Beste Wmo-adviesraad leden en overige Wmo-geïnteresseerden



Dovnload 140.64 Kb.
Pagina1/4
Datum25.08.2016
Grootte140.64 Kb.
  1   2   3   4

Beste Wmo-adviesraad leden en overige Wmo-geïnteresseerden,

Laten we het eens over het weer hebben: dat is nog steeds niet ‘je van het’.

Zo is het eigenlijk ook met allerlei zaken op Wmo-gebied, maar daar kunnen we als Wmo-adviesraden wellicht iets aan doen, aan het weer niet. Ik zeg ‘iets’, omdat veel afhankelijk is van beleidsbeslissingen van de Rijksoverheid. Wel kan/moet in regio-verband (Holland Rijnland) en zeker ook op gemeentelijk niveau het nodige worden geregeld. En daar komen dan o.a. de Wmo-adviesraden in beeld: gevraagd en ongevraagd! Dat betekent veel werk de komende tijd en daarom is het van belang dat in die raden deskundige maar zeker ook enthousiaste mensen zitten. Ik prijs me gelukkig dat dit in de Wmo-adviesraad Kaag en Braassem het geval is. Ik hoop dat dit zo blijft. Om het enthousiasme niet teveel te temperen proberen we de informatie via deze nieuwsbrieven zoveel mogelijk te beperken, maar u snapt het wel, er is zoveel interessant nieuws! Dus lezen maar weer!

Fried Elstgeest, voorzitter

Website: Markant.org 7 mei 2013:



Persoonsgebonden budget kan meetellen voor eigen bijdrage AWBZ en WMO

Sinds 1 januari 2013 geldt voor de vaststelling van de eigen bijdrage AWBZ en WMO de zogenoemde vermogensinkomensbijtelling. Voor het berekenen van de eigen bijdrage wordt sindsdien niet alleen naar het inkomen gekeken, maar ook naar het vermogen. Wanneer budgethouders op de peildatum persoonsgebonden budget (PGB) op een rekening hebben staan, telt dit mee bij het vermogen. De eigen bijdrage kan hierdoor hoger uitvallen. Volgens de staatssecretaris van VWS zijn de effecten voor de budgethouders zeer beperkt.
Saldo op 1 januari
Voor het berekenen van de eigen bijdrage wordt, naast het inkomen, gekeken naar het vermogen van de cliënt in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin de zorg geleverd wordt. Dit betekent dat voor het bepalen van de eigen bijdrage in 2013, wordt gekeken naar het vermogen in 2011, waarbij 1 januari 2011 als peildatum geldt. Het vermogen bestaat onder meer uit bank- en spaartegoeden, waarbij ook het saldo meetelt van de aparte rekening die cliënten voor hun PGB aanhouden.

Er zijn twee situaties waarin de budgethouder op 1 januari een positief saldo op zijn PGB-rekening heeft:



Restant PGB vorig jaar
Ten eerste kan het voorkomen dat een budgethouder op 1 januari nog een bedrag aan PGB van het voorgaande jaar op zijn rekening heeft staan. Dit omdat hij het PGB voor het voorgaande op 1 januari (nog) niet (helemaal) heeft besteed. Hier staat tegenover dat bedragen die de budgethouder nog aan het zorgkantoor moet terugbetalen of die de budgethouder nog aan de zorgverlener verschuldigd is, als schuld op het vermogen in mindering kunnen worden gebracht. Voor het in mindering brengen van schulden geldt wel een drempel van € 2.900,- per persoon.

Voorschot
Ten tweede, krijgen veel budgethouders periodiek voorschotten van het zorgkantoor. Wanneer het zorgkantoor het voorschot voor januari al in december uitbetaalt, telt dit twee jaar later mee voor de vermogensinkomensbijtelling. Daarom hebben alle zorgkantoren inmiddels besloten het voorschot voor 2014 pas ná 1 januari 2014 uit te betalen. Hierdoor telt het voorschot per 1 januari 2016 dus niet mee voor de berekening van de eigen bijdrage.

Beperkt effect voor de budgethouders
Zelfs als het PGB meetelt voor de eigen bijdrage zijn de effecten voor de budgethouders volgens de staatssecretaris zeer beperkt. In verreweg de meeste gevallen gaat het om minder dan € 80,- extra eigen bijdrage per jaar.

Meer informatie
Meer informatie over dit onderwerp vindt u in de brief van de staatssecretaris over het meetellen van het persoonsgebonden budget in box 3.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nieuwsbrief Zorgvisie 10 mei 2013:

SCP: Pgb heeft groot groeipotentieel

Het aantal mensen met een persoonsgebondenbudget (pgb) kan bij ongewijzigd beleid doorgroeien naar 191.000, heeft het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) becijferd. Het SCP adviseert het kabinet de toegang tot de AWBZ te verscherpen.

Het SCP geeft in het rapport 'De opmars van het pgb' een verklaring voor de mate waarin het pgb tot een nieuwe zorgvraag heeft geleid. De verwachting van beleidsmakers bij de introductie van de pgb-regeling in 1998 was dat het beroep op de zorg in natura daardoor zou verminderen. Dat gebeurde ook wel, maar er was geen rekening gehouden met de aanzuigende werking van het pgb. Daardoor steeg het aantal pgb-houders veel sneller dan de zorg in natura. Het aantal pgb-houders is sinds de invoering in 1998 gestegen van 13.000 tot bijna 150.000 in 2008. Over de periode 2005-2008 was de groei van het aantal pgb-houders 28 procent. In die periode steeg het aantal mensen met zorg in natura met slechts 1,3 procent.



Late invoering pgb

De relatief late invoering van het pgb in Nederland in vergelijking met buurlanden vormt volgens SCP-onderzoeker Debbie Oudijk een deel van de verklaring voor de aanzuigende werking. Met het pgb kwamen er nieuwe keuzes, zoals het betalen van mantelzorgers en vormen van particuliere zorg. Daardoor werd een nieuwe groep zorgvragers aangeboord. Daarnaast leidden aanpassingen in het AWBZ-stelsel in 2003 tot een vergroting van de keuzemogelijkheden en dus tot meer groei. Ook de beperking van de contracteerruimte van zorgkantoren voor de zorg in natura had een opdrijvend effect.



Groeipotentieel pgb

Op basis van de kenmerken van de pgb-houders, zoals leeftijd, inkomen, opleiding en aandoeningen, heeft het SCP becijferd dat het pgb nog een groot groeipotentieel heeft. “Er is nog een grote groep mensen met soortgelijke kenmerken die nog geen beroep doet op de AWBZ. In potentie kan het aantal pgb-houders zelfs doorgroeien naar 191.000. Alhoewel we van de nieuwe mensen niet weten hoeveel er voor zorg in natura kiezen.” Het aantal pgb-houders bedroeg eind 2010 circa 130.000.



Pgb onbetaalbaar

De pgb-regeling ligt politiek onder vuur, omdat deze onbetaalbaar dreigt te worden. In 2008 bedroegen de totale uitgaven voor het pgb bijna 2,1 miljard euro. Ondanks ingrepen in de AWBZ was er volgens het College voor Zorgverzekeringen in 2010 ruim 2,3 miljard euro gemoeid met het pgb. Staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten van VWS botste eind 2010 met de Tweede Kamer over een pakket maatregelen om de kosten te beheersen. Ze heeft de Kamer dit voorjaar een brief toegezegd met maatregelen om pgb-regeling verder te versoberen.



Verscherp indicatiestelling AWBZ

Het SCP adviseert het kabinet om de pijlen niet alleen op het pgb te richten. “Daarmee maak je het pgb minder aantrekkelijk, terwijl de zorg die via het pgb wordt geleverd goedkoper is dan zorg in natura. Bovendien heeft een deel van de pgb-houders geen alternatief, omdat de het aanbod van de zorg in natura tekortschiet. Het is beter de drempel voor de hele AWBZ te verhogen en de indicatiestelling aan te scherpen. Nederland is in vergelijking met buurlanden ruimhartig. Voor lichtere vormen van zorg, zoals begeleiding en huishoudelijke verzorging, zou je minder zorg kunnen toekennen.” (Zorgvisie - Bart Kiers)

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Kro Brandpunt 12 mei 2013:



Zorginstellingen die hun patiënten op papier zieker maken dan ze in werkelijkheid zijn, simpelweg omdat een ziekere patiënt meer geld oplevert.

Uit onderzoek van KRO Brandpunt blijkt dat er mogelijk op grote schaal gesjoemeld wordt met de hoeveelheid zorg die patiënten nodig hebben. Het is voor zorginstellingen zo gepiept: even online een paar vragen invullen, een druk op de knop en het extra geld is binnen. De cijfers liegen er niet om. Sinds de instellingen de zorg zelf mogen aanvragen, zijn de kosten met meer dan 3 miljard euro gestegen. Opvallend genoeg is de lichte zorg aanzienlijk afgenomen en de zwaardere zorg fors gestegen. Aart Zeeman over de wereld van zwaartepakketten, herindicaties en taakmandaten.

(Tip: zie de reportage op: www.brandpunt.kro.nl)

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nieuwsbrief Zorgvisie 13 mei 2013:

Albertjan Tollenaar: ‘Zorg in natura oplossing voor fraude met pgb’

Mensen die een persoonsgebonden budget (pgb) krijgen, moeten voor een groot deel terug naar zorg in natura. Dat stelt universitair docent bestuursrecht en bestuurskunde Albertjan Tollenaar van de Rijksuniversiteit Groningen. ‘De keuzevrijheid bij het pgb is veel te groot en het instrument is te populair geworden.’

Tollenaar komt met zijn opinie naar aanleiding van het bericht dat pgb-houders in plannen van staatssecretaris Martin van Rijn (VWS) voortaan controleurs op visite kunnen krijgen. ‘Een groot aantal gebruikers kan daarmee nog steeds ongecontroleerd zijn gang gaan’, zegt Tollenaar. ‘Bovendien resulteert extra controle in meer administratieve lasten. Zowel voor de burger als voor de overheid. Op het zorgbudget moet nu dus ook ineens een percentage gereserveerd worden voor overhead. Een bedrag dat daarmee niet meer besteed wordt aan het vervullen van de zorgbehoefte, maar aan ambtenaren. Dat is niet verstandig in tijden van schaarste.’


Achteraf herstellen 
Volgens Tollenaar ligt de oplossing voor het overgrote deel van de zorgvragen in de zorg in natura. ‘Dat zijn allemaal zaken die eenvoudig te regelen zijn met goede collectieve voorzieningen. Op die manier weet je zeker dat het geld terecht komt bij de mensen die er recht op hebben. Met mensen voor wie de collectieve voorzieningen niet volstaan, kun je om tafel gaan zitten en overleggen wat de beste aanpak is. Maar wat we niet moeten doen, is eerst een pot met geld geven, wachten tot het verkeerd besteed wordt en dan achteraf proberen om die fout te herstellen. Dat is tamelijk zinloos, omdat het geld in veel gevallen toch niet meer terug te vorderen valt.’

door Wouter van den Elsen10 mei 2013

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nieuwsbrief Zorgvisie 13 mei 2013:

Planbureau gaat decentralisaties onderzoeken

Het Centraal Planbureau (CPB) gaat de financiële risico’s van de drie decentralisaties in het sociaal domein onderzoeken. Het gaat om de Participatiewet, de Jeugdwet en de gewijzigde Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), zo meldt vakblad Binnenlands Bestuur.

Om de financiële- en uitvoeringsrisico’s van de drie decentralisaties in kaart te brengen, houdt het CPB vinger aan de pols samen met het Rijk en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Het kabinet gaat daarnaast kijken of er een aanwijzingsbevoegdheid moet komen waarmee ministers in noodgevallen kunnen ingrijpen, aldus Binnenlands Bestuur. Voor het zomerreces van de Kamer moet een eerste rapportage op hoofdlijnen worden opgeleverd. Tot eind 2014 blijft het CPB monitoren.


Plasterk

Met het inschakelen van het CPB stelt Plasterk uitvoering te geven aan de motie Schouw. D66-Kamerlid Gerard Schouw had via een door de Kamermeerderheid gesteunde motie het kabinet verzocht onderzoek te laten doen naar de financiële en uitvoeringsrisico’s van de decentralisaties jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning en werk. Een onafhankelijke partij, zoals het CPB en/of het Sociaal Cultureel Planbureau (CPB), zou dit moeten doen.

door Wouter van den Elsen13 mei 2013.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nieuwsbrief Movisie 14 mei 2013:



De grenzen en kansen van Tegenprestatie naar Vermogen 8 mei 2013

Maatschappelijk actief zijn als tegenprestatie voor een uitkering. Dat wordt een wettelijke verplichting, verankerd in de voor 2015 aangekondigde Participatiewet. Aan gemeenten de taak om deze wet in de praktijk vorm te geven. Orionis Walcheren ging voortvarend aan de slag met mensen die al jaren een bijstandsuitkering ontvangen. Wat kunnen we van Walcheren leren?

De ervaring van Orionis Walcheren is tweeledig. Aansluiten bij de motivatie en talenten van mensen zelf zorgt voor rendement. Werken op basis van verplichting zonder rekening te houden met wensen en mogelijkheden van de betrokkenen werkt niet.



Opdracht: laat mensen een maatschappelijk nuttige activiteit doen

In 2011 kreeg Orionis Walcheren van de gemeenten Vlissingen, Middelburg en Veere de opdracht om mensen met een bijstandsuitkering naar vermogen maatschappelijk nuttige activiteiten te laten doen. Voor de groep mensen met een relatief kleine afstand tot de arbeidsmarkt, die tijdelijk van een bijstandsuitkering leeft (het grootste deel van de  groep mensen in de bijstand) stelden de gemeenten het verplicht om werkzaamheden te doen met behoud van de uitkering. Ruim driehonderd mensen tekenden een contract hiervoor, sommigen zelfs voor 32 uur per week. De rechter oordeelde onlangs dat dit de normen voor een tegenprestatie voor een uitkering overschrijdt.



Samen vormgeven aan de Tegenprestatie

Voor de groep mensen die al jaren een bijstandsuitkering ontvangt en waarvan momenteel de kans klein is dat ze een betaalde baan vinden, koos Orionis Walcheren echter een totaal andere aanpak. Het gaat hierbij om het zogenaamde ‘granieten bestand’ van mensen waarbij is vastgesteld dat zij geen mogelijkheden hebben tot betaalde arbeid omdat zij bijvoorbeeld lichamelijke of psychische problemen hebben. Nel Van Welsum, projectontwikkelaar bij Bureau Maatschappelijke Activiteiten (BuMa) van Orionis Walcheren ontwikkelde hiervoor een workshop. Hierin discussiëren mensen samen over de vraag: hoe wilt u uw tegenprestatie vormgeven?



Met plezier werken aan activiteiten van eigen keuze

Ambassadeurs die al ervaring hebben met een maatschappelijke activiteit als tegenprestatie vertellen hier hun verhaal. ‘Zelfs de mensen die aan het begin van de workshop de grootste argwaan hadden, doen na de workshop met plezier een activiteit die ze zelf uitkiezen, ook al is het maar een paar uur per week.’



Door reparatieklussen te doen in de speeltuin heeft één van onze deelnemers helemaal zijn draai gevonden.

Na de workshop houdt een consulent van Orionis contact om mensen te begeleiden en te zien of de activiteit daadwerkelijk wordt uitgevoerd zoals afgesproken. ‘De workshop is verplicht, maar als mensen écht niets willen of kunnen doen dan steken we daar geen energie in. De kracht ligt niet in het moeten, maar in de positieve benadering vanuit mensen zelf.’



Vraag naar de mogelijkheden van mensen

‘Door reparatieklussen te doen in de speeltuin heeft één van onze deelnemers helemaal zijn draai gevonden. Zijn weerstand om een tegenprestatie te leveren voor zijn bijstandsuitkering is veranderd in enthousiasme. Hij doet nu iets dat aansluit bij zijn oude beroep als automonteur.’ Van Welsum ziet de meerwaarde van het vragen naar de mogelijkheden in plaats van naar de onmogelijkheden van mensen met een bijstandsuitkering.  ‘Het gaat erom niet op te leggen wat iemand moet doen in de eigen buurt, maar te zoeken naar wat zijn of haar passie is. Mensen serieus nemen en samen kijken wat iemand nog kan en hoe dit eruit kan zien.’



Eigen aanpak Orionis laat zien dat het anders kan

Deze aanpak, die Orionis zelf ontwikkelde, laat zien dat het ook anders kan. Niet door mensen te verplichten tot vooraf bepaalde werkzaamheden, maar door aan te sluiten bij hun talenten en mogelijkheden, bereik je meer. Door te kiezen voor een zelfde soort benadering bij de grote groep tijdelijke bijstandsgerechtigden, valt er nog een wereld te winnen.



Bijstandsgerechtigden ervaren zingeving

Met de nieuwe Participatiewet in het vooruitzicht staat u als gemeente dit jaar voor de vraag hoe de tegenprestatie in de praktijk in te vullen. Het voorbeeld van Orionis maakt duidelijk dat het belangrijk is heldere keuzes te maken. Door mensen serieus te nemen levert de activiteit hen ook echt iets op en dat werkt positief op hun motivatie. Deelnemers aan het BuMa project geven aan dat de opbrengsten vooral liggen op zingevingaspecten: ze krijgen structuur in hun leven, worden zich bewust van hun eigen mogelijkheden en vinden daardoor soms zelfs een betaalde baan. Co-creatie in de invulling van de tegenprestatie te lijkt een sleutel voor een succesvolle invulling.



Tip: sluit aan bij motivaties en talenten

Motivatie van mensen om maatschappelijk actief te zijn kan zorgen voor hogere opbrengsten van de tegenprestatieactiviteiten. Zowel voor u als gemeente, voor de maatschappij en mensen zelf. Uit de vele onderzoeken die zijn gedaan naar motivaties voor vrijwilligerswerk weten we dat mensen meer en langer actief blijven als hun motivaties worden erkend en gevoed. Wie een activiteit kan doen die aansluit bij de eigen motivatie zal eerder geneigd zijn deel te nemen. Bovendien zijn de opbrengsten veel groter. Stel, u wilt graag ervaring opdoen in de ICT-branche om uw CV op te bouwen, dan heeft u er niet zoveel aan om zich in te zetten in de groenvoorziening, maar wel als ICT-ondersteuner op een school. Wilt u een activiteit doen waarbij u mensen leert kennen en een netwerk opbouwt, dan kunt u beter niet alleen in een archief aan de slag. U heeft dan meer aan het helpen achter de bar bij een sportvereniging.  Aansluiting bij motivatie en talenten vergt echter wel uw aandacht voor mensen voordat de keuze wordt gemaakt voor een maatschappelijke activiteit.



Doe aan co-creatie

Om nog beter aan te kunnen sluiten op de behoeften van mensen met een bijstandsuitkering kunnen gemeentes nog een stap verder gaan. Door in dialoog met burgers  het beleid of de uitwerking daarvan te bepalen komt u samen tot co-creatie. Dit zorgt voor draagvlak bij de doelgroep en betere resultaten bij de uitvoering van uw beleid voor tegenprestatie naar vermogen. Co-creatie is ook in andere contexten succesvol gebleken, zoals bij cliëntenparticipatie in zorginstellingen of bij het opstellen van Wmo-beleid. Belangrijk hierbij is om uw beleid samen met de doelgroep te creëren van begin af aan. Window-dressing werkt niet. Alleen oprechte co-creatie leidt het tot een effectieve en efficiënte manier om beleid in te vullen.



Trainingen inrichten Tegenprestatie naar Vermogen

MOVISIE heeft drie trainingen ontwikkeld die u helpen om tegenprestatie naar vermogen in te zetten vanuit een win-win perspectief. De trainingen bouwen voort op de eerder opgedane kennis en ervaringen met vrijwillige inzet in vele varianten. De trainingen houden rekening met de belangen van de gemeente en de samenleving/maatschappelijke organisaties en hebben de talenten en motivatie van de uitkeringsgerechtigde als uitgangspunt.



  • 13 juni 2013: training ‘Tegenprestatie met rendement’ -  voor gemeenteambtenaren en bemiddelaars die betrokken zijn bij het inrichten van de tegenprestatie door uitkeringsgerechtigden. Attentie! Deadline voor het inschrijven is 31 mei.

  • 27 juni 2013: training 'De rol van makelaars en vrijwilligerscentrales bij de Tegenprestatie naar vermogen' - Voor maatschappelijk makelaars, medewerkers van vrijwilligerscentrales en andere bemiddelaars die betrokken zijn bij het inrichten van de tegenprestatie naar vermogen.

  • 23 september 2013: training ‘Is er plek voor een tegenprestatie in uw organisatie?’- voor vrijwilligersorganisaties en coördinatoren vrijwilligerswerk in zorg en welzijn die overwegen een plaats te bieden voor een tegenprestatie en vrijwilligerscentrales die lokale organisaties willen ondersteunen in die overweging.

Dit artikel is een gewijzigde vorm van het artikel dat deze maand is verschenen in Sociaal Bestek(mei 2013).

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nieuwsbrief Movisie 14 mei 2013:

Factsheet mei 2013



Wat moet uw Wmo-raad weten?

Transities in het sociale domein

Inleiding

In 2015 verandert er veel. In dat jaar wordt de Participatiewet ingevoerd,

wordt de Wmo uitgebreid met de begeleidingsfunctie die voorheen in de

AWBZ zat en gaat de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg van provincies naar gemeenten.

In dit leaflet van het kennisprogramma Cliëntenparticipatie van MOVISIE leest u wat deze drie

transities inhouden en wat u als Wmo-raad met deze ontwikkelingen kunt.



AWBZ-begeleiding naar de Wmo

De transitie van AWBZ-begeleiding vindt plaats per 1 januari 2015. Het doel van deze transitie

is om de ondersteuning bij het zelfstandig functioneren en het dagritme zo dicht mogelijk bij

mensen in de leefomgeving te organiseren. We zetten een aantal aandachtspunten op een rij:

 In tegenstelling tot wat er in het regeerakkoord staat valt ook de dagbesteding pas per 2015

volledig onder de verantwoordelijkheid van gemeenten. In 2014 blijft extramurale

dagbesteding dus beschikbaar.

 Uiteindelijk wordt alle extramurale zorg en ondersteuning uit de AWBZ geschrapt en naar

gemeenten overgeheveld. Extramurale verpleging gaat naar de Zorgverzekeringswet (Zvw).

 Huishoudelijke verzorging wordt vanaf 2015 alleen toegankelijk voor mensen die dit zelf niet

kunnen bekostigen en verdwijnt dus als basisvoorziening uit de Wmo.

 De transitie gaat gepaard met een korting van 25% op het oorspronkelijke budget.

Voor Wmo-raden is het bij deze transitie belangrijk om zicht te krijgen op de nieuwe

doelgroepen voor wie deze transitie gevolgen heeft in het dagelijks leven. Dit gaat bijvoorbeeld

om mensen met een verstandelijke beperking, ggz-problematiek en ouderen met

psychogeriatrische problemen. Samenwerking of afstemming met cliëntenraden van

zorgorganisaties helpen om hier meer grip op te krijgen.

Participatiewet

Als gevolg van de afspraken in het sociaal akkoord tussen het Rijk en de vakbonden is de

invoering van de participatiewet uitgesteld tot 1 januari 2015. Daarbij zijn inhoudelijk een aantal

belangrijke wijzigingen gemaakt op de wet. Het doel van de wet blijft om zoveel mogelijk

mensen te laten meedoen als volwaardig burger, bij voorkeur in een reguliere baan. Door de

wet worden de verschillende regelingen op het terrein van werk en inkomen (Wsw, Wajong en

WWB) gebundeld.

 De instroom in de Wsw stopt en er vindt een efficiencykorting over zes jaar op de sociale

werkvoorzieningen plaats. De totale korting door invoering van de Participatiewet bedraagt

200 miljoen.

 35 nieuwe regionale werkbedrijven gaan de schakel vormen tussen werkgevers en mensen

met een arbeidsbeperking.

 Er komt één gebundeld budget voor re-integratie.

 In het sociaal akkoord stellen werkgevers zich garant voor 125.000 extra banen voor

werkzoekenden.

Gemeenten en sociale diensten zijn kritisch over de gevolgen van het sociaal akkoord op de

Participatiewet. Op de websites van Divosa (www.divosa.nl) en VNG (www.vng.nl) kunt u hier

meer informatie over vinden.

Voor Wmo-raden is het bij de invoering van de Participatiewet van belang te letten op overlap

tussen de doelgroep van de Wmo en die van de Participatiewet. Daarnaast is het vanuit het

perspectief van integraal beleid in het sociale domein goed om contact te hebben met WWBraden en Wsw-raden en hun standpunten en ideeën te kennen.



  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina