Belliardstraat 101 1040 Brussel belgië Tel. +32 22822211 Fax +32 22822325 Internet



Dovnload 154.68 Kb.
Pagina2/2
Datum19.08.2016
Grootte154.68 Kb.
1   2

1.Goedkeuring van de agenda (CdR 358/2011 rev. 2)

De agenda wordt goedgekeurd.



2.Goedkeuring van de notulen van de op 10, 11 en 12 oktober 2011 gehouden 92e zitting (CdR 356/2011)

De notulen worden goedgekeurd.



3.Mededeling van de voorzitter



De voorzitter betreurt de slachtoffers van het bloedbad in Luik op 13 december 2011 en verzoekt de leden om te hunner nagedachtenis een minuut stilte in acht te nemen.
Ook betuigt zij namens de CvdR-leden haar medeleven met de familie van het voormalige Deense CvdR-lid Jan Boye, die op 22 oktober 2011 is overleden.
Mevrouw Bresso informeert de leden over de Vijfde Top van Europese regio's en steden, die op 22 en 23 maart 2012 in Kopenhagen zal worden gehouden, en nodigt hen uit om zich hiervoor in te schrijven. De leden krijgen een korte videofilm te zien.
Voorts deelt de voorzitter mee dat wijzigingsvoorstellen m.b.t. ontwerpadviezen, zowel voor commissievergaderingen als plenaire zittingen, vanaf 1 januari 2012 uitsluitend nog mogen worden ingediend via een nieuw onlinesysteem dat toegankelijk is via het ledenportaal.
BEHANDELING EN GOEDKEURING VAN ADVIEZEN

4.Het nieuwe meerjarig financieel kader na 2013


Voorstel voor een verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020

COM(2011) 398 final

CdR 283/2011 rev. 1 – BUDG-V-002

Rapporteur: Flo Clucas (lid van de gemeenteraad van Liverpool, UK/ALDE)


Na de discussie wordt het voorstel met meerderheid van stemmen goedgekeurd. Zie voor het verslag van de beraadslagingen document CdR 410/2011.

5.Energie-efficiëntie


Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad

COM(2011) 370 final – 2011/0172 (COD)

CdR 188/2011 rev. 1 – ENVE-V-014

Rapporteur: Jean-Louis Joseph (burgemeester van Bastidonne, FR/PSE)

Na de discussie wordt het voorstel met meerderheid van stemmen goedgekeurd. Zie voor het verslag van de beraadslagingen document CdR 407/2011.

6.Voorstelling van de winnaars van de CvdR-proefschriftenwedstrijd 2011 (CdR 358/2011 pt. 6) (ter informatie)




7.Bevordering van landbouwproducten


Groenboek

COM(2011) 436 final

CdR 240/2011 rev. 1 – NAT-V-015

Rapporteur: Pedro Sanz Alonso (minister-president van de regering van La Rioja, ES/EVP)


Na de discussie wordt het advies met algemene stemmen goedgekeurd. Zie voor het verslag van de beraadslagingen document CdR 409/2011.

8.Gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCCTB)


Voorstel voor een richtlijn van de Raad

COM(2011) 121 final – 2011/0058 (CNS)

CdR 152/2011 rev. 2 – ECOS-V-018

Rapporteur: Gusty Graas (gemeenteraadslid van Bettembourg, LU/ALDE)


Na de discussie wordt het voorstel met meerderheid van stemmen goedgekeurd. Zie voor het verslag van de beraadslagingen document CdR 411/2011.

9.Een EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie van de Roma tot 20201


Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's

COM(2011) 173 final

CdR 247/2011 rev. 1 – ECOS-V-019

Rapporteur: Alvaro Ancisi (gemeenteraadslid van Ravenna (IT/EVP)


Na de discussie wordt het advies met algemene stemmen goedgekeurd. Zie voor het verslag van de beraadslagingen document CdR 412/2011.

10.Evaluatie van het Europees nabuurschapsbeleid


Gezamenlijke mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's

COM(2011) 303 final

CdR 198/2011 rev. 1 – CIVEX-V-023

Rapporteur: Jacek Protas (voorzitter van het regiobestuur van Ermland-Mazurië, PL/EVP)


Na de discussie wordt het advies met algemene stemmen goedgekeurd. Zie voor het verslag van de beraadslagingen document CdR 414/2011.

11.Minder administratieve formaliteiten voor burgers


Groenboek

COM(2010) 747 final

CdR 148/2011 rev. 2 – CIVEX-V-021

Rapporteur: Patrick McGowan (lid van de Donegal County Council en de Border Regional Authority, IE/ALDE)


Na de discussie wordt het advies met algemene stemmen goedgekeurd. Zie voor het verslag van de beraadslagingen document CdR 413/2011.
SCHORSING VAN DE ZITTING
Donderdag 15 december

12.Toespraak door Maroš Šefčovič, vicevoorzitter van de Europese Commissie, verantwoordelijk voor internationale betrekkingen en administratie, over het werkprogramma van de Europese Commissie voor 2012



Voorzitter Bresso heet de heer Šefčovič welkom en brengt de herziening van de samenwerkingsovereenkomst tussen het CvdR en de Commissie ter sprake. Ze merkt op dat de herziening bedoeld is om de grondslagen voor de samenwerking tussen CvdR en Commissie te vernieuwen in het licht van de institutionele vorderingen die met het Verdrag van Lissabon zijn gemaakt. De nieuwe overeenkomst moet ook een weerspiegeling vormen van de reële vooruitgang die de lokale en regionale overheden bij de ontwikkeling van de Europese dynamiek hebben geboekt, en van de evolutie die hun politieke assemblee (het Comité van de Regio's) in het Europese besluitvormingsproces heeft doorgemaakt.
De heer Šefčovič verwijst eerst naar de groeiprognose die de Commissie regelmatig publiceert. Uit de prognose van vorige maand blijkt dat de Europese economie door de staatsschuldcrisis stilvalt. Hij benadrukt dat in het werkprogramma van de Commissie voor 2012 gepoogd is een balans te vinden tussen onmiddellijk vereiste maatregelen om de crisis aan te pakken (ter uitvoering van hetgeen reeds is afgesproken) en het leggen van de grondslagen voor de toekomst.
Vervolgens stelt de vicevoorzitter dat bezuinigen alléén niet voldoende is om de financiën weer op orde te krijgen. Overheden op lokaal, regionaal en nationaal niveau moeten aandachtig kijken naar zowel uitgaven als inkomsten. Slimme uitgaven en besparingen zijn geboden om de groei te stimuleren; ook moet gezocht worden naar nieuwe bronnen om inkomsten te genereren. Volgens de heer Šefčovič beschikt de EU met de Europa 2020-strategie over een blauwdruk voor duurzame groei die arbeidsplaatsen creëert. Zijns inziens laat de tenuitvoerlegging ervan echter te wensen over. Hij dringt erop aan dat alle betrokkenen en met name ook regionale en lokale overheden zich hier krachtig voor inzetten. De commissaris juicht het engagement van het CvdR ter zake toe en heeft waardering voor het tweede monitoringverslag van het CvdR over Europa 2020, dat de Commissie helpt om te weten te komen hoe de lokale en regionale overheden over deze kwestie denken.
De vicevoorzitter wijst erop dat de EU dankzij de interne markt is uitgegroeid tot de grootste economie ter wereld. In de Single Market Act worden 12 concrete voorstellen gedaan, waarmee de Commissie de eerste fase heeft opgestart van een ambitieus proces om de interne markt aan te passen aan de 21e eeuw. Het Europees octrooi, roamingtarieven en de energiebesparingsrichtlijn zijn voorbeelden van EU-maatregelen om de groei aan te zwengelen en banen te scheppen.
Tot slot zegt de heer Šefčovič dat de EU-begroting een van de meest directe middelen is om groei en werkgelegenheid te ondersteunen. Hij is van mening dat het cohesiebeleid werkt, maar wel aan de huidige situatie moet worden aangepast. Het cohesiebeleid moet het investeringsbeleid van de Unie worden. Een investeringsbeleid dat ten doel heeft om jobs te creëren, groei te bevorderen, innovatie aan te moedigen en uiteindelijk de kwaliteit van het leven van onze burgers te verbeteren.
De heer Schneider gaat namens de EVP-fractie in op enkele aspecten van het werkprogramma. Hij onderstreept dat het cohesiebeleid van cruciaal belang is om de huidige crisis het hoofd te bieden en dat er zo snel mogelijk besluiten over het cohesiebeleid moeten worden genomen. Ook brengt de heer Schneider de partnerschapscontracten ter sprake, die er volgens hem op papier goed uitzien, maar in de praktijk op dit moment moeilijk uitvoerbaar zijn.
Mevrouw Marini merkt namens de PSE-fractie op dat er in het licht van de financiële crisis voor meer democratie en legitimiteit moet worden gezorgd; het Europese niveau kan in haar ogen gebruikt worden om dit bereiken. Ze acht het riskant om de zaken steeds meer intergouvernementeel aan te pakken. Ook vindt ze dat er een Europees ratingbureau moet komen. Tot slot betoogt ze dat het een politieke vergissing is om macro-economische voorwaarden aan het cohesiebeleid te verbinden en beklemtoont ze het belang van groei en steun voor lokale overheden en regio's.
Mevrouw Clucas wijst er namens de ALDE-fractie op dat er over de belasting op financiële transacties (FTT) veel misverstanden bestaan. Ze dringt aan op een echt publiek debat om dit thema goed te bespreken. Voorts kritiseert ze het huidige systeem van ratingbureaus en de invloed die de financiële sector op hen heeft. Afrondend zegt mevrouw Clucas dat er een eind moet komen aan het gespeculeer over de toekomst van de euro en dat het vertrouwen in Europa moet worden hersteld.
De heer Zajakala, die namens de EA-fractie spreekt, acht het noodzakelijk om het vertrouwen in het politieke proces te herstellen en om de invloed van de financiëledienstensector terug te dringen. Hij wijst op de verschillen die er tussen regio's bestaan, in het bijzonder vanwege het gebrek aan evenwicht tussen landelijke en stedelijke gebieden, en pleit voor Europese instrumenten om dit probleem te verhelpen. Hij dringt erop aan op dat er meer wordt geïnvesteerd via het cohesiebeleid en dat er in het werkprogramma meer maatregelen worden opgenomen om deze kwestie aan te pakken.
De heer Belica (EVP/SK) zou graag zien dat er in het werkprogramma en in de komende programmeringsperiode meer aandacht uitgaat naar het regionale niveau.
In zijn reactie stelt commissaris Šefčovič dat in de huidige verdragen geen rekening is gehouden met de onderlinge afhankelijkheid van landen in het kader van de wereldwijde financiële crisis, zodat de benodigde rechtsinstrumenten niet altijd bestaan, en het vergt heel wat tijd om die te creëren. Hij onderschrijft dat er problemen rond het cohesiebeleid bestaan, maar verzoekt de leden om de lidstaten ervan te doordringen dat het beleid noodzakelijk is. Daarna gaat de commissaris in op de opmerkingen over het meerjarig financieel kader, de FTT en de financiële sector. Hij acht het noodzakelijk om de afhankelijkheid te verminderen, kleinere ratingbureaus een grotere rol te geven en voor meer financiële regelgeving en meer transparantie ter zake te zorgen. Tot slot benadrukt hij dat het belangrijk is om plattelandsgemeenschappen verder te ontwikkelen, met name in het kader van de digitale agenda, en te moderniseren.
BEHANDELING EN GOEDKEURING VAN ADVIEZEN

13.Resolutie van het Comité van de Regio's over de Prioriteiten van het Comité van de Regio's voor 2012 op basis van het wetgevings- en werkprogramma van de Europese Commissie

(CdR 361/2011) (voor besluit)

Na de discussie wordt de resolutie met meerderheid van stemmen goedgekeurd. Zie voor het verslag van de beraadslagingen document CdR 415/2011.



14.Naar een ruimtevaartstrategie van de Europese Unie ten dienste van de burger2

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's


COM(2011) 152 final

CdR 163/2011 rev. 2 – ENVE-V-013

Rapporteur: Hermann Kuhn (lid van het stadsparlement van Bremen, DE/PSE)
Na de discussie wordt het advies met algemene stemmen goedgekeurd.

15.Bijdragen van de Europese lokale en regionale overheden aan de VN-conferentie over duurzame ontwikkeling 2012 (Rio+20)3


Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's

COM(2011) 363 final

CdR 187/2011 rev. 1 – ENVE-V-016

Rapporteur: Ilmar Reepalu (gemeenteraadslid van Malmö, SE/PSE)


Na de discussie wordt het advies met algemene stemmen goedgekeurd. Zie voor het verslag van de beraadslagingen document CdR 408/2011.

16.Toespraak door Janez Potočnik, lid van de Europese Commissie, verantwoordelijk voor milieu



Voorzitter Bresso verwelkomt de commissaris en hoopt met de Commissie samen te werken aan de lokale groene agenda. Ze wijst op drie punten die voor lokale en regionale overheden belangrijk zijn in dit stadium waarin de conferentie Rio+20 wordt voorbereid: 1) er moet een stappenplan inzake een groene lokale economie worden opgenomen voor de in Rio te bereiken resultaten; 2) er moet erkenning komen voor de rol die decentrale overheden spelen op het gebied van duurzaam bestuur; 3) er moet meer worden geïnvesteerd in samenwerking tussen regio's en steden uit verschillende werelddelen.
Volgens de heer Potočnik beoogt de EU met Rio+20 (de VN-conferentie over duurzame ontwikkeling die in juni 2012 in Rio de Janeiro wordt gehouden) in algemene zin om duurzame ontwikkeling op alle niveaus nieuw politiek elan te geven. Voor deze conferentie zijn twee hoofdthema's aangeduid: "een groene economie in de context van duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding" en het "institutioneel kader voor duurzame ontwikkeling".
Onderdeel van het Commissievoorstel dat op 1 november 2011 officieel naar de VN is gestuurd, is een "stappenplan voor een groene economie ", bedoeld om aan te zetten tot actie op alle niveaus, d.w.z. nationaal, subnationaal en internationaal. Wat internationale maatregelen betreft, zou het stappenplan een aantal toezeggingen van de internationale gemeenschap moeten omvatten over vraagstukken die alleen op mondiaal niveau doeltreffend kunnen worden aangepakt. Waar het gaat om het nationale en subnationale niveau verwijst de heer Potočnik naar het concrete voorstel van de EU om een regeling voor capaciteitsopbouw te ontwikkelen. Op basis hiervan zou er over de omschakeling naar een groene economie aan alle landen advies moeten worden verstrekt dat specifiek is afgestemd op de landen en eventueel regio's en sectoren.
De commissaris deelt mee dat een "institutioneel kader voor duurzame ontwikkeling" bedoeld is om duurzame ontwikkeling concreter in de praktijk om te zetten en beter te integreren op alle niveaus en in alle landen. Hij is het met het CvdR eens dat "vergroening" van de economie belangrijk is om de klimaatverandering te helpen tegengaan en dat Europese steden en regio's een sleutelrol spelen omdat zij het vergroeningsbeleid uiteindelijk uitvoeren. In dit verband wijst de heer Potočnik er nog eens op dat de Commissie in de aanloop naar de conferentie Rio+20 graag met het CvdR wil blijven samenwerken.
Tot slot informeert de commissaris de CvdR-leden over de uitkomsten van de in Durban gehouden VN-conferentie over klimaatverandering en prijst hij zijn collega Connie Hedegaard, die de EU- delegatie leidde.
De heer Lamers wijst er namens de EVP-fractie op dat het milieubeleid een geïntegreerde aanpak vergt die aansluit bij het beginsel van multilevel governance. Hij zegt dat lokale en regionale overheden niet alleen te maken hebben met de uitvoering van milieuwetgeving, maar ook in een vroeg stadium bij de uitstippeling van milieubeleidsmaatregelen moeten worden betrokken. Ter illustratie wijst hij in dit verband op het geslaagde voorbeeld van de herziening van de luchtkwaliteitrichtlijn.
De heer Reepalu betoogt namens de PSE-fractie dat de EU, als meest ambitieuze supranationale structuur, op de conferentie Rio+20 moet aandringen op concrete doelstellingen en deadlines. Het unieke van de EU is zijns inziens de deelname van lokale en regionale actoren aan het proces, waardoor het beleid aan een "reality check" kan worden onderworpen. Ter afronding merkt hij op dat duurzame ontwikkeling en vergroening van de economie absoluut noodzakelijk zijn om problemen als de onrechtvaardigheid in de wereld en de klimaatverandering aan te pakken.
Mevrouw Baker wijst namens de ALDE-fractie ook op de bijdrage die gemeenten en regio's kunnen leveren aan de bestrijding van de klimaatverandering, en spreekt zich uit voor een mondiaal milieuforum om ervaringen uit te wisselen. Ze is ingenomen met de ambitieuze maatregelen, maar benadrukt dat de gewenste wereldwijde omschakeling lastig te realiseren valt zonder de participatie van krachtigere lokale en regionale overheden.
Mevrouw Gillham zegt namens de EA-fractie dat lokale en regionale overheden het een en ander bereikt hebben op het vlak van energiebesparing en het ontplooien van milieuvriendelijke initiatieven, maar dat hun inspanningen nooit zijn erkend en beloond, integendeel zelfs: de centrale regering legt gemeenten steeds strengere milieuregels op, alsook bezuinigingen, waardoor zij het moeilijk hebben om de uit milieuwetgeving voortvloeiende kosten te betalen.
Commissaris Potočnik reageert op de opmerkingen van de leden en stelt dat de rol van het CvdR belangrijk is. Hij is van mening dat er zonder groene ontwikkeling geen sprake kan zijn van ontwikkeling, en heeft met name lof voor het Burgemeestersconvenant. Ook zegt hij dat de Commissie de samenwerking met de verschillende bestuurslagen moet voortzetten. Hij onderschrijft dat er meer evenwicht moet komen tussen stedelijke en landelijke gebieden en beklemtoont dat een efficiënte omgang met hulpbronnen belangrijk is voor groei.

17.Overdracht van de titel "Groene hoofdstad van Europa" van de stad Hamburg aan de stad Vitoria-Gasteiz, die deze titel in 2012 mag dragen



Voorzitter Bresso feliciteert de vertegenwoordigers van beide steden, de staatssecretaris voor milieu van Hamburg (Duitsland), Holger Lange, en de burgemeester van Vitoria-Gasteiz (Spanje), Javier Maroto Aranzabal. Volgens haar "willen burgers dat Europa concrete voordelen oplevert in hun dagelijks leven. Wat dit betreft vervullen de Groene hoofdsteden van Europa een voortrekkersrol, met milieuvriendelijk openbaar vervoer, energiezuinige overheidsgebouwen en vele andere voorbeelden van uitstekende, vaak uit het EU-cohesiebudget medegefinancierde lokale projecten die veel verder gaan dan de doelstellingen uit EU-richtlijnen."
Janez Potočnik, Europees commissaris voor milieu, prijst Hamburg, dat in 2011 zijns inziens een voorbeeldige Groene hoofdstad van Europa is geweest en "vooral indruk heeft gemaakt met de rondreis van zijn milieuvriendelijke ideeëntrein om de belangrijke boodschap van duurzame stadsontwikkeling te verspreiden in 18 Europese steden." Om Vitoria-Gasteiz aan te moedigen wijst hij erop dat een groot deel van de bevolking woonachtig is in middelgrote steden (100 000 – 500 000 inwoners), zoals de Baskische hoofdstad, en dat hun werkwijzen derhalve cruciaal zijn om het milieu en de levenskwaliteit van de burgers te verbeteren.
Volgens Holger Lange, Hamburgs staatssecretaris voor milieu, "verdienen Hamburg en Vitoria-Gasteiz de titel Groene hoofdstad van Europa, ook al zijn het allebei industriesteden. Hiermee wordt duidelijk wat de echte uitdagingen van een modern milieubeleid zijn: Europese groene hoofdsteden hebben laten zien dat economische bedrijvigheid enerzijds en duurzaamheid anderzijds hand in hand kunnen gaan. Ongeveer 8,5 % van de oppervlakte van de industriestad Hamburg is beschermd natuurgebied; dat is meer dan in welke andere Duitse deelstaat dan ook."
Naar de mening van Javier Maroto Aranzabal is het belangrijk om zich steeds bewust te zijn van de verantwoordelijkheid die met de titel Groene hoofdstad van Europa gepaard gaat en om ideeën en beste praktijken uit te wisselen. Ter illustratie wijst hij op het succes dat Vitoria-Gasteiz heeft geboekt met zijn systeem voor personenvervoer: twee jaar na de lancering van het Plan voor duurzame mobiliteit is het gebruik van het openbaar vervoer met ruim 45 % gestegen en wordt er twee keer zo veel gefietst.
Na de toespraken overhandigt de heer Potočnik het Green Book, dat symbool staat voor de titel, aan de heer Aranzabal.

18.Verkiezing bureauleden (CdR 358/2011 pt. 18) (voor besluit)

De volgende leden (cursief) worden voorgedragen en vervolgens gekozen:




LID VAN HET BUREAU

VERVANGER AD PERSONAM

DENEMARKEN

ANDERSEN Knud (ALDE)

MADSEN Henrik Ringbaek (PSE)

GRIEKENLAND

KALOGEROPOULOS Dimitrios, vicevoorzitter (EVP)

ZAFEIROPOULOS Grigorios (EVP)

SGOUROS Ioannis (PSE)

SIMITSIS Konstantinos (PSE)

NEDERLAND

VAN DE DONK W.B.H.J. (EVP)




POLEN

STRUZIK Adam (EVP)

JARUBAS Adam (EVP)

SLOWAKIJE

ORAVEC Jan (EVP)

FTÁČNIK Milan (NI)

19.Benoeming nieuwe leden en plaatsvervangers (CdR 358/2011 punt 19)

De leden nemen kennis van de benoeming van de nieuwe leden en plaatsvervangers en van de benoeming van leden/plaatsvervangers met wijziging van mandaat.



20.Datum volgende vergadering

De volgende vergadering zal op 15 en 16 februari 2012 te Brussel worden gehouden.


_____________

1 Vereenvoudigde procedure.

2 Vereenvoudigde procedure.

3 Vereenvoudigde procedure.

CdR 424/2011 en/fr/WR/ib


1   2


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina