Beroepsgeheim en aids – Mededeling aan partner



Dovnload 13.41 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte13.41 Kb.
Beroepsgeheim en aids – Mededeling aan partner

In zijn vergadering van 3 februari 2007 heeft de Nationale Raad de volgende vragen onderzocht : welke houding moet een arts aannemen ten opzichte van een hiv-seropositieve patiënt die verklaart dat hij weigert de nodige maatregelen te treffen om te vermijden de partner te besmetten (beschermd seksueel contact of onthouding). Kan deze arts, door de noodtoestand in te roepen, de partner inlichten van de seropositiviteit van de patiënt ? Om deze vragen te kunnen beantwoorden moeten we verscheidene overwegingen maken.


1. Volgens de jongste voorschriften van de deontologie en van de wet (Strafwetboek) geldt het medische beroepsgeheim voor iedere patiënt en vormt de hiv-seropositiviteit op zich geen uitzonderingscriterium.

2. De huidige strategie tegen aids bestaat uit het opsporen van de hiv-seropositieve patiënten, hun vroegtijdige behandeling en het toepassen van preventiemaatregelen. Het opsporen van de seropositiviteit is de hoeksteen van deze strategie. In België gebeurt het opsporen op vrijwillige basis. Het wordt bevorderd door de waarborg van het medische geheim en zou waarschijnlijk afgeremd worden door het vertrouwensverlies dat de systematische schending van het medische geheim zou meebrengen.

3. Het beroepsgeheim van de arts inzake de seropositiviteit blijkt zowel de gezondheid van de patiënt (de behandeling van de opgespoorde seropositieve patiënt) als de volksgezondheid te baten (dankzij de preventiemaatregelen die de opsporing mogelijk maakt).

4. Het specifieke geval van de bescherming van de vaste seksuele partner kan voor de arts een noodtoestand tot stand brengen die hem toelaat het medische geheim te doorbreken. Dit initiatief kan slechts bij wijze van uitzondering en wanneer de verschillende hiernavolgende stappen ondernomen werden


a) Herhaaldelijk de patiënt ertoe aanmanen zelf zijn seropositiviteit aan zijn seksuele partner mee te delen.

b) Alle hulp nodig voor het concretiseren van deze mededeling voorstellen, waaronder de mededeling in aanwezigheid van de arts.

c) De patiënt op de hoogte brengen van zijn burgerlijke en strafwettelijke aansprakelijkheid wanneer hij/zij handelt op een manier die de gezondheid van zijn/haar seksuele partner ernstig in gevaar brengt.

d) In het medische dossier van de patiënt zowel de herhaalde pogingen vermelden als zijn volgehouden weigering om de nodige voorzorgen voor de bescherming van de partner te nemen.

e) Het advies vragen van een collega die specifieke ervaring heeft met de behandeling van hiv-seropositieve patiënten.

f) De patiënt inlichten over de morele plicht van de arts de partner op de hoogte te brengen teneinde deze te beschermen tegen het gevaar dat het gevolg is van de weigering de nodige maatregelen te treffen voor zijn/haar bescherming.

g) De mededeling doen na de patiënt ervan verwittigd te hebben.
Orde der geneesheren – België Nationale Raad

Laatste Tijdschrift <http://195.234.184.64/web-Ned/Inhoud-TNR.htm>



Date : 25.05.2002 Tijdschrift van de Nationale raad nr.097 p. 4 (doc : a097004) Origine:Nationale raad
Trefwoorden :

* Aids : zie ook 'Ziekten (Overdraagbare)' <http://195.234.184.64/web-Ned/nl/arubr34.htm>

* Beroepsgeheim <http://195.234.184.64/web-Ned/nl/arubr96.htm>

* Consent (Fully Informed-) <http://195.234.184.64/web-Ned/nl/arubr142.htm>

* Diagnose <http://195.234.184.64/web-Ned/nl/arubr1019.htm>

* Relatie arts-patiënt <http://195.234.184.64/web-Ned/nl/arubr600.htm>


Naar aanleiding van een door hem opgestelde nota "Aids en beroepsgeheim" stelt een provinciale raad de vraag of er in het advies van de Nationale Raad d.d. 16 december 2000 geen ruimte moet worden gelaten voor een beroep op de noodtoestand. In dit advies zegt de Nationale Raad dat het beroepsgeheim niet toelaat de partner van een HIV- seropositieve patiënt in kennis te stellen van de overdraagbare infectie indien de patiënt zelf daarmee niet akkoord gaat.
Advies van de Nationale Raad :

Uit de goed gedocumenteerde nota van de werkgroep “Aids en beroepsgeheim” van uw Raad blijkt dat alle door de werkgroep geconsulteerde deskundigen het erover eens zijn dat de arts zich in uitzonderlijke omstandigheden op de noodtoestand moet kunnen beroepen.


Ook de Nationale Raad is van oordeel, zoals uit eerder uitgebrachte adviezen blijkt, dat het beroepsgeheim geen absoluut karakter heeft en dat in bepaalde omstandigheden andere waarden op het beroepsgeheim kunnen primeren. Wel is het essentieel dat een door een arts ingeroepen rechtvaardigingsgrond met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal geaccepteerd worden door de tuchtrechter, de strafrechter en de gemeenschap.
Zo zal een rechtvaardigingsgrond een grote kans maken aanvaard te worden wanneer de diagnose op niet te weerleggen wijze vaststaat en aangetoond wordt dat derden een reëel en ernstig gevaar lopen gezien de aard van de aandoening en de gedragingen van de zieke. Tevens is het essentieel dat ook collega’s van de behandelaar op grond van hun ervaring en specifieke kennis van de voorliggende problematiek eveneens van oordeel zijn dat de ingeroepen noodtoestand een afwijking van de regels van het beroepsgeheim rechtvaardigt. Nauwelijks moet worden gezegd dat een advies van deze collega’s na onderzoek van de patiënt waardevoller is dan een door hen uitgebracht advies op grond van stukken van het medisch dossier. Niet onbelangrijk is eveneens te overwegen of het doorbreken van het beroepsgeheim geen nadelig effect zal hebben op de verdere behandeling van de patiënt noch op de behandelmogelijkheden van patiënten die aan dezelfde of een verwante aandoening lijden daar de mededeling aan derden hun vertrouwen in de geneeskunde kan schaden.
Deze algemene beginselen betreffende het beroep doen op de noodtoestand kunnen vermoedelijk ingeroepen worden in sommige gevallen van de voorgelegde problematiek. Aangezien de noodtoestand eerder uitzonderlijk is meent de Nationale Raad dat het beter is daar niet expliciet naar te verwijzen bij het uitbrengen van adviezen met een algemeen karakter.
De Nationale Raad houdt eraan de Provinciale Raad en zijn werkgroep ‘Aids en beroepsgeheim’ te danken voor de grondige studie van de gestelde problematiek.





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina