Besluit van houdende vaststelling van de bedragen, genoemd in artikel 8, eerste lid, van



Dovnload 10.54 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte10.54 Kb.
CONCEPT
Besluit van houdende vaststelling van de

bedragen, genoemd in artikel 8, eerste lid, van

de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag

voor 2004

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van , Directie Algemene Sociale en Economische Aangelegenheden, nr. ASEA/LIV/03/ ;

Gelet op artikel 14, vijfde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;

De Raad van State gehoord (advies van 2003);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van ;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
Met ingang van 1 januari 2004 en 1 juli 2004 worden de bedragen, genoemd in artikel 8, eerste lid, onder a, b en c van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag onderscheidenlijk als volgt vastgesteld:

a. € 1264,80

b. € 291,90

c. € 58,38




Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.


Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De Minister van Sociale Zaken

en Werkgelegenheid,

A. J. de Geus



Nota van toelichting
Per 1 januari 2004 dienen de bedragen, genoemd in artikel 8, eerste lid, onder a, b en c van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag opnieuw te worden vastgesteld.
Bepalend voor de vaststelling van de hoogte van deze bedragen is het volgende. Op 14 oktober j.l. is er tussen het kabinet en de sociale partners overleg gevoerd.1 De concept-kabinetsverklaring impliceert dat voor het jaar 2004 (en ook voor 2005) ontkoppeling zal plaatsvinden op basis van de wettelijke afwijkingsgronden zoals genoemd in art.14, vijfde lid van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Kabinet en sociale partners kiezen voor een nullijn in 2004 en 2005. Een hogere stijging van lonen en uitkeringen is schadelijk voor de werkgelegenheidsontwikkeling. Aangezien de wettelijke berekeningssystematiek zou leiden tot enige stijging (op grond van reeds gesloten contracten alsmede overloopeffecten) is voor de realisatie van de gekozen nullijn noodzakelijk om van deze systematiek af te zien. In 2006 zal, conform de afspraak in het sociaal akkoord, de koppeling tussen lonen en uitkeringen volledig worden hersteld.
Het voorgaande leidt ertoe dat de bedragen in artikel 8, eerste lid, onder a, b en c van genoemde wet niet verhoogd worden ten opzichte van het niveau per 1 juli 2003. Voor de periode 1 januari tot en met 31 december 2004 worden deze bedragen vastgesteld op onderscheidenlijk € 1264,80, € 291,90 en € 58,38.
De Minister van Sociale Zaken

en Werkgelegenheid,


(A J. de Geus)



1 Zie de brief van 24 oktober j.l. van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de uitkomsten van het Najaarsoverleg, Kamerstuk 2003-2004, 29200 XV, nr. 7, Tweede Kamer.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina