Beste Wmo-adviesraad leden en overige Wmo-geïnteresseerden



Dovnload 140.64 Kb.
Pagina4/4
Datum25.08.2016
Grootte140.64 Kb.
1   2   3   4

DEMOCRATISCHE CONTROLE BIJ DECENTRALISATIES ONDER DRUK

Yolanda de Koster 17 mei 2013 

De Algemene Rekenkamer maakt zich zorgen over het gebrek aan democratische controle na de decentralisaties werk, jeugd en maatschappelijke ondersteuning. Dit omdat de nieuwe taken verplicht via congruente samenwerkingsverbanden moeten worden opgepakt. Met de komst van een nieuwe bestuurslaag dreigt ook de ‘bestuurlijke drukte’ toe te nemen.



Verantwoording en controle

Dit stelt de Algemene Rekenkamer in een reactie op de Decentralisatiebrief van minister Ronald Plasterk(Binnenlandse Zaken, PvdA).  Bij de decentralisaties van het sociaal domein moeten verantwoordelijkheden, bevoegdheden, verantwoording en controle echt bij gemeenten worden belegd, benadrukt de Algemene Rekenkamer. Hier hamerde onlangs ook de Raad voor het openbaar bestuur (Rob) op



Gemeenteraad op afstand

De Algemene Rekenkamer waarschuwt de minister voor de risico’s van de verplichte congruente samenwerkingsverbanden. Nu al breken gemeenteraden het hoofd hoe de democratische controle op de vele samenwerkingsverbanden geregeld moet worden. Omdat de verantwoording aan een individuele gemeenteraad veelal via een gemeentelijke vertegenwoordiger in het algemeen bestuur loopt, komen gemeenteraden steeds meer op afstand te staan. Hierdoor hebben de volksvertegenwoordigers minder zicht op de bedragen die in de samenwerkingsverbanden omgaan. Met de decentralisaties die voor 2015 op stapel staan en de grote bedragen die daarmee gemoeid zijn, wordt dit nog pregnanter, waarschuwt de Algemene Rekenkamer. 



Bestedingsvrijheid

Bij het opstellen van de Participatiewet, Jeugdwet en de herziening van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) moet rekening worden gehouden met de eerdere keuze van het kabinet om de budgetten ontschot en aan gemeenten over te hevelen. Lokale bestedingsvrijheid hoort daarbij. Plasterk moet in de ogen van de Algemene Rekenkamer een regierol vervullen om de betrokken vakministers op dit punt bij de les te houden.



Verruiming bevoegdheden

Voor de lokale verantwoording van de besteding van de middelen die via een deelfonds in het Gemeentefonds worden gestort, zijn sterke gemeenteraden nodig die hun democratische controle goed kunnen uitoefenen, ook op de samenwerkingsverbanden. Lokale rekenkamers of –commissies kunnen en moeten daarbij een belangrijke rol spelen. Voor het onderzoek dat deze lokale rekenwaakhonden moeten doen, is het in de ogen van de Algemene Rekenkamer niet alleen noodzakelijk dat de onderzoeksbevoegdheden goed zijn geregeld, maar ook dat zij toegang hebben tot informatie binnen samenwerkingsverbanden en deelnemingen. Deze moet worden verruimd omdat rekenkamers of –commissies nu alleen toegang tot informatie hebben bij een deelneming van meer dan 50 procent. ‘Dit gaat in de toekomst, ook met de te verwachte toename van het aantal en de omvang van de samenwerkingsverbanden, steeds meer knellen’, stelt de Algemene Rekenkamer. Voordat de decentralisaties een feit zijn, moet het systeem van lokale check and balances geregeld zijn. 



Verantwoordingsplicht

Ook moet vooraf – in wet- en regelgeving - worden vastgelegd op welke manier en op welk niveau gemeenten zich moeten verantwoorden over de besteding van het geld en de resultaten van de decentralisaties, ‘ opdat op lokaal niveau recht wordt gedaan aan verantwoordingsplicht richting gemeenteraden, en op rijksniveau aan de systeemverantwoordelijkheid richting het parlement’, aldus de Algemene Rekenkamer in zijn brief. Evenals het Rob benadrukt ook de Algemene Rekenkamer dat aan de Tweede Kamer duidelijk moet worden gemaakt dat zij zich niet met alles moeten (blijven) bemoeien. Vooraf moet duidelijk worden wie waarover gaat. Dit om te voorkomen dat Rijk en Kamer met aanvullende (informatie)wensen komen waardoor, aldus de Algemene Rekenkamer, ‘sommige decentralisaties in wezen semi-decentralisaties zijn geweest’.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nieuwsbrief Zorgvisie 21 mei 2013:



Transitie langdurige zorg te snel en te onduidelijk

De snelheid waarmee staatssecretaris Martin van Rijn (VWS) zijn hervormingen voor de langdurige zorg invoert, baart veldpartijen zorgen. Dat bleek gisteren tijdens de hoorzitting over de transitie van de langdurige zorg in de Tweede Kamer. Een aantal onduidelijkheden over de wetswijzigingen is tijdens de zitting niet weggenomen.

Het overhevelen van grote delen van de AWBZ naar de gemeenten en de zorgverzekeraars vanaf volgend jaar is gisteren besproken in de Kamer. Wethouders, werkgevers, afgevaardigden van maatschappelijke organisaties en wetenschappers werden gehoord door de Vaste Kamercommissie voor VWS.


Wethouders

De aanwezige wethouders waren enigszins verdeeld over de hervorming. Ze deelde allemaal in principe de grote lijn van de wetswijziging, maar waren minder eensgezind over de vraag of de transitie wel helemaal goed zal landen. Eric van der Burg van Amsterdam is enthousiast over de mogelijkheden die de decentralisatie biedt. Hij kondigde in de hoorzitting aan dat hij ervoor gaat zorgen dat alleen Amsterdammers van 85-jaar en ouder huishoudelijke hulp blijven houden. Thomas Gelissen van de gemeente Brunssum verwoorde de zorgen van de kleinere gemeenten. Dat betreft met name de snelheid van invoering. ‘Bij ons is door het scheiden van wonen en zorg al een verzorgingshuis gesloten. Ik vind de decentralisatie van zorgtaken in principe een goed idee, maar het komt wel neer op een forse bezuiniging waar we al in 2014 mee om moeten gaan.’
Zorginkoop

Werkgeversorganisaties zijn in principe akkoord met de transitie van de langdurige zorg. Grote vraagtekens bestaan er wel over de rol die de verzekeraars krijgen bij de zorginkoop. Die zorginkoop moet in overleg gebeuren met gemeenten zodat er geen rare verschillen ontstaan tussen verpleging in de Zvw en verzorging in de Wmo. ActiZ-voorzitter Guus van Montfort uitte zijn ernstige twijfels hierover naar aanleiding van brieven van Achmea en Menzis waarin al een voorsprong werd genomen op de bezuinigingen. ‘Deze verzekeraars hebben dat later weer teruggedraaid. Maar als dit de manier is waarop zorgverzekeraars gaan meedenken over kleinschalige zorg, belooft dat weinig goeds.’

Onduidelijkheden 
Specifieke onduidelijkheden blijven er bestaan bij Mark van Barschot van de Branchevereniging voor Kleinschalige Zorg (BVKZ) en Marlies van Loon van GGZ Nederland. Respectievelijk over het verlies van het persoonsgebonden budget voor jongeren die onder de tien uurs grens vallen en het lot van activiteitenlocaties voor jonge autisten.
Evaluatie 
De wetenschappers konden desgevraagd de Kamercommissie niet voorspellen wat de gevolgen zullen zijn. Het Centraal Planbureau (CPB) is momenteel aan het rekenen en aanwezige prorgrammaleider zorg van het CPB, Paul Besseling, wilde niet op de uitkomsten van dat rapport vooruitlopen. Besseling, die door Kamerlid Fleur Agema werd betiteld als ‘machtigste man in de zorg’, gaf aan dat de AWBZ complex is. ‘De AWBZ groeit ieder jaar, mede door vergrijzing en loonkosten. Maar daar bovenop is er ook een groei van ongeveer drie procent die niet te verklaren is. Er wordt veelal gedacht dat de langdurige zorg eenvoudige uitvoerbaar is, maar niets is minder waar.’ Vandaag komen cliënten aan het woord.

door Wouter van den Elsen17 mei 2013

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Linked in Wmo prof 22 mei 2013:

Sensire stopt met thuishulp in huidige vorm

21-05-2013



Zorgorganisatie werkt samen met gemeenten aan alternatief

De toekomst van huishoudelijke verzorging blijft onzeker. Gemeenten kunnen geen duidelijkheid geven over hun beleid voor 2014. Om een groot financieel risico te voorkomen, stopt Sensire per 1 januari 2014 met het aanbieden van huishoudelijke verzorging in de huidige vorm. De zorgorganisatie heeft collectief ontslag aangevraagd voor alle medewerkers van Thuishulp Sensire B.V. Ondertussen werkt Sensire samen met gemeenten aan een alternatief voor haar klanten en medewerkers. De situatie bij thuishulp heeft geen gevolgen voor de andere diensten van Sensire.

De beslissing van Sensire komt voort uit de drastische bezuinigingen op thuishulp (HV1 en HV2) die de overheid gaat doorvoeren. Gemeenten zijn nu volop bezig hun beleid daarop aan te passen. Ze kunnen daarom nog geen nieuwe contracten afsluiten met zorgorganisaties. De bestaande contracten voor thuishulp lopen af op 31 december 2013. Door nu collectief ontslag aan te vragen voor alle thuishulpmedewerkers, voorkomt de organisatie een groot financieel risico. Voor de thuishulpmedewerkers ligt er een sociaal plan en er is een CAO met een goede wachtgeldregeling.



Gesprek over toekomst
Vanaf 1 januari 2014 werken de medewerkers huishoudelijke verzorging van Sensire niet meer voor Thuishulp Sensire B.V. Met de gemeenten in Oost-Gelderland is Sensire in gesprek over een alternatief voor deze medewerkers en hun klanten. Momenteel is nog niet duidelijk hoe dit alternatief eruit komt te zien. Wel staat vast dat Sensire de huishoudelijke verzorging niet meer via de huidige constructie kan bieden. De organisatie doet er alles aan om te zorgen dat klanten hun vertrouwde hulp kunnen behouden.

Vroeg stadium
In totaal vraagt Sensire voor 800 thuishulpmedewerkers ontslag aan. Sensire heeft besloten iedereen tegelijk in een vroeg stadium te informeren. Veel medewerkers zijn namelijk al lange tijd bij de organisatie in dienst. Voor hen moet Sensire zes maanden van tevoren ontslag aanvragen. ‘Door de situatie in de zorgwereld zijn we helaas genoodzaakt deze beslissing te nemen,’ aldus manager thuishulp Judith Reusen. ‘Onze medewerkers hebben onze klanten altijd uitstekend ondersteund. We doen ons uiterste best om ervoor te zorgen dat er voor hen een alternatief komt.’

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Linked in Wmo prof 23 mei 2013:

ZEKERHEID BIEDEN IN ONZEKERE TIJDEN
Door: Alwin Schortinghuis, 22 mei 2013

Op 31 december 2013 verliezen 1100 werknemers van zorginstelling Sensire hun baan. Sensire voert op dit moment de huishoudelijke hulp uit in zeven Achterhoekse gemeenten. De huidige contracten lopen op 31 december af en de instelling heeft nog geen contract voor de komende jaren. Onduidelijkheid over de gevolgen van het Rijksbeleid maakt dat de gemeenten de instelling nog geen duidelijkheid kunnen geven.

Volgens mij kan dat gedeeltelijk wel. De koers van het Rijk is wel duidelijk. Natuurlijk moet het formeel nog worden geregeld via allerlei wetgevingen en kunnen er nog vele politieke stokken tussen de spaken van dit wiel worden gestoken. Sensire laat echter zien dat ook gemeenten niet kunnen afwachten en moeten regelen wat ze al wél kunnen regelen.

Zelf ben ik inmiddels al bezig bij een organisatie om de mogelijke 'wat als' scenario's uit te werken in het beleid. Een aantal van die scenario's heeft iets gemeenschappelijks. Dat zou je alvast kunnen regelen. Zo merkte Amsterdam bijvoorbeeld op dat 'mogelijk alleen hulpbehoevenden van 85 jaar en ouder verzekerd blijven van een thuishulp'. Mooi, zou je dan zeggen, dan kunnen we dat alvast regelen.

Hoe pakken we het zelf aan? We brengen eerst de sociaaleconomische positie van een huishouden in beeld, gekoppeld aan de Wmo-problematiek. Dit geeft een heel gedifferentieerd beeld van de doelgroep, van de huidige gebruikers van huishoudelijke hulp en van hun locatie.

Vervolgens brengen we in beeld welke zorg daar nu wordt geleverd en welke uitgaven daaraan worden besteed. Zo laten we op huishoudniveau zien bij wie de zorg en het geld terecht komt. Daarna schetsen we een tijdpad van de ontwikkeling als er niets zou veranderen. Bij wie komt de zorg dan terecht? Hoe ontwikkelen de kosten zich? En nemen de problemen toe of nemen ze juist af?



De volgende stap is het doorlopen van verschillende scenario's: wat als we te maken krijgen met een budget van nog maar 60%? Voor welke doelgroepen kiezen we dan? Welke doelgroepen vallen buiten de zorg?

Op deze manier is het goed mogelijk te regelen wat kan worden geregeld. De boodschap wordt er niet anders door: zorg wordt steeds minder op de oude wijze geregeld. Zorg zal op andere manieren moeten worden ingericht om met een lager budget uit te komen.

Deze aanpak maakt het weldegelijk mogelijk tijdig beleid te maken. Het biedt zekerheid voor burgers en medewerkers in onzekere tijden. En ook voor de gemeentelijke begroting.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Linked in Wmo prof 23 mei 2013:



De decentralisaties boden een kans en kunnen dat zeker nog bieden

De decentralisaties van de AWBZ, participatiewet en de jeugdzorg boden de kans om echt uit te gaan van de eigen kracht, kwaliteit van leven én eigenwaarde van de burger. Doel was destijds dat de burger centraal werd gesteld en de gemeente ook echt beleidsvrijheid zouden krijgen. Als we kijken naar de huidige kaders van de decentralisaties dan staan aanbieders centraal, worden strakkere kaders gesteld en wordt alleen maar gedacht vanuit middelen. Hierdoor gaan burgers en gemeenten in de weerstand en zoekt men niet naar innovatieve oplossingen.


Bij de start van de decentralisatie van de AWBZ, participatiewet en de jeugdzorg werd als uitgangspunt genomen dat er veel meer geredeneerd moest worden vanuit de burger en dat gemeenten als regisseur veel beleidsvrijheid kregen om samen met de burger te zoeken naar passende oplossingen op het gebied van zorg, welzijn en arbeid. Natuurlijk was hierbij ook de achterliggende gedachte dat daardoor de zorg betaalbaarder zou worden daar immers de kosten van zorg en sociale voorzieningen steeds hoger worden door de vergrijzing en het ontbreken van een noodzaak om efficiënter te werken en de burger eigen verantwoordelijk te geven.
Alle complimenten aan het Rijk voor het afsluiten van het sociaal akkoord en het zorg akkoord. Echter worden door deze akkoorden het belang van de burger op de tweede plaats gesteld. Kijken we namelijk naar de akkoorden dan zijn er afspraken gemaakt in het belang van de werkgevers en werknemers. Prima, maar heeft de burger die zorg of ondersteuning bij arbeid nodig heeft daar iets aan. Als we hierbij ook nog constateren dat het Rijk de beleidsvrijheid voor gemeenten inperkt en de budgetten niet parallel laat lopen met de taken die overgaan naar gemeenten is het antwoord 'nee'.
De decentralisaties kunnen naar mijn mening echter nog steeds een succes worden als het Rijk meer beleidsvrijheid geeft aan gemeenten om samen met de burger (en op de tweede plaats de aanbieders) te zoeken naar passende oplossingen waarbij de eigen kracht, eigen verantwoordelijkheid én de eigen waarde van de burger voorop staat.
Met name de eigen waarde van de burger is een belangrijk aspect om rekening mee te houden. Het is zeker reëel om te stellen dat mensen meer voor elkaar moeten gaan zorgen maar hoever ga je daarin. Dat varieert per persoon en zal dan ook samen met de betreffende persoon en zijn omgeving bekeken moeten worden. Dwang werkt daarbij niet maar zorgt eerder voor het creëren van weerstand. Ik deel dan ook de mening niet van Jantine Kriens (voorzitter directieraad VNG) dat gemeenten de vrijheid moeten hebben om mantelzorg af te dwingen. Natuurlijk moet je met de burger en zijn omgeving kijken naar de mogelijkheden en moet je ze mede verantwoordelijk maken voor het budget. Leg ze keuzes voor en ga uit van vertrouwen. Het toepassen van het horizontaal toezicht van de belastingdienst is een goed voorbeeld waarbij uitgegaan wordt van 'high trust - high penalty'.
Hoe dit alles nu precies vormgegeven moet worden kun je niet in een blauwdruk vatten. Je zult lokaal moeten kijken wat mogelijk is. Gemeenten hebben dan ook de uitdaging om samen met de burger te kijken naar aanwezige voorzieningen en behoeften. De aanbieders spelen natuurlijk ook een rol maar naar mijn mening wel op de tweede plaats. Hiermee zeg ik zeker niet dat zij niet betrokken moeten worden maar voordat je dat kunt doen moet je namelijk wel eerst weten wat je als gemeente en burger wil dat zij aan gaan bieden. Deze benadering zorgt ervoor dat ook aanbieders veel meer vraaggericht gaan denken.
Het is nu de uitdaging aan de politiek om inderdaad te komen tot een beleid waarbij de regie weer komt bij de burger en de gemeenten. Stimuleer hierbij dat men ook buiten de gebaande wegen gaat denken en dat men van fouten kan leren.

1 commentaar



Helga Neessen • Ik deel de mening ook niet dat gemeenten de vrijheid moeten hebben om mantelzorg af te dwingen. Veel burgers/cliënten hebben geen netwerk van mantelzorgers om zich heen of niet de juiste mensen die dat voor hen kunnen betekenen. 
Ik ben werkzaam bij een zorgaanbieder en zie juist heel veel kansen in een goed afgestemde samenwerking tussen burgers, gemeenten én zorgaanbieders. Er zijn namelijk zeker zorgaanbieders, en ik praat uit eigen ervaring, die al ver zijn in een vraaggerichte benadering! Belangrijk is om ook buiten de veilige kaders durven te denken en op een creatieve manier in te spelen op de huidige behoeften en trends in de zorg. 
Decentralisatie heeft een kans wanneer alle drie de partijen elkaar kunnen vinden, van elkaar kunnen leren en elkaars expertise op een juiste manier in zetten! Hoe dit te verwezenlijken moet zeker op lokaal niveau bekeken worden, maar mijn inziens is een goede samenwerking het halve werk.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------





Nieuwsbrief 26 Wmo-adviesraad Kaag en Braassem


1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina