Bijlage 1, behorende bij Schriftelijke antwoorden begrotingsbehandeling van Verkeer en Waterstaat



Dovnload 131.1 Kb.
Pagina1/3
Datum18.08.2016
Grootte131.1 Kb.
  1   2   3
Bijlage 1, behorende bij Schriftelijke antwoorden begrotingsbehandeling van Verkeer en Waterstaat (DAB/2008/2278)

Cramer ChristenUnie


Ik heb samen met de heer Van der Staaij een amendement ingediend dat geld vraagt voor het project van de sector dat beoogt het kleine schip in stand te houden zodat al die Binnenhavens ook in de haarvaten kunnen worden blijven bediend. Een aantal voorstellen betreft aanpassing van wetten en regels. Is de staatssecretaris bereid dit het komend jaar uit te werken?
Ik heb met de opstellers van het rapport over het kleine schip afgesproken om zeer binnenkort met elkaar af te spreken wie wat gaat oppakken.

Cramer ChristenUnie


Op de grootste knelpunten zijn ook volgens de ChristenUnie extra rijstroken nodig. CE Delft heeft aangetoond dat we daarbij echter niet de illusie moeten hebben dat dit ook effectief is in de strijd tegen klimaatverandering want het trekt ook meer verkeer aan. Graag reactie op deze belangrijke conclusie
CE heeft op verzoek van Koninklijk Nederlands Vervoer onderzocht welke infrastructurele maatregelen kunnen leiden tot CO2-reducties in de verkeerssector. Uit de analyse blijkt dat er verschillende mogelijkheden zijn om door investeren in infrastructuur CO2-emissies te reduceren. CE heeft ook gekeken naar de effecten van een verbeterde doorstroming door het aanbieden van meer infrastructuurcapaciteit. Conclusie is dat een betere doorstroming, naast een positieve invloed op de bereikbaarheid en een mogelijk positief effect op de lokale luchtkwaliteit, zorgt voor lagere CO2-emissies per ton- en reizigerskilometer. Op de langere termijn kan dit positieve effect echter weer tenietgedaan worden door een toename van het totale verkeersvolume. Een uitzondering hierop is bijvoorbeeld het bestemmen van bestaande rijstroken tot doelgroepstroken. Het mogelijke effect van latente vraag is ons bekend en was bijvoorbeeld ook al aan de orde bij de besluitvorming over de spoedwet wegverbreding onder Minister De Boer. Het door CE genoemde effect is daarom de afgelopen jaren ook steeds al meegenomen in de relevante besluitvorming en plannen, zoals de Nota Mobiliteit.

Cramer ChristenUnie


Ik vraag de minister om voor woensdag en anders voor het MIRT inzicht te geven in de verhouding tussen de in de markt gezette opdrachten en de planning en welke acties de minister neemt om de vertragingen en achterstanden weg te werken.
U heeft mij eerder gevraagd inzicht te geven in de achterstand in het onderhoud op het spoor via een overzicht van geplande en gerealiseerde budgetten. In mijn brief van 29 september 2008 heb ik u dit overzicht gegeven. De brief geeft een overzicht van zowel de gereserveerde budgetten en de gerealiseerde budgetten als een meerjarenoverzicht van de gerealiseerde onderhoudsbudgetten. In het overzicht was de prognose voor 2008 meegenomen op basis van de informatie na twee kwartalen. Kernpunten uit die brief waren:

  • Het verschil tussen beschikbaar budget en realisatie voor klein en groot onderhoud en vervanging wordt voor eind 2008 geprognosticeerd op € 109 mln.;

  • Het verschil wordt deels ook veroorzaakt door financiële meevallers en tegenvallers op de projecten;

  • De achterstand is cumulatief en de resultante van achterstanden in afgelopen jaren;

  • De budgetten blijven beschikbaar voor de geplande werkzaamheden en lopen over naar het volgend jaar;

  • De projecten worden gerealiseerd binnen de kritische planningsgrenzen, waarmee wordt voldaan aan de eisen van beschikbaarheid en veiligheid.

Ik wil in navolging van genoemde brief nogmaals herhalen dat afgelopen jaren forse slagen zijn gemaakt in het wegwerken van de achterstanden bij het spooronderhoud. In de vorm van het Herstelplan Spoor zijn hiervoor extra middelen vrijgemaakt. Uit de MidTerm Review is gebleken dat het herstel van het spoor op schema ligt. Ook uit het rapport van McKinsey blijkt dat het goed gaat met het onderhoud op het spoor en dat ProRail, Europees gezien, tot de beter presterende beheerders hoort. Die prestaties worden bovendien geleverd bij een toenemend gebruik van het spoor. Dat neemt niet weg dat de extra onderhoudsopgave wel volgens planning moet worden uitgevoerd. Ik maak mij dan ook zorgen over de ten opzichte van de planning opgelopen achterstanden. Deze betreffen niet alleen het onderhoud maar ook de binnen het budget voor beheer en onderhoud opgenomen programma’s zoals het programma capaciteitsknelpunten. Ik heb ProRail hierop aangesproken.


In 2007 is ProRail een verbeterprogramma gestart. Via de kwartaalrapportages word ik geïnformeerd over de resultaten daarvan. Voor dat verbeterprogramma heeft ProRail een analyse gemaakt per categorie werkzaamheden van de achterliggende oorzaken en vervolgens per categorie maatregelen benoemd. Die verbetermaatregelen betreffen onder anderen:

  • Een betere afstemming tussen productieplanning en cashflowplanning;

  • Verbetering van de informatievoorziening en onderliggende informatiesystemen;

  • Een strakkere sturing van de programma’s;

  • Het oplossen van personele knelpunten (capaciteit).

Ook in uw rapport Slimmer, Sneller en Zuiniger op het spoor vraagt u naar de onderbesteding en dan in het bijzonder op de budgetten voor bovenbouwvernieuwing en het programma kleine infrastructuur. Ik heb toegezegd u nog dit jaar een reactie te geven op dit rapport. Ik zal dan ingaan op de door u in het rapport specifiek gestelde vragen. Tenslotte geef ik u nog een totaaloverzicht van de verschillen tussen budget en realisatie (stand eind 2008). Dit overzicht is gebaseerd op de prognose na drie kwartalen. Wederom geldt dat de achterstand cumulatief is. Die achterstand is geleidelijk opgelopen in de periode 2005-2007. Vanaf 2008 is echter sprake van een dalende trend. Bij dit overzicht de kanttekening dat het gaat om achterstand in de uitgaven. Dat kan dus ook betekenen dat het project wel in de markt is gezet maar door vertraging tot minder uitgaven leidt. Verder bevinden veel projecten die onderdeel zijn van het programma capaciteitsknelpunten zich nog in de planstudiefase en leiden daarom nog niet tot grote uitgaven. Ten opzichte van mijn brief van 29 september zijn de bedragen geactualiseerd en is de achterstand op het budget voor kleine infrastructuur separaat inzichtelijk gemaakt. Verder zijn in dit overzicht, zoals gemeld, naast het reguliere onderhoud dus ook de programma’s meegenomen. De bedragen zijn in € mln. en exclusief BTW.


Klein en groot onderhoud 24

Onderhoud transfer 6

Subtotaal 30
Bovenbouwvernieuwing 20

Overige vervangingen 28

Kleine infrastructuur 38

Subtotaal 86


Capaciteitsknelpunten 48

Overige programma`s (saldo) 41

Subtotaal 89
Totaal 205

Cramer ChristenUnie


Voor de projecten die boven de grens van 112,5 mln. vallen is ook uitgegaan van 50% cofinanciering. Ik zie hier een spanningsveld, met name bij de stadsregio’s omdat deze naast de BDU geen andere eigen middelen hebben. Bij grote rijkswegen is nauwelijks sprake van cofinanciering. Is hiermee niet het risico dat het Rijk verkeersproblemen afschuift op de regio? Het is goed dat het kabinet over al dit soort vragen in gesprek gaat met de regio’s en met een plan van aanpak komt.
Voor regionale/lokale projecten boven de BDU-grens (€ 112,5 resp. € 225 miljoen) is geen sprake van 50% cofinanciering. Het Rijk betaalt het verschil tussen de meest kosteneffectieve oplossing en de BDU-grens; de provincie dan wel de stadsregio betaalt het bedrag tot aan de BDU-grens. Provincies en gemeenten hebben daarvoor middelen uit eigen inkomsten, BDU of provincie- of gemeentefonds; dus van afschuiven is geen sprake. Stadsregio’s zullen daarvoor een beroep moeten doen op de in liggende gemeenten en/of de provincie. Voor het actieprogramma regionaal OV is wel sprake van cofinanciering. Bij rijkswegen wordt uitgegaan van in principe Rijksfinanciering, maar ook hier zijn veel voorbeelden van cofinanciering. Over al deze onderwerpen wordt gesproken in het kader van de gebiedsagenda’s die uiteindelijk uitmonden in concrete afspraken in het MIRT. De bestuurlijke overleggen zijn daar een essentieel onderdeel in.

Cramer ChristenUnie


Nav brief CO2 doelen verkeerssector verzoek aan minister duidelijkheid te geven wat de bijdrage is van de verkeers- en vervoersector aan het realiseren van de schoon en zuinig doelen
In het Programma Schoon en Zuinig is voor de sector verkeer afgesproken dat in 2020 de CO2-uitstoot is teruggebracht tot maximaal 30 – 34 Megaton/jaar. Afgezet tegen een verwachte trendgroei tot 47 Mton in 2020, zou dit een reductie betekenen van 13 tot 17 Mton. Om dat doel te halen is een omvangrijk maatregelenpakket afgesproken, dat de komende jaren wordt uitgevoerd. In 2010 zal voor het hele programma Schoon en Zuinig een herijking plaatsvinden. Dan zal ook besloten worden over eventueel benodigde extra maatregelen, in geval mocht blijken dat de voortgang onvoldoende is om de doelen van 2020 te halen.

Cramer ChristenUnie


Nav Progamma Hoogfrequent Spoor vraag aan minister of de planstudies niet sneller opgeleverd kunnen worden.
Ik ben hard aan de slag met de planstudies voor het programma PHS. Al het voorwerk is begin dit jaar reeds gestart toen het nog kandidaat-planstudies waren. Nu er met de begroting 2009 duidelijkheid is over het budget konden we zijn we direct door met de planstudies. Het Kabinet zet alles op alles om vóór de zomer 2010 projectbesluiten te kunnen nemen. Gelet op de omvang van dit pakket is 1,5 jaar erg ambitieus, inclusief de besluitvorming daarover. De planning sluit aan op de afspraken die we in het AO van 2 oktober over de spoorambities hebben gemaakt. Ik zie dan ook – zonder de zorgvuldigheid geweld aan te doen – geen mogelijkheden tot versnelling van de planstudies.

De Krom VVD


De Minister heeft afgelopen zaterdag uitgesproken dat het adagium van 2*3 en 2*4 uit de Mobiliteitsaanpak nu al ingaat. Wat houdt dat concreet in?
Ik heb aangegeven dat 2x4 binnen de Randstad en 2x3 daarbuiten voor mij de referentie is. Daar wil ik naartoe om een robuust wegennet te realiseren. Uiteraard met open oog voor het werkelijke verkeersaanbod. Verbredingen zijn natuurlijk alleen daar nodig waar er een knelpunt is, of waar het voor de robuustheid van het netwerk noodzakelijk is. In de mobiliteitsaanpak is deze ambitie opgenomen. Ook in het lopende programma vóór 2020 werk ik al aan deze ambitie. Zo zullen bijvoorbeeld A2 Holendrecht – Oudenrijn, A6/A9, A50 Ewijk – Valburg en A15 Maasvlakte - Vaanplein al in 2020 robuust zijn.

Koopmans CDA


Hoe kijkt de minister aan tegen PPS inzetten, bijvoorbeeld door pensioenfondsen aan te spreken op hun publieke verantwoordelijkheid en uitvoering te geven aan de adviezen van cie. Ruding. De initiatieven van PPS leiden tot op heden nog niet voldoende tot het inzetten van middelen uit de private sector voor het realiseren van maatschappelijke investeringen. Welke projecten wil de minister hiervoor inzetten?Kan de minister met de regio`s bezien of voorfinanciering mogelijk is voor in ieder geval Westfrisiaweg (N23), A1, A67 en Rijnlandroute.
In de kabinetsreactie heeft het kabinet aangegeven de aanbeveling van de cie. Ruding over te nemen om samen met de institutionele beleggers de mogelijkheden van een DBFM-fonds nader te onderzoeken. Dit onderzoek is onlangs gestart. Daarnaast is de aanbeveling overgenomen om voor alle projecten boven de € 60 mln. de meerwaarde van PPS te onderzoeken. Voor alle projecten waarbij sprake is van meerwaarde zal in principe ook voor PPS gekozen worden. Op dit moment loopt voor een aantal projecten de meerwaardetoets. Over de resultaten hoop ik u in de loop van het begrotingsjaar te informeren. Op korte termijn zullen twee PPS-en, te weten Maasvlakte-Vaanplein en Utrecht-Veenendaal, worden aanbesteed. De belangrijkste onzekerheid is daarbij het effect van de kredietcrisis op de bereidheid van banken en institutionele beleggers om middelen ter beschikking te stellen. Tegenover voorfinanciering van projecten sta ik in principe welwillend. Er zal ook in dat geval echter wel eerst volgens de normale spelregels vastgesteld moeten zijn dat er een probleem is. En ook zal daarvoor de uiteindelijke dekking geregeld moeten zijn.

Koopmans CDA


De toewijzing van €500 miljoen aan regionale OV-projecten uit de Mobiliteitsaanpak is zo’n bijzondere procedure, gaan we nu een dure tramtunnel in Den Haag aanleggen terwijl in Limburg minder bussen gaan rijden door de bezuiniging op de BDU?
In het coalitieakkoord is een mindere groei van de BDU afgesproken; van 2,1% groei naar 1,1% groei. Door de mobiliteitsaanpak kan er toch meer dan 1,1% groei worden geïnvesteerd. Voor het openbaar vervoer is daarvoor het Actieprogramma regionaal OV van belang én de Quick scan regionaal spoor. Samen met de decentrale overheden is aan beide plannen gewerkt. Met het Actieprogramma wordt 1,07 miljard euro geïnvesteerd. VenW draagt hieraan 500 miljoen euro bij, de decentrale overheden de rest. In de Quick scan regionaal spoor investeert VenW 90 miljoen. Hiermee wordt de mindere groei van de BDU meer dan goedgemaakt. In Den Haag draagt het rijk voor 46,6 miljoen bij aan het kruisingsvrij maken van tramlijn 9. In Limburg ben ik voornemens om 30 miljoen euro bij te dragen aan meer en beter OV in en om Maastricht en ‘Parkstad’. Over de totale bijdragen aan Limburg vindt nog overleg plaats. Dit moet uiterlijk vóór het BO MIRT van komend voorjaar zijn beslag hebben gehad.
Koopmans CDA
Het gaat hierbij om €500 miljoen die in de Mobiliteitsaanpak wordt uitgetrokken voor regionaal OV, de regio`s betalen een zelfde bedrag mee. Vraag is wel op basis waarvan deze projecten zijn geselecteerd, of de normale procedures zijn gevolgd, gezien het rumoer in Den Haag over het inzetten van dit complete budget voor één project (ondertunneling tramlijn 9).
Het Actieprogramma regionaal OV omvat tal van projecten in met name de stedelijke gebieden in het hele land. Voor Haaglanden wordt 92 miljoen uitgetrokken. Dat wordt besteed aan vijf projecten en dus niet alleen de tramtunnel. Het actieprogramma is samengesteld door de decentrale overheden. Zij hebben voorselecties met projecten aangereikt. Binnen deze lijsten is de volgende selectie uitgevoerd, alles in overleg met de decentrale overheden.

  1. Eerst heeft een selectie plaatsgevonden van de projecten die binnen de doelstellingen van het actieprogramma vielen, zoals

  • bijdragen aan opheffen capaciteitsknelpunten, sneller en frequenter OV en nieuwe verbindingen voor bus, boot, tram en metro;·

  • te starten vóór 2013 en gereed vóór 2020;·

  • het project ligt al bij de regio te wachten op uitvoering;het plan is bestuurlijk afgedekt.

2. Daarna is gekeken naar de kosteneffectiviteit van de projecten, waarbij gekeken werd naar de kosten van de maatregelen afgezet tegen de opbrengsten in geld en reistijdwinst. De uitkomsten van deze laatste stap zijn aan het CPB voorgelegd. Het CPB reageerde positief.

Koopmans CDA


De commissie Noordzij heeft goede adviezen gedaan voor de verlichting van de administratieve lastendruk. Zijn er vorderingen te melden?
Het Kabinet werkt momenteel aan een kabinetsreactie met daarbij een gedetailleerd actieplan voor de 15 knelpunten. Bij de voorbereiding daarvan heeft het Kabinet het bedrijfsleven intensief geconsulteerd, zowel in oplossingsgerichte werksessies per knelpunt, als op overkoepelend niveau in het Overlegorgaan Goederenvervoer. Daarbij is geen sprake van een nieuw gecreëerde functie. Momenteel voert mijn departement, samen met andere betrokken departementen, intensief en constructief overleg met brancheorganisaties, werkgevers en werknemers om het actieplan te detailleren en te voltooien. Eind september heb ik u bij brief (Kamerstuk 29515 nr. 266) laten weten er naar te streven de Kabinetsreactie nog dit jaar af te ronden. Alle partijen achten het evenwel noodzakelijk dat we nog een aantal weken extra uittrekken voor een concreet en breed gedragen actieplan. Derhalve verwacht ik nu de Kabinetsreactie en het actieplan begin volgend jaar aan uw Kamer te kunnen zenden. Alle betrokken partijen zijn content met het gekozen werkproces. Het tweede deel van de Kabinetsreactie met een actieplan voor de overige 25 knelpunten uit het rapport Noordzij zal ik daarom via een vergelijkbaar proces voorbereiden en voor de zomer van 2009 aan uw Kamer doen toekomen.

Koopmans CDA


Twijfels over €10 miljoen die gereserveerd is voor het vliegveld van Bonaire, waarom kan dat daar zo snel terwijl Groningen Airport zo lang duurt
De reservering heeft betrekking op een renovatie van de start- en landingsbaan van de luchthaven van Bonaire, welke hoge prioriteit verdient in verband met de veiligheid. De noodzakelijke renovatie is één van de uitkomsten van het onafhankelijk onderzoek dat is uitgevoerd naar de huidige stand van zaken betreffende de luchtvaart op de BES-eilanden. Gelet op het insulaire karakter van Bonaire, is de economische ontwikkeling van Bonaire volledig afhankelijk van de luchthaven. Een vergelijking met de luchthaven Eelde gaat mank. Het Rijk heeft al in 2003 voor Eelde bijgedragen in de bekostiging van de verlenging van de baan. De kwestie daar nu is dat de Raad van State in juni dit jaar heeft geoordeeld dat er ten onrechte vanuit is gegaan dat deze bijdrage niet bij de Europese Commissie had moeten worden aangemeld als steunverlening. Om die reden heeft de Raad het besluit tot baanverlenging vernietigd.
Koopmans CDA
De laatste jaren zijn er allerlei nieuwe lijnen en kleuren op de weg verschenen, ik heb begrepen dat dit de Essentiële Herkenbaarheid Kenmerken heet. Nu lijkt het mij essentieel dat de automobilist deze ook begrijpt, wil de minister ervoor zorgen één van de voorlichtingscampagnes volgend jaar uit zal leggen wat er met al die kleuren bedoeld wordt? En kan de minister ervoor zorgen dat die nieuwe lijnen ook overal hetzelfde worden toegepast (door eventueel op te treden tegen al te creatieve wegbeheerders)?
In samenwerking met de provincies en de ANWB start V&W eind januari 2009 landelijke voorlichting, om de burger te informeren over de zgn. Essentiele Herkenbaarheidskenmerken (EHK). In het februarinummer van de ANWB-Kampioen (verschijningsdatum 21 januari 2009) wordt een folder ingesloten, waarin de betekenis van de nieuwe belijning op niet-autosnelwegen buiten de bebouwde kom wordt uitgelegd. In dezelfde editie van de Kampioen wordt ook een redactioneel artikel aan de EHK gewijd. Op deze wijze worden ruim 3,5 miljoen huishoudens bereikt. De folder komt ook beschikbaar in de ANWB-winkels. Voorts komt er een website www.strepenopdeweg.nl en een artikel voor huis-aan-huisbladen. Aanvullend op deze landelijke voorlichtingsinzet zullen de provincies over de EHK gaan communiceren. Daarbij wordt aandacht besteed aan specifieke regionale situaties. Enkele provincies plaatsen ook attentieborden langs door hen beheerde wegen, waarop de nieuwe belijning is aangebracht. Met de wegbeheerders zijn afspraken gemaakt over het aanbrengen van EHK. Het CROW heeft een richtlijn opgesteld om te waarborgen dat de EHK overal op dezelfde manier worden aangebracht. Maar ik heb de decentrale wegbeheerders eind 2006 wel gevraagd strikt de hand te houden aan deze richtlijn, omdat het voor de herkenbaarheid van de belijning essentieel is dat de uitvoering zoveel mogelijk eenduidig is. Het gaat tenslotte om de duidelijkheid voor de weggebruiker. Ook in het recente traject om te komen tot afspraken over landelijke communicatie is dit expliciet aan de orde geweest.

Koopmans CDA


De natuurregelgeving zorgt voor steeds grotere problemen. Klopt het dat de nieuwe geplande overnachtingshaven voor binnenvaartschepen bij Lobith niet door kan gaan omdat daar een groep ganzen is neergestreken? Weet de minister zo vlak voor de kerst geen creatieve oplossing voor deze ganzen?
De overnachtingshaven bij Lobith is gepland in een gebied dat deel uitmaakt van een Natura 2000-gebied en de Ecologische Hoofdstructuur. Dit betekent dat er uitgebreid onderzoek moet worden verricht naar natuurwaarden en daardoor is de MER hier bijzonder complex. Ik verwacht dat de MER in het voorjaar 2009 is afgerond en streef naar realisatie van de haven in 2014. (ik wens de heer Koopmans overigens een smakelijk kerstmaal toe).

Koopmans CDA


Kunt u bij voorjaarsnota inzicht geven in de benodigde investeringen om de vliegvelden Maastricht, Twente en Groningen een bijdrage te laten leveren aan de uitplaatsing van 70.000 vluchten uit Schiphol in 2010? En kunt u in de volgende begroting aangeven hoe deze gerealiseerd gaan worden
Ja, er zijn recentelijk afspraken gemaakt met de regio Eindhoven, die ook een impuls voor de bereikbaarheid van Eindhoven Airport kunnen betekenen. In de uitwerking van de in februari 2009 uit te brengen Luchtvaartnota en de eind 2009 gereed komende structuurvisie voor de lange termijn ontwikkeling van Schiphol zullen de verdere consequenties van regionale luchthavenontwikkeling worden geconcretiseerd. Daarbij worden dan ook de eventuele budgettaire gevolgen in kaart gebracht.
Koopmans CDA
Kan de minister naar aanleiding van de A73-tunnels aangeven of de tunnels ook met minder dan 54 veiligheidssystemen kunnen?
In de door mij aangekondigde second opinion wordt deze vraag meegenomen. Ik verwacht u hierover op korte termijn te kunnen berichten.

Koopmans CDA


Onderuitputting bij ProRail is nog aanwezig Hoe gaat de minister dat oppakken en verbeteren?
Zie antwoord op de vraag van de heer Cramer over dit onderwerp

Koopmans CDA


Wij zijn benieuwd hoe trajectcontroles aan de congestie bijdragen. Kan de minister daarop reageren?
Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) raamt in de Mobiliteitsbalans 2008 het reistijdverlies op de wegen met trajectcontroles en aansluitende wegen op 6% in 2007 ten opzichte van 2000.Trajectcontrole draagt bij aan de congestie door gewijzigd rijgedrag dat daarvan een gevolg is. In de eindrapportage van de 80 km zones, die ik op 23 juni jl. naar de Kamer gestuurd heb, is daar nader op ingegaan. Het blijkt dat een combinatie van 80 km zones met weefvakken die complex en filegevoelig zijn en trajectcontrole minder goed werkt. De afgedwongen uniforme maximumsnelheid van 80 km/u leidt ertoe dat weggebruikers meer rechts houden en moeite hebben met het wisselen van rijstrook. Hierdoor verslechtert de doorstroming van het verkeer sterk.

Koopmans CDA


Heeft de minister de aanbevelingen uit de initiatiefnota Koopmans/De Jager ``natuurbeleid, een onnodig groeiend ongenoegen`` al uitgewerkt?
Ten aanzien van de initiatiefnota Koopmans/De Jager kan ik u melden dat mijn collega Verburg van LNV onlangs in het AO en VAO over de kabinetsbrede Evaluatie Natuurwetgeving op deze nota is ingegaan. Zoals zij toen heeft aangegeven zal het kabinet in het voorjaar 2009 een vervolgaanpak presenteren. Daarbij worden de punten van alle ministeries, ook die van verkeer en vervoer meegenomen.

Koppejan CDA


Welke maatregelen zijn er sinds het aannemen van de motie-De Krom/Koppejan door de staatssecretaris genomen om de jaarlijkse 2% kostenbesparing te realiseren in de waterketen? Hoeveel is er gebruik gemaakt van de stimuleringsregeling samenwerking in de waterketen? Wordt die in de huidige vorm voortgezet?
De middelen voor de stimuleringsregeling zijn opgenomen in de begroting van VROM. De minister van VROM heeft op 20 oktober 2008 een brief aan de Tweede kamer gestuurd (28966, nr. 18) waarin zij aangeeft hoe het staat met de besteding van middelen die beschikbaar zijn in het kader van het waterketenbeleid. De voortgang van de samenwerking wordt, zoals met uw Kamer afgesproken vanaf 2007 tweejaarlijks door de Minister van VROM gemonitord. In 2009 vindt er bovendien een tussenevaluatie en in 2011 de eindevaluatie plaats. De Minister van VROM is derhalve primair aanspreekpunt voor dit onderwerp.

Koppejan CDA




  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina