Bestuursovereenkomst RijnGouwelijn-West



Dovnload 108.88 Kb.
Datum16.08.2016
Grootte108.88 Kb.



Bestuursovereenkomst
RijnGouwelijn-West
Provincie Zuid-Holland- gemeente Leiden,

gemeente Oegstgeest, gemeente Katwijk,

Regio Holland Rijnland,

Versie 12, 28 januari 2010



Inhoud


Hoofdstuk 1: Definities 6

Hoofdstuk 2: Onderwerp van de Overeenkomst 8

Hoofdstuk 3: Afspraken over de Projectscope 9

Hoofdstuk 4: Afspraken over eigendom en voorbereiding van het Project 11

Hoofdstuk 5: Verplichtingen over voorbereiding en realisatiefase Project 14

Hoofdstuk 6: Afspraken over exploitatie, beheer en onderhoud 15

Hoofdstuk 7: Financiën 17

Hoofdstuk 8 : Bevoegdheden en Organisatie 19

Hoofdstuk 9: Ontbinding 20

Hoofdstuk 10: Voortdurende verplichtingen 21

Hoofdstuk 11: Geschillenregeling 22

Hoofdstuk 12: Inwerkingtreding en duur overeenkomst 23

Hoofdstuk 13: Noordwijk 24

Hoofdstuk 14: Geheimhouding 25

Hoofdstuk 15: Algemeen 26



Bijlagen
Bijlage 1: Programma van Eisen RGL d.d. 22 september 2005

Bijlage 2: Technische randvoorwaarden en uitgangspunten RGL-Oost nieuw spoor d.d. 9 mei 2006 met kenmerk 9422-U-Rap-01-B

Bijlage 3: Achtergrondrapport Alternatieven en Varianten 2e fase Tracenota/MER RGL-West d.d. 12 januari 2009 2008 (Eindconcept)

Bijlage 4: PS besluit 24 juni 2009

Bijlage 5: Uitgangspunten veiligheid d.d. 30 juli 2009

Bijlage 6: memo mismatch ligging van de RGL in plan Valkenburg d.d. 5 november 2009



ONDERGETEKENDEN:


  1. De PROVINCIE ZUID-HOLLAND, hierna te noemen: “(de) Provincie”, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar gedeputeerde J.W.A. van Dijk, ingevolge art 176 Provinciewet gemachtigd door de Commissaris van de Koningin, en handelend ter uitvoering van het besluit van Provinciale Staten d.d. 27 januari 2010.




  1. De REGIO HOLLAND RIJNLAND, hierna te noemen “Holland Rijnland”, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door portefeuillehouder P.A. Glasbeek, ingevolge van artikel 21, lid 3 van de Gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland gemachtigd door de voorzitter van Holland Rijnland, en handelend ter uitvoering van besluit van het Algemeen Bestuur d.d. 17 februari 2010.




  1. De GEMEENTE KATWIJK, hierna te noemen: “Katwijk”, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar wethouder W.M. de Jong, ingevolge art 171 Gemeentewet gemachtigd door de Burgemeester en handelend ter uitvoering van het besluit van de gemeenteraad d.d. 18 februari 2010;




  1. De GEMEENTE LEIDEN, hierna te noemen: “Leiden”, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar wethouder M.J.D. Witteman, ingevolge art 171 Gemeentewet gemachtigd door de Burgemeester;




  1. De GEMEENTE OEGSTGEEST, hierna te noemen: “Oegstgeest”, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar wethouder E. Mackay, ingevolge art 171 Gemeentewet gemachtigd door de Burgemeester en handelend ter uitvoering van het besluit van de gemeenteraad d.d. 28 januari 2010;

hierna afzonderlijk ook te noemen: "(de) Partij" en (na toetreding eveneens de gemeente Noordwijk) gezamenlijk: “(de) Partijen”


OVERWEGENDE DAT:


  1. tussen Partijen overeenstemming bestaat over het nut en de noodzaak van een hoogwaardige vorm van openbaar vervoer (light rail) in het gebied tussen Gouda, Alphen aan den Rijn, Leiden en de Noordzeekust om de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio te faciliteren en de inwoners een alternatief te bieden voor de vele autoverplaatsingen in het gebied over afstanden van 10-40 km;

  2. de infrastructuur van de RijnGouwelijn zal worden gerealiseerd door middel van de twee gescheiden infrastructurele projecten RGL-Oost en de RGL-West, waarna een

doorgaande tramverbinding van Gouda naar de kust in Katwijk en Noordwijk zal worden geëxploiteerd;

  1. Partijen benadrukken dat de RGL-West een essentiële drager is voor de verstedelijking in de regio Holland Rijnland en tegelijkertijd een belangrijk bijdrage kan leveren aan het openhouden van het Duin en Bollengebied;

  2. de RGL-West is opgenomen in het streekplan Zuid-Holland West en (het ontwerp van) de Provinciale Structuurvisie (PSV);

  3. Partijen onderkennen dat de aanleg van de RGL-West een belangrijke randvoorwaarde is voor de ontwikkeling van nieuwe locaties (woningen en bedrijventerreinen en kantoren) in de regio Holland Rijnland;

  4. Partijen zich realiseren dat de ruimtelijke ontwikkelingen, qua locatie, functie, volume en planning, in de nabijheid van het tracé van belang zijn om de RGL-West als hoogwaardig vervoersconcept te laten functioneren;

  5. Projectgemeenten bij de voorbereiding en realisatie van woningbouwplannen en bedrijventerreinen (en kantoorontwikkelingen) met in achtname van vigerende regelgeving streven naar zo hoog mogelijke bebouwingsdichtheid rond de haltes, waarover in (het ontwerp van) de Provinciale Structuurvisie en het Integrale Structuurplan Valkenburg de uitgangspunten zijn vastgelegd;

  6. deze Overeenkomst een vervolg is op de intentieverklaring d.d. 15 februari 2007, waarin Partijen de inspanningsverplichting op zich hebben genomen om een aparte Bestuursovereenkomst te sluiten, waarin zowel inhoudelijke als procesafspraken worden vastgelegd betreffende de aanleg, de exploitatie en het beheer van de light-rail verbinding RGL-West;

  7. ten behoeve van de aanleg van de RGL-West naar de kust in Katwijk en Noordwijk een TN/MER 2e fase op 12 maart 2009 door Gedeputeerde Staten als initiatiefnemer is vastgesteld en dat het Algemeen Bestuur van de regio Holland Rijnland d.d. 24 juni 2009 met dit MER rapport heeft ingestemd en dat het MER rapport in het voorjaar van 2009 aanvaardbaar is verklaard door het toenmalig Bevoegd Gezag (i.c. door de Raden van de gemeenten Oegstgeest, Katwijk en Noordwijk);

  8. als vervolg op deze TN/MER 2e fase op 24 juni 2009 door Provinciale Staten een ontwerp Nota voorkeursalternatief is vastgesteld, waarbij Provinciale Staten hebben ingestemd met een voorkeurstracé naar de kust in Katwijk en Noordwijk, met dien verstande dat, na gesprekken tussen de Provincie en Katwijk, in Katwijk een eindhalte in de Tramstraat ter hoogte van de Badstraat is vastgelegd;

  9. tussen Partijen overeenstemming bestaat over het voorkeurstracé van de RGL-West naar de kust in Katwijk en Noordwijk, zoals in de projectscope is aangegeven;

  10. de gemeente Noordwijk naar aanleiding van de vaststelling door Provinciale Staten van het voorkeurstracé heeft aangegeven dat zij geen Partij wenst te zijn bij deze Overeenkomst, omdat Noordwijk op dit moment de voorkeur geeft aan een andersoortige vervoersoplossing vanaf ESA/Estec;

  11. Partijen in deze overeenkomst een toetredingsbepaling ten behoeve van de gemeente Noordwijk hebben opgenomen, zodat de gemeente Noordwijk te zijner tijd alsnog als Partij kan toetreden tot deze Overeenkomst;

  12. Partijen zich ten doel stellen om zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk eind 2015, te komen tot een tijdige, doelmatige, veilige en financieel haalbare aanleg, exploitatie en beheer van de RGL-West;

  13. Partijen vaststellen dat voor de financiële uitvoerbaarheid van het project het essentieel is dat de rijksoverheid de in het MIRT toegezegde € 45 miljoen ten behoeve van de aanleg van de gehele RGL-West tijdig beschikbaar stelt;

  14. voordat door de Provincie met de daadwerkelijke aanleg van de RGL-West kan worden begonnen de subsidiebeschikking(en) van het Rijk moet(en) zijn verkregen, althans voldoende middelen beschikbaar moeten zijn om de RGL-West te realiseren;

  15. Partijen zich realiseren dat door de externe invloeden, zoals met name de RijnLandroute en het project Nieuw Valkenburg, de Projectscope mogelijk moet worden aangepast en dat de meerkosten die hierdoor mogelijk ontstaan door de veroorzaker(s) van die scopewijziging dienen te worden gedragen, behoudens de wijziging van de scope tengevolge van vastgelegde uitgangspunten in het memo mismatch ligging van de RGL in plan Valkenburg d.d. 5 november 2009 (bijlage 6), waarvan de kosten voor rekening van de Provincie komen;

  16. Partijen zich maximaal zullen inspannen en in redelijkheid alles zullen doen wat de realisatie van RijnGouwelijn-West bevordert;

  17. in deze Overeenkomst afspraken zijn vastgelegd aangaande het opstellen van het Inpassingsplan waarmee de ruimtelijke vastlegging van het gehele tracé van de RGL-West wordt geregeld. Provincie en projectgemeenten hechten er aan te benadrukken dat het Inpassingsplan in gezamenlijkheid zal worden vormgegeven.

  18. de Provincie en de Projectgemeenten bij het herinrichten van de openbare ruimte er naar streven om zoveel als mogelijk “werk met werk” te maken, bijvoorbeeld door herprioritering binnen bestaande onderhouds- en/of vervangingsprogramma’s.

  19. de Provincie als opdrachtgever van het Project zal optreden;

komen Partijen het volgende overeen:


Hoofdstuk 1: Definities

In deze Overeenkomst wordt verstaan onder:




  1. Bestuurlijk Overleg RGL-West: overleg van bestuurders van de bij de Intentieverklaring en deze Overeenkomst betrokken Partijen.




  1. Eerste Bestuursovereenkomst (BO 1): de door de bij de RGL-Oost betrokken partijen op 7 juli 2005 gesloten “Bestuursovereenkomst RijnGouwelijn–Oost".




  1. Gemeenten: de bij de RGL-West betrokken Projectgemeenten, alsmede de gemeente Leiden.




  1. Inpassingsplan: het door de Provincie op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) op te stellen ruimtelijk plan voor het hele tracé van de RGL-West.




  1. Integrale Benadering Holland Rijnland (IBHR): Integrale ontwikkelingsvisie (eindrapport d.d. 15 oktober 2009) die door de Provincie, regio Holland Rijnland, Ministerie van VROM en het Ministerie van V&W is opgesteld als basis voor een te nemen besluit door het Rijk over een aantal economische en ruimtelijke ontwikkelingen in de regio Holland Rijnland (o.m. Rijnlandroute, RGL-West, project Nieuw Valkenburg)




  1. Intentieverklaring RGL-West: de op 15 februari 2007 gesloten verklaring over de participatie van Partijen aan de RGL-West.




  1. Light-rail infrastructuur: de boven- en onderbouw van de light-railverbinding, de haltes/perrons, de bijbehorende onderhoudsstrook alsmede de benodigde kabelverbindingen en overige voorzieningen zoals onderstations.




  1. Overeenkomst: deze overeenkomst.




  1. Nader Onderzoek Katwijk: het Nader Onderzoek dat de Provincie en de gemeente Katwijk gezamenlijk hebben uitgevoerd naar de inpassing van de RGL-West op het trajectdeel rotonde Zeeweg-Tramstraat in Katwijk aan Zee.




  1. Project: het ontwerp en de aanleg van de RGL-West.




  1. Projectbureau: het Projectbureau RijnGouwelijn van de Provincie, belast met de voorbereiding en uitvoering van het Project.




  1. Projectgemeenten: de bij de RGL-West betrokken gemeenten op wiens grondgebied de RGL wordt aangelegd en die Partij zijn bij deze Overeenkomst, Oegstgeest en Katwijk, en na toetreding eveneens Noordwijk.




  1. Projectscope: de tussen Partijen overeengekomen scopebeschrijving zoals beschreven in hoofdstuk 3 van deze overeenkomst, met dien verstande dat voor Katwijk een eindhalte in de Tramstraat ter hoogte van de Badstraat is vastgesteld.



  1. Regionale Structuur Visie Holland Rijnland (RSVHR): de door het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland op 24 juni 2009 vastgestelde regionale visie van de samenwerkende gemeenten in de regio Holland Rijnland waarin de ruimtelijke ontwikkelingen tot 2020 zijn weergegeven.




  1. RijnGouweLijn (RGL): de light-railverbinding tussen Gouda, Alphen aan den Rijn, Leiden en de kust in Katwijk en Noordwijk.




  1. RijnGouweLijn-Oost (RGL-Oost): de light-railverbinding tussen Gouda CS tot en met halte Oegstgeest Rhijnfront-Zuid.




  1. RijnGouweLijn-West (RGL-West): de light-railverbinding vanaf de halte Oegstgeest Rhijnfront-Zuid en de kust in Katwijk en Noordwijk.




  1. Stuurgroep RGL: overleg van bestuurders van de bij de RGL-Oost en RGL-West betrokken partijen.




  1. Tracé RGL-West: het in de ontwerpnota Voorkeursalternatief opgenomen voorkeurstracé, met dien verstande dat voor Katwijk een eindhalte in de Tramstraat ter hoogte van Badstraat is opgenomen.




  1. Tweede Bestuursovereenkomst (BO2): de door de Provincie en Leiden op 17 december 2008 gesloten “Bestuursovereenkomst betreffende trajectdeel Grondgebied Leiden”.




  1. Vergunningen: alle besluiten, waaronder (herziening van) bestemmingsplannen, vrijstellingen, vergunningen, ontheffingen en soortgelijke besluiten van overheidswege, die nodig zijn voor de uitvoering van het Project.

Hoofdstuk 2: Onderwerp van de Overeenkomst





  1. Partijen stellen zich met het aangaan van deze Overeenkomst tot doel zo spoedig mogelijk te komen tot een tijdige, veilige, sobere en doelmatige en financieel haalbare aanleg, exploitatie en beheer van de RGL-West in combinatie met aanvullende en flankerende afspraken over een zorgvuldige en toekomstvaste inpassing van het tracé in de Projectgemeenten.




  1. Deze Overeenkomst dient ter uitvoering van de Intentieverklaring RGL-West, waarin de inspanningsverplichting is opgenomen dat Partijen binnen een jaar na de vaststelling van de TN/MER 2e fase een bestuursovereenkomst sluiten waarin de volgende zaken zijn geregeld: Taken, verantwoordelijkheden, financiering dan wel bekostiging, opleverdata, risicoverdeling en beheer en onderhoud.

Met het oog op het doel van deze Overeenkomst hebben Partijen afspraken gemaakt en in deze Overeenkomst vastgelegd, omtrent:





  1. de Projectscope;

  2. de voorbereiding van de uitvoering van Project;

  3. de realisatiefase (aanlegfase) van het Project;

  4. exploitatie, beheer en onderhoud;

  5. het voorkomen, beheersen en verdelen van risico’s;

  6. dekking van het Project;

  7. organisatie en aansturing van het Project;

  8. procedurele aspecten over uitvoering en naleving van deze Overeenkomst.




  1. Deze Overeenkomst bevat eveneens punten die in de realisatiefase van het Project verder dienen te worden uitgewerkt. Voor deze uitwerkingspunten zijn in deze Overeenkomst een aantal procesafspraken opgenomen.




  1. Partijen zullen na de ondertekening van deze Overeenkomst geen beroep meer doen op bepalingen van de intentieverklaring RGL-West gesloten op 15 februari 2007 indien deze tegenstrijdig zijn met deze Overeenkomst.


Hoofdstuk 3: Afspraken over de Projectscope




  1. De Projectscope is beschreven in:

  • Bijlage 1: Programma van Eisen RGL d.d. 22 september 2005

  • Bijlage 2: Technische randvoorwaarden en uitgangspunten RGL-Oost nieuw spoor d.d. 9 mei 2006 met kenmerk 9422-U-Rap-01-B

  • Bijlage 3: Achtergrondrapport Alternatieven en Varianten 2e fase Tracenota/MER RGL-West d.d. 12 januari 2009 2008 (Eindconcept) (Variant 1+A+B+G)




  1. In afwijking tot het hetgeen is beschreven in bijlage 3, is het tracé in Katwijk, conform het besluit van Provinciale Staten d.d. 24 juni 2009 bepaald met een eindhalte in de Tramstraat ter hoogte van de Badstraat.




  1. Tot de Projectscope behoren eveneens de wijzigingen ten gevolge van de oplossingsrichtingen beschreven in het Nader Onderzoek, dat is vastgesteld door het college van Burgemeester en Wethouders van Katwijk op 17 november 2009 en Gedeputeerde Staten op 15 december 2009.




  1. De Provincie en de Projectgemeenten zullen het ontwerp van de infrastructuur in alle Projectgemeenten met betrekking tot verkeersveiligheid toetsen zoals in bijlage 5 bij deze Overeenkomst, Uitgangspunten veiligheid d.d. 30 juli 2009, ten aanzien van Katwijk is beschreven.




  1. Indien de beschikbare bijdragen door andere partijen dan de Provincie daartoe aanleiding geven is de Provincie gerechtigd het Project gefaseerd uit te voeren, waarbij in de eerste fase van de aanleg, onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 7 art 7, minimaal een tramtracé wordt aangelegd tot aan ESA/Estec in Noordwijk. Provincie streeft er naar om de fasering in de aanleg zo veel mogelijk te beperken, zowel in doorlooptijd als in het aantal fases.




  1. Tot de Projectscope behoren eveneens de wijzigingen tengevolge de in bijlage 6 beschreven mismatch in de ligging van de RGL in plan Valkenburg en ten zuidoosten daarvan, dat door Partijen in het Bestuurlijk Overleg RGL-West d.d. 5 november 2009 is vastgesteld.




  1. Partijen realiseren zich dat een zorgvuldige, maar tegelijkertijd ook een sobere en doelmatige aanleg van de RGL-West bepalend is voor de haalbaarheid van het Project. De provincie en de Projectgemeenten hebben de inspanningsverplichting om bij de verdere uitwerking van de Projectscope naar een Voorlopig Ontwerp en een Definitief Ontwerp zo dicht mogelijk bij de in Hoofdstuk 7 genoemde raming uit te komen (€ 212 mln).




  1. Indien op wens van één van de Partijen een wijziging wordt aangebracht in de Projectscope komen de eventuele daaruit voortvloeiende door Partijen gezamenlijk vast te stellen, meerkosten in vergelijking tot de in Overeenkomst opgenomen kostenraming, geheel voor rekening voor de Partij die de betreffende wijziging wenst. Indien de wijziging van de projectscope leidt tot minderkosten dan vloeien deze toe aan de Provincie, als risicodragende Partij voor de realisatie.




  1. Indien door Partijen gezamenlijk besloten wordt de Projectscope aan te vullen of te wijzigen, dan zullen Partijen over het dragen van de meerkosten die optreden als gevolg daarvan, nadere afspraken maken op de voor alle Partijen meest gunstige wijze. Partijen, zullen volgens een nader door hen te bepalen verdeelsleutel de eventueel daaruit voortvloeiende meerkosten voor hun rekening nemen.



  1. Indien een wijziging van de Projectscope, juridisch c.q. wettelijk noodzakelijk is, al dan niet blijkend uit eventueel door derden tegen het Project gevoerde procedures dan wel vanwege geldende internationale en/of EG- wet- en regelgeving en/of nieuwe wet- en regelgeving van het Rijk, dan komen de eventuele kosten die daaruit voortvloeien ten laste van de Provincie.



Indien de daartoe bevoegde organen van Partijen onverplicht nieuwe regelgeving en/of beleid vaststellen, waardoor de Projectscope niet ongewijzigd kan worden uitgevoerd, komen de meerkosten die daaruit voortvloeien geheel voor rekening van de Partij die de nieuwe regelgeving en/of nieuw beleid heeft vastgesteld.



  1. Indien in het kader van de uitvoering van het Project zaken binnen het aan het tracé aangrenzend openbaar gebied tijdelijk verplaatst dan wel verwijderd moeten worden, zullen deze zaken door de Provincie bij oplevering van Project in dezelfde staat, zoals aanwezig bij de start van de uitvoering, dan wel in een daaraan gelijkwaardige staat worden teruggebracht, waarbij wordt voldaan aan de stedenbouwkundige uitgangspunten als opgenomen in de Projectscope.




  1. De Provincie en de Projectgemeenten nemen gezamenlijk en voorafgaande aan de start van de uitvoering de staat van de openbare ruimte op en leggen daarmee het dan aanwezige kwaliteitsniveau vast.



  2. De Provincie en de Projectgemeenten zullen, voor rekening en risico van de betreffende Projectgemeente, de openbare ruimte voor het trajectdeel op hun grondgebied herinrichten tengevolge van de komst van de RGL-West, voor zover deze inrichting geen onderdeel uitmaakt van de Projectscope.



  3. De Projectgemeenten zullen voor het trajectdeel van de RGL-West op hun grondgebied onderzoek verrichten naar het risico dat vigerende bestemmingsplannen nog niet gerealiseerde bouwmogelijkheden bieden die, bij uitvoering daarvan, de beoogde realisatie van het Project kunnen frustreren. Projectgemeenten zullen tegen het bestaan van deze bouwmogelijkheden, indien mogelijk, (juridische) maatregelen treffen.




  1. Het verleggen van kabels en leidingen maakt onderdeel uit van de Projectscope

Voor het verleggen van kabels en leidingen, benodigd vanwege de realisatie van de Projectscope, zal de Provincie in overleg treden met de exploitanten c.q. eigenaren van de betreffende kabels en leidingen.


  1. Nieuw voor oud regeling

De Projectgemeenten, voor zover het uitvoering betreft op hun grondgebied, dragen bij in de bekostiging van de vervanging van de infrastructuur die ten gevolge van het Project moet worden vernieuwd, ter grootte van het bedrag dat zij hebben afgeschreven voor het betreffende infrastructurele object. Daartoe zullen zij transparant zijn in het aanleveren van financiële gegevens die nodig zijn om restant levensduur en de afschrijvingen te bepalen. De naar het oordeel van de Provincie benodigde financiële gegevens zullen op basis van een door de Provincie en Projectgemeenten nader over een te komen boekhoudkundige methode worden aangeleverd.


Hoofdstuk 4: Afspraken over eigendom en voorbereiding van het Project

In het kader van de voorbereiding op de aanleg en uitvoering van de RGL-West hebben Partijen de volgende, hierna in dit hoofdstuk beschreven, afspraken gemaakt:




  1. Vestiging van recht van opstal op gronden van Katwijk, Noordwijk en Oegstgeest ten behoeve van verkrijging van de eigendom van de light-rail infrastructuur door de Provincie.

    De Projectgemeenten zullen de Provincie een recht van opstal verlenen, rustend op gronden die in eigendom zijn van de betreffende gemeente, waarmee de Provincie het recht verkrijgt om in, op of boven die gronden de light-rail infrastructuur in eigendom te verkrijgen.


Onder light-rail infrastructuur wordt hier verstaan: de boven- en onderbouw van de light-railverbinding, de haltes/perrons en de bij voornoemde onderdelen bijbehorende onderhoudsstrook alsmede de benodigde overige voorzieningen.




  1. Tot hoever het recht van opstal zich dient uit te strekken en onder welke voorwaarden het recht van opstal wordt gevestigd, wordt vastgelegd in nadere afspraken die door de betreffende Projectgemeente en de Provincie met elkaar zullen worden overeengekomen en die te zijner tijd in de akte van vestiging zullen worden vastgelegd.



  2. Tijdstip vestiging recht van opstal

Het recht van opstal dient tijdig, uiterlijk voor de start van de aanlegfase te worden gevestigd en wel zodanig dat de aanleg, de exploitatie alsmede het beheer en onderhoud van de light-railverbinding onbelemmerd kan plaatsvinden. Het recht van opstal zal op de betrokken gronden van Projectgemeenten gevestigd zijn totdat de light-rail infrastructuur is geamoveerd.





  1. De Provincie is aan Projectgemeenten geen retributie verschuldigd ten aanzien van het in artikel 1 bedoelde opstalrecht. In de akte van vestiging zal mitsdien geen bepaling aangaande de verplichting tot het betalen van retributie worden opgenomen.



  1. Eigendoms-, opstal-, beheer- en onderhoudsgrenzen

    De Provincie en de Projectgemeenten zullen nadere afspraken maken over de exacte ligging van de eigendoms-, opstal-, beheer- en onderhoudsgrenzen, op basis van het ter zake gestelde in artikel 2 van dit hoofdstuk.





  1. Verwerving van gronden

De verwerving van gronden die nodig zijn voor de realisatie van de Projectscope RGL-West, voor zover hiervoor niet genoemd in artikel 1, is voor rekening en risico van de Provincie.

In overleg met de Provincie zullen de Projectgemeenten zich tot het uiterste inspannen de betreffende gronden tijdig te verwerven. Vervolgens vestigen de Projectgemeenten ten behoeve van de Provincie het recht van opstal, zoals bedoeld in artikel 1 tot en met 3 van dit hoofdstuk.

Partijen zullen, indien nodig, nader bezien op welke wijze het onteigeningsinstrument dient te worden ingezet.




  1. Ter uitvoering van het besluit van Provinciale Staten van 24 juni 2009 stelt de Provincie een Inpassingsplan krachtens artikel 3.26 Wet ruimtelijke ordening op voor het gehele tracé van de RGL-West.




  1. Ten behoeve van het opstellen van het Inpassingsplan wordt een projectgroep ingericht met deelnemers van zowel de Provincie als de Projectgemeenten, om te bereiken dat het Inpassingsplan in gezamenlijkheid wordt vormgegeven.




  1. Op basis van artikel 3.33 Wet ruimtelijke ordening zal de Provincie zorgdragen voor de procedurele coördinatie van de besluitvorming voor de vergunningverlening (provinciale coördinatieregeling ex artikel 3.33 Wet ruimtelijk ordening) met inhoudelijke medewerking van de Projectgemeenten.




  1. Inspanningsverplichting Projectgemeenten bij vertraging als gevolg van procedures

Indien als gevolg van bezwaar- of beroepsprocedures en/of beslissingen van hogere overheden vertraging optreedt bij de uitvoering van de RGL-West, bijvoorbeeld omdat ten gevolge daarvan de Projectscope wijziging behoeft, zullen Partijen zich maximaal inspannen om de gevolgen daarvan zoveel mogelijk te beperken.


In het geval deze situatie zich voordoet zullen de Provincie en de Projectgemeenten in overleg met elkaar de planning hierop aanpassen.



  1. Aanlegverplichting Provincie bij onherroepelijk zijn Vergunningen

De Provincie is niet eerder gehouden de aanleg van de RGL West te (doen) beginnen, dan nadat alle voor de start van de aanleg benodigde Vergunningen onherroepelijk zijn.





  1. Archeologie

Door de Projectgemeenten zal in opdracht van de Provincie, voorafgaand aan de uitvoering van de RGL-West, archeologisch onderzoek worden verricht. De kosten van dit onderzoek komen ten laste van de Provincie.


Indien de uitkomst van archeologisch onderzoek dan wel het aantreffen van archeologische vondsten tijdens de aanlegfase van de RGL-West leidt tot kosten, komen deze voor rekening van de Provincie.

Indien het archeologisch onderzoek niet volgens de planning verloopt is hetgeen afgesproken is over beheersing van risico’s bij projectvertraging van toepassing.




  1. Bodemsanering

De kosten van mogelijk verplicht zijnde bodemsanering van de gronden, waarop de light-rail infrastructuur van het Project gerealiseerd gaat worden, komen voor rekening van de Provincie. De Provincie en de Projectgemeenten zullen zich inspannen de kosten hiervan op derden te verhalen.

Indien in het kader van de realisatie van Project tevens gronden moeten worden gesaneerd, die vallen buiten de Projectscope komen de daaraan verbonden saneringskosten voor rekening van de betreffende gemeente. De Provincie en de gemeenten zullen zich inspannen de kosten hiervan op derden te verhalen.


Indien de bodemsanering niet volgens de planning verloopt is hetgeen afgesproken is over beheersing van risico’s bij projectvertraging van toepassing.


Hoofdstuk 5: Verplichtingen over voorbereiding en realisatiefase Project





  1. Inspanningsverplichting Provincie en opdrachtgeverschap



De Provincie zal het Project aan (laten) leggen, zoals is vastgelegd in de Projectscope. Tevens zal de Provincie zich maximaal inspannen om het Project overeenkomstig de in deze Overeenkomst, inclusief bijlagen, aangegeven voorwaarden te realiseren.

De Provincie zal hierbij optreden als opdrachtgever voor alle werkzaamheden in het kader van de aanleg van het Project, voor zover deze liggen binnen de projectscope. Partijen zullen zo nodig afspraken maken over eventuele andere werkzaamheden die een relatie hebben met de aanleg van het Project.





  1. Start exploitatie

Partijen streven er met maximale inspanning naar om het Project zodanig te realiseren dat de exploitatie van de RGL West uiterlijk eind 2015 kan starten.





  1. Voorbereidende werkzaamheden

De Projectgemeenten zijn verantwoordelijk voor het tijdig en passend in de actuele, in overleg met het Bestuurlijk Overleg RGL-West vastgestelde, projectplanning, realiseren van de voorbereidende werkzaamheden, zoals bijvoorbeeld wegomleidingen. De kosten in verband met de voorbereidende werkzaamheden worden gedragen door de betreffende Projectgemeente behalve wanneer zij tot de Projectscope behoren.




  1. Zorgplicht Projectgemeenten voor tijdige aanpassing lokale infrastructuur tijdens uitvoering



Voor zover niet opgenomen in de Projectscope komen aanpassingen van lokale infrastructuur buiten de Projectscope geheel voor rekening en risico van gemeenten. Projectgemeenten zullen voor de aanpassingen aan de lokale infrastructuur een uitvoeringsplanning opstellen, waarbij in ieder geval afstemming zal moeten plaatsvinden met de planning van het Project.


  1. Verstedelijking

De Provincie en gemeenten streven er met maximale inspanning naar om bij de aanleg van de RGL-West en de RijnlandRoute de verstedelijkingsafspraken na te komen. Deze zijn vastgelegd in (het ontwerp van) de Provinciale StructuurVisie. Hiermee wordt beoogd om voldoende vervoerwaarde voor de RGL-West te realiseren.




  1. Communicatie

De Provincie is initiatiefnemer en verantwoordelijk voor de communicatie alsmede de afstemming met de Partijen in verband met de realisatie van het Project. De Provincie is initiatiefnemer om gezamenlijk met de Projectgemeenten hiervoor een communicatieplan op te stellen.

De Projectgemeenten zullen in ieder geval verantwoordelijk zijn voor de communicatie richting burgers en bedrijven over omleidingen en wegafzettingen, die in het kader van de uitvoering van het Project benodigd zijn.



Hoofdstuk 6: Afspraken over exploitatie, beheer en onderhoud




  1. Verplichtingen ten aanzien van de dienstregeling van de light-railverbinding

    De RGL-West dient een ongestoorde doorstroming te krijgen, om de vereiste snelheid en betrouwbaarheid te bereiken mede gezien de samenloop met de treinen van het Hoofdrailnet op het traject Elfenbaan-Alphen aan den Rijn.


    De Projectgemeenten zorgen er voor dat de concessiehouder onbelemmerd de dienstregeling van de RGL kan uitvoeren. Deze Projectgemeenten zullen ter zake voor eigen rekening zorgdragen dat prioriteit wordt gegeven aan het light-railverkeer boven het overige verkeer, bijvoorbeeld door het geven van absolute prioriteit bij verkeersregelinstallaties, door middel van het vaststellen of aanpassen van het verkeerscirculatieplan, de APV en door handhavend optreden (bijvoorbeeld in geval vertraging optreedt als gevolg van ongeoorloofd laden en lossen).



De gewenste bediening van de haltes per dag is:

Kwartierdienst Katwijk - Rhijnfront-Zuid – Alphen aan den Rijn – Gouda CS (vice versa);

Kwartierdienst Noordwijk – Katwijk - Rhijnfront-Zuid – Meerburg (vice versa).

Deze laatste kwartierdienst ligt 7,5 minuten verschoven ten opzichte van de eerstgenoemde. Voor beide lijnen geldt als uitgangspunt een aanvang van de dienst om 05.00 uur en einde dienst om 01.00 uur.





  1. Medegebruik onderbouw light-rail infrastructuur



Waar het volgens de Projectscope mogelijk is, is medegebruik van de onderbouw van de light-rail infrastructuur (de rijweg) door lijndiensten openbaar vervoer en hulpdiensten toegestaan. Medegebruik door overig verkeer is alleen toegestaan op de tracédelen tussen de rotonde Zeeweg en Tramstraat in Katwijk aan Zee, en tussen de Van Panhuysstraat en de Quarles van Uffordstraat in Noordwijk.


  1. Beheerovereenkomst



De Provincie zal met de Projectgemeenten – elk afzonderlijk of gezamenlijk - een beheerovereenkomst opstellen. Deze overeenkomst heeft tot doel afspraken te maken over de wijze van uitvoering van beheer en onderhoud binnen de nog overeen te komen beheer- en onderhoudsgrenzen.



  1. Eisen trammaterieel



De exploitatie van de RijnGouwelijn zal plaatsvinden met trams met een breedte van 2.65 m, die geschikt zijn voor het rijden op de hoofdspoorweginfrastructuur en traminfrastructuur, met een lengte van maximaal 75 meter, met dien verstande dat zolang ten gevolge van de afspraken in BO 2, in Leiden slechts met trams van een lengte van maximaal 45 meter wordt gereden, ook in Katwijk en Noordwijk met trams van maximaal 45 meter zal worden gereden.
De Provincie zal in overleg met Katwijk de infrastructuur zodanig ontwerpen dat de haltes tussen de eindhalte en de rotonde Zeeweg in Katwijk in eerste instantie geschikt zullen zijn voor trams met een maximale lengte van 45 meter, op een zodanige wijze dat die later geschikt kunnen worden gemaakt voor gekoppelde trams met een lengte van 75 meter. In die situatie verleent Katwijk haar medewerking aan het verlengen van de haltes.

De Provincie zal in de concessievoorwaarden en/of het Programma van eisen (voor de exploitatie van de RijnGouwelijn) bepalingen opnemen waardoor door de exploitant van de RGL grote aandacht zal worden besteed aan de vormgeving van de trams. In de concessievoorwaarden en/of het Programma van eisen worden tevens bepalingen opgenomen die waarborgen dat de Provincie en de Projectgemeenten invloed op de vormgeving kunnen uitoefenen.



Hoofdstuk 7: Financiën

.


  1. De projectkosten zijn door de Provincie geraamd op € 212 miljoen (prijspeil 2009, corresponderend met € 203,5 met prijspeil 2007 geïndexeerd met IBOI en zoals genoemd in het besluit van Provinciale Staten d.d. 24 juni 2009)




  1. De kostenraming behorende bij de Projectscope betreft een kostenraming met een onzekerheidsmarge van plus of min 30 procent. De Provincie draagt het risico indien de kostenraming stijgt al dan niet als gevolg van deze onzekerheidsmarge. Indien de kostenraming daalt komt het batig saldo ten goede van de Provincie.




  1. Het Rijk zal ingevolge de toezeggingen in het MIRT € 45 miljoen aan het Project bijdragen.




  1. Bij de financieringsopzet van de RGL-West is door de Provincie uitgegaan van een bijdrage per 2010 van Holland Rijnland van €37,5 miljoen.

Holland Rijnland betaalt conform de systematiek van zijn Regionaal Investerings Fonds waarbij per 1 april 2010 € 7,5 miljoen beschikbaar is, welk bedrag jaarlijks per 1 april vanaf 2011 tot en met 2022 aangroeit met €2.488.600,-.

Provincie en Holland Rijnland constateren dat deze bijdrage van Holland Rijnland een verschil oplevert ten opzichte van de door de Provincie veronderstelde bijdrage. De Provincie zal de discontovoet van de door Holland Rijnland aangeboden termijnbedragen in overleg met Holland Rijnland vaststellen en voor 15 april 2010 de netto contante waarde daarvan berekenen. Provincie en Holland Rijnland zullen vervolgens tot vaststelling komen van het verschil met de door de Provincie veronderstelde bijdrage.

De RGL-West maakt integraal onderdeel uit van de Integrale Benadering Holland Rijnland. Over de afronding van de financiële paragraaf daarvan vindt nog nader overleg plaats.

 


  1. De Provincie draagt tenminste € 75 miljoen bij aan het Project.




  1. Op de Provincie berust een zware inspanningsverplichting om dekking te vinden voor het nog niet ingevulde deel van het budget ( € 54,5 miljoen) voor de aanleg van het gehele Project. Indien niet binnen maximaal een jaar na de ondertekening van deze Overeenkomst voldoende extra bijdragen aan de Provincie zijn toegezegd, staat het de Provincie vrij om, na overleg met het Bestuurlijk Overleg RGL-West, het Project gefaseerd aan te leggen, zonder daarbij afbreuk te doen aan het doel van Partijen om het Project geheel aan te leggen.




  1. De Provincie is pas gehouden aan de realisatie van het Project indien de bijdragen van andere partijen dan de Provincie definitief schriftelijk zijn bevestigd. Bij de huidige fase van het project behoort een onzekerheidsmarge met een bovengrens van + 30 % ( € 275,6 mln) en een ondergrens van – 30 % (€148,4 mln). In het geval de projectkosten bij het vaststellen van het Definitief Ontwerp door Gedeputeerde Staten hoger uitvallen dan de geraamde € 212 mln vermeerderd met de IBOI indexatie (exclusief een bij een DO passende onzekerheidsmarge van + en – 10 %) zal de Provincie zich inspannen om het Project uit te voeren conform de afgesproken projectscope dan wel volgens een gefaseerde uitvoering.




  1. Kosten Projectgemeenten

De in het kader van het Project te maken kosten voor de realisatie van het Project komen voor rekening van de Provincie, behalve de kosten die de betreffende Projectgemeente maakt voor de (ambtelijke) medewerking aan de realisatie van het Project, welke door de betreffende Projectgemeente worden gedragen.




  1. Vergoeding Planschade voor rekening Provincie



De Provincie stelt op grond van de Wro een Inpassingsplan op voor het hele tracé van de RGL-West en is bij gevolg verantwoordelijk voor de planschade.
De Provincie neemt derhalve de eventueel aan derden uit te keren planschade voor haar rekening en handelt de daartoe gedane schadeverzoeken af.


  1. Vergoeding van nadeelcompensatie komt voor rekening van de Provincie. De nadeelcompensatie zal worden vergoed conform de bepalingen ter zake in de Algemene Wet Bestuursrecht, zoals die, naar verwachting, te zijner tijd van kracht zullen zijn. Indien de wijziging van de Algemene Wet Bestuursrecht niet op tijd kracht van wet heeft, zal de Provincie een nadeelcompensatieverordening vaststellen.




  1. Projectrisico’s, voordelen en nadelen

De risico's dan wel de voor- en nadelen van de realisatie, het beheer en onderhoud van het Project, komen behalve indien dit elders in deze Overeenkomst anders is bepaald, voor rekening van de Provincie.




  1. Bouwschades

Bouwschades komen voor rekening van de Provincie. Voor wat betreft het risico van het ontstaan van bouwschades tijdens de uitvoering van het Project, zullen de Projectgemeenten en de Provincie gezamenlijk nader bezien op welke plekken langs het betrokken trajectdeel vooropnames dienen te worden uitgevoerd. Indien vooropnames moeten plaatsvinden zal de Provincie daartoe aan een derde partij opdracht verlenen. De kosten van de vooropnames komen ten laste van de Provincie.




  1. Beheersing risico’s projectvertraging

Indien door toedoen van één van de bij deze Overeenkomst betrokken Projectgemeenten projectvertraging dreigt op te treden, treden Provincie en Projectgemeenten zo spoedig mogelijk met elkaar in overleg en zullen zij, indien mogelijk, een termijn vaststellen waarbinnen de oorzaak van de vertraging moet zijn weggenomen door de Partij die daartoe in staat moet worden geacht.


Hoofdstuk 8 : Bevoegdheden en Organisatie




  1. Projectbureau

Binnen de Provincie is het Projectbureau RijnGouwelijn verantwoordelijk voor de voorbereiding en realisatie van de RijnGouweLijn-West. Het projectbureau zal nauw samenwerken met de Projectgemeenten in de voorbereiding van de realisatie van haltes en infrastructuur, de benodigde grondverwerving en de benodigde procedures.




  1. Bestuurlijk Overleg RGL-West

De verantwoordelijke bestuurders van Partijen zullen in het Bestuurlijk Overleg RGL-West regelmatig over de voortgang van de RGL-West met elkaar overleggen.

Doel van dit overleg is onder meer dat deze bestuurders toezien op de voortgang van de uitvoering van Project en om over eventuele tussentijds ontstane problemen, indien nodig, bestuurlijke besluitvorming te laten plaatsvinden. De bestuurders van Partijen zullen er met name gezamenlijk op toezien dat deze Overeenkomst door Partijen daadwerkelijk wordt nagekomen.

De Provincie zal het Bestuurlijk Overleg RGL-West regelmatig informeren en consulteren over de inhoudelijke en financiële voortgang van het Project.




  1. Horen van Bestuurlijk Overleg RLG-West



In geval van door de Provincie te nemen essentiële besluiten over het Project (zoals het Inpassingsplan, de aanbesteding van de aanleg en indien noodzakelijk de te sluiten contracten) zal de Provincie het Bestuurlijk Overleg RGL-West horen. Voor het verlenen van de vervoerconcessie zal de Provincie de Stuurgroep RGL horen.


  1. Ruimtelijk Adviseur Provincie
    Ten behoeve van het verdere ontwerp- en uitvoeringsproces zal de Provincie haar Ruimtelijk Adviseur inschakelen ter bevordering van het ruimtelijk structureerde karakter van de RGL-West.


Hoofdstuk 9: Ontbinding




  1. Elke Partij kan bij de rechter wijziging of gehele of gedeeltelijke ontbinding van deze Overeenkomst vorderen op grond van onvoorziene omstandigheden die van dien aard zijn dat haar wederpartij(en) naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen ongewijzigde instandhouding van kan of kunnen verwachten. Een wijziging of ontbinding wordt echter niet uitgesproken voor zover de omstandigheden voor rekening komen van de Partij die zich daarop beroept. Alvorens een vordering op deze grond wordt ingediend zullen Partijen over de noodzaak en de aard van de wijziging of ontbinding met elkaar overleggen.




  1. Indien deze Overeenkomst op grond van het vorige lid of welke andere grond ook wordt gewijzigd of ontbonden, is de Provincie niet gehouden kosten of schade te vergoeden aan de overige Partijen. Indien deze Overeenkomst wordt ontbonden op een moment dat er nog financiële middelen voor handen zijn, zal verevening plaatshebben in die zin na rato van ieders oorspronkelijke financiële inbreng.

.

Hoofdstuk 10: Voortdurende verplichtingen





  1. Verplichtingen welke naar hun aard bestemd zijn om ook na ontbinding of na de looptijd van de Overeenkomst voort te duren, blijven na ontbinding of na de looptijd van deze Overeenkomst bestaan. Tot deze verplichtingen behoren onder meer: geheimhouding, geschillenbeslechting, toepasselijk recht. Afspraken hieromtrent worden schriftelijk vastgelegd.



Hoofdstuk 11: Geschillenregeling




  1. Een Partij die meent dat een geschil bestaat, deelt dat schriftelijk aan de andere Partij mee. De mededeling bevat een aanduiding van het geschil en een aanduiding van de mogelijke oplossing daarvan.



  2. Partijen treden in geval van een geschil met elkaar in overleg binnen een maand na ontvangst van de mededeling van de Partij zoals bedoeld onder 1.



  3. Indien het overleg (zoals aangegeven in art. 2) niet binnen twee maanden tot overeenstemming heeft geleid, zullen Partijen een mediator inschakelen ter beslechting van het geschil.



  4. Indien het inschakelen van een mediator door bij het geschil betrokken Partijen niet leidt tot een oplossing van het geschil, zal het geschil worden voorgelegd aan de bevoegde rechter te Den Haag.



  5. Elke Partij draagt de eigen kosten, voortvloeiende uit de procedure genoemd onder 1 tot en met 4. De kosten van de mediator zullen door Partijen worden gedeeld.

Hoofdstuk 12: Inwerkingtreding en duur overeenkomst




  1. De Overeenkomst treedt in werking met ingang van de dag van ondertekening door Partijen.



  2. De Overeenkomst eindigt, naast de mogelijkheid van beëindiging in het geval van ontbinding als bedoeld in Hoofdstuk 9, indien Partijen van mening zijn dat aan alle verplichtingen, behoudens de voortdurende verplichtingen als bedoeld in Hoofdstuk 10, in deze Overeenkomst is voldaan.


Hoofdstuk 13: Noordwijk




  1. Toetreding gemeente Noordwijk

Partijen nodigen de gemeente Noordwijk uit tot het toetreden tot deze Overeenkomst, onder de voorwaarde dat dit geen wijziging tot gevolg heeft voor de verplichtingen van Partijen.

De gemeente Noordwijk wordt Partij bij deze Overeenkomst door ondertekening van deze Overeenkomst. Alsdan zijn op de gemeente Noordwijk de in deze Overeenkomst genoemde bepalingen, welke betrekking hebben op de Projectgemeenten, van overeenkomstige toepassing.


  1. Provincie zal er zo veel mogelijk voor zorgdragen dat de bepalingen die betrekking hebben op de Projectgemeenten ook worden toegepast voor Noordwijk zo lang Noordwijk nog niet tot de Overeenkomst is toegetreden.



Hoofdstuk 14: Geheimhouding




  1. Partijen zullen strikte vertrouwelijkheid in acht nemen ten aanzien van de kostenramingen van het Project.



  2. Partijen zullen hun medewerkers verplichten deze geheimhoudingsbepaling na te leven.

Hoofdstuk 15: Algemeen




  1. Kennisgevingen die Partijen op grond van deze Overeenkomst aan elkaar zullen doen, vinden schriftelijk plaats. Mondelinge mededelingen, toezeggingen of afspraken hebben geen rechtskracht tenzij deze schriftelijk zijn bevestigd.




  1. Indien een of meer bepalingen van deze Overeenkomst nietig zijn of niet rechtsgeldig blijken te zijn, zullen de overige bepalingen van kracht blijven. Partijen zullen over de bepalingen welke nietig zijn of niet rechtsgeldig blijken te zijn, overleg plegen teneinde een vervangende regeling te treffen, in dier voege dat de strekking van deze Overeenkomst behouden blijft.




  1. De volgende bijlagen maken onlosmakelijk deel uit van deze Overeenkomst:

Bijlage 1: Programma van Eisen RGL d.d. 22 september 2005

Bijlage 2: Technische randvoorwaarden en uitgangspunten RGL-Oost nieuw spoor d.d. 9 mei 2006 met kenmerk 9422-U-Rap-01-B

Bijlage 3: Achtergrondrapport Alternatieven en Varianten 2e fase Tracenota/MER RGL-West d.d. 12 januari 2009 (Eindconcept)

Bijlage 4: PS besluit 24 juni 2009

Bijlage 5: Uitgangspunten veiligheid d.d. 30 juli 2009

Bijlage 6: memo mismatch ligging van de RGL in plan Valkenburg d.d. 5 november 2009

Ondertekening
Aldus overeengekomen en in vijfvoud opgemaakt en ondertekend te Den Haag d.d. 25 februari 2010.


Provincie Zuid-Holland Holland Rijnland
J.W.A. van Dijk P.A. Glasbeek


Gemeente Katwijk Gemeente Leiden
W.M. de Jong M.J.D. Witteman

Gemeente Oegstgeest
E. Mackay
Aanvullende Overeenkomst Provincie - Katwijk
Ondergetekenden:


  1. De PROVINCIE ZUID-HOLLAND, hierna te noemen: “(de) Provincie”, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar gedeputeerde J.W.A. van Dijk, ingevolge art 176 Provinciewet gemachtigd door de Commissaris van de Koningin, en handelend ter uitvoering van het besluit van Provinciale Staten d.d. 27 januari 2010;



  1. De GEMEENTE KATWIJK, hierna te noemen: “Katwijk”, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar wethouder W.M. de Jong, ingevolge art 171 Gemeentewet gemachtigd door de Burgemeester en handelend ter uitvoering van het besluit van de gemeenteraad d.d. 27 januari 2010;


Hierna gezamenlijk te noemen "(de) Partijen".
Overwegende dat:



  • Met de gemeente Katwijk zijn als aanvulling op de Bestuursovereenkomst RijnGouwelijn West de onderstaande specifieke afspraken gemaakt over de voorbereiding en de realisatie van de aanleg van de RGL-West op het grondgebied van Katwijk:

1. Nader Onderzoek Katwijk


De Provincie en de gemeente Katwijk hebben gezamenlijk een Nader Onderzoek uitgevoerd naar de inpassing van de RGL-West op het trajectdeel Zeeweg-Tramstraat in Katwijk, met als uitgangspunt dat inpassing niet mag leiden tot problemen op het gebied van de aspecten veiligheid, geluid en trillingen, fysieke inpassing, groenvoorziening, (plan)schade, parkeerplaatsen en autobereikbaarheid.

De uitkomsten dan wel oplossingsrichtingen van dit Nader Onderzoek (definitieve versie 29-10-2009) die zijn vastgesteld met het besluit van het college van Burgemeester en Wethouders van Katwijk d.d. 17 november 2009 en met het besluit van het college van Gedeputeerde Staten d.d. 15 december 2009, zijn basis voor de verdere uitwerking van de Projectscope van het tracé in Katwijk naar Voorlopig Ontwerp en Definitief Ontwerp.

Indien de resultaten daarvan vallen binnen de reikwijdte van de aangegeven oplossingsrichtingen die in het Nader Onderzoek zijn bepaald, dan behoren deze tot de Projectscope, en komen zij voor rekening van de Provincie. Hiertoe behoren in ieder geval de directe gevolgen van de verkeerscirculatie in het centrum van Katwijk aan Zee. In verband met de consequenties voor de verkeerscirculatie wordt de keuze tussen de 3 genoemde oplossingsrichtingen van de definitieve invulling van de eindhalte in de Tramstraat ter hoogte van de Badstraat, door de Provincie aan de gemeente Katwijk voorgelegd.
2. Betrokkenheid gemeente Katwijk

De betrokkenheid van de gemeente Katwijk bij de nadere uitwerking van het tracé van de RGL op Katwijks grondgebied wordt vormgegeven in drie volgende stadia van het opstellen van het Voorlopig Ontwerp (VO):



  1. Bij de uitvraag van het VO wordt de gemeente Katwijk betrokken en worden de uit het Nader Onderzoek volgende en de eventueel aanvullende door de gemeente Katwijk geformuleerd aandachtspunten over de inpassing in de uitvraag meegenomen;

  2. Halverwege het proces wordt in de voortgangsrapportage van het VO concrete oplossingen en maatregelen terzake voor bovengenoemde aandachtspunten beschreven. De gemeente Katwijk krijgt de ruimte om de oplossingen en maatregelen desgewenst van een onafhankelijke toets te laten voorzien, waarvan de aanbevelingen in het resterende ontwerpproces zullen worden meegenomen;

  3. Bij de vaststelling van het VO door de Provincie wordt het concept vroegtijdig aan de gemeente Katwijk ter beschikking gesteld, zodat het college in de gelegenheid is om het VO met de Raad te bespreken. De Provincie zal bij de besluitvorming over het VO in het college van Gedeputeerde Staten terdege rekening houden met het commentaar van de gemeente Katwijk.

3. N206


De voortgang van de gebiedsontwikkeling op de locatie Duinvallei in Katwijk hangt samen met de zogenoemde verdiepte en verschoven ligging van de N206 en de ontwikkeling van de beoogde halte van de RGL-West ter plaatse.

Op initiatief van de gemeente Katwijk hebben Katwijk en de Provincie derhalve afgesproken om deze kwestie van de verdiepte en verschoven ligging van de N206 nader te onderzoeken om tot een versnelde realisatie hiervan te kunnen komen.

De bestaande werkgroep (Katwijk en Provincie) die zich al met dit onderwerp bezighoudt, zal dit nader onderzoek uitwerken en een bestuurlijke intentieverklaring voorbereiden voor de nadere besluitvorming door Katwijk en de Provincie over dit onderwerp. Katwijk zal na de besluitvorming een aanvraag indienen voor subsidiering van de realisatie van dit werk. Gedeputeerde Staten zullen uiterlijk 6 maanden na ontvangst van de subsidieaanvraag, besluiten omtrent deze subsidie, onder voorwaarden die geen afbreuk doen aan deze Overeenkomst.

De kosten voor de voorbereiding en realisatie van de verdiepte ligging van de N 206 worden volledig door Katwijk gedragen, verminderd met de bijdrage van de Provincie van 33 procent van de projectkosten met een maximum van € 5.0 mln.


4. Noordelijke Randweg
Mede als gevolg van de inpassing van de RGL-West in de gemeente Katwijk zal de verkeerscirculatie in de gemeente wijziging ondergaan. De gemeente Katwijk heeft daarbij aangegeven dat zij voor de middenlange termijn ook rekening houdt met de ontwikkeling van de Noordelijke Randweg in Rijnsburg.

Op de Provincie rust een inspanningsverplichting om de ruimtelijke reservering voor deze weg op te nemen in de Provinciale Structuurvisie en spreekt de bereidheid uit om naar vermogen mee te werken aan de realisatie van de Noordelijke Randweg.


5. Damwand Zeekering Katwijk aan Zee

De Provincie aanvaardt de aantoonbare directe bouwschade aan de damwand die onderdeel is van de zeekering in Katwijk aan Zee, voor zover die veroorzaakt is door in opdracht van de Provincie in het kader van deze Overeenkomst verrichte werkzaamheden.

De bijlage ”Nader Onderzoek Katwijk versie; Definitief, d.d. 29 oktober 2009” maakt onlosmakelijk deel uit van deze aanvullende overeenkomst tussen de Provincie Zuid-Holland en de gemeente Katwijk.



Ondertekening
Aldus overeengekomen en in tweevoud opgemaakt en ondertekend te Den Haag, d.d. 25 februari 2010
Provincie Zuid-Holland Gemeente Katwijk

Dr. J.W.Asje van Dijk W.M. de Jong RA








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina