Beschrijving van bepaalde markten



Dovnload 63.52 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte63.52 Kb.
Meso-Economie boek: Meso-Economie en bedrijfsomgeving van Marijs & Hulleman hfst 1, 6 + par 2.1, 2.4, 2.5, 3.1.2, 4.2, 5.3 +HCL

Hoofdstuk 1


De belangrijkste functie van markten is de prijsvorming. Prijzen hebben een belangrijke signaalfunctie voor vraag en aanbod.
Bij de beschrijving van bepaalde markten stuiten we op twee problemen: de geografische begrenzing van de markt en de definitie van een product.
Geografische omvang

Voor sommige producten is er sprake van een wereldmarkt waarop prijzen totstandkomen die voor alle vragers en aanbieders gelden.

Voor veel eindproducten zoals consumentenelektronica en auto’s bestaat er weliswaar geen wereldmarkt, maar toch worden in geval van vrijhandel prijsverschillen genivelleerd.

Het tegenovergestelde van een wereldmarkt is een lokale markt.

De relevante markt is het deel van de markt dat de ondernemer bediend.

Het product


We hebben een markt gedefinieerd als het geheel van betrekkingen tussen vragers en aanbieders van een bepaald product.

Als er op een markt producten aangeboden worden die in de ogen van de afnemers onderlinge verschillen vertonen, is er sprake van een heterogeen product/markt.

Als er geen verschillen in producten te onderkennen zijn dan homogeen product/markt.
Dezelfde soort productieprocessen hebben = voorzien in dezelfde behoeften van de afnemers.
Ondernemingen die tot dezelfde bedrijfstak behoren, brengen meestal een groep producten voort, waarvoor zij dezelfde grondstoffen of dezelfde productieprocessen gebruiken.
1.2

CBS deelt de bedrijven in naar economische activiteit (classificatie). Hier geeft men een code voor volgens een systematiek:

Eeste cijfer: bij welke sectie het bedrijf hoort

Tweede: afdelingen

Derde: groepen

Vierde: bedrijfsklassen (zie boek blz 8).

De kamer van koophandel leveren deze informatie aan het CBS

De SBI en de BIK 95 geven informatie over Nederlandse bedrijfstakken.

Ondernemingen die met het buitenland handelen (import/export) hebben een internationaal karakter. SbI geeft geeft geen informatie over de geografische afbakening van markten binnen Nederland.
1.3

Een product doorloopt een aantal opeenvolgende bedrijfstakken van oerproducent tot consument (= bedrijfskolom).

In de praktijk is de onderling verwevenheid vaak zeer ingewikkeld.

Het geheel van waardetoevoeging in een bedrijfskolom noemen we waardesysteem.

Door allerlei ontwikkelingen kan ook de macht in de bedrijfskolom aan verandering onderhevig zijn. De macht verschuift naar bedrijfstakken die het dichtst bij de afnemers staan.
De primaire sector bestaat uit de grondstofproducenten. De secundaire sector worden de grondstoffen verwerkt tot eindproducten.

Elke schakel in een bedrijfskolom voegt waarde toe aan een product. De kwaliteit van het eindproduct wordt bepaald door de kwaliteit van de afzonderlijke bedrijfstakken.


1.3.3

Veel concurrentiebepalende factoren hengen samen met de plaats die bedrijfstakken in de bedrijfskolom innemen.


Primaire sector: grondstofproducenten bijv. Mijnbouw


  • Vestigingsplaats ligt vast

  • Prijzen fluctueren sterk als gevolg van veranderingen in de vraag

  • Producten tamelijk homogeen van aard, concurreren veelal door kostenbeheersing

  • Weinig concurrentie



Secundaire sector: grondstoffen verwerkt tot eindproducten


Basisindustrieën zijn meestal procesindustrieën met zeer grote kapitaalinstallaties.

  • Producten ook tamelijk homogeen

  • Transportpijpleidingen, bulktransport e.d

  • Beheerst door enkele grote ondernemingen (doordat de vaste kosten zeer hoog zijn)

  • Afzet basisgoederenindustrie is meestal erg conjunctuurgevoelig. Fluctuatie leiden tot onder en overbezetting.

  • Verwerkende industrie (assemblage; stelt producten samen uit verschillende onderdelen)



Tertiaire sector


  • Dienstverlening (banken, vervoer, detailhandel)

  • Gering beslag op kapitaalgoederen (in tegenstelling tot de industrie)

  • Zakelijke dienstverlening, arbeidsintensief (advocatenkantoren, architectenbureaus)

  • Korte bedrijfskolom

1.4


Interne concurrentie: concurrentie is een proces dat zich kan afspelen tussen ondernemingen die tot eenzelfde bedrijfstak behoren

Doel: vooral gericht op het verwerven van een zo groot mogelijk marktaandeel

Afhankelijk van--> aantal ondernemers/producten/kostenstructuur productieproces/technische ontwikkeling/buitenland/klanten.
Externe concurrentie: ondernemingen die concurreren met producten die hun producten afnemen/toeleveren

Doel: een zo groot mogelijk aandeel in de winstmarge in de bedrijfskolom.


Potentiële concurrentie: concurrentie in een bedrijfstak beïnvloed door de dreiging van ondernemingen die tot de bedrijfstak willen toetreden of doordat ondernemingen substituut-producten op de markt uitbrengen.

  • Het aantal toe-en uittreders

  • Substituutproducten


Intensiteit van de concurrentie is afhankelijk van allerlei factoren, zoals het aantal ondernemingen in een bedrijfstak, aard van het product, aantal afnemers enz.

Dit noemen we concurrentiebepalende factoren.


De internationaliseringsgraad heeft betrekking op de import en export en is een concurrentiebepalende factor. Bedrijfstakken staan in verschillende mate bloot aan de concurrentie van buitenlandse ondernemingen.

Omgevingsfactoren hebben een grote invloed op de intensiteit van de concurrentie.


  • Overheid

  • Mededingingswetgeving (de overheid bepaalt hiermee in hoeverre ondernemingen door afspraken over prijzen en de verdeling van de markt de intensiteit van de concurrentie mogen inperken).

  • enigszins ook concurrentie bevorderend

  • Economische orde (stelsel van waarden en normen en instituties(=wetgeving) met betrekking tot economisch handelen.)

  • Groei van de markt

  • Toevalsfactoren

1.4.2


In het concurrentieproces proberen ondernemingen een zeker rendement over het geïnvesteerde vermogen te behalen. De rendementen van ondernemingen kunnen enorme verschillen vertonen. Een belangrijke oorzaak daarvan zijn de verschillen in intensiteit van de concurrentie van bedrijfstakken.

Naarmate de intensiteit van de concurrentie hoger is, verwachten we een geringere gemiddelde winstgevendheid in de bedrijfstak.

Ook binnen bedrijfstakken kunnen de rendementen enorme verschillen vertonen door:


  • Kwaliteit van het management

  • Kwaliteit van de machines

  • Deskundigheid van het personeel

  • Marktaandeel

  • Ondernemingsgrootte


Omgevingsfactoren die invloed uitoefenen op de concurrentiekracht van bedrijfstakken en van individuele ondernemingen.

  • De kwaliteit en kwantiteit van de productiefactoren

  • Natuur

  • Arbeidsmarktsituatie



Begrippen:
Bedrijfskolom De opeenvolgende bedrijfstakken die een product doorloopt van oerproducent tot eindgebruiker.
Bedrijfstak Ondernemingen die gelijksoortige producten op een gelijksoortige wijze produceren.
Concurrentie het proces van wedijver om de gunst van de afnemers
Concurrentie- De factoren die invloed uitoefenen op de intensiteit van de

bepalende factoren concurrentie.
Externe Concurrentie die zich afspeelt tussen bedrijfstakken in een

Concurrentie bedrijfskolom.
Kartel Overeenkomst tussen ondernemingen die behoren tot dezelfde bedrijftak.

Hoofdstuk 2

2.1


Er zijn een aantal vraagbepalende factoren, die oorzaken aangeven, waarom men over gaat tot kopen:

  • De behoeftepatronen van de gebruikers

  • De prijs van het product

  • De prijzen van andere goederen

  • Het inkomen van de consumenten en de omvang van de bevolking

De belangrijkste reden voor het aankopen van bepaalde goederen en diensten is het bevredigen van behoeften.


De bevrediging van de basisbehoefte zijn hoofdzakelijk voor het fysieke voortbestaan.

Consumenten met lage inkomens besteden een groter deel van hun inkomen aan basisgoederen dan consumenten met hogere inkomens.

Naarmate de welvaart toeneemt, zijn consumenten beter in staat de behoeften uit de tweede categorie te bevredigen.
Er zijn twee overheidsinstellingen die onderzoek doen naar consumptief gedrag, te weten.


  • NIBUD

  • SCP (sociaal Cultureel Planbureau)

2.1.2


Een bepalende factor van het consumptiepatroon vormen de consumentenvoorkeuren, ook wel preferenties genoemd.

Consumentenvoorkeuren komen tot stand onder invloed van sociale en psychologische variabelen.

Veranderingen in consumentenvoorkeuren zijn voor ondernemingen van groot belang. Plotselinge veranderingen kunnen desastreuze invloed op de afzet uitoefenen.
Er zijn een aantal factoren die zeer belangrijk zijn voor demografische trends, namelijk:


  • Leeftijdsopbouw

  • Gezinssamenstelling

  • Individualisering

  • Opleidingsniveau

Levenstijlen zijn min of meer samenhangende normen- en waardepatronen, die invloed uitoefenen op het (koop)gedrag van individuen.

2.4

Als het inkomen inelastisch is, hebben we het meestal over basisgoederen, omdat de verandering van de vraag kleiner is dan de verandering van het inkomen.


Als het inkomen elastisch is, hebben we het meestal over luxe goederen, omdat de verandering van de vraag groter is dan de verandering van het inkomen (bijv. bij auto’s).
Inkomenselasticiteit van de vraag =

%^q


Eqy=

%^y


waarin:

Eqy = de inkomenselasticiteit van de gevraagde hoeveelheid

%^y= de procentuele verandering van het inkomen
Goederen met een negatieve inkomenselasticiteit noemt men inferieure goederen.
Bedrijfstakken die in rijke landen producten met een lage inkomenselasticiteit vervaardigen, kunnen door export naar landen met lage gemiddelde inkomens gecombineerd met hoge groeipercentages, profiteren van aantrekkelijke groeimarkten.
Inkomensontwikkelingen zijn te onderscheiden in:


  • Conjuncturele ontwikkelingen (korte termijn), gevolg van een veranderende groei van het nationaal inkomen.

  • Trendmatige ontwikkelingen (lange termijn), gevolg van een stijgende van de productiecapaciteit.

2.5


Conjunctuurgevoelige eindproducten veroorzaken grote schommelingen in de afzet van de bedrijfstakken in de hele bedrijfskolom. We noemen dit het keteneffect.

Begrippen
Conjunctuur De regelmatige afwisseling van periodes met een hoge en minder hoge groei van het nationaal inkomen.
Elastische vraag Prijselasticiteit van de vraag kleiner dan -1
Inelastische vraag Prijselasticiteit van de vraag tussen 0 en –1
Hoofdstuk 3

3.1.2


Een eenvoudige maatstaf voor verschillen in kosten tussen ondernemingen in dezelfde bedrijfstak is de arbeidproductiviteit.

In de grote bedrijven is de arbeidsproductiviteit meestal hoger dan in kleine bedrijven en dit duidt p schaalvoordelen bij de productie.

Het is dus gemakkelijker om een markt in te treden waar de arbeidsproductiviteit laag is, want dan is het makkelijker om voor kleine bedrijven het bedrijfsoptimum te bereiken.
De kapitaalcoëfficiënt en het aandeel van heterogene arbeid in de totale arbeid zijn indicatoren voor de verhouding tussen de vaste en variabele kosten.
Hoge kapitaalcoëfficiënt -> hoge vaste kosten
Hoogconjunctuur -> hoge bezettingsgraad
De mate van heterogeniteit van arbeid is te benaderen door het beroepsniveau.

Hoofdstuk 4

4.2


De structuur van een markt bestaat uit als het ware uit de randvoorwaarden die het gedrag van een onderneming bepalen.

Het aantal ondernemingen is een structuurkenmerk dat het gedrag van ondernemers beïnvloedt. Het zijn de randvoorwaarden van het ondernemersgedrag. Ondernemingen ontplooien binnen deze randvoorwaarden activiteiten om hun doelstellingen te bereiken. We noemen dit het gedrag van ondernemingen. Onder dit gedrag verstaan we bijvoorbeeld winstmaximalisatie, toe- en uittreding.

Het gedrag leidt tot een bepaald resultaat. Het resultaat van het ondernemersgedrag komt onder andere tot uiting in de winstgevendheid. Daarnaast zijn er nog andere variabelen die een indicatie kunnen geven voor de resultaten, zoals de groei van de (binnenlandse of buitenlandse) afzet van een bedrijf of bedrijfstak in verhouding tot de groei van de marktvraag.

Aantal aanbieders


Het aantal aanbieders op een markt is belangrijk voor het interne concurrentieproces tussen de aanbieders. Bij een markt met veel aanbieders, hebben de aanbieders weinig marktmacht (zie tabel 4.4). Het zijn prijsnemers en hoeveelheidsaanpassers. Bij een markt met weinig aanbieders, kunnen de aanbieders veel meer macht uitoefenen op de prijzen en hoeveelheden. Het zijn prijs- en hoeveelheidszetters. (zie ook tabel 4.1 op pagina 122 van het boek)

Een maatstaf voor de marktmacht van de grootste ondernemingen in een bedrijfstak is de concentratiegraad (deze geeft echter geen informatie over de rest van de aanbieders).


De marktconcentratie CN geeft weer welk marktaandeel de grootste N aanbieders hebben. Bijv.: C4 van 60%  de 4 grootste aanbieders hebben een marktaandeel van 60%.

Als gegevens over marktaandelen moeilijk te verkrijgen zijn, kan de concentratiegraad berekend worden uit de toegevoegde waarde of het aantal werknemers. De CN-ratio geeft dan het aandeel in de toegevoegde waarde of de werkgelegenheid weer van de N grootste ondernemingen.

Op veel markten zijn er een gering aantal grote aanbieders en een groot aantal kleine aanbieders. De grote aanbieders bedienen het grootste deel van de markt met een standaardproduct, waarvoor zij ook de prijs vaststellen. Grote aanbieders zijn daardoor vaak prijsleiders. Kleine ondernemingen zijn vaak geïnteresseerd in een afwijking van het standaardproduct, oftewel een klein deel van de markt dat niet door de cost leader wordt bereikt. Bijvoorbeeld de PTT tegenover de Stadspost.

Een maatstaf voor de kleinschaligheid is de gemiddelde ondernemingsomvang in vergelijking met de omvang van de aanbieders op andere markten. De gemiddelde ondernemingsomvang is het quotiënt van de omzet of toegevoegde waarde van een bedrijfstak en het aantal bedrijven. Dit kan worden berekend m.b.v. Nationale rekeningen en de Statistiek van het ondernemingenbestand, beide publicaties van het CBS.

Concentratie heeft meestal een toename van de schaalgrootte en een daarmee samenhangende daling van de kosten tot gevolg. Bovendien is concentratie één van de beste manieren om overcapaciteit in een bedrijfstak te verminderen.

Naar keuze is er ook een analyse naar regio mogelijk. Bijvoorbeeld voor de dienstensector kan dit van belang zijn, omdat deze markt een regionaal karakter draagt. Voor bijvoorbeeld de frisdrankenindustrie is dit niet van belang.

De marktmacht is vastgesteld op basis van de concentratie van de grootste ondernemingen en de kleinschaligheid van de bedrijfstak.

Doorzichtigheid van de markt


De mate waarin informatie openbaar is, heet ook wel de doorzichtigheid of de transparantie van de markt. Daarmee bedoelt men de mate waarin marktpartijen inzicht hebben in de prijsvorming, de technische ontwikkeling, de groei van de vraag en het aanbod en dergelijke. Om het de concurrent moeilijker te maken houden ondernemingen zoveel mogelijk informatie geheim die voor de concurrentiekracht van belang is. Dat geldt voor informatie over de samenstelling van producten en productieprocessen, voor de kennis over markten en voor technische ontwikkeling.

De doorzichtigheid van de markt hangt meestal samen met het aantal aanbieders. Bij veel aanbieders zijn prijsnotaties vaak openbaar, worden technische ontwikkelingen meestal in belichaamde vorm overgenomen uit andere bedrijfstakken en bestaan er vaak officiële onderzoeksinstellingen of voorlichtingsdiensten die de benodigde informatie voer de producenten verspreiden. Op markten met weinig aanbieders behoort zulke informatie vaak tot de bedrijfsgeheimen.


De aard van de goederen


Homogene producten zijn producten die vanuit het perspectief van de afnemer geen onderlinge verschillen vertonen, bijvoorbeeld benzine. Heterogene producten zijn producten die op dezelfde markt worden afgezet maar in de ogen van de afnemers wel onderlinge verschillen vertonen. Voor belangrijkste kenmerken zie tabel 4.5 op pagina 127 van het boek.

Ook het bankwezen brengt producten op de markt die een massaal en homogeen karakter dragen. Men noemt dit soort diensten wel commodity services omdat de voortbrenging ervan in veel opzichten lijkt op de massaproductie van homogene goederen. In overeenkomst hebben ze beide een in hoge mate geautomatiseerd productieproces, heeft technische ontwikkeling kostenverlaging tot doel en zijn de producten vrijwel geheel gestandaardiseerd. Hierdoor is er bij beide weinig productdifferentiatie mogelijk.

Homogene goederen bevinden zich vaak aan het begin van de bedrijfskolom. Heterogene goederen bevinden zich daarentegen vaak aan het einde van de bedrijfskolom. Om heterogene goederen te kunnen blijven verkopen, moet er productinnovatie plaatsvinden. Dit vereist veel R&D, marketinginspanningen en dergelijke. Daarom voegen ondernemingen veel waarde toe aan deze producten. Hierdoor worden ze ook wel hoogwaardig genoemd.

Ondernemingen die innovatie activiteiten ontplooien hebben ofwel als doel de kosten te verlagen ofwel hun producten te differentiëren. Dit kan gebeuren door zowel producenten van goederen als producenten van diensten.

Ondernemingen die erin slagen hun producten exclusieve kenmerken mee te geven die door consumenten op prijs worden gesteld, hebben zeker een voordeel in het concurrentieproces. Zij zijn minder gevoelig voor prijsdalingen van concurrerende producten of voor toetreders op de markt. Vandaar dat ondernemingen zich op allerlei manieren proberen te onderscheiden.

Als maatstaf voor de heterogeniteit neemt men wel de reclameintensiteit, gemeten als de reclame-uitgaven in verhouding tot de omzet. Markten waar een hoge reclame-intensiteit heerst, zijn moeilijk toegankelijk, omdat mogelijke toetreders enorme reclame-uitgaven moeten verrichten om een marktaandeel te kunnen behalen.



Kostenstructuur van de productie


De verhouding tussen vaste en variabele kosten is het belangrijkste element van de kostenstructuur voor de analyse van de interne en potentiële concurrentie. Ondernemingen met een hoge kapitaalintensiteit zeer erg gevoelig voor onderbezetting.

Een maatstaf voor de kapitaalintensiteit is de kapitaalcoëfficiënt.

Daarnaast is ook de heterogeniteit van arbeid van belang voor de verhouding tussen vaste en variabele kosten.

Toetredingsbarrières


Toetredingsbarrières belemmeren ondernemingen activiteiten in een bestaande bedrijfstak te ontplooien. Hoge vaste kosten vormen een aanmerkelijke toetredingsbelemmering, omdat toetreders enorme investeringen moeten verrichten.

Productheterogeniteit is eveneens een belangrijke toetredingsbelemmering. Ondernemingen die deelsegmenten van de markt bedienen, binden hun klanten aan zich. Toetreders zullen het moeilijk hebben om eenzelfde klantenbinding op te bouwen. Vaak wordt klantenbinding opgebouwd d.m.v. merknaambekendheid. Toetreders hebben dus te maken met grote aanloopverliezen.

Bedrijfstakken met een hoog binnenlands marktaandeel zijn afgeschermd van buitenlandse toetreders. De oorzaken daarvan zijn bijvoorbeeld dat de desbetreffende producten moeilijk te transporteren zijn (diensten) of dat lokale gebruiken en wetgeving import bemoeilijken. Sommige bedrijfstakken en sectoren ontlenen hun hoge binnenlandse marktaandeel aan kostenvoordelen t.o.v. andere landen.

Bedrijfstakken met een hoog binnenlands marktaandeel kenmerken zich door hoge toetredingsbarrières voor buitenlandse ondernemingen. Deze kunnen op de binnenlandse markt concurreren door zich in Nederland te vestigen. Een hoog binnenlands marktaandeel vermindert de externe concurrentie omdat kostenstijgingen die voor de gehele bedrijfstak gelden, gemakkelijk op de afnemers afgewenteld kunnen worden.

De importquote wordt gevormd door het quotiënt van import en het totale aanbod.

Buitenlandse vraag


Een hoog exportaandeel in de productie is meestal een aanwijzing voor een hevige concurrentie.

Ondernemingen lopen wisselkoersrisico's. Met name de resultaten van exporterende en importerende bedrijfstakken zijn vaak sterk onderhevig aan veranderingen in wisselkoersen van landen die hun producten afnemen en van landen die grondstoffen leveren.


Concentratie van afnemers


Bedrijfstakken leveren hun producten meestal aan meer dan één andere bedrijfstak, met elk verschillende concentratiegraden. De input-outputtabellen van het CBS geven informatie over de afnemende bedrijfstakken. Hieruit zijn de grootste afnemers vrij snel af te leiden. De concentratie van de afnemers is eenvoudig te bepalen uit de Statistiek van het ondernemingenbestand.

Uit de input-/outputtabel kan men ook informatie verwerven over de concentratie van de toeleveranciers.


De groei van de vraag


Groeimarkten zijn voor ondernemingen zeer aantrekkelijk, omdat bij gelijkblijvende marktaandelen de afzet toch toeneemt. Ondernemers hoeven dus geen prijsconcessies te doen om de afzet te vergroten. Afnemers op sterk groeiende markten zullen hierdoor weinig prijsdruk uit kunnen oefenen. Doordat de aanbieders hier veel macht hebben, spreken we ook wel van een verkopersmarkt.

Winstmaximalisatie


In de micro-economie wordt meestal verondersteld dat ondernemers streven naar maximale winst onder voorwaarde van het handhaven van de continuïteit. Deze doelstelling wordt vaak ingevuld met rendementseisen.

Toe- en uittreding


Toetreding is een maatstaf voor de potentiële concurrentie. De mate van uittreding is een maatstaf voor de interne concurrentie. Naarmate de toe- en uittreding hoger zijn, is de concurrentie heviger.

Innovatief gedrag


Innovatief gedrag kunnen we omschrijven als het invoeren van vernieuwingen op allerlei terrein. Hiertoe behoren technische ontwikkeling, reclame-uitgaven, het ontwikkelen van nieuwe markten en verkoopkanalen.

Investeringen


Investeringen zijn een uitvloeisel van het gedrag van ondernemingen dat gericht is op het versterken van de concurrentiepositie.

Winstgevendheid


De winstgevendheid is de belangrijkste variabele waaraan het succes van bedrijfstakken en bedrijven is af te meten. De rentabiliteit kan met allerlei variabelen benaderd worden. De rentabiliteit van het eigen en het totale vermogen zijn de belangrijkste.

Een variabele die het rendement van een bedrijfstak weergeeft is het resultaat voor belastingen als percentage van de omzet.


Toegevoegde waarde


De ontwikkeling van de toegevoegde waarde geeft de bijdrage van een branche aan het nationaal inkomen weer. Een groei van de toegevoegde waarde die de groei van het nationaal inkomen overtreft, duidt op een krachtige sector.

Afzetontwikkeling


De ontwikkeling van de vraag is niet alleen een structuurvariabele. Bedrijfstakken kunnen zelf veel aan de ontwikkeling van de vraag doen, bijvoorbeeld door reclame-inspanningen en productvernieuwing. Zij kunnen zich op deze wijze ook met succes verweren tegen substituutproducten. De groei van de vraag is dus ook een resultaatvariabele.

Aanbieders met een groot concurrentievermogen zullen beloond worden met een groei van de afzet die hoger is dan de ontwikkeling van de marktvraag. Dat uit zich in een groei van het binnenlands marktaandeel of in marktwinst op buitenlandse markten.


Werkgelegenheid


De ontwikkeling van de werkgelegenheid in een branche is een maatstaf voor de bijdrage aan de totale economie.

Innovatief resultaat


Het resultaat van de innovaties is een belangrijke maatstaf voor de vernieuwingen die aanbieders aan hun producten kunnen aanbrengen. Een mogelijkheid om dit resultaat te meten is het aantal patenten en octrooien te vergelijken met dat van andere bedrijfstakken.
Hoofdstuk 5

5.3


De markt kan ongewenst effecten hebben voor algemeen aanvaarde economische en zedelijke normen en waarden. Dit noemen we marktimperfecties.
5.3.1

arbeidsvoorwaarden

Voor de concurrentiepositie van een onderneming zijn de loonkosten per eenheid product van belang. Deze worden bepaald door de loonkosten per werknemer en

de arbeidsproductiviteit.
Arbeidsomstandigheden

Hierbij zijn twee deelgebieden te onderscheiden, namelijk:



  1. De arbeidstijden

  2. De omstandigheden op het werk


Arbeidsverhoudingen

Hieronder verstaan we:



  • De arbeidsovereenkomst

  • De medezeggenschapsregelingen

5.3.2


De overheid voert een ordeningsbeleid. Hieronder vallen:

  • De mededingingswetgeving

Horizontale prijsafspraken zijn overeenkomsten tussen bedrijfstakgenoten, deze beperken de interne concurrentie.

Verticale prijsafspraken beperken de concurrentie in de bedrijfskolom, de externe concurrentie.



  • De winkelsluitingswet

  • De vestigingswetgeving

Heeft als doelstelling de kwaliteit van het ondernemerschap te vergroten.
5.3.4

Producenten hebben te maken met tal van regels waarvan de goederen en diensten die zij vervaardigen, moeten voldoen. Deze regels zijn in drie groepen te onderscheiden:



  1. Productnormen

  2. Normen in het algemeen belang (warenwet, verpakking, informatie)

  3. Keurings- en certificatieprocedures


Hoofdstuk 6

6.1


Het analyseren van markten en bedrijfstakken met behulp van het beschrijven van structuur-, gedrag en resultaatvariabelen noemen we SGR-methode.(ook SCP structure, conduct, performance).

De SGR-methode probeert de veranderingen in de structuur van bedrijfstakken die het gevolg zijn van het gedrag van ondernemers te verklaren.


Ondernemersgedrag:

Rivaliserend (d.m.v. concurrentie proberen ondernemingen hun winst te verhogen t.o.v bedrijfstakgenoten)



  • Verdedigbaar concurrentievoordeel

  • Toetredingsbarrieres

  • Verlaging van de kosten (kostenniveau, schaalvoordelen

  • Winstmarge

  • Korte termijn strategie

  • Limit pricing (monopolie)

  • Patenten

  • R& D

  • Strategische overcapaciteit

  • Voor en achterwaartse integratie

  • Winsterosie (winst van de gehele bedrijftak wordt aangetast)

  • prijsstarheid

  • niches

  • deelmarkten

  • productinnovatie (geheel nieuw product ontwikkelen)

Samenwerkingsgedrag (proberen de hele concurrentie (samen) in de bedrijfstak of bedrijfskolom te verminderen)



  • Verminderen van intensiteit

  • Netwerken

  • Flexibilisering

  • Uitbesteding

  • Verstarren (te weinig prikkels om voortdurend te streven naar productvernieuwing

  • Lange termijn

Een hoge concentratie van aanbieders duidt op een grote marktmacht die een lage concurrentiedruk en een hoge winstgevendheid tot gevolg heeft.


6.2

Een andere methode voor het analyseren van bedrijfstakken is de productlevenscyclus. Deze heeft als uitgangspunt dat de afzet van de producten is na een tijdje een standaardpatroon vertoont.

Productlevenscyclus: Introductie-> groei-> rijpheid-> Teruggang
Introductie:


  • Hoge marketinguitgaven

  • R&D uitgaven drukken nog zwaar op de kostprijs

  • Aanloopverliezen

  • Innovatiemonopolist

  • Joint ventures (samenwerking om de risico’s te delen

Groei:


  • Luxe karkater (hoge inkomstenelasticiteit van de vraag)

Zeer interessant

  • Van verliessituatie in winstsituatie

  • Oligopolie

  • Product en procesverbeteringen

  • Kostendalingen

Rijpheid:



  • Gewoontegoed/vervangingsvraag

  • Grote kans op overcapaciteit

  • Voor/achterwaartste integratie

  • Lage loon landen

Teruggang:



  • Nieuwe substituutproducten

  • Weinig R& D

  • Structurele overcapaciteit

  • Bedrijven vragen sanering te reguleren door de overheid

  • Stagnatiemonopolie

6.3


Horizontale concentratie: Bedrijven binnen een bedrijfstak breiden uit ten koste van andere ondernemingen of invloed in andere ondernemingen verwerven; redenen:

  • vergroten marktaandeel

  • verwerven schaalvoordelen

  • uitbannen overcapaciteit

  • opkopen van technologie

6.3.2

Verticale integratie: Bedrijven buiten een bedrijfstak die zich bezig houden met activiteiten




Voor en achterwaartse integratie


  • meer geldingen van de bedrijfskolom

  • elimineren marktkracht

  • kennis eindmarkten

  • grondstoffen



Diversificatie


Men spreekt van diversificatie indien ondernemingen goederen en diensten uit een andere bedrijfskolom in hun productiepakket gaan opnemen. Men spreekt van parallellisatie als dit om goederen en diensten gaat die in dezelfde geleding van de bedrijfskolom voorkomen



Conglomeratie


Conglomeraten van ondernemingen ontplooien activiteiten in geheel diverse en onsamenhangende bedrijfstakken en in heel verschillende geledingen van de bedrijfskolom.

Bedrijven die zich op meer terreinen gaan begeven dan zij gewend waren, hebben de mogelijkheid van interne subsidiëring




Specialisatie


  • Kernactiviteiten (omschrijving van..)

6.3.3


In de praktijk kunnen horizontale en verticale concentratie op verschillende juridische manieren gerealiseerd worden. De mogelijkheden tot concentratie zijn:

  • Overname / fusie

  • Consortium (= samenwerkings -verband tussen ondernemingen met een tijdelijk karkater) en coöperatie

  • Vrijwillig filiaalbedrijf

  • Franchising (contract tussen nemer en gever dat gebruik mag maken van rechten gever)

  • Joint venture (een gezamelijke dochteronderneming van een aantal andere ondernemingen)

  • Kartelvorming


6.4


Porter heeft een methode voor het vergelijken van de concurrentiekracht van bedrijfstakken in verschillende landen ontwikkeld. (zie figuur 6.3 blz 225)

In de visie van Porter wordt de concurrentiekracht van bedrijfstakken vooral bepaald door omgevingsfactoren.

Deze omgevingsfactoren die grotendeels regionaal bepaald zijn, leiden ertoe dat bepaalde bedrijfstakken op internationale markten een grote concurrentiekracht bezitten, terwijl andere bedrijven dat niet hebben.

In de diamant van Porter is met name de wederzijdse beïnvloeding van elementen van belang.


6.4.1

De productiefactoren kan men onderscheiden in:



  • Basisproductie productiefactoren.

Klimaat en de ligging van een land, ongeschoolde arbeid

  • Geavanceerde productiefactoren.

Geschoolde arbeid, telecommunicatie



Co-design (een belangrijke toeleverancier wordt geacht samen met de uitbesteder producten te kunnen ontwikkelen) en co-makership(samenwerking bij het maken van producten)

Jobbers (ondernemingen die alleen produceren op basis van een specificatie die door de main suplier of gespecialiseerde toeleverancier worden aangeleverd.

Netwerken van bedrijven staan niet op zichzelf maar worden ondersteund door dienstverlenende instellingen als banken, adviseurs. In dit geval spreken we van een cluster. Een cluster is een samenhangend geheel van bedrijven en ondersteunende instellingen binnen een bedrijfstak, waarbinnen zowel samengewerkt wordt als geconcurreerd. In een cluster is de vernieuwing van producten van groter belang voor de concurrentiekracht dan de verlaging van de productiekosten.

6.4.4


Porter richt zijn aandacht bij de behandeling van de economische orde voornamelijk op de waarden van individuen en ondernemingen.
Begrippenlijst Blz 240 en verder!!!!!!!!!!!


Meso-economie






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina