Beschrijving: Hoe maak je zelf een kant-en-klaar witvistuigje?



Dovnload 50.95 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte50.95 Kb.

2006 Copyright H.S.V. “De Leede”


Beschrijving:
Hoe maak je zelf een kant-en-klaar witvistuigje?



Waarom zou je eigenlijk zelf je witvistuigjes maken??? Je kunt ze toch ook kopen?!

Je kunt inderdaad naar een hengelsportwinkel gaan om kant-en-klare witvistuigjes te kopen. Maar bij jouw keuze welke tuigjes je zult kopen, zal in de meeste gevallen gebaseerd zijn op de dobber op het tuigje. Zie je een lekker dobbertje dan bevat het tuigje meestal te dik lijn/sim, een verkeerd toprubbertje die niet op de top van je hengel past, te grote en/of te weinig loodjes en/of een te grote haak. Een bijkomend nadeel is dat de haak direct aan de hoofdlijn is bevestigd en er geen onderlijntje is geplaatst!
Als je deze beschrijving doorleest, zul je merken dat als je zelf je eigen witvistuigjes maakt, je bij het vissen niet op deze vervelende punten stuit omdat je zelf hebt bepaald welke materialen je gebruikt!

Voorbereiding: Wat heb je nodig voor het maken van een witvistuigje?




  • Een houten plank plus eenmalig enkele grote spijkers en een hamer;

  • Rolletjes nylon lijn/sim (visdraad) met een dikte van 0,12 mm (trekkracht > 1,6 kg)
    en 0,14 mm (trekkracht > 2,0 kg). Eventueel nylon lijn/sim met een dikte van 0,08 mm
    (trekkracht > 1,0 kg) en 0,10 mm (trekkracht > 1,2 kg);

  • Haakjes met bledje (zonder oog dus), maat 12, 14 en 16 (en eventueel kleiner);

  • Een schaartje of nagelknippertje;

  • Isolatierol (van bijv. de Gamma) en een aantal speldjes;

  • Brede tuigenrekjes (met een diepe en ondiepe kant) die groter zijn dan je dobbers;

  • Toprubbertjes van min. 2 cm die op de top van je vaste hengel passen.
    Uitzondering: dit is niet noodzakelijk als je elastiek in de top van je hengel hebt!;

  • E

    Diepte water

    Drijfvermogen dobber

    tot 1 meter

    0,25 tot 0,50 gram

    van 1 tot 2 meter

    0,50 tot 0,75 gram

    van 2 tot 3 meter

    0,75 tot 1,50 gram

    van 3 tot 5 meter

    1,50 tot 2,00 gram









    lastiekjes, stickertjes en een watervaste stift;

  • Dobbers met een gewicht van 0,5 tot ca. 3 gram.
    Bij de dobberkeuze kun je gebruiken maken van het
    overzichtje hiernaast. LET OP! Dit overzicht is
    gebaseerd op vlak/rustig, niet-stromend water!!!

  • Doosje(s) lood met daarin in ieder geval loodjes nummer (no.) 1 t/m 9;



No.

Gewicht

No.

Gewicht

No.

Gewicht

No.

Gewicht




1

0.28

4

0.17

7

0.077

10

0.034




2

0.24

5

0.13

8

0.063

11

0.026




3

0.20

6

0.10

9

0.049

12

0.020




  • Een tangetje om loodjes voorzichtig om de hoofdlijn te knijpen.


Stap 1: Het maken van onderlijntjes met dezelfde lengte



Wat zijn de voordelen van het vissen met onderlijntjes?

Aangezien de dikte en sterkte van een onderlijntje minder is dan de dikte en sterkte van de hoofdlijn,
zal de lijn als je vastzit of een grote vis haakt, eerder breken op het onderlijntje dan op de hoofdlijn. Een onderlijntje kan je binnen enkele seconden vervangen en als je onderlijntjes (ongeveer) even lang zijn dan blijft je dobber op dezelfde diepte staan (aangezien deze niet verschoven is). Je zou de diepte tot/van je dobber wel opnieuw uit moeten peilen als je niet met een onderlijntje vist en de lijn van je tuigje breekt! En zeker tijdens een wedstrijd verspeel je hiermee veel te veel tijd en dus vis!
TIP! Om onderlijntjes van vrijwel dezelfde lengte te kunnen maken, kan je het beste gebruik maken van het volgende hulpmiddel. Sla in een houten plank van circa 30 cm twee spijkers met de gewenste lengte van de onderlijntjes uit elkaar (bijv. 20 cm). Schrijf met een viltstift de lengte (het aantal cm) tussen de twee spijkers. Dit kun je herhalen voor andere lengten van de onderlijntjes!

1a) Pak een rolletje vislijn/nylon van 12/00 mm (of minder) en rol een stukje lijn van het rolletje af;

1b) Pak een haakje maat 14 (of anders) met bledje en knoop deze aan de lijn via onderstaande manier;

De bledknoop


 

 

 

E



en sterke knoop voor het bevestigen van de (onder)lijn aan een haak
met een bledje ook wel palet genoemd (simpelweg: een haak zonder oog).

Maak een lus en leg deze op de manier zoals getoond in het plaatje hiernaast


langs de haaksteel. Zorg dat je een los uiteinde van ongeveer 6 cm over houdt.

Wikkel het losse uiteinde zo’n zesmaal (niet minder dan viermaal en


niet meer dan achtmaal rond de lus) en haal het daarna dan door de lus.
Zie het plaatje hiernaast. Houd in het vervolg het losse uiteinde vast.

H


aal vervolgens de (onder)lijn gelijkmatig aan, om de knoop dicht te trekken.
De lijn moet aan de binnenkant van het bledje uit de knoop komen vanwege
het feit dat de lijn dan minder aan het scherpe bledje van de haak zal schuren
en de lijn dus minder snel zal breken. Daarnaast hangt de haaksteel (lood)recht
onder de lijn waardoor je de haak met het aas ‘natuurlijker’ aanbiedt!
Knip tenslotte het losse uiteinde (niet te) kort af bij de knoop.


1c) Hang het haakje nu achter één van de spijkers op het hierboven beschreven meetplankje en trek
de lijn voorbij de andere spijker;

1d) Knip de lijn ongeveer 5 cm voorbij de spijker af en beweeg de lijn als een lus om de spijker heen;



1

e) Pak de lus beet en maak een lusknoop via onderstaande methode;

Maak een knoop in de lus (zonder de lus en dus de lengte van de onderlijn te
verschuiven) op de manier zoals getoond in het plaatje hiernaast. Leg minstens
twee wikkelingen om schuiven te voorkomen en probeer de lus zo klein mogelijk
te houden/krijgen. Knip tenslotte het losse uiteinde (niet te) kort af bij de knoop.


1f) Wikkel het kant-en-klare onderlijntje nu op een isolatierol (die je voor weinig bij bijv. de Gamma kan
kopen) door eerst het haakje in de isolatierol te prikken en vervolgens het onderlijntje om de isolatierol
heen te draaien om tenslotte de lus van het onderlijntje met een speldje in de isolatierol te bevestigen.


Stap 2: Het afmeten van de hoeveelheid benodigd sim/nylon

2a) Pak een rolletje vislijn/nylon van 14/00 mm (of minder afhankelijk van de dikte van je onderlijntjes)


en rol een stukje lijn van het rolletje af;

2b) Knoop een lus in dit stukje lijn via de manier beschreven bij punt 1e) hiervoor.


Deze lus dient ervoor om achter het onderste kikkertje op je vaste hengel te bevestigen zodat je de
overtollige lijn van het tuigje dat je niet gebruikt, op de kikkertjes kan draaien;

2c) Pak een leeg tuigenrekje en hang de lus achter/aan één van de uitsteeksels van het tuigenrekje;

2d) Meet de lengte van het tuigenrekje (is meestal ongeveer 20 cm). Wikkel ongeveer 6 meter lijn van
het rolletje vislijn/nylon op het tuigenrekje door te tellen hoe vaak je de lijn om het tuigenrekje hebt
gedraaid. De afstand “heen en terug” is ongeveer 40 cm dus je moet 15 keer om het rekje wikkelen.

2e) Als je dit gedaan hebt, knip je de lijn door en wikkel/haal je ongeveer 60 cm lijn van het rekje af.




Stap 3: Schuif een toprubbertje op de hoofdlijn

3


) Pak een toprubbertje (bij voorkeur van min. 2 cm) en schuif deze op de hoofdlijn (dat is de lijn die je
bij de vorige stap op het tuigenrekje hebt gewikkeld). Schuif het toprubbertje helemaal door tot aan
waar de lijn op het rekje zit zodat je genoeg lijn over houdt om de dobber en loodjes op te bevestigen;


Stap 4: Schuif de dobber op de hoofdlijn

Advies: er bestaan verschillende soorten dobbers zoals je op de eerste bladzijde
van deze beschrijving hebt gelezen. Het belangrijkste is dat je dobbers gebruikt
met een goed zichtbare antenne en waarop het drijfvermogen is aangegeven!

4) Schuif de dobber (met de antenne naar boven/het toprubber gericht) en


bijbehorende rubbertjes op de hoofdlijn en houd ruimte over voor de loodjes;


Stap 5: Maak een lusje in het uiteinde van de hoofdlijn

5) Knoop een lus in het uiteinde van de hoofdlijn via de manier beschreven bij punt 1e) hiervoor.


Aan deze lus wordt in de volgende stap (de lus van) een onderlijntje bevestigd;




Stap 6: Plaats de loodjes op de hoofdlijn

6) Bij het plaatsen van de loodjes draait alles om kleine loodjes want we moeten het aas zo


‘natuurlijk’ mogelijk aanbieden. Als je het drijfvermogen (in gram) van je dobber weet,
kun je m.b.v. onderstaand schema precies uitrekenen hoeveel van welke nummers loodjes
je moet plaatsen. Bevestig in ieder geval een loodje no. 8 net boven de lus-in-lus verbinding
(zie bij de pijl in het plaatje hiernaast) om het aas wat sneller en natuurlijker te laten dalen en
tegen de bodem aan te bieden. Plaats de groepen (1 tot 3) loodjes zo’n 10-15 cm uit elkaar;



No.

Gewicht

No.

Gewicht

No.

Gewicht

No.

Gewicht




1

0.28

4

0.17

7

0.077

10

0.034




2

0.24

5

0.13

8

0.063

11

0.026




3

0.20

6

0.10

9

0.049

12

0.020




Stap 7: Bevestig een onderlijntje aan de hoofdlijn via de lus-in-lus verbinding

7a) Haal een speldje uit de isolatierol en wikkel/haal het onderlijntje van de isolatierol;

7b) Bevestig vervolgens het onderlijntje aan de hoofdlijn via de onderstaande lus-in-lus verbinding;



Lus-in-lus


 

 

 

E

en eenvoudige en veel gebruikte methode om de onderlijn aan
de hoofdlijn te zetten. Een nadeel van deze methode is wel dat
er makkelijk wier e.a. in de lus-in-lus verbinding blijft hangen.

Leg de lussen van het onderlijntje en de hoofdlijn in elkaar op de manier


als op het plaatje hiernaast en trek hierna het onderlijntje vast aan de hoofdlijn.



Stap 8: Rol het tuigje op een leeg tuigenrekje

8a) Pak een (ander) leeg tuigenrekje en bevestig het haakje aan één van de balkjes in het tuigenrekje;

8b) Wikkel vervolgens alle lijn dat onder de dobber zit netjes langs één zijkant van het tuigenrekje. Tel
hierbij het aantal wikkelingen (zie ook stap 2d) zodat je de dobber alvast op de gewenste diepte zet;

TIP! Gebruik bij voorkeur ‘brede’ tuigenrekjes d.w.z. rekjes met een diepe en een ondiepe kant.
Als je ervoor zorgt dat de dobber aan de diepe kant van het tuigenrekje uitkomt/zit, zal deze minder beschadigen als je tuigenrekje in je koffer of kanis ligt.

8c) Als de dobber aan de diepe kant van het tuigenrekje is uitgekomen, steek je de lijn schuin over naar
de andere zijkant van het tuigenrekje zodat je alle lijn boven de dobber vervolgens netjes langs deze kant van het tuigenrekje kan wikkelen;

8d) Als je alle lijn op het tuigenrekje hebt gewikkeld, bevestig je de lus met een elastiekje aan het rekje.


Gebruik geen klemmetjes want deze beschadigen de lijn waardoor deze eerder zal breken!;

Als je de lijn op bovenstaande manier op het tuigenrekje wikkelt, voorkom je dat de lijn in de knoop raakt (wat meestal gebeurt bij de loodjes of de dobber)!!!


Stap 9: Schrijf de gegevens op een sticker op het tuigenrekje

9) Schrijf de onderstaande gegevens op een sticker en plak deze op de zijkant van het tuigenrekje.


Hierdoor kun je sneller zien/lezen welk soort tuigje je voor je hebt zodat je een betere en snellere
keuze van je wedstrijdtuigje kunt maken!;



* Lengte (in cm) en dikte hoofdlijn (in 00/00 mm) * Gewicht dobber (in gram)
* Lengte (in cm) en dikte onderlijn (in 00/00 mm) * Maat haak


Stap 10: Bewaar je zelfgemaakte tuigjes netjes in je kanis of viskoffer

10) Deze stap spreekt voor zich. Bewaar je tuigjes overzichtelijk in je kanis of viskoffer.


Veel succes en visplezier toegewenst met je zelfgemaakte witvistuigjes!!!

? Pagina /




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina