Belangrijke opmerkingen fcc kennisgeving



Dovnload 471.09 Kb.
Pagina12/24
Datum22.07.2016
Grootte471.09 Kb.
1   ...   8   9   10   11   12   13   14   15   ...   24

12.5. DAISY bewerkings modus

DAISY bewerkings modus is de modus voor het opnemen of bewerken van een DAISY titel. Vóór het opnemen of bewerken van een DAISY titel start de PLEXTALK automatisch de DAISY bewerkingsmodus. De PLEXTALK start deze mode tevens bij het aanmaken van een titel of het voorbereiden van een DAISY titel voor bewerking.


Wanneer u DAISY bewerkings modus wil verlaten, doe dan het volgende:
•In het Menu - bewerk, kies verlaat de DAISY bewerkings modus.

•of verander van media door op de titel toets te drukken.


Opmerking: tijdens de DAISY bewerkingsmodus kan u geen gebruik maken van de netwerkfuncties.

12.6. Fundamentele opnametechniek

Dit hoofdstuk beschrijft de normale procedure om een opname te maken. Een opname op de PLEXTALK verloopt als volgt:


•Indien u een SD-kaar of USB-stick gebruikt, vergewis u ervan dat die ontgrendeld is.

•Indien u een externe microfoon of line-in gebruikt, verbind deze met de PLEXTALK.

•Druk op de titel toets om het media te selecteren waarop u de opname wenst te maken.

•Druk eenmaal op de opname toets om de "DAISY bewerkings modus te starten.

•Druk op de rechtse toets om de titel te kiezen waarbij je de opname wil bijvoegen of een nieuwe titel starten.

•Stel het opnameniveau handmatig in of gebruik de AGC "automatische volume controle".

•Druk nogmaals op de toets Opname om de opname te starten.

•Druk nogmaals op de toets Opname om de opname te pauzeren.

•Druk op de toets Opname om de opname opnieuw te starten.

•Druk op de toets Start/Stop om de opname te stoppen.


Opmerking: U kunt de opname een onbeperkt aantal keer pauzeren.

Opmerking: zie onderdeel 12.8. "Een ingangsbron aansluiten en selecteren" voor meer informatie.



12.7. De begeleidingsstem uitschakelen tijdens de opname

Voor opnamen van optimale kwaliteit is het aan te bevelen dat u de interne begeleidingsstem uitschakelt als u een opname maakt via de ingebouwde microfoon of via een externe microfoon. Anders hoort u de begeleidingsstem in uw opname. U kunt de begeleidingsstem op 3 manieren uitschakelen:


•Zet het begeleidingsvolume op nul - deze optie is aangewezen voor personen die de opnamestatusindicator kunnen zien; deze optie is echter moeilijker voor blinde gebruikers die de begeleidingsstem nodig hebben om te weten of de PLEXTALK opneemt of in pauze.

•Sluit een hoofdtelefoon aan - alle uitgangssignalen van de PLEXTALK worden weergegeven via de hoofdtelefoon, zodat de begeleidingsstem niet wordt opgenomen.

•Schakel de begeleidingsstem uit tijdens de opname - op de PLEXTALK kunt u de begeleidingsstem automatisch uitschakelen als u de opname start. Terwijl u opneemt, hoort u geen begeleidingsstem. De begeleidingsstem keer automatisch terug als u de opname pauzeert of stopt.
De begeleidingsstem kan tijdens de opname als volgt worden in- of uitgeschakeld:
•Druk één keer op de toets Menu om het hoofdmenu op te roepen.

•Gebruik de toets Links of Rechts om naar de optie "opnameconfiguratie" te gaan, waarna u deze optie selecteert met Enter.

•Gebruik de toets Links of Rechts om naar de optie "schakel begeleiding aan of uit tijdens opname" te gaan, waarna u deze optie selecteert met Enter.

•Gebruik de toets Links of Rechts om "begeleiding aan" of "begeleiding uit" te selecteren, waarna u uw keuze bevestigt met Enter.



12.8. Een ingangsbron aansluiten en selecteren

Als u live-opnamen maakt van stemmen, conferenties, lezingen, presentaties en concerten, krijgt u een betere kwaliteit als u een externe microfoon aansluit. Om op te nemen van andere toestellen, zoals een bandopnemer, een muziek-cd-speler of radio, sluit u het toestel in kwestie met behulp van een geschikte audiokabel aan op de ingang externe microfoon/lijnsignaal van de PLEXTALK. Om een externe microfoon of een audiokabel aan te sluiten, gaat u als volgt te werk:


•Steek de stekker van de microfoon of van de audiokabel in de gecombineerde ingang externe microfoon/lijnsignaal.

•De PLEXTALK bevestigt deze aansluiting en zegt "Externe microfoon modus" of "Line in modus".

•Als de PLEXTALK "Externe microfoon modus" zegt, betekent dit dat de instelling "verander externe audio-input ingang" ingesteld is voor een microfoon.

•Als de PLEXTALK zegt "Line in modus", betekent dit dat de instelling ingesteld is voor een line-in signaal.

•Als u een microfoon heeft aangesloten en de PLEXTALK zegt "Line in modus", of als u een audiokabel heeft aangesloten en de PLEXTALK zegt "Externe microfoon modus", dient u de instelling in het menu te wijzigen. Later in dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u dit doet.
Opmerking: De PLEXTALK weet niet of u een microfoon of een audiokabel heeft aangesloten. De stem die u hoort, geeft enkel aan hoe de instelling "verander externe audio-input ingang" momenteel ingesteld is.
Om de instelling voor de externe ingangsbron te wijzigen, gaat u als volgt te werk:
•Druk op de toets Menu om het hoofdmenu op te roepen.

•Gebruik de toets Links of Rechts om naar de optie "opnameconfiguratie" te gaan, waarna u deze optie selecteert met Enter.

•Gebruik de toets Links of Rechts om naar de optie "verander externe audio-input ingang" te gaan, waarna u deze optie selecteert met Enter.

•Gebruik de toets Links of Rechts om "microfoonmodus" of "Line in modus" te selecteren, waarna u uw keuze bevestigt met Enter.


LET OP: Als u de uitgang van een cd-speler verbindt met de lijn-in van de PLEXTALK, kan de opname soms vervormd zijn, zelfs als u het opnameniveau aanpast. In dit geval dient u de hoofdtelefoonuitgang van de cd-speler te verbinden met de lijningang van de PLEXTALK, waarna u de volumeregeling voor de hoofdtelefoon op de cd-speler gebruikt om het opnameniveau aan te passen.

12.9. Een opnamestand en instelling voor de geluidskwaliteit selecteren




12.9.1. Opnamestanden en geluidskwaliteit

Op de PLEXTALK kunt u kiezen uit 6 opnamestanden. Deze 6 standen zijn:


•Standaard: voor algemene opnamen en spraakopnamen als er relatief weinig achtergrondlawaai is.

•Conferentie: voor opnamesituaties zoals conferenties, lezingen en klaslokalen, waar er veel achtergrondlawaai is.

•Audio: om op te nemen van audiotoestellen zoals cd-spelers.

•Analoge cassettes: om op te nemen van analoge cassettes.

•Radio: om radio-uitzendingen op te nemen.

•Aangepast: als u met de hierboven vermelde opties niet het gewenste resultaat krijgt, kunt u in deze opnamestand alle parameters handmatig aanpassen.


Bovendien kunt u voor elke opnamestand kiezen uit een aantal instellingen voor de geluidskwaliteit. Met een hoge kwaliteitsinstelling vermindert de beschikbare opnametijd. Met een lage geluidskwaliteit kunt u langer opnemen, maar de audiokwaliteit is minder goed. De beschikbare instellingen voor de geluidskwaliteit zijn:
•PCM 44,1kHz stereo

•PCM 22,05kHz mono

•MP3 256kbps 44,1kHz stereo

•MP3 128kbps 44,1kHz stereo

•MP3 64kbps 44,1kHz mono

•MP3 32kbps 22,05kHz mono


Opmerking: Technische informatie over opname modi en geluidskwaliteit zijn gedetailleerd in bijlage D.

12.9.2. Een voorgeprogrammeerde opnamestand selecteren

U kunt een opnamestand en een instelling voor de geluidskwaliteit selecteren voor of na het omschakelen naar opname stand-by. Als u een opnamestand en een instelling voor de geluidskwaliteit wenst te kiezen voor u naar opname stand-by gaat, gaat u als volgt te werk:


•Druk één keer op de toets Menu om het hoofdmenu op te roepen.

•Gebruik de toets Links of Rechts om naar de optie "opnameconfiguratie" te gaan, waarna u deze optie selecteert met Enter.

•Gebruik de toets Links of Rechts om naar de optie "selecteer opnamemodus" te gaan, waarna u deze optie selecteert met Enter.

•Gebruik de toets Links of Rechts om naar de gewenste stand te gaan, waarna u deze optie selecteert met Enter.

•De PLEXTALK biedt dan de mogelijkheid om een instelling voor de geluidskwaliteit te selecteren. Gebruik de toets Links of Rechts om de beschikbare opties te doorlopen, waarna u de gewenste optie selecteert met Enter toets. De PLEXTALK bevestigt dat uw selectie ingesteld is.
Als u een opname stand en een instelling voor de geluidskwaliteit wenst te kiezen na het omschakelen naar opname stand-by, gaat u als volgt te werk:
•Druk één keer op de toets Opname, waarna de PLEXTALK naar opname stand-by gaat.

•Druk één keer op de toets Menu om het hoofdmenu op te roepen.

•Gebruik de toets Links of Rechts om naar de optie "selecteer opnamemodus" te gaan, waarna u deze optie selecteert met Enter toets.

•Gebruik de toets Links of Rechts om naar de gewenste stand te gaan, waarna u deze optie selecteert met Enter toets.

•De PLEXTALK biedt dan de mogelijkheid om een instelling voor de geluidskwaliteit te selecteren. Gebruik de toets Links of Rechts om de beschikbare opties te doorlopen, waarna u de gewenste optie selecteert met Enter toets.

•De PLEXTALK bevestigt dat uw selectie ingesteld is. Als u uw selectie heeft gemaakt, keert u terug naar opname stand-by.


Opmerking: In beide situaties blijft de door u geselecteerde optie de standaardinstelling tot u die later weer wijzigt.

12.9.3. De opnamestand "aangepast" selecteren

Als u de opnamestand "aangepast" selecteert, dient u de instellingen te bepalen voor elk van de 5 opname parameters. U kunt de opnamestand "aangepast" als volgt instellen:


•Druk één keer op de toets Menu om het hoofdmenu op te roepen.

•Gebruik de toets Links of Rechts om naar de optie "opnameconfiguratie" te gaan, waarna u deze optie selecteert met Enter. Dit is niet nodig als u deze procedure heeft gestart vanuit opname stand-by. Zoals eerder vermeld, is dit niet nodig indien de opname reeds begonnen is en gepauzeerd is.

•Gebruik de toets Links of Rechts om naar de "selecteer opnamemodus" te gaan, waarna u deze optie selecteert met Enter.

•Gebruik de toets Links of Rechts om naar de optie "aangepast" te gaan, waarna u deze optie selecteert met Enter.

•De PLEXTALK biedt dan de mogelijkheid om een instelling voor de geluidskwaliteit te selecteren. Gebruik de toets Links of Rechts om de beschikbare opties te doorlopen, waarna u de gewenste optie selecteert met Enter.

•U kunt nu uw voorkeurinstelling voor de vier resterende opnameparameters één voor één instellen. Deze 4 parameters zijn "automatische instelling van secties", "Tijd om de opname automatisch te stoppen als er geen geluid is", "Trigger om de opname te starten" en "achtergrondruisniveau van inputgeluid".

•De PLEXTALK zegt de naam van de parameter. Gebruik de toets Links of Rechts om naar de gewenste optie te gaan, waarna u deze optie selecteert met Enter.

•De PLEXTALK zegt daarna de naam van de volgende parameter. Herhaal deze procedure tot u een instelling heeft geselecteerd voor de parameter "achtergrondruisniveau van inputgeluid".

•Als u deze laatste selectie heeft gemaakt, bevestigt de PLEXTALK dat de instellingen ingesteld zijn. Daarna wordt het menu systeem verlaten en keert u terug naar de toestand waarin u de procedure heeft gestart.



1   ...   8   9   10   11   12   13   14   15   ...   24


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina