Beste Wmo-adviesraad leden en overige Wmo-geïnteresseerden



Dovnload 140.64 Kb.
Pagina2/4
Datum25.08.2016
Grootte140.64 Kb.
1   2   3   4

Jeugdwet

Met ingang van 2015 worden gemeenten door middel van de Jeugdwet verantwoordelijk voor

alle jeugdzorg.

 Het gaat hier om de jeugdbescherming, jeugdreclassering, jeugd-ggz en zorg voor licht

verstandelijk gehandicapte jongeren.

 De preventieve ondersteuning voor jeugd was al onderdeel van de Wmo in prestatieveld 2.

 Uitgangspunt is één gezin, één plan, één regisseur.

 De overheveling gaat gepaard met een korting van ongeveer 15% op het totale budget.

De instellingen voor jeugdzorg en -hulpverlening hebben veelal een cliëntenraad met jongeren

of ouders. Het kan verhelderend zijn om in gesprek met deze raden te kijken naar de

ontwikkelingen op het terrein van de jeugdzorg.

Overige veranderingen: passend onderwijs, cliëntondersteuning

Daarnaast gaan de middelen voor cliëntondersteuning die MEE uitvoert per 2015 van de

AWBZ naar gemeenten. Vanaf dat moment kunnen gemeenten zelf bepalen hoe ze de

cliëntondersteuning uitvoeren en dus hun middelen besteden, al dan niet via MEE.

Een laatste verandering is de invoering van het stelsel voor passend onderwijs. In dit nieuwe

stelsel krijgen scholen de verantwoordelijkheid om voor elk kind een zo goed mogelijke plek in

het onderwijs te vinden en zoveel mogelijk binnen het reguliere onderwijs kinderen een

startkwalificatie te laten halen. Dit zal samenwerking vragen tussen scholen onderling in regio’s,

maar ook tussen scholen en zorgaanbieders op het terrein van jeugd en opvoeding.

Kennisprogramma Cliëntenparticipatie en de transities

Het kennisprogramma Cliëntenparticipatie ondersteunt Wmo-raden, cliëntenraden en

gemeenten bij het vormgeven van cliëntenparticipatie in de transities.

Dit doen we onder andere door het trainen van Wmo-raden in het omgaan met alle

veranderingen en het heroriënteren op hun rol daarin. Verder ondersteunen we gemeenten bij

het betrekken van burgers bij de beleidsvorming en het creëren van draagvlak voor hun beleid.

Daarnaast geven we presentaties en lezingen over de transities en het belang van

cliëntenparticipatie hierin.

In de afgelopen tijd hebben we een aantal publicaties gemaakt die hieraan ondersteunend zijn:

 Wmo-beleid maken met persona’s

 Modellen voor lokale participatie

 Veranderingen in medezeggenschap

Deze publicaties zijn, samen met interessante praktijkvoorbeelden en actuele artikelen, te

vinden in het kennisdossier cliëntenparticipatie: www.movisie.nl/clientenparticipatie.



Contact?

Wilt u meer weten of uw eigen vraagstuk aan ons voorleggen? Neem dan contact met ons op:

Karin Sok, k.sok@movisie.nl, 030-7892076

Marjoke Verschelling, m.verschelling@movisie.nl, 030-7892242

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Linked in Ouderen 14 mei 2013:



OUDEREN, INTERNET EN ZORG: EEN GESLAAGDE MIX!

25/04/2013 · door capsellanl · in digitaliseringeHealth. ·

Ruim de helft van de ouderen tussen de 65 en 75 jaar is al aardig thuis op internet. Ze mailen, internetbankieren en surfen er op los. Het enige waarin ze achterblijven, is het doen van aankopen. De angst voor misbruik of privacyoverwegingen leven sterker bij deze groep dan bij jongeren.

Maar hoe staat het ervoor met de niet-internetgebruikers in deze leeftijdscategorie en de groeiende groep 75-ers? Willen ze niet? Kunnen ze niet? Durven ze niet? Het blijkt een combinatie.

Angst

Een combinatie van computerangst, onwetendheid over de mogelijkheden, en onkunde maakt dat veel ouderen niets van internet willen weten. Vrouwen hebben meer last van computerangst dan mannen en de oudsten meer dan de jongere ouderen. Angst voor het onbekende blijkt de belangrijkste barriere: het toetsenbord, de muis, het Engels jargon. Ouderen die nooit getypt hebben, hebben er helemaal niets mee en zien op tegen al het nieuwe gedoe.

‘En wat heb ik aan zo’n computer? Ik heb een telefoon, dat is toch altijd goed genoeg geweest?’.
Natuurlijk hebben ouderen, zoals mijn moeder, een punt. Want waarom zou je op je oude dag nog zoiets ingewikkelds gaan leren?
En toch, en toch. Mijn moeder voelt zich regelmatig eenzaam, is als het winter is, gebonden aan huis, is afhankelijk van de hulp van haar kinderen bij het boodschappen doen. Wat als ze wel op internet zou gaan? Zou ze dan niet meer regie hebben over haar leven, meer contact met haar (klein)kinderen die gedeeltelijk in het buitenland wonen? En meer veiligheid omdat ze via eventuele toekomstige beeldzorg sneller contact kan hebben met haar huisarts?

Voordelen

Want dat internet veel voordelen biedt, blijkt niet alleen uit internationaal wetenschappelijk onderzoek, maar ook uit praktijkervaringen in Nederland. Ouderen voelen zich weer meer thuis in de samenleving, communiceren ook digitaal met vrienden en familie, kunnen langer zelfstandig wonen door zorg op afstand, en hebben minder last van eenzaamheidsgevoelens.

Hoe dan om te gaan met de weerstand die veel ouderen voelen?
In het volgende blog ga ik in op geslaagde voorbeelden binnen Nederland, de voordelen van een tablet zoals de iPad en de must do’s in de communicatie met ouderen.

Communicatiewetenschapper José van Berkum is gespecialiseerd in ouderencommunicatie. Kijk voor meer informatie op www.vbcom.nl, word lid van de Linkedingroep Ouderen 2.0 of volg haar op Twitter: @Josevanberkum

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Linked in Ouderen 14 mei 2013:

OUDEREN LANGER ZELFSTANDIG DANKZIJ TABLET

09/05/2013 · door capsellanl · in eHealthdigitalisering. ·

Zes op de tien ouderen tussen de 65 en 75 jaar zit al op internet. Vier op de tien dus niet. Ook de groeiende groep 75+ers lijkt de aansluiting op de digitale samenleving te missen. Terwijl uit wetenschappelijk onderzoek, vooral uitgevoerd in Amerika, blijkt dat computer- en internetgebruik ouderen goed doet. Recente studies (1) bevestigen opnieuw dat zowel zelfstandig wonende ouderen als ouderen in aanleunwoningen en verzorgingshuizen profiteren van het gebruik van internet. Het maakt ze zelfredzamer en vermindert eenzaamheidsgevoelens.

Dat wetende, maar tegelijkertijd ook constaterende dat veel ouderen niet op internet willen, durven of kunnen, wat is dan een goede aanpak? Wat helpt ouderen over hun computerangst heen? En wie of wat speelt daarbij een belangrijke rol?

Bekend is dat veel ouderen opzien tegen ‘het gedoe’: een computer kiezen, laten aansluiten – en wat te doen bij een storing? Nog afgezien van de vraag of ze een computer kunnen betalen. Ook het nieuwe van het hele computer- en internetgebeuren is al snel teveel. Vooral ouderen die nog nooit met een computer gewerkt hebben zien op tegen werken op een toetsenbord en met een muis, het zoeken van informatie en het selecteren ervan. Het wordt al snel als overweldigend ervaren en bovendien bemoeilijkt door het Engelse jargon. Wat helpt ouderen dan over deze diepgevoelde barrières heen?



Samen koffie drinken én leren
Belangrijk is een laagdrempelige, persoonlijke, gezellige en bekende omgeving. Een buurthuis bijvoorbeeld waar ouderen al regelmatig komen kaarten, een ontmoetingsruimte in een verzorgingshuis waar mensen vaker een kopje koffie samen drinken, een dorpshuis waar activiteiten georganiseerd worden. Deze context is voor ouderen van groot belang.

Een mooi voorbeeld hiervan is het Groningse project Verzoamelstee, geïnitieerd door het Nationaal Ouderen Fonds. Kleinere dorpen lopen steeds meer leeg en voorzieningen staan hierdoor onder druk. Zo ook in Groningen. Dankzij ICT-voorzieningen in het dorpshuis kunnen ouderen nu contact onderhouden met welzijns- en gezondheidsorganisaties en bijvoorbeeld hun boodschappen online bestellen. Aan de start van dit project waren bewoners argwanend en terughoudend, maar dankzij een persoonlijke en gezellige manier van introduceren- iPads in het midden op tafel – en een praktische aanpak kunnen ouderen nu langer zelfstandig blijven wonen.



Bekend gezicht
Anders dan de meeste jongeren hechten ouderen ook veel waarde aan bekend gezicht. Een activiteitenbegeleidster die ze al kennen, iemand van de welzijnsorganisaties of een verzorgende die al jarenlang over de vloer komt. Ook leren ze graag in een groepje in plaats van individueel. Leren, afgewisseld met koffie en een praatje, werkt het beste. Ouderen zijn zeker in het begin bang om iets fout te doen. Samen fouten maken en elkaar helpen blijkt prima te werken.

Zo heeft bijvoorbeeld welzijnsorganisatie Vita Welzijn en Advies uit Amstelveen een geslaagde cursus met 75-plussers achter de rug,ZilverOnline geheten. Samen met de ontwikkelaar koos de groep ouderen zelf voor hun eigen applicatie, waardoor ze online informatie met elkaar konden uitwisselen en contact konden onderhouden. Vanaf 2013 is dit project standaard onderdeel van het aanbod van Vita.



iPad in plaats van PC
Net zoals in Groningen werd ook in Amstelveen de iPad en niet de computer gebruikt om op internet te gaan. De iPad blijkt voor ouderen even gemakkelijk te bedienen als een afstandsbediening voor de TV. Geen gedoe met toetsenborden, muizen en Engels jargon. In plaats daarvan een klein, plat apparaat, dat gemakkelijk in de hand ligt en geen plaats inneemt. Met de iPad hoef je niet het internet op maar kun je volstaan met een paar zelfgekozen applicaties: programma’s met een speciaal onderwerp. Door die aan te klikken, ben je meteen bij de informatie die je zoekt en waarvan je weet dat die betrouwbaar is. Geen zoektocht dus op het internet om relevante en betrouwbare informatie te vinden.

Ouderen die slechter zien, hebben bovendien baat bij het contrast tussen tekst en achtergrond. En het lezen op een tablet blijkt minder belastend te zijn dan lezen op papier. Ook ouderen waarvan de fijne motoriek minder is (zoals bijvoorbeeld bij artritis) kunnen dankzij het touchscreen een tablet gebruiken.



In het volgende blog meer over de iPad in zijn algemeenheid en over applicaties die het gebruik gemakkelijk maken voor ouderen en voor bijvoorbeeld zorginstellingen.

Communicatiewetenschapper José van Berkum is gespecialiseerd in ouderencommunicatie. Kijk voor meer informatie op www.vbcom.nl, word lid van de Linkedingroep Ouderen 2.0 of volg haar op Twitter: @Josevanberkum

(1)    Zie bijvoorbeeld Shelia R. Cotten, George Ford, Sherry Ford, and Timothy M. Hale. 2012. Internet Use and Depression Among Older Adults. In: Computers in Human Behavior 28:496-499.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nieuwsbrief Zorgvisie 14 mei 2013:

Veel gehandicapten slachtoffer van huurverhoging’

Veel mensen met een beperking komen financieel in de knel vanwege de extra huurverhoging die per 1 juli in gaat. De uitzonderingsregeling die in het leven is geroepen voor kwetsbare groepen, moet worden uitgebreid. Dat schrijven Platform VG, de CG-Raad en de Nederlandse Woonbond in een brief aan de Tweede Kamer.

Met de huidige uitzonderingsregeling krijgen veel chronisch zieken en gehandicapten toch te maken met een inkomensafhankelijke huurverhoging voor sociale huurwoningen. Mensen met een beperking moeten minimaal 10 uur zorg vanuit de AWBZ krijgen om binnen de uitzonderingsregeling te vallen. Door bezuinigingen en omdat de aanwezigheid van een mantelzorger zwaarder gaat tellen, worden indicaties lager dan die 10 uur. Gevolg is dat meer mensen buiten de regeling vallen. De uitzonderingsregeling moet daarom worden verruimd, vinden Platform VG en de CG-Raad en de Nederlandse Woonbond.



Doorstromen

Eind april maakte de minister bekend dat er groepen zijn voor wie het niet logisch is om vanuit een sociale huurwoning door te stromen naar een duurdere woning of een koopwoning vanwege een hoger inkomen. Het gaat bijvoorbeeld om mensen met een beperking, bij wie het huis geheel is aangepast. Huurders met een huishoudinkomen boven de 33.614 euro kunnen een huurverhoging van 4,5 procent krijgen. Inkomens boven de 43.000 euro kunnen rekenen op een verhoging van 6,5 procent.



Brief

De drie organisaties vinden dat de afbakening voor de uitzonderingen te strikt is. Zij vragen in een brief aan de Kamerleden ook andere groepen toe te voegen, waarvan niet gevraagd kan worden dat zij 'doorstromen' naar een andere woning. Ook moet meer rekening gehouden worden met de aanwezigheid van mantelzorgers.



door Carolien Stam13 mei 2013

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nieuwsbrief Aandacht voor iedereen, 15 mei 2013:

Zin in de Wmo?!

Geplaatst op: 24 April 2013 | 0 Reacties



Weblog van Petra van der Horst (Programmamanager Aandacht voor iedereen)

Wat mij soms verbaasd is dat de cliëntenbeweging niet meer gebruik maakt van de mogelijkheden die de Wmo biedt voor mensen met beperkingen. Dat er vooral gekeken wordt naar instrumentele oplossingen, zoals toegankelijkheid, vervoer en begeleiding. Maar dat wat er bij mensen zelf speelt, buiten beschouwing blijft. Terwijl de Wmo toch ook bedoeld is om zelfhulp en de inzet van ervaringsdeskundigheid mogelijk te maken.

Ik ben er groot voorstander van dat in het keukentafelgesprek ook thema’s aan de orde komen die te maken hebben met beeldvorming en zelfbeeld. Dat de beleving van iemands beperkingen besproken wordt. Mensen die zich tweederangs burger voelen, zullen niet snel volwaardig mee doen. En dat was nu net het doel van de Wmo.

Nee, ik wil niet terug naar de oude discussie over acceptatie als voorwaarde om je handicap te overkomen. Zo simpel zit de wereld niet in elkaar. Een beperking hebben betekent tegen belemmeringen aanlopen en dat zal nooit leuk worden. Maar leren omgaan met pijn en verdriet, de beperking een plaats leren geven, dat kan wel. Voor begeleiding bij het leren omgaan met je eigen beperkingen en het vinden van je eigen antwoorden en oplossingen, heb je lang niet altijd professionals nodig. Sterker nog, ik denk dat ervaringsdeskundigen daarin misschien wel beter zijn. Hun ervaringskennis kan veel beter benut worden. De ‘dagelijkse’ kennis van mensen zelf over hoe om te gaan met ziekte en beperking wordt ondergewaardeerd. Lotgenotencontact klinkt tegenwoordig als een wat vies, ouderwets woord. Maar het werkt wel, contact met mensen die dezelfde ervaringen hebben gehad als jezelf.

Via de Wmo kan die ondersteunende ervaringskennis geboden worden. De Wmo kan ook randvoorwaarden faciliteren, zoals een aanvullend scholingsaanbod voor vrijwilligers. Alleen dan moet er wel iets gebeuren. De cliëntenbeweging zal moeten zorgen dat ook de meer persoonlijke problemen bespreekbaar worden. Hoe reageer ik op het beeld dat anderen van mij hebben? Waaraan spiegel ik mezelf? Hoe ga ik om met teleurstellingen, energiebeperking, ervaarde uitsluiting. Hoe ga ik om met mijn eenzaamheid, mijn schroom om contact te zoeken? Dat vraagt om een minder instrumentele benadering. Voor een beter zelfbeeld zijn anti-stigma-activiteiten nodig. Via lotgenotencontact leren mensen werken aan zichzelf. Het samen zoeken naar antwoorden op dergelijke zingevingsvragen is daarom zeker net zo belangrijk als de meer gebruikelijke hulpvragen aan de Wmo-keukentafel. Leren om je gewaardeerd te voelen, zou daarom wat mij betreft echt veel hoger op de Wmo-agenda moeten staan.

Veel mensen kijken voor steun nu vooral nog naar professionele behandelaars. Ik denk echter dat andere ervaringsdeskundigen vaak veel beter in staat zijn om mensen verder te helpen. Dat zou verder uitgewerkt moeten worden en ik hoop dat de cliëntenorganisaties daarin het voortouw nemen. Want voor de vraag achter de vraag, kun je zeker ook bij de Wmo terecht. Maar dan moeten we wel een beroep kunnen doen op de juiste ervaringsdeskundigen. Het wordt daarom tijd dat Wmo-raden en belangenbehartigers ook aandacht aan zingevingsvragen en betekenisgevingsvragen gaan besteden.

Petra van der Horst
Programmamanager Aandacht voor iedereen

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nieuwsbrief Aandacht voor iedereen, 15 mei 2013:

De Kanteling vraagt aandacht van iedereen

15 mei 2013 10:11



De Kanteling is de manier waarop gemeenten en burgers gezamenlijk de compensatieplicht invullen. Dat vraagt om een andere manier van denken en doen: vanuit de gehele persoon, vanuit oplossingen en niet slechts vanuit bestaande voorzieningen of een bestaand zorgaanbod.

De Kanteling wil de Wmo zo toepassen dat iedereen mee kan doen in de samenleving. Participatie staat centraal. Belangrijke vragen daarbij zijn: Wat is werkelijk belangrijk in het leven van deze persoon? Wat heeft hij nodig om te blijven participeren in de samenleving? Hoe kunnen familie, vrienden of buurt daarbij helpen? 


De Kantelingsbenadering gaat verder dan een standaardaanbod. Het vraagt om maatwerk door de gemeente. Maar het vraagt ook om inzet van de burger en zijn omgeving.

De Kanteling en de decentralisaties

De gemeente krijgt de komende jaren veel meer verantwoordelijkheden binnen het sociale domein: uitbreiding Wmo, andere decentralisaties, maar ook bezuinigingen. De uitgangspunten van de Wmo als participatiewet gaan straks voor het brede sociale domein gelden. Daarom is het noodzakelijk om de Kanteling op de gemeentelijke agenda houden. Voor mensen die straks begeleiding of persoonlijke verzorging nodig hebben, is er geen ‘recht op zorg’ meer. Zij moeten gecompenseerd worden voor hun beperking in zelfredzaamheid.


Het is belangrijk dat Wmo-raden en belangenbehartigers weten welke inspanningen de burger straks zelf moet leveren en wat hij mag verwachten van de gemeente. Alleen dan kunt u uw advies- en belangenbehartigerstaak goed invullen.

Hulp bij het kantelen

Programma Aandacht voor iedereen kan Wmo-raden, cliëntenraden en belangenbehartigers helpen om te zorgen dat de Kanteling bij alle decentralisaties op de gemeentelijke agenda blijft staan. Wij bieden:



  • Informatie, advies en presentaties: wat kunt u doen om klaar te zijn voor de decentralisaties van het sociale domein

  • Instrumenten inzetten om nota’s/adviezen te beoordelen of zij ‘Kantelingsproof’ zijn, ten behoeve van uw advisering

  • Een bijeenkomst met Wmo-raden, belangenbehartigers en gemeente waarin u de stand van de Kanteling in de gemeente ‘meet’ en verbeterafspraken maakt

Meer weten?

Wilt u als Wmo-raad, cliëntenraad, belangenbehartiger of gemeente de Kanteling ‘doorkantelen’ vanuit burgerperspectief? Dan kan programma Aandacht voor iedereen u daarbij begeleiden. Neem contact op met Inge van Dommelen, adviseur Kanteling, ivandommelen@koepelwmoraden.nl, T 06 23416611.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Gelezen in:Wmo inzicht 5, digitale nieuwsbrief van de VGN, 15 mei 2013:



Wmo of Jeugdwet: maakt het verschil?

Tot januari dit jaar leek de Wmo de belangrijkste nieuwe wet te zijn voor de gehandicaptenzorg.

De begeleiding en persoonlijke verzorging uit de AWBZ zouden voor jong en oud die thuis woont

immers gedecentraliseerd worden naar de Wmo. Alleen de zorg voor kinderen en jongeren met

een licht verstandelijke beperking zou onder de nieuwe gemeentelijke Jeugdwet gaan vallen.

Inmiddels ziet het plaatje er voor de gehandicaptenzorg heel anders uit. De zorg voor kinderen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking valt straks grotendeels onder de nieuwe Jeugdwet. Wat betekent die verschuiving nou eigenlijk in de praktijk voor

gemeenten en gehandicaptenzorgaanbieders? Gaat het bijvoorbeeld om vergelijkbare zorg? En in hoeverre verschilt de gemeentelijke Jeugdwet van de Wmo?

Eén gezin, één plan en één regisseur.

Deze tekst komt letterlijk uit het Regeerakkoord en vormt het uitgangspunt voor de decentralisaties in het gemeentelijk sociaal domein. Het is ook de belangrijkste pijler van de nieuwe gemeentelijke

Jeugdwet, waarin - als het aan het kabinet ligt - ook veel van de huidige AWBZ-zorg aan kinderen met een beperking thuishoort. Alle zorg (dus ook behandeling) voor kinderen tot 18 jaar met een verstandelijke beperking valt in 2015 onder de gemeentelijke Jeugdwet.

De verblijfszorg vormt hierop een uitzondering. Die blijft in de AWBZ en straks in de landelijke kernvoorziening voor kinderen en jongeren die zorg levenslang nodig hebben. Hoe die grens wordt gesteld, is nog onduidelijk. Het lijkt voor de hand te liggen dat de zorgzwaarte en zorgbehoefte van kinderen met een verstandelijke beperking hierin leidend zijn. Dit bepaalt immers ook de grens

tussen de Wmo en de landelijke voorziening voor volwassenen. Voorlopig blijft het onzeker.

Zeker is wel dat het kabinet de begeleiding, persoonlijke verzorging en het kortdurend verblijf

voor alle thuiswonende kinderen in de gehandicaptenzorg overhevelt van de AWBZ naar

de Jeugdwet. Dit geldt dus ook voor kinderen met een lichamelijke beperking en een zintuiglijke

beperking (auditief of visueel) onder de 18 jaar. De plannen van de Jeugdwet gaan niet in op het

verblijf van deze groepen kinderen. Voorlopig lijkt dit in de AWBZ (en straks de landelijke kernvoorziening) te blijven. De behandeling gaat voor kinderen met een lichamelijke en zintuiglijke

beperking waarschijnlijk naar de Zorgverzekeringswet.

Kansen in preventie en vroegsignalering

De verschuiving van de zorg voor kinderen tot 18 jaar van de Wmo naar de Jeugdwet brengt zeker

kansen voor de gehandicaptenzorg. Kansen voor preventie en snellere hulpverlening met meer

samenhang. Vaak hebben ouders een vermoeden dat er iets niet klopt in de ontwikkeling van hun

kind, maar blijft het door de jonge leeftijd bij dit vermoeden. Hoe eerder via onderzoek een

diagnose kan worden vastgesteld, hoe sneller ook gestart kan worden met integrale hulp aan

het kind. Dit geldt ook voor de begeleiding en ondersteuning van de ouders bij het omgaan met

(en accepteren van) de beperking van hun kind.

Korte lijnen tussen gemeenten, de jeugdgezondheidszorg of de Centra voor Jeugd en Gezin, het

passend onderwijs en gehandicaptenzorgaanbieders vergemakkelijken een goede samenwerking.

Hierdoor is het beter mogelijk het kind en de ouders te helpen. Het liefst in een zo vroeg mogelijk stadium.

Die samenwerking is ook van belang bij gezinnen waar de ouder of het kind een beperking heeft en

waar problemen zijn op het gebied van inkomen, meedoen en opvoeding. Het principe ‘één gezin,

één plan, één regisseur’ geeft de gemeente meer mogelijkheden om integraal de hulp daar in te

zetten waar deze het meeste effect heeft.

Passend onderwijs

Voor de gehandicaptenzorg is de verbinding met het passend onderwijs van wezenlijk belang.

Kinderen moeten immers klaargestoomd worden voor werk. Of het uiteindelijk begeleid, zelfstandig,

betaald of onbetaald werk wordt, vraagt nauwe afstemming en samenwerking tussen gemeente, zorgaanbieders en passend onderwijs.

Investeren in onderwijs en leerwerkplekken vanuit dit doel, voorkomt immers dat jongeren de

rest van hun leven afhankelijk zijn van een uitkering.




1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina