Beleid t a. v agressie en geweld



Dovnload 18.46 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte18.46 Kb.

Beleid t.a.v. agressie en geweld


Beleid ten aanzien van agressie en geweld

Agressie moet altijd worden gemeld, ook als het alleen om verbale agressie gaat. Meldingen kunnen geregistreerd worden op de daarvoor bestemde formulieren of op het computerprogramma ‘calamiteitenwijzer’ van ‘ De Veilige School’ .


Beleid ten aanzien van seksuele intimidatie en seksueel geweld

Onder het begrip seksuele intimidatie verstaan we:



Seksueel gerichte aandacht, die tot uiting komt in verbaal, fysiek of ander non-verbaal gedrag. Deze seksueel getinte aandacht kan opzettelijk of niet opzettelijk zijn, maar wordt in ieder geval door degene die het ondergaat als ongewenst ervaren. De gedragingen vinden plaats binnen of in samenhang met de onderwijssituatie.
Bij vermoeden van seksuele intimidatie of seksueel geweld volgen we de stappen die aanbevolen worden in het computerprogramma calamiteitenwijzer seksuele intimidatie van ‘ De Veilige School 2000’ .

Deze calamiteitenwijzer geeft aan wie wat geacht wordt hoe te doen en kiest daarvoor verschillende invalshoeken:



  • Coördineren

  • Indammen en organiseren

  • Opvangen

  • Aanpakken

  • Informeren en betrekken

  • Opvangen van helpers

  • Verantwoorden

Zedendelicten van volwassenen jegens kinderen mogen niet schoolintern worden afgehandeld. Aangifte bij politie of justitie is verplicht. Teamleden hebben meldplicht (het bevoegd gezag) en het bevoegd gezag heeft aangifteplicht.

Zie verder de brochure ‘Meldplicht en Aangifteplicht’ van het Ministerie van OC en W, die in bijlage aan deze map is toegevoegd. De adreswijzer hulpverlening van de GG&GD Amsterdam is eveneens als bijlage toegevoegd.
Bij de onderwijsinspectie zijn per onderwijssector vertrouwensinspecteurs aangesteld, die een speciale scholing hebben gevolgd om klachten over seksuele intimidatie adequaat af te handelen. Zij kunnen als klankbord fungeren en helpen om de aangifte bij justitie te onderbouwen.


Beleid op vermoeden van kindermishandeling


Kenmerkend voor mishandelde kinderen zijn verwarrende gevoelens van angst, isolement, schuld, schaamte, woede, wantrouwen ene en negatief zelfbeeld. In het algemeen geldt dat er bij signalen van kindermishandeling sprake is van een spannningsveld. Aan de ene kant willen kinderen die slachtoffer zijn niets liever dan dat het ophoudt, terzelfder tijd zijn ze heel angstig voor de (reële) gevolgen van het bekend worden van de mishandeling.
Om kindermishandeling te signaleren gebruiken we –naast onze intuïtie- de signalen routekaart Kindermishandeling van de GG&GD Amsterdam. In de periode dat we de signalen proberen te herleiden wordt een logboek bij gehouden.

De casus wordt besproken in het zorgoverleg, de ouder & kindcoach wordt zo snel mogelijk ingeschakeld.


Bij ernstig vermoeden van mishandeling wordt de schoolarts ingeschakeld om ‘verwondingen en blessures’ te constateren en vast te leggen. Als het vermoeden bevestigd lijkt te worden, schakelen we het Advies en meldpunt Kindermishandeling in (AMK) of de Raad voor de Kinderbescherming. Bij levensbedreigende situaties kan de politie worden ingeschakeld.

Beleid op traumaverwerking binnen de school

In grote lijnen kan door de leerkrachten het volgende protocol worden gevolgd om paniek en angst te begrenzen:


Debriefing


  • Luister naar het verhaal van het kind. Help hem/haar het verhaal onder woorden brengen, in de kring of bijvoorbeeld dmv een schrijfopdracht. Het onder woorden brengen van een traumatische ervaring helpt voorkomen dat normale angst, traumatische angst wordt.

Normaliseren van de reactie


  • Geef feitelijke informatie en benoem de angst als een normale reactie op een abnormale gebeurtenis. Dit maakt het onbekende meer controleerbaar.

Gevoel van veiligheid vergroten


  • Blijf zelf rustig, zorg dat je er bent voor het kind, naar hem/haar luistert. Blijf alert op werkelijk gevaar door naar het nieuws te blijven luisteren, maar stel het kind gerust door de maatregelen te benoemen die genomen worden.

Stimuleren van het ‘coping mechanisme’


  • Help het kind door de moeilijke situatie heen te gaan in plaats van dat de emotionele ontwikkeling in een angstige situatie stagneert. Het geven van betekenis aan een traumatische ervaring geeft houvast en helpt het kind omgaan met een moeilijke realiteit (coping mechanisme). Bijvoorbeeld: Hoe zou jij zorgen dat dat niet gebeurt in Nederland als je minister was?

Teruggaan naar de normale routine


  • De normale voorspelbare gebeurtenissen van de dag bieden structuur en daardoor veiligheid. Normale routine impliceert de continuïteit van het normale leven. Geef het kind wel de mogelijkheid om terug te komen op de gebeurtenis, bijvoorbeeld door er tijdens de kringgesprekken in de komende periode naar te informeren.

Op schoolniveau volgen we de stappen als in de calamiteitenwijzer.

Deze calamiteitenwijzer geeft aan wie wat geacht wordt hoe te doen en kiest daarvoor verschillende invalshoeken:


  • Coördineren

  • Indammen en organiseren

  • Opvangen

  • Aanpakken

  • Informeren en betrekken

  • Opvangen van helpers

  • Verantwoorden

Het trauma team van de Meren kan ondersteuning bieden. Telefoonnummer: 020-5198700.


In het Pedagogium ‘Kinderen en dood’ (Map GG&GD) wordt handvat gegeven voor beleving en rouwverwerking van kinderen. In de schoolbibliotheek zijn hier ook boeken over te vinden.

Bedrijfshulpverlening

De schoolleiding is verantwoordelijk voor de bedrijfshulpverlening (BHV). Het hoofd BHV coördineert de bedrijfshulpverlening.

Het ontruimingsplan wordt minimaal eenmaal per jaar geoefend. Er worden met regelmaat rondes gedaan om te controleren of nooduitgangen, slanghaspels en brandspuiten vrij zijn.

De BHVers worden jaarlijks bijgeschoold op bedrijfshulpverlening en kinder-EHBO.
Ongevallen registratie en melding

In het ongevallenregister worden die gevallen bijgehouden die enig lichamelijk letsel en/of (ziekte)verzuim tot gevolg hebben. Hiertoe wordt het ongevallenregistratie formulier gebruikt. Daarnaast worden ook de gevallen gesignaleerd die lichamelijk letsel tot gevolg hebben. Aan de hand van de gevaarlijke situaties wordt bezien of er sprake is van gevaarlijke situaties.


De registratie wordt bijgehouden door de ARBO coördinator of een ander daartoe aangewezen persoon. Het eerst betrokken personeelslid vult binnen 24 uur het formulier in. De Arbo coördinator overlegt zo nodig met de schoolleiding.
Opmerking:

Volgens de Arbo wet is de melding van ongevallen aan de arbeidsinspectie verplicht bij die ongevallen die leiden tot ernstig lichamelijk of geestelijk letsel, dan wel de dood. Onder ernstige schade voor de gezondheid wordt ook verstaan schade die binnen 24 uur leidt tot een opname voor behandeling of observatie in een ziekenhuis. Ook poliklinische behandeling voor ernstig letsel behoort hiertoe. Het ongevallen meldingsformulier is te vinden in de map bij de administratie.


Bronbestrijding

De arbo coördinator is verantwoordelijk voor een verantwoord toxisch stoffenbeleid (o.a. adequate registratie en opslag) en een adequate arbeidsomstandigheden en milieu afweging bij inkoop van hulpmiddelen, machines, apparatuur en meubilair.


Het toezien op naleving van onderhoudscontracten t.a.v. preventief onderhoud is tevens de verantwoordelijkheid van de Arbo coördinator.
Bij de opdrachtverlening en investeringen door het bestuur bij bouwactiviteiten en inrichting van gebouw, lokalen en werkruimtes wordt uitdrukkelijk rekening gehouden met de Arbo wetgeving en de milieu aspecten.


Jenaplanbasisschool De Nieuwe Kring

84567 – 04FD augustus 2007







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina