Bijlage 7 Interpretatie met betrekking tot rubriek 2 : Operationele kosten



Dovnload 8.49 Kb.
Datum27.08.2016
Grootte8.49 Kb.


Bijlage 7

Interpretatie met betrekking tot rubriek 2 : Operationele kosten

De catalogus van subsidiabele uitgaven vermeldt dat :



De operationele en algemene kosten mogen niet meer dan 25% van de totale subsidiabele personeelskosten bedragen (behalve voor de Waalse projectdragers – zie opmerking hieronder).

!!! Voor de Waalse projectdragers mag het totaal van de operationele kosten en de algemene kosten niet hoger zijn dan 5% van de totale subsidiabele uitgaven van de betrokken partner.

Of de bovenvermelde percentages al dan niet in acht genomen werden, werd gecontroleerd voor de officiële goedkeuring van de projecten. Sindsdien zijn er voor de meeste projecten aanpassingen goedgekeurd conform de van kracht zijnde procedure : ofwel door het COMAC ofwel door het COMAC + Comité van Toezicht.

Aangezien alle betrokken partijen (met inbegrip van de cofinanciers) akkoord zijn gegaan met de projectaanpassingen, en om berekeningsproblemen bij het afsluiten van de projecten te voorkomen, wordt enkel (de absolute waarde van) het budget in de laatste goedgekeurde aanpassing als uitgangspunt genomen voor de goedkeuring van de operationele kosten; en dit zonder rekening te houden met de begrenzing van de bovenvermelde percentages. Deze werkwijze geldt voor alle goedgekeurde projecten.

De catalogus dient dus als volgt geïnterpreteerd te worden: de vermelde percentages (25 % van de personeelskosten of 5% van de totale kosten) is te bij de goedkeuring van de projecten gecontroleerd worden. Bij het afsluiten van de projecten geldt (de absolute waarde van) het bedrag in de laatste goedgekeurde aanpassing als plafond voor de eventuele begrenzing van de operationele kosten.

Partners economische animatie (Wallonie/Fédération Wallonie-Bruxelles)

Economische animatie : slechts 2 projecten die in het INTERREG IV-A Euregio Maas-Rijn programma gefinancierd zijn, zijn bij deze problematiek betrokken, namelijk de projecten TeTRRa (partner WFG Ostbelgien) en Extensio (partner UCM). De nodige regularisaties worden uitgevoerd.

Voor projecten die de economie stimuleren zijn de volgende uitgaven niet subsidiabel:



  • de algemene kosten of overheadkosten

  • de uitgaven die aan de actie worden toegekend op basis van een forfaitair percentage;

  • de kantooruitrustingskosten;

  • de uitgaven die betrekking hebben op het gebouw waarin het subsidieerbare personeel zich bevindt (verwarming, water, gas, elektriciteit,…);

  • de directiekosten;

  • de huren;

  • de honoraria van notaris en advocaat; behalve als de Regio vooraf toestemming heeft gegeven;

  • de kosten voor het inschakelen van een externe persoon (consulent, advocaat,…) voor de voorbereiding van een procedure van openbare aanbesteding die door een operator uitgevoerd moet worden (opstellen van de bijzondere aannemingsvoorwaarden en van de kennisgeving van de aanbesteding, analyse van de offertes, advies van allerlei aard inzake openbare aanbesteding,…);

  • het huren van kantoren of parkeerterreinen;

  • kosten van sponsoring;

  • prijzen, beloningen, trofeeën, premies, cadeaus,… in welke vorm ook, die worden toegekend in het kader van de gesubsidieerde activiteiten (wedstrijden, bijeenkomsten, seminars,…);

  • computer- en telefoonkosten (kosten voor uitrusting en gebruik);

  • restaurantkosten en kosten voor voedingsmiddelen;

  • verzekeringen (behalve arbeidsongevallenverzekering en groepsverzekering, naar verhouding van de lonen van de personen die in het budget van de taken vermeld worden).







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina