Bijlage 1 : Opleidingsplan



Dovnload 127.63 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte127.63 Kb.

Jeugdbeleidsplan 2014-2019 Bijlage 1:opleidingsplan

_____________________________________________________________________

Bijlage 1 : Opleidingsplan

In het jeugdbeleidsplan paragraaf 4. is een visie weergegeven op het voetballen binnen onze vereniging. Voor de spelers gaat het daarbij om winnen van een tegenpartij die ook wil winnen. Maar voor het jeugdkader gaat het vooral om ‘winstboeken’ het verder ontwikkelen van de jeugdspelers.


In dit opleidingsplan wordt deze visie nader uitgewerkt naar:

  1. De manier van voetballen (speelstijl)

  2. De visie op het steeds beter gaan voetballen

  3. De opleiding van de verschillende leeftijdsgroepen globaal

  4. De opleiding naar leeftijdsgroepen uitgewerkt


  1. Visie op de manier van voetballen (speelstijl)

In het voetballen van alle jeugdteams binnen de vereniging zijn de volgende elementen karakteristiek:



  • Individueel en als team verzorgd proberen te voetballen. Bij voorkeur aanvallend, dominant en initiatiefrijk.

  • Teams die 7 tegen 7 spelen, spelen in de teamorganisatie 1:3:3 waarbij tijdens het aanvallen in de as naar voren doorgeschoven wordt en tijdens het verdedigen in de as weer teruggeschoven wordt.

  • Teams die 11 tegen 11 spelen, spelen in de teamorganisatie 1:4:3:3 waarbij de centrumverdedigers in het verdedigen, als uitgangspunt, ‘naast elkaar’ spelen. In het aanvallen worden mogelijkheden om één van de verdedigers in te laten schuiven optimaal benut.

  • Verdedigend (als de tegenstander de bal heeft) wordt geprobeerd de bal, zo snel mogelijk en zo ver mogelijk verwijderd van het eigen doel, terug te veroveren.

  • Een goede wedstrijdinstelling (willen winnen vanuit het perspectief van de spelers), maar met respect voor medespelers, tegenstanders, scheidsrechter en grensrechters.

Naast dat bovengenoemde elementen karakteristiek zijn voor en dus herkenbaar zijn tijdens wedstrijden, zullen deze elementen ook tijdens trainingen (als middel om steeds beter te leren voetballen – wedstrijden winnen) zichtbaar moeten zijn.




  1. Visie op (steeds beter) leren voetballen

Aan de visie op het leren voetballen liggen de volgende uitgangspunten ten grondslag:



  1. De doelstellingen van dit trainingsplan:

  • optimaal plezier beleven aan het voetballen.

  • optimaal ontwikkelen van het voetbalvermogen.

  1. de visie op voetballen: het gaat om winnen

Om te kunnen winnen moet je:

  • als je de bal hebt: aanvallen.

  • als je de bal verliest: omschakelen naar verdedigen.

  • als je de bal niet hebt: verdedigen.

  • als je de bal verovert: omschakelen naar aanvallen.

  • aanvallen, omschakelen naar verdedigen en omschakelen naar aanvallen vereist handelen (kiezen en uitvoeren) t.o.v. een tegenpartij die hetzelfde nastreeft.

Bovenstaande leidt tot de visie: voetballen leer je door veel te voetballen!


Uitleg/toelichting:



  1. Voetballen:

    • gaat om winnen d.m.v. aanvallen, omschakelen naar verdedigen, verdedigen en omschakelen naar aanvallen,

    • vergt handelen,

    • handelen t.o.v. een tegenpartij die ook wil winnen,

    • is complex,

    • is waarvoor de kinderen elke week hun tas inpakken en waaraan ze veel plezier beleven.

  2. Leren:

    • is noodzakelijk om de doelstellingen van de vereniging (verbeteren van het voetbalvermogen) te realiseren,

    • is inherent aan het hebben van jeugdleden: elk kind heeft er recht op zich te ontwikkelen (steeds beter leren voetballen),

    • is de kern van sport: steeds beter willen worden,

    • is wat kinderen willen,

    • is wat kinderen stimuleert nog meer te willen leren.

  3. Veel:

    • oefening baart kunst, Meer oefenen baart meer kunst,

    • herhalen (veel doen/vaak doen) is leren,

    • en vaak enthousiast willen voetballen.

  4. Voetballen:

    • is leuk als activiteit op zich,

    • is uitdagend (spanning tussen winnen en verliezen),

    • is, in de beleving van kinderen, een partijtje spelen,

    • is niet in afzonderlijke onderdelen op te splitsen omdat alle factoren elkaar beïnvloeden en voetballen daardoor tot voetballen maken. Dus met ‘alles’ erop en eraan.

    • is training die dicht bij de wedstrijd ligt.

Vertaald naar activiteiten die binnen de vereniging voor de leden georganiseerd worden ter realisering van de doelstellingen, leidt dit tot de ‘eis’ dat de gekozen inhoud voetballen en nog eens voetballen moet zijn.
Concreet: voor trainingen betekent dit dat trainingsvormen, de volgende kenmerken hebben:

  • twee teams.

  • die beide proberen te scoren.

  • en dus ook moeten verdedigen en omschakelen.

  • op een afgebakend veld.

  • met (een deel van de) voetbalspelregels.

Hierbij moeten, om tot een optimaal rendement (in termen van plezier en ontwikkeling) te komen, wel een aantal nuanceringen aangebracht worden:



    • elke training is bedoeld om nog beter te leren voetballen. Dat betekent dat er elke training één of meerdere concrete doelstellingen nagestreefd worden. De gekozen voetbalvorm moet optimaal kunnen bijdragen aan het realiseren van die doelstelling.

Voorbeeld: het steeds beter leren uitspelen van een 2 tegen 1 situatie kan beter in een trainingsvorm 2 tegen 1 geoefend worden dan in een partijtje 5 tegen 5.

    • Het voetballen moet leerbaar gemaakt worden. Dat wil zeggen dat de gekozen voetbalvormen aangepast (vereenvoudigd) moeten worden op het voetbalvermogen van de groep.

Voorbeeld: als F-pupillen nog beter moeten worden in het dribbelen met de bal kan dat beter geoefend worden in een 1 tegen 1-wedstrijdje dan in 4 tegen 4.

  • naast het kiezen van een doelstelling en het leerbaar maken van het voetballen heeft de trainer een belangrijke rol als coach van het voetballen van de spelers. Dat coachen (beïnvloeden) draagt namelijk bij aan het plezier en het rendement van de training. Dit moet uiteraard wel aangepast worden aan de algemene ontwikkeling en de voetbalontwikkeling van de spelers.

Voorbeeld: Een mini-pupil coachen op het verdedigend denken terwijl de linker vleugelspits van zijn team de bal heeft is behoorlijk abstract en niet passend bij datgene wat voor deze leeftijdscategorie het meest relevant is om te leren.
Dit kan tot gevolg hebben dat de gekozen voetbalvormen meer of minder ver van het echte voetballen (11 tegen 11) af komen te staan en soms (heel even) helemaal niet herkenbaar zijn als voetballen. Dit is uiteraard geen probleem als dat op dat moment noodzakelijk is voor het team of een deel van het team. Daarna is het wel van groot belang om het weer in een echte voetbal situatie te gaan oefenen en/of toepassen.

Belangrijk aandachtspunt is het aantal spelers per team in verband met het wisselbeleid. Iedereen dient genoeg speeltijd te krijgen om zijn/haar voetbalpotentie te ontwikkelen.




  1. De opleiding van de verschillende leeftijdsgroepen globaal

De jeugdcommissie van de vereniging is verantwoordelijk voor het uitvoering geven aan het hier beschreven jeugdbeleid, het toezien daarop en het (op basis van interne en externe ontwikkelingen) optimaliseren daarvan.


De jaarlijkse verwachtingen worden besproken met trainers. De trainers staan dicht bij de ouders van de leden en het team.

Vertrekpunt daarin zijn de opleidings- en coachingsdoelstellingen per leeftijdscategorie die elkaar logisch (stapsgewijs en aangepast aan de algemene ontwikkeling en de voetbalontwikkeling van kinderen) opvolgen.


Bij het leren voetballen worden grofweg drie fasen onderscheiden:

  • F-en E-pupillen

  • D-pupillen en C-junioren

  • B- en A-junioren

F- en E-pupillen


Kinderen in de leeftijd van 5 tot 11 jaar zijn naast het doelpunten maken vooral gericht op het in het bezit houden van de bal, het pingelen, het spelen van de bal naar een medespeler en schieten op doel.
In de trainingen ligt het accent op het leren omgaan met de bal in basisvormen, waarbij er veel met kleine aantallen wordt geoefend (bijv. 2 tegen 1, 3 tegen 2, 1 tegen 1, 5 tegen 2 en allerlei variaties daarvan). Het partijspel dat zich het meest leent om het voetballen te ontwikkelen is 4 tegen 4, wat als de kleinste vorm van de echte wedstrijd kan worden gezien.
In verschillende variaties van het 4 tegen 4 kunnen verschillende accenten worden gelegd, waarin de handelingen van spelers met de bal benadrukt worden (zoals dribbelen-passeren, passen en schieten).

Samen doen

Maar uiteraard leren kinderen ook om te verdedigen, want als je de bal niet hebt, probeer je die zo snel mogelijk weer terug te krijgen. En - zeker bij E-pupillen - leren ze dat ook steeds meer samen te doen. Ook komen voorkeuren voor posities meer tot uiting, de één vindt het prettiger om meer verdediger te zijn, de ander is meer een aanvallend type.


D-pupillen en C-junioren

Vanaf de D-pupillen wordt 11 tegen 11 gespeeld. Kinderen beheersen hun eigen bewegingen en willen samen met hun teamgenoten wedijveren met anderen. Ze ontwikkelen inzicht in het spel van 11 tegen 11, leren omgaan met een groot speelveld, spelregels en het spelen in een opstelling. Dit betekent voor de training dat er meer aandacht komt voor de veldbezetting, spelen met linies en de verschillende taken die er per linie en per positie zijn.


Accenten

Zeker bij de D-pupillen kan het voetballen nog vaak geoefend worden met kleine aantallen, waarbij accenten kunnen worden gelegd op het aanvallen of het verdedigen.


Als de spelers ouder en vaardiger zijn, zal daarnaast gekozen kunnen worden voor meer complexe vormen.

Het partijspel 4 tegen 4 blijft een goed leermiddel, maar in 7 tegen 7 of 8 tegen 8 kan meer aandacht worden besteed aan de samenwerking tussen de linies.


B- en A-junioren


In de derde fase wordt toegewerkt naar het spelen van wedstrijden als doel. De afgelopen en de eerstkomende wedstrijd worden belangrijker als uitgangspunt van de training. Spelers moeten leren het rendement van hun taakuitvoering te verbeteren, sneller te handelen en zich te specialiseren in de teamtaken waarin ze het best zijn. Daar hoort ook bij het ondergeschikt maken aan het teambelang en het leren omgaan met spanning en de druk van de wedstrijd.
Periodiseren

De trainingen zullen nog meer wedstrijdgericht zijn, waarbij het team en de spelers individueel zich stap-voor-stap ontwikkelen in het verbeteren van het aanvallen, verdedigen en omschakelen. Door middel van het periodiseren van de voetbaltraining wordt enerzijds gewerkt aan het beter aanvallen, verdedigen en omschakelen en anderzijds aan het verbeteren van de voetbalconditie van de spelers via het spelen van voetbalvormen .

In een model kunnen die opleidings- en coachingsdoelstellingen per leeftijdscategorie als volgt weergegeven worden:




  1. De opleiding naar leeftijdsgroepen uitgewerkt



F-pupillen
Opleidings- en coachingsdoelstelling: leren balvaardigheden


F-pupillen moeten leren de bal te beheersen en dat is niet eenvoudig. Tijdens het voetballen mag de bal immers met alle lichaamsdelen aangeraakt/gecontroleerd/ verplaatst worden, behalve met de handen. En dat is jammer, want met de handen is het toch iets gemakkelijker. Als er dan ook nog tegenspelers zijn die proberen de bal af te pakken, er ook nog medespelers zijn die in de weg lopen en het allemaal binnen de lijnen van het speelveld moet plaatsvinden, wordt dat extra moeilijk. Dus: voordat er ook maar iets anders van kinderen in voetballen wordt gevraagd moet er een zekere mate van balbeheersing zijn.

De volgende stap is dat zij het steeds beter leren beheersen van de bal leren koppelen aan de bedoeling van het spel, en dan met name binnen het aanvallen. Dus: dribbelen en drijven om tot scoren te komen, dribbelen om de bal even vast te houden, drijven om snel terreinwinst te boeken, breed passen om de bal daarna diep te kunnen spelen, diep passen om dichter bij doel tegenpartij te komen, aannemen om snel door te kunnen passen, opendraaien om naar voren of andere kant te kunnen passen/dribbelen, enz.

Met andere woorden: handelingen moeten een doel hebben. Veelal zijn het nog individuele handelingen, maar toch zie je ook al vormen van samenspelen en met elkaar meedenken.


  • Structuur van de training:



1

10 minuten

Voetballen of ‘ik en de bal’

2

10 minuten

Voetbalvorm (oefenen)

3

15 minuten

Partijvorm (toepassen)

4

10 minuten

Voetbalvorm (oefenen)

5

15 minuten

Partijvorm (toepassen)

6




Samen opruimen




  • Structuur van de wedstrijd:




1




Omkleden

2

5 minuten

Wedstrijdbespreking

(“Wat gaan we vandaag proberen heel goed te doen?”)



3

15 minuten

Warming-up

Partijtje met af en toe korte onderbreking voor ‘bespreking’ en/of andere teamindeling.



4

20 minuten

Eerste helft

Begeleiden, m.n. op accent vanuit wedstrijdbespreking.



5

10 minuten

Rust

Drinken, terug kijken en (laten) benoemen van accent voor de tweede helft.



6

20 minuten

Tweede helft

Begeleiden, m.n. op accent vanuit bespreking tijdens rust



7




Penalty’s schieten

8




Douchen




  • Voetbalaanbod:
    - 1 training per week
    - competitiewedstrijden (najaars- en voorjaarsreeks)
    - bekerwedstrijden
    - 4 tegen 4-toernooien in de verschillende vakanties
    - een of meer toernooien aan het eind van het seizoen.



E-pupillen
O

pleidings- en coachingsdoelstelling: leren samen doelgericht te spelen.


In de eindfase van de F-pupillen en bij de E-pupillen zie je dat ze, omdat er sprake is van een zekere mate van doelgerichte balbeheersing, steeds beter in staat zijn samen te spelen. Ze beginnen te begrijpen dat het vaak handiger is om samen de spelbedoeling te realiseren dan alleen. Dit moet steeds verder ontwikkeld worden, naast dat het leren beheersen van de bal ook nog steeds verder ontwikkeld moet worden,.

Samen steeds beter leren allerlei eenvoudige voetbalsituaties binnen aanvallen en verdedigen op te lossen.


  • Structuur van de training:



1

10 minuten

Voetballen of ‘ik en de bal’

2

15 minuten

Voetbalvorm (oefenen)

3

15 minuten

Partijvorm (toepassen)

4

15 minuten

Voetbalvorm (oefenen)

5

15 minuten

Partijvorm (toepassen)

6




Samen opruimen




  • Structuur van de wedstrijd:




1




Omkleden

2

10 minuten

Wedstrijdbespreking

(“Wat hebben getraind en hoe gaan we dat tijdens wedstrijd proberen te doen?”)



3

15 minuten

Warming-up

Partijtje met af en toe korte onderbreking voor ‘bespreking’ en/of andere teamindeling.



4

25 minuten

Eerste helft

Begeleiden, m.n. op accent vanuit wedstrijdbespreking.



5

10 minuten

Rust

Drinken, terug kijken en (laten) benoemen van accent voor de tweede helft.



6

25 minuten

Tweede helft

Begeleiden, m.n. op accent vanuit bespreking tijdens rust



7




Penalty’s schieten

8




Korte nabespreking in de kleedkamer

9




Douchen




  • Voetbalaanbod:
    - 2 trainingen per week
    - competitiewedstrijden (najaars- en voorjaarsreeks of volledige competitie)
    - bekerwedstrijden
    - 4 tegen 4-toernooien in de verschillende vakanties
    - een of meer toernooien aan het eind van het seizoen.



D-pupillen

Opleidings- en coachingsdoelstelling: leren spelen vanuit een basistaak.






D-pupillen spelen 11 tegen 11. Een grote verandering voor 1e jaars D-pupillen. Een groter veld en meer spelers vraagt om een bepaalde herkenbare teamorganisatie (verdeling van spelers op het veld), een speelwijze (stijl van voetballen) en een verdeling van taken binnen die organisatie. Spelers moeten leren in die organisatie te spelen en binnen die organisatie vanuit hun basistaak (binnen aanvallen en verdedigen) leren voetballen om samen tot winst te komen.

In de praktijk betekent dit dat spelers zich verder moeten ontwikkelen via meer complexe, in de zin van aantallen mede- en tegenspelers, trainingssituaties waarin vanuit een basistaak gespeeld wordt om tot resultaat te komen.

Daarbinnen blijft het verder ontwikkelen van het beheersen van de bal ook altijd een doelstelling. Dat is dan gerelateerd aan de voetbalsituatie en de daarbij gevraagde handelingen.




  • Structuur van de training:



1

10 minuten

Voetballen of ‘ik en de bal’

2

15 minuten

Voetbalvorm aanvallen (oefenen)

3

15 minuten

Voetbalvorm verdedigen (oefenen)

4

20 minuten

Partijvorm (toepassen)

5




Samen opruimen




  • Structuur van de wedstrijd:




1




Omkleden

2

10 minuten

Wedstrijdbespreking

Wat hebben getraind en hoe gaan we dat tijdens wedstrijd proberen te doen?”)



3

15 minuten

Warming-up

Loopvormen gevolgd door een voetbalvorm waarin gecoacht wordt op de doelstelling.



4

30 minuten

Eerste helft

Begeleiden, m.n. gericht op de doelstelling.



5

15 minuten

Rust

Drinken, terug kijken en (laten) benoemen van accent voor de tweede helft.



6

30 minuten

Tweede helft

Begeleiden, m.n. op accent vanuit bespreking tijdens rust



7




Korte nabespreking in de kleedkamer

8




Douchen




  • Voetbalaanbod:

    - 2 trainingen per week
    - competitiewedstrijden (najaars- en voorjaarsreeks of volledige competitie)
    - bekerwedstrijden
    - 4 tegen 4-toernooien in de verschillende vakanties
    - een of meer toernooien aan het eind van het seizoen



C-junioren

Opleidings- en coachingsdoelstelling: leren afstemmen van basistaken binnen het team.




Nadat spelers in de D-pupillen hebben leren voetballen vanuit hun basistaak, is het nu zaak al die basistaken op elkaar af te stemmen. Spelers moeten dus leren samen te werken, het spel op elkaar af te stemmen, elkaars kwaliteiten kennen en dat zowel binnen aanvallen, verdedigen en omschakelen. Dit zowel in de eigen linie (verdedigers, middenvelders en aanvallers) alsook ten opzichte van andere linies.

Bovenstaande krijgt ook binnen het omschakelen betekenis voor deze leeftijdscategorie.



  • Structuur van de training:



0




Warming-up

1

15 minuten

Oriëntatiefase

2

20 minuten

Voetbalvorm

3

20 minuten

Voetbalvorm

4

20 minuten

Partijvorm (toepassen)

5




Cooling-down/Samen opruimen




  • Structuur van de wedstrijd:




1




Omkleden

2

10 minuten

Wedstrijdbespreking

(“Wat hebben getraind en hoe gaan we dat tijdens wedstrijd proberen te doen?”)



3

20 minuten

Warming-up

Loopvormen gevolgd door een voetbalvorm waarin gecoacht wordt op de doelstelling.



4

35 minuten

Eerste helft

Begeleiden, m.n. gericht op de doelstelling.



5

15 minuten

Rust

Drinken, terug kijken en (laten) benoemen van accent voor de tweede helft.



6

35 minuten

Tweede helft

Begeleiden, m.n. op accent vanuit bespreking tijdens rust



7




Korte nabespreking in de kleedkamer

8




Douchen



  • Voetbalaanbod:
    - 2 trainingen per week
    - competitiewedstrijden (volledige competitie)
    - bekerwedstrijden
    - een of meer toernooien aan het eind van het seizoen



B-junioren:
Opleidings- en coachingsdoelstelling: leren spelen als een team.



Als B-junior moeten spelers leren als team een prestatie te leveren. Concreet betekent dit dat het rendement van handelen hoger moet.

Tijdens trainingen en wedstrijden worden de handelingen van de individuele spelers, maar zeker ook van het totale team meer en meer beoordeeld op rendement.


  • Structuur van de training:



0




Warming-up

1

15 minuten

Oriëntatiefase

2

20 minuten

Oefen-/leerfase

3

20 minuten

Partijvorm (toepassen)

4




Cooling-down/Samen opruimen




  • Structuur van de wedstrijd:




1




Omkleden

2

15 minuten

Wedstrijdbespreking

(“Wat hebben getraind en hoe gaan we dat tijdens wedstrijd proberen te doen?”)



3

25 minuten

Warming-up

Loopvormen gevolgd door een voetbalvorm waarin gecoacht wordt op de doelstelling.



4

40 minuten

Eerste helft

Begeleiden, m.n. gericht op de doelstelling.



5

40 minuten

Rust

Drinken, terug kijken en (laten) benoemen van accent voor de tweede helft.



6

40 minuten

Tweede helft

Begeleiden, m.n. op accent vanuit bespreking tijdens rust



7




Korte nabespreking in de kleedkamer

8




Douchen




  • Voetbalaanbod:

    - 2 trainingen per week
    - competitiewedstrijden (volledige competitie)
    - bekerwedstrijden
    - een of meer toernooien aan het eind van het seizoen


A-junioren
Opleidings- en coachingsdoelstelling: leren presteren als team in de competitie

A-junioren moeten leren wedstrijden te winnen en proberen zo hoog mogelijk te eindigen in de competitie. Dat betekent dat samen met spelers voor een bepaalde teamorganisatie gekozen moet worden, de analyse van wedstrijden en komende tegenstanders een rol gaan spelen om goed voorbereid aan de volgende wedstrijd te kunnen beginnen.




  • Structuur van de training:



0




Warming-up

1

15 minuten

Oriëntatiefase

2

30 minuten

Oefen-/Leerfase

3

30 minuten

Partijvorm (toepassen)

4




Cooling-down/Samen opruimen




  • Structuur van de wedstrijd:




1




Omkleden

2

15 minuten

Wedstrijdbespreking

(“Wat hebben getraind en hoe gaan we dat tijdens wedstrijd proberen te doen?”)



3

25 minuten

Warming-up

Loopvormen gevolgd door een voetbalvorm waarin gecoacht wordt op de doelstelling.



4

45 minuten

Eerste helft

Begeleiden, m.n. gericht op de doelstelling.



5

15 minuten

Rust

Drinken, terug kijken en (laten) benoemen van accent voor de tweede helft.



6

45 minuten

Tweede helft

Begeleiden, m.n. op accent vanuit bespreking tijdens rust



7




Korte nabespreking in de kleedkamer

8




Douchen




  • Voetbalaanbod:

    - 2 trainingen per week
    - competitiewedstrijden (volledige competitie)
    - bekerwedstrijden
    - een of meer toernooien aan het eind van het seizoen






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina