Bijlage concept Nota van Antwoord Kabinetsstandpunt Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (nsl)



Dovnload 1.12 Mb.
Pagina13/15
Datum22.07.2016
Grootte1.12 Mb.
1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15

Voorstellen voor wijzigingen in het NSL:

In het NSL zal de naam van het IBM-project Sion 't Haantje Rijswijk aangevuld worden met 'ook bekend onder de naam Rijswijk-Zuid'.




99 Dhr. Rodermans, Rotterdam

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

Het NSL heeft niet als doel de luchtkwaliteit zo snel mogelijk te verbeteren. De periode van uitstel wordt zelfs benut om effectieve maatregelen te vertragen en/of te beëindigen. Hieronder de voorbeelden.

Het is beslist niet de intentie om met het aangevraagde uitstel extra de tijd te nemen om de overschrijdingen te saneren. Integendeel; Nederland voldoet niet aan de norm voor fijn stof en alleen met de inzet van het omvangrijke pakket aan maatregelen slagen we erin om de grenswaarden alsnog spoedig te bereiken. Daarbij geldt hoe eerder, hoe beter. Wat betreft de maatregelen wil ik hebben opgemerkt dat bestuursorganen bij de keuze voor specifieke maatregelen een grote mate van beleidsruimte toekomt.

- Snelheidsbeperkingen van 80 km per uur ter beperking van dieseluitlaat worden ingetrokken.

- Het is niet zo dat snelheidsbeperkingen van 80 km per uur zijn afgeschaft. Wel heeft de minister van Verkeer en Waterstaat aangegeven dat bij een positief resultaat van de experimenten met dynamische maximumsnelheden, ook met betrekking tot de luchtkwaliteit, hij het einde van de 80 km maatregel voorziet. Doelstelling van dat experiment is de doorstroming van het verkeer te verbeteren, zonder de positieve gevolgen voor de luchtkwaliteit weer te niet te doen.

- Er ligt een voorstel om op een aantal belangrijke provinciale wegen de maximum snelheid te verhogen naar 100 km per uur.

- Er is geen sprake van een verhoging van de maximum snelheid op provinciale wegen binnen de NSL-periode. Voor de sanering van knelpunten op het hoofdwegennet zet het rijk onder meer juist snelheidsverlaging als maatregel in.

- De overheid blokkeert en bemoeilijkt voor steden de invoer van milieuzones. De landelijke overheid weigert de steden toegang tot de bestanden van autokentekens.

- Milieuzones voor vracht en bestelauto’s worden sterk gestimuleerd. Het kabinet vindt het verstandig het instrument milieuzonering voor personenauto’s terughoudend te hanteren. In de Tweede Kamer is een motie aangenomen (31305 nr 45) waarin wordt gesteld dat de regering de benodigde RDW-gegevens slechts onder voorwaarden ter beschikking mag stellen.

- Plannen om belasting op meer vervuilende brandstoffen in schepen en dieseltreinen door te voeren zijn ingetrokken.

- Er bestaat geen belasting op meer vervuilende brandstoffen voor binnenschepen. Van het afschaffen ervan is dus ook geen sprake. Wel wordt op Europees niveau gewerkt, via de brandstofkwaliteitsrichtlijn, aan een verplichting tot het gebruik van schonere brandstof. De uitvoering daarvan is nu voorzien voor januari 2011.

- Een groot aantal milieuvergunningen voor industriële installaties voldoet niet aan de IPPC richtlijn.

- Het is een misverstand dat een groot aantal industriële bedrijven niet aan de IPPC richtlijn voldoen. Negentig procent van de bedrijven voldoet nu al aan deze richtlijn. Dat een klein deel van de bedrijven (nog) niet voldoet heeft nauwelijks consequenties voor de totale emissies omdat de belangrijke bedrijven wel aan de eisen voldoen. In het kader van het “Actieplan fijn stof en industrie” worden de richtlijnen voor stofemissies door industriële bedrijven (NeR) verder aangescherpt. Best Beschikbare Technieken (BBT) vormt daarbij het uitgangspunt. Bestaande uitzonderingsregels in de NeR komen te vervallen.

- Er worden verder veel kansrijke maatregelen onbenut zoals investeren in OV en fiets.

Voer bewezen maatregelen op grond van vigerend beleid onverkort uit en maak een goede analyse van de verwachte effecten.



- Kijkend naar het uitgebreide overzicht van alle lokale maatregelen zie ik een keur aan maatregelen gericht op investeringen in het OV en in fietsinfrastructuur. Elke stad maakt daarbij zijn eigen keus, passend bij wat er ter plekke speelt. Ook het Rijk neemt initiatieven op dit terrein zoals het actieprogramma regionaal, Quick scan regionaal spoor en investeringen in fietsvoorzieningen.

De best beschikbare kennis over het effect van alle maatregelen is toegepast en deze laat zien dat dit werkt om de overschrijdingen te saneren.

Ik deel uw zorg dat alleen effectieve maatregelen tellen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Ik meen dat het NSL ruimschoots voldoende maatregelen bevat om dit te bereiken.


In de afgelopen jaren zijn de hoge fijn stof - en ammoniakemissie van stallen van de intensieve veehouderij nagenoeg niet gereduceerd. Natte wassers zijn effectief maar wordt nog maar kort mee gewerkt. In plaats van een ambitieus implementatieplan wordt onderzoek voorgesteld. Maak een concreet implementatieplan voor de intensieve veehouderij.

Het is juist dat de fijn stofemissies in de intensieve veehouderij de afgelopen jaren niet zijn gereduceerd door het ontbreken van effectieve maatregelen en door gebrek aan kennis. Meer kennis blijft nodig om tot een betere en effectievere aanpak te komen. In die zin behoort ook kennisontwikkeling (als aangegeven op pagina 56 van het ontwerp NSL) beslist tot het concrete implementatieplan. Dit plan bevat echter meer dan alleen onderzoek en kennisontwikkeling. Ik wijs graag op hetgeen hierover is geschreven op pagina 102 en 103 van het ontwerp NSL. Zo is er een stimuleringsregeling open gesteld voor effectieve maatregelen en is een juridisch instrumentarium in voorbereiding die maatregelen meer verplichtend kan afdwingen.
Voor de ontwikkeling van gecombineerde luchtwassers en ook andere maatregelen loopt omvangrijk onderzoek bij de Animal Sciences Group van Wageningen UR. Zodra maatregelen praktijkrijp zijn, zal via financiële prikkels de implementatie van deze maatregelen worden gestimuleerd. De gecombineerde luchtwassers zullen in 2009 worden gestimuleerd via de Regeling LNV subsidies. Daarnaast zullen 2009 de overige emissiebeperkende maatregelen voor fijn stof in aanmerking komen voor het fiscale instrumentarium van VAMIL/MIA.

De maatregelen in het NSL zijn erop gericht alle overschrijdingssituaties vóór medio 2011 ongedaan te maken. Voor de intensieve veehouderij houdt dat in dat bedrijven die een overschrijding veroorzaken in eerste instantie via subsidies zullen worden gestimuleerd vrijwillig de noodzakelijke maatregelen te nemen. In tweede instantie zullen zij worden verplicht die maatregelen te nemen die als “beste beschikbare techniek” kunnen worden aangemerkt.



Het NSL is gebaseerd op onzekere maatregelen.

De effectieve maatregel rekening rijden is opgenomen maar is zeer onzeker. Beter is het om impact en “zekerheid” van maatregelen te analyseren en op basis daarvan uit te voeren.



Het is juist dat de effecten van maatregelen niet exact zijn te voorspellen. Er is echter gerekend met de best beschikbare kennis. Daarnaast is voor bijvoorbeeld de invoering van Anders Betalen voor Mobiliteit, welke voorzien is voor 2011, ook een voorzichtigheidsmarge gehanteerd rond de effectraming. De komende jaren wordt het NSL gemonitord om de effecten van de luchtkwaliteitsmaatregelen uit het NSL, waaronder ook de effecten van de kilometerprijs, te beoordelen. Het wachten op exacte uitkomsten is gezien de bijstellingen via het monitoringsprogramma niet nodig. Ik geef de voorkeur aan deze “al-doende-leert-men-aanpak”, boven eerst langdurig onderzoek laten verrichten naar de precieze effecten om pas daarna te implementeren. Die tijd heb ik niet en wil ik niet nemen.

De gebruikte modellen zijn onzeker. Analyseer de worst case situatie en houdt rekening met klimatologische variaties en de onzekerheid in de modellen. Geef aan met welk maatregelenpakket in die situatie aan de normen voldaan kan worden.

Dit advies kan ik alleen maar onderschrijven. De gebruikte modellen (dit geldt voor alle modellen) zijn in hun aard onzeker. In veel opzichten is met de saneringstool rekening gehouden met een worst case scenario om de situatie niet mooier voor te spiegelen dan de toekomst kan brengen. Zo is gerekend met het hoogste economische groeiscenario met de navenant hoogste mobiliteitsgroei. Deze percentages zijn hoger dan de laatste jaren (en zeker dit jaar!) hebben laten zien.

Voor het uitgaan van een worst case scenario met betrekking tot de klimatologische omstandigheden is niet gekozen omdat de NSL-planperiode eenvoudigweg te kort is om met een voorstelbare verandering te werken. Uitgegaan is van een gemiddelde verwachting met betrekking tot de klimatologische variaties.

Er is dus deels met de worst case scenario’s gerekend en met de ingevoerde maatregelen is inderdaad getoond dat aan de normen kan worden voldaan. In veel gevallen leiden de maatregelen tot verbeteringen die verder gaan dan het bereiken van de grenswaarden. Dat is nodig omdat in de komende jaren tijdens de monitoring zowel sprake zijn van tegenvallers (zie hiervoor) als van meevallers kan zijn.


Vanaf 2003 zijn een groot aantal wijzigingen doorgevoerd om de Wet luchtkwaliteit af te zwakken. Voorbeelden zijn meten op 10 meter in plaats van 5 meter, zeezoutaftrek, spoedwet. De geringe inspanning en het afzwakken van de Wet luchtkwaliteit mogen niet met uitstel worden beloond; de EU zou niet de maximale uitstelruimte moeten geven.

Uw constatering dat de wet- en regelgeving de afgelopen jaren is aangepast conform de Europese richtlijnen is correct.

De Nederlandse aanpassingen zijn echter wel geheel conform de letter en geest van de Europese richtlijn uitgevoerd. Gegeven de inhoud en intentie van de EU-richtlijn geeft het NSL weinig aanleiding voor de Europese Commissie om ons land niet de gevraagde uitstelruimte te geven. Zoals eerder aangegeven streef ik er overigens naar om de doelen zo snel mogelijk te bereiken en daar waar mogelijk is de inzet erop gericht om meer te doen dan alleen dat wat nodig is om de grenswaarden te bereiken.



Honderden bouwplannen ondermijnen de effectiviteit van het NSL

Het NSL zou alleen maatregelen moeten bevatten en de luchtkwaliteit zou per bouwplan beoordeeld moeten blijven.



In plaats van het woord “ondermijnen”, gebruik ik liever het woord “bevestigen” (de effectiviteit van het NSL). De kracht van het NSL is de doorrekening van zowel de debets (de bouwprojecten) als de credits (de maatregelen) van de balans van de programma-aanpak. Het zou immers niet van realisme getuigen als de overheid geen rekening zou houden met de effecten van bouwprojecten die de concentraties kunnen verslechteren.

De NSL aanpak laat zien dat de balans positief uitvalt en dat daarmee geen aanleiding is om nog eens daarbovenop projectgebonden onderzoek te doen naar de effecten van de bijdrage van het specifieke project aan de luchtkwaliteit. Dat brengt een dubbeling van administratieve lasten met zich mee die ik juist met de gekozen aanpak wil vermijden.



Hardnekkige knelpunten blijven bestaan. Zoals in Nijmegen de Graafsebaan, Neerbosscheweg en Industrieweg Energieweg. Deze wegen staan in de top vijf van meest vervuilde straten in Nijmegen. De toename van fijn stof zal verergeren door plannen voor de nieuwe stadsbrug en sportcomplex de Goffert.

Ook na uitvoering RS blijven in Gelderland hardnekkige knelpunten over. Voor fijn stof betreft het de Pleijweg, Eusebiusbuitensingel, Isseloordsingel te Arnhem en de Dreeslaan te Ede. Voor NO2 gaat het om de Pleijweg, Eusebiusbuitensingel, IJsseloordweg, Velperbuitensingel te Arnhem, de Graafseweg, st. Annestraat en Prins Mauritssingel te Nijmegen, Binnebroek te Tiel en de Steenweg te Zaltbommel.




Met het uitvoeren van alle maatregelen in het NSL is er geen sprake van dat er nog (hardnekkige) knelpunten resteren. Hier lijkt sprake te zijn van een (begrijpelijk) misverstand. De beschikbaar gestelde saneringstool versie 2.2.2 laat inderdaad zien dat de genoemde locaties nog een overschrijding kennen na de realisatie van alle nationale maatregelen. Ik wil er echter nog eens met klem op wijzen dat in deze versie van de saneringstool de lokale luchtkwaliteit­maat­regelen (als beschreven in hoofdstuk 6 van het NSL) nog niet digitaal zijn verzameld en ingevoerd in de landelijke database. Om technische en praktische redenen was dat nog niet haalbaar. In de eerstvolgende update van de saneringstool is dat wel geval en deze update wordt gebruikt voor het definitieve NSL. De berekeningen van de genoemde gemeenten laten echter zien dat de genoemde overschrijdingen verdwijnen na invoer van de locatiespecifieke maatregelen.




100 Dhr. J.C. van Zuijlen, Harmelen

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

Er is een anti cumulatiebeding opgenomen in het NSL. Projecten voor wegen, m.n. de A12, worden in kleine delen geknipt en zo worden de normen ontdoken. Wat doet het NSL hiermee?


Het (anti)cumulatiebeding is een onderdeel van de Wet Luchtkwaliteit, meer in het bijzonder de regelgeving omtrent de NIBM-projecten (en niet van het NSL in het bijzonder). Het anti- cumulatiebeding waarborgt overigens dat meerdere NIBM-projecten niet alsnog samen tot een overschrijding of verslechtering kunnen leiden. In het NSL worden van alle plannen (ook NIBM) de effecten meegenomen en bovendien gecumuleerd tot totale concentraties. Er is dus geen sprake van dat de normen worden ontdoken.
U merkt terecht op dat in bijlage 8 en 9 diverse projecten op de A12 opgenomen zijn. De laatste ontwikkeling is dat de 3 projecten A12 Utrecht – Bunnink, A12 Bunnink- Driebergen en A12 Driebergen-Maarsbergen genoemd in het NSL samen als één plan zullen worden behandeld. Dit maakt voor het voldoen aan de grenswaarden overigens niets uit: ook indien de projecten los van elkaar behandeld zouden worden, zou er aan de grenswaarden voldaan moeten worden, dit gelden immers voor elke lokatie in Nederland.




101 Mw. J. Lagerwerf, Hendrik Ido Ambacht

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

Het effect van de voorgestelde maatregelen is alleen achteraf via meting nauwkeurig te bepalen en niet vooraf via statistische veronderstellingen. Er worden op basis van veronderstellingen wel bouwprojecten toegestaan. Ruimtelijke projecten dienen gekoppeld te zijn aan concrete luchtkwaliteitsresultaten van maatregelen die met zekerheid, van tevoren, resultaat garanderen.

De stelling dat Nederland met het NSL tijdig de grenswaarden zal bereiken is inderdaad gebaseerd op berekeningen en niet op metingen. Dit geldt zowel voor de berekening van het effect van de maatregelen, als voor het effect van de bouwprojecten. Deze berekeningen worden wel jaarlijks begeleid door de monitoring. Indien nodig zullen er aanvullende maatregelen moeten worden ingezet. Deze aanpak garandeert resultaat.

Overheden is de mogelijkheid geboden projecten op te knippen om onder de IBM-norm te komen. Dit is onrechtmatig.

Het is overheden beslist niet toegestaan om grote (IBM-)bouwprojecten op te knippen in kleinere projecten om onder de norm uit te komen. Dergelijk handelen is inderdaad onrechtmatig want bij wet verboden.

In de regelgeving inzake NIBM is een anti-cumulatiebepaling opgenomen waardoor het knippen van projecten niet mogelijk is. Projecten die worden gerealiseerd gedurende de NSL periode en gebruik zullen maken van dezelfde ontsluitingsinfrastructuur en tevens aan elkaar grenzen dan wel in elkaars directe nabijheid liggen horen bij elkaar. Voorwaarde daarbij is dat ze liggen binnen een afstand van ten hoogste 1000 meter vanaf de grens van de betreffende locatie of inrichting en dat er sprake is van een toename van de concentraties van meer dan 0,1 microgram/m3






102 Werkgroep Geluidsoverlast en Luchtkwaliteit van het Wijk Overleg Ridderkerk West, dhr. L.W.J. van Leeuwen, Ridderkerk

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

De werkgroep verzoekt om invulling te geven aan een duurzaam pakket van maatregelen dat ervoor kan zorgen dat de toename van de belasting van de luchtkwaliteit aantoonbaar wordt verminderd in geheel Ridderkerk bij de inrichting van het nieuwe Bedrijventerrein in de Polder Nieuw Reijerwaard.
Tevens dient een gedeelte van knooppunt A15 en A16 efficiënt afgeschermd te worden om geluidsoverlast en luchtverontreiniging tegen te gaan.


De Saneringstool is het rekenmodel waarmee voor heel Nederland de concentratie fijn stof en stikstofdioxide in de lucht berekend zijn. Hiermee wordt aangetoond dat overal voldoen wordt aan de gestelde grenswaarden binnen de wettelijke termijnen die gelden na derogatie verlening. Hierin zijn ontwikkelingen aan de infrastructuur in de regio Rotterdam (waaronder de A15 en A16) alsmede grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen (waaronder het nieuwe bedrijventerrein in de Polder Nieuw Reijerwaard) meegenomen. De transparantie van de Saneringstool stelt u in de gelegenheid om voor het basisjaar 2006 en toekomstige jaren 2011 en 2015 zowel de gehanteerde input als ook de berekende concentratie af te lezen uit de gepresenteerde tabellen.
Uit de Saneringstool kunt u aflezen dat er zonder inzet van extra lokale maatregelen

in 2015 sprake is van een overschrijding van de grenswaarde voor NO2 op 10 meter langs de snelweg in de omgeving van het knooppunt Ridderster (A15-A16). Hiervoor zijn in het NSL op het onderliggend wegennet door de gemeenten en provincie een set aanvullende maatregelen voorzien, en ook door Rijkswaterstaat langs de A15 zijn lokale aanvullende maatregelen voorzien (zie onderstaande tabel uit NSL bijlage 10). Het gaat om de inzet van Dynamisch Verkeersmanagement, waarbij het verkeer beter doorstroomt en daardoor minder emissies uitstoot. Tevens zijn schermen voorzien om de luchtkwaliteit te verbeteren.


Een goede onderbouwing voor geluid behoort niet tot de reikwijdte van het NSL. Wel is duidelijk dat schermen ook een positief afschermend effect hebben op de geluidsbelasting wanneer schermen tussen een geluidsbron en een bedrijventerrein en/of woonwijk gerealiseerd worden.




103 Vereniging van kunstmest producenten, drs R. Coster, Leidschendam

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

Een eis van 5 mg/m3 is voor de kunstmestproducerende bedrijven niet haalbaar. VKP wenst een stofeis, die recht doet aan het onderscheid tussen stof met gezondheidsschade en stof zonder negatief gezondheidseffect.


Op dit ogenblik is BAT-referentiedocument (BREF) voor de productie van anorganische bulkchemicaliën - ammoniak, zuren en kunstmest’ van kracht. De in de BREF genoemde emissiewaarden voor fijn stof zullen in overleg met de bedrijfstak worden vertaald naar voor Nederland relevante emissiewaarden die ook recht doet aan het halen van het NSL.

Door het strikt toepassen van “best beschikbare technieken” zijn er nog veel emissiereducties te realiseren. De emissiewaarde van 5 mg/Nm3 is hierbij richtinggevend en gebaseerd op de bestaande BREF’s en toepassingen in de praktijk. Het implementeren van deze strikte waarde kan niet van de een op de andere dag. Ik heb daarom vooralsnog gekozen voor maatwerk via de individuele vergunningverlening. Het Actieplan Fijn stof & industrie zal in de komende jaren worden uitgerold. Dit zal in nauw overleg met het bedrijfsleven en de vergunningverleners plaatsvinden. De snelheid en volgorde van de in te voeren maatregelen zal daarbij mede worden bepaald door de kosteneffectiviteit van de maatregelen en de snelheid, waarmee de taakstelling 2010, 2015 en 2020 wordt gerealiseerd. De voorgestane aanpak is geheel in lijn met de IPPC en Wm. Immers hierin wordt gesteld dat er ten minste BBT moet worden toegepast. Mocht de voortgang in de reductie op grond van de individuele vergunningverlening de komende jaren onvoldoende blijken te zijn, dan overweeg ik deze waarde alsnog als wettelijke emissie-eis vast te leggen.


De Europese luchtkwaliteiteis met betrekking tot fijn stof is gesteld voor fijn stof dat is gedefinieerd als PM10 (eenvoudig gesteld alle deeltjes met een diameter kleiner dan 10 micrometer). De vraag of geen onderscheid gemaakt kan worden naar schadelijke en onschadelijke deeltjes is terecht. Inzicht daarin zou het mogelijk maken om een nog gerichter bestrijdingsbeleid te voeren. In evaluaties van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) is deze vraag herhaaldelijk expliciet aan de orde gesteld. Helaas schiet de beschikbare wetenschappelijke kennis tekort om het gewenste onderscheid te kunnen maken. Voor de praktijk heeft dit tot gevolg dat het veiligheidshalve verstandig is de emissie van alle deeltjes (van PM10 of kleiner)– ongeacht de samenstelling – zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te beperken.




104 J. Breimer, Leeuwarden

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

Waarom zijn er geen plannen voor de provincies Friesland opgenomen in het NSL

Voor Friesland zijn geen projecten opgenomen in het NSL omdat in Friesland de luchtkwaliteitsnormen niet worden overschreden. Alleen voor de provincies waar de luchtkwaliteitsnormen worden overschreden zijn projecten opgenomen in het NSL.

Er dient een spoortunnel aangelegd te worden tussen Enkhuizen en Stavoren. De spoorlijn Stavoren-Groningen dient verdubbeld te worden om interregionaal verkeer naar Hamburg mogelijk te maken.


In uw reactie doet u voorstellen voor nieuwe spoorverbindingen. Uw verzoek valt buiten het kader van het NSL. Het NSL is bedoeld om aan te tonen dat met de reeds voorgenomen projecten en bijbehorende luchtkwaliteitsmaatregelen tijdig aan de luchtkwaliteitsnormen zal worden voldaan.
Met uw suggesties voor nieuwe spoorinfrastructuur kunt u zich rechtstreeks wenden tot de Provincie Friesland, Postbus 20210, 8900 HM Leeuwarden.


1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina