen cultuurhistorie en natuur en landschap. Het landschap is voor een groot deel door menselijk handelen ontstaan hetgeen de verbinding logisch maakt.


Hoe gaan we dit doen?

I
Beleefbaar maken van cultuurhistorie kan op meerdere manieren. Het kan gaan om het ontsluiten van een cultuurhistorisch element (zoals een bunker), maar ook van een verhaal (zoals de strijd in de Tweede Wereldoorlog). En ontsluiten kan op een fysieke manier (bijvoorbeeld met een voetpad) maar ook op een andere wijze (bijvoorbeeld via een folder of een app). Een tendens is dat steeds vaker het overbrengen van het verhaal, het tastbaar maken van de historie, centraal staat in plaats van sec een element. Wij kiezen hier veelal ook voor.
n ons hele beleid, en daarmee ook in onze communicatie-uitingen, krijgt cultuurhistorie een meer prominente plek. Ons verhaal gaat voortaan (vrijwel) altijd over natuur, landschap én cultuurhistorie. We gaan deze werelden beleidsmatig beter verbinden en in onze communicatie meer uitdragen. We realiseren ons dat we niet alle cultuurhistorische elementen kunnen behouden. We gaan in een gestructureerd proces keuzes maken: welke elementen willen we behouden? Welke willen we herstellen? Welke willen we beter beleefbaar maken? Welke willen we anderszins benutten (nieuwe functie?)? Nadat we de keuzes gemaakt hebben zullen we de stappen formuleren waarmee we die keuzes gaan vormgeven en vervolgens gaan we die stappen zetten. Bij het beter beleefbaar maken van onze cultuurhistorische waarden werken we vaker samen met cultuuraanbieders in de omgeving. We zetten een mix van middelen in om de beleefbaarheid te vergroten.
Doelen

3.1 Op basis van een gestructureerd proces hebben we bepaald welke waarden we willen behouden, herstellen, beleefbaar maken en anderszins benutten. Het beleid dat uit dit proces voortkomt hebben we vervolgens succesvol uitgevoerd.



3.2 We hebben natuur en cultuurhistorie sterker met elkaar verbonden. We hebben interessante producten, diensten en communicatieproducten ontwikkeld waarin deze relatie tussen beide naar voren komt.

3.3 Onze cultuurhistorische waarden zijn sterker verbonden met cultuurhistorische waarden in de regio.


Beleidskeuze 4: We versterken de mogelijkheden om het gebied recreatief te beleven. We richten ons daarbij op rustige, natuurgerichte recreanten en recreanten die geïnteresseerd zijn in het erfgoed van NPZK. Recreatie vindt plaats binnen de grenzen van een duurzaam beheer.


Waarom?
Het gebied is uitermate geschikt voor recreanten die natuur, rust en ruimte zoeken. NPZK heeft daarbij een belangrijke taak voor de omgeving; in het bijzonder voor de inwoners uit de direct omliggende gemeenten maar ook voor de bewoners van andere plekken in de drukke Randstad en toeristen die in de regio verblijven. Wij willen deze recreanten en toeristen graag ontvangen en een beleving geven die goed aansluit bij hun wensen. Daarbij geldt dat het in NPZK steeds zoeken is naar het evenwicht tussen het beschermen van de waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie en het laten genieten van deze waarden. Dit lukt zolang we ons blijven richten op rustige vormen van recreatie en vasthouden aan een goede zonering.
De bezoekers van NPZK zijn momenteel heel tevreden over de kwaliteit en kwantiteit van nagenoeg alle voorzieningen. Onze inzet is dat zij ook in de toekomst zo tevreden zijn en dat er bij hen mede daardoor draagvlak is voor het beleid van NPZK . Hiervoor is het belangrijk dat we het huidige recreatieve aanbod goed onderhouden en (kleine) verbeteringen en vernieuwingen doorvoeren waarmee we inspelen op trends en op behoeften van specifieke doelgroepen.
Hoe gaan we dit doen?

Duurzaam toerisme

We willen het Park duurzaam ontwikkelen en gebruiken het Europees Handvest voor Duurzaam Toerisme (ECST) hierbij als houvast. Het proces om tot het Handvest te komen helpt om onze duurzaamheidsstrategie scherp neer te zetten en om de samenwerking tussen Park en ondernemers en andere partijen die actief zijn rond recreatie en toerisme en/ of duurzaamheid te versterken. Met het opstellen van dit nieuwe beleidsplan is gewerkt aan de eerste twee principes van de ECST door toeristisch-recreatieve ondernemers bij de planvorming te betrekken en een hoofddoel voor duurzaam toerisme in het beleidsplan op te nemen. Toeristisch-recreatieve ondernemers kunnen zich via de certificering in de toekomst als duurzame gastheer van het Park onderscheiden. ECST biedt ons bovendien een internationaal netwerk van nationale parken waarmee op velerlei gebied samengewerkt kan worden (zie beleidskeuze 11). Uiteindelijk willen we er naar toe dat het gebied duurzaam beheerd en gebruikt wordt, de ondernemers in en om het Park duurzaam ondernemen én het transport van onze bezoekers duurzaam is.


Bescheiden groei mogelijk

Door externe ontwikkelingen, zoals een kleine bevolkingstoename, een toenemende behoefte aan recreëren in een groene omgeving (o.a. als gevolg van de vergrijzing), en doordat we goed inspelen op nieuwe trends en dit vraaggericht doen, kan het bezoekersaantal licht stijgen. Het gebied kan dit aan. Groei is echter geen doel op zich; we kiezen voor een duurzame ontwikkeling van NPZK. Bij het behalen van het ECST-certificaat zullen we nader onderzoeken welke groei mogelijk is..



Rustige recreatievormen, gericht op natuur, landschap of cultuurhistorie

De recreant die komt voor ons cultureel erfgoed noemen we voortaan expliciet als een van onze doelgroepen. Dit omdat we bijzondere cultuurhistorische waarden hebben waar we recreanten graag van willen laten genieten en omdat we het belangrijk vinden dat velen (de jeugd voorop) bekend worden met de historie. Daarnaast blijven we ons uiteraard richten op bezoekers die voor natuur en landschap komen. We faciliteren alleen rustige recreatievormen. Voor alle recreanten die binnen deze categorie vallen willen we een mooie beleving, goede, aantrekkelijke voorzieningen en diensten bieden; het maakt voor ons dus geen verschil of bezoekers de natuur willen bestuderen of dat het voor hen decor is. De voorzieningen die we momenteel bieden zijn sterk gericht op wandelaars, fietsers, trimmers, ruiters en gezinnen met kinderen. Dit blijven ook onze primaire doelgroepen. Daarnaast zullen we ons voor een viertal specifieke groepen nog extra inspannen. Dit zijn de omwonenden, de jeugd, gehandicapten en toeristen. De maatregelen die we gaan nemen voor deze vier specifieke groepen gaan we projectmatig uitwerken.



Gastvrijheid

We spreken expliciet uit dat NPZK gastvrijheid wil uitstralen. Iedereen die op zoek is naar

natuurbeleving of wil genieten van cultuurhistorie en hiervoor een rustige recreatievorm kiest is welkom in NPZK en moet zich ook welkom voelen. Samen met onze partners (onder andere recreatieondernemers) zorgen we voor deze gastvrijheid door het bieden van onder andere een mooi gebied, prima informatie en voorzieningen, leuke evenementen en een uitnodigende houding.

Zonering

Om de dubbele doelstelling voor natuur en recreatie te verwezenlijken hebben we in de vorige BIP-periode het park gezoneerd. Zonering is een middel om de ruimte in te delen voor de natuur en voor de verschillende typen recreanten. Deze zonering is afgestemd op de draagkracht van het gebied en op het verschil in behoeften van recreanten. Deze zonering functioneert goed voor recreatie en blijft gehandhaafd. Om het draagvlak voor ons beleid te vergroten gaan we nog beter uitleggen aan het publiek waarom het Park een zonering kent met intensief en minder intensief te gebruiken gebieden.



Versterken, vernieuwen en verhogen belevingswaarde

In NPZK zijn de voorzieningen voor rustige recreatievormen zoals wandelen, fietsen, trimmen, paardrijden, spelen, zwemmen en picknicken ruimschoots en overwegend goed onderhouden aanwezig. We zorgen dat we dit niveau behouden. Aandachtspunten daarbij zijn momenteel enkele ingangen (opknappen/ herinrichting is gewenst) en speelterreinen (meer verspreid over het gebied, betere communicatie erover). Veel van de huidige voorzieningen kunnen ook goed gebruikt worden door andere rustige vormen van recreatie die eveneens op natuurbeleving of op het beleven van de cultuurhistorie zijn gericht, zoals yoga, het vieren van kinderpartijtjes op speelterreinen of voor trouwreportages op een landgoed. Tegenover initiatieven hiertoe van anderen staan wij positief, mits passend binnen ons afwegingskader.

We blijven gefocust op het verbeteren van mogelijkheden voor de meest beoefende activiteiten in NPZK: wandelen en fietsen.

P.M. (Discussie in O.O.): We gaan onderzoeken of op enkele plekken extra verbindingen tussen gebiedsdelen binnen het Park en tussen het Park en de omgeving mogelijk zijn (Elswout, Koningshof, andere delen?) Het gaat hierbij om extra doorsteekjes (bijvoorbeeld overstapjes voor wandelaars), niet om nieuwe grote entrees of aanpassing van de zonering. De mogelijkheden om het Park ongehinderd te beleven nemen hierdoor toe.

Ook nemen we de routes onder de loep.



Hinder verminderen

Omgevingsgeluid hindert een deel van de bezoekers bij hun beleving van het Park. We zetten ons ervoor in om de stilte te bevorderen en een goede balans te vinden tussen alle betrokken belangen.



Gezamenlijk beleid voor evenementen en nieuwe recreatievormen

De verwachting is dat er de komende jaren steeds meer aanvragen komen om in het Park evenementen te mogen organiseren. Ook de terreinbeheerders en NPZK zelf hebben toenemende ambities in dezen. We gaan daarom met alle in NPZK participerende partijen een gezamenlijk evenementenbeleid formuleren en we gaan evenementen beter met elkaar afstemmen. We houden er rekening mee dat de rust, voor de natuur en voor andere recreanten, niet verstoord wordt door een overvloed aan evenementen. Ook komen er steeds vaker verzoeken voor bijzondere vormen van recreatie in de duinen, zoals excursies op segways, droppings of hondentrainingen. Verder komt het voor dat een recreatievorm zich zo ontwikkelt dat er last ontstaat voor natuur of andere recreanten .Wij willen als Park gezamenlijk beleid hierover opstellen.



Toezicht

De boswachters houden toezicht, zijn gastheer en spelen in op de verwachtingen van bezoekers. De beheerders werken samen in toezicht om de doelstellingen voor natuur en recreatie te waarborgen. Er is periodiek overleg en meerdere keren per jaar doen de beheerders gezamenlijk toezicht. Enkele keren per jaar is er projectmatig toezicht van beheerders met politie en handhavers van gemeenten en provincie om het toenemende nachtelijk bezoek aan het Park gezamenlijk tegen te gaan.


Doelen

4.1 Het recreatief gebruik van het Park is duurzaam. Het gebied kan de recreatiedruk goed aan en de onderlinge hinder van recreanten is beperkt.

4.2 We behalen het ECST

4.3 We trekken profijt van de economische, sociale en natuur- en milieuvoordelen van duurzaam toerisme in en om NPZK.

4.4 Minimaal 90%van de bezoekers behoort tot onze doelgroep: rustige natuurgerichte of op de in het Park aanwezige cultuurhistorie gerichte recreanten.

4.5 De bezoekers die behoren tot onze doelgroepen zijn tevreden over de beleving, voorzieningen, inrichting en beheer en over de gastvrijheid van NPZK. Bezoekers geven een bezoek aan NPZK in de toekomst net zo’n hoog rapportcijfer als in 2008: een 8,2.

4.6 De verbindingen vanuit de omliggende plaatsen naar NPZK zijn goed.

4.7 We bieden de jeugd veel aantrekkelijks en het bezoek door kinderen/ jongeren is toegenomen.

4.8 Gehandicapten kunnen delen van NPZK beleven en de informatie daarover is goed.

4.9 Buitenlandse toeristen faciliteren we goed, onder andere door goede informatievoorziening in meerdere talen.

4.10 De zonering binnen NPZK functioneert goed, zowel vanuit het oogpunt van natuur als van recreatie. Bestaande en nieuwe voorzieningen zijn in overeenstemming met de zonering.

4.11 Er is een grote mate van begrip bij onze bezoekers voor ons beleid ten aanzien van natuur en recreatie en daarmee voor de zonering.

4.12 De belevingswaarde is toegenomen; de onderlinge hinder verminderd en de geluidsoverlast niet verergerd.

4.13 We voeren een gezamenlijk evenementenbeleid zodat er een goede afstemming is.

4.14 We werken veelvuldig samen met recreatieondernemers, dit tot wederzijdse tevredenheid.

4.15 Er is een goede samenwerking tussen de beheerders t.a.v. toezicht waardoor schade en overlast vermindert.




Beleidskeuze 5: We kiezen voor het beheren van het gebied als ware het één eenheid met één beheerder. We dragen met trots en overtuiging uit dat het gebied een Nationaal Park is.


Waarom?

Wij beschouwen het gebied primair als nationaal park en dragen dit vol trots uit. Dit is een voorwaarde om de buitenwereld te overtuigen van het belang van NPZK. Ook willen we dat onze bezoekers het park als één nationaal park ervaren en niet als een verzameling losse gebieden.


Hoe gaan we dat doen?

Het park wordt als één eenheid beheerd. De samenwerking tussen de beheerders loopt momenteel al goed. Grote wijzigingen in onze manier van werken ten opzichte van de afgelopen jaren is dan ook niet nodig. Waar de afstemming beter kan zullen we dat doen.18


Het gebied is primair nationaal park. We blijven de eigen identiteit van de terreinbeheerders en de eigen karakteristieken van de verschillende gebiedsdelen respecteren, maar gaan binnen deze kaders de eenheid van NPZK versterken. Daar waar onnodige verschillen in regelgeving zijn trekken we dat recht. Ook gaan we het verhaal over NPZK (dat een verhaal is over een gevarieerd gebied, maar met elementen die wel logisch met elkaar samenhangen) beter, op een voor bezoekers aantrekkelijke wijze over het voetlicht brengen. Zowel de beheerders als de vrijwilligers dragen dit gezamenlijke NPZK-verhaal uit. Duobranding wordt consequent toegepast (conform het bestaande afsprakenkader hierover). Onze bezoekers zullen daardoor het Park, met zijn grote diversiteit, als één nationaal park ervaren. Het ‘label’ nationaal park gebruiken we nog beter om burgers, bestuurders en bedrijven aan het gebied te binden.
Doelen

5.1 Het park wordt als één eenheid beheerd.

5.2 Bezoekers ervaren NPZK als één nationaal park (en niet als een verzameling losse gebieden).

5.3 De buitenwereld (burgers, bestuurders en bedrijven) ervaart NPZK als één nationaal park.



W
Beleidskeuze 6: Wij kiezen voor een goede externe zonering en goede externe verbindingen, zowel voor de natuur als voor recreanten, en overleggen hierover met andere terreinbeheerders in de regio.
aarom?

In de omgeving van het NPZK liggen waardevolle natuurgebieden (zoals de Amsterdamse Waterleidingduinen en het Noord-Hollands Duinreservaat), grote recreatiegebieden (zoals Spaarnwoude en Haarlemmerméérgroen), landgoederen en buitenplaatsen en in de woonkernen veel parken en andere kleinere plekken met openbare groen. Elk van deze gebieden heeft zijn eigen karakteristiek en zijn eigen functie voor de natuur en voor de recreatie. Een duidelijke profilering en goede ecologische, recreatieve en hydrologische verbindingen vanuit het Park met deze omliggende groengebieden zijn van belang. Een heldere profilering zorgt ervoor dat het voor recreanten duidelijk is wat zij waar kunnen verwachten. En goede verbindingen dragen bij aan de migratie van soorten en zorgen voor aantrekkelijkere recreatieve routes.
Hoe gaan we dit doen?

Samen met de beheerders van andere natuur- en recreatiegebieden en met andere overheden gaan we de komende periode werken aan een goede spreiding van de diverse recreatievormen over de regio, gekoppeld aan de draagkracht en de kwaliteiten van de gebieden. Ook werken we samen aan een goede publieksvoorlichting hierover en aan het verbeteren van de natuur- en recreatieverbindingen tussen gebieden. Ook vanuit onze natuurdoelstelling gaan we de mogelijkheden verkennen om nauwer te gaan samenwerken met de aangrenzende groengebieden. Met name nauwe samenwerking met de gebieden die tot hetzelfde Natura2000-gebied behoren kan vanuit beheer-optiek voordelen geven. Het verbinden van het Park met groengebieden ten noorden en oosten is complex en hiervoor zijn we afhankelijk van anderen. Om de slagingskans te vergroten gaan we de verbindingen die wij wenselijk vinden en mogelijk achten (met het oog op natuur, water en recreatie) concreet benoemen en als input nemen voor gesprekken met externen Zie kaart (PM)


Doelen

6.1 NPZK is goed verbonden met groengebieden in de omgeving, met positieve resultaten voor natuur, water en recreatie.

6.2 Er is een regionale recreatieve zonering waarbij de recreatieve kwaliteiten van elk gebied optimaal tot hun recht komen, de druk op de natuurwaarden niet te groot is en waarbij het voor recreanten duidelijk is wat zij waar kunnen vinden.

Beleidskeuze 7: Wij kiezen voor een intensieve, open en tweezijdige communicatie die we doelgroepgericht inzetten.

Waarom?

Wij vinden het belangrijk dat het publiek zich er van bewust is dat NPZK een bijzonder natuur- en recreatiegebied is en grote cultuurhistorische waarden heeft. Zonder dit bewustzijn zal er ook geen draagvlak zijn, laat staan echte betrokkenheid. Onze communicatie moet bijdragen aan dit bewustzijn (NPZK als zender). Ook moet onze communicatie-inzet zodanig zijn dat we weten wat er leeft onder het publiek (NPZK als ontvanger) zodat we daar op adequate wijze op kunnen anticiperen.


Sommige maatregelen die we nemen hebben vrij veel impact, bijvoorbeeld doordat er veel werkverkeer plaatsvindt in het Park. Een goede uitleg over de noodzaak van de werkzaamheden (NPZK als zender) en een open oor voor suggesties vanuit het publiek (NPZK als ontvanger) om overlast te beperken draagt bij aan het draagvlak voor dit soort maatregelen. We kunnen dit nog beter doen dan dat we op dit moment doen.
Het creëren/ behouden van draagvlak is belangrijk. Maar ons doel reikt verder; we streven naar echte betrokkenheid. We willen dat nog meer mensen (burgers, ondernemers) NPZK in hun hart sluiten. Onze communicatie speelt hierin een prominente rol.
Hoe gaan we dit doen?

De communicatie met onze bezoekers en andere betrokkenen verloopt in grote lijnen naar tevredenheid. Die tevredenheid is wederzijds. Om die tevredenheid te handhaven moeten we er alert op blijven dat we juiste communicatiemiddelen inzetten. Zeker door de opkomst van sociale media zijn de wensen van het publiek hierin veranderd. Ook in de toekomst zullen zich hierin nieuwe ontwikkelingen voordoen. We zullen daar tijdig op anticiperen. Daarnaast zullen we vaker voor communicatievormen die ons toegang geven tot groepen die we graag willen bereiken maar waar we nu nog niet zo goed in slagen. Hiertoe zoeken we waar zinvol de samenwerking met nieuwe partners.19 Daarnaast blijven vormen als bezoekersbijeenkomsten, de nieuwsbrief en de website van belang. De website vraagt wel een andere, meer publieksvriendelijke, insteek. Een verbeterpunt is het luisteren naar onze bezoekers en andere betrokkenen. Te vaak communiceren we nog teveel vanuit ons eigen perspectief.


De communicatieactiviteiten zijn volledig geïntegreerd met de andere activiteiten in NPZK. Er is een goed functionerend NPZK-communicatieplan en communicatie-overleg. Er is een goede afstemming tussen alle partijen die een rol hebben in communicatie.
Doelen

7.1 Onze bezoekers en belangrijke stakeholders zijn overwegend positief over ons beleid en over de wijze waarop daarover kunnen meepraten en over geïnformeerd worden.

7.2 Onze bezoekers en belangrijke stakeholders voelen zich sterk betrokken bij NPZK.

7.3 Er is een compleet, gevarieerd en kwalitatief hoogwaardig pakket aan communicatiemiddelen over NPZK, afgestemd op bezoekers, regiobewoners, vrijwilligers, het regionale bedrijfsleven en de pers.


7.4 Bezoekers, omwonenden en andere betrokkenen waarderen de waarde van het NPZK, zijn bereid om zelf hier in te investeren en koesteren het Park.
7.5 Er is inzicht in de maatschappelijke betekenis van het NPZK.
W
Beleidskeuze 8: Wij spelen in de regio een prominente rol in natuur- en milieu-educatie. We brengen kennis over en inspireren mensen. Jeugd neemt hierbij een speciale plek in.
aarom?

Het overdragen van kennis van en inzicht in natuur, landschap en cultuurhistorie vinden we een belangrijke taak voor ons als Nationaal Park. Schoolkinderen, met name in de leeftijd van 4-12 jaar, zijn daarbij de belangrijkste doelgroep. Maar ook richten we ons op middelbare scholieren en volwassenen. Door hen kennis en inzicht bij te brengen, en hen de natuur, het landschap en de cultuurhistorie echt te laten beleven, werken we aan betrokkenheid bij het Park en natuur, landschap en cultuurhistorie in brede zin, voor nu en de toekomst. We bieden educatieve producten aan die aansluiten bij de belevingswereld van de verschillende groepen zodat zij met plezier aan de educatieve activiteiten deelnemen.


Hoe gaan we dit doen?

Bezoekerscentrum en informatiepunten
Bezoekerscentrum ‘De Kennemerduinen’ heeft door zijn ligging en uitstraling een veel groter bereik dan het oude bezoekerscentrum op de oude locatie. We zetten daarom in op een stevige toename van het aantal bezoekers ten opzichte van het verleden. De duurzaamheid van het gebouw en de omgeving van het nieuwe bezoekerscentrum bieden goede aanknopingspunten voor het combineren van de bekende thema’s van NPZK met dat van duurzaamheid. De inzet is daarom om bezoekerscentrum ‘De Kennemerduinen’ te ontwikkelen tot hét regionale centrum op het gebied van ‘groene’ duurzaamheid. Behalve extern heeft bezoekerscentrum ‘De Kennemerduinen’ ook een belangrijke interne functie; dit is de centrale ontmoetingsplek voor allen die bij het Park betrokken zijn. Naast bezoekerscentrum ‘De Kennemerduinen’ is er een informatiepunt, bij Elswout, en komt er nog een aan de noordzijde van het Park bij IJmuiden aan Zee.

Aanbod voor scholen/ samenwerking

Basisscholen zijn onze belangrijkste doelgroep voor educatie. NPZK biedt een doorlopende leerlijn voor basisscholen. De educatieproducten voor de verschillende leeftijden zijn inhoudelijk op elkaar afgestemd. We zorgen voor een goede samenwerking door een ieder die binnen het Park met educatie bezig is (met name het bezoekerscentrum, de coördinator C&E in dienst van het IVN, de vrijwillige schoolgidsen, terreinbeheerders, IVN Zuid-Kennemerland en de gemeenten). Ook werken we goed samen met partijen die actief zijn op het gebied van natuur- en milieueducatie in de regio. Ons streven is daarbij om de jeugd naar het gebied zelf te trekken. We zijn terughoudend in het verzorgen van natuureducatie buiten het Park, daar hebben onze samenwerkingspartners hun focus.



Recreatief aanbod met een boodschap
Met name via het bezoekerscentrum bieden we een recreatief aanbod waarin ook een inhoudelijke boodschap is verpakt. Dit in de vorm van verhuurproducten, excursies, activiteiten, evenementen en festivals. We communiceren doelgroep-gericht over dit aanbod zodat we uiteenlopende doelgroepen bereiken, zoals volwassenen, gezinnen, opa’s en oma’s met hun kleinkinderen, bedrijven en organisaties die buitenschoolse opvang bieden (BSO’s). ‘Beleving’ is altijd geïntegreerd in deze schoolprogramma’s en recreatie- en educatieproducten. NPZK heeft dus voor alle leeftijden en diverse doelgroepen middelen op maat.

Vrijwilligers

Zowel voor schoolexcursies als voor andere excursies spelen vrijwilligers een grote rol. Het gaat dan zowel om vrijwilligers die begeleid worden door het bezoekerscentrum als om vrijwilligers die aangesloten zijn bij één van de beheerders of bij IVN Zuid-Kennemerland. Schoolexcursies worden gegeven door schoolgidsen die direct verbonden zijn aan het Nationaal Park en begeleid worden door het bezoekerscentrum.



Doelen

8.1 Minimaal 50% van de basisscholen in de regio participeert in het educatieprogramma van NPZK en bezoekt daarbij het Park.

8.2 Samen met partijen op het gebied van natuur- en milieueducatie in de regio bieden we een gevarieerd pakket aan educatie dat goed gebruikt en gewaardeerd wordt

8.3 Er is een goede mix tussen educatie, recreatie en beleving, zowel voor de jeugd als voor andere groepen.

8.4 Bezoekerscentrum ‘De Kennemerduinen’ is goed bekend bij het publiek en functioneert als ontvangst- en kenniscentrum voor NPZK, als ontmoetingsplek voor alle beheerders van het park, als coördinatiepunt voor excursies en als regionaal centrum voor ‘groene’ duurzaamheid. Het bezoekerscentrum ontvangt minimaal 75.000 bezoekers per jaar.

8.5 Aan de noordzijde van het Park is een derde informatiepunt gerealiseerd.


8.6 We focussen in ons educatieaanbod op schooljeugd in de leeftijd van 4 tot 12 jaar, maar bieden ook mogelijkheden voor kinderen onder de 4 jaar en ouder dan 12 jaar. Zo dragen we bij aan initiatieven voor educatie in het voortgezet onderwijs.


Beleidskeuze 9: Wij kiezen voor een planmatige aanpak van onderzoek en monitoring, een goede interne uitwisseling en externe communicatie van de onderzoeksresultaten en een goede doorvertaling van onderzoeksresultaten naar maatregelen.



Waarom?

De bijzondere natuurwaarden zijn de reden van de aanwijzing als Nationaal Park. Door inventarisatie en monitoring verzamelen wij kennis over de ‘inventaris’ van onze biodiversiteit. Inventarisatie en monitoring leveren niet alleen kennis van de biodiversiteit, maar vooral inzicht in de natuurlijke processen, noodzakelijk om de aanwezige natuurwaarden in stand te houden. Een planmatige, onderling afgestemde aanpak van onderzoek zorgt er aldus voor dat het beleid van NPZK als geheel goed wordt ondersteund, gestuurd en onderbouwd. Een planmatige aanpak betekent ook dat we de energie die geïnvesteerd is in het vergaren van kennis zo goed mogelijk uitnutten, door deze kennis intern te delen, –indien relevant- extern te communiceren en eventueel te vertalen in maatregelen. Onderzoek en monitoring is van belang op het gebied van natuur, landschap, cultuurhistorie, recreatie, communicatie en educatie.


Hoe gaan we dit doen?

Typen onderzoek

In NPZK vindt zowel signalerend onderzoek (wat gebeurt er in en om het Park?), evaluatieonderzoek (wat is het effect van ons beleid?) als projectonderzoek (wat is het mogelijke effect van toekomstig beleid?) plaats. Daarnaast vindt er binnen NPZK wetenschappelijk onderzoek plaats en onderzoeken die onderdeel zijn van landelijke studies. Veel van het onderzoek binnen NPZK richt zich op natuur en landschap, maar ook vindt onderzoek plaats ten aanzien van cultuurhistorie, recreatie, communicatie en educatie.


Planmatige aanpak en afstemming

Het gezamenlijk bepalen van prioriteiten, het afstemmen van de onderzoeksaanpak en het delen van onderzoeksresultaten tussen partijen is van groot belang. Hierover bestaan afspraken en dit loopt ook vrij goed. We willen dit nog verder verbeteren. Dit betekent vooral dat we de bestaande afspraken beter gaan naleven. Gemeenten haken beter aan bij onderzoek en monitoring. De communicatie tussen terreinbeherende organisaties en gemeenten gaan we verbeteren. Ook de afstemming en de communicatie tussen de professionals en de vrijwilliger-onderzoekers willen we verder verbeteren (zie ook beleidskeuze 10).


Communicatie

Er vindt in NPZK veel onderzoek plaats dat, mits op een toegankelijke manier gebracht, voor een breed publiek interessant is. De communicatie hierover gaan we verbeteren.


Doelen

9.1 Op elk van de voor NPZK relevante terreinen wordt onderzoek verricht, zodanig dat we tijdig zicht hebben op belangrijke ontwikkelingen, inzicht hebben in het effect van ons beleid en inzicht hebben in de effecten van mogelijk nieuw beleid.

9.2 Er is een goede afstemming tussen terreinbeherende organisaties, vrijwilliger-onderzoekers en gemeenten over prioriteiten, onderzoeksaanpak en het delen van onderzoeksresultaten.

9.3 Door inventarisaties krijgen we een zo compleet mogelijk beeld van de aanwezige biodiversiteit.

9.4 De doorvertaling van onderzoeksresultaten naar maatregelen verloopt goed.

9.5 Interessante onderzoeksresultaten worden gecommuniceerd naar de buitenwereld of naar specifieke doelgroepen.




Beleidskeuze 10: Wij kiezen voor een actief vrijwilligersbeleid. We zorgen dat vrijwilligers zich gewaardeerd voelen en daarom bij ons willen blijven en we werven ook nieuwe vrijwilligers.



Waarom?

Vrijwilligers dragen bij aan de realisatie van de doelen van het Park, met name voor beheer, educatie en onderzoek. Wij ondersteunen de vrijwilligers, zodat zij hun werk met plezier en succesvol kunnen doen. Het vrijwilligerswerk is ook belangrijk voor het bereiken van draagvlak bij een breder publiek. Een vrijwilliger die in het gebied actief is zal het Park als ‘zijn eigen gebied’ ervaren. Het vrijwilligerswerk is voor velen een gezonde hobby die zij met enthousiasme uitoefenen. In het gebied zichtbare actieve vrijwilligers geven een positief beeld naar andere bezoekers en naar een nog breder publiek dat (nog) niet in het Park komt.


Hoe gaan we dit doen?

Diversiteit en afstemming

In NPZK zijn vele vrijwilligers actief met een divers activiteitenpakket: van onderhoud van het gebied en materiaal tot het leiden van schoolexcursies en het verrichten van onderzoek. Er zijn drie groepen te onderscheiden: De ‘eigen’ NPZK-vrijwilligers, vrijwilligers van NPZK-participanten (PWN, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en IVN) en niet-NPZK vrijwilligersgroepen (zoals de KNNV). Elke organisatie heeft zijn eigen karakter waar een vrijwilliger zich mee identificeert. NPZK,

PWN, NM, SBB en IVN zijn verantwoordelijk voor hun eigen vrijwilligers: de werving, de

inzet, de ondersteuning, de facilitering, eventuele vergoedingen en de kwaliteit. Dit neemt niet weg dat wel van belang is: efficiency (geen dubbele taken uitvoeren), duidelijkheid (rol van vrijwilliger) en eenheidsgevoel (samenwerking, één verhaal uitdragen). Op onderdelen kan dit beter.


Waardering en betrokkenheid

De vrijwilligers die zoveel goed werk verrichten binnen het Park verdienen onze waardering. Het is ook belangrijk om die waardering te tonen, om hen aan ons te blijven binden. Waardering zit hem in veel aspecten; van goede faciliteiten tot een snelle en adequate reactie op vragen of verzoeken van vrijwilligers. Over de gehele linie verloopt dit nu naar wens maar er zijn wel enige klachten vanuit vrijwilligers. We nemen deze serieus en onderzoeken hoe we vrijwilligers nog beter van dienst kunnen zijn. Communicatie met de vrijwilligers vindt plaats op informatieavonden, via de boswachters en via de nieuwsbrief.


Nieuwe aanwas

Behalve dat we de huidige vrijwilligers willen behouden, willen we ook graag nieuwe vrijwilligers werven. Doen we dit niet dan zal het aantal vrijwilligers immers langzaam afnemen. We gaan actief na welke leuke en belangrijke werkzaamheden vrijwilligers kunnen verrichten in het Park. Daarbij gaat het zowel om activiteiten die nu al vaak door vrijwilligers gebeuren, als om activiteiten waarvoor we hen nu nog niet of nauwelijks inzetten (bijvoorbeeld toezicht of het maken van een marketingplan). We gaan ons daarbij ook inzetten voor het werven van vrijwilligers die zich voor een korte tijd (bijvoorbeeld voor één project) willen inzetten. We maken capaciteit vrij voor het werven en begeleiden van nieuwe vrijwilligers.


Doelen

10.1 Het aantal vrijwilligers dat actief is binnen NPZK neemt toe.

10.2 De vrijwilligers die binnen NPZK actief zijn voelen zich gewaardeerd.

10.3 De afstemming tussen alle betrokkenen bij de vrijwilligersinzet is goed waardoor we als Park optimaal profijt hebben van het werk van de vrijwilligers.

10.4 Ons vrijwilligersbeleid ondersteunt ons streven naar meer maatschappelijke betrokkenheid bij het NPZK, een hoge waardering voor het Park, bereidheid om hierin te investeren en de wil om de waarden van het Park te koesteren. Het vrijwilligersbeleid plaatsen we in een bredere context van maatschappelijke betrokkenheid bij de natuur en burgerparticipatie. Het vrijwilligersbeleid wordt wanneer nodig aangepast n.a.v. maatschappelijke behoeften.
W
Beleidskeuze 11: We werken samen met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties die een actieve rol willen spelen in het bereiken van onze doelen.


aarom?

Het bestuur van NPZK is eindverantwoordelijk voor het behalen van de doelen van NPZK maar dat betekent niet dat de partijen die in NPZK participeren ook zelf alles moeten doen. Er is veel energie, kennis en kunde in de samenleving aanwezig die wij graag benutten. Hetgeen er binnen NPZK gebeurt kan hierdoor kwalitatief beter worden en mogelijk kan het kostenbesparend werken om anderen een rol te laten spelen. Bovenal zal het maatschappelijk draagvlak voor onze doelen toenemen als we burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties uitnodigen om mee te werken aan het realiseren van onze doelen.


Hoe gaan we dit doen?

Gericht in gesprek en in voor verrassingen

We hebben een uitnodigende houding naar anderen (burgers, ondernemers, organisaties) die mede verantwoordelijkheid willen en kunnen nemen om onze doelen te halen. We gaan met concrete voorstellen het gesprek aan met partijen én we stellen ons open voor verrassende voorstellen uit onverwachte hoek. We organiseren het proces ook zodanig dat we deze verrassingen op het spoor komen. In de oriënterende fase durven we hierbij vrij te denken. Uiteraard geldt uiteindelijk dat we pas met partijen in zee gaan als de samenwerking niet strijdig is met onze kernwaarden en bijdraagt aan het behalen van onze doelen. Met sommige organisaties sluiten we strategische allianties, met andere werken we op ad hoc basis of eenmalig samen.


Vrienden van NPZK’

Om de band met burgers en bedrijven te versterken kan een stichting ‘Vrienden van NPZK’ mogelijk interessant zijn. We gaan onderzoeken of het oprichten van een dergelijke stichting meerwaarde heeft, zowel voor de betrokkenheid als in financiële zin.


Partnerschap met ondernemers

We zien ondernemers in de toeristisch-recreatieve sector als onze partners bij het behalen van onze doelen op recreatief gebied. In het kader van het ECST gaan we nader uitwerken hoe we de samenwerking met de ondernemers kunnen versterken en hoe NPZK en ondernemers, ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid maar wel vanuit een gezamenlijke visie, kunnen bijdragen aan de versterking van het Park.


Samenwerking: ook sectoroverschrijdend

We zoeken de samenwerking met partijen die op deelthema’s gemeenschappelijke doelen hebben als NPZK. Thema’s waaraan gedacht wordt zijn onder andere gezondheid, duurzaamheid, educatie en cultuur. De wijze van samenwerking kan heel divers zijn, zoals samen evenementen organiseren, gezamenlijke educatie-activiteiten of gebruik maken van elkaars communicatiekanalen.


Samenwerking met andere nationale parken in binnen- en buitenland

Met name voor het uitwisselen van kennis en ervaringen zijn contacten met andere nationale parken in binnen- en buitenland van belang. In eigen land zoeken we zowel bilateraal samenwerking met andere nationale parken als via het collectief van het Samenwerkingsverband Nationale Parken. Internationaal is de Europarc Federation van belang. Europarc biedt een platform voor samenwerking, kennisuitwisseling en inspiratie. Ook is het de organisatie achter het ECST.


Doelen

11.1 Er komt in NPZK meer tot stand op basis van eigen initiatieven van burgers, bedrijven en organisaties en dit betekent een verrijking voor ons Park.

11.2 We hebben onderzocht of het interessant is om een stichting ‘Vrienden van NPZK’ in het leven te roepen en indien dit het geval is, dan hebben we dit gedaan en functioneert deze succesvol.

11.3 Er is een actief ondernemersnetwerk en samen met de ondernemers werken we vanuit een gezamenlijke visie samen aan het realiseren van onze doelen.

11.4 Voor specifieke thema’s hebben we strategische allianties gesloten met andere organisaties en/ of werken we anderszins samen. Dit draagt bij aan het behalen van onze doelen.

11.5 We wisselen kennis en ervaring uit met andere nationale parken in binnen- en buitenland en werken soms actief met hen samen. Dit draagt bij aan het realiseren van onze doelen.


frame48§
Waarom?

Op het moment van verschijnen van dit Beheer- en Ontwikkelplan zit ons land in een economische crisis. De verwachting is dat overheden ook de komende jaren nog moeten bezuinigen. Dit betekent dat NPZK sterk op de kosten moet letten én dat er meer dan ooit werk gemaakt moet worden van het vinden van alternatieve bronnen van inkomsten. Ook los van de huidige crisis is het overigens de lijn van Rijk en provincie dat het aandeel van private partijen (particulieren en bedrijven) in de beheerkosten van natuur- en recreatiegebieden omhoog moet. Sinds kort schrijft het Rijk niet meer voor hoe de nationale parken georganiseerd moeten zijn. Voor ons is dit een goed moment om de huidige organisatiestructuur tegen het licht te houden.


Hoe gaan we dit doen?

Slagvaardige organisatie

De bestuurders van het NPZK hebben ervoor gekozen om de huidige organisatievorm van Overlegorgaan, onder leiding van een onafhankelijk voorzitter, te continueren. Deze vorm is constructief en efficiënt gebleken. Mogelijk dat er partijen aan het Overlegorgaan worden toegevoegd. De afspraken over samenstelling van het Overlegorgaan en benoeming van de leden en de onafhankelijk voorzitter worden vastgelegd in een reglement.


Uitwisseling beleid
Het NPZK houdt in haar Beheer- en Ontwikkelplan rekening met het beleid van de afzonderlijke partners. Omgekeerd zullen de partners de doelen uit dit Beheer- en Ontwikkelplan meenemen in hun beleid.
Kostenefficiënt werken

We zorgen ervoor dat we kostenefficiënt werken. Veel winst ten opzichte van de huidige situatie is daarbij overigens niet te verwachten aangezien hier de laatste jaren al slagen gemaakt zijn. Zo voeren boswachters soms werkzaamheden uit in gebieden van andere beheerders. Als er op dit punt nog meer winst te behalen is zullen we dat doen.


Zakelijkheid

Voor de meeste vormen van gebruik van het Park hoeft het publiek niet te betalen. Dit is een groot goed en deze laagdrempeligheid willen we handhaven. Maar we willen soms wel zakelijker worden. Zo gaan we vaker aan (groepen) burgers en bedrijven die specifieke wensen hebben vragen wat zij zelf bereid zijn te doen om deze wens werkelijkheid te laten worden. En voor excursies, boekjes en folders gaan we vaker tarieven vragen die (een groter deel van) de kosten dekken.


Werven privaat geld

We gaan actief werk maken van het verwerven van meer private inkomsten. We richten ons daarbij zowel op bezoekers die betalen voor diensten, op andere particulieren (erfenissen en andersoortige giften) als op bedrijven (sponsoring, betalen voor rechten). Op korte termijn werken we hiervoor een plan van aanpak uit.


Publiek geld

Financiële bijdragen van overheden (EU, Rijk, provincie en gemeenten) zijn en blijven van belang om ons beleid uit te kunnen voeren. We richten ons zowel op projectsubsidies (bijvoorbeeld voor de aanleg van ecoducten), op financiering van wettelijk te nemen maatregelen (m.n. in het kader van PAS en Natura 2000) als op structurele financiering van NPZK.


Doelen

12.1 We hebben een slagvaardige organisatie waarin we prettig samenwerken en die kan rekenen op draagvlak in de omgeving.

12.2 We werken kostenefficiënt.

12.3 We slagen er in om meer private inkomsten te genereren.

12.4 We slagen er in om voldoende publieke gelden te genereren.

6 Projectenoverzicht



P.M.


1 Er is een intentieverklaring getekend waarin staat dat Natuurmonumenten in de toekomst het gehele Kennemerstrand gaat beheren.

2 Bron: Onbeperkt houdbaar. Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (2013)

3 Bron: Vooruit met natuurbeleid. Ministerie van Economische Zaken (2013)

4 Bron: 3e Kustnota. Ministerie van Verkeer en Waterstaat (2010).

5 Bron: Adaptatiestrategie voor een klimaatbestendige natuur. Planbureau voor de Leefomgeving en Wageningen UR (2010)

6 Bij elke sessie was een ‘frisdenker’ van buiten aanwezig. Daarnaast waren er veel praktijkdeskundigen uit het gebied (vrijwilligers, medewerkers terreinbeheerders).

7 Vooruit met natuurbeleid, Ministerie EZ (maart 2013)

8 Bron: Licht op groen!, provincie Noord-Holland (2013)

9 Bron: Actieplan Toerisme en Recreatie Zuid-Kennemerland. LAGroup (2011)

10 In het Regionaal Economisch Overleg werken de gemeenten in Zuid-Kennemerland, de kamer van koophandel en de provincie Noord-Holland samen.

11 Bron: Licht op groen!, provincie Noord-Holland (2013)

12 Bron: http://www.noord-holland.nl/web/Projecten/Natura-2000/Gebieden/KennemerlandZuid.htm

13 Bron: Bestuurlijke keuzes Nationale Visie Kust. Ministerie I&M en Ministerie EZ (2013)

14 Bron: Structuurvisie Bloemendaal, Kroon op de Regio. Gemeente Bloemendaal (2011)

15 Bron: Landschapsbeleidsplan Velsen. Gemeente Velsen (2009)

16 Economische Agenda 2011 – 2014. Deel III Toerisme & Recreatie, Voortgangsrapportage

november 2012. Gemeente Velsen (2012)



17 De keuze voor de op cultuurhistorie gerichte recreant wordt in de meeste andere nationale parken niet gemaakt.

18 Op onderdelen zijn er verschillen in aanpak tussen de terreinbeheerders. Zo beheert PWN de dennenbossen op een andere manier als Natuurmonumenten. Dergelijke verschillen mogen blijven bestaan.

19 Dit is geen geheel nieuwe beweging. De campagne ‘Dol op de duinen’ die we in 2011 samen met het Haarlems Dagblad vormgaven is hiervan een voorbeeld.



1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina