Bijlage concept Nota van Antwoord Kabinetsstandpunt Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (nsl)



Dovnload 1.12 Mb.
Pagina12/15
Datum22.07.2016
Grootte1.12 Mb.
1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15

Voorstellen voor wijzigingen in het NSL:

In het NSL zal meer aandacht worden besteed aan de robuustheid van het pakket maatregelen, de inzet van maatregelen van het rijk en de verantwoorde wijze van rekenen met de saneringstool. 




88 NS Poort Legal, dhr. G.C.M. Schipper, Utrecht

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

U verzoekt een aantal projecten alsnog op te nemen in het NSL. Volgens de NS dragen de genoemde projecten waarschijnlijk niet "in betekende mate" bij aan de vermindering van de luchtkwaliteit maar geven mogelijk wel een fijn stofprobleem.
Het betreft de volgende projecten:

-Gemeente Beverwijk; Wijckermolen (9.000m2, 300 parkeerplaatsen); Stadhuis met kantoor (8.000m2), verplaatsing Heliomare, nieuwbouw scholencomplex, bouw hotel en stationsomgeving.

-Gemeente Amsterdam; omgeving Cruquiuskade (110 woningen, bibliotheek (600m2), supermarkt (2.100 m2), commerciële ruimte (600 m2) en parkeergarage van 185 plaatsen.


In uw inspraakreactie vraagt u om een aantal projecten alsnog in het NSL op te nemen. U geeft hierbij zelf aan dat de projecten NIBM zijn.

In het NSL zijn echter alleen projecten opgenomen die IBM zijn. De luchtkwaliteiteffecten van NIBM-projecten zijn al meegenomen in de achtergrondconcentratie en de berekende pieken. Opname van deze projecten in het NSL is dan ook niet zinvol.





U vraagt of de Nieuwe Sleutelprojecten (NSP) in de bijlage van het NSL zijn opgenomen. Het gaat hierbij om ingrijpende renovaties van grote OV Terminals en omgeving daarvan in Den Haag, Utrecht, Rotterdam, Breda en Arnhem.


In antwoord daarop kan ik u het volgende mededelen.
-Utrecht

De plannen rondom het station Utrecht Centraal (de zgn. OV-terminal) zijn als IBM-project in het NSL opgenomen.


-Breda

Het NSP project in Breda is deels in het NSL opgenomen. Reden hiervoor is dat de besluitvorming voor maart 2009 heeft plaatsgevonden. Het project wordt gefaseerd uitgevoerd. Voor een aantal onderdelen heeft de besluitvorming voor maart 2009 plaatsgevonden. Deze delen zijn niet in het NSL opgenomen. De onderdelen die later worden uitgevoerd en waarvoor nog een besluit moet worden genomen zijn wel als IBM-project opgevoerd.


-Den Haag

Het bestemmingsplan voor Den Haag Nieuw Centraal is in 2007 vastgesteld. De luchtkwaliteit is toen al getoetst. Volgens het Besluit luchtkwaliteit 2005 waren er geen bezwaren.


-Arnhem

Inmiddels zijn reeds enkele projecten gestart. Het gehele project is in 2011-2012 gereed.  

Dit project is niet als IBM-project in het NSL opgenomen omdat er geen grote verkeersaantrekkende werking wordt verwacht.
-Rotterdam

Rotterdam Centraal maakt onderdeel uit van IB-nummer: 1448: Rotterdam Centrum/Kop van Zuid. Dit is een verzameling van diverse projecten in de binnenstad van Rotterdam. Bijlage 8 van het NSL noemt het stationskwartier in detail, onderdeel van IB-nummer: 1448.






89 VNCI, mw. L.N. Mulder-Boeve, Den Haag

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

De chemische industrie is steeds bereid geweest - en nog - om in alle redelijkheid en proportionaliteit bij te dragen aan een goede milieukwaliteit. Hierbij geven wij onze bezwaren op het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, en met name op het onderdeel fijn stof.

U geeft aan, dat u altijd bereid bent geweest – en nog - om in redelijkheid en proportionaliteit bij te dragen aan het verbeteren van de luchtkwaliteit. Ik herken deze houding en met dat in gedachten heb ik uw reactie gelezen.


De maatregelen van het NSL concentreren zich op het verbeteren van de luchtkwaliteit op plaatsen waar de hoeveelheid NO2 of fijn stof boven de Europese norm ligt.

Het NSL stelt dat de emissie van fijn stof voor de industrie maximaal 11, 10,5 en 10 kiloton in respectievelijk 2010, 2015, 2020 mag zijn. Om op deze plafonds terecht te kunnen komen, zijn reductiedoelstellingen voor de industrie vastgesteld. Deze reductiedoelstellingen vormen de basis van de eis om voor alle emittenten uiteindelijk de norm van 5 mg/Nm3 op te leggen, zoals vastgelegd in het Actieplan Fijn Stof. De VNCI vindt de onderbouwing van de norm onvoldoende.


Het Actieplan Fijn Stof baseert haar gestelde reductiedoel van 3 kiloton op achterhaalde emissie verwachtingen. In 2007 zijn deze emissieverwachtingen 2010, 2015 en 2020 geactualiseerd door het Planbureau voor de Leefomgeving. Bovendien is de samenstelling van de industrie gewijzigd, maar het is niet duidelijk of het industrie emissieplafond daarop volledig is gecorrigeerd. Dit resulteert in een ondoorzichtige opbouw van het reductiedoel en daarmee wellicht in een onnodig strenge eis.

Voor het verbeteren van de luchtkwaliteit moeten alle sectoren: verkeer, landbouw en industrie een aanzienlijke inspanning leveren. De vraag is daarbij altijd welke sector draagt welk deel bij. Hierover heeft het vorige kabinet een besluit genomen (september 2005). Dit besluit heeft zich vertaald in het NSL. Voor de industrie betekent dit dat er ten opzichte van 2005 in 2010 een emissiereductie van 1 kiloton fijn stof moet worden gerealiseerd. Deze taakstelling loopt in 2020 op tot een reductie van 2 kiloton ten opzichte van de industriële fijn stof emissies van 2005. Om dit hanteerbaar te maken zijn deze reductiedoelstellingen vertaald in industriële emissieplafonds fijn stof voor respectievelijk 2010, 2015 en 2020. Hiervoor is het Actieplan fijn stof & industrie opgesteld. Ter voorbereiding hiervan is er een onderzoek uitgevoerd door TNO. Uit dit onderzoek is onder andere naar voren gekomen, dat ook de industriële emissies aan fijn stof substantieel bijdragen aan de lokale luchtkwaliteit. Deze emissies zorgen mede voor de verhoogde achtergrondconcentraties, die in slechte dagen zich als “de deken” op het leefniveau openbaart.


Het NSL stelt ook dat het uitgangspunt voor het terugdringen van fijn stof is dat tenminste de Best Beschikbare Technieken (BBT) moeten worden toegepast conform de wet Milieubeheer. Dit wordt echter concreet vertaald in een eis van 5 mg/Nm3. Over maatregelen wordt namelijk gezegd dat er wordt gestreefd om voor alle installaties technieken toe te passen die overeenkomen met een eis van 5 mg/Nm3.

Daar de BBT worden vastgesteld in IPPC kader, vinden wij het niet juist dat als algemeen uitgangspunt nu de 5 mg/Nm3 in de regelgeving zal worden gehanteerd. De IPPC richtlijn beoogt een integrale benadering. Van een flexibele integrale benadering kan geen sprake zijn als er door Nederland eenzijdig bindende emissienormen worden vastgelegd. Met name voor de NeR, die geen inspraak biedt, en waarbij de industrie alleen een adviserende stem heeft, vinden wij dit niet acceptabel.



Door het strikt toepassen van Best Beschikbare Technieken (BBT) zijn er nog veel emissiereducties te realiseren. De emissie van 5 mg/m3 is hierbij richtinggevend en gebaseerd op de bestaande BAT-referentiedocumenten (BREF’s) en toepassingen in de praktijk. Deze waarde is richtinggevend ten aanzien van het toepassen van de BBT.

Het implementeren van deze strikte waarde kan niet van de een op de andere dag. Ik heb daarom vooralsnog gekozen voor maatwerk via de individuele vergunningverlening. Het Actieplan fijn stof & industrie zal in de komende jaren worden uitgerold. Dit zal in nauw overleg met het bedrijfsleven en de vergunningverleners plaatsvinden. De snelheid en volgorde van de in te voeren maatregelen zal daarbij mede worden bepaald door de kosteneffectiviteit van de maatregelen en de snelheid, waarmee de taakstelling 2010, 2015 en 2020 wordt gerealiseerd. Deze aanpak zal in overleg met de betrokken vergunningverleners en het bedrijfsleven programmatisch worden uitgewerkt. VROM zal hierbij de regie voeren. Daarbij zal tevens beter de relatie tussen totaal stof en fijn stof in beeld worden gebracht.



Alvorens zwaardere emissie-eisen op te leggen dient op zijn minst aangetoond te worden dat dit noodzakelijk is om bij te dragen aan de verbetering van de lokale luchtkwaliteit. Anders kan een bedrijf strengere eisen worden opgelegd die wellicht niet volledig gerechtvaardigd zijn. Er wordt in het Actieplan Fijn Stof wel beschreven dat een integrale benadering ten opzichte van andere milieukwaliteiten moet worden gemaakt, maar de relatie met de lokale luchtkwaliteit ontbreekt.

De voorgestane aanpak is geheel in lijn met de IPPC en de Wet milieubeheer. Immers hierin wordt gesteld dat er ten minste BBT moet worden toegepast. Mocht de voortgang in de reductie op grond van de individuele vergunningverlening de komende jaren onvoldoende blijken te zijn, dan overweeg ik deze waarde alsnog als wettelijke emissie-eis vast te leggen.

Wij hebben er bezwaar tegen dat doelstellingen worden gesteld voor fijn stof van 10 kiloton in 2020 die worden vertaald in maatregelen voor totaal stof van 5 mg/Nm3 terwijl nog onbekend is wat het aandeel fijn stof is. Zoals bekend is dit nog in onderzoek.

Bedrijven zijn tot nu toe lang niet altijd in staat geweest om fijn stof in het milieujaarverslag te rapporteren. In het verwerken van de bestaande emissiecijfers en het trekken van conclusies over te halen doelen is hiermee onvoldoende rekening gehouden en in enkele gevallen zelfs volledig aan voorbij gegaan.


Wij kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat in het plan wel erg wordt toegeschreven naar een norm van 5 mg/Nm3 voor de industrie.

Graag zien wij hiervoor een betere onderbouwing alvorens deze norm vast te leggen.



De doelstelling van 10 kiloton in 2020 vloeit voort uit het in 2005 genomen genoemde kabinetsbesluit. Ter voorbereiding van het Actieplan fijn stof en industrie heeft TNO onderzoek gedaan naar de industriële emissies van fijn stof. De bijdrage van deze emissies aan de lokale luchtkwaliteit is substantieel. Bij de uitvoering van het Actieplan zal de relatie tussen totaal stof en fijn stof verder in beeld worden gebracht.






90 Bouwend Nederland, drs. C.W. van Willigen, Zoetermeer

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

Bouwend NL steunt de NSL aanpak en heeft op de volgende vier punten opmerkingen:

-Monitoring

-Achterblijvende Europese beleidsinzet

-Aanwijzingsbevoegdheid minister

-Stimuleren innovaties


Ik ben blij met de steun voor de NSL-aanpak van Bouwend Nederland

-Monitoring

De monitoring na het onherroepelijk worden van het NSL komt pas in 2010 beschikbaar. Daarmee is weinig tijd voor bijsturing waar nodig. Voorgesteld wordt dit nu al aan de Kamer duidelijk te maken.



-Het is juist dat de termijn om bij te sturen voor het bereiken van de PM10-norm (2011) korter is dan die voor NO2 (2015). Ik zal het NSL in 2009 overigens vaststellen op basis van de meest actuele data die in 2009 beschikbaar zijn. In die zin is het voortschrijdend inzicht wel verwerkt in het NSL.

-Europa

De luchtkwaliteit kan het beste worden aangepakt met Europees bronbeleid. Dit is niet voldoende, vandaar het NSL. Als er extra tegenslagen zijn in het Europese bronbeleid moet Nederland nog meer maatregelen nemen. Deze maatregelen moeten door het rijk genomen worden en niet worden gekoppeld aan individuele projecten. Bouwend Nederland ziet dit graag bevestigd in de teksten van het NSL.



-Indien zich onverhoopt vertragingen voordoen in het nakomen van gemaakte afspraken binnen de Europese gemeenschap dan kan dat inderdaad consequenties hebben voor het nationale doelbereik. Mede daarom kent de EU-Richtlijn Luchtkwaliteit een evaluatie in 2013, en moeten lidstaten jaarlijks op een (geharmoniseerde) manier rapporteren. Het spreekt vanzelf dat de regering de Europese Commissie erop aan zal spreken als Europese doelstellingen niet tijdig worden gerealiseerd. Daarom hecht Nederland ook veel belang aan het tijdig uitbrengen van de herziene Richtlijn Nationale Emissieplafonds, omdat hiermee de emissies in alle EU-lidstaten gereduceerd worden. Dat heeft een groot effect in Nederland op de achtergrondconcentratie van de luchtkwaliteit.

Hoe dan ook zal dat niet leiden tot koppeling aan individuele projecten.



-Aanwijzingsbevoegdheid

In het NSL moet opgenomen worden dat de aanwijzingsbevoegdheid wordt gebruikt om maatregelen af te dwingen wanneer de normen voor luchtkwaliteit worden overschreden waardoor ruimtelijke ontwikkelingen geen doorgang kunnen vinden.



-Deze bevoegdheid hoeft niet in het NSL te worden opgenomen omdat deze bevoegdheid reeds is opgenomen in de Wet milieubeheer. Van deze bevoegdheid kan gebruik gemaakt worden als de monitoring daar aanleiding voor geeft.

-Innovaties

De huidige aanpak geeft onvoldoende prikkels om te zoeken naar (kosten-) effec­tievere maatregelen.

Gevraagd wordt om in alle lijsten met maatregelen van het NSL een regel op te nemen voor ' nog niet bekende innovaties". als signaal dat innovaties per project/regio zijn toegestaan.


-Ik onderschrijf uw intentie. De huidige NSL-systematiek maakt het echter mogelijk om minder effectieve maatregelen te vervangen door effectievere indien voortschrijdend inzicht daartoe aanleiding geeft. Dat is ook goed bekend bij de partners. Ik zal deze mogelijkheid samen met de aanmoediging voor de ontwikkeling van nieuwe innovatieve maatregelen onder de aandacht van de NSL-partners blijven brengen.




91 Mw. M.C.G. Beenackers-van Poppel, Maarheeze

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

De eerste zin uit de landelijke advertentie wordt niet onderschreven. Door toenemende verkeersdrukte als gevolg van bedrijventerrein Reiling en toekomstig te ontwikkelen landbouwontwikkelingsgebieden Chijnsgoed en Oostrikse Heide wordt de luchtkwaliteit in de gemeente Cranendonck steeds slechter en daarmee ook de gezondheid. Het NSL is gebaseerd op tellingen en metingen in 2006. Ook later zouden metingen verricht moeten zijn. Waarom zijn die niet meegenomen als de situatie drastisch gewijzigd is?

De meetgegevens die ten grondslag liggen aan de modelberekeningen dateren inderdaad uit 2006 en dat waren de meest recente gegevens die nog verwerkt konden worden. Er zijn inmiddels uiteraard recentere gegevens. Voor de onderbouwing van het kabinetsbesluit over het NSL zal gebruik gemaakt worden van meetgegevens uit 2008. Om zo volledig mogelijk te zijn wordt naast metingen ook gebruik gemaakt van modellering. Ook die modellen zullen worden geactualiseerd ten behoeve van het kabinetsbesluit. Daar zullen de door u beschreven ontwikkelingen in doorwerken.

Nederland heeft niet alleen problemen met de luchtvervuilende stoffen fijn stof en stikstofdioxide. Wat te denken van ammoniak?

U hebt zeker gelijk dat er meer luchtverontreinigende stoffen zijn die milieuproblemen geven dan alleen fijn stof en stikstofdioxide. Om de emissies van genoemde stoffen, maar ook van ammoniak te reduceren, zijn er in Europees verband zogenaamde emissieplafonds afgesproken. Dit betekent dat Nederland wettelijk maar een bepaalde hoeveelheid stikstofoxiden, ammoniak en zwaveldioxiden mag uitstoten.

Daarnaast worden bij de aanpak van fijn stof in de landbouw door middel van luchtwassers ook de ammoniak emissies aangepakt.



Het NSL heeft alleen tot doel uitstel te krijgen voor het voldoen aan de grenswaarden. Het berust op natte vinger werk. Laat de berekeningen zien waaruit blijkt dat de problemen in de probleemgebieden opgelost worden. In het Brabants Samenwerkingprogramma luchtkwaliteit (p. 106/107) staat voor de gemeente Cranendonck en Heeze -Leende een 0 bij NO2 en PM10. Dat is onbegrijpelijk. Verzocht wordt nieuwe metingen te verrichten. De cijfers lijken gebaseerd op politieke keuzes om de realisering van landbouwontwikkelingsgebieden mogelijk te maken, hoe kunnen ze anders worden verklaard?


Het is beslist niet de intentie om met het aange­vraagde uitstel extra de tijd te nemen om de overschrijdingen te saneren. Integendeel; Nederland voldoet niet aan de norm voor fijn stof en alleen met de inzet van het omvangrijke pakket aan maatregelen slagen we erin om de grenswaarden alsnog spoedig te bereiken. Daarbij geldt hoe eerder, hoe beter.

Dit tijdig bereiken van de norm moet vanzelfsprekend gezien worden als een middel om de gezondheidsbelangen te dienen. De normen zijn geënt op Europese ambities om de gezondheids­risico’s te verminderen.

Het NSL is onderbouwd door de saneringstool die gebaseerd is op metingen en modellen die voldoen aan de gestelde wetenschappelijke eisen. Een monitoringstelsel volgt of de maatregelen het voorspelde effect teweeg brengen. Indien nodig zullen aanvullende maatregelen worden getroffen.

De saneringstool is vrij beschikbaar voor een ieder. U kunt daarmee alle cijfers checken.

In het Brabants Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (BSL) zijn de rekenresultaten opgenomen van alle Brabantse gemeenten, berekend met de saneringstool. Voor zowel Heeze-Leende en Cranendonck worden voor het jaar 2006 nog overschrijdingen van de grenswaarden berekend voor NO2 en PM10, maar voor de zichtjaren 2010 en verder treden voor beide stoffen geen overschrijdingen meer op voor beide gemeenten. De getallen kunt u terugvinden in het BSL (pagina 106/107)


In de Saneringstool zijn de piekbelastingen ten gevolge van de intensieve veehouderij nog niet berekend, omdat de informatie nog niet beschikbaar was. Hoe moet in dit verband gekeken worden naar de realisatie van landbouwontwikkelingsgebieden met de daaraan gekoppelde extra gezondheidsrisico’s? Waarom niet gewacht tot alle cijfers beschikbaar zijn zodat een gefundeerd oordeel genomen kan worden? Of krijgen we die cijfers alsnog gepresenteerd in een later stadium? Dat zou het meest correct zijn.


Voor de intensieve veehouderij zijn globale berekeningen van de piekconcentraties gemaakt. Op basis daarvan is een prioritaire groep van 330 bedrijven geselecteerd, waarvoor gedetailleerde berekeningen worden gemaakt. De resultaten daarvan worden opgenomen in de geactualiseerde saneringstool die wordt gemaakt ten behoeve van het definitieve NSL. Ook zal dan gebruik gemaakt worden van de meest recente inzichten met betrekking tot de emissies van stallen en de effecten van maatregelen zoals luchtwassers.

Verder geldt dat voor de realisatie van de landbouwontwikkelingsgebieden de effecten daarvan moeten worden getoetst aan de wettelijke kaders voor luchtkwaliteit. Dit is voor Brabant één van de redenen om een praktijkproef voor de intensieve veehouderij uit te voeren. Met deze proef wordt bezien hoe het beleid uitpakt voor de landbouwontwikkelingsgebieden. De resultaten van deze proef worden ook in de saneringstool meegenomen.



In Zuidoost Brabant zal de achtergrondconcentratie voor stikstofdioxide en fijn stof hoger zijn door nabijheid van industriegebieden in Duitsland en België. Door toename van het aantal grote intensieve veehouderijbedrijven zullen de concentraties alleen maar drastisch toenemen. Ik wil graag meer inzicht in uw berekeningen, want telkens blijkt dat ondanks forse toename van het dierenaantal toch de uitstoot hetzelfde blijft. Men heeft belang bij lagere cijfers en daarom vertrouw ik de cijfers niet.

Voor de bijdrage van de intensieve veehouderij aan de concentraties van met name fijn stof is bepalend wat voor intensieve veehouderijbedrijven het betreft. Voor fijn stof zijn vooral pluimveebedrijven relevant. De concentraties aan fijn stof die hierdoor ontstaan blijken uit de geactualiseerde saneringstool. Als uit de gedetailleerde berekeningen blijkt dat bedrijven in 2011 nog overschrijdingen van de normen veroorzaken, dan moeten deze bedrijven maatregelen nemen om de emissie van fijn stof zodanig te beperken dat zij voldoen aan de normen.

Citaat inspraakwijzer: “De overschrijdingen door het verkeer worden gemeten langs de drukke snelwegen in de Randstad en aan de drukkere straten in de grote steden.” Waarom worden langs de A2 ter hoogte van Leende en Maarheeze, vlakbij Eindhoven, Valkenswaard en Waalre geen metingen verricht? Hier staat het verkeer ook praktisch dagelijks vast.

U heeft gelijk dat deze zin uit de samenvatting van het NSL in de inspraakwijzer onduidelijk is. Hier had moeten staan: “De overschrijdingen door het verkeer komen vooral voor langs de drukke snelwegen in de Randstad en aan de drukkere straten in de grote steden.” Omdat het ondoenlijk is om overal de luchtkwaliteit te meten is hiervoor het rekenmodel (de saneringstool) gebruikt. Hiermee is langs de snelwegen, ook langs de A2, de luchtkwaliteit bepaald. Dit model is getoetst en geoptimaliseerd met metingen van de luchtkwaliteit op een aantal representatieve plekken.

Met name in Brabant is er overschrijding van de normen als gevolg van intensieve veehouderij. Heel vreemd dat de grens tussen concentratie- en niet concentratiegebieden is losgelaten in de landbouw. Hierdoor en door subsidies op combi-luchtwassers is er een aanzuigende werking voor de landbouwsector in Brabant. Doordat milieurechten niet zijn ingenomen zijn er tevens veel extra milieuvergunningen in omloop. Bovendien verzuimen gemeenten bij nieuwe aanvragen voor milieuvergunningen te toetsen aan de luchtkwaliteit. Het genoemde aantal van 330 bedrijven lijkt hierdoor aan de lage kant. Ook varkensbedrijven zouden meegerekend moeten worden! Ook factoren als verkeer binnen en van/naar de inrichting, verbrandingsbronnen/tractoren binnen de inrichting zullen meegenomen moeten worden in het totaalplaatje. De aangeleverde gegevens bevatten fouten waardoor de concentraties in werkelijkheid anders kunnen zijn dan verondersteld.

De Wet op de ruimtelijke ordening en de Reconstructiewet bieden voldoende mogelijkheden om te sturen in de mate waarin en de wijze waarop nieuwvestiging en uitbreiding van veehouderijbedrijven in bepaalde gebieden kan plaatsvinden. Deze mogelijkheden liggen met name in aanpassing van de reconstructieplannen, de gemeentelijke bestemmingsplannen en de uitwerking van ontwikkelingsplannen voor de Landbouw Ontwikkelings Gebieden (LOG’s). De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij gemeenten en provincies.
Bij de vaststelling van de piekbelastingen door veehouderij is uitgegaan van milieuvergunningen. Daarbij zijn zowel varkens- als pluimveebedrijven in beschouwing genomen. Verder hebben deskundigen de uitgangspunten bij de vaststelling van de saneringsopgave bepaald, zodat deze zo goed mogelijk aansluit bij de situatie zoals die in werkelijkheid is. Bij precieze berekeningen die nu worden gemaakt voor de groep van 330 prioritaire bedrijven bestaat de mogelijkheid om bedrijven in beschouwing te nemen die ten onrechte in de prioritaire groep ontbreken. Tot op heden is nauwelijks van dergelijke ontbrekende bedrijven gebleken.

Alle nieuwe ontwikkelingen moeten worden getoetst aan de wettelijke kaders voor luchtkwaliteit.



Met name door de provincie Brabant wordt een te rooskleurig beeld geschetst. Er is geen rekening gehouden met ingebrachte zienswijze en omwonenden zijn selectief geïnformeerd. Dat in het Brabants Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit staat dat aan de normen voldaan gaat worden, is merkwaardig als je bedenkt dat de intensieve veehouderij uitbreidt.

Het Brabants Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit is op 15 april 2008 door GS vastgesteld en is integraal overgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma. De nu ingebrachte zienswijze wordt thans behandeld. Bij het antwoord bij vraag 4 en 5.3 wordt nader ingegaan op de wijze hoe de intensieve veehouderij in het BSL is meegenomen.

In één van de documenten stond dat het met name de kleine en middelgrote bedrijven zijn die in aanmerking komen voor subsidie voor combi-luchtwassers. Dat is onjuist. Het zijn met name de middelgrote tot grote en hele grote bedrijven die subsidie aanvragen. Hervestigende bedrijven in de omgeving plaatsen in hun nieuwe stallen niet overal luchtwassers met een emissiereductie van 90%, het merendeel is 70% of lager. Dat geeft extra belasting in dit gebied.


Voor de subsidie wordt geen onderscheid gemaakt naar bedrijfsgrootte. Het is wel zo dat relatief kostbare voorzieningen, zoals luchtwassers, vooral worden getroffen door grotere bedrijven. Kleinere bedrijven kunnen echter veelal volstaan met maatregelen die minder ver gaan en goedkoper zijn.

Alleen de gecombineerde luchtwassers die zijn opgenomen in de regeling ammoniak en veehouderij (RAV) komen in aanmerking voor subsidie. Deze halen voor ammoniak een emissiereductie van 70 tot 85%, voor geur 70 – 80% en voor fijn stof 80%.






92 Groenlinks Utrecht, mw. M. Mos, Utrecht

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

Na uitvoering van de nationale generieke maatregelen overschrijdingen resteren van de grenswaarden voor PM10 en NO2 in de gemeente Utrecht, met name als gevolg van de hoge concentratiebijdrage van de A27, de A12 en de A2. GroenLinks Utrecht pleit ervoor de gezondheid van de inwoners voorop te stellen en te streven naar maximale verbetering van de luchtkwaliteit.
Aangedrongen wordt op een combinatiepakket op het hoofdwegennet bestaande uit:

schermen waar dat verlichting brengt voor mensen die dichtbij de snelweg wonen;

een verlaging van de snelheid op de gehele Ring Utrecht om uitstoot te verminderen

daarnaast luchtbehandeling (in combinatie met overkapping waar mogelijk) om de luchtverontreiniging deels te neutraliseren. Overkapping kan goed worden toegepast op de A27 ter hoogte van Utrecht Lunetten, waar al sprak is van een open bak.

Door het nemen van maar één maatregel lijkt het kabinet er voor te kiezen de norm met de hakken over de sloot te halen. Gehoopt wordt dat het kabinet in samenwerking met de gemeente Utrecht de lucht noemenswaardig schoner maakt.


In het kader van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) hebben de minister van Verkeer en Waterstaat en ik afgesproken dat onder bepaalde voorwaarden op een beperkt aantal wegvakken de maximumsnelheid tijdelijk verlaagd kan worden. In dat kader is het kabinet evenwel voornemens op de snelwegen rondom Utrecht schermen te plaatsen. Uit onderzoek blijkt dat snelheidsverlaging hier onvoldoende oplossend vermogen biedt om de lokale luchtkwaliteitsknelpunten op te lossen.

Uitzondering op de voorgenomen plaatsing van schermen, is het voornemen om op een klein gedeelte van de A2 Oudenrijn - Maarssen dynamisch verkeersmanagement toe te passen en de monden van de Leidsche-Rijn-tunnel te reinigen. Het kabinet verwacht dat met deze maatregelen in 2011 en 2015 voldaan kan worden aan de normen voor luchtkwaliteit op de snelwegen rondom Utrecht. Om aan deze normen te voldoen is verlaging van de maximumsnelheid voorts niet afdoende gebleken. Daarnaast is uit praktische en financiële overweging de beleidskeuze gemaakt per wegvak één maatregel te nemen, om de stapeling van maatregelen te voorkomen. Dit om een goede en herleidbare onderbouwing van het effect te garanderen.

Uit onderzoek van de Adviesdienst Verkeer en Vervoer (thans de Dienst Verkeer en Scheepvaart) van Rijkswaterstaat van 15 mei 2006 is gebleken dat een deel van het verkeer naar verwachting verschuift naar het onderliggend (stads)wegennet bij het instellen van een 80 km/uur maatregel op de ring.

Hierdoor verbetert de luchtkwaliteit per saldo slechts in beperkte mate en dan met name op het hoofdwegennet en niet in de stad. Daarnaast is uit dit onderzoek gebleken dat een 80 km/uur maatregel op de stadsringen leidt tot grote reistijdverliezen. De ambtsvoorganger van de minister van Verkeer en Waterstaat heeft daarom destijds besloten een verlaging van de maximumsnelheid op de stadsringen van de vier grote steden daarom niet door te voeren.

Het positieve effect van een 80 km maatregel neemt overigens naar mate de afstand van de weg groter wordt snel af. In het algemeen is de bijdrage van de verkeersemissies aan de totale concentratie op 100 meter afstand van de weg nog ongeveer de helft van de bijdrage aan de emissies in de directe nabijheid van de weg. Het positieve effect van een 80 km maatregel is daarom tot ongeveer 200 meter afstand van de weg waarneembaar.





93 Dhr. W.A.G. ten Brink, Melderslo

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

Waarom worden landbouwbestrijdingsmiddelen niet betrokken bij het onderzoek naar luchtkwaliteit?

Het NSL richt zich op plaatsen met een overschrijding van Europese normen voor vervuilende stoffen in de lucht. Europese luchtkwaliteitsnormen voor bestrijdings­middelen zijn er niet. Daarom zijn bestrijdingsmiddelen geen onderdeel van het NSL.

In mei 1991 werden de resultaten bekend van een onderzoek dat de provincie Zuid-Holland deed naar de kwaliteit van regenwater in Nederland. Hierin werd een groot aantal bestrijdingsmiddelen gevonden.

Uitstoot uit kassen en bollenloodsen is nooit goed onderzocht. Omdat in Nederland, per hectare landbouwgrond veel bestrijdingmiddelen worden gebruikt is het wenselijk deze stoffen mee te nemen in het onderzoek van het NSL.




Aanwijzingen dat er in Nederland plaatsen zijn waar de concentraties aan bestrijdingsmiddelen in de lucht gezondheidskundige grenzen overschrijden, zijn niet bekend. Voor de emissies uit kassen is in 2005 uitgebreid onderzoek afgerond naar de risico’s voor omwonenden. Hieruit bleek dat geen risico’s te verwachten zijn. Overigens worden deze aspecten ook meegenomen bij de beoordeling van de vraag of specifieke bestrijdingsmiddelen middelen kunnen worden toegelaten in Nederland.

Bij het aangehaalde onderzoek naar regenwaterkwaliteit uit 1991 betrof het ecologische normen. Dit heeft geresulteerd in vervolgonderzoek. Op basis daarvan zijn geen alarmerende signalen naar voren gekomen voor de menselijke gezondheid.






94 Dorpsraad Tienray, dhr. E.W.J.M. van Maarschalkerwaard, Tienray

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

Verbetering van de luchtkwaliteit is van belang bij drukke provinciale wegen dwars door dorpskernen. Daar staan huizen van oudsher dicht aan de weg, terwijl de hoeveelheid en mate van verkeer fors is toegenomen.

In feite past deze mate van mobiliteit en de samenhangende uitstoot van uitlaatgassen niet in een dorpse woonomgeving.

Op pagina 5 van het NSL wordt er stil gestaan bij het verschonen van lucht voor wat betreft niet -rijkswegen in binnensteden. Er wordt vanuit gegaan dat dit ook geldt voor dorpen.


De grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn overal in Nederland in gelijke mate van toepassing. Ook bij drukke provinciale wegen dwars door dorpen, moet aan de grenswaarden worden voldaan. Indien dat niet het geval is, moeten er maatregelen worden genomen.

Het completere pakket aan maatregelen in het NSL zorgt ervoor dat zich uiterlijk 11 juni 2011 (voor fijn stof) en 1 januari 2015 (voor NO2) geen overschrijdingen meer voordoen.






95 EVO, dhr. R.J. Slotema, Zoetermeer

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

EVO steunt de aanpak van het NSL, spreekt waardering uit voor de totstandkoming en acht het voor de hand liggend dat derogatie wordt verleent door de EU cie.


Ik stel uw steun en waardering zeer op prijs.


- Europees bronbeleid:

De ontwikkeling van Europees bronbeleid blijft achter op de ontwikkeling van Europese normen. Terwijl juist EU bronbeleid zo effectief is en kostbare nationale maatregelen kan voorkomen.




Ik onderschrijf uw analyse. Dit pleit dan ook voor een actieve druk op het tempo en invoering van Europese brongerichte maatregelen en juist daarvoor maak ik mij sterk. Hiernaast is aanvullend nationaal, regionaal en soms ook lokaal beleid nodig om tijdig aan de grenswaarden voor de luchtkwaliteit te voldoen. (Kosten)effectiviteit van maatregelen is daarbij voor alle bij het NSL betrokken overheden een belangrijk criterium.

- Nationale generieke maatregelen:

Een adequate sloopregeling is voor EVO een ‘conditio sine qua non’ om het convenant stimulering schone lichte bedrijfsauto's en milieuzonering voor bestelauto´ te tekenen.

Een sloopregeling die eigenaren van oude bedrijfsvoertuigen helpt om hun oude auto´s (die ze sterk vervroegd moeten afschrijven) te vervangen.


In verband met het genoemde convenant ben ik in gesprek met de autobranche over de financiering en de exacte invulling van een sloopregeling. Ik verwacht hierover begin 2009 duidelijkheid te krijgen.


- Lokale maatregelen

Op lokaal niveau steunt de EVO door­stro­ming bevorderende maatregelen, zoals de groene golf en Tovergroen (de verkeers­lichten op groen voor vrachtauto´s).


Minder positief is het grote aantal gemeenten, dat milieuzones voor vrachtauto´s als maatregel hebben opgenomen. De vraag is, of een goede afweging is gemaakt of de oplossing van het luchtkwaliteitsprobleem gebaat is bij het instellen van milieuzones. Uiteindelijk kan uit analyse van de maatregelen blijken, dat andere maatregelen kansrijker blijken dan het invoeren van een milieuzone.

De gemeenten zullen met het bedrijfsleven moeten overleggen over de mogelijke invoering van een milieuzone voor vrachtauto's. Dit conform het convenant.


EVO is ook kritisch op maatregelen van gemeenten om vrachtauto´s te verbieden op verbindingswegen binnen stedelijk gebied. Ook is overleg nodig met EVO over nut, noodzaak en alternatieven. Dit soort maatregelen kan alleen genomen worden binnen de randvoorwaarden van de wegenverkeers­wetgeving.

Het is aan het gemeentebestuur om de maatregelenmix te kiezen die het meest passend en kosteneffectief is om de lokale luchtproblemen op te lossen. Met de saneringstool beschikt de gemeente over een rekenmodel om die keus te kunnen maken. Het staat gemeenten vrij om maatregelen te treffen die omwille van de gezondheid, tot nog lagere concentraties leiden dan de grens­waarde. Het spreekt dan voor zich dat de gemeente de proportionaliteit van de maatregelen en het draagvlak daarbij in acht neemt en dat het pakket zo goed mogelijk aansluit bij de aard en ernst van de luchtkwaliteitproblematiek binnen een gemeente.

Een milieuzone is vaak onderdeel van een

uitgebreider pakket van maatregelen.

De zorgvuldigheid waarmee gemeenten besluiten om een milieuzone in te stellen heeft de aandacht van de minister van VROM. Naast het aspect van uniformiteit is een zorgvuldige besluitvorming door gemeenten ook een belangrijke aanleiding geweest voor de coördinatie vanuit het rijk en de totstandkoming van het milieuzone-convenant voor vrachtverkeer. Er is voorzien in periodiek overleg tussen de convenantpartijen, in de vorm van de werkgroep en stuurgroep milieuzonering, waarin de EVO zitting heeft of wordt vertegenwoordigd. Ook voorziet het convenant in bemiddeling indien er tussen convenantpartijen uiteindelijk een conflict zou ontstaan. Tot nu toe functioneren deze structuren naar behoren.



- Overleg over alternatieven

Opname van een maatregel in het NSL brengt een uitvoeringsplicht met zich mee. Als de maatregel niet kan worden gerealiseerd geldt de verplichting een alternatieve maatregel te treffen met een zelfde effect. EVO treedt graag met gemeenten in overleg over (de alternatieven voor) o.a. de milieuzones.




Uw samenvatting van de NSL-aanpak in deze is correct. Ik stel uw aanbod tot meedenken over alternatieve lokale maatregelen zeer op prijs en zal gemeentelijke bestuurders hierop wijzen.

- Koppeling

Het effect van de IBM projecten op het aantal overschrijdingen is gering en daarmee toont het NSL aan dat er weinig verband is tussen ruimtelijke projecten en de ontwikkeling van de luchtkwaliteit.

Dit roept de vraag op, of de directe koppeling tussen individuele projecten en grenswaarden nog wel gehandhaafd moet blijven.


Directe koppeling is in de nieuwe wet luchtkwaliteit losgelaten. Er is gekozen voor een flexibeler koppeling door introductie van de begrippen ‘niet in betekenende mate’ en een programmatische aanpak middels het NSL. Algehele ontkoppeling is juridisch niet mogelijk zolang er sprake is van (dreigende) normoverschrijding.

De verwachting bestaat dat als gevolg van de nieuwe aanpak veel projecten niet meer aan de grenswaarden hoeven te worden getoetst. Laten we derhalve eerst gedurende enige tijd ervaring opdoen met de nieuwe aanpak en niet weer de koppeling ter discussie te stellen.

Ik wil wel bezien in hoeverre deze aanpak ook bruikbaar is voor andere milieuthema’s. De VROM-raad werkt aan een advies terzake.


- Verdere betrokkenheid EVO

EVO wil graag betrokken worden bij al die maatregelen die het transport van goederen beïnvloeden en die betrekking hebben op de bedrijfsmatige inzet van bestelauto´s EVO zet zich dan ook graag in om samen met de nationale en regionale overheden de doelstellingen van het NSL te bereiken.



Ik stel uw bereidheid tot meedenken zeer op prijs en zal daarvan bij gelegenheid graag gebruik blijven maken.




96 Stichting Milieu- en Natuurbescherming Kennemerland, dhr. K. van Broekhoven, Haarlem

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

De koppeling van plannen voor de verbetering van de luchtkwaliteit aan projecten die de luchtkwaliteit verslechteren is verre van solide en biedt geen garantie op verbetering. Omwonenden van projecten waardoor de luchtkwaliteit zal verslechteren moeten bij voorbaat accepteren dat hun universele recht op schone lucht en een goede gezondheid wordt opgeofferd aan de economische belangen van anderen, zonder recht op rechtsbescherming of effectieve mitigerende maatregelen.


Het NSL is er op gericht om te garanderen dat de luchtkwaliteit op alle locaties tijdig onder de grenswaarden voor fijn stof en stikstofdioxide worden gebracht, ook op die locaties waar projecten worden uitgevoerd die een luchtkwaliteitsverslechtering tot gevolg zouden kunnen hebben. De kracht van het NSL is de doorrekening van zowel de debets (de bouwprojecten) als de credits (de maatregelen) van de balans van de programma-aanpak. Het NSL laat zien dat de balans positief uitvalt en ook op plekken waar projecten plaatsen de omwonenden gegarandeerd zijn van schone lucht.

Het project Herstructurering Waarderpolder zal veel extra luchtvervuiling veroorzaken. De Stichting Analyse en Verificatie Onderzoek Luchtkwaliteit (SAVOL) heeft onderzoek gedaan naar de gevolgen van dit project. Hieruit blijken overschrijdingen als gevolg van zeer veel extra verkeer.



De verkeersgroei als gevolg van de Herstructurering van de Waarderpolder is volledig verwerkt in de verkeersgegevens van de Saneringstool. Uit de Saneringstool blijkt dat inclusief deze groei, geen sprake is van overschrijdingen op ontsluitingswegen van de Waarderpolder in de referentiejaren 2010 t/m 2020.
In het door u aangedragen SAVOL-rapport wordt uitgegaan van andere uitgangspunten en aannames met betrekking tot de verkeersmodellen dan de saneringstool hanteert.
Het SAVOL-rapport hanteert inmiddels niet meer actuele versies van het rekenmodel luchtkwaliteit en van de rekenvoorschriften. Een vergelijking met de saneringstool is derhalve niet zinvol.
Omdat het specifieke infrastructuurproject in het kader waarvan u het SAVOL-rapport heeft laten opstellen nog onder de rechter is (beroep), kan ik daar hier niet verder inhoudelijk op ingaan.

Uit de figuren 1a en 1b van het kabinetsstandpunt blijkt dat de opgenomen lijst met IBM projecten volgens het kabinet geen extra aantasting van de luchtkwaliteit gaat veroorzaken ten opzichte van de autonome situatie. Het kabinet laat daarmee zien geen reële voorstelling van zaken te hanteren bij de voorspelling van de luchtkwaliteiteffecten van de voorgenomen projecten.


De bedoelde figuren 1a en 1b geven het aantal kilometer weg aan waar zich overschrijdingen bevinden. Lokaal kunnen IBM-projecten wel leiden tot hogere concentraties, maar dat betekent niet per se dat het aantal kilometers met overschrijdingen toeneemt. Indien bijvoorbeeld IBM projecten in een overschrijdingsgebied liggen, kunnen zij lokaal wel tot verhoging van de overschrijding leiden. In deze gevallen is dat echter niet zichtbaar in deze grafiek (het aantal km overschrijdingen neemt immers niet toe). Het werkt wel door in de berekening voor de benodigde maatregelen.
Daarnaast is in het NSL aangegeven dat veel IBM projecten niet in een overschrijdingsgebied liggen en bovendien ook vaak niet leiden tot een overschrijding van de normen.




97 Rabobouwfonds, drs. M.H.M. van Gelderen, Hoevelaken

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

Het project Stougjesdijk te Oud-Beijerland dient te worden toegevoegd aan het NSL. Betreft 2000-3000 woningen.


Door de gemeente Oud-Beijerland is in 2007 de Visie Dorpsontwikkeling vastgesteld. In deze visie is het gebied Stougjesdijk Oost opgenomen als een nog uit te werken locatie met als functie wonen en werken. Een concreet programma en planning met aantallen woningen en bedrijven zijn in de structuurvisie of het uitvoeringsprogramma niet opgenomen. Wel is duidelijk dat start realisering woningbouw niet voor 2015 zal plaatsvinden. Mogelijk is er dan wel een start gemaakt met de bouw van bedrijven. Gezien het feit dat er geen concreet programma is vastgesteld en realisatie van de woningen pas na 2015 zal plaatsvinden, acht de gemeente het opnemen van het project Stougjesdijk als IBM-project, als onderdeel van het NSL, niet nodig. In de Wet milieubeheer in artikel 5.12, twaalfde lid, onder b, is de mogelijkheid opgenomen om aan de hand van een melding extra voorgenomen besluiten aan het programma toe te voegen. Voorwaarde daarbij is dat de melding - ondersteund met berekeningen - duidelijk maakt dat er met de nieuwe IBM projecten per saldo een vergelijkbaar of positiever effect op de luchtkwaliteit ontstaat. Als extra maatregelen nodig zijn dient de melding die te benoemen alsmede aan te geven op welke termijn die maatregelen zullen worden getroffen. De melding behoeft de instemming van de minister van VROM die daarover binnen zes weken dient te beslissen en kan worden gedaan zodra het NSL in 2009 definitief is geworden.




98 Bouwfonds Property Development BU Zuidwest, dhr. E.A.M. van Winsen, Delft

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

In het locatieoverzicht voor de provincie Zuid-Holland missen een aantal locaties die aan de locatiecriteria kunnen voldoen. Het betreft: Rijngeest (gemeente Oestgeest), Westlandse Zoom (Westland), Gnephoek (Alphen), Oude Rijnzone (Rijnwoude) (Hellevoetsluis), Lelie (Maassluis), Zuid (Oud- Beijerland), Binckhorst (Den Haag) en Rijswijk- Zuid (Rijswijk). Verzocht wordt om vast te stellen of deze locaties aan de aanmeldingscriteria voldoen.


Ik ga er vanuit dat u met locatie- en aanmeldingscriteria doelt op de criteria voor zogenaamde projecten 'in betekenende mate', die met tenminste 3% van de norm bijdragen aan verslechtering van de lokale luchtkwaliteit. Het gaat om projecten waarvoor geldt dat het bevoegd gezag in de periode 1 maart 2009 tot 1 maart 2014 een uitvoeringsbesluit neemt.

Ik zal de door u genoemde ruimtelijke ontwikkelingen hieronder een voor een per regio bespreken.


Het plan Rijngeest ligt in de gemeente Oegstgeest. De gemeente Oegstgeest heeft de structuurvisie in juni 2003 vastgesteld. Dit is ver voor de periode dat een IBM-project moest worden aangemeld. Het is daarom niet in het NSL opgenomen.

De gemeente Alphen aan den Rijn heeft het plan Gnephoek weliswaar bestuurlijk vastgesteld. Toch wil de gemeente het plan niet in de NSL-periode uitvoeren en heeft de gemeente het plan derhalve niet als IBM-project in het NSL laten opnemen. Als de gemeente alsnog in de NSL-periode tot uitvoering over wil gaan, dan zal de gemeente - volgens de Milieudienst West-Holland - het plan alsnog via de daarvoor bestemde NSL-wijzigingsprocedure in het NSL inbrengen.

Het plan Oude Rijnzone is als IBM project in het NSL opgenomen, onder IB-nummer 1484.
Het project Binckhorst is als IBM project in het NSL opgenomen, onder IB-nummer 1441.

Het project Rijswijk Zuid is als IBM-project in het NSL opgenomen, onder IB-nummer 1451, onder de naam Sion 't Haantje Rijswijk. Ik zal in het NSL laten toevoegen dat dit project ook bekend staat onder de naam Rijswijk-Zuid.


Westlandse Zoom is een verzamelnaam voor een viertal ruimtelijk van elkaar gescheiden locaties waarbinnen in totaal zo'n 2000 luxe woningen worden gerealiseerd. De globale bestemmingsplannen zijn reeds vastgesteld. Het project is daarom niet als IBM-project in het NSL opgenomen.
Ik ga er van uit dat u met 'Lelie' in Maasluis doelt op de 'Dijkpolder'. Dit project is in het programma RR2020 opgevoerd als locatie voor 2000 woningen, te realiseren tussen 2010 en 2015. Het is gezien de noodzakelijke uitplaatsing van bedrijvigheid en ontsluiting op rijksweg A20 op dit moment ongewis of hier sprake is van een IBM-locatie die in de NSL-periode kan worden voorbereid/gerealiseerd. Het project is daarom nog niet in het NSL opgenomen; mogelijk dat het na vaststelling van het NSL alsnog via de wijzigingsprocedure in het NSL zal worden opgenomen.
Met de locatie Zuid (Oud-Beijerland) doelt u waarschijnlijk op locatie 20 uit de Integrale Visie Dorpsontwikkeling, genaamd uitbreiding Zuid. Dit betreft een uitleglocatie voor een bedrijventerrein. Deze locatie is echter pas voorzien na 2015 en is daarom niet als IBM-project in het NSL opgenomen.



1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina