Behoeften zaken waar mensen naar verlangen Behoeften zijn oneindig groot



Dovnload 336.49 Kb.
Pagina6/6
Datum22.07.2016
Grootte336.49 Kb.
1   2   3   4   5   6

Ontwikkelingslanden

Algemene economische kenmerken van ontwikkelingslanden:

- laag reëel inkomen per hoofd van de bevolking

- hoog percentage van de beroepsbevolking is werkzaam in de landbouw

- groot aantal werklozen

- betalingsbalanstekorten (bij sommige olie-exporterende landen is dat niet het geval)

- bestedingen zijn consumptief (weinig investeringen)

- inkomensverdeling in een arm land is vaak ongelijkmatig

- landbouw is de voornaamste produktiesector

- inefficiënte produktie

- laagontwikkelde landbouwtechniek

- geringe produktie per ha.

- Geringe voedselproduktie per hoofd van de bevolking
primaire sector - beroepssector bestaande uit landbouw, visserij,

veeteelt, delfstoffenwinning


secundaire sector - beroepssector bestaande uit industriële be-

drijven
tertiaire sector - beroepssector bestaande uit dienstverlenende be-

drijven
Monocultuur - wanneer een land afhankelijk is van de voortbren-

Ging van één produkt


Algemene demografische kenmerken van ontwikkelingslanden:

- hoge geboortegraad

- hoge sterftegraad

- geringe levensverwachting

- klein aantal artsen per hoofd van de bevolking
Algemene culturele, politieke en religieuze kenmerken:

- weinig scholen

- ongunstige status vrouw en kind
Interne oorzaken:

- Tekort aan beschikbare natuurlijke hulpbronnen in het land

- Onvolledige benutting van beschikbare natuurlijke hulpbronnen

- Tekort aan kapitaalgoederen en onvoldoende investeringen

- Geringe produktiviteit en kwaliteit van de arbeid

- Groeibelemmerende politieke, religieuze en culturele patronen


Externe oorzaken:

- koloniale tijdperk

motieven voor kolonisatie:

- goedkopere grondstoffen

- voldoende goedkope arbeidskrachten

- kostenvoordelen in koloniën (hoge winsten)

- afzetgebied voor produkten uit het moederland

- groter imperium -> grotere macht

- militaire steunpunten

dependencia - wanneer een land politiek gezien onafhankelijk is

maar economisch gezien wel afhankelijk
De Economie van de collectieve sector (O)
Georiënteerde markteconomie - Economie waarin men uitgaat

van het vrije marktmechanisme

maar waarin de overheid een

vinger in de pap heeft


Particuliere sector - gezinnen en particuliere ondernemin-

gen


Collectieve sector - overheid (rijk, gemeente, wetenschap)
Miljoenennota - Een nota waarin een schatting wordt gegeven

van de in een jaar verwachte overheidsuitga-

ven en inkomsten (begroting)

Budget Wanneer deze begroting wordt aangenomen ver-

andert het in een budget
Overheidsontvangsten:
1. Directe belastingen:

- inkomstenbelasting

- loonbelasting

- vennootschapbelasting


2. Indirecte belastingen:

- BTW


- accijnzen

- invoerbelasting


3. Rijksretributies - Ontvangsten voor direct aan te wijzen

rijksdiensten


4. Inkomsten uit overheidsbedrijven

- winsten (uit DNB NV en 's Rijks Munt)

- deelnemingen (deel van de aandelen, bijv. N.A.M.)
Draagkrachtbeginsel - Sterkste schouders moeten het meeste

belasting betalen

Profijtbeginsel - Degenen die het meest profijt onder-

vinden van overheidsactiviteiten moe-

ten ook het grootste deel van de kos-

ten dragen


Het begrotings- en financieringstekort van het rijk
Begrotingstekort - de overheidsuitgaven zijn groter dan

de overheidsontvangsten


Financieringsbehoefte - Het geld dat het rijk leent om een

begrotingstekort te dichten

Financieringstekort - financieringsbehoefte - aflossingen
Monetaire financiering - financiering d.m.v. het afsluiten van leningen die de geldhoeveelheid ver-

groten


Niet Mon. financiering - financiering d.m.v. het afsluiten van

(langlopende) leningen die de geld-

hoeveelheid niet vergroten
Monetaire financiering vergroot de koopkracht dus is niet aan te raden bij een bestedingsoverschot (of -evenwicht).
Nadelen van (toenemende) tekorten:

- monetaire financiering vergroot de geldhoeveelheid en dus de

koopkracht. Bij overbesteding is dit niet aan te bevelen.

- financieringstekorten leiden tot een toename van de staats-

schuld. Er moet geld worden vrijgemaakt voor rente/aflos­sing,

er komt dan minder geld voor overige overheidsbestedingen.

- niet-monetaire financiering vergroot de krapte op de ver-

mogensmarkt. Hierdoor stijgt de rente. Dit heeft negatieve

gevolgen voor I, Y, Av, en C
Sociale voorzieningen worden betaald uit de belastingopbrengst.

Sociale verzekeringen worden betaald van de loonheffingen.


Premieplichting inkomen - maximum aan premiebedragen per

persoon
Progressief tarief - Naarmate het inkomen hoger is moet er een

hogere premie worden betaald
Proportioneel tarief - vast percentage van het inkomen moet

aan premibetalingen ondergaan


Belastbaar inkomen = bruto inkomen - aftrekposten
Degressieve heffing - naarmate het inkomen stijgt hoeft

een steeds kleiner deel besteed te

worden aan premiebetalingen
Inflatiecorrectie - aanpassing aan het inflatiepercentage
(de-)Nivellering - inkomstenverschillen worden naar verhoo-

ding kleiner (groter)


loonbelasting + sociale premies = loonheffing
overhevelingstoeslag - compensatie tegenover enkele sociale

premies die zelf moeten worden be-

taald
De collectieve uitgaven
1

Overheidsconsumptie - weg- en waterbouw, defensie enz.

Overheidsinvesteringen - leggen beslag op Wmax
2 (grootste deel)

Overdrachtsuitgaven (uitgaven voor sociale uitkeringen):

- inkomensoverdrachten (sociale voorzieningen en uitkeringen)

- vermogensoverdrachten (investeringssubsidies)


Collectieve lasten - heffingen die worden opgelegd door het

Rijk
collectieve lasten

collectieve lastendruk = ------------------

nationaal inkomen


Zwart-geldcircuit - het niet opgeven van inkomsten aan de

belastingdienst


Stijging collectieve lastendruk na WO2 had twee redenen:

- Uitbreiding van het sociale stelsel

- Stijging van het reële nationaal inkomen

Daling collectieve lastendruk ('85) was mogelijk door:

- bezuinigingen bij het sociale zekerheidsstelsel

- economisch herstel (werkeloosheid minder)

- afstoting van vershillende overheidstaken

Economische politiek
Functies en doelstellingen van de overheid in de economie:

- allocatiefunctie

- stabilisatiefunctie

- herverdelingsfunctie


doelstellingen

- volledige werkgelegenheid

- stabiel prijsniveau

- evenwichtige betalingsbalans


De allocatiefunctie van de overheid

De overheid kan invloed uitoefenen op de samenstelling van het geoederenpakket in de samenleving:

- eigen productie van goederen

- wetten en voorschriften opstellen voor de productie van goe-

deren in de particuliere sector
De goederen die de overheid produceert kunnen worden onderver­deeld in:

- collectieve goederen (defensie, justitie, politie)

deze komen de gehele gemeenschap ten goede en kunnen niet ge-

splitst worden in eenheden

- individuele goederen (gas, water en licht)

deze zijn wel in eenheden te splitsen


waarom produceert de overheid de collectieve goederen:

- de kosten zijn vaak zeer hoog

- particuliere bedrijven zouden misbruik kunnen gaan maken van

hun positie als ze collectieve goederen zouden produceren


waarom produceert de overheid de individuele goederen:

- bepaalde goederen die niet winstgevend zijn maar toch moeten

worden geproduceerd

- stimulering van bepaalde goederen door ze beneden de kost-

prijs aan te bieden (o.v. en onderwijs)

- om machtsmisbruik te voorkomen


quasi-collectieve goederen - goederen waarvan de productie in

(bemoeigoederen) handen is van de overheid


privatisering - het overhevelen van taken van de collectieve

sector naar de particuliere sector

collectivisatie - het tegenovergestelde van privatisering
redenen voor privatisering

- kostenbesparing

- particuliere bedrijven kunnen beter en sneller reageren op de

wisselende behoeften van de klant

- particuliere ondernemingen kunnen de productie efficiënter en

dus goedkoper kunnen verzorgen


Regulering - het verstrengen van de overheidsregels wat

betreft de particuliere productie

Deregulering - het versoepelen van overheidsregels

Macro-economisch conjuctuurbeleid heeft betrekking op de ont­wikkeling van de effectieve vraag en de gevolgen daarvan

Macro-economisch structuurbeleid heeft betrekking op de ont-

wikkeling van de hoeveelheid en de kwaliteit van de productie­factoren en de gevolgen daarvan


Het streven naar volledige werkgelegenheid
conjucturele werkeloosheid wordt bestreden met de stimulering van de bestedingen.

structurele werkeloosheid wordt bestreden met verbetering van de kwantiteit en de kwaliteit van de productiefactoren


Structurele werkeloosheid:

- seizoenswerkeloosheid

- frictiewerkeloosheid

- werkeloosheid van minder geschikten

- structurele werkeloosheid in enge zin:

- kwalitatief (verschil tussen arbeidsvraag en arbeidsaanbod)

- kwantitatief (tekort aan arbeidsplaatsen)
arbeidsschaarste - tegenovergestelde van werkeloosheid
Bestrijding conjucturele werkeloosheid

- verlaging belastingen en collectieve lasten

- meerdere bestedingssubsidies verlenen

Dit is anticyclisch beleid (de overheid stimuleert de vraag bij onderbesteding)


Bezwaren anticyclisch beleid:

- begrotingstekort kan toenemen (vraag op geldmarkt wordt

groot, rente stijgt, bestedingen dalen, EV daalt)

- practische problemen (het duurt heel lang voordat overheids-

beslissingen genomen worden) (overheidsuitgaven staan vaak

vast en kunnen op de korte termijn dus niet veranderd worden)


Monetair beleid:

- geldschepping zorgt voor minder vraag op de kapitaalmarkt,

hierdoor daalt de rente en wordt besteden goedkoop. De EV

zal dan toenemen

nadeel:

- renteveranderingen hebben vérstrekkende internationale gevol-



gen en moeten dus uiterst nauwkeurig behandeld worden
Bestrijding frictiewerkeloosheid

- ondoorzichtigheid van de arbeidsmarkt kan worden bestreden

door Gewestelijke arbeidsbureaus

- inzet commerciële bedrijven (uitzendbureaus)


Bestrijding seizoenswerkeloosheid

- spreiding van het vakantieseizoen


Bestrijding werkeloosheid van minder geschikten

- loonkostensubsidies (wanneer een bedrijf meer dan één minder

gechikte in dienst heeft krijgt het subsidie)

- Wet op de sociale werkvoorziening



Bestrijding van een kwantitatief tekort aan arbeidsplaatsen
eerst: Oorzaak kwantitatief tekort aan arbeidsplaatsen:

De groei van de productiefactor arbeid blijft achter bij dat van kapitaal en natuur


Bij de bestrijding moeten de bestedingen van de bedrijven dus weer gestimuleerd worden:

- beperking loonkosten

- beperking interestkosten

- verlaging belastingen

- investeringssubsidies enz.
Beperking van de loonkosten

- sociale lasten voor werkgevers verlichten (werkgeverspremies

verlagen)

- brutoloonontwikkelingen beheersen (via wetten ingrijpen in de

CAO)
Beperking interestkosten

- geldhoeveelheid vergroten

- beperking begrotingstekort (verruiming vermogensmarkt)

- kredietgaranties (overheid staat borg, banken geven lagere

rente)
Investeringssubsidies

- investeringspremieregeling

nadeel

- verhouding kapitaalkosten en arbeidskosten lager:



arbeid wordt op den duur duurder
Arbeidsduurverkorting

- beperking lengte officiële werkweek

- verlaging van de pensioensgerechtigde leeftijd

- regelingen voor vervroegde uittreding

arbeidsaanbod kan worden teruggedrongen door

- meer belastingen voor tweeverdieners (er zal er maar één gaan

werken)

- vertrekpremies voor emigranten


Bestrijding van kwalitatieve verschillen in vraag en aanbod op de arbeidsmarkt

- om- her- of bijscholing

- vergroting arbeidsmobiliteit

- discriminatie tegengaan (wet gelijke behandeling)


Arbeidsschaarste is een tekort aan arbeid. Er heerst dan een gespannen arbeidsmarkt
Oorzaken gespannen arbeidsmarkt

- vermindering van de (groei van de) beroepsbevolking

- toename van de (groei van de) vraag naar arbeidsplaatsen
Gevolgen van een gespannen arbeidsmarkt

- loonstijgingen

- kleinere winstmarges

- (arbeids)kosteninfaltie

- verslechtering internationale concurrentiepositie
Bestrijding van een gespannen arbeidsmarkt:

- beleid gericht op toename arbeidsaanbod

- beleid gericht op de toename van de arbeidsproductiviteit

- beleid gericht op de optimale afstemming van de kwaliteit van

arbeid en de eisen in het bedrijfsleven

Stabilisatiefunctie
Interne en externe waarde van de gulden stabiliseren

Hierdoor worden inflatie en deflatie voorkomen


Bestedingsinflatie - Inflatie als gevolg van een te kleine ef-

fectieve vraag

Kosteninflatie - Inflatie als gevolg van oplopende produc-

tiekosten


evenwichtige betalingsbalans

B = O
Bestrijding van een betalingsbalanstekort

- renteverhogen monetair beleid

- begrotingspolitiek gericht op bestedingsbeperking

- inkomens en prijsbeleid gericht op de verbetering van de in-

ternationale concurrentiepositie


Evenwichtige groei en leefbaar milieu
Groei in ruime zin - toename van de welvaart of vermindering

van de schaarste

nadeel: - mogelijke uitputting van het milieu
Stimulering van de economische groei

- conjuctuurbeleid (begrotingspolitiek en monetaire politiek)

- structuurbeleid (stimulering I, vergroting beroepsbevolking
Herverdelende functie

Beïnvloeding van de verdeling van inkomens en vermogens over personen


Personele inkomens- en vermogensverdeling

De verdeling van inkomens en vermogens over personen (er wordt niet gekeken naar waar de inkomens uit voortvloeien)


Functionele inkomensverdeling

De verdeling van inkomens naar de functie of rol die iemand vervult in het productieproces


Categoriale inkomensverdeling

De verdeling van het nationaal inkomen naar arbeids-, winst-, en interestinkomens


Sectorale inkomensverdeling

De verdeling van het nationaal inkomen over de primaire-, se­cundaire-, tertiaire-, en kwartaire inkomens.


Primaire personele inkomensverdeling

- inkomsten uit arbeid, winst en interest


Secundaire personele inkomensverdeling

- inkomens uit arbeid, winst en interest

- aftrek van de belastingen en sociale premies

- bijtelling van sociale voorzieningen en uitkeringen


Tertiaire personele inkomensverdeling

- hierbij wordt rekening gehouden met kostprijsverhogende indi­ recte belastingen en prijsverlagende subsidies

overheidsinvloed op primaire inkomens

- minimumlonen wijzigen

- loonpauze

- wet gelijke behandeling


overheidsinvloed op secundaire inkomens

- belastingtarieven aanpassen

- invloed van het stelsel van sociale zekerheid

- invloed van overige overdrachtsinkomens


invloed op tertiaire inkomens

- indirecte belastingen op goederen die niet iedereen koopt

- prijsverlagende subsidies op goederen

- lager schoolgeld


De Lorenz-curve

Bij een 45graden lijn zijn alle inkomens aan elkaar gelijk

cumulatieve berekening

procenten langs beide assen


Economische stelsels
Economische sysyteem

Een systeem dat alle factoren omvat die bepalen hoe het aanbod van goederen en diensten wordt afgestemd op de behoeften in het land.


Deze factoren kunnen zijn:

- de mate van vrijheid van economisch handelen

- wetten ter bescherming van particulier eigendom

- organisaties als De Nederlandsche Bank


Economische orde

De elementen van het economische systeem die voor regeling of verandering en dus voor ordening vatbaar zijn


Drie basismechanismen die bij een economische orde van belang zijn (deze komen in een land veelal gemengd voor):

- marktmechanisme

- planmechanisme

- budgetmechanisme


Economische politiek

Maatregelen waarmee men tracht het economische proces te orde­nen of te beïnvloeden. Er zijn dus twee vormen van economische politiek:

- ordening: verandering van wettelijke politieke sociale en

economische beperkingen van het economisch handelen

- sturing: ordening blijft ongewijzigd, maar men probeert

door verandering van bestaande instrumenten (belastingta-

rieven, rente etc) het economische proces te veranderen
Marktmechanisme, budgetmechanisme en planmechanisme

Kenmerken van het marktmechanisme

- decentrate en individuele beslissingen

- vrije concurrentie

- geen overheidsbemoeienis

- particuliere eigendom


Wanneer een land geheel volgens dit patroon zou bestaan zou men spreken van een vrije markteconomie

Kenmerken van het planmechanisme

- Gecentraliseerde beslissingsmacht

- geen vrije werking van de markt (geen concurrentie)

- centrale eigendom van produktiemiddelen en de goederen
Wanneer een land geheel volgens dit patroon zou bestaan zou men spreken van een Centraal geleide economie of een planeconomie
Kenmerken van het budgetmechanisme

- democratische beslissingsmacht

- geen vrije werking van de markt

- geen volstrekte individuele economische vrijheid

- gemeenschappelijke eigendom van goederen en produktiemiddelen
Wanneer een land geheel volgens dit patroon zou bestaan zou men spreken van een budgeteconomie
De economische besluitvorming
Bij de economische besluitvorming spelen steeds drie elemen­ten een belangrijke rol:

- Informatie (wijze van vergaring van relevante informatie)

- Motivatie (doeleinden van de besluitvormers)

- Coördinatie (hoe zorgt men dat ervoor dat de beslissing wordt

uitgevoerd)
De besluitvorming bij het marktmechanisme

- prijzen verschaffen informatie

- prijzen vormen het motief van economisch handelen

- prijzen coördineren het economisch handelen


1. Prijzen verschaffen informatie:

Prijzen geven onder meer informatie over de schaarste van de goederen (hoe schaarser het goed hoe hoger de prijs). Daarom wordt de prijs ook wel een schaarste indicator genoemd.


Voorbeeld:

Vraag naar micro-computers stijgt

--> Prijs van een micro-computer zal stijgen

--> Producent zal meer micro-computers gaan vervaardigen

--> productiefactoren worden schaarser

--> productiefactoren worden duurder


2. Prijzen vormen het motief van economisch handelen

De prijs (het inkomen) is een van de belangrijkste motieven van economisch handelen: om arbeid aan te bieden (tegen welk inko­men), om te investeren (rente), om te produceren enz.


Vervolg voorbeeld:

Productiefactoren worden duurder

--> vraag naar computerdeskundigen neemt toe

--> prijs (inkomen) van computerdeskundigen neemt toe

--> mensen laten zich omscholen tot computerdeskundige

--> aanbod c-deskundigen stijgt

--> prijs (inkomen) daalt
3. Prijzen coördineren het economisch handelen

Vraag en aanbod zullen op den duur een evenwicht vormen.

De besluitvorming bij het planmechanisme

- informatie wordt verschaft door de centrale overheid

- motivatie wordt gepland

- coördinatie wordt gepland


1. De informatievoorziening bij een planeconomie

De informatiestroom loopt van de consumenten, bedrijven en de werknemers naar de centrale overheid. Deze stroom wordt op gang gebracht door marktonderzoek, budgetonderzoek en onderzoek naar elasticiteiten.

De productiemogelijkheden worden bepaald door enquêtes naar bedrijven

Er is nog een informatiestroom die loopt van de centrale over­heid naar de bedrijven (uitvoerders van het plan). Deze infor­matie wordt verschaft in de vorm van opdrachten

2. De motivatie bij het planmechanisme

Twee elementen:

- motivatie van de centrale overheid

centrale beslisser handelt met het doel het algemeen belang

te dienen; Individuele leden van het centrale orgaan kunnen

ook handelen uit eigenbelang: macht, status enz.

- motivatie van de uitvoerders

uitvoerders handelen - met het zicht op een beloning

- uit angst voor sancties
3. De coördinatie bij het planmechanisme

Alle infomatie worden omgezet in een plan dat de gehele natio­nale economie omvat


De besluitvorming bij het budgetmechanisme
1. De informatievoorziening bij het budgetmechanisme:

3 informatiestromen:

- Informatieoverdracht van de kiezer naar de gekozen vertegen-

woordiging. Deze vindt op drie manieren plaats:

- het kiezen

- lobbyen (kiezers beïnvloeden vertegenwoordiging door actie-

groepen, brieven, gesprekken enz.)

- referendum (volksenquête)

- Informatiestroom tussen vertegenwoordigers onderling

- overleg voorstellen discussies en meerderheidsbesluiten

- Informatieoverdracht van de gekozenen naar de kiezers

- het uiteindelijke besluit wordt van bovenaf opgelegd in de

vorm van opdrachten
2. De motivatie bij het budgetmechanisme

Verschillende drijfveren spelen een rol:

- motieven voor de gekozenen

- opkomen voor het algemeen belang van de organisatie of het

land

- eigenbelang (het vergaren van zoveel mogelijk stemmen)



- motieven voor de uitvoerders

- in het vooruitzicht gestelde beloning en werkgelegenheid

- ontkomen aan sancties
3. De coördinatie bij het budgetmechanisme

De coördinatie vindt plaats door middel van voorstellen, over­leg, discussie, beïnvloeding en meerderheidsbesluiten

Voordelen en nadelen
Voordelen van het marktmechanisme

- er ontstaat een evenwicht tussen vraag en aanbod van goederen

- efficiënte productie

- er zijn lage kosten verbonden aan het plannen van een markt-

economie

- goede motivatie


Voordelen van het planmechanisme

- er kan goed rekening gehouden worden met externe effecten

van productie en consumptie zoals milieuvervuiling

- het mechanisme werkt ook voor collectieve goederen

- het aanpassingsproces kan bij vraag en aanbodveranderingen

snel verlopen


Voordelen van het budgetmechanisme

- misbruik van particuliere economische machtsposities kan

worden voorkomen

- het mechanisme werkt ook voor collectieve goederen

- er kan rekening gehouden worden met nadelige gevolgen van

externe effecten


Nadelen van het marktmechanisme

- aanpassingsproces bij veranderingen in vraag en aanbod ver-

loopt vaak niet optimaal (er kunnen grote prijsschommelingen

optreden, er kan tevens sprake zijn van mismanagement)

- het marktmechanisme werkt niet bij collectieve goederen

- het mechanisme houdt geen rekening met de nadelige externe

gevolgen van de productie zoals milieuvervuiling

- er zal economische machtsvorming ontstaan (monopolies)


Nadelen van het planmechanisme

- dure coördinatie van het economisch handelen

- gebrekkige informatie

- verkeerde interpretering van de informatie door verschil-

lende tusseninstanties

- omdat de uitvoerders ook de informatie verschaffen kan er

de verleiding bestaan verkeerde informatie te verschaffen

- trage besluitvorming

- gebrekkige motivatie

- onjuiste prijszetting


Nadelen van het budgetmechanisme

- dure coördinatie van economische beslissingen

- gebrekkige informatie door informatievervorming

- trage besluitvorming

- niet-optimale prijsvaststelling
Ordening in Nederland

In Nederland is er sprake van een mix van alle drie de macha­nismen. In de laatste twintig jaar neigt het mechanisme naar het marktmechanisme


Het marktmechanisme komt in Nederland voor

- tussen bedrijven onderling

- tussen bedrijven en consumenten

- tussen werkgevers- en werknemersorganisaties


Het budgetmechanisme vinden we in Nederland in

- de politieke organisatie en besluitvorming

- de interne organisatie van sommige bedrijven en instanties
Het planmechanisme komt in Nederland voor in

- de interne organisatie van de meeste particuliere ondernemin-



gen

- de overheidsvoorschriften (minimumprijzen; minimum rijtijden



voor vrachtwagens)

1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina