Belle en het beest



Dovnload 106.33 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte106.33 Kb.

:


BELLE EN HET BEEST
Tweede Akte
Scène 1: Het bos
14. Entr’acte/Wolvenjacht
Belle: Ga weg! Ahhhhh!!!
Scène 2: Bij de haard/in de bibliotheek
Belle: Laat eens effe kijken. Niet doen nou. Hou nou stil…
Beest: Ohw, dat doet pijn.
Belle: Als je nou stil houdt dan doet het lang zo’n pijn niet.
Beest: Als jij niet was weggelopen was het niet gebeurd.
Belle: Als jij me niet bang had gemaakt dan was ik heus niet weggelopen.
Beest: Moet je maar niet in de westelijke vleugel komen.
Belle: Moet je maar niet zo tegen mij schreeuwen! Effe niet bewegen, dit prikt een beetje.
Beest: Hey… en nog bedankt dat je mijn leven hebt gered.
Belle: Graag gedaan.
Mevrouw Pot: Nou… nou dat begint er op te lijken. Ik wist het wel als ze het maar probéren…
Lumière: Nou, Voila, het ijs is gebroken. Dat werd wel tijd hè?
Tick: Dat kun je wel zeggen, ja. Heb je de laatste tijd nog naar de roos gekeken?
Tack: De blaadjes vallen in een angstaanjagend tempo.
Mevrouw Thee: Ik wou het niet zeggen, maar ik kan me steeds minder goed bewegen.
Lumière: Het is duidelijk: Wij moeten een klein beetje helpen hè. Iets bedenken met romantiek, hè? Dat zij

elkander wat nader komen…


Mevrouw Pot: Ooooo, maar dan weet ik wel wat. Zeg, wij lusten zeker wel een lekker kopje…SOEP!
Lumière/Tickens: Soep???
Mevrouw Pot: Ja, laat me nou!
15. Eerder niet geweest
Belle: Ik zie opeens in hem iets liefs.

Ik zie iets hulpeloos en aardigs en naïefs.

En toch was hij zo’n lelijk beest.

Ben ik nou blind;

dat is er eerder niet geweest…
Mevrouw Thee: Hey! Psssttt…!
Belle: Ho… lepel! Hey… Kom maar hoor kindje, eerst eens wat droogs aantrekken.
Beest: Ze raakt me aan

en o, het leek

alsof ze met een beetje warmte naar me keek.

Alsof ze mijn gedachten leest

en zo’n moment is er toch eerder niet geweest.
Beest: Als ze naar me lacht… dan krijg ik helemaal geen lucht meer. En dan bonkt m’n hart… het bonkt!
Tick: Goed!
Beest: Is dat goed?
Lumière: Dat is uitmuntend!
Beest: Ik heb nog nooit zoiets gevoeld. Ik wil d’r graag iets geven, maar wat?
Tack: Nou ja, keuze genoeg: Uhh…uhh bloemetje… chocola… beloftes die je toch niet houdt
Lumière: Non non non non non, dit is niet zomaar een meisje.
Beest: Nee
Lumiere: Het moet iets speciaals zijn…
Beest: Ja!
Lumière: Iets waarvan zij houdt. *fluistert*
Beest: Weet je het zeker?
Lumière: Mais Oui!
Beest: Oh…!
Lumière: Zeg iets over haar japon!
Beest: Hij is roze!
Tick: Nou…
Lumière: Een complimentttt !
Beest: Belle, wat een leuke jurk.
Belle: Ach, dank je…
Beest: Belle, Ik wil je graag iets laten zien…Ogen dicht…Het is een verrassing!
Lumière: M-m-m-meisje mee!
Beest: Meisje mee…
Belle: Mag ik kijken?
Beest: Nog niet…
Belle: En nu?
Beest: Nog niet…En… Jaaa!
Belle: Oooohhh, zoveel boeken heb ik nog nooit bij mekaar gezien!
Beest: Vind je het leuk?
Belle: Leuk? Ik vind het geweldig!
Beest: Dan krijg je het van me!
Belle: Vreemd dat het zo kan lopen…

k zag alleen de buitenkant misschien.



Nu gaan m’n ogen open,

er is iets in hem

dat ik niet eerder had gezien.
Belle: Ach, dit is wel zó prachtig: Koning Arthur… Ken je dat?
Beest: Nee…
Belle: O, Je weet niet wat je mist. Ik ga het meteen nog eens lezen. O nee wacht, jij mag eerst.
Beest: Nee hoeft niet…lees jij maar…
Belle: Nee echt, jij mag…
Beest: Nee jij…
Belle: Nee jij!
Beest: Nee! Ik… ik kan het niet…
Belle: Je hebt nooit leren lezen?
Beest: Een klein beetje… en dat is lang geleden…
Belle: Nou, heel toevallig is dit het perfecte boek om voor te lezen. Kom! Kom bij me zitten.

Lumière: Het is niet waar.

Mevrouw Pot: O Lieve Heer.

Tack: Zegt u dat wel.

Mevrouw Thee: Een grote dag.

Lumière: Ze lijken plotseling verdorie wel een stel.

Mevrouw Pot: Wat een geluk!

Lumière/Tick/Tack: Haar warme hart

Mevrouw Thee: bereikt zijn geest.

En zo’n moment

is er toch eerder niet geweest.

Tick: Ik zie daar iets

dat er niet eerder is geweest.
Lumière: Prrrima!
Jakopje: Wat dan???
Mevrouw Pot: Ja, er is iets

dat er niet eerder is geweest.
Theezakje: Maar wat dan, mama?
Mevrouw Thee: Sssttt, dat vertel ik je later nog wel eens. Maar kom schatje, we laten ze even alleen.
Jakopje: Mama?
Mevrouw Pot: Jakopje?
Jakopje: Wanneer word ik ooit weer een jongen?
Mevrouw Pot: O, lieve schat, heel gauw…
Theezakje: Wanneer weet ik het?
Mevrouw Thee: Heel gauw… het zou wel eens… Het duurt vast niet lang meer…
Belle: “Niet wetend dat dit echt het legendarische zwaard Excalibur was probeerde Arthur het

uit de steen los te trekken. Vergeefs… Hij probeerde het nog eens, maar nog steeds bewoog ’t niet. Maar toen, bij de derde keer… trok Arthur het zwaard tevoorschijn.”


Beest: O, dan… dan is hij is dus de Koning!
Belle: Hihihi. Wacht nou maar…
Beest: … ik wist niet dat boeken dat konden…
Belle: Wat?
Beest: Je meenemen, naar een andere wereld. Zodat je even vergeet… eventjes…
Belle: Vergeet?
Beest: Ja, wie ik… uhh wat ik ben…
Belle: Weet je, wij hebben iets gemeen.
Beest: O ja?
Belle: In het dorp waar ik vandaan kom daar vinden ze mij… raar
Beest: Jou?
Belle: Dus ik weet hoe het voelt als je anders bent. Ik weet hoe eenzaam dat kan zijn.
“Toen, bij de derde keer, trok Arthur het zwaard tevoorschijn en uit het volk steeg een juichkreet omhoog: Arthur is Koning!”
Beest: Zei ik toch…
Mevrouw Thee: Zijn ze d’r nog?
Lumière: Mais Oui. En tot nu toe is hij heel erg aardig.
Jakopje: Hey mam, ik heb zo’n raar gevoel van binnen. Ik weet niet precies wat het is, maar ik vind het ergens wel hartstikke lekker!
Mevrouw Pot: Dat is hoop lieverd. Ik voel het ook al een tijdje.

16. Weer helemaal mens
Lumière: Ah oui, mijn kleine vriend. De langverwachte dag is misschien nabij.
Mevrouw Pot: O Lumière, als dát eens waar was.
Lumière: Dan zijn we weer mens.
Mevrouw Thee: Weer helemaal mens.
Lumière: Oui, Stel je eens voor wat dat betekent…

Lumière: Weer het heertje te zijn,

sjiek meneertje te zijn,

met une mademoiselle aan de arm!

Want dan ben ik weer mens,

Oui, weer hélemaal mens,

en dan hou ik de vrouwtjes weer warm!

Dan verover ik weer,

dan betover ik weer…

Mevrouw Pot: In elk huwelijk giert het alarm!

Theezakje: Ik ga wand’len met Bel!

Lumière: …maar mijn lont hou ik wel…

Jakopje: En dan ben ik gewoon weer een mens!

Mevrouw Thee/Babette: Dan ben ik weer een mens,

Ja, dan ben ik een mens,

niet een ding zonder hart zonder doel.

Theezakje: Doe nou wat je moet doen!

Geef mekaar nou een zoen!

La Commodia: Mamma mia! Ik ken dat gevoel!

Want dan ben ik weer thuis

in het Operahuis:

een vedette met een stem en een smoel…

En ik zeg het maar vast:

ik kom *woeps* uit de kast…

Voor de fans ben ‘k weer helemaal mens!

Tick: Ja, dan ben ik weer mens,

weer een redelijk mens,

die zich niet in de regels verslikt.

k Wind me niet meer zo op



Lumière: Zo, daar kijk ik van op!

Tack: Ik ben heus niet ge-t-t-t-tikt!

Ik ga fijn met pensioen

en geen donder meer doen,

k ben volkomen onarbeidsgeschikt…



Of ik schrijf een roman

maar ik neem het ervan… en ONTSPAN!

Allen: En weer hélemaal mens!

Dus veeg het stof van de vloer

en schuif de meubels opzij.

Alles moet comme-il-faut,

want je weet: het kan zomaar gebeuren…

Lumière: Snel aan de slag, mon amour!

Babette: Ik haal de bezem erbij!

Allen: En geniet er maar van,

ieder ogenblik kan het gebeuren!

Mevrouw Pot/Stofdoeken: Open de luiken en zwabberen maar!

Mevrouw Thee: Dit moet hier en dat ding dat moet daar.

Allen: Al het verwijt, de tranen, de spijt, gaan zo uit het raam!

Belle: “Toen Guinevere hoorde dat Arthur gesneuveld was ging ze het klooster in en nooit, nooit heeft ze meer geglimlacht”… Einde.


Beest: Ah, wat een práchtig verhaal
Belle: Ik wist wel dat je het mooi zou vinden. Mag ik jou iets vragen?
Beest: Ja…?
Belle: Een nieuwe kans. Zou jij vanavond met mij willen dineren…? Alsjeblieft?
Beest: Dineren? Ik? Met Jou? Ja.. dat zou… Dat wil… dat lijkt me… *struikelt van de trap* oh Jaaa! Ja!

Allen: En dan zijn we weer mens!

Ja, weer helemaal mens,

als het meisje ons eind’lijk bevrijdt!

Gaan we stevig tekeer,

want dan leven we weer…

niet voor even,

maar echt voor altijd!

Dan beminnen we weer,

dan beginnen we weer…

en vergeten wat ooit is geweest…

Weer een menselijk lijf,

weer een vent weer een wijf!

Alles komt voor mekaar

dankzij hem, dankzij haar…

misschien morgen al, morgen al,

morgen al, morgen al…

En… dan… dansen we weer

en dan sjansen we weer,

en we walsen van een-twee-en-drie.

Want dan zijn we weer mens,

ja weer helemaal mens,

en we vrijen met onze chérie!

En dan zingen we weer

en dan swingen we weer,

dan is al de ellende fini…

O, we hijsen de vlag

op die stralende dag.

Met een blozende toet

en van vlees en van bloed

en dan zijn-we-d’r-weer…

helemaal!

Scène 3: De herberg
Gaston: Fijn dat U zo snel kon komen, monsieur D’Oncre.
D’Oncre: Het is niet mijn gewoonte om midden in de nacht het gesticht te verlaten, maar meneer hier zei dat er wel iets tegen over stond.
Gaston: Uhh. Nou kijk, d’r is een meiske dat ik ten huwelijk heb gevraagd, maar… ze moet een beetje overtuigd worden.
Lefou: Ze moest hem namelijk niet! Hihihihi
Gaston: En nou had ik een ideetje… Het zit zo:
17. Villa Gaga
Gaston: Ik wou gaan trouwen

maar het vrouwtje zegt geen “Ja”.

En ze wil niet van mij houwen;

Da’s mijn eer te na!

Daarom is het tijd voor een ploertig plan

en ik wend mij dus tot een ploertig man.

Lefou: Hij weet waar hij die vinden kan:

Gaston/Lefou: …de Villa Gaga!

Gaston: Ik heb elke weg bewandeld:

rooie rozen, chocola.

Ik Heb gedreigd en onderhandeld.

Wat hielp het? Nada!

k gaf haar het liefste rattenkruid,



maar daarmee heb ik nóg geen bruid!

Lefou: Zijn laatste hoop haalt hij nu uit:

Gaston/Lefou: …de villa Gaga!

D’Oncre: Ik luister naar uw praatjes uit fatsoen,

maar ik zie niet goed wat ik voor U kan doen.

Ik sluit de mensen op,

ik heb geen dating clubje!

t Is een gekkenhuis,



het beruchtste van de streek!

Lefou: Toe dan! Spreek!

Gaston: Kijk, het gaat om Bel d’r vader:

Als het misgaat met papa

komt het meisje mij wel nader…

Lefou: O zeker! Ja ja!

Gaston: Aan dochterliefde geen gebrek,

verklaar die ouwe dus voor gek!

Lefou: En pleurt hem WHAM! achter het hek…

D’Oncre/Lefou: …van Villa Gaga!

Gaston: Dat, meneer, is in het kort mijn wens…

D’Oncre: Da’s een simp’le taak voor een onmenselijk mens!

Gaston: Zet ‘m zonder eten in de isoleercel

en dan komt ze wel;

dan gehoorzaamt Bel aan mij!

D’Oncre: Ja… Haal die dwangbuis maar tevoorschijn!

Lefou: Spuit ‘m plat…

Gaston/Lefou: …etcetera!

D’Oncre: Maar hij kan er zo vandoor zijn,

dus heren, ik ga!

Lefou/D’Oncre: Trek jij maar gauw je trouwpak aan…

Gaston: Zij is van mij!

Lefou: Geen denken aan… Oew!

dat zij haar pappie…



D’Oncre: …dood laat gaan?

Nou, op één haartje na…

Gaston/Lefou/D’Oncre: Geen mens komt ooit gezond vandaan…

uit de Villa Gaga!

Lefou: Proost!!


Scène 4: De vertrekken van het Beest
Lumière: Dit is de grote dag. Vanavond… U gaat haar zeggen: “Je t’aime!”
Beest: Ik weet niet of ik het kan.
Tick: U moet!
Lumière: U bent toch op het meisje gesteld?
Beest: O ja, heel erg.
Lumière: Dan kunt U toch zeggen…
Beest: Nee… ’t kan niet.
Tack: U moet!
Lumière: D’r zal uh… zacht muziek zijn… romantisch kaarslicht…daar zal ik persoonlijk voor zorgen… en precies op het moment suprême…
Beest: Ja, hoe moet ik weten wat dat is!
Tick: Dan moet je overgeven.
Lumière: Non non non non non! U zult het weten… omdat U het híer voelt. U moet spreken… uit het hart.
Beest: Ik moest spreken uit… ik kan het niet!
Lumière/

Tick/Tack: U moet!


Lumière: Waar bent U zo bang voor?
Beest: Niets.
Lumière: Meester!
Beest: Ik ben bang dat ze…
Tack: Dat ze wat…?
Beest: Dat ze me uitlacht.
Lumière: Prins, dat zult U dan toch moeten riskeren.
Tick: Er is zo weinig tijd meer.
Lumière: Hier kunt U wellicht een beetje moed uit putten, meester.
Beest: Oh kijk! Nou ja!
Lumière/

Tick/Tack: Jaaaa!


Lumière: Meester, meester U kunt het, ik ben zeker. Oh, U kunt het!
18. Meisje en het Beest
Mevrouw Pot: Altijd zo gegaan:

Altijd zijn er twee

Mijlen van elkaar…

één maakt een gebaar,

buigt een beetje mee.

Allebei verward,

angstig en bedeesd.

Weg een beetje kwijt,

niet op voorbereid…

Meisje en het Beest.

Belle: Dans met me


Beest: O nee, ik zit net…
Lumière/

Tick/Tack: Dans met haar!!!




Mevrouw Thee: Eeuwenoud verhaal,

steeds opnieuw bedacht.

Jong en jaren oud,

vreemd en toch vertrouwd,

net als dag en nacht.

Liedje van altijd,

bitterzoet als wijn.

Dat je iets niet wist,

of je had vergist…

Eeuwenoud refrein:

Altijd zo gegaan,

altijd zo geweest.

Groen nog als het gras,

breekbaar nog als glas:

Meisje en het Beest.

Altijd zo gegaan,

altijd zo geweest:

Meisje en het Beest.

Jakopje/Theezakje: *gaap*


Mevrouw Pot: En jij moet hoognodig de kast in Jakopje.

Het is al lang bedtijd. Slaap lekker, schat.


Mevrouw Thee: En jij ook, theezakje!
Beest: Bedankt, dat je mij te eten hebt gevraagd.
Belle: Ik vond het heerlijk.
Beest: Belle? Ik…
Belle: Ja?
Beest: Ben je gelukkig hier?
Belle: O ja hoor. Iedereen is zo aardig voor me: Mevrouw Thee, mevrouw Pot en Lumière.
Beest: En met mij?
Belle: Ja.
Beest: Belle, ik eh… ik moet je spreken
Lumière/

Tick/Tack: …Uit het hart!


Beest: Is er iets ?
Belle: Ik moest opeens aan mijn vader denken, ik mis hem zo. Ik wou dat ik hem nog eens kon zien.
Beest: Maar dat kan, in deze spiegel zie je alles. Alles wat jij wilt…
Belle: Ik wou mijn vader zien, alsjeblieft… O nee, papa! Er is iets helemaal fout! Hij is in het bos, hij is gewond! Ik moet naar hem toe!
Beest: Ga maar…
Belle: Ik moet… Wat?
Beest: Ga maar naar hem toe.
Belle: Maar ik kan toch niet zo…
Beest: Nee, Je bent niet meer mijn gevangene. Al heel lang niet meer. Neem deze maar mee, dan kan je altijd nog eens terugkijken en aan mij denken, misschien.
Belle: Ik zal jou toch nooit vergeten!
Beest: Belle… ik…
Belle: Ja?
Beest: Ga maar… Ga, snel! Ik zie d’r nooit meer terug…
Tack: Nou baas, ik moet zeggen: dat loopt gesmeerd hoor! Ik wist wel dat U het kon!
Beest: Ik uh… ik heb haar laten gaan.
Tick: U hebt wat?
Lumière: Hoe kon U dat doen ?
Beest: Het moest.
Tack: Maar waarom?
Mevrouw Thee: Na al die jaren heeft ‘ie eindelijk geleerd om lief te hebben.
Lumière: Maar dat is goed hè? Dat… dat verbreekt die betovering. Dat verbreekt het!
Mevrouw Pot: Nee, het is niet genoeg. Ze moet ook van hém houden.
Tick: En nou is het te laat.

19. Van haar te houden (reprise)
Beest: Geen woord is gesproken,

geen ban is verbroken:

Haar hart niet in staat

van mij te houden.

Geen hoop en geen leven,

niets kan ik haar geven.

Zij is niet voor mij,

zij is het nooit geweest.

En de koude dag

dat ik sterven mag

zal ik sterven als een Beest.

Scène 5: Bij het huis van Belle
Maurice: Ahh… ahh…
Belle: We zijn thuis, eindelijk. Kom maar, rust maar lekker uit.
Maurice: Geen idee wat er gebeurd is. Ik… ik… ik weet alleen nog dat ik viel.
Belle: Je was in het bos, pap. Ik dacht dat ik je nooit meer zou vinden.
Maurice: Maar het Beest… hoe ben je ontsnapt?
Belle: Ik ben niet ontsnapt, hij heeft me gewoon laten gaan.
Maurice: Laten gaan? Dat… dat verschrikkelijke beest?
Belle: Hij is niet verschrikkelijk. Ik was zo bang in het begin. Ik dacht echt: Dit is het einde… maar op de één of andere manier werd alles anders.
Maurice: Anders? Hoe bedoel je?
Belle: Ik Weet niet. Nee, ik zie hem anders nu. Het is gek, maar als ik om me heen kijk… ik zie alles anders.

20. Dat zegt het hart
Belle: Er klopt een hart in mij

Dat ik maar half herken:

Of ik een ander mens

en toch dezelfde ben.

Want nu begrijp ik pas

dat tussen wit en zwart

een hele wereld was,

dat zegt mijn wijze hart.

En oh, ik ben mijn kinderdromen kwijt,

maar tegelijk mijn eenzaamheid.

En voor het eerst voel ik me vrij…

Dat zegt het hart dat klopt in mij.

Want in mijn angst en pijn

heb ik een les geleerd.

Mijn ziel oneindig klein,

mijn waarheid omgekeerd.

Niets is zoals het lijkt,

niets is volmaakt misschien,

maar wie wat beter kijkt

zal duizend kleuren zien.

En oh, de zeeën die ik heb gehuild

heb ik voor vaste grond geruild.

Daar komt misschien mijn prins voorbij…

Dat zegt het hart dat klopt in mij.

Dat zegt het hart dat klopt in mij.

D’Oncre: Goedemiddag…


Belle: Monsieur D’Oncre…
D’Oncre: We komen uw vader halen.
Belle: Wat?
D’Oncre: Stil maar, wij zullen goed voor hem zorgen.
Belle: Mijn vader is niet gek!
Lefou: Nou hij is anders als een gek tekeer gegaan geweest. We hebben het allemaal gehoord, toch?
Dorpelingen: Ja!
D’Oncre: Heel goed. En komt U nou maar rustig mee.
Belle: Zeg, dat kunt U niet doen!
Lefou: Vertel nog eens, ouwe: Hoe groot was dat beest?
Maurice: Enorm! Nou, hij… hij was wel minstens meer dan 3 meter! Echt waar, gelooft U me nou!
D’Oncre: Vertel eens Maurice, wanneer is dat begonnen met die uh.. waanideeën?
Maurice: ’t Zijn helemaal geen waanideeën. Dat beest was écht en die sprekende klok ook!
Dorpelingen: Hahahaha
Gaston: Arme Belle. Wat naar van je vader.
Belle: Gaston, jij weet dat hij niet gek is!
Gaston: Ik zou het misverstand uit de weg kunnen ruimen als…
Belle: Als wat?
Gaston: Als je met me trouwt.
Belle: Wat??
Gaston: Eén woordje Belle…meer niet.?
Belle: Nooit!

*kus* *klap*
Gaston: Zoek het dan maar uit ook! Meenemen die ouwe!!
Belle: Nee wacht!
Maurice: Belle!
Belle: Ik kan bewijzen dat hij niet gek is: Toon mij het Beest!
Dorpelingen: Aah…! Help…! Wha…!
Maurice: Ja, dát is hem! Dat is hem! Kijk dan!
Dorpsvrouw: Is ‘ie gevaarlijk?
Belle: O nee, nee. Hij ziet er eng uit maar hij doet geen vlieg kwaad! Hij is lief en zachtaardig. Hij is mijn vriend.

Gaston: Als ik niet beter wist dan zou ik denken dat je wat voor dat monster voelt!


Belle: Hij is het monster niet, Gaston! Dat ben jij!
Gaston: Ze is al net zo gek als die ouwe! Als ze zegt dat die griezel d’r vriend is… Nou, ik heb op wilde beesten gejaagd, ik weet waar ze toe in staat zijn:

21. De stem van de massa
Gaston: Het beest pákt de kleine kinderen
Belle: Dat zal ie nooit doen!
Gaston: In het donker komt ‘ie ze halen! Ik zeg laat die ouwe… Het beest moet dood!
Dorpelingen: Ja, Dood! Dood!

Mannelijke dorpeling (Soedha): Hij moet dood, hij moet eraan!

Mannelijke dorpeling (Floor): In de nacht loert het gevaar!

Dorpsvrouw (Destiny): Dan verscheurt ie onze kleintjes,

vreet ze op met huid en haar!

D’Oncre: Hij vernietigt onze huizen,

hij brengt enkel rottigheid.

Gaston: Het is tijd voor harde actie, mensen!

Volg mij in de strijd!

In de mist, in het woud,

in het duister en de schaduw,

in de donkere spelonken van de nacht.

Als één man onderweg

naar die vesting vol gevaren

waar een gruwelijke vijand op ons wacht.

t Is een monster met bloed aan zijn klauwen,



om zijn daden gehaat en gevreesd.

En hij brult en hij blaast

maar we hebben hem haast

bij zijn strot!

Maak kapot!

Dood het beest!

Belle: Ik sta dit niet toe!


Gaston: Hou ons maar tegen!
Belle: O, dit is allemaal mijn schuld! Ik moet hem gaan waarschuwen…
Maurice: Ga ik met je mee!
Belle: Nee!
Maurice: Belle, ik wil je niet nog een keer verliezen!

Gaston: Ik zeg: Dat Beest moet kapot! Wie is vóór???


Menigte: Ikke! En ik! En ik!
Menigte: Fakkel aan! Op je paard!

Gaston: Haal je moed maar uit je tenen!

Menigte: Wij vertrouwen op Gaston en zijn gezag.

Dorpsvrouwen: Naar die plek in het woud

in het duister en de schaduw,

Allen: waar iets loert op onze veiligheid en vlag.

t Is een Beest! Hij bedreigt onze levens!



Hij moet weg, hij moet hartstikke dood.

Dus val aan! Onvervaard!

Grijp de knots en het zwaard!

Prijs de Here en we gaan!

Gaston: Ik leidt jullie naar het kasteel! En zijn kop gaat er af!



Menigte: Hij is niet zoals wij,

dus we moeten hem wel haten,

want het onbekende vrezen wij het meest.

Grijp het mes, het geweer.

Nee, we pikken het niet meer.

Vraag de zegen van de heer…

en dood het Beest!

Gaston: Eerst een boom, een hele grote…

Pak allemaal wat je pakken kan…

maar onthou: het Beest is van mij!



Menigte: Vanen hoog, ruggen recht

en zo trekken wij ten strijde.

Geen genade meer,

hij is er al geweest.

Ja, zijn eind is nabij,

sla de trom en sluit de rijen,

geef ‘m op z’n lazerij!

En dood het Beest!

Dood het Beest!

Dood het Beest!

Dood het Beest!
Scène 6: In het kasteel
22. De strijd/Gevecht op de toren
Lefou: Ik vinnut hier eng!
Gaston: Sstt!
Lefou: Nou, ik vinnut…!
Gaston: Kop dicht!
Lefou: Gaston? Ik wil naar huis toe! Ah!! Ah!! Ah!! Ah!! *grote paniek*
Babette: Joehoe!!! Hey wat zie jij er goed uit…!
Dorpeling (Soedha): Ga toch weg…
Babette: Nee! Ha! Ha!
Lumière: Sacre Bleu! O, pardon Meester.
Beest: Laat me met rust…
Lumière: Maar het kasteel wordt overvallen!
Beest: Dat doet er niet meer toe. Laat ze maar komen…
Lumière: O, mon Dieu! Meester! *paniek*
Mevrouw Pot: Zeg… Wij lusten zeker wel een lekker kopje thee?
Lefou: Thee? Uhh… nou graag!
Jakopje/

Theezakje: Asjeblieft!!!


Lefou: Au, au, heet!!
Mevrouw Thee: Hier héb jij je thee, stinkzwam! *paniek*
Lefou: Waar is iedereen???
La Commodia: Haaaaaaaaaaaaaaa!!!
Lefou: Nee!!
Tick/Tack: Ho, ho, ho… Stop! Ten aanval! Ten aanval!
Gaston: Zo! In het echt ben je nog lelijker! Sta dan op, hè! Is dit beest te zachtaardig om te vechten?! Je was verliefd op d’r hè?! Geef het nou maar toe. Hahaha, die is goed! Dacht je nou echt dat een meisje zoals zij ooit zo’n misbaksel zou moeten! Dan ben je nog geschift ook. Ze kotst van je Beest! En ze heeft mij gestuurd om jou af te maken! Het is voorbij, Beest! Belle is van MIJ!!
*gevecht in de toren*
Belle: Neeee!!!
Gaston: Belle… Belle help me…!
Belle: Het spijt me zo! Laat hem gaan…
Gaston: Laat me gaan! Ik smeek het je: laat me gaan!!!
Beest: Weg dan. Weg!! Belle, pak mijn hand!
Belle: Neeee!!!
Gaston: AAAHHHHH!!!

Scène 7: De verandering
Beest: Je bent teruggekomen…
Belle: Maar natuurlijk ben ik teruggekomen! Ik kon ze toch niet… Was ik maar eerder geweest!
Beest: Misschien Belle… is het beter zo.
Belle: Nee, dat moet je niet zeggen. Alles komt goed!
Beest: Nee…
Belle: ….zijn nou samen. Het komt goed!
Beest: Ik heb je tenminste nog… nog één keer…

23. Thuis (reprise)
Belle: Wij zijn thuis, we zijn thuis,

jij en ik, we zijn samen.

In ons huis

waar ik nooit meer vandaan zal gaan.

Kijk me aan en je weet dat ik

vanaf nu aan je zij zal staan.

Thuis dat is waar je hart woont,

t was al zo lang dichtbij…



Ik ben thuis,

thuis bij jou,

blijf bij m…
Beest: Belle! Oohhh!
Belle: Nee!! Niet doen, niet weggaan! Ik hou van je!
*de verandering*
Prins: Mijn liefste kijk dan toch.

Mijn lief ik ben er nog.

Het beest hier binnenin is man geworden…
Belle: Je bent het écht!
Mevrouw Pot: O, hemeltje! O, lieve hemeltje! Oh… Lumière?
Lumière: Wha! Wha! Mevrouw Pot?
Mevrouw Thee: Lumière?!
Lumière : Mevrouw Thee! Mevrouw Pot!!
Tick: Wat is er gebeurd???
Lumière: Tick/Tack!! Tick/Tack!! *kus*kus*kus*kus*
Tick/Tack: Nee, nee…! Niet doen!
Lumière: De betovering is verbroken, hè! We zijn weer… MENS!!
Tick/Tack: Lumière, kom hier! Hohoho! *kus*kus*kus*kus*
Lumière: Niet doen!! Niet doen, alsjeblieft!!
Prins: Mevrouw Thee en Mevrouw Pot! Hahaha.
Mevrouw Thee en Pot: Ooo…Ooo…
Lumière: Meester…
Prins: Lumière… hahahaha!
Lumière: Meester!!
Prins: Tick en Tack! Mijn goeie ouwe Tick en Tack! Belle, we gaan je vader zoeken…
Tick: Wie was die vent?!?
Lumière: De Prins!!!
Tack: Niet waar!
Lumière: Wél waar!
Tick: Ach welnee!
Lumière: Nou en of ‘ie dat was! Dat is…
Babette: Joehoeoeoe… Bonjour lekker ding!
Lumière: Babette wat… ben je… mooi hè!
Babette: Hoe bedoel je? Ik dacht dat jij me vroeger ook mooi vond?!
Lumière: Ja, dat is waar, dat is waar, maar ik vind je… ik vind je nu nog veel mooier hè?!
Babette: Dan hebt jij tegen mij gelogen.
Lumière: Niet, ik was…
Babette: Welles…
Lumière: Niet, ik was…
Babette: Welles welles welles!
Lumière: Misschien een heel k…klein beetje…
Babette: Lumière, ik vind jou ook véél mooier zo.
Lumière: Ahaha whoeoeoe
Babette: Oh, chèrie!
Lumière: Ohh… Je t’aime, chèrie!!
Babette: Ahahaha Ahahaha
La Commodia: Oh Oh Oh
Tack: Mevrouw, mág ik het zeggen: U ziet er werkelijk verrukkelijk uit!
La Commodia: Oh, dank je, Tack! Hoe vind je mijn robe? Het is een wonder dat ‘ie me past, na ál die jaren…
Tick: Het is verrukkelijkheid in het kwadraat!
La Commodia: Woops. Wisten jullie trouwens dat ik deze droeg op de bühne van de Koninklijke Opera? De Koning zelf zat op rij 1!
Tick en Tack: Ja, we weten het! We waren erbij, je was geweldig! *kus*
La Commodia: Oh, Tick en Tack!
Jakopje/

Theezakje: Mama! Mama!


Mevrouw Pot: Jakopje? Jochie? Oh, jochie van me!
Mevrouw Thee: Theezakje? Ach lieverd!
Theezakje: Gaan ze nu nog lang en gelukkig leven?
Mevrouw Thee: Reken maar, lieverd… O, reken maar…
Jakopje: En hoef ik nou niet meer in de servieskast?
Mevrouw Pot: Nee, dat is verleden tijd!


24. Meisje en het Beest (reprise)
Prins/Belle: Twee harten beminnen,

twee levens beginnen:

één waarheid, één droom,

één woord van man en vrouw:

Ik hou van jou!

Allen: Eeuwenoud verhaal,

steeds opnieuw bedacht:

Altijd zo gegaan,

Altijd zo geweest…

Meisje en het Beest.

Altijd zo gegaan,

Altijd zo geweest…



Meisje en het Beest.

*** EINDE ***



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina