Betreft: Provinciale Minaraad



Dovnload 66.06 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte66.06 Kb.


Provinciale Minaraad

Verslag





Datum vergadering:

09/05/2016


Verslag nr: 2016/3






Betreft:

Provinciale Minaraad




Bijlagen: 5


Contactpersoon:

Marie De Winter

T 050 40 34 90



marie.de_winter@west-vlaanderen.be









VERSLAG PROVINCIALE MINARAAD 9 MEI 2016


Aanwezig: Tom DESTOOP, Bart DECRAEMER, Dirk VAN DER STEDE, Kris DEKEYZER, Bart VANWILDEMEERSCH, Gabriël VANDEMAELE, Marcel HEINTJENS, Manuel De WITTE, Stefaan VERREU, Yves DE BOSSCHER, Frederik DEMEYERE, Marie DE WINTER
Voor de toelichtingen: Bram VERHEIRE, Koen VANNESTE, Davy Goethals.
Verontschuldigd: Ann-Sophie DECROOS, Peter HANTSON, Nathalie GARRE, Ann TACK, Jan VANDROMME.
Fietssnelwegen: toelichting en adviesvraag

Toelichting door Bram Verheire en Koen Vanneste, Provinciale Dienst Mobiliteit


Vooraf kregen de Minaraadsleden een nota en 2 kaarten door.

Op de vergadering krijgen de leden handouts van de presentatie (zie ook bijlage 1)


Voorwaarden fietssnelweg

Richtsnelheid op fietssnelwegen is 20 km per uur. Constante snelheid, weinig stops, fietsers voorrang geven.

Plaatsbezoek in Nederland toont aan dat dit wel werkt op voorwaarde dat er voldoende flankerende maatregelen voorzien worden om de autobestuurders te wijzen op de fietssnelwegen.
Cijfers Guldensporenpad

Kortrijk


Eerste “Fietssnelweg” in Vlaanderen, nog niet over volledige lengte ingericht.

September, zelfde dagen en tijdstippen, vaststelling = verdubbeling van aantal fietsers in 2013 tov 2006.


Cijfers Stroroute

Eerste fietsonderzoek van provincie West-Vlaanderen

Tussen Roeselare en Ieper, slechts klein deel is verhard.

Vragen van de Minaraad



  • Leiedal: graag wat meer uitleg bij schema “Studie Fietsers in de voorrang” op de laatste slide.

Provincie: fietsers geen voorrang geven in volgende 3 gevallen: tram (want die heeft altijd voorrang), 2-vaksautoweg, indien geen lokale weg.

Dan aantal kenmerken die mee bepalen:



  • Intensiteit

  • Fietsstroom (1 moment of hele dag door)

  • Snelheid (vanaf 70-90 km per uur is remafstand voor auto’s veel te groot)

  • Voldoende zichtbaarheid (15 m)

  • Stedelijkheidsgraad (hiervoor kunnen wel aantal maatregelen genomen worden)

Als 1 aspect negatief is kan er mits aanpassingen toch keuze gemaakt worden om fietsers voorrang te geven.

Als 2 aspecten negatief zijn, is het toch aangewezen om een kleine aanpassing te doen.

Vanaf 3 aspecten negatief, geen voorrang voor fietsers.
Inrichtingsmaatregelen


  • 30 km per uur

  • Haaietanden (geen stopteken)

  • 2 richtingen, maar zo smal mogelijk (oversteeklengte voor fietser niet te groot)

  • WMF: vraag om snelheid op landbouwwegen waar nu maximumsnelheid van 90 km/uur geldt aan te passen naar 50 km/uur.

Provincie: vanaf 1 januari 2017 wordt 70 km per uur standaard voor gewestwegen. Verwacht wordt dat dit ook voor deel van gemeentewegen gevolgd zal worden.

WMF: is er een provinciale visie of beleid rond? In Nederland is er één verkeersbord voor (landelijke weg, max. 50 km/uur).

Provincie: dit is bevoegdheid van gemeente, bij de opmaak van mobiliteitsplannen vestigen wij er als provincie wel de aandacht op.
Voor de fietssnelwegen gebruiken we wel dezelfde principes en procedure als voor het fietsfonds. We merken dat het snelheidsregime een grote rol speelt.

Binnen dit fietsfonds (en dus los van fietssnelwegen) moeten we al vaak gaan naar maximumsnelheid van 70 km per uur. Het snelheidsregime kan inderdaad niet losgezien worden van de fietsinfrastructuur. Wisselwerking tussen beide is belangrijk. Gemeenten hebben er baat bij om dit mee te nemen anders krijgen ze toch commentaar van burgers.

Stadsbestuur Damme als pionier voor 70 km per uur voor alle wegen op grondgebied, uitgezonderd bebouwde kom.


  • WMF: er zijn heel wat zaken die niet op de kaart staan en toch al fietssnelwegen in praktijk zijn. Anderzijds staan er heel wat “gewenste” fietssnelwegen op, waar al jaren over gesproken wordt. Dit is prachtig in opzet, maar wanneer zal dit eindelijk gerealiseerd worden? Neem bv. Spoorweg tussen Brugge en Roeselare.

Provincie: in Torhout zijn we bezig met concreet project aanleg fietssnelweg n.a.v. de aanleg van een bedrijventerrein . In West-Vlaanderen kiest het provinciebestuur om in te spelen op opportuniteiten.

De aanpak in Provincie Antwerpen is anders, zij kiezen ervoor om volledige fietssnelwegen aan te leggen.

WMF: toegangelijkheid van bv. Roeselare met de fiets blijft een probleem.

Provincie: dat klopt. Daarom blijft het inzetten op het BFF onze corebusiness. Dit wordt zeker niet afgebouwd. We kunnen daar het meest realiseren en de budgetten hiervoor zijn ook voorzien. Fietssnelwegen aanleggen kost ook meer. Concreet voor Roeselare heeft de stad i.k.v. het Fietsfonds wel een studiebureau aangesteld voor een fietspad langs de goederenkoer tot aan Koning Leopold III-laan. In het BFF werd gekozen voor 2 pijlers: functionele fietspaden en hoofdroutes. De Fietssnelwegen zijn eigenlijk een verbetering van de vroegere hoofdroutes.



  • WMF: wat met de oude tram- en treinroutes? Bv. Ieper-Langemark-Staden-Kortemark: vooral gebruikt door landbouwers. Hoe zit het met toegang voor landbouwers als dit fietssnelweg wordt?

Provincie: het gaat hier over de Vrijbosroute.

In 2009 werd er door de deputatie het “verhardingsbesluit” voor de groene assen goedgekeurd, hierin wordt afweging gemaakt van verschillende functies van de groene assen en op basis daarvan keuze gemaakt voor ondergrond. De groene assen die nu als fietssnelwegen worden opgenomen, komen grotendeels overeen met waar al keuze werd gemaakt voor asfalt

Wat de toegang voor landbouwvoertuigen betreft, wordt dit toegestaan als de groene as hun enige toegangsweg is.

WMF: wat is stand van zaken van de inrichting van de Vrijbosroute.

Provincie: opmeting en afpaling is gebeurd. Herinrichting fietspad en berm is voorzien in 2018.

Verder zijn we voor traject dorpskern Langemark-Boezinge bezig met inrichtingsplan. Dit is overleg tussen dienst Mobiliteit en MINAWA. Opzet is om dit terug in te richten als fietsas. Op dit ogenblik is de ondergrond deels in kws, deels als ternair zand.

WMF: toch wordt oude spoorwegbedding niet altijd gekozen als fietssnelweg bv. Kortemark-Ieper.

Provincie: voor Groene Assen blijft het een afweging maken tussen natuur, recreatief gebruik, funcitoneel gebruik. Niet alle groene assen zijn momenteel befietsbaar.

Het is een moeilijke evenwichtsoefening: kader Fietssnelwegen is belangrijk, maar we mogen ook geen te grote verwachtingen scheppen. Huisstijl communicatie fietssnelwegen door 5 provincies wordt voorgesteld op 30 mei, maar hier zuinig mee omgaan. De aanduiding van Fietssnelweg moet garant staan voor bepaalde kwaliteit.

Op de website van de dienst mobiliteit zal per tracé nog overzicht komen van het wensbeeld, wat realistisch is en welke de aan te pakken conflictpunten zijn.



  • WMF: wat met N8?

Provincie: als AWV weg opnieuw gaat inrichten, wordt dit meegenomen. Op heden niet voorzien in plannen.

Onze oefening is gemaakt in overleg met AWV, er zijn geen gewestwegen geselecteerd als fietssnelweg zonder hun toestemming.



  • WMF: kan er nog iets bijkomen? Bv. traject Aartrijke-Brugge langs kazerne, nu als BFF, waarom niet als fietssnelweg.

Provincie: we zijn hier bezig met fietsfondsdossier. Probleem: sluitend netwerk over lange afstand.

We stellen als provincie vast dat we eigenlijk nog een tussenniveau missen, een laag tussen BFF en het netwerk van fietssnelwegen): voorstadslijnen of fietscorridors. Hiervoor is nog geen kader.

Ook vanuit andere gemeenten/voorsteden is hier vraag naar bv. Oostkamp-Brugge, Varsenare-Brugge, Hooglede-Roeselare, Gits-Roselare, Gits-Torhout.


  • WMF: Aansluiting naar Oost-Vlaanderen, Nederland en Wallonië (Komen) is voorzien. Hoe zit het met de aansluiting naar Frankrijk?

Provincie : we bekijken dit.

  • Gemeente: wordt er prioriteitenlijst opgemaakt: welke knelpunten worden eerst aangepakt? Budgetten zijn overal beperkende factor.

Typisch knelpunt is bv. de wisseling van kant langs een kanaal.

Provincie: W en Z is partner in volledig overlegproces. Er wordt met hen een principeovereenkomst voor fietssnelwegen afgesloten, hierin zullen we de missing links opnemen. Deze overeenkomst wordt binnenkort voorgelegd aan deputatie. W en Z is vragende partij om stuurgroep op te richten, met provinciale actoren, Infrabel, Vlaanderen om op periodieke basis te bekijken waar we op in zetten.

Er zijn ook middelen voor hen vanuit het IFI programma (Integraal Fietsinvesteringsprogramma).

We moeten inderdaad zelf ook planning maken waar we quickwins kunnen realiseren.

Waregem-Harelbeke-Kortrijk zijn vragende partij, dit geeft steun voor ons om naar Infrabel te stappen.

Het blijven grote investeringsprojecten, maar integratie van bestaande infrastructuren zorgt dat er toch een en ander op korte termijn gerealiseerd kan worden.



  • WMF: wat de kust betreft: zijn er ambities om een fietstraject te voorzien van Knokke tot De Panne? Wordt dit gelinkt aan het traject van de plaatsbepalers?

Provincie: op bepaalde plaatsen weken we af van het tracé van de Koninklijke Baan. Het is wel de uitdrukkelijke vraag van de Vlaamse overheid om dit volledig mee op te nemen als steun voor hen om hier op in te zetten.

Ontdubbeling is nog steeds de bedoeling, maar dit zal niet op korte termijn gerealiseerd worden.

WMF: in Nederland kan je wel mooi langs de kust fietsen door de duinen. Maar je hebt daar natuurlijk nog wel meer duinen.

Provincie: volgens het duinendecreet kunnen we geen fietspad in de duinen aanleggen, wat in Nederland wel kan.



  • WMF: probleem is dat fietsen nu te gevaarlijk is in Vlaanderen. Waarom worden er geen initiatieven genomen om dit aan te pakken.

Provincie: we zijn ons bewust van het probleem. Maar we investeren 9 miljoen EUR per jaar in fietspaden.


  • WMF: hoe wordt een fietssnelweg ingericht? Hoe breed?

Provincie: een fietser heeft 1 m breedte nodig.

Voor 2 aan 2 te kruisen heb je 4 m nodig. Intensiteiten en stromen zijn belangrijk.


4 m breed is vaak ook moeilijk realiseerbaar.

Afhankelijk van de intensiteiten en de fietsstromen maken we een keuze voor de breedte. In West-Vlaanderen zal 3m vaak volstaan.

Intensiteiten in Antwerpen zijn hoger, daarom daar meer keuze voor 4 m breed.


  • WMF: Bij een aantal groene assen wordt gekozen voor functiewijzigingen en verhardingen voor de fietssnelwegen. We willen meegeven dat dit wel gevolgen heeft, nl. dat er ook natuurverbindingsgebieden zijn die van functie gewijzigd worden.

Provincie: er zijn enkel bij de Stroroute wijzigingen t.o.v. het vroegere verhardingsbesluit. Verder zijn de diensten Minawa en Groendienst nauw betrokken bij de voorbereiding. Groene 62 en Abdijenroute zijn er o.a. omwille van die reden uitgehaald. Bij de Guldensporenroute wordt er gekozen voor breedte van 3 m ipv 4 m.

WMF: hoe zit het bv. met de geelgors Avelgem? Komen er compenserende maatregelen?

Provincie: passende beoordeling hoeft niet. We gaan zorgen voor degelijke motivering in bouwvergunningsaanvraag en een betere inrichting van de bermen.


  • WMF: Westtoer werkt mee aan Eurovelo, project dat werd ingediend in Interreg V en inzet op de recreatieve ontsluiting van Frans-Vlaanderen. Wordt dit gelinkt aan het BFF of gaat dit enkel over recreatief fietsverkeer?

Provincie: we zijn geconsulteerd hierover door Westtoer. , maar het ging over projecten die op korte termijn (binnen de 2 jaar) gerealiseerd moeten worden. Dergelijke projecten hebben we niet.

We zitten nu met lange procedures voor het fietsfonds, maar heeft als voordeel dat je bepaalde kwaliteit haalt. Procedure is niet probleem, wel meestal de verwerving.



  • Gemeente: komt er een snelheidsbeperking op de fietssnelwegen?

Provincie: we zijn hiervoor afhankelijk van wettelijke bepalingen, maar beperking tot 30 km/uur lijkt logisch.

Leiedal: hoe zit het met wandelaars en recreatieve fietsers.

Provincie: kenmerk van fietssnelweg is om zo weinig mogelijk andere gebruikers te hebben (afraden, niet verbieden).
Menging of niet is ook telkens bespreekpunt op GBC: al of niet mengen van gebruikers hangt af van ruimte die je hebt.

Leiedal: belangrijk dat het maatwerk is



  • Wat staat er op korte termijn op de planning?

Provincie: Bekaertlink Zwevegem, Avelgem, Roeselare (spoor), Torhout, Plassendale-Nieuwpoort, Kortrijk-waregem langs spoorlijn Kortemark-Diksmuide (aantal plaatsen waar provincie echt actief is), Zedelgem (gewestweg incl. Fietssnelweg).

Conclusie Minaraad:

De Minaraad dankt Bram en Koen voor de toelichting.


De Minaraad vindt het een positief project en wenst het belang van aandacht voor veiligheid van de fietsers en van fuctioneel fietsnetwerk uitdrukkelijk te onderschrijven.

De Minaraad wenst er op te wijzen dat functiewijzigingen en verhardingen van de groen assen, gevolgen hebben voor de natuurverbindingsfunctie van deze groene assen.

De Minaraad wenst de dienst Mobiliteit veel succes met de verdere uitwerking van dit initiatief.
Stand van zaken PRUP De Gavers

Toelichting door Frederik Demeyere met presentatie (zie ook bijlage 2).


Vragen

  • Welke versie van het plan is opgenomen in de presentatie?

Provincie (na navraag bij dienst Ruimtelijke Planning): In dit plan zijn de opmerkingen van de plenaire vergadering nog niet verwerkt. De Dienst Ruimtelijke planning is bezig met het aanbrengen van de wijzigingen nav de opmerkingen op de plenaire vergadering. Dit aanpaste plan moet nog voorgelegd worden aan deputatie en provincieraad (waarschijnlijk juni.)

  • Boerenbond: wordt het PRUP toegelicht op de PROCORO van donderdag 12 mei?

Provincie (na navraag bij dienst Ruimtelijke Planning): het PRUP komt zelf niet aan bod op de PROCORO vergadering. De dienst gaat wel de inrichtingsnota als principe toelichten, waarbij we deze voor de Gavers als voorbeeld gaan gebruiken. Dit is noodzakelijk omdat straks de PROCORO voor de allereerste keer ook opmerkingen en bezwaren omtrent een inrichtingsnota zal moeten behandelen en hieromtrent een advies zal moeten geven aan het beleid.

  • Boerenbond: Voorkooprecht voor landbouwgronden, dit is moeilijk punt voor onze organisatie. Hierover is geen eensgezindheid binnen de Boerenbond. De landbouwers in dit gebied vinden dit goed. Maar voor regio zorgt een extra koper aan de tafel zorgt voor versterking van de erg aanwezige dynamiek in regio. Vraag: geld het gebied Gebied voor voorkooprecht enkel voor gebied PRUP.

Provincie: dit moeten we navragen, het voorkooprecht geldt enkel voor Provincie, niet voor VLM. VLM instrumentarium laat dit toe.

  • Is er al besluit genomen rond regulariseren van zonevreemde bewoning? Boerenbond pleit voor het zonevreemd laten van deze woningen.

Afspraak


  • Marie en Frederik vragen of iemand van de dienst Ruimtelijke Planning op de Minaraad van 6 juni een toelichting kan komen geven over de stand van zaken.

  • Volgende vragen die op deze Minaraad niet beantwoord werden kunnen dan aan bod komen:

    • Waar geldt voorkooprecht precies? Enkel in gebied PRUP? Enkel voor Provincie en niet voor VLM?

    • Wie zal GOG realiseren? Provincie of VLM?

    • Is er al besluit genomen rond regulariseren van zonevreemde bewoning?


Pilootproject kleine windturbines

Toelichting door Davy Goethals van Provinciale dienst Ruimtelijke Planning

Davy licht toe aan de hand van een presentatie.
De provincie is gestart met dit pilootprojecten vanuit de vraag van o.a. gemeenten.

We zien ook dat de markt van de kleine windturbines een markt in opmars is.

Mogelijkheid provinciaal kader werd onderzocht, maar er is onderling te veel verschil tussen gemeenten op vlak van landschap.

Daarom werd gekozen om beleidskader op gemeenteniveau uit te werken.

22 gemeenten hebben zich kandidaat gesteld, Provincie heeft hier 6 gemeenten uit gekozen. Selectie werd gemaakt op basis van regionale spreiding en rekening houdend met landschappelijke verschillen.

De 6 gemeenten zijn: De Haan, Diksmudie, Wingene, Alveringem, Anzegem, Roeselare.

Er werd een provinciale werkgroep opgericht met betrokkenen uit verschillende provinciale diensten en kennispartners (Ugent, VUB en Greenbridge/Powerlink).

Er werd met elk van de 6 gemeenten apart bekeken: welke regels bestaan er al? Welke omgevingsfactoren zijn er?

De Haan had zelf al heel wat onderzoek gedaan, ze hadden een eigen voortraject doorlopen. Zij werden eigenlijk meer als kennispartner betrokken in het project.

De kennispartners hebben de windkaarten aangereikt.

Voor rendabiliteit heb je windsnelheid van minstens 4.5 m per seconde nodig. Uit de windkaarten blijkt dat het vooral in de Westhoek en aan de kust is, dat dergelijke windsnelheden gehaald worden.

Dit betekent niet dat er in Anzegem geen locatie gevonden kan worden, maar het is minder waarschijnlijk.


In tegenstelling tot wat de provincie vooraf verwacht had, blijkt de output van het pilootproject nu toch een 6-tal gelijkaardige gemeentelijke beleidskaders.

De deputatie en 6 gemeenten sluiten een engagementsverklaring af om in geval van beroepsprocedures zelfde beleidskader te gebruiken.


Stand van zaken nu: beleidskader is doorgegeven aan de 6 pilootgemeenten en intussen ook toegelicht op diverse adviesraden (gecoro’s, milieuraden, landbouwraden)

Volgende stap is goedkeuring door gemeente (CBS of GR).

Verschillen tussen gemeenten zitten vnl. hinder in omgeving en windvang: detaillering afstanden en openbaar onderzoek

bv. Anzegem: uitgebreide bevraging bij openbaar onderzoek

bv. Wingene: hardere afstandsgrenzen
Dienst RP blijft dit opvolgen, in eerste instantie met de pilootgemeenten.

Eerste aanvragen en ervaringen van de gemeenten willen we nauw opvolgen.


Elke pilootgemeente kon een aanvraag, die zij hadden ontvangen, voorleggen aan ons en de kennispartners om hierbij op zoek te gaan naar specifieke pilootprojecten.
Er zijn 2 potentiële aanvragen die verder onderzocht worden maar nog geen uitsluitsel kennen.

We zijn dus nog op zoek naar goede typevoorbeelden.

Het beleidskader is een schemavorm met 4 grote stappen.
Alle 4 moeten deze gunstig beoordeeld worden alvorens een vergunning verleend kan worden.
Eerste voorafname


  • Planologisch: Juridische check: Uitsluiten van woongebieden, natura 2000 gebieden, kwetsbare ruimtelijke gebieden

Tweede voorafname



  • Het moet aansluiten bij bebouwde kavel. Opzet is om eigen verbruik af te dekken, geen extra verbruik en dus geen aansluiting op het net.
    Voor landbouwers, kmo’s en bedrijvigheid, niet voor particulieren.

Derde voorafname wordt opgenomen uit de omzendbrief



  • slagschaduw en geluid, dit weegt meer door in woongebied

Vragen/bedenkingen van de Minaraad



  • Leiedal: de kleinschalige windturbine wordt dus niet aangesloten op het net?

Provincie, neen, inderdaad.

  • Gemeente: waarom worden particulieren uitgesloten?

Provincie: de markt evolueert nog volop. Dit kan in de toekomst herbekeken worden. We kiezen voor deze harde grens om problemen op voorhand te vermijden.

Gemeente: kunnen particulieren zich ook verenigen om samen het verbruik van één kleinschalige windturbine te verbruken?

Provincie: neen, geen aansluiting op net.

WMF: kan dat ruimtelijk om dit zo op te leggen?

Provincie: de rendabiliteit is belangrijk om aan te tonen owv landschappelijke Zonevreemde activiteit komt niet in aanmerking

Binnen bestemming bedrijvigheid kan aanvraag wel gebeuren.



  • WMF: Wat is grens voor kleinschalige windmolens?

Provincie: 15 m masthoogte, wat veelal neerkomt op 10 kW.

Gemeente: met 10 kW kan landbouwbedrijf niet veel.



  • Boerenbond: dit betekent dat het sowieso niet rendabel is voor melkveebedrijven, wel voor varkensboeren, kippenkwekerijen. Belangrijk is het permanent draaien van installaties om een permanent verbruik te hebben.

  • WMF: Zijn er al erkende certificaten?

Provincie: Enkel in VK, Denemarken, Duitsland, Frankrijk. Vanuit veiligheidsoverwegingen kiezen we hiervoor. Verder zijn er nog heel wat niet-rendabele kleine windmolens op de markt. Vandaar de keuze om enkel gecertificeerde types te vergunnen.

Unizo: wat met onderhoud. Certificaat geldt toch pas onder voorbehoud van goed onderhoud? Dit is naar analogie met de BENOR certificering voor IBA’s.

Provincie: onder houd is verantwoordelijkheid van de eigenaar.

WMF: is daar regelgeving rond?

Provincie: dit is na te vragen.

Unizo: vasthouden aan enkel gecertificeerde modellen houdt ook risico in. Het is belangrijk om te bewaken dat een certificering een rem is op innovatie.

Provincie : striktheid zit er nu in omdat er nog te veel onzekere factoren zijn. Kader kan mee evolueren.

Leiedal: naar rendement is windmeting maar 1 aspect. Wat producent beweert, klopt niet altijd. Hoe beoordeel je rendement van windmolens?

Provincie: zit ook in certificering, niet enkel veiligheid, ook controle van powercurves. Nu geen producenten in België, wel verdelers. Probleem: meer slechte windturbines dan goede. Als je geen regelgeving opneemt, neem je te groot risico naar veiligheid.

WMF: welke windsnelheden kan een windmolen “verdragen”?

Provincie: ze hebben een afremsysteem verglijkbaar met grote windturbines.


  • Leiedal: hoe verankeren de gemeenten het beleidskader, via een verordening of anders?

Provincie: niet in verordening. Beleidskader zal goedgekeurd worden in college of

gemeenteraad. Het is een afwegingskader. Dit is ook zo met de Vlaamse omzendbrief.Zo kunnen gemeenten communiceren naar aanvragers.

Het gaat om stedenbouwkundige vergunningen.

Leiedal: de invoering van de omgevingsvergunning heeft hiervoor ook gevolgen

Vanaf 23 februari 2017 vervangt de ‘omgevingsvergunning’ de stedenbouwkundige vergunning waarbij de bijzondere procedure (vergunning door de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar voor onder meer windturbines > 15m) wordt afgeschaft. Voortaan worden dus ook middelgrote turbines door de gemeente vergund (inclusief een ‘kleine’ windturbines op een mast van bv. 18m). Het zou wenselijk zijn om voor dergelijke gevallen de toepassing van het beleidskader te specifiëren.
Provincie: We beseffen wel dat het mogelijk nodig zal zijn om de beleidskaders te wijzigen naargelang de dan geldende juridische context.


  • WMF: we zijn tevreden over voorzichtigheidsprincipe.

Aantal aspecten zijn voor kleine windmolens nog niet onderzocht, bv. cumulatief effect van kleine windmolens op bepaalde vleermuizen. (bv. bij grachten in de polders). Studies in Schotland wijzen er op dat dit toch impact kan hebben.

Daarom pleiten wij voor een begeleiding van aanvragers bij een goede plaatsing van kleinschalige windmolens en pleiten we voor monitoring van eventuele effecten op biodiversiteit.

WMF: zal Inagro begeleiding bieden aan landbouwers die aanvraag doen?

Davy: nu niet afgesproken. Inagro zal wel in begeleidingsgroep.

Er komt nog indicatie voor beste windlocatie.

WMF: wij maken nog nota op als WMF en zullen dit via Marie ook aan de Minaraadsleden laten bezorgen.



  • Leiedal: Wat als er aanvraag komt buiten 6 gemeenten een aanvraag komt?

Provincie: er zal nog gecommuniceerd worden naar de andere gemeenten die niet mee in pilootproject zaten.

Leiedal: deze communicatie zou best verlopen via de provinciale atria. Stefaan: communicatie via provinciale atria



  • WMF: zijn de aangeleverde windkaarten te consulteren?

Provincie: deze kaarten zijn vrij beschikbaar.

Er staat ook heel wat info op www.windkracht13.be

Let wel: het is belangrijk om aanvullend op de windkaarten ook windmetingen te laten uitvoeren.


  • WMF: wat met verticale windmolens?

Provincie: onze kennispartners hebben ons verteld dat er momenteel nog geen rendabele verticale windturbines bestaan (we moeten altijd spreken met de kennis die we nu hebben).

  • Gemeente: wat is de link tussen jullie pilootproject en de middelgrote windmolens?

Provincie: we hebben ons nog niet bezig gehouden met middelgrote windmolens. De procedure is vergelijkbaar met die voor grote windmolens.

Op zich is het raar dat kleine en middelgrote in zelfde omzendbrief zijn opgenomen. De grens voor kleine windmolens ligt op 15 m masthoogte (Vlaamse Grens), daar kunnen we niet onderuit. Het is wel jammer dat dit niet tot 18 m gaat, op die 3 m verschil heel wat extra wind.



  • WMF: waarom wordt alleen rekening gehouden met windrichting zuidwes?

Provincie: dit is de overheersende windrichting

  • Leiedal: het zou wel interessant zijn om eens het beleidskader er is volgende simulatieoefning te maken: hoe ziet landschap eruit als je bestaande ruimte maximaal zou invullen. Kom je dan tot oververzadiging?

Provincie: moeilijkheid blijft dat overlast of oververzadiging een zeer subjectief

  • WMF: is het mogelijk om via het beleidskader te kijken naar impact op soorten zoals vleermuizen?

Provincie: hier is veel onzekerheid over. Nu moeilijk in te passen in beleidskader.

Dienst Ruimtelijke planning steunt voorstel om eerste sites waar windturbines komen, om dit op te volgen. Provincie weet mogelijk niet waar windturbines komen. Te bekijken of en hoe we dit werkbaar uitvoeren.



  • WMF: wanneer is dit definitief?

Provincie: voor de verdere timing zijn we afhankelijk van wanneer de 6 pilootgemeenten de beleidskaders goedkeuren.

Afspraak:

  • De Minaraad wenst Davy te bedanken voor de toelichting.

De Minaraad wenst dit project verder op te volgen en vraagt Davy over een jaar opnieuw voor een toelichting van de stand van zaken op dat moment.
Terugkoppeling feedbackmomenten de Plaatsbepalers

Enkele Minaraadsleden gingen naar feedbackmomenten in 1 of meer regio’s.

De meningen zijn verdeeld.

Enkele reacties:



  • Avond was interessant, maar welke thema’s besproken werden, hing vaak af bij wie je aan tafel zat en welke expert zijn thema’s in de groep bracht.

  • Voor de niet-plaatsbepalers was de avond goed om zicht te krijgen op moeilijkheden inzake ruimtelijke planning. Het is geen zwart-wit verhaal, maar telkens afweging tussen verschillende functies en belangen.

  • Nog steeds vragen bij opzet van traject De Plaatsbepalers op zich. Dit brengt heel wat kosten mee, maar wat is de uiteindelijke impact?

  • Aanpak heeft toch wat weg van ongeleid projectiel.

  • Positieve van aanpak is dat meer mensen vanuit hun eigen ervaring meedenken over ruimtelijke ordening.

  • Vraag blijft wat PROCORO en Dienst Ruimtelijke planning hiermee gaan doen. Of belangrijker nog: wat de deputatie ermee zal aanvangen?


Afspraken Minaraad 6 juni: agenda

  • Acasus: toelichting stand van zaken

  • PRUP De Gavers: toelichting door Dienst Ruimtelijke planning

  • Rationeel watergebruik bij steden en gemeenten: terugkoppeling werkgroep + ondersteuningsaanbod gemeenten


Afspraken Minaraad najaar


  • Maandag 28 september

    • Minaraad op verplaatsing

    • Vroeger starten

    • Rondleiding in vernieuwde Zwin en bezoekerscentrum

    • Marie zorgt voor voorstel van programma op 6 juni

  • Maandag 28 november

Verslag: Marie De Winter



Bijlagen bij het verslag

  1. Presentatie fietssnelwegen

  2. Presentatie PRUP De Gavers

  3. Beslissingsboom kleine windturbines

  4. Beleidskader kleine windturbines Alveringem

  5. Nota WMF ivm pilootproject kleine windturbines


Provinciehuis Boeverbos ● Koning Leopold III-laan 41 ● B-8200 Sint-Andries ● Telefoon 050 40 31 11 ● Fax 050 40 34 03







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina