Behoeften zaken waar mensen naar verlangen Behoeften zijn oneindig groot



Dovnload 336.49 Kb.
Pagina5/6
Datum22.07.2016
Grootte336.49 Kb.
1   2   3   4   5   6

Monetair beleid in Nederland

De Nederlandsche Bank NV kreeg in 1863 het wettelijke monopolie om bankbiljetten in omloop te brengen. DNB werd in 1948 de cen­trale bank van Nederland


DNB heeft verschillende functies:

- Circulatiebank (in omloop brengen van bankbiljetten en enkele

munten)

- Bank der banken (particuliere banken kunnen geld lenen van



DNB)

- Bankier van de staat (DNB int alle rijksinkomsten en beheert

de schatkist)

- Monetaire autoriteit (DNB kan monetaire politiek bedrijven)

- Algemene bank

Als belangrijkste taak van DNB kan het reguleren van de waarde van de Nederlandse Gulden worden beschouwd.


DNB moet tevens zorgen voor de stabilisatie van de:

- Interne waarde van de gulden:

De koopkracht van de gulden in het binnenland

- Externe waarde van de gulden:

De wisselkoers van de gulden t.o.v. andere valuta's
Groot monetair beleid:

Maatregelen die tot doel hebben de interne waarde van de gulden te stabiliseren (bestrijding inflatie en deflatie)

Klein monetair beleid:

Maatregelen die tot doel hebben de externe waarde van de gulden te stabiliseren (stabilisatie wisselkoers)


DNB beschikt over een drietal instrumenten om beleid te voeren:

- discontopolitiek (interest)

- open-markt politiek

- maatregelen gebaseerd op de Wet toezicht kredietwezen


In de contingentsregeling staat vastgelegd welk bedrag banken over een periode van drie maanden mogen lenen. Gaan de banken over dir bedrag heen, dan moet er extra rente (rente opslag) betaald worden.
De rentepercentages die DNB t.o.v. de andere banken hanteert hangen af van het onderpand van de kredietnemers (de banken).
Wanneer het disconto die DNB hanteert t.o.v. andere banken wordt verhoogd, dan zal het algemene rentepeil in Nederland evenredig toenemen.
Wanneer wordt het disconto verhoogd?

- in een situatie van overbesteding

- wanneer het rentepeil in het buitenland hoger ligt (kapitaal-

vlucht naar het buitenland wordt voorkomen)

- wanneer een daling van de wisselkoers moet worden voorkomen
Wanneer het contingent wordt verhoogd, kunnen de particuliere banken meer geld lenen tegen normale discontotarieven
Hoe kan het komen dat de discontopolitiek niet het gewensde resultaat oplevert?

- producenten en consumenten reageren niet op discontoverande-

ringen

- particuliere banken beschikken over voldoende liquide mid-



delen zodat ze geen geld hoeven te lenen van DNB

- Maatregelen kunnen averechts werken (vermogensexportbeper-

king leidt tot een toename van de vermogensimport)
Open-markt politiek

DNB voert open-marktpolitiek wanneer ze op de geldmarkt waarde­papieren verkoopt en koopt om zo invloed uit te oefenen op de maatschappelijke geldhoeveelheid

--> Door het kopen van waardepapieren en vreemde valuta's ver-

groten de kredietmogelijkheden en dus de maatschappelijke

geldhoeveelheid

--> Bij verkoop gebeurt het omgekeerde


Korte rente rente van kortlopende kredieten

Lange rente rente van langlopende leningen

Wanneer de korte rente stijgt, moeten particuliere banken geld lenen op de kapitaalmarkt om kortlopende kredieten te financie­ren. Dit veroorzaakt een grotere vraag en dus een krapte op de kapitaal­markt. De lange rente zal hierdoor ook stijgen.
Open-marktpolitiek op de kapitaalmarkt:

Wanneer DNB op de effectenbeurs staatsobligaties koopt, zal de koers stijgen en het rendement dalen, met het rendement daalt de rente op de kapitaalmarkt.


Wet toezicht kredietwezen:

Deze wet zorgt ervoor dat de particuliere banken niet geheel vrij zijn in het bepalen van hun rentestanden.


De wet bestaat uit drie onderdelen:

- monetaire toezicht

- bedrijfseconomische toezicht

- structuurtoezicht


Monetaire toezicht:

- Kwalitatieve kredietscontrole (het verbieden van bepaalde

soorten kredieten)

- Kwantitatieve kredietscontrole (wijzigen minimum dekkings-

percentage)
Geldmarktkasreserveregeling

DNB kan banken verplichten een kasreserve aan te houden bij DNB


Monetaire kasreserveregeling

Maximum aan de groei van de kredietverlening van de particulie­re banken (kredietplafond)


Het bedrijfseconomische toezicht is gericht op de beleidsvoe­ring van de particuliere banken. DNB kan beperkingen opleggen die betrekking hebben op de solvabiliteits- en de liquiditeits­percentages.
Collectieve verzekering:

Banken zijn verplicht een bepaald bedrag per cliënt te verzeke­ren, zodat de rekeninghouder gegarandeerd is van uitbetaling.


Structuurtoezicht heeft betrekking op de structuur van de Ne­derlandse particuliere banken. Bijvoorbeeld moet bij een over­name van een bank een verklaring van geen bezwaar door DNB afgegeven worden

Betalingsbalans en wisselkoers

Men spreekt van een open economie wanneer een groot deel van de binnenlandse produktie op de buitenlandse markt wordt afgezet.

Naast deze goederenstroom is er tevens een vermogensstroom.
Betalingsbalans:

Overzicht van de Invoer en uitvoer van goederen en diensten en vermogensstromen van het binnenland naar het buitenland.


Wisselkoers:

Prijs waartegen een bepaalde valuta gekocht kan worden


Waarom is er sprake van import en export?

- Internationale arbeidsverdeling (doordat het ene land bepaal-

de goederen en diensten goedkoper kan vervaardigen dan het

andere land)


comperatief kostenvoordeel:

Een land heeft een comperatief kostenvoordeel wanneer het een goed goedkoper kan vervaardigen dan een ander land (bijvoor­beeld door de aanwezigheid van bepaalde productiefactoren of kennis)


Een gevolg hiervan is dat ale productiefactoren doelmatig wor­den gebruikt, hierdoor verhoogt de productiviteit en dus de welvaart.
Drie oorzaken comperatief kostenvoordeel

- klimaat

- geografische ligging

- verschillen in scholingsniveau


De goederenhandel met het buitenland
Uitvoer goederen:

vooral: - metaalprodukten

- chemische produkten

- voedings- en genotsmiddelen


Invoer goederen:

vooral: - grondstoffen

- halffabrikaten
Betalingsbalans:

Registratie van de waarde in guldens van alle financiële trans­acties met het buitenland binnen een bepaald jaar


Betalingsbalans is opgebouwd uit:

- goederenbalans (handelsbalans)

- dienstenbalans

- inkomensbalans

- primaire inkomensbalans

- secundaire inkomensbalans

- goud- en deviezenbalans

1. De goederenbalans (handelsbalans)

Registratie van de waarde in guldens van de invoer en uitvoer van stoffelijke goede­ren
Dekkingspercentage

Verhouding tussen waarde goederenexport en import



waarde goederenexport

waarde goederenimport x 100%


2. De dienstenbalans

Registratie van de waarde in guldens van de invoer en uitvoer van diensten (onstoffelijke goederen) zoals transport, bagger­werkzaamheden en toerisme


3. De inkomensbalans

Boekingen van inkomens die zijn betaald aan het buitenland of die zijn ontvangen van het buitenland


Primaire inkomens:

Beloningen voor aan het buitenland geleverde of van het buiten­land ontvangen productiefactoren


Secundaire inkomens:

Inkomens waar geen directe prestaties tegenover staan (inko­mensoverdrachten) zoals overdrachten aan de VN.

Lopende rekeningen

De deelbalansen: Goederenbalans; Dienstenbalans Inkomensbalans;


Balans van het onzichtbare verkeer

Dienstenbalans en inkomensbalans


4. De kapitaalbalans

Boeking van alle vermogenstransacties met het buitenland (in­clusief aan- en verkoop van obligaties en aandelen, deelnemin­gen in bedrijven)


Incidenteel kapitaalverkeer / Structureel kapitaalver­keer

Kortlopend vermogensverkeer / Langlopend vermogensverkeer


Officiële langlopende kapitaalverkeer

Leningen in het kader van de ontwikkelingshulp


Samenhang met inkomensbalans

Wanneer een land vermogens 'exporteert' zullen op temijn de renteinkomsten uit het buitenland stijgen en er zal een over­schot op de inkomensbalans ontstaan.


5. De goud- en deviezenbalans

Registratie van de toename of vermindering van goud en devie­zen


Deviezen

Tegoeden in convertibele valuta's (buitenlandse geldsoorten)


De omvang van de goud- en deviezenvoorraad wordt iedere week gepubliceerd in `weekstaat' van DNB NV
Evenwicht op de betalingsbalans
Men onderscheidt verschillende evenwichten:

- Formeel evenwicht

- Evenwicht op de lopende rekening

- Fundamenteel evenwicht

- Evenwicht op de totale betalingsbalans

- Materieel evenwicht


1. Formeel evenwicht

Saldi van de vijf deelbalansen is altijd gelijk aan nul (boek­houdkundig evenwicht)

Het saldo van de totale rekening van de betalingsbalans is gelijk aan de optelsom van de eerste vier deelbalansen.
Internationaal betalingsprobleem

Een Nederlandse betaling aan het buitenland heeft altijd een aankoop van buitenlandse valuta tot gevolg. Elke betaling aan Nederland leidt dus tot de aankoop van guldens.

Wanneer het buitenland guldens tekort komt levert DNB NV deze aan het buitenland in ruil voor goud en deviezen.
2. Evenwicht op de lopende rekeningen

De optelsom van de saldi van de eerste drie deelbalansen (goe­deren, diensten en inkomensbalans) is gelijk aan nul. Deze situatie doet zicht uiteraard alleen bij toeval voor.


Actieve betalingsbalans

Men spreekt van een actieve betalingsbalans wanneer de lopende rekening een overschot vertoont.

Bij een tekort spreekt men van een passieve betalingsbalans.
3. Fundamenteel evenwicht

Het saldo van de lopende rekening + het saldo van het langlo­pende vermogensverkeer is gelijk aan nul.


vuchtkapitaal - kortlopend vermogen
4. Evenwicht op de totale betalingsbalans

Wanneer er zich geen verandering in de goud- en deviezenvoor­raad voordoet (saldo lopende rekening + kapitaalrekening is gelijk aan nul).


5. Materieel evenwicht

Men spreekt van een materieel evenwicht wanneer er geen sprake is geweest van ingrijpen van monetaire auto­riteiten om de beta­lingsbalans in een land in evenwicht te krijgen.


Betalingsbalans en nationaal inkomen

Overschotten of tekorten op betalingsbalansen hebben zowel conjucturele als structurele gevolgen.


Directe bestedingseffecten

Wanneer de import of export van goederen en diensten verandert, is dit van invloed op de effectieve vraag in een economie.



Toename van de export (afname van de import) van goederen en diensten leiden tot een toename van de vraag naar goederen en diensten in het binnenland.

- In het geval van onderbesteding zal de nationale produktie

stijgen. De conjucturele werkeloos­heid zal dan afnemen en het nationaal inkomen zal stijgen.

- In het geval van een bestedingsevenwicht of overbesteding zal er bestedingsinflatie optreden. De stijging van de inkomens zal teniet gedaan worden door een stijging van de prijzen.


Afname van de export (toename van de import) zal de binnen­landse vraag verkleinen.

- In het geval van onderbesteding of bestedingsevenwicht zal er conjucturele werkeloosheid ontstaam

- In het geval van overbesteding zal de bestedingsiflatie be­perkt worden.
Monetaire bestedings- en structuureffecten:
Onevenwichtigheden op de betalingsbalans kunnen leiden tot verandering van de maatschappelijke geldhoeveelheid.

- Geldontvangsten uit het buitenland hebben altijd tot gevolg

dat de binnenlandse geldhoeveelheid toeneemt

- Een betaling aan het buitenland kan een verkleining ervan tot

gevolg hebben
De veranderingen van de binnenlandse geldhoeveelheid hebben renteveranderingen tot gevolg. Dit heeft weer gevolg voor de besparingen, consumptieve bestedingen en investeringen.
Betalingsbalans en geldstelsel
Een overschot op de betalingsbalans doet de goud en deviezen­voorraad stijgen, en tekort doet deze dalen.
Goud- en deviezenvoorraad

De goud en deviezenvoorraad dient als dekking voor de in om­loop zijnde bankbiljetten en afgesloten rekening-couranttegoeden.


Bij een betalingsbalansoverschot zal dus de positie van de nationale bank verstevigen. Langdurige tekorten op de betalingsbalans zijn dus ongewenst. Ieder land streeft naar een evenwichtige betalingsbalans.
Betalingsbalans en wisselkoers
Covertibele valuta's - omwisselbare geldeenheden

Sleutelvaluta - wereldwijd geaccepteerd betaalmiddel

Wisselkoers - aantal guldens dat moet worden be-

taald voor een andere valuta


Verschil tussen biedkoers en laatkoers:

Dit verschil dient om de kosten te dekken en het risico van koersveranderingen ongedaan te maken


Risico's voor exporteurs en importeurs kunnen gedekt worden op de valutatermijnmarkt.
Wisselkoerssystemen:
De wijze waarop de wisselkoers tot stand komt is afhankelijk van het wisselkoerssysteem
Er zijn verschillende wisselkoerssystemen te onderscheiden:

- Zwevende wisselkoersen

- Vaste wisselkoersen

- volstrekt vaste wisselkoersen

- vaste wisselkoersen met schommelingsmarge

- vaste maar aanpasbare wisselkoersen


1. Zwevende wisselkoersen

De wisselkoers is geheel afhankleijk van vraag en aanbod

Een lage wisselkoers verslechtert de concurrentiepositie van een land ten opzichte van andere landen. Een hoge wisselkoers verbetert deze positie.
Evenwichtskoers

Het evenwicht op de valutamarkt komt tot stand bij een koers waarbij de vraag naar en het aanbod van een vreemde valuta gelijk zijn


Depreciatie (minder waard worden)

Een depreciatie van de gulden ten opzichte van de dollar wil zeggen dat de gulden minder waard wordt ten opzichte van de dollar.


Appreciatie (meer waard worden)

Een appreciatie van de gulden ten opzichte van de dollar wil zeggen dat de gulden meer waard wordt ten opzichte van de dol­lar.


Oorzaken van wisselkoersveranderingen in de lopende rekening van de betalingsbalans:

- prijsveranderingen van binnenlandse produkten: bij een prijs-

daling van Nederlandse produkten zal de Nederlandse export

toenemen. Tegelijkertijd zal de import dalen.

Het aanbod van vreemde valuta's zal stijgen. De vraag naar

vreemde valuta's zal dalen. De gulden zal in waarde stijgen

ten opzichte van buitenlandse valuta's

- prijsveranderingen van buitenlandse produkten

- prijsdaling: invoer aantrekkelijker, uitvoer wordt belem-

merd. Vraag naar buitenlandse valuta's neemt toe, aanbod

neemt af. Prijs van buitenlandse valuta's zal stijgen

- prijsstijging: het omgekeerde: de gulden zal in waarde

stijgen

- Wijziging reëel inkomen



- daling van het binnenlandse reële inkomen: De vraag naar bui-

ten landse goederen zal dalen, prijs buitenlandse valuta's

zakt.

- stijging van het b.r.i.: vraag naar buitenlandse goederen



zal stijgen, gulden deprecieert t.o.v. buitenlandse valu-

ta's


- veranderingen in smaak en kwaliteit kunnen ook de vraag en

het aanbod op de internationale goederenmarkt veranderen.

Dit heeft wisselkoersveranderingen tot gevolg
Oorzaken van wisselkoersveranderingen in de kapitaalrekening

van de betalingsbalans

- veranderingen in de ineterest

- daling interest: belegging Nederlands vermoegen in het bui-

tenland: meer vraag naar buitenlandse valuta's: de koersen

van vreemde valuta's zullen stijgen

- bij een stijging geldt het omgekeerde

- veranderingen in de wistverwachtingen

- stijging winstverwachtingen in het buitenland: investerin-

gen in het buitenland nemen toe: meer vraag naar buiten-

landse valuta's: stijging van de prijs van vreemde valuta's

- bij een daling geldt het omgekeerde


Voordeel zwevende wisselkoersen:

- betalingsbalans zal naar een evenwicht neigen

Nadeel:

- dit stelsel veroorzaakt onzekerheid in de internationale



handel
2. Vaste wisselkoersen

a. Volstrekt vaste wisselkoersen


Interveniëren

Het aankopen of aanbieden van vreemde valuta's van een nationa­le bank om de wisselkoers op een vast niveau te krijgen. Dit kan doordat de nationale banken over een goud- en deviezenvoor­raad beschikken.


Een volstrekt vaste wisselkoers is dus niet moegelijk omdat er dan voortdurend geïntervenieerd moet worden
b. Vaste wisselkoersen met schommelingsmarge
In dit stelsel mogen wisselkoersen schommelen binnen een koers­zoom (oftewel: bandbreedte, koerszoom). Wanneer er buiten de bandbreedte getreden wordt (wanner het interventiepunt wordt bereikt) moet de nationale bank interveniëren.
Spilkoers - Middenlijn van de bandbreedte
c. Vaste maar aanpasbare wisselkoersen
Zie geval twee. Er is één uitzondering: de spilkoers kan gewij­zigd worden. Dit kan noodzakelijk zijn wanneer een land voort­durend een groot overschot op de betalingsbalans heeft.
Revalueren - het verlagen van een spilkoers

Devalueren - het verhogen van een spilkoers


Voordeel van vaste wisselkoerssystemen

- er zijn nauwelijks onzekerheden over de hoogte van de wissel-

koers (bevordering wereldhandel)
Nadeel van vaste wisselkoerssystemen:

- er kunnen onevenwichtigheden op de betalingsbalans optreden


Internationaal economisch bestel
Hoe is de internationale samenwerking ontstaan?

De economische ellende in de jaren dertig (werkeloosheid, wis­selkoersdepreciaties, protectie) zorgde ervoor dat de landen zich ertoe zetten een internationale samenwerking aan te gaan.


Motieven voor internationale samenwerking:

- stimuleren van een ordelijk internationaal handels- en beta-

lingsverkeer

- men wil voorkomen dat het ene land door beleidsmaatregelen

schade berrokkent aan een ander land

- het formuleren van internationale standaarden en gedragscodes

- het voorkomen van conflicten

- het bevorderen van de welvaart en het verdelen daarvan over

de landen
Supranationale organisatie:

Een internationale monetaire organisatie die beslissingsmacht overgedragen krijgt van de vershillende deelnemende landen en dus bindende beslissingen kunnen nemen


Intergouvernementele samenwerking:

De deelnemende lidstaten blijven geheel zelfstandig maar probe­ren door overleg tot (niet bindende) besluiten te komen


Internationaal Monetair Fonds

- ordenende functie (regeling van het wisselkoersstelsel)

- kredietfunctie (quota)
quotum

afdracht aan het IMF waarvan 50% direct opvraagbaar (automa­tisch trekkingsrecht)is en bij de rest (tot 125%) een verant­woording afgegeven dient te wor­den (voorwaardelijk trekkings­recht).

Het quotum heeft twee functies binnen het IMF:

- het bepaald het stemrecht van het desbetreffende lidstaat

- het bepaald de omvang van de kredieten die verleend kunnen

worden
Verlening van kredieten door het IMF

Gewone trekkingsrechten:

- Ieder land heeft recht om 125% van zijn quotum te lenen van

het IMF (de 125% vormt vijf tranches van ieder 25%)

- de eerste twee tranches (2 x 25%) kunnen zonder verantwoor-

ding opgevraagd worden (automatisch trekkingsrecht)

- de overige drie tranches zijn voorwaardelijke trekkings-

rechten. Er moet aan verschillende eisen van het IMF vol-

daan worden wil het land de tranches kunnen opvragen. De

eisen hebben (vanzelfsprekend) betrekking op de economische

beleidsvoering in een land


Bijzondere trekkingsrechten (Special Drawing Rights)

- ieder lidstaat heeft een SDR-tegoed toegewezen gekregen

Wanneer een land een tekort op de b.b. vertoont kan het

vreemde valu­ta's lenen bij het IMF. Dit wordt dan van het

SDR-tegoed afgetrokken. Het IMF wijst een ander lidstaat (met een overschot op de b.b.) aan die de valuta's moet leveren.

De SDR:


De SDR dient tevens als rekeneenheid en is opgebouwd uit Ameri­kaanse dollars, Britse ponden, Franse francs, Duitse marken en Japanse yens. De waarde van de SDR is afhankelijk van de wisselkoers-verhoudingen van deze vijf lidstaten.
Besluitvorming na 1973:

- wisselkoersen van EMS-landen mogen niet meer dan 2,25% afwij-

ken van de spilkoers
1979: Europese Monetaire Stelsel

De meeste EG-landen werken aan dit stelsel mee


Kenmerken Europese Monetaire Stelsel:

- De wisselkoersen van twee EMS-landen mogen niet méér afwijken

dan 2,25% boven en 2,25% onder de spilkoers. De centrale

worden dus geacht in het interventiepunt te interveniëren

- De afzonderlijke valutakoersen mogen niet meer dan 2,25% af-

wijken van hun officiële middenkoers uitgedrukt in Ecu's

- Alle lidstaten moeten 20% van hun goud en deviezenvoorraad

storten in het Europese Fonds voor Monetaire Samenwerking.

In ruil hiervoor hebben ze een tegoed in Ecu's gekregen.

Het Fonds gebruikt de vergaarde valuta's voor interveniëren

en het verstrekken van kredieten.

- De onderlinge wisselkoersen binnen het EMS zijn aanpasbaar

(devalueren en revalueren mogelijk)
Overige monetaire samenwerking
Wereldbank

De wereldbank werd in 1944 opgericht om hulp te bieden (kredie­ten te verlenen) aan bepaalde landen die economisch verlies hadden opgeboud tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Toen de schade was verholpen ging de bank over tot het verlenen van ontwikkelingshulp.
Bank voor internationale Betalingen

Shakel tussen de centrale banken van de belangrijkste indus­trielanden.


Internationale handelspolitiek: protectie en vrijhandel
Na WOII werd vooral gestreefd naar liberalisatie van de handel (dwz. handelsbelemmeringen opheffen).
3 soorten handelsbelemmeringen:

- tarifaire invoerbelemmeringen

- non-tarifaire belemmeringen

- exportgerichte maatregelen


1. Tarifaire invoerbelemmeringen

- Specifieke invoertarieven (tarief per kg v.e. bepaald goed)

- Ad-valoremrechten (percentage van de waarde van produkten)
2. Non-tarifaire handelsbelemmeringen

- douanevoorschriften (uitgebreide ingewikkelde voorschriften)

- technische voorschriften (stellen van technische eisen)
3. Exportgerichte maatregelen

- exportsubsidies

- voorlichting en propaganda voor exportmogelijkheden

Waarom protectie?

- bescherming van de binnenlandse productie en werkgelegenheid

- verbetering van de betalingsbalans

- bescherming van strategisch geachte sectoren
Nadelen:

- wereldwelvaart daalt

- tegenmaatregelen in andere landen worden uitgelokt

- binnenlandse prijspeil zal gaan stijgen


Internationale bestrijding van protectie
De handelsbelemmeringen worden vooral aangepakt binnen het kader van de GATT (General Agreement of Tariffs and Trade).

De GATT had als uitgangspunt dat handelsliberalisatie de wel­vaart zou bevorderen.


Meesbegunstigingsclausule

Vermindering van invoerbelemmeringen tussen twee landen moet automatisch ook gelden voor andere GATT-landen.


Anti-verwerkingseffect

Ontwikkelingslanden blijven grondstoffen exporteren omdat de invoerrechten van bewerkte produkten hoger zijn.


UNCTAD (United Nations Conference on Trade and Development)

Streeft naar lage invoertarieven op markten van rijke landen en bevordering van de welvaart in arme landen


Europese economische integratie
In Europa is na de Tweede Wereldoorlog het besef gegroeid dat de Europese landen een sterk blok moesten vormen op politiek en economisch gebied. Dit blok moest samen met de VS fungeren als tegenhanger van het communisctische blok in Oost Europa.
Later groeiden Oost en West steeds meer naar elkaar toe (een­wording Oost en West Duitsland).
Autarkie - geen sprake van economische samenwerking tussen

landen
Vormen van economische integratie

- Bilateraal handelsverdrag (afspraken over export en import

tussen twee landen)

- Vrijhandelszone (aangesloten landen schaffen hun wederzijdse

handelsbelemmeringen af

- Douane unie (gemeenschappelijk buitentarief)

- gemeenschappelijke markt (vrij onderling verkeer van produc-

tiefactoren)

- Economische Unie (alle kenmerken van een gemeenschappelijke

markt plus een gemeenschappelijke (belasting)politiek

Bijvoorbeeld de BeNeLux

- Monetaire unie (één gemeenschappelijke munteenheid)
De EG
Garantieprijzen - Minimumprijzen voor bepaalde produkten
Variabele invoerheffing:

Deze invoerheffing compenseert het verschil in prijs tussen EG landen en niet-EG landen wanneer een produkt wordt ingevoerd


- Beleid EG wordt ontworpen door de Europese Comissie

- Raad van Ministers keurt de besluiten goed of keurt ze af

Deze raad wisselt van samenstelling. Deze wisseling vindt

plaats naar onderwerp: landbouw: alle ministers van landbouw

defensie: alle ministers van defensie

- Europese parlement kan een begroting aanvaarden of verwerpen

- Hof van Justitie (kan worden ingezet bij meningsverschillen

tussen EG-landen of meningsverschillen over het EG beleid)


Verenigde Naties

- handhaving vrede en veiligheid

- bescherming van de rechten van de mens

- stimulering van de economische en sociale ontwikkeling in de

wereld
OESO

- houdt zich bezig met het economische beleid van lidstaten en

publiceert periodieke kritieken
Betalingsbalanspolitiek in een open economie
De Nederlandse economie is sterk afhankelijk van de economische situaties van handelspartners.
Ruilvoet en betalingsbalans
Ruilvoet:

gewogen prijsindex van de uitvoergoederen in periode t

gewogen prijsindex van de invoergoederen in periode t x 100%


Verslechtering ruilvoet:

Per eenheid invoergoed moeten meer eenheden uitvoergoederen worden opgeofferd


Verbetering ruilvoet:

Per eenheid uitvoergoed kunnen meer goederen geïmporteerd wor­den


Bestedingspolitiek en betalingsbalans
Het opvoeren van de binnenlandse of buitenlandse bestedingen heeft tevens invloed op de betalingsbalans.
Wanneer de binnenlandse (overheids)bestedingen toenemen, zal het nationaal inkomen toenemen. Hierdoor zal tevens de import toenemen en de betalingsbalans zal verslechteren.

Het omgekeerde gaat zoals gebruikelijk ook op: Buitenlandse investeringen nemen toe: Nederlandse betalingsbalans zal verbe­teren.


Monetair beleid en betalingsbalans
Ook het monetair beleid in een land oefent sterke invloed uit op de betalingsbalans.
Wanneer er geldschepping plaatsvind, zal de rente dalen. Hier­door zal de kapitaalstroom naar het buitenland vergroten en zal de kapitaalbalans verslechteren

Wanneer de geldhoeveelheid afneemt, zal dus de kapitaalrekening verbeteren


Wisselkoersveranderingen en betalingsbalans
Tevens wisselkoerswijzigingen hebben sterke invloed op de beta­lingsbalans.

Wanneer er een tekort op de betalingsbalans is kan een munteen­heid gedevalueerd worden (in prijs omlaag). De export zal dan toene­men, de import afnemen en dus de betalingsbalans verbete­ren


Kortgezegd 3 mogelijkheden voor verbetering van de betalingsba­lans:

- verhoging discontovoet (en dus de rente)

- bestedingsbeperking

- devaluatie van de geldeenheid





1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina