Bijlage concept Nota van Antwoord Kabinetsstandpunt Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (nsl)



Dovnload 1.12 Mb.
Pagina11/15
Datum22.07.2016
Grootte1.12 Mb.
1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15

Voorstellen voor wijzigingen in het NSL:

In het definitieve NSL zal uitgebreider ingegaan worden op de gezondheidsaspecten van het NSL.




85 Stichting Leefbaarheid Industrieterrein Amstelhoek e.o. , G.J. Alberts, Amstelhoek

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

In het NSL worden ideeën die mogelijk voor verbetering van de luchtkwaliteit zorgen, gekoppeld aan projecten die vrijwel zeker voor een kwaliteitsverslechtering zorgen. De link tussen die twee is verre van solide en biedt geen enkele garantie op verbetering. Omwonenden van projecten waardoor de luchtkwaliteit verslechteren, moeten bij voorbaat accepteren dat hun universele recht op schone lucht en een goede gezondheid wordt opgeofferd aan de economische belangen van anderen, zonder recht op rechtsbescherming of effectieve mitigerende maatregelen.

Het NSL is er op gericht om te garanderen dat de luchtkwaliteit op alle locaties tijdig onder de grenswaarden voor fijn stof en stikstofdioxide worden gebracht, ook op die locaties waar projecten worden uitgevoerd die een luchtkwaliteitsverslechtering tot gevolg zouden kunnen hebben. De kracht van het NSL is de doorrekening van zowel de debets (de bouwprojecten) als de credits (de maatregelen) van de balans van de programma-aanpak. Het NSL laat zien dat de balans positief uitvalt en ook op plekken waar projecten plaatsen de omwonenden gegarandeerd zijn van schone lucht.

De omlegging van de N201 Uithoorn - Amstelhoek baart grote zorgen voor wat betreft de luchtkwaliteit in de polder Groot-Mijdrecht Eerste bedijking. Het voorgenomen en in onderzoek en ontwerp zijnde nieuwe natte industrieterrein aan de Amstel in Amstelhoek is een tweede project dat zware druk gaat geven op de luchtkwaliteit in de genoemde polder.


Doordat het project van de omlegging van de N201 direct is opgenomen in het NSL, zijn de effecten van de omlegging ook berekend en in kaart gebracht in de bij het NSL behorende saneringstool. Hieruit blijkt dat de omlegging geen overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit met zich meebrengt.
De omlegging van de N201 leidt wel tot verplaatsing van emissies, dat kan en zal niet ontkend worden. Echter, eerder is al vastgesteld dat de omlegging per saldo –voor meer mensen in dit gebied- leidt tot een betere luchtkwaliteit, zoals door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland is meegenomen in de besluitvorming rondom de N201 en wat blijkt uit het specifieke luchtonderzoek dat TNO heeft uitgevoerd in het kader van de projectsaldering (nummer B&O-A R2005/219 van 10 augustus 2005).
Het idee van een “nat” industrieterrein in Amstelhoek verkeert nog in een pril stadium. Zodanig pril dat er nog geen effecten op de luchtkwaliteit aan kunnen worden toegekend. Mocht de planvorming hiervoor worden uitgewerkt dan komt vanzelfsprekend de vraag aan de orde wat een dergelijk terrein betekent voor de luchtkwaliteit. De randvoorwaarde dat aan de wettelijke grenswaarden zal moeten worden voldaan geldt daarbij vanzelfsprekend.

Als deze plannen voldoende concreet zijn, kunnen ze worden aangemeld voor opname in het NSL, op basis van artikel 5.2, twaalfde lid van de Wet milieubeheer. De plannen zullen dan worden meegenomen bij de monitoring van het NSL in de komende jaren.



Voorwaarde daarbij is dat de melding – ondersteund met berekeningen – duidelijk maakt dat er met de nieuwe IBM projecten per saldo een vergelijkbaar of positiever effect op de luchtkwaliteit ontstaat.

Beide projecten (omlegging N201 en nat industrieterrein Amstel) liggen in de Ecologische Hoofd Structuur langs de rivier de Amstel. De compenserende maatregelen in het NSL zijn niet voldoende om de verslechtering in de regio tegen te gaan.

De ligging in de ecologische hoofdstructuur heeft tot op heden weinig relatie met de luchtkwaliteit en moet op dat punt zelfstandig worden beoordeeld. Het NSL spreekt zich niet uit over de uitvoerbaarheid van een project in relatie tot de aanwezigheid van flora en fauna.




86 Gelderse Milieufederatie, Arnhem

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

Uit NSL en RSL Gelderland blijkt dat een aantal hardnekkige knelpunten ook na uitvoering ervan blijft bestaan (Arnhem: Pleijweg, Eusebiusbuitensingel, IJsseloordweg, Velperbuitensingel en Nijmegen: Graafseweg, St. Annastraat en Prins Mauritssingel)

Na het uitvoeren van alle maatregelen in het NSL is er geen sprake van dat er nog (hardnekkige) knelpunten resteren. Hier lijkt sprake te zijn van een (begrijpelijk) misverstand. De beschikbaar gestelde saneringstool versie 2.2.2. laat inderdaad zien dat de genoemde locaties nog een overschrijding kennen na de realisatie van alle nationale maatregelen. Ik wil er echter nog eens met klem op wijzen dat in deze versie van de saneringstool de lokale luchtkwaliteit­maat­regelen (als beschreven in hoofdstuk 6 van het NSL) nog niet digitaal zijn verzameld en ingevoerd in de landelijke database. Om technische en praktische redenen was dat nog niet haalbaar. In de eerstvolgende update van de saneringstool is dat wel het geval en deze update wordt gebruikt voor het definitieve NSL. De berekeningen van de genoemde gemeenten laten echter zien dat de genoemde overschrijdingen verdwijnen na uitvoering van de locatiespecifieke maatregelen.

Nederlands Luchtkwaliteitsbeleid bevat geen adequate maatregelen. De grenswaarde voor NO2 zal in 2010 niet worden bereikt met de huidige beleidsinspanningen. Zelfs op dit moment heeft het NSL niet als doel om de luchtkwaliteit zo snel mogelijk te verbeteren. Een aantal maatregelen dat al ingevoerd was of gepland waren, is teruggedraaid.

In tegenstelling tot hetgeen u aangeeft, heb ik wel het doel om de luchtkwaliteit zo snel mogelijk te verbeteren. De regionale en locale partners steunen mij daarin. Omdat de implementatie van veel maatregelen enige tijd vraagt, zullen de grenswaarden inderdaad niet tijdig gehaald kunnen worden. Om die reden is om derogatie verzocht. Er wordt naar gestreefd de grenswaarden zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval voor 2011, respectievelijk 2015, te halen.
In de Stadsregio Arnhem Nijmegen zijn geen ingevoerde of geplande maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit teruggedraaid.

Vele effectieve luchtkwaliteitmaatregelen ontbreken in het NSL.



Vooropgesteld staat dat bestuursorganen een grote mate van beleidsvrijheid toekomt voor de keuze van het soort maatregelen. Voorts deel ik uw mening niet. In het NSL/RSL Gelderland is per situatie bekeken welke maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit het meest effectief zijn. Hieronder ga ik in op de afzonderlijke maatregelen die u in uw reactie noemt.

- De Nederlandse overheid blokkeert voor steden de mogelijkheid zogenaamde milieuzones in te stellen. De gemeenten die een milieuzone (vrachtwagens, kleine vrachtwagens en personenauto’s) willen invoeren dienen ondersteund te worden.

- Gemeenten kunnen nu reeds een milieuzone instellen voor vrachtverkeer. Het bureau CROW heeft dit vertaald in een handzame publicatie die gemeenten juist moet helpen bij het maken van een afgewogen keuze en de implementatie van een milieuzone. Samen met het bedrijfsleven werk ik nu aan een convenant voor bestelverkeer. Het kabinet vindt het verstandig het instrument milieuzonering voor personenauto’s terughoudend te hanteren.

- In de overeenkomst voor milieuzones voor vrachtwagens is een voorwaarde gesteld aan gemeenten om te bewijzen dat maatregelen absoluut noodzakelijk zijn.

- Dat is juist. Deze voorwaarde is opgenomen om ervoor te zorgen dat een zorgvuldige belangenafweging plaatsvindt.

- Gedifferentieerde parkeertarieven instellen.

- Wettelijk is het nu nog niet mogelijk om naar milieukenmerken te differentiëren in de parkeertarieven. Momenteel wordt er daarom een experimenteerwet voorbereid om het differentiëren van parkeertarieven op experimentele basis mogelijk te maken voor enkele gemeenten. Naar aanleiding van deze proeven zal worden bepaald of gedifferentieerde parkeertarieven een effectieve maatregel is voor het verbeteren van de luchtkwaliteit.

- Transferia aan de rand van de stad.

- Samen met de locale en regionale partners werkt de Stadsregio Arnhem Nijmegen actief aan het realiseren van P&R-locaties rond de steden. Succesvolle recente voorbeelden waaraan gewerkt wordt zijn de Waalsprinter en P&R station Elst (GLD).

- Snelheidsbeperkingen van 80 km per uur die waren vastgesteld op een aantal snelwegen bij steden zijn weer ingetrokken. Opnieuw instellen/vergroten zones met snelheidsbeperkingen op de Pleij route (A325-N325), A12 en A73.

- Het is niet zo dat snelheidsbeperkingen van 80 km per uur zijn afgeschaft. Wel heeft de minister van Verkeer en Waterstaat aangegeven dat bij een positief resultaat van de experimenten met dynamische maximumsnelheden, ook met betrekking tot de luchtkwaliteit, hij het einde van de 80 km maatregel voorziet. Doelstelling van dat experiment is de doorstroming van het verkeer te verbeteren, zonder de positieve gevolgen voor de luchtkwaliteit weer te niet te doen.
In de Stadsregio Arnhem Nijmegen zijn geen snelheidsbeperkingen ingetrokken. De provincie Gelderland heeft op de Pleij route (A325-N325) juist enige tijd geleden een snelheidsverlaging van 100 naar 80 km per uur ingevoerd.

- Plannen om belasting op meer vervuilende brandstoffen in schepen en dieseltreinen door te voeren zijn ingetrokken. Voor 2009 afschaffen van de belastingaftrek voor brandstoffen gebruikt in schepen en dieseltreinen (rode diesel).

- Er bestaat geen belasting op meer vervuilende brandstoffen voor binnenschepen. Van het afschaffen ervan is dus ook geen sprake. Wel wordt op Europees niveau gewerkt, via de brandstofkwaliteitsrichtlijn, aan een verplichting tot het gebruik van schone brandstof. De uitvoering daarvan is nu voorzien voor 1 januari 2011. Daarnaast onderzoeken de Provincie Gelderland, Stadsregio Arnhem Nijmegen en de gemeente Nijmegen de mogelijkheid om schepen op schone brandstoffen te laten varen.

- Een groot aantal milieuvergunningen voor industriële installaties voldoet niet aan de Europese richtlijn IPPC. IPPC dient ten minste te worden toegepast.

- Het is een misverstand dat een groot aantal industriële bedrijven niet aan de IPPC richtlijn voldoen. Negentig procent van de bedrijven voldoet nu al aan deze richtlijn. Dat een klein deel van de bedrijven (nog) niet voldoet heeft nauwelijks consequenties voor de totale emissies omdat de belangrijke bedrijven wel aan de eisen voldoen. In het kader van het “Actieplan fijn stof en industrie” worden de richtlijnen voor stofemissies door industriële bedrijven (NeR) verder aangescherpt. Best Beschikbare technieken (BBT) vormt daarbij het uitgangspunt. Bestaande uitzonderingsregels in de NeR komen te vervallen.

- De hoge fijn stof en ammoniakemissies van stallen van de intensieve veehouderij zijn nagenoeg niet gereduceerd.


- Het is juist dat de fijn stofemissies in de intensieve veehouderij de afgelopen jaren niet zijn gereduceerd door het ontbreken van effectieve maatregelen en door gebrek aan kennis. Meer kennis blijft nodig om tot een betere en effectievere aanpak te komen. In die zin behoort ook innovatie en ontwikkelen van maatregelen (als aangegeven op pagina 56 van het ontwerp NSL) beslist tot het concrete implementatieplan. Dit plan bevat echter meer dan alleen onderzoek en kennisontwikkeling. Ik wijs graag op hetgeen hierover is geschreven op pagina 102 en 103 van het NSL. Zo is er een stimuleringsregeling open gesteld voor effectieve maatregelen en is een juridisch instrumentarium in voorbereiding die maatregelen meer verplichtend kan afdwingen.

- Extra investeringen ten behoeve van verbeteringen van het openbaar vervoer, versnellen van de transitie naar bussen op biogas en fietsinfrastructuur.

- In de stadsregio Arnhem Nijmegen wordt, samen met de lokale en regionale partners, hard gewerkt aan de extra maatregelen die u voorstelt. Wel zullen de door u genoemde grootschalige OV-maatregelen pas op de langere termijn effect hebben. In de Stadsregio Arnhem Nijmegen wordt daarom, naast lange termijn maatregelen, vooral ook ingezet op effectieve maatregelen die al op korte termijn kunnen worden ingevoerd.

- Een effectief systeem voor de kilometerheffing ontbreekt.

- Ik deel deze analyse niet. In het NSL is aangenomen dat Anders Betalen voor Mobiliteit (ABvM) op macro niveau een reductie van intensiteit op het HWN van 9% op levert voor het personenverkeer. Door deze relatieve afname van verkeer treedt er ook circa 45% minder congestie op.

- Vele andere, technisch en economisch uitvoerbare maatregelen ontbreken.

- Ik wijs er graag op dat de Stadsregio Arnhem Nijmegen, samen met haar locale en regionale partners, juist een breed pakket aan technisch en economisch uitvoerbare maatregelen inzetten. Een belangrijk aantal door het GMF genoemde maatregelen worden daar juist ingezet.

NSL is gebaseerd op onzekere maatregelen, zoals de kilometerheffing en schermen. Bovendien houden de modelberekeningen geen rekening met onzekerheden (toekomstige trends in concentraties). Extra maatregelen om deze onzekerheden te compenseren ontbreken echter in het NSL.


Het is juist dat de effecten van maatregelen niet exact zijn te voorspellen. Er is echter gerekend met de best beschikbare kennis. Daarnaast is voor bijvoorbeeld de invoering van Anders Betalen voor Mobiliteit, welke voorzien is voor 2011, ook een voorzichtigheidsmarge gehanteerd rond de effectraming. De komende jaren wordt het NSL gemonitord om de effecten van de luchtkwaliteitsmaatregelen uit het NSL, waaronder ook de effecten van de kilometerprijs, te beoordelen. Het wachten op exacte uitkomsten is gezien de bijstellingen via het monitoringsprogramma niet nodig. Ik geef de voorkeur aan deze “al-doende-leert-men-aanpak”, boven eerst langdurig onderzoek laten verrichten naar de precieze effecten om pas daarna te implementeren. Die tijd heb ik niet en wil ik niet nemen.
Voor de Stadsregio Arnhem Nijmegen worden geen schermen als maatregel om de luchtkwaliteit te verbeteren ingezet. Graag wijs ik erop dat de provincie Gelderland verschillende scenario’s heeft doorgerekend om de onzekerheden beter in beeld te krijgen. Op basis daarvan heeft de Stadsregio Arnhem Nijmegen samen met de locale en regionale partners bepaald welke maatregelen worden ingezet. Het maatregelenpakket dat is gekozen zou voldoende robuust moeten zijn. Desondanks houden ze in de Stadsregio Arnhem Nijmegen met het Eureka-programma Argus een stevige vinger aan de pols om tijdig bij te sturen als dat nodig mocht zijn.

Te veel inspanning om de Nederlandse luchtkwaliteitsnormen af te zwakken (een zestal voorbeelden worden genoemd).

Uw constatering dat de wet- en regelgeving de afgelopen jaren is aangepast conform de Europese richtlijnen is correct. Het is juist dat deze aanpassingen het berekende probleem in elk geval niet groter hebben gemaakt.

Ik moet daar tegenover zetten dat de aanpassingen wel geheel conform de letter en geest van de Europese richtlijn zijn uitgevoerd . Gegeven de inhoud en intentie van de EU-richtlijn zie ik daarom geen aanleiding voor de Europese Commissie om ons land niet de gevraagde uitstelruimte te geven. Zoals eerder aangegeven streef ik er overigens naar om de doelen zo snel mogelijk te bereiken en daar waar mogelijk is de inzet erop gericht om meer te doen dan alleen dat wat nodig is om de grenswaarden te bereiken.






87 Stichting Natuur en Milieu, mw. M. de Rijk, Utrecht

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

De NSL bevat in zijn huidige vorm onvoldoende maatregelen om te voldoen aan het doel van de luchtkwaliteitsrichtlijn. Het programma en ook de begeleidende regelgeving dient aangepast te worden voordat het NSL in werking kan treden. Verwezen wordt naar de brief aan de Europese Commissie en het eerdere commentaar op de Wet luchtkwaliteit, de recente wijzigingen in de Spoedwet wegverbreding en het actieplan fijn stof voor de industrie.


Het NSL bevat een robuust pakket aan maatregelen die zowel door het rijk als door de partners in de NSL regio zullen worden getroffen om te zorgen dat we in Nederland aan de grenswaarden gaan voldoen. Het gaat om een resultaatsverplichting. Op voorhand is niet exact te voorspellen wat het effect van de maatregelen zal zijn. Als blijkt dat de maatregelen onvoldoende zijn zullen aanvullende maatregelen worden getroffen. Het kan ook zijn dat we met het pakket aan maatregelen al eerder aan de grenswaarden kunnen voldoen. Het NSL mag voor mij dan ook zeker een ambitieus pakket worden genoemd. Het halen van de grenswaarden beschouw ik als een belangrijke stap op weg naar een betere gezondheid.

Het programma heeft niet als doel om zo snel mogelijk de gezondheidsschade te verminderen, maar stelt dit zo lang mogelijk uit. Kosteneffectieve maatregelen met een belangrijke gezondheidswinst zijn afgevallen toen ze niet noodzakelijk bleken voor de formele derogatievoorwaarde. Neem expliciet het doel op om de lucht zo snel mogelijk zo schoon mogelijk te maken en pas het pakket van maatregelen en projecten hierop aan. Effectieve maatregelen zoals snelheidverlaging zouden een vast karakter moeten krijgen.

Het is zeker niet de intentie om met het aangevraagde uitstel extra de tijd te nemen om de overschrijdingen te saneren. Het maximale uitstel is aangevraagd, omdat het niet mogelijk is op voorhand al precies te voorspellen wat de effecten van de maatregelen zijn. Dan is het beter het zekere voor het onzekere te nemen. Tegelijk geldt hoe eerder maatregelen worden getroffen hoe beter. Wordt in een gebied de grenswaarde voor NO2 reeds in 2013 gehaald dan is er vanaf die datum geen ruimte meer voor (nieuwe) grenswaardenoverschrijdingen.

Tegelijk met het NSL worden effectieve maatregelen teruggedraaid, ontmoedigd en zelfs schadelijke ontwikkelingen gestimuleerd, zoals bijvoorbeeld:

Vooropgesteld staat dat bestuursorganen een grote mate van beleidsvrijheid toekomt voor de keuze van soort maatregelen. Voorts deel ik uw zorg dat alleen effectieve maatregelen tellen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Ik meen evenwel dat het NSL ruimschoots maatregelen bevat om dit te bereiken.

- Het afschaffen van de snelheidsverlaging op snelwegen.

- Het is niet zo dat snelheidsbeperkingen van 80 km per uur zijn afgeschaft. Wel heeft de minister van Verkeer en Waterstaat aangegeven dat bij een positief resultaat van de experimenten met dynamische maximumsnelheden, ook met betrekking tot de luchtkwaliteit, hij het einde van de 80 km maatregel voorziet. Doelstelling van dat experiment is de doorstroming van het verkeer te verbeteren, zonder de positieve gevolgen voor de luchtkwaliteit weer te niet te doen.

- Het terugdraaien van de plannen om in 2009 aan de zeer vervuilende rode diesel dezelfde eisen als aan het gewone wegverkeer te stellen.

- Per 1 januari 2008 zijn de eisen die aan rode diesel gesteld worden al aangescherpt. In het NSL heb ik aangegeven dat ik verwachtte een verdere verlaging van het zwavelgehalte van rode diesel in 2010 te kunnen invoeren, conform het voorstel van de Europese Commissie voor de wijziging van de betrokken Europese richtlijn. Inmiddels is duidelijk dat deze maatregel op 1 januari 2011 in werking zal treden. Dit betekent dat het effect van de maatregel iets later komt, maar nog valt binnen de planperiode van het NSL. Ik ben mij, met mijn collega’s, nog aan het zoeken naar een mogelijkheid om een eerdere verlaging van het zwavelgehalte van deze brandstof verplicht te stellen. Overigens zal in de praktijk het zwavelgehalte van rode diesel al gaan dalen in de periode voor de verplichtstelling, omdat producenten van de brandstof ter voorbereiding al hun productieproces zullen aanpassen.

- De inzet op biobrandstoffen en buitenlandse reducties in het klimaatbeleid in plaats van het investeren in schone duurzame bronnen en binnenlandse besparingen.

- De reductie van CO2 heeft nagenoeg geen invloed op de verbetering van de concentraties van de stoffen waar het NSL om gaat.

Het kabinet zet op grond van het Programma “schoon en zuinig” in op het bereiken van 20% duurzame energie en 20% energiebesparing in eigen land.



Nederland heeft in de duurzaamheidsdiscussie het percentage bij te voegen biobrandstoffen voor 2010 bijgesteld (naar 4%) en de doelstelling voor 2020 is in het kader van de Richtlijn hernieuwbare energie verbreed van biobrandstoffen naar bijvoorbeeld de inzet van elektrisch aangedreven voertuigen.

- De plannen voor nieuwe kolencentrale zonder dat de oude centrales uitgefaseerd worden.


- Voor nieuwe energiecentrales is in de NeR een beoordelingskader met stringente emissiewaarden voor onder andere NOx, SO2 en fijn stof opgenomen. De NeR is een richtsnoer voor de vergunningverlener. De implementatie wordt door de VI gevolgd. Hiermee gaan de nieuwe energiecentrales tot de schoonste van Europa behoren.

- De ambities voor uitbreiding van de weginfrastructuur.

- In het NSL zijn diverse projecten opgenomen waaronder de verbreding van bepaalde gedeelten van snelwegen. Deze projecten zijn gericht op een betere doorstroming. Ik deel in algemene zin uw mening dan ook niet dat meer asfalt neerleggen geen zin heeft. Daarnaast zal de invoering van Anders Betalen voor Mobiliteit (ABvM) vanaf 2011 een aanzienlijk effect hebben op de automobiliteit. In het NSL is aangenomen dat ABvM op macroniveau een reductie van intensiteit op het HWN van 9% op levert voor het personenverkeer. Door deze relatieve afname van verkeer treedt er circa 45% minder congestie op.

Veel effectieve maatregelen ontbreken. Op korte termijn zouden onderstaande maatregelen in het NSL opgenomen moeten worden.

Vooropgesteld zij dat bestuursorganen een grote mate van beleidsvrijheid toekomt voor de keuze van type maatregelen. Voorts deel ik uw zorg dat alleen effectieve maatregelen tellen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Ik meen evenwel dat het NSL ruimschoots maatregelen bevat om dit te bereiken.

- Alle NSL partners stellen vanaf 2009 eisen aan de fijn stof uitstoot van mobiele machines, te beginnen bij Rijkswaterstaat. Daarnaast stellen zij effectieve eisen aan het overige wagenpark en transport diensten van hun organisatie.

- Het Programma Duurzaam Inkopen geeft duurzaamheidscriteria voor aanbestedingen van de rijksoverheid waarbij mobiele werktuigen worden ingezet. Onderdeel van deze criteria is de toepassing van roetfilters op mobiele machines. Voor het gebruik van roetfilters bij mobiele machines bestaat ook een subsidieregeling. Verder bevatten veel lokale plannen als vast onderdeel het hebben van een schoon eigen wagenpark.

- Milieuzone in alle grote steden naar Duits model, dus inclusief personenwagens.


- Milieuzones voor vracht- en bestelauto’s wil ik graag stimuleren. Ik ga dat echter niet aan alle grote steden voorschrijven, omdat blijkt dat de luchtkwaliteit in steden soms met andere maatregelen meer gebaat is. Wat betreft het uitbreiden van de milieuzone voor personenauto’s is op kabinetsniveau gesproken en geconcludeerd dat het verstandig is om het instrument milieuzonering voor personenauto’s terughoudend te hanteren.

- Ombuigen van het klimaatbeleid naar het gebruik van duurzame bronnen zoals windenergie en energiebesparing en elektrische auto's

- Het kabinet heeft serieuze inspanningen op het gebied van het gebruik van schone energie vastgelegd in het Programma “schoon en zuinig”. Inzake de inzet van elektrische voertuigen geldt dat deze, overeenkomstig de richtlijn hernieuwbare energie mee zullen tellen in het behalen van de doelstellingen hernieuwbare energie.

- Het toepassen van de best available technologies bij de industrie en de een versnelde actualisatie van de vergunningen

- Ook de industrie dient ingevolge het NSL maatregelen te treffen. Daartoe is er het “Actieplan fijn stof en industrie”, dat de komende jaren zal worden uitgevoerd. Uitgangspunt daarbij vormt het toepassen van de Best Beschikbare technieken (BBT). De richtlijnen voor stofemissies door industriële bedrijven (NeR) zullen worden aangescherpt. Via een vergunningentraject zal er per bedrijf worden gekeken of er nog veel emissiereducties zijn te realiseren. De emissie-eis van 5 mg/m3 is hierbij richtinggevend en gebaseerd op de bestaande BAT-referentiedocumenten (BREF’s) en toepassingen in de praktijk.

- Grootschalig toepassen van luchtwassers voor grote veestallen.

- Het treffen van maatregelen in de intensieve veehouderij is geen kwestie van het simpelweg voorschrijven van wasinstallaties. Wasinstallaties zijn niet altijd de beste en meest effectieve oplossing. Daarom wordt nu extra onderzoek verricht naar welke maatregelen nu precies effectief zijn. Er is een stimuleringsregeling open gesteld voor effectieve maatregelen en er wordt gewerkt aan een juridisch instrumentarium dat maatregelen meer verplichtend zal voorschrijven.

- Meer investeren in de fiets en schoon openbaar vervoer.


- Op lokaal niveau zie ik een keur aan maatregelen gericht op investeringen in het OV en in fietsinfrastructuur. Elke stad maakt daarbij zijn eigen keus, passend bij wat er ter plekke speelt. Ook het Rijk neemt initiatieven op dit terrein zoals het actieprogramma regionaal, Quick scan regionaal spoor en investeringen in fietsvoorzieningen.

Het NSL is weinig robuust door het gebrek aan reservemaatregelen en voorzorg en gaat hiermee voorbij aan de advisering van de commissie Verheijen. Vervang in het NSL de riskante “just- in- time” aanpak voor het halen van de doelen door een robuuste, op voorzorg gebaseerde aanpak. hiervoor wordt een pakket aan reservemaatregelen in het NSL opgenomen en verder uitgewerkt.

Voorzorg betekent voor mij dat we rekening moeten houden met tegenvallers. Dat doen we door het onderzoeken van een aanvullend maatregelenpakket. Daar zijn we nu reeds mee begonnen en daar gaan we tijdens de uitvoeringsfase van het NSL verder mee door. Tegelijk geldt dat in de saneringstool in veel opzichten rekening is gehouden met een worst case scenario. Dat betekent dat we tegelijkertijd te maken kunnen hebben met meevallers.

Het NSL rekent zich ten onrechte rijk. De saneringstool is onbetrouwbaar. Pas de saneringstool en de meet - en rekenmethodiek aan zodat de berekeningen een betrouwbaar beeld van de luchtkwaliteit schetsen. Dit vergt een zorgvuldige analyse door een onafhankelijke en deskundige instantie.

De saneringstool maakt gebruik van dezelfde rekenmethoden waarmee sinds jaar en dag wordt gerekend in Nederland. Hij is gevalideerd door de DCMR. Dat neemt niet weg dat in het traject naar het kabinetsbesluit gestreefd wordt naar actualisatie en verdere verbetering waarbij de definitieve saneringstool geheel in lijn wordt gebracht met de voorschriften van de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 (Rbl). De standaardrekenmethoden in de Rbl zijn tot stand gekomen op advies van onafhankelijke deskundigen en worden geacht een zo betrouwbaar mogelijk beeld van de luchtkwaliteit te geven.

De effecten van kilometerbeprijzing worden eenzijdig en opportunistisch ingeboekt. Er zal een vermindering van de vraag naar extra wegen zijn. Bij de planning van wegen is daar geen rekening mee gehouden. De effecten van kilometerbeprijzing dienen in verschillende beleidsvelden op dezelfde wijze meegenomen te worden.


Ik onderschrijf deze analyse niet. Het is juist dat de effecten van maatregelen niet exact zijn te voorspellen. Er is echter gerekend met de best beschikbare kennis. Daarnaast is voor bijvoorbeeld de invoering van Anders Betalen voor Mobiliteit, welke voorzien is voor 2011, ook een voorzichtigheidsmarge gehanteerd rond de effectraming. De komende jaren wordt het NSL gemonitord om de effecten van de luchtkwaliteitsmaatregelen uit het NSL, waaronder ook de effecten van de kilometerprijs, te beoordelen. Het wachten op exacte uitkomsten is gezien de bijstellingen via het monitoringsprogramma niet nodig. Ik geef de voorkeur aan deze “al-doende-leert-men-aanpak”, boven eerst langdurig onderzoek laten verrichten naar de precieze effecten om pas daarna te implementeren. Die tijd heb ik niet en wil ik niet nemen.


De borging van de voortgang is onvoldoende geregeld. De monitoring biedt geen zekerheid dat de vervuiling zal afnemen. Neem een gestaffeld systeem van geleidelijk afnemende plandrempels op om de voortgang beter te kunnen garanderen.


Om te voorkomen dat er tijdens de derogatieperiode geen enkele norm zou gelden voor fijn stof of stikstofdioxide is in de Europese richtlijn bepaald dat ook tijdens die periode wel een norm geldt voor deze stoffen, die gebaseerd is op de grenswaarde plus de zogenoemde plandrempel. Dit was de norm die in aanloop naar de inwerkingtreding van de grenswaarde van toepassing was. Tijdens de derogatieperiode geldt deze als tijdelijke grenswaarde. Dit is in de Europese richtlijn geregeld in artikel 22, derde lid. Deze norm is inderdaad hoger dan de grenswaarde, wat logisch is omdat er anders sprake zou zijn van een eerdere invoering van die grenswaarde. Tijdens de derogatieperiode mogen de concentraties dus niet boven de grenswaarde plus de plandrempel uitkomen.
Voor een gestaffeld systeem tijdens de derogatieperiode, zoals in de aanloop naar de eerste invoering van de grenswaarden gold, bestaat geen juridische basis in de richtlijn of de Wet milieubeheer. De monitoring zal dus inderdaad een zeer belangrijke rol spelen tijdens de derogatieperiode, om te beoordelen of de concentraties inderdaad voldoende dalen of dat aanvullende maatregelen ingezet moeten worden.

In de regelgeving is sinds 2004 een gestage sterke verzwakking van de gezondheidsbescherming tot stand gebracht. Door ingewikkelde juridische constructies zijn de berekende concentraties een stuk lager geworden. Hierdoor neemt het draagvlak voor luchtbeleid af. In het verleden zijn problemen weg gerekend waardoor het luchtprobleem vooral een juridische kwestie lijkt.


Uw constatering dat de wet- en regelgeving de afgelopen jaren is aangepast is correct. Het is juist dat deze aanpassingen het berekende probleem in elk geval niet groter hebben gemaakt.

Ik moet daar tegenover zetten dat de aanpassingen wel geheel conform de letter en geest van de Europese richtlijn zijn uitgevoerd. Tegelijkertijd hebben we juist door die ontwikkelingen nu een NSL met overheden die zich tot het treffen van maatregelen verplichten.

Ik streef ernaar om de doelen zo snel mogelijk te bereiken en bij tegenvallers worden extra maatregelen ontwikkeld om aan de norm te voldoen.


De kabinetsreactie suggereert ten onrecht draagvlak bij het maatschappelijk veld. Het betreft een bestuurlijk dichtgetimmerd plan met weinig ruimte voor aanpassing op basis van de inspraak of de politieke discussie. De procedure staat niet in verhouding tot het grote maatschappelijk belang van een goede luchtkwaliteit.

De inspraakronde van het NSL heeft talrijke reacties opgeleverd. Op 4 februari 2009 spreek ik met de Tweede Kamer over het plan. Ik deel de analyse niet dat het NSL een dichtgetimmerd plan is met weinig ruimte voor aanpassing.

Ik stel mij voor dat wij, zodra het NSL is vastgesteld, serieus werk maken van de uitvoering van dit plan. Het treffen van – voldoende – maatregelen is een verplichting waartoe de verantwoordelijke overheden zich in het NSL hebben gebonden. Zonodig zal ik de overheden daar ook direct op aanspreken.





1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina