Bijlage 1 federale overheidsdienst economie, K. M. O., Middenstand & energie



Dovnload 29.07 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte29.07 Kb.

BIJLAGE 1


FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND & ENERGIE


Algemene Directie Energie


Verklarende nota betreffende het aardgas


TABEL 1 : BEVOORRADING IN AARDGAS


Rubrieken



1.Invoer en Uitvoer – De rubriek « invoer en uitvoer» wijst op de hoeveelheden die de landsgrenzen overschreden hebben. De oorsprong van de invoer stemt overeen met het land van productie of bij ontstentenis hiervan met het land waar het aardgas werd aangekocht.
De invoer en uitvoer vermeld in tabel 1 moeten overeenstemmen met de totale invoer en uitvoer van de tabellen 3 en 4.


  1. Stockschommelingen – Het betreft de schommeling van de stockniveaus van het terugwinbaar gas. Het gaat in feite om het verschil tussen de stockniveaus bij het begin en het einde van de periode (stocks aangehouden op het nationale grondgebied).




  1. Binnenlands verbruik (berekend) – Per definitie is deze hoeveelheid gelijk aan:

nationale productie

+ invoer

- uitvoer



 stockschommelingen


  1. Statistische afwijking – Stemt overeen met het verschil tussen de berekende en waargenomen waarden van het binnenlands verbruik.




  1. Binnenlands verbruik (waargenomen) – Deze rubriek slaat op de leveringen van verhandelbaar gas op de binnenlandse markt, alsook op het gas dat wordt verbruikt door de gasindustrie voor de verwarming en de exploitatie van haar uitrustingen (d.w.z. het verbruik bij de gaswinning, in het net van gaspijpleidingen en in de verwerkende fabrieken); de verliezen bij de distributie moeten eveneens worden toegevoegd.


Opmerkingen: het binnenlands verbruik dat wordt vermeld in tabel 1 (cellen 12F/12G) moet overeenstemmen met het binnenlands netto-verbruik aangeduid in tabel 2.


  1. Stockniveau  - stemt overeen met de gestockeerde hoeveelheden aardgas die in speciale installaties zijn opgeslagen (vindplaatsen van gas, aardolie of water die uitgeput zijn, zoutholtes, uitgravingen of andere) alsook de reservoirs van vloeibaar aardgas.




  1. Terugwinbaar gas: totaal gasvolume dat het gaskussen overschrijdt, dat beschikbaar is voor de levering van elke cyclus van stockering/voorraadsvermindering.




  1. Kussengas : totaal gasvolume dat permanent noodzakelijk is om voldoende druk te behouden in de onderaardse opslagreservoirs en voldoende leveringscapaciteiten gedurende de gehele cyclus van voorraadsvermindering.




TABEL 2 (a en b) : BINNENLANDS NETTO-VERBRUIK PER SECTOR

  1. VERWERKENDE SECTOR




Rubrieken





  1. Openbare elektriciteitsproductie : de hoeveelheden brandstof vermelden die werden verbruikt (de brandstof die wordt gebruikt door de centrales die tenminste één WKK-eenheid omvatten, moet worden geklasseerd onder de Centrales van openbare productie - WKK warmte/elektriciteit).




  1. Zelfopwekking van elektriciteit : de hoeveelheden verbruikte brandstof vermelden (de brandstof die wordt verbruikt door de centrales die tenminste één WKK-eenheid omvatten moet worden geklasseerd onder de Centrales van openbare productie - WKK warmte/elektriciteit).




  1. Openbare productie - WKK warmte/elektriciteit : het verbruik vermelden van verbruikte brandstof.




  1. Zelfopwekking - WKK warmte/elektriciteit : het brandstofverbruik vermelden dat overeenstemt met de hoeveelheden verkochte warmte en elektriciteit.




  1. Openbare productie van warmte: de hoeveelheden verbruikte brandstof vermelden.




  1. Zelfopwekking van warmte: het brandstofverbruik vermelden dat overeenstemt met de hoeveelheid verkochte warmte.




  1. Gasfabrieken: de hoeveelheden aardgas vermelden die verbruikt worden in de gasproductie in de gasfabrieken. De hoeveelheden brandstof die verbruikt worden voor de verwarming en de werking van uitrustingen moeten niet inbegrepen zijn in deze rubriek, maar wel in de sector “Energie”.




  1. Cokesfabrieken: de hoeveelheden verbruikte brandstof vermelden die voor de werking van de cokesfabrieken wordt gebruikt. De hoeveelheden die worden verbruikt voor de verwarming en de werking van de uitrustingen moeten niet worden inbegrepen in deze rubriek, maar in de sector “Energie”.




  1. Hoogovens : de hoeveelheden verbruikte brandstof vermelden die worden verbruikt voor de hoogovens. Om dubbele berekeningen te vermijden, moet het aardgas dat verbruikt wordt in de hoogovens niet worden geteld in de rubriek metaalnijverheid van de industriesector.




  1. Omzetting in vloeistoffen: de hoeveelheden gebruikte vloeistoffen die als brandstof worden gebruikt in het proces van vloeibaarmaking vermelden.




  1. Niet-gespecificeerd: hierboven de gegevens mogen slechts onder deze categorie worden geklasseerd, indien zij niet voldoende kunnen worden geventileerd onder de subsectoren.



  1. ENERGIESECTOR



Gelieve in deze rubriek de verbruikte hoeveelheden aardgas te vermelden die worden verbruikt door de energieproducenten voor hun activiteiten inzake winning (boring, olie- en gasproductie) of transformatie, bijvoorbeeld aardgas dat wordt verbruikt voor verwarming of voor de werking van pompen of compressoren. Afdelingen 10, 11,12, 23 en 40 van de NACE-code1.
De hoeveelheden aardgas die worden omgezet in een andere vorm van energie moeten worden kenbaar gemaakt onder de verwerkende sector.


Rubrieken





  1. Steenkoolmijnen : deze rubriek stemt overeen met het aardgas dat door de steenkoolindustrie werd verbruikt voor de winning en voorbereiding van steenkolen.

  2. Extractie van aardolie en aardgas : dit omvat de hoeveelheden aardgas die worden gebruikt voor de winning van aardolie en –gas, alsook voor de fabrieken die het aardgas verwerken. De verliezen in het net van leidingen moeten worden meegedeeld als distributieverliezen.

  3. Bevoorrading en raffinaderijen: eigen verbruik van aardgas van de aardolieraffinaderijen.

  4. Cokesfabrieken: stemt overeen met het eigen verbruik van aardgas van de cokesfabrieken.

  5. Gasfabrieken: stemt overeen met het eigen verbruik van aardgas van de gasfabrieken en de installaties van vergassing.

  6. Elektrische centrales, WKK-centrales en calogene centrales: eigen verbruik van aardgas van de elektrische centrales, WKK-centrales en calogene centrales.

  7. Niet gespecificeerd hierboven: elke activiteit van de sector “Energie” die niet wordt gespecificeerd hierboven. Gelieve te preciseren in de sectie die bestemd is voor de opmerkingen.

  1. DISTRIBUTIEVERLIEZEN

Verliezen geleden door het transport en de distributie, met inbegrip van de verliezen van de netten van gaspijpleidingen.




                  1. FINAAL VERBRUIK

Het finaal verbruik stemt overeen met het geheel van de energie die werd geleverd aan de eindverbruikers (in de sectoren van het transport, de industrie en andere). Het omvat niet de leveringen voor transformatie en/of zelfverbruik van de energieproducerend industrieën.


Niet-energetisch gebruik: stemt overeen met het niet-energetisch gebruik van aardgas per sector en subsector. Deze rubriek omvat het gas dat wordt gebruikt als voedingsproduct in de processen zoals het kraken en het herformatteren voor de productie van ethyleen, propyleen, butyleen, aromatische componenten, buteen en andere niet-energetische grondstoffen die verkregen worden uit koolwaterstoffen. Zij omvat niet de energie die wordt verbruikt bij de petrochemische processen, zoals steam cracking of de productie van ammoniak en methanol.
Energetisch gebruik : omvat alle energetische toepassingen van aardgas per sector en subsector. Hieronder de energie overdragen die wordt gebruikt als brandstof in de petrochemische processen zoals steam cracking of de productie van ammoniak en methanol.

IV.1. INDUSTRIELE SECTOR

Het aardgas dat verbruikt wordt in industriële installaties in verband met hun hoofdactiviteiten moet onder deze rubriek worden vermeld.


De hoeveelheden aardgas vermelden die door de calogene centrales worden verbruikt of door de hoeveelheden van warmte/elektriciteit- WKK, bij de productie van warmte die bestemd is voor het eigen verbruik van de installaties. De hoeveelheden aardgas die verbruikt worden bij de warmteproductie, die bestemd is voor de verkoop en van elektriciteit moeten voorkomen onder de rubriek die betrekking heeft op de verwerkende sector.

Rubrieken





  1. Metaalindustrie : (groepen 27.1, 27.2, 27.3 en klassen 27.51, 27.52 van de NACE-code).

  2. Chemie en petrochemie : omvat het aardgas dat wordt gebruikt als voedingsproduct in de petrochemische industrie (afdeling 24 van de NACE-code).




  1. Non-ferro metalen : (groep 27.4 en klassen 27.53, 27.54 van de NACE-code).




  1. Niet-metaalhoudende mineralen : (afdeling 26 van de NACE-code). Omvat de industrieën van glas, keramiek en de overige bouwmaterialen.




  1. Transportmateriaal: (afdelingen 34 en 35 van de NACE-code).




  1. Machines : fabricatie van werken in metaal, van machines en materiaal, met uitzondering van het transportmateriaal (Afdelingen 28, 29, 30, 31 en 32 van de NACE-code).




  1. Extractieve Industrieën (met uitzondering van de winning van brandstoffen) : (afdelingen 13 en 14 van de NACE-code).




  1. Voeding, dranken en tabak : (afdelingen 15 en 16 van de NACE-code ).




  1. Drukkerijen, papierdeeg en papier : omvat de reproductie van geregistreerde dragers (afdelingen 21 en 22 van de NACE-code).




  1. Houtnijverheid (met uitzondering van drukkerijen en papierdeeg) : (afdeling 20 van de NACE-code).




  1. Bouw : (afdeling 45 van de NACE-code).




  1. Textiel en leder : (afdelingen 17, 18 en 19 van de NACE-code).




  1. Niet gespecificeerd hierboven : indien uw industriële classificatie van het aardgasverbruik niet overeenstemt met de de hierboven vermelde NACE rubrieken, gelieve de ventilering per industrie te ramen en enkel onder de rubriek “niet gespecificeerd hierboven”, het verbruik te vermelden van de sectoren die niet opgenomen zijn in de lijst hierboven. (afdelingen 25, 33, 36 en 37 van de NACE-code).



IV.2. TRANSPORTSECTOR

Gelieve onder deze rubriek elk verbruik van aardgas te vermelden, dat bestemd is voor het transport, ongeacht de economische sector waarvoor het transport gebeurt. (Afdelingen 60,61 en 62 van de NACE code).



Rubrieken





  1. Wegtransport : deze rubriek omvat de totaliteit van het gecomprimeerde aardgas dat gebruikt wordt in wegvoertuigen, maar niet het gas dat wordt verbruikt in vaste motoren, dat inbegrepen is in de sectie “overige sectoren”.




  1. Niet-gespecificeerd hierboven: stemt overeen met alle activiteiten van de “transport” sector die hierboven niet zijn gespecificeerd. Gelieve de transportactiviteiten te preciseren waarvan sprake, op het blad dat bestemd is voor de opmerkingen.



IV. 3. OVERIGE SECTOREN

1. Handel en openbare diensten: omvat het aardgas dat wordt verbruikt door de handelsondernemingen en administratieve diensten van de openbare en privé-sector. Het geheel van activiteiten die betrekking hebben tot de afdelingen 41, 50, 51, 52, 55, 63, 64, 65, 66, 67, 70, 71, 72, 73, 74, 75, 80, 85, 90, 91, 92, 93 en 99 van de NACE-code.


Opmerking : het aardgas dat wordt gebruikt voor de verwarming en de verlichting van de spoorwegstations en luchthavens moet worden vermeld onder deze categorie en niet voorkomen onder de sector transport.
2. Residentiële Sector: het geheel van het verbruik van de gezinnen. Afdeling 95 van de NACE-code.
3. Landbouw : deze rubriek is bepaald als beantwoordend aan het verbruik van de verbruikers die geklasseerd zijn onder de rubriek “landbouw, jacht, bosbouw”. Zij omvat de hoogzeevisserij, de kustvisserij en de binnenlandse visvangst. Afdelingen 01, 02 en 05 van de NACE-code.
4. Niet-gespecificeerd hierboven: deze rubriek omvat de overige activiteitssectoren die elders niet zijn inbegrepen: gelieve ze te preciseren op het blad dat gereserveerd is voor de opmerkingen. Deze rubriek omvat de militaire toepassingen.



1 Algmene nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap, gepubliceerd in het P.B.L. 293 van 24 oktober 1990





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina