Bereken zonder gebruik te maken van papier of rekenmachine



Dovnload 0.53 Mb.
Datum17.08.2016
Grootte0.53 Mb.


R

E

K

E

N

P

R

O

J

E

C

T

O

P

G

A

V

E

N




B. Kosten

Fase 1
Opgave 1.1
Bereken zonder gebruik te maken van papier of rekenmachine.

a. 20.000 + 10.000 =

b. 21.000 + 2.500 =
c. 20.000 + 10.000 + 2.000 =
d. 20.000 : 10 =
e. 20.000 : 1000 =
f. 20.000 : 40 =

Opgave 1.2


Beantwoord zonder gebruik te maken van papier of rekenmachine. Schat de uitkomst van 20.000 : 1280 =

De uitkomst ligt tussen de


A. 5 en 10
B. 10 en 20
C. 100 en 200
D. 150 en 250

Opgave 1.3


Hieronder zie je twee opgaven:

I. (20.000 + 10.000) / 5 =

II. 20.000 + 10.000 / 5 =
Kies uit onderstaande antwoorden.

A. Uitkomst van I is groter dan uitkomst van II

B. Uitkomst van I is kleiner dan uitkomst van II

C. Uitkomsten zijn gelijk


1

Opgave 1.4


Bereken de uitkomst. Gebruik eventueel je rekenmachine.

a. 24.024 + 259 =

b. 1,13 + 1,16 + 0,75 + 0,44 =
c. 24.240 : 120 =
d. (20.000 + 10.000) : 5 =
e. 20.000 + 10.000 : 5 =

Opgave 1.5


Bereken de uitkomst. Gebruik je rekenmachine. Rond af op twee decimalen.

a. 34.000 : 454 =

b. 454 : 34.000 =
c. 18.005 + 3.400 : 7 =
d. (€20.000,- + €10.000,- + €2.000,-) : 1.280 =
e. €20.000,- + €10.000,- + €2.000,- : 1.280 =

2
B. Kosten



Fase 2
Opgave 2.1 - De Scootergigant
De Scootergigant verkoopt scooters. Het bedrijf huurt een winkel, heeft personeel in dienst en maakt reclame.

De kosten per maand zijn:

Huur winkel: €10.000,- Salaris personeel: €20.000,- Reclamekosten: €2.000,-

a. Wat zijn de totale kosten voor de winkel per maand? Er worden per maand 1.280 scooters verkocht.

b. Wat zijn de totale kosten per verkochte scooter?
De Scootergigant koopt bij de fabriek een scooter voor €750,-.
c. Tegen welke prijs moet de Scootergigant een scooter verkopen om geen verlies te maken?

Opgave 2.2 - Een scooter


Said heeft een scooter. Hij is per maand €80,- kwijt aan benzine, onderhoud, verzekering en overige kosten.
Hij maakt het volgende overzicht van deze kosten: benzine: 65%, onderhoud: 19%, verzekering: 8%. De rest zijn overige kosten.

a. Bereken hoeveel euro Said betaalt aan benzine.


b. Bereken hoeveel euro Said betaalt aan onderhoud.

c. Bereken hoeveel euro Said betaalt aan verzekering.

d. Hoeveel procent zijn de overige kosten van het totaal?
e. Bereken hoeveel euro Said betaalt aan overige kosten.

3Opgave 2.3 - Huishoudkosten

Tanja heeft een nieuwe flat gevonden en wil er wonen. De huur is hoger dan in haar vorige flat. Ze heeft haar uitgaven in een cirkeldiagram gezet. Tanja geeft iedere maand 600,- uit.

U
itgaven Tanja


a. Hoeveel euro besteedt Tanja iedere maand aan huur? Schat je antwoord.

b. Hoeveel euro besteedt Tanja iedere maand aan eten? Schat je antwoord.
Opgave 2.4 - Wijn
Een wijnboer heeft op 2 hectare druiven staan. Hiervan maakt hij wijn, die hij in flessen doet.Voor het vullen van zijn flessen (dit noemt men bottelen) gebruikt hij een machine. Als hij een normale druivenoogst heeft, vult hij

5.000 flessen per hectare.


De wijnboer heeft de volgende kosten:
Produceren en oogsten van druiven, per ha. €5.650,— Druiven verwerken tot wijn, per fles € 1,16

Bottelen, per fles € 0,75 a. Wat kost het de boer om één fles wijn te maken?

b. Wat kost het de boer om wijn te maken van alle druiven van zijn 2 ha. als hij een normale druivenoogst
heeft?

4

B. Kosten



Fase 3
Opgave 3.1 - Computer winkel Playzone
In het kostenoverzicht van Playzone komen deze maand de volgende kosten voor: Inkoop computers type 1 €97.500,-

Huur pand €20.000,-
Salaris personeel €10.000,- Reclamekosten €2.000,-

a. Wat zijn de totale indirecte kosten?

Playzone heeft deze maand 128 computers type 1 verkocht.
b. Wat zijn de indirecte kosten per verkochte computer type 1 ? Playzone heeft deze maand 130 computers type 1 ingekocht.

c. Wat is de inkoopprijs van één computer type 1 ?

Opgave 3.2 - Radio maken
Je loopt stage op de financiële afdeling van een commercieel radiostation. Je begeleider vraagt om de bedrijfskosten van het afgelopen jaar na te rekenen. De totale omzet van het radiostation bedroeg vorig jaar €31 miljoen. Verder geeft je begeleider je een overzicht van de kosten zoals hieronder.


a. Wat kost de uitzendlicentie per jaar?


b. Hoeveel moest het radiostation aan auteursrechten betalen afgelopen jaar?
c. Wat waren de totale bedrijfskosten van het radiostation afgelopen jaar?
Je begeleider vraagt je ook om de verwachte kosten van auteursrechten voor het lopende jaar jaar uit te rekenen. De verwachte omzet is €34 miljoen.
d. Welke kosten worden er het lopende jaar verwacht aan auteursrechten?
5 e. Hoeveel procent moet het radiostation meer dan vorig jaar betalen aan auteursrechten?
Opgave 3.3 - Komkommerkwekerij
Een komkommerkweker heeft zijn variabele en constante kosten in een grafiek gezet.


a. Bereken de totale kosten per kilogram komkommers als er 50.000 kg, 100.000 kg en 140.000 kg gekweekt worden. Maak gebruik van de grafiek en vul de tabel in.

Productiehoeveelheid


50.000 kg


100.000 kg


140.000 kg



Totale kosten









Kosten per kilo











De komkommerkweker heeft vernomen dat het gasverbruik per m2 grond voor courgettes lager is dan voor komkommers. De komkommerkweker wil op de totale kosten besparen. Hij heeft de volgende informatie over de gaskosten van komkommers en courgettes verzameld.



Hoeveelheid


Komkommer


Courgette



Opbrengst in kg per m2

80 kg per m2

60 kg per m2

Gasverbruik in m3 per m2

38 m3

24 m3

De gasprijs die de komkommerkweker betaalt is €0,25 per m3.

b. Wat zijn de gaskosten voor 1 m2 komkommers?

c. Wat zijn de gaskosten voor 1 m2 courgettes?
d. Wat is de besparing op gaskosten per m2 als de kweker overgaat op courgettes kweken?
e. Wat is de besparing per kilo courgettes t.o.v. een kilo komkommers?

B. Kosten

Fase 4
Opgave 4.1
Examen economie VMBO kb 2010 eerste tijdvak
Kees heeft eindelijk zijn felbegeerde mobieltje. Hij ging voor het merk ‘Kanio’ en zit er een beetje mee te spelen om alle mogelijkheden te ontdekken. Hij is verrast door het opschrift ‘Made in China’. Dat had hij niet van dit merk verwacht. Hij gaat op zoek naar informatie over het merk. Kees ziet op internet dat er bij Oost-Afrika op zee steeds meer piraterij voorkomt. Schepen worden er door piraten gekaapt en pas na betaling van een fors losgeld worden de bemanning en het schip weer vrijlaten.

Informatiebron 1: Prijsopbouw van een ‘Kanio’ Grondstoffen € 20,— Arbeidskosten € 20,—

Vervoer .......... + Kostprijs € .......... Winst 40% 20,- + Verkoopprijs, excl BTW € ........... BTW 19% 13,30 + Verkoopprijs, incl BTW € 83,30

Gebruik informatiebron 1


Kees heeft zijn mobiel gekocht voor €83,30. Hij vindt dat hij deze telefoon op tijd gekocht heeft, omdat de prijzen ongetwijfeld zullen gaan stijgen doordat er op zee steeds meer piraterij voorkomt. De verwachting is dat de vervoerskosten met 50% zullen toenemen.

Bereken wat de verkoopprijs (inclusief BTW) van een mobiel zal worden, als de vervoerskosten met 50% stijgen.



B. Verkoopprijs

Fase 1
Opgave 1.1
Bereken zonder gebruik te maken van papier of rekenmachine.

a. 1.000 - 450 =

b. 200 - 176 =
c. 6.000 x €2,- =

d. 600 x €0,- =

e. 10% van 45 =

Opgave 1.2


Bereken zonder gebruik te maken van papier of rekenmachine.

a. 1.000.000 - 4.500 =

b. 199 - 176,16 =


  1. 600 x €199,- =

d. 16% van 100 =

e. 6% van 1.000 =


Opgave 1.3
Maak de volgende opgaven. Het gebruik van kladpapier is toegestaan.

a. 6% van €160,- =



b. 14% van €54,- =
c. €650,45 - €38,65 =
d. €176,45 - €54,76 =
e. (€56,89 - 40% van €56,89) + €16,20 =

Opgave 1.4


Vul het ontbrekende getal G in. Gebruik eventueel je rekenmachine.

a. G + 19% van G = 119

b. G + 25% van G = 2.000

c. 35 + G % van 35 = 40,60

d. G + 6% van G = €2,65
8 e. €G - 40% van €G = €21,30

Opgave 1.5


Bereken de uitkomst met behulp van je rekenmachine.

a. 6.000 x 176,16 =

b. 6.000 x (199 - 176,16) =
c. 6.000 x 199 - 1.029.600 =
d. 6,25% van €884,20 =
e. 28% van €84,56 =

9

B. Verkoopprijs



Fase 2
Opgave 2.1: Kantoorkasten
Hoefstra verkoopt kantoorkasten. De kosten per kast zijn voor Hoefstra €167,16. Hij wil daarop 16% winst maken.

a. Bereken voor welke prijs Hoefstra de kantoorkast verkoopt.

Hoefstra verkoopt 6.000 kasten. Alle kasten zijn betaald.

b. Hoeveel euro ontvangt Hoefstra in totaal?

c. Hoeveel euro winst heeft Hoefstra gemaakt met de verkoop van 6.000 kasten?

Opgave 2.2 - Broeken


Sanne heeft een baantje bij een kledingwinkel. Haar baas vraagt of ze even de consumentenprijs van twee broeken wil uitrekenen. Hij geeft haar een schema en wat cijfers. Sanne snapt niets van al die moeilijke woorden, maar gaat toch aan de slag.

Broek A: Broek B:


Inkoopprijs per stuk €27,- Inkoopprijs per stuk €38,- Winst 30% van de inkoopprijs Winst 25% van inkoopprijs BTW 19% van de verkoopprijs BTW 19% van de verkoopprijs
Bereken de consumentenprijs van de broeken. Vul hiervoor het schema in.





Broek A

Broek B

Inkoopprijs per stuk








Winst







Verkoopprijs









BTW 19%







Consumentenprijs






10

B. Verkoopprijs



Fase 3
Opgave 3.1 - Verkoop van sportschoenen
Daan heeft een winkel in sportartikelen. Daan koopt schoenen in voor €35,- per paar. De brutowinst is 25% van de inkoopprijs. De BTW is 19% van de verkoopprijs.

Voor welk bedrag verkoopt Daan de sportschoenen aan de consument?

Opgave 3.2 – De bedrijfskolom van brood
Hieronder zie je de bedrijfskolom van brood. Daarachter zie je de toegevoegde waarde per fase.


Landbouwer


€0,25


Graanhandel

€0,40

Meelfabriek


€0,30


Broodfabriek

€0,50

Detailhandel

€0,30

a. Wat is de verkoopprijs (zonder BTW) van een brood in deze bedrijfskolom ?


b. Wat is de consumentenprijs (inclusief 6% BTW) van een brood in deze bedrijfskolom ?

Opgave 3.3 - Kembo Kantoormeubilair


Kembo verkoopt kantoorkasten. Voor één soort stalen kantoorkast heeft Kembo het vorig jaar de volgende opstelling gemaakt per kast.

Inkoopprijs


130,-


Inkoopkosten

7,09

Algemene kosten


21,00


Verkoopkosten

9,07

a. Wat was op basis van deze informatie de kostprijs van één stalen kantoorkast ? Vorig jaar was de nettowinstopslag 16% van de verkoopprijs.

b. Wat was de verkoopprijs vorig jaar?
c. Bereken het verkoopresultaat van vorig jaar als er 6.000 kasten verkocht werden.

11
B. Verkoopprijs



Fase 4
Opgave 4.1 Examen m&o HAVO 2007 (bewerkt)
AMSA bv handelt uitsluitend in één soort stalen bedrijfsfietsen. Aan het eind van het jaar stelt AMSA bv op basis van de kostprijs, de verkoopprijs vast voor het daaropvolgende jaar. In deze opgave wordt geen rekening gehouden met BTW. Om de verkoopprijs voor komend jaar vast te stellen heeft de financieel medewerker van AMSA bv de volgende opstelling gemaakt:

gemiddelde inkoopprijs €260,00 inkoopkosten €14,18 algemene kosten €42,00 verkoopkosten 18,14 kostprijs €334,32

De nettowinstopslag is 16% van de verkoopprijs.
a. Bereken het verkoopresultaat als 6.000 fietsen verkocht worden.
AMSA bv heeft de 6.000 fietsen verkocht tegen de vastgestelde prijs. Hiervoor zijn onderstaande werkelijke kosten gemaakt:

inkoopwaarde van de verkopen exclusief inkoopkosten €1.560.400,-

inkoopkosten van de verkochte fietsen €96.200,-

algemene kosten €294.000,-

verkoopkosten 108.600,-

totaal €2.059.200,-

b. Bereken de gerealiseerde winst van AMSA bv.

c. Bereken het gezamenlijke budgetresultaat op de algemene kosten en verkoopkosten.

Vermeld of het gezamenlijke resultaat voordelig of nadelig is.

B. Afzet en omzet

Fase 1
Opgave 1.1
Maak de volgende opgaven zonder gebruik te maken van papier of rekenmachine.

a. 8 x 300 =

b. 900 : 3 =
c. 1800 : 6 =
d. (4 x 3) + 20 =
e. (18 + 2) x 5 =

Opgave 1.2


Maak de volgende opgaven zonder gebruik te maken van papier of rekenmachine.

a. 600 x 400 =

b. 500 : 20 =
c. (100 + 44) : 12 =
d. − 2 x (- 2) =

Opgave 1.3


Maak de volgende opgaven. Het gebruik van kladpapier is toegestaan.

a. 58 x 64 =

b. − 2 x 65 + 100 =
c (3 x 5) + (10 x 0,75) =
d. − 2 x 6 + 100 =

Opgave 1.4


Bereken de uitkomst, eventueel met je rekenmachine.

a. 4400 : 98 =

b. − 25 x 35 + 2500 =
c. €39.420 : 7,30 =
d. €9,50 : 15 =

13

Opgave 1.5


Bereken de uitkomst met behulp van je rekenmachine.

a. €51.300,- : 5.400 =



b. €114.500,- : €22.900,- =
c. 9,45 x 4.567 =
d. (€123,- + €456,-) x 35 =
e. − 35,5 x 25 + 100,3 =

14
B. Afzet en omzet



Fase 2
Opgave 2.1 - T-shirts
Mieke werkt in een kledingwinkel. Zij heeft vandaag voor €900,- T-shirts verkocht. Eén T-shirt kost €12,-. Hoeveel T-shirts heeft zij verkocht?
Opgave 2.2 - Sportschoenen
Khalid heeft een partij sportschoenen gekocht. Hij kan ze verkopen voor €98,- per paar. Hij wil komende zaterdag een opbrengst van minimaal €4.400,- hebben.

Hoeveel paar sportschoenen moet hij dan verkopen?

Opgave 2.3 - Kassa
Timo werkt in een speelgoedwinkel. Aan het einde van zijn dienst moet hij de kassa controleren. Toen hij begon zat er €100,- wisselgeld in de kassa.

Hij heeft het volgende verkocht:
3 x voetbal à €4,95
10 x bellenblaas à €0,75
1 x Playmobiel à €35,95
6 x papier à €2,25
Hoeveel geld heeft Timo aan het einde van zijn dienst in de kassa zitten?

15

B. Afzet en omzet



Fase 3
Opgave 3.1 - Formule
De volleybalclub heeft deze zomer een jubileumfeest. Dan zetten ze een grote tent neer.. Voor het feest worden kaartjes verkocht. De hoogte van de prijs heeft natuurlijk invloed op het aantal kaartjes dat verkocht wordt.

Hierom heeft het bestuur de volgende formule opgesteld: Q = − 25p + 2.500

hierbij geldt Q = het aantal verkochte kaartjes

p = prijs van een kaartje


a. Bereken hoeveel kaartjes worden verkocht bij de prijzen €5,-, €35,- en €60,- en vul de tabel in

p

-25 p + 2500 = Q

1,-

- 25 + 2.500 = 2.475 kaartjes

5,-




35,-




60,-





De club heeft 1.500 kaartjes te koop.
b. Bereken bij welke toegangsprijs er 1.500 kaartjes worden verkocht.
De totale opbrengst wordt bepaald door het aantal verkochte kaartjes te vermenigvuldigen met de prijs.

c. Bij welke prijs heeft de club de hoogste opbrengst? Vul de tabel in



p

- 25 + 2500 = Q

Q x P = omzet


1,-

- 25 + 2500 = 2.475

2475 x €1,- = €2.475,-



5,-







35,-







60,-






Opgave 3.2 - Afzet


Groothandel Frutti verkoopt alle mogelijke soorten groente en fruit. Appels verkopen ze per kist van 15 kg. De afgelopen maand hadden ze van appels een omzet van €51.300,-.

De inkoopwaarde van deze appels was €39.420,- . De inkoopprijs van een kist appels was €7,30.

a. Bereken de afzet van de afgelopen maand.

b. Bereken de verkoopprijs per kist appels.
16 c. Wat is de verkoopprijs van een kilo appels ?

Opgave 3.3 - Autodealer


Een autodealer heeft dit jaar met de gezinsauto model XS een omzet behaald van €1.145.000. De verkoopprijs per gezinsauto is €22.900.

a. Wat was zijn afzet van deze gezinsauto?


Komend jaar wil hij dat zijn omzet van dit model stijgt tot €1.175.000,-. De verkoopprijs van deze gezinsauto is door het hoofdkantoor verhoogd tot €23.500,-.

b. Hoeveel auto’s moet hij afzetten om komend jaar de gewenste hogere omzet te behalen?

17

B. Afzet en omzet

Fase 4
Opgave 4.1 - De prijs van voetbal HAVO 2009, pilotexamen
Uit een krant: Het Brabantse Deurne stond op zijn kop toen bleek dat de amateurvoetballers van SV Deurne tijdens de loting van de KNVB-beker gekoppeld werden aan de profvoetballers van Feyenoord. De voorzitter van SV Deurne: “Dit is een droom die uitkomt, en we spelen ook nog thuis. Gezien de verwachte vraag naar kaartjes voor deze wedstrijd moeten we uitwijken naar het stadion van Helmond Sport. De tribune op ons sportpark is te klein.” Het bestuur van SV Deurne discussieert over de hoogte van de prijs per toegangskaartje, uitgaande van de

verwachte vraag naar kaartjes. De secretaris, de penningmeester en de voorzitter komen ieder met een eigen voorstel. Gebruik bronnen 1 en 2 bij de vragen a, b en c. Zie bijlage op de volgende pagina.

a. Zullen alle kaartjes verkocht worden bij uitvoering van het voorstel van de secretaris?
Verklaar het antwoord.
b. Is er sprake van een consumentensurplus (d.w.z. dat er kopers zijn die best meer hadden willen betalen dan de vastgestelde prijs per kaartje) bij uitvoering van het voorstel van de secretaris?

Verklaar het antwoord.


c. Bereken de prijs van een toegangskaartje bij het voorstel van de voorzitter.
Uiteindelijk wordt de prijs vastgesteld op basis van het voorstel van de voorzitter. Toch verloopt de voorverkoop van de kaartjes moeizaam. De penningmeester heeft daarvoor een verklaring: “Bij de oorspronkelijke vraagvergelijking uit bron 2, die ik naar aanleiding van een enquête heb opgesteld, ben ik ervan uitgegaan dat de wedstrijd niet zou worden uitgezonden op tv. Nu blijkt dat de wedstrijd live op tv wordt uitgezonden. Dat verandert de betalingsbereidheid van de supporters”.

In bron 3 zijn, naast de oorspronkelijke vraaglijn a, twee alternatieve vraaglijnen b1 en b2 weergegeven.


d. Welk van beide vraaglijnen, b1 of b2, geeft de veranderde betalingsbereidheid weer volgens de penningmeester? Verklaar je keuze.

Bijlage bij opgave 4.1 - De prijs van voetbal


Bron 1 Het stadion en de invulling van de plaatsen


18
Bron 2 De verwachte vraag de voorstellen van het bestuur van SV Deurne



vraag naar kaartjes


Qv = − 50 P + 5.000


Qv = vraag naar toegangskaartjes in de vrije verkoop
P = prijs in euro’s

de voorstellen:


voorstel secretaris


voorstel penningmeester


voorstel voorzitter


prijs per kaartje


€25

€40

€.....

voorwaarden bij de
gekozen prijs

- geen

- maximale omzet uit
de verkoop van kaartjes

- alle kaartjes verkopen


zo hoog mogelijke prijs

Bron 3 Collectieve vraag naar toegangskaartjes en twee alternatieven




Opgave 4.2 - HAVO 2009, pilot - Winstmachine Radio 538
De radiozender Radio 538 werd in 2007, bij de overname door RTL, ook wel ‘de kip met de gouden eieren’ ge- noemd. Voor 2008 werd een winst verwacht van méér dan 40% van de omzet. “Ons succes valt niet zomaar te kopiëren”, zegt deejay Evers. “Met de laatste muziekhitjes kom je er niet. Wij bieden luisteraars een specifieke formule, precies wat ze willen: dus ook de files, het weer, dat soort dingen. Op de drukst beluisterde momenten is er soms vier minuten reclame per uur. Bedrijven betalen op die duurste momenten maar liefst 164 euro voor een seconde reclame. Als de medewerkers en het radiostation zijn betaald, is bijna alles wat je extra verdient pure winst.” In 2008 verdient Radio 538 negentig procent van haar omzet met het uitzenden van reclame. De afzet wordt gemeten in aantal verkochte seconden radioreclame.

19
Bron 1: Marktaandelen in radioreclame van Nederlandse radiozenders (in procenten van de totale omzet van radioreclame in 2008)



Bron 2: Financiële gegevens Radio 538 in 2008


De totale omzet bedraagt €31 miljoen. 90% van de omzet komt uit de verkoop van radioreclame (reclame- seconden). De overige 10% van de omzet komt uit de verkoop van podcasts, internet en live-evenementen.

Deze verkoop levert geen winst en geen verlies op. De prijs per reclameseconde kan verschillen, afhankelijk van het tijdstip van uitzenden. Gemiddeld betalen bedrijven €80 per reclameseconde. In 2008 bedroeg de omzet van

reclameseconden €348.750,-.

Kosten

Toelichting

Bedrag


Uitzendlicentie

vast bedrag om te mogen uitzenden

€57 miljoen per 8 jaar

Auteursrechten

vereist om muziek te mogen draaien;
hoe meer muziek, des te meer kosten

9% van de totale omzet in 2008

Arbeidskosten

vaste medewerkers en tijdelijk personeel

€5,885 miljoen in 2008

Rente

voor de financiering van gebouwen en apparatuur

€2,2 miljoen per jaar

a. Gebruik bron 1 of bron 2. Leg aan de hand van bron 1 of van bron 2 uit dat er sprake is van onvolkomen concurrentie op de markt voor radioreclame.

b. Gebruik de bronnen 1 en 2. Bereken de totale omzet in 2008 op de markt voor radioreclame.

c. Gebruik bron 2. Laat met een berekening zien dat de winst van Radio 538 in 2008 méér dan 40% was van de behaalde omzet.

20

B. Kosten

Fase 1
Opgave 1.1
a. 20.000 + 10.000 = 30.000

b. 21.000 + 2.500 = 23.500

c. 20.000 + 10.000 + 2.000 = 32.000

d. 20.000 : 10 = 2.000

e. 20.000 : 1.000 = 20

f. 20.000 : 40 = 500


Opgave 1.2
B

Opgave 1.3


B

Opgave 1.4


a. 24.024 + 259 = 24.283
b. 1,13 + 1,16 + 0,75 + 0,44 = 3,48

c. 24.240 : 120 = 202

d. (20.000 + 10.000) : 5 = 6.000

e. 20.000 + 10.000 : 5 = 22.000


Opgave 1.5
a. 34.000 : 454 = 74,889 = 74,89

b. 454 : 34.000 = 0,01353 = 0,01

c. 18.005 + 3.400 / 7 = 18.490,71

d. (€20.000,- + €10.000,- + €2.000,-) : 1280 = €25,-


e. €20.000,- + €10.000,- + €2.000,- : 1280 = €30.001,56

1
B. Kosten



Fase 2
Opgave 2.1


a.

Huur winkel

€10.000,-



Salaris personeel


€20.000,-





Reclamekosten




€2.000,- +



Totaal kosten


€32.000,- per maand


b. €32.000,- : 1280 = €25,- per scooter


c. €750,- + €25,- = €775,- moet de Scootergigant minimaal vragen om geen verlies te maken.

Opgave 2.2


a. €80 x 65% = €52,-
b. €80 x 19% = €15,20

c. €80 x 8% = €6,40

d. 100% — 65% — 19% — 8% = 8%
e. €80 x 8% = €6,40

Opgave 2.3


a. €300,- , namelijk de helft van €600
b. €150,- , namelijk een kwart van €600

Opgave 2.4


a. €5.650 : 5.000 = €1,13 per fles druivensap

€1,13 + €1,16 + €0,75 = €3,04

b. €3,04 x 10.000 = €30.400,-

2
B. Kosten



Fase 3
Opgave 3.1


a.

Huur pand
Salaris personeel
Reclamekosten

€20.000,-
€10.000,-
€2.000.- +

b.

Totaal indirecte kosten
€32.000 : 128 = €250,

€32.000,-


c.

€97.500 : 130 = €750,




Opgave 3.2


a. €57.000.000 : 8 = €7.125.000,-
b. €31.000.000 x 0,09 = €2.790.000,-
c. €7.125.000 + €2.790.000 + €5.885.000 + €2.200.000 + €500.000 = €18.500.000,-

d. €34.000.000 x 0,09 = €3.060.000,-

e. €3.060.000 : €2.790.000 x 100% = 109,7% dus 9,7% meer

Opgave 3.3


a.


Productie- hoeveelheid

50.000 kg


100.000 kg


140.000 kg


Totale kosten


€110.000 + €250.000 =


€360.000

€110.000 + €330.000 =


€440.000

€520.000

Kosten per kilo

€360.000 : 50.000 kg =


€7,20 / kg

€440.000 : 100.000 kg =


€4,40 / kg

€520.000 : 140.000 kg =


€3,70 / kg

b. 38 x €0,25 = €9,50

c. 24 x €0,25 = €6,-

d. €9,50 - €6,00 = €3,50 per m2


e. Kosten per kg komkommer = €9,50 : 80 = €0,11875 = €0,12
Kosten per kg courgettes = €6,- : 60 = €0,10
De besparing per kg = €0,12 - €0,10 = €0,02

3
B. Kosten



Fase 4
Opgave 4.1
Grondstoffen €20,00
Arbeidskosten €20,00
Vervoer 10,00 + Kostprijs €50,00

Winst 40% 20.00 + Verkoopprijs, excl BTW €70,00

BTW 19% 13.30 + Verkoopprijs, incl BTW €83,30

Huidige vervoerskosten zijn €10,00, maar de vervoerskosten worden €15,00


Grondstoffen €20,00
Arbeidskosten €20,00
Vervoer 15,00 + Kostprijs €55,00

Winst 40% 22.00 + Verkoopprijs, excl BTW €77,00

BTW 19% 14.63 +
Verkoopprijs, incl BTW €91,63

4


B. Verkoopprijs

Fase 1
Opgave 1.1
a. 1.000 - 450 = 550

b. 200 - 176 = 24

c. 6.000 x €2,- = €12.000,-
d. 600 x €200,- = €120.000,-

e. 10% van 45 = 4,5

Opgave 1.2
a. 1.000.000 - 4.500 = 995.500

b. 199 - 176,16 = 22,84

c. 600 x €199 = €120.000 - €600 = €119.400

d. 16% van 100= 16

e. 6% van 1.000 = 60

Opgave 1.3


a. 6% van €160 = €9,60
b. 14% van €54,00 = €7,56
c. €650,45 - €38,65 = €611,80

d. €176,45 - €54,76 = €121,69

e. (€56,89 - 40% van €56,89) + €16,20 = €50,33

Opgave 1.4


a. 100 + 19% van 100 = 119 G=119 / 1,19 = 100
b. 1.600 + 25% van 1.600 = 2.000 G=2000 / 1,25 = 1.600
c. 35 + 16% van 35 = 40,60 G% van 35 = 40,60 - 35 = 5,60

G = (5,60 / 35) x 100 = 16

d. 2,50 + 6% van 2,50 = 2,65

G= 2,65 / 1,06 = 2,50


e. €35,50 - 40% van 35,50 = €21,30
G= €21,30 / 0,60 = €35,50
Opgave 1.5
a. 6.000 x 176,16 = 1.056.960
b. 6.000 x (199 - 176,16) = 137.040
c. 6.000 x 199 - 1.029.600 = 164.400

d. 6,25% van €884,20 = €55,2625 —> €55,26

e. 28% van €84,56 = €23,6768 —> €23,68

6
B. Verkoopprijs



Fase 2
Opgave 2.1
a. Verkoopprijs van Hoefstra is €167,16 x 1,16 = €193,91

b. 6.000 x €193,91 = €1.163.460,-

c. 6.000 x (193,91 - 176,16) = 6.000 x €26,75 = €160.500,-

Opgave 2.2







Broek A

Broek B

Inkoopprijs per stuk


€27,00

€38,00

Brutowinstopslag +


€27,00 x 0,3 = €8,10


€38,00 x 0,25 = €9,50


Verkoopprijs


€35,10

€47,50

BTW +

€35,10 x 0,19 = €6,67

€47,50 x 0,19 = €9,03


Consumentenprijs


€41,77

€56,53

7
B. Verkoopprijs



Fase 3
Opgave 3.1
€35,- x 1,25 = €43,75 dus met BTW: €43,75 x 1,19 = €52,06

Opgave 3.2


a. Verkoopprijs is som van de toegevoegde waarden dus €1,75
b. BTW is €1,75 x 0,06 = €0,105 dus de consumentenprijs is €0,11 + €1,75 = €1,86

Opgave 3.3


a. 130,00
7,09
21,00
9,07 +
€167,16
b. €167,16 : 84% = €199,-
c. 6.000 x (€199,00 - €167,16) = €191.040,-

8
B. Verkoopprijs



Fase 4
Opgave 4.1
a. Verkoopprijs: €334,32 : 0,84 = €398,-

Verkoopresultaat: 6.000 x (€398,- − €334,32) = 6.000 x €63,68 = €382.080,-

b. Gerealiseerde winst: 6.000 x €398 − €2.059.200.- = €328.800,


c.

Budgetresultaat:
Algemene kosten:

6.000 x €42 =


€252.000,-





Verkoopkosten:


6.000 x €18,14 =


€108.840,-





Totaalbudget:


Werkelijke kosten:

€294.000 + €108.600 =


€360.840,-


€402.600,-



Nadelig resultaat:





€41.760,-


9


B. Afzet en omzet

Fase 1
Opgave 1.1
a. 8 x 300 = 2.400 b. 900 : 3 = 300

c. 1.800 : 6 = 300

d. (4 x 3) + 20 = 32

e. (18 + 2) x 5 = 100


Opgave 1.2
a. 600 x 400 = 240.000

b. 500 : 20 = 25

c. (100 + 44) : 12 = 12

d. – 2 x (– 2) = 4

Opgave 1.3
a. 58 x 64 = 3.712
b. – 2 x 65 + 100 = –30
c. (3 x 5) + (10 x 0,75) = 22,5

d. – 2 x 6 + 100 = 88


Opgave 1.4
a. 4.400 : 98 = 44,9
b. – 25 x 35 + 2500 = 1.625

  1. €39.420 : 7,30 = €5.400

d. €9,50 : 15 kg = €0,63
Opgave 1.5

a. €51.300 : 5.400 = €9,50

b. €114.500,- : €22.900 = 5

c. 9,45 x 4567 = 4.3158,15


d. (€123,00 + €456) x 35 = €20.265,-

10

e. - 35,5 x 25 + 100,3 = -787,2


B. Afzet en omzet

Fase 2
Opgave 2.1
€900 : €12,- per T-shirt = 75 T-shirts

Opgave 2.2


€4.400 : 98 = 44,89 afronden op hele paren = 45 paar.

Opgave 2.3


In kas: €100,-
3 x voetbal à €4,95 €14,85
10 x bellenblaas à €0,75 € 7,50
1 x Playmobiel à €35,95 €35,95

6 x papier à €2,25 13,50 + Totaal €171,80

11

B. Afzet en omzet

Fase 3
Opgave 3.1
a. P = 5; – 25 x 5 + 2.500 = 2.375 kaartjes
P = 35; – 25 x 35 + 2.500 = 1.625 kaartjes
P = 60; – 25 x 60 + 2.500 = 1.000 kaartjes

b. 1.500 = – 25 P + 2.500

+25 P = – 1.500 + 2.500 dus P = 1.000 / 25 = 40, dus bij een prijs van €40,-

c. Opbrengst = P x Q, dus

P = 5 en Q = 2.375 , dan is opbrengst €5 x 2.375 = €11.875,-
P = 35 en Q = 1.625 , dan is opbrengst €35 x 1.625 = €56.875,-

P = 60 en Q = 1.000 , dan is opbrengst €60 x 1000 = €60.000,-


Opgave 3.2
a. €39.420 : €7,30 = 5.400 kisten

b. €51.300 : 5.400 = €9,50 per kist

c. €9,50 : 15 kg = €0,63 per kg
Opgave 3.3

a. €1.145.000 : €22.900 = 50 stuks

b. €1.175.000 : €23.500 = 50 stuks

12

B. Afzet en omzet



Fase 4
Opgave 4.1
a. Ja. Een voorbeeld van een juiste verklaring is: Bij een prijs van €25,- is de vraag naar kaartjes:

Qv = – 50 x 25 + 5.000 = 3.750, terwijl er maar 3.500 kaartjes in de verkoop gaan.

b. Ja; uit het antwoord moet blijken dat de maximale betalingsbereidheid voor een kaartje voor deze wedstrijd €100,- is, terwijl de voorgestelde prijs slechts €25,- is. Dat betekent dat er veel vragers zijn die bereid waren meer dan €25,- te betalen voor een kaartje.

c. Een voorbeeld van een juiste berekening, indien er maximaal 3.500 kaartjes in de vrije verkoop gaan:


3.500 = 50p + 5.000 dus 50p = 1500 dus bij p = €30,-
d. Een voorbeeld van een juiste verklaring is: Een verklaring waaruit blijkt dat als gevolg van de live uitzending van de wedstrijd, bij iedere prijs de bereidheid van de consument om een kaartje te kopen kleiner wordt, waardoor de vraaglijn naar links is verschoven, dus lijn b2.
Opgave 4.2
a. Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: Gegeven de verdeling van de marktaandelen, zoals gegeven in bron 1, lijkt er sprake te zijn van een beperkt aantal (grote) aanbieders.

Volgens bron 2 is er sprake van kosten voor uitzendlicenties, hetgeen wijst op beperkte toetreding.


Uit bron 2 blijkt dat de prijs per eenheid radioreclame verschilt, afhankelijk van het tijdstip van uitzenden, hetgeen wijst op heterogeniteit van het product.

b. Een voorbeeld van een juiste berekening: 0,90 x 31 miljoen : 11,4% = €244.736.842,-.


NB: Het marktaandeel is namelijk 11,4%.
c.

De jaaromzet is:


€31 mln

Bedragen in miljoenen euro’s per jaar





90%

€27,9 mln

radio









10%

€3,1 mln

podcast e.d.








Kosten
















Licentie

57,00

8 jr

7,13

22,98%




Auteursrechten





9%

2,79

9,00%




Arbeid







5,89

18,98%




Rente







2,20

7,10%




Podcast e.d.








3,10

10,00%

wordt geen winst/verlies op gemaakt


totaal:







21,10

68,00%




Winst







9,90

32,00%

van de omzet



13



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina