Beleidsregel cv-5000 0 4



Dovnload 17.2 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte17.2 Kb.




BELEIDSREGEL CV-5000-4.0.6.-4










De tariefopbouw maximumtarieven voor huisartsenhulp (totale praktijk): modules

Beleidsregels huisartsen





  1. Algemeen




    1. Deze beleidsregel is van toepassing op de organen voor gezondheidszorg als vermeld in artikel 1, onder B, nummer 1 (huisartsen) en in artikel 1, onder A, nummer 22, 32 en 33 van het Besluit werkingssfeer WTG 1992.




    1. Deze beleidsregel treedt in werking op 1 januari 2006 en werkt terug tot die datum indien de bekendmaking van de nederlegging van de beleidsregel in de Staatscourant na deze datum plaatsvindt.




    1. De termijn waarvoor deze beleidsregel geldt: onbepaald.




    1. De termijn waarvoor de goedgekeurde beleidsregel V-5000-4.1.2.-23 en V-5000-4.2.8.-4 geldt, wordt gewijzigd van 'onbepaald' in tot '1 januari 2006'.




    1. De goedgekeurde beleidsregels CV-5000-4.0.6.-2 en CV-5000-4.0.6.-3 komen hiermee te vervallen.

f. De beleidsregel kan worden aangehaald als 'De tariefopbouw maximumtarieven voor huisartsenhulp (totale praktijk): modules'.




2. MODULES

De modules die onder bepaalde voorwaarden bovenop het inschrijvingstarief gelden, zijn:


2.1 module achterstandsfonds

2.2 module modernisering en innovatie

2.3 module POH-vergoedingen
De moduletarieven worden gedeclareerd per kwartaal. Het tarief per kwartaal bedraagt maximaal een vierde van de moduletarief per jaar. Het moduletarief kan onder bepaalde voorwaarden in rekening worden gebracht voor bij de huisarts op het eerste van het kwartaal ingeschreven verzekerden.

ad. 2.1

De vergoeding voor het fonds inzake 'achterstandswijkproblematiek' bedraagt maximaal € 5,97 per jaar per op naam van de huisarts ingeschreven verzekerde, woonachtig in een achterstandswijk (voor omschrijving achterstandswijk zie beleidsregel CV-5000-4.0.1.). De module achterstandsfonds kan in rekening worden gebracht voor verzekerden in achterstandswijken indien hier een overeenkomst met de desbetreffende zorgverzekeraar aan ten grondslag ligt.



ad. 2.2

De module modernisering en innovatie kan worden ingezet voor het realiseren van de door VWS, LHV en ZN overeengekomen beleidsagenda en kan betrekking hebben op:

– Het stimuleren van samenwerkingsverbanden van huisartsen (onderling) en andere eerstelijns zorgaanbieders.

– De verdere ontwikkeling van de programmatische aanpak van chronische aandoeningen.

– Substitutie van zorg van tweede naar eerste lijn.

– Kwaliteitsbevordering van de huisartsenzorg.

De module kan verder worden ingezet voor financiering van andere initiatieven die gericht zijn op het verhogen van de doelmatigheid van de huisartsenzorg.


De tariefopbouw maximumtarieven voor huisartsenhulp (totale praktijk): modules

Daarnaast kan de module modernisering en innovatie worden ingezet voor verzekerden woonachtig in moeilijk bereikbare gebieden. Het betreft de volgende gebieden: Zuidelijke Biesbosch, Noordelijke Biesbosch (uitgezonderd Bandijk en directe omgeving), Bandijk en directe omgeving, Marken, eiland Tiengemeten, Broek in Waterland en Schiermonnikoog.


De module bestaat uit:

− (2.2.a) een bedrag per verzekerde of

− (2.2.b) uit verrichtingen.

Het bedrag per verzekerde heeft als prestatiebeschrijving 'modernisering en innovatie'. Het betreft een vrij tarief met spilwaarde van € 1,56 per verzekerde per jaar (niveau 2006).


De lijst met verrichtingen, waarvoor vrije tarieven gelden, is vastgelegd in een separate beleidsregel.

De module modernisering en innovatie (per verzekerde en per verrichting) kan alleen in rekening worden gebracht indien hier een overeenkomst met de desbetreffende zorgverzekeraar aan ten grondslag ligt.


Voor de indexatiesystematiek van de spilwaarde wordt aangesloten bij het inschrijvingstarief.

ad. 2.3

De module POH kan in rekening worden gebracht indien hier een overeenkomst met de desbetreffende zorgverzekeraar aan ten grondslag ligt én kan in rekening worden gebracht indien de zorgverzekeraar van een verzekerde uitsluitend restitutiepolissen aanbiedt onder voorwaarde dat er een overeenkomst is voor POH met minimaal een (1) andere zorgverzekeraar. Het betreft een module op het inschrijvingstarief.


De vergoeding voor de kosten voor praktijkondersteuning is een maximumbedrag per op naam van de huisarts ingeschreven verzekerde. Het bedrag per verzekerde wordt op niveau 2005 berekend door onderstaande bedragen te vermenigvuldigen met tweederde en te delen door een rekennorm van 7.050 (drie normpraktijken). Het maximumbedrag per verzekerde bedraagt op niveau 2005 per jaar € 6,33.
– een extra praktijkondersteuning op HBO-niveau € 37.741

– infrastructurele voorzieningen € 10.972

– extra managementtijd voor samenwerking en delegatie € 18.237
Totaal € 66.949
Daarnaast kunnen voor hulp door de POH'er consulten POH in rekening worden gebracht.
Dit bedrag wordt als volgt trendmatig aangepast:

loonkosten praktijkondersteuning: aanpassing van niveau 2005 naar niveau 2006 en volgende jaren volgens het OVA-percentage, zoals is beschreven in beleidsregel V-0000-2.0.2;

infrastructurele voorzieningen: aanpassing niveau 2005 naar niveau 2006 en volgende jaren volgens de mutatie overige kosten, zoals is beschreven in beleidsregel V-0000-2.0.2;

managementtijd: aanpassing niveau 2005 naar niveau 2006 en volgende jaren volgens de mutatie voor het inkomensbestanddeel, zoals is beschreven in beleidsregels CV-0000-1.0.2.


Ambtshalve vaststelling 

– Op basis van artikel 8 lid 5 WTG stelt CTG/ZAio, ter uitvoering van deze beleidsregel, de maximumtarieven (onder 2.1 en 2.3), ter vervanging van reeds goedgekeurde of vastgestelde maximumtarieven ambtshalve vast per 1 januari jaar(t).


– Deze beleidsregel vordert dat de prestatiebeschrijvingen onder 2.2.a en 2.2.b, op grond van artikel 10a lid 3 juncto artikel 8 lid 5 van de WTG, ambtshalve worden vastgesteld.
mevrouw drs. M.C.M. Verbeek

mmor/14 december 2005







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina