Bepaling wat en waarom je wilt meten



Dovnload 46.06 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte46.06 Kb.
TOETSTIP 6 – juni 2009

Bepaling

wat en waarom

je wilt meten



Toetsopzet




Materiaal





Betrouw-baarheid



Beoordeling





Interpretatie

resultaten

Tip 6: diagnostisch toetsen toegepast
In de vorige ToetsTip over Diagnostisch toetsen hebben we besproken dat het lastig is een eenduidige definitie te geven van een diagnostische toets. Wat maakt een toets diagnostisch? We zijn toen tot de slotsom gekomen dat eigenlijk alle toetsen in meer of mindere mate ingezet kunnen worden als diagnostische toets. Het gaat niet enkel om wat je in de toets stopt, maar ook om hoe je de toets inzet in je lespraktijk en wat je met de uitkomsten van de toets doet. In deze ToetsTip gaan we dieper in op deze kwesties.
Voordat we in het diepe duiken is het goed om af te bakenen wat we precies gaan behandelen in deze ToetsTip. Die afbakening betreft de doelen waarvoor diagnostische toetsen gebruikt kunnen worden en de manieren waarop de diagnose gesteld kan worden.

Diagnostische toetsen kunnen voor verschillende doeleinden ingezet worden. Je kunt een diagnose stellen op het niveau van de taalvaardigheid van een student, van de kwaliteit van het curriculum of van het taalvaardigheidsonderwijs dat de docent verzorgt. In deze ToetsTip concentreren we ons op het diagnosticeren van de taalvaardigheid van de student. Daarnaast zijn er verschillende manieren waarop deze diagnose gesteld kan worden. In de literatuur wordt over de tegenstelling tussen formele en informele diagnostische toetsing gesproken. Met formele toetsing worden diagnostische toetsen als Dialang bedoeld (besproken in de vorige ToetsTip). Deze toetsen zijn curriculumonafhankelijk en toetsen (elementen van) algemene taalvaardigheid. Het ontwikkelen van formele diagnostische toetsen is een complexe en technische zaak die in veel gevallen de lespraktijk ver overstijgt. Daarom gaan we in deze ToetsTip enkel in op informele diagnostische toetsen, zoals die in de lespraktijk ingezet worden.


Zoals gezegd kunnen alle soorten toetsen ingezet worden als diagnostische toets. U kunt algemene (deel)vaardigheidstoetsen gebruiken als u de voortgang van de algemene taalvaardigheid in kaart wilt brengen en uw studenten op dit niveau wilt kunnen bijsturen. Natuurlijk kunt u ook taalkennistoetsen, zoals grammatica- en woordenschattoetsen, inzetten. Vervolgens is het van belang dat u deze toetsen op een juiste manier aanbiedt aan uw studenten. Hierover leest u meer in het volgende stuk .


1 Op welke momenten diagnostisch toetsen?
Belangrijk bij diagnostisch toetsen is het moment waarop getoetst wordt. In de vorige ToetsTip werd de opvatting van de wetenschapper Pimsleur aangehaald:
A common problem is that while strengths and weaknesses may become apparent as students complete their regular coursework throughout the semester, by the time you get to really know what the students need most, it is often simply too late to do much about it. This is why, years ago, such prominent foreign language scholars as the late Paul Pimsleur began to emphasize the importance of ‘knowing your students in advance’’ (Pimsleur and Struth, 1968).1

Bij aanvang van het curriculum kan dus al begonnen worden met diagnostisch toetsen. Deze eerste toets bevat voornamelijk materiaal dat in het komende curriculum behandeld gaat worden. Door al direct met een toets te starten, kunt u als docent goed bepalen wat de voorkennis van uw groep is en waar de sterktes en zwaktes van uw individuele studenten liggen. Om hier een goed overzicht van te krijgen is het aan te raden om de toets zoveel mogelijk te koppelen aan de onderwijsdoelen. Op deze manier kan op basis van de uitkomsten van deze eerste diagnostische toets een degelijk plan voor het curriculum opgesteld worden.

Natuurlijk is het van belang om de kennis en vaardigheden van uw studenten te blijven toetsen, zodat u hun vorderingen goed kunt volgen. Er zijn verschillende manieren waarop u diagnostische toetsen in uw curriculum kunt inbouwen:

1) U meet de vorderingen aan de hand van opdrachten die uw studenten in de les of als huiswerk maken (observaties, brede evaluatie);


2) U geeft ad hoc een toets om na te gaan of een bepaalde vaardigheid of kenniselement verworven
is; dat doet u wanneer u denkt dat uw groep er aan toe is;
3) U bouwt op vooraf bepaalde momenten toetsen systematisch in uw curriculum in.

Het voordeel van informeel diagnostisch toetsen in de eigen lespraktijk is dat u als docent veel vrijheid hebt wat betreft de opzet (zie manier 1). Een valkuil kan echter zijn dat er te subjectief getoetst wordt. Daarom is het belangrijk dat de opeenvolgende toetsen elkaar zo systematisch mogelijk opvolgen. Dit voorkomt subjectiviteit en maakt communicatie over de uitkomsten met studenten en mededocenten inzichtelijker. Het is belangrijk dat de toetsen die hetzelfde aspect van taalvaardigheid of kennis meten, op dezelfde manier zijn opgezet. Wanneer u bijvoorbeeld de vorderingen van de schrijfvaardigheid van uw studenten wilt meten, dan is de opeenvolging van diagnostische toetsen pas betrouwbaar als u ook dezelfde soort toetsen aanbiedt en die dan op dezelfde manier beoordeelt. Op deze manier kunnen de meest betrouwbare uitspraken gedaan worden. De ene schrijfvaardigheidstoets is immers de andere niet: een toets waarin een brief geschreven moet worden, kan iets heel anders meten dan een toets waarin een betoog geschreven moet worden.




2 Hoe feedback geven?

Nadat de toets is afgenomen, wordt de prestatie van de student beoordeeld. Ook bij de beoordeling is het belangrijk de doelstellingen goed in het oog te houden. Wilt u algemene taalvaardigheid toetsen, dan kunt u volstaan met een algemeen oordeel. Wilt u echter bepaalde grammaticale aspecten toetsen, dan spreekt het voor zich dat er meer in detail beoordeeld dient te worden.

Vervolgens koppelt u de uitkomsten van de toets terug aan de student, u geeft de student feedback op zijn prestatie. Wat deed de student goed en waar moet nog meer mee geoefend worden?

Hieronder volgt een aantal tips met betrekking tot het geven van feedback:




2.1 Mondelinge feedback direct na afname

Uit onderzoek is gebleken dat het geven van feedback direct na afname het meest effectief is. De opdracht(en) zitten nog vers in het geheugen en de student weet vaak zelf ook nog goed welke keuzes hij of zij heeft gemaakt en waarom. Door direct feedback te geven bevorder je een actief leerproces.

Meest effectief is het geven van mondelinge feedback. Eventuele onduidelijkheden kunnen dan meteen in dialoog opgehelderd worden.



doelstellingen






diagnostische

toets




diagnose





feedback





aanpassing onderwijs

of remediëring





2.2 Beperking tot hoofddoel
Bij het bespreken van de prestatie op de toets is het belangrijk goed voor ogen houden wat het hoofddoel van de toets was. Ging het bijvoorbeeld om de woordvolgorde in bijzinnen, geef dan enkel feedback op dat onderdeel. Wanneer er (teveel) andere zaken bijgehaald worden (bijvoorbeeld ook woordenschat, spelling, werkwoordsvervoeging), dan kan de student in verwarring raken. Eventueel kunnen andere fouten in een geschreven rapport op een ander moment meegegeven worden aan de student.


2.3 Positief formuleren
Men is snel geneigd zich enkel op de fouten, de leerpunten te focussen. Voor de motivatie van de student is het echter heel belangrijk om aandacht te schenken aan de punten die hij of zij al wel onder de knie heeft. Dit geeft de student namelijk een volledig beeld van het taalverwervingsproces: wat kan ik al wel goed, waar moet ik nog meer aan werken? Probeer alle feedback zo positief mogelijk te formuleren. Hiermee voorkomt u ook dat studenten al snel een etiket opgeplakt krijgen en zich gestigmatiseerd voelen.


3 Rol van de student

Diagnostische toetsen kunnen als ‘low stake toetsen’ worden bestempeld. Er hangt weinig van af. Dat wil zeggen dat aan de uitkomsten van diagnostische toetsen geen normering of selectie is gekoppeld. Dit geeft de toets een lage stressfactor en maakt hem bij uitstek geschikt voor het inzetten van verschillende soorten van self-assessment. Studenten voelen zich meer op hun gemak wanneer er geen gevolgen kleven aan de toets en zullen daarom eerlijker zijn over hun eigen sterktes en zwaktes.

U kunt uw studenten vragen een eigen inschatting van hun vaardigheden te geven. Deze eigen inschattingen kunnen vergeleken worden met de uitkomsten van de diagnostische toets. De overeenkomsten en verschillen tussen de beide evaluaties geven de studenten aanleiding tot nadenken over hun eigen taalverwervingsproces. Het helpt de studenten een bewustzijn met betrekking tot hun eigen mogelijkheden en grenzen te ontwikkelen, en met betrekking tot hun voortgang. Een hoger bewustzijn zal het taalverwervingsproces versnellen en kan bovendien de motivatie verhogen wanneer er zichtbare vooruitgang geboekt wordt.

Ook kunnen de studenten betrokken worden bij het vervolgproces: welke acties kan ik ondernemen om mijn probleemgebieden aan te pakken? Daarvoor is het belangrijk dat de studenten goed op de hoogte zijn van de mogelijkheden. Deze kunnen in actielijsten geconcretiseerd worden. Meer hierover leest u in de volgende paragraaf.

Meer informatie over self-assessment in het algemeen vindt u in ToetsTip 5 uit 2007. In Dialang wordt ook veel met de eigen inschattingen van taalleerders gewerkt: www.dialang.org.


4 Rol van de docent

Nadat de uitkomsten van de diagnostische toets met de student besproken zijn, is het moment aangebroken dat de docent de les aanpast aan deze uitkomsten. Wanneer echter nog niet helemaal duidelijk is geworden wat de oorzaak is van het probleem, kan de docent er voor kiezen om eerst specifieker te toetsen. Stel: een student valt uit op een essaytoets. Een meer gedetailleerde beoordeling kan wellicht al wat zwaktes van de student aan het licht brengen. Hoe waren de grammaticale constructies in het essay, hoe zat het met het bereik en begrip van de woordenschat? Wanneer het essay een zwak onsamenhangend betoog is, zou dat kunnen liggen aan een gebrekkige woordenschat of gebrekkige grammatica. Een meer kennisgerichte toets kan dan de vraag beantwoorden of de zwakke prestatie misschien te wijten is aan een gebrek aan kennis van een of meer vormelijke elementen.

Als docent is het belangrijk om een plan te hebben. Dat kan een lijst met actiepunten zijn om een bepaald probleem aan te pakken. Bij het hierboven besproken essay-voorbeeld kan bijvoorbeeld blijken dat de student wél goed scoort op de kennistoets. Dan strekt het tot aanbeveling om (in de les) meer authentieke situaties op te nemen, zodat de student meer geconfronteerd wordt met de toepassing van zijn vergaarde kennis in situaties binnen een talige context.

Deze aanpassingen aan de lespraktijk impliceren een meer geïndividualiseerde aanpak: elke student heeft namelijk zijn eigen sterktes en zwaktes. Probeer goed in het oog te houden wat in uw lespraktijk haalbaar is. U kunt niet alles voor iedereen oplossen, maar u kunt soms wel een aantal aspecten identificeren die de meeste problemen veroorzaken voor individuele of groepjes studenten.

U kunt als docent op verschillende manieren tegemoetkomen aan de verschillende behoeften van uw studenten. Zo kunt u veel individuele lacunes opvangen door de studenten gericht huiswerk mee te geven. Wanneer een student bijvoorbeeld problemen heeft met uitspraak, dan kunt u hem of haar naar een taallab sturen om specifieke uitspraakoefeningen te doen. Ook komen er steeds meer computerprogramma’s op de markt die inspelen op de individuele behoeften van studenten. De student wordt zelf verantwoordelijk gemaakt voor zijn taalverwerving, leert meer zelfstandig. Een andere manier om tegemoet te komen aan de behoeften van uw studenten is door te variëren in werkvormen. Dit is vooral geschikt als uit de diagnostische toets blijkt dat de studenten overeenkomstige zwaktes in het leerproces vertonen. U kunt dan bijvoorbeeld hoekwerk introduceren in uw les. Bij deze lesvorm werken studenten in verschillende hoeken aan specifieke elementen van de leerstof.
In de figuur ‘diagnostische toets’ op pagina 2 staat een grote pijl helemaal naar boven. Wil een docent de vorderingen van de individuele student en groep echt goed kunnen meten, dan is het essentieel om te blijven toetsen. Alleen dan kan bekeken worden of de studenten echt vorderingen maken, en de aanpassingen van het lesmateriaal effect hebben gehad.


Concreet voorbeeld diagnostische grammaticatoets

Doel: toetsen van kennis van de woordvolgorde in enkelvoudige zinnen.

De toets bevat in willekeurige volgorde 20 opgaven, bestaande uit:

1. woordvolgorde in stellende zin met ott en ovt: 5 toetsopgaven


2. woordvolgorde in stellende zin met vtt en vvt: 5 toetsopgaven
3. woordvolgorde in vraagzin met vraagwoord: 5 toetsopgaven
4. woordvolgorde in vraagzin zonder vraagwoord: 5 toetsopgaven.

subdoel

totaal aantal opgaven

Diagnose

feedback

1 ott en ovt

5

5 uit 5; subdoel bereikt

prima

2 vtt en vvt

5

2 uit 5; subdoel niet bereikt

Kan beter

3 met vraagwoord

5

4 uit 5; subdoel bereikt

goed

4 zonder vraagwoord

5

1 uit 5; subdoel niet bereikt

Kan beter

Remedie: extra uitleg en extra oefeningen subdoelen 2 en 4.

Vervolgens nieuwe diagnostische toets, maar nu over de subdoelen 2 en 4.





5 Tot slot


De individuele benadering van studenten brengt een rolverandering met zich mee, zowel voor de studenten als voor de docenten. De studenten zullen meer verantwoordelijkheid voor het eigen leerproces moeten nemen en zullen zelfstandiger moeten werken; de docenten krijgen een meer begeleidende en ondersteunende rol. Zij moeten veel van de studenten weten en álles van de leerstof. Het is hun taak om die twee aan elkaar te koppelen en zo een leerproces op gang te brengen. Diagnostisch toetsen kan daarbij een belangrijke rol spelen.


OPDRACHT

Beantwoord de volgende reflectievragen:

- Wilt u diagnostisch gaan toetsen?
- Zo ja, hoe zou dit het liefst in uw eigen lespraktijk willen gaan invoeren?
- Welke aspecten van het taalverwervingsproces zou u het liefst diagnostisch toetsen?
- Hebt u toetsmateriaal dat geschikt is om in te zetten als diagnostische toets(en)?

U kunt uw ervaringen met deze opdracht naar ons doorsturen voor feedback. Wanneer u vragen hebt over dit onderwerp, kunt u deze natuurlijk ook altijd aan ons stellen. Onze contactgegevens staan onder aan deze ToetsTip.





TOETSTIP 7 ITEMBANKEN – september 2009

In de volgende ToetsTip gaan we dieper in op itembanken: hoe stel je een toets samen op basis van losse opgaven uit een itembank?





Vragen, opmerkingen en suggesties

Opmerkingen over ToetsTip 6:


Suggesties voor volgende ToetsTips:


Inhoudelijke opmerkingen over evaluatie in het algemeen:


Praktische bemerkingen over de ToetsTip:

Voor vragen & reacties één adres:



het CNaVT-secretariaat

Certificaat Nederlands als Vreemde Taal


Blijde-Inkomststraat 7 – bus 3319
B-3000 Leuven
België
0032 (0) 16 53 55 16

cnavt@arts.kuleuven.be



1 Diagnostic Assessment in Language Teaching and Learning. By Daniel Reed. CLEAR News, Volume 10, issue 2, fall 2006, p. 1. Michigan State University.

© CNaVT / Nederlandse Taalunie




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina