Bijlage concept Nota van Antwoord Kabinetsstandpunt Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (nsl)



Dovnload 1.12 Mb.
Pagina2/15
Datum22.07.2016
Grootte1.12 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15

Voorstellen voor wijzigingen in het NSL:

In het definitieve NSL zullen de volgende gegevens in de IBM-lijst van de gemeente Den Haag worden opgenomen:


Het veld "Datum ingebruikname, fasering" dient als volgt ingevuld te worden:

1492 - De Put / Calandstraat > eind 2009 gereed

1493 - Erasmusweg > nog geen planning

1494 - Hildebrandplein > in 2009 herinrichting kruising Neherkade voor ontsluiting Laakhavengebied, knoop Moerwijk na 2015

1495 - Internationale Ring > nog geen planning

1496 - Neherkade > nog geen planning in samenhang met Trekvliettracé

1497 - Trekvliettracé > na 2015

1498 - Van Alkemadelaan > niet eerder dan 2010.




8 Dhr. J. Verwoerd, Oudenbosch

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

De grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof zijn belangrijk. Als het onderbouwde grenswaarden zijn dan dienen gemeenten, provincies en rijk zich hieraan te houden en er niet mee te schipperen om bepaalde doelen te bereiken. Verzocht wordt om periodiek metingen te verrichten en de grenswaarden te bewaken c.q handhaven.


De aanpak en de opzet van het NSL is in lijn met uw reactie: de grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof zijn door de Europese Unie vastgesteld en worden met het NSL niet ter discussie gesteld.

De NSL-aanpak voorziet verder in een monitoringsprogramma om jaarlijks vast te stellen hoe de luchtkwaliteit zich ontwikkelt en indien nodig het maatregelenpakket bij te stellen. Daarbij worden ook de meetgegevens van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) betrokken.






9 Dhr. W.B. Smeenk, Haarlem

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

Ik doe aan recycling. Hierdoor heb ik, op grond van de Afvalstoffenverordening (ASV) juridische problemen met de gemeente Zandvoort gekregen. Ik meen dat dit komt door de financiële belangen die gemeenten hebben bij de diverse verbrandingsovens in ons land. Ik wil dat de ASV alleen gebruikt wordt waarvoor die bedoeld is (om de vervuiler aan te pakken) zodat ik weer kan meehelpen om luchtvervuiling te voorkomen.


Ik waardeer dat u via recycling wil bijdragen aan een beter milieu en ook graag wil meehelpen aan het voorkomen van luchtverontreiniging.
De inspraakmogelijkheid voor het NSL is echter bedoeld voor inspraak over het NSL en/of de luchtkwaliteit. De inspraakmogelijkheid is niet bedoeld voor inspraak op de Afvalstoffenverordening (ASV), de uitwerking hiervan op lokaal niveau in Zandvoort of een meningsverschil hierover tussen u en de gemeente. Hiervoor is het College van B&W Zandvoort bevoegd gezag.




10 Dhr. B. Valkenburg, Weert

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

In het NSL wordt teveel gesaldeerd. Dit betekent dat te selectief met de luchtkwaliteit wordt omgegaan. Door middel van saldering wordt getracht te komen tot een betere kwaliteit van de lucht. Dit houdt in dat als er een project niet doorgaat de luchtkwaliteit op bepaalde plaatsen niet verbeterd wordt. Met het NSL wordt niet gegarandeerd dat de luchtkwaliteit op plaatsen waar mensen verblijven binnen de norm blijft.


De aanpak van het NSL is er juist op gericht om te garanderen dat de luchtkwaliteit overal in Nederland tijdig binnen de normen wordt gebracht. Deze garantie wordt afgegeven voor heel Nederland ongeacht het aantal mensen dat verblijft op de verschillende locaties. De normen zijn zowel van toepassing op een bos (waar weinig mensen verblijven) als in een woonwijk. Er is géén sprake van saldering in de zin van dat een overschrijding in een gebied op locatie A (bijvoorbeeld de woonwijk), mag worden “weggestreept” tegen een locatie B elders in het gebied (bijvoorbeeld het bos) met een betere luchtkwaliteit. Op beide locaties zal aan de normen moeten worden voldaan.



11 Mw. A.L. Blok, Voorburg

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

N.a.v. een stukje in de NRC d.d. 20 augustus jl. van prof. dr. Reijnders heb ik de burgermeester van Leidschendam/Voorburg, de heer Van der Sluijs een mail gestuurd t.a.v. mijn verontrusting over de opheffing van de 80 km grens op de Utrechtsebaan (A12). Op mijn mail aan de heer Van der Sluijs heb ik overigens nooit enig antwoord ontvangen. Vandaar dat ik deze mogelijkheid benut. Prof. Reijnders stelt dat de 80 km zone de enige effectieve maatregel is tegen effecten van fijn stof. Is er ooit onderzoek gedaan naar het effect van fijn stof op bewoners langs de Utrechtsebaan?


De plaatsen waar 80 km zones zijn ingevoerd, zijn aan de hand van een aantal criteria en voorwaarden geselecteerd. De belangrijkste voorwaarde was dat er sprake moest zijn van een luchtkwaliteitsprobleem en het belangrijkste criterium was dat het instellen van de 80 km zone niet zou mogen leiden tot extra files. Uiteindelijk is na een brede afweging op vier van de negen relevante wegvakken die een luchtkwaliteitproblematiek hadden in november 2005 een 80 km zone ingesteld, waaronder de A12 Voorburg (Utrechtsebaan). Uit een evaluatie van Rijkswaterstaat (Evaluatie 80 km zones van 6 september 2007) blijkt nu dat door de 80 km zones de lokale luchtkwaliteit verbetert, maar dat de doorstroming van het verkeer, met name op de Noordbaan A20 Rotterdam en de A12 Voorburg stad uit, sterk is verslechterd. Na overleg met de Tweede Kamer heeft de minister van Verkeer en Waterstaat besloten op de Noordbaan A20 Rotterdam en de A12 Voorburg stad uit een experiment met dynamische maximumsnelheden te gaan uitvoeren. Doelstelling van dat experiment is de doorstroming van het verkeer te verbeteren, zonder de positieve gevolgen voor de luchtkwaliteit weer te niet te doen. Indien deze experimenten succesvol zijn, zal de minister van Verkeer en Waterstaat bezien waar dynamische maximumsnelheden nog meer ingevoerd kunnen worden. De minister verwacht in 2010 uitspraken te kunnen doen over het al dan niet uitrollen van dynamische maximumsnelheden.
Er wordt geen locatiespecifiek onderzoek uitgevoerd naar de effecten van fijn stof op de gezondheid van burgers. Dit geldt ook voor de bewoners rond de Utrechtsebaan (A12). Er vindt tot op heden alleen algemeen landelijk onderzoek plaats naar de relatie tussen fijn stof en de gezondheid van burgers.


Voorstellen voor wijzigingen in het NSL:

In het definitieve NSL zal uitgebreider ingegaan worden op de effecten van luchtverontreinigende stoffen op de gezondheid en de relatie met de maatregelen.




12 Dhr. A.M. van Rooijen, Renswoude

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

De bijdrage aan de luchtkwaliteit door voertuigen kan en moet sterk verbeteren door de inzet van zwavelarme brandstoffen (zie het voorbeeld in Duitsland).



Bedankt voor uw suggestie. De Europese Commissie herziet momenteel de Brandstoffenrichtlijn. Volgens de planning zal zwavelarme brandstof voor railvervoer, mobiele werktuigen, bouw- en landbouwwerktuigen per 1 januari 2011 verplicht voorgeschreven worden. Ik overweeg met mijn collega’s op nationaal niveau de introductie van schone diesel in de genoemde sectoren te versnellen door fiscale maatregelen of het eerder invoeren van een verplichting.

De bijdrage aan de luchtkwaliteit door voertuigen kan en moet sterk verbeteren door de invoering van de GROENE APK bij 'GO-Greener' . Het is bewezen dat dit leidt tot:

-20% lager brandstofverbruik

-70% lagere emissies van roet en fijn stof (geen olie verbruik),

-50% lagere onderhoudskosten door minder olie wissels.

Dit laatste voorkomt een milieu vervuilende reststroom van afgewerkte minerale motorolie, in Nederland 100 miljoen liter per jaar. Die weer als ‘dirty fuel’ wordt gebruikt in de scheepvaart.

Zie www.go-greener.eu



U heeft gelijk dat goed onderhoud van auto’s bevorderlijk is voor het schoon en zuinig functioneren van een voertuig. Veel bedrijven ontwikkelen op dit gebied producten en diensten die mogelijk een bijdrage aan een schonere mobiliteit leveren.

Kennelijk heeft ook de bedrijfsformule Go Greener op dit punt hoge ambities. Er zijn mij echter geen onafhankelijke keuringsrapporten of door deze bedrijven op hun website of anderszins gepubliceerde gegevens bekend, die de door u genoemde claims onderbouwen.


In het kader van de modernisering van de APK wordt in 2009 onderzocht of het toepassen van Emission On Board Diagnostics (EOBD) betrouwbaar genoeg is ter vervanging van de huidige toetsen van emissies. EOBD leidt tot een effectievere controle van emissies en tot een kwaliteitsverbetering van de controle op schadelijke uitstoot.




13 Groenlinks Waalre, dhr. R. Paré, Waalre

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

Ik vind de voorgestelde aanpak getuigen van een gebrek aan besef van urgentie.

Met als uitgangspunt de feitelijke noodsituatie dient een fundamenteel andere benadering te worden gekozen. Met halve maatregelen wordt de bevolking een zeer slechte dienst bewezen.

Acute ingrijpende maatregelen zijn nu nodig, waarbij Nederland als voorbeeldland andere landen motiveert om veel verder te gaan dan de conservatieve consensuspolitiek nu laat zien.


Het ambitieniveau van het NSL getuigt naar mijn overtuiging van een groot besef van urgentie. Het plan bevat een groot pakket aan maatregelen om de luchtkwaliteit substantieel te verbeteren en daarmee de gezondheidsschade substantieel te laten afnemen tot binnen het niveau dat wordt toegestaan door de Europese milieunormen. Alle overheden zijn verplicht deze maatregelen uit te voeren. Daarnaast is het NSL ook een realistisch plan, omdat het rekening houdt met economische ontwikkelingen. Ruimtelijke projecten zijn meegenomen en de consequenties van deze projecten voor de luchtkwaliteit worden gecompenseerd door maatregelen.

Het NSL wordt momenteel door andere landen binnen de Europese gemeenschap gebruikt als voorbeeld om meer maatregelen te treffen dan tot dusverre het geval is. Medewerkers van diverse lidstaten zijn in gesprek met mijn ambtenaren om te kunnen leren van de Nederlandse aanpak.






14 M.P.L. Groen-Mathijsen, Apeldoorn

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

De luchtkwaliteit is verbeterd. Vijftien jaar geleden brandde en prikte je oog als je er een regendruppel in kreeg en werd je fietsend langs de autobaan en bij een bezoek aan de Beekstraat bijna onwel. Wat nu op de vensterbanken ligt is zwart en fijn. Het is nog smeriger want het is vettiger dan wat door de kolenmijnen voor 1967 werd verspreid. Wat voor kilo's zwarte smerigheid uit de dakgoten gehaald wordt is onbegrijpelijk.


De luchtkwaliteit is de laatste decennia inderdaad een stuk verbeterd, onder andere door schonere auto’s en een schonere industrie.
Voor wat betreft de resterende stofuitstoot bestaat er vanuit gezondheidskundig oogpunt met name veel zorg over de roetdeeltjes afkomstig van verbrandings­processen, zoals bij het verkeer. In het NSL wordt via maatregelen voor het verkeer veel aandacht besteed aan het terugdringen van juist deze stofdeeltjes.
Het zwarte materiaal dat u aantreft in uw dakgoot is samengesteld uit vele bronnen, waarbij verwaaiend materiaal van natuurlijke bronnen (bijvoorbeeld plantaardig materiaal) en opgewaaid bodemstof waarschijnlijk een belangrijke bijdrage aan de zwarte kleur leveren.



15 Dhr. J. Verschoor, Terneuzen

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

Ik woon in een appartement aan de Westerschelde in Terneuzen. De kanaalzone is tot Gent een groot industriegebied met de nodige verontreiniging. Afgelopen zomer is op de vloer van de balkons aan noord-west- en zuidzijde een overmatige vuilaanslag geconstateerd. De lucht moet dus erg vuil zijn met stofdeeltjes. Is deze situatie bekend? Is het zinvol om de fijn stof, kool - en/of ertsstof te meten, zodat de mate van vervuiling inzichtelijk wordt? En wat zijn de maatregelen die genomen kunnen worden tegen de vervuilende bedrijven op de Westerschelde, de kanaalzone in Nederland en België en in de richting van de gemeente? Deze vragen zijn ook gesteld aan de GGD Zeeland, het RIVM en de gemeente Terneuzen zonder bevredigend antwoord.


Ik kan me uw zorg voorstellen. Echter, uit achtergrondconcentratieberekeningen die ten behoeve van het NSL zijn gemaakt blijken geen overschrijdingen van grenswaarden als gevolg van fijn stof in de omgeving van Terneuzen. Ook de op- en overslagactiviteiten die rond de Westerschelde plaatsvinden zijn daarbij betrokken.

Om lokaal concentraties van fijn stof vast te stellen, wordt in het algemeen gebruik gemaakt van een combinatie van metingen op een beperkt aantal plaatsen in Nederland en modelberekeningen waarin rekening gehouden wordt met alle bekende stofbronnen. Momenteel wordt op structurele basis in Philippine in de gemeente Terneuzen door het RIVM fijn stof gemeten. Op de locatie in Axel worden op speciaal verzoek van de provincie Zeeland aanvullende stofmetingen verricht. Hoewel de beide locaties niet direct naast het brongebied liggen, versterken de metingen aldaar wel de basis om met de beschikbare kennis over stofemissies voor deze regio concentratieberekeningen te maken. Dit levert een goed beeld op van de jaargemiddelde concentraties.


Rond op- en overslagbedrijven treden inderdaad hogere concentraties stof op. Het is waarschijnlijk dat de vuilaanslag op uw balkon vooral veroorzaakt wordt door grof stof dat vrij komt bij op- en overslagactiviteiten. Dit stof is in belangrijke mate dusdanig “grof” (deeltjes met relatief grote diameter) dat het bij inademing nauwelijks in de longen zal doordringen en dus geen gezondheidseffecten tot gevolg zal hebben. De bestaande stofnormen betreffen “fijn” stof dat bij inademing wel gezondheidseffecten kan veroorzaken. Gelukkig is de situatie bij Terneuzen niet zodanig dat de fijn stof grenswaarden worden overschreden.

Voor zover fijn stof in de lucht komt door op- en overslagactiviteiten is het wel van belang om dit met maatregelen zoveel mogelijk te beperken. Diverse maatregelen worden nu al genomen. Zoals ook aangegeven in het NSL wordt in het kader van het actieplan fijn stof industrie gewerkt aan verdergaande maatregelen die de emissies van fijn stof door de industrie (inclusief de op- en overslagactiviteiten) extra kunnen beperken. Voor de regionale uitwerking door de provincie Zeeland, die voor grote bedrijven als vergunningverlener optreedt, verwijs ik u graag naar het Actieplan Fijn Stof van de provincie Zeeland (CE-rapport, juni 2006).


Ook in België is een Vlaams stofplan vastgesteld. Dit is door de Vlaamse overheid nader uitgewerkt in o.a. het “Actieplan aanpak Fijn stof in Industriële hotspotzones” (mei 2007). Aanpak van de stofbronnen in de Gentse kanaalzone maakt daar onderdeel van uit.



16 A.M. Cox, Vlaardingen

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

Ik heb veel last van stof en roet van het havengebied in Vlaardingen. Het is vooral toegenomen na de vestiging van de ferryterminal van de Norfolkline aan de Vulcaanhaven. Hierdoor is er een constante stroom van zware vrachtwagens over de Vulcaanweg. Er zijn flats die de spoorlijn Rotterdam / Hoek van Holland voor de deur hebben met de Vulcaanweg en de haven daarachter. Uit betrouwbare bronnen is bekend dat kraanmachinisten het liefst hun ladingen van grote hoogte laten vallen om tijd te winnen.


Bij de vergunningverlening van de ferryterminal Norfolkline in de Vulcaanhaven is de invloed van het vrachtverkeer van en naar de inrichting nadrukkelijk beschouwd. Uit de berekeningen blijkt dat de grenswaarden voor de luchtkwaliteit langs de Vulcaanweg niet worden overschreden. Dat is blijkbaar onvoldoende om de overlast bij u te voorkomen. De verwachting is dat, mede door het NSL, alle wegverkeer in de komende jaren schoner zal worden. De overlast die u nu ondervindt zal dus zeker afnemen.
De handhaving van vergunningvoorschriften van bedrijven is een taak van de DCMR Milieudienst Rijnmond. Ik kan uit uw reactie niet opmaken welk bedrijf (of bedrijven) zich schuldig maken aan het laten vallen van ladingen op grote hoogte. Maar in algemene termen kan ik zeggen dat in milieuvergunningen voor bedrijven die stuif gevoelige stoffen behandelen voorschriften zijn opgenomen, die stofverspreiding moeten tegen gaan. Het beperken van de valhoogte bij laden en lossen van schepen en vrachtwagens is daar een voorbeeld van.
Als u overlast hebt vanwege activiteiten op inrichtingen aan de Vulcaanhaven, dan kunt u hierover meteen een melding doen bij de Meldkamer van de DCMR Milieudienst Rijnmond (010 4733333). Zij kunnen direct actie ondernemen.



17 Ontwikkelingsmaatschappij Drechtsteden, N.J. van Klinken, Dordrecht

Gemeente Hendrik Ido Ambacht

Gemeente Zwijndrecht



Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

Een project voor de Drechtsteden is Volgerlanden Oost en Noordoever in het ontwerp NSL opgenomen als project IB/1476. Het project omvat 2500 woningen, 1100 voor de Volgerlanden Oost en 1400 voor de Noordoever. Dit is uitgangspunt geweest bij verkeersprognoses en de saneringstool. In het ontwerp NSL is een aantal van 2050 genoemd. Dat is niet correct. Verzocht wordt het juiste aantal van 2500 woningen, in het definitieve NSL op te nemen. Het project staat op bladzijde 82 van het kabinetsstandpunt en op bladzijde 201 van de bijlage bij het kabinetsstandpunt.

In het ontwerp NSL bij de projecten Volgerlanden Oost en Noordoevers is inderdaad een onjuist aantal woningen opgenomen. Dank voor uw oplettendheid. Het goede aantal van 2500 woningen zal in de definitieve versie van het NSL worden opgenomen.
Het betreft hier zuiver een tekstuele onjuistheid. De projecten Volgerlanden Oost en Noordoevers zijn wel met de door inspreker opgegeven woningaantallen in het gehanteerde verkeersmodel verwerkt. Dit betekent dat de luchtkwaliteitsberekeningen wel met de juiste cijfers zijn uitgevoerd.


Voorstellen voor wijzigingen in het NSL:

In het definitieve NSL zullen de volgende gegevens worden opgenomen in de tabel op bladzijde 82 van het kabinetsstandpunt :




1476

DR-W-01 Volgerlanden Oost en Noordoevers

Woningen

2500

De tabel op bladzijde 201 van de bijlage bij het kabinetsstandpunt wordt als volgt aangepast:



1476


DR-W-01

Volgerlanden Oost en Noordoevers



Hendrik Ido Ambacht

Zwijndrecht



X: 103,998

Y:

427,395



1

2500

Veersedijk Nijverheidsweg (noordelijke ontsluiting)

Ringdijk Thorbeckelaan Ambachtszoom (zuidelijke ontsluiting



Bestemmings-plan

Medio 2009



2011:

0 woningen


2016:

1100 woningen


2020:

2500 woningen



Model

Naam: RVMK

Drechtsteden
Software:

Omnitrans


Beheerder:

Goudappel Coffeng



<1,0 µm3 (2016)
<2,0 µm3

(2020)
Totale concentratie << grenswaarde





18 E.M. Visser, Alkmaar

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

Er wordt meer en meer gesproken over schonere luchtkwaliteit maar in Alkmaar is daar weinig van te merken. De laatste jaren veeg je een soort as van galerij en balkon. Er wordt gezegd dat het niet kan maar het is een dagelijks feit.


De uitstoot van verontreinigende stoffen naar de lucht door menselijke activiteiten is de laatste decennia inderdaad afgenomen.
Voor wat betreft de resterende stofuitstoot bestaat er vanuit gezondheidskundig oogpunt met name veel zorg over de roetdeeltjes afkomstig van verbrandings­processen, zoals bij het verkeer. In het NSL wordt via maatregelen voor het verkeer veel aandacht besteed aan het terugdringen van juist deze stofdeeltjes.
Het zwarte materiaal dat u aantreft op uw galerij of balkon is waarschijnlijk samengesteld uit vele bronnen, waarbij verwaaiend materiaal van natuurlijke bronnen (bijvoorbeeld plantaardig materiaal) en opgewaaid bodemstof waarschijnlijk een belangrijke bijdrage leveren. Het gaat hier naar verwachting om de grovere en minder schadelijke deeltjes.




19 Stichting Dorpsraad Wijk aan Zee, dhr. D. Buwalda, Wijk aan Zee

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

De Nederlandse luchtkwaliteit behoort tot de slechtste van Europa. De situatie in de IJmond en met name Wijk aan Zee is voor PM10 zorgwekkend toegenomen. Oorzaak daarvan is het verkeer, de startbaan Polderbaan Schiphol, scheepvaartverkeer van en naar het Noordzeekanaal, staalbedrijf Corus en andere industrieën zoals MultiServ. De daggemiddelde waarde PM10 werd het afgelopen jaar wederom overschreden.


De luchtkwaliteit in Nederland voldoet nog niet overal aan de Europese eisen. Net als verreweg de meeste EU-lidstaten, is de daggemiddelde PM10 norm in 2005 niet overal gehaald.
Dit is ondermeer het gevolg van de bijzondere geografische positie van Nederland. De bevolkingsdichtheid en mobiliteit zijn hoog en de mogelijkheden voor nationaal bronbeleid beperkt, met name voor het verkeer. Zoals u ook al aangeeft vormt ook de internationale zeescheepvaart op de Noordzee een belangrijke bron van verontreinigende stoffen.

In oktober 2008 is de internationale regelgeving voor emissies naar lucht voor de zeescheepvaart aangescherpt. Dit betekent onder andere dat zeeschepen op de Noordzee vanaf 1 juli 2010 op schonere brandstof moeten varen.


Gelet op de geografische ligging van Wijk aan Zee draagt deze bron en ook andere aangehaalde bronnen lokaal bij aan de luchtkwaliteit. Het NSL toont echter aan met een omvangrijk pakket aan maatregelen voor 11 juni 2011, dus na derogatie verlening, overal in Nederland tijdig te voldoen aan de gestelde grenswaarde voor fijn stof.

Gewezen wordt op de ontwerpconsiderans van Gedeputeerde Staten Noord-Holland aan het bedrijf Multiserv en het advies van de inspectie VROM en het College van Gedeputeerde Staten Noord-Holland inzake de vergunningverlening aan Corus. Hieruit blijkt, volgens u, dat er te weinig aandacht is voor de PM10 overschrijding bij de vergunningverlening aan de bijna grootste uitstoot van fijn stof in Nederland te weten Corus. Alleen al dit jaar mag het bedrijf 3690 ton PM10 op jaarbasis uitstoten. Uitstel van het halen van de norm voor PM10 is in tegenspraak met het advies van de inspectie VROM en direct relevant voor de gezondheid.


Uw opgevoerde bezwaar is in feite gericht tegen een voorgenomen besluiten over een vergunningverlening aan het bedrijf Multi Serv.
Daarbij verwijst u ondermeer naar een advies van de VROM inspectie (VI/NW/2008087224/EK ad 1).
Voor de beoordeling van de vergunning is de Wet luchtkwaliteit/Wet milieubeheer van belang. Hieruit volgt dat de voorgenomen ontwikkeling vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit inpasbaar is, indien geen wettelijke grenswaarden worden overschreden of indien de verslechtering van de luchtkwaliteit ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling ‘niet in betekende mate is’. Dit laatste is bij Multi Serv het geval. De activiteiten waar het hier om gaat leiden namelijk tot een zeer bescheiden bijdrage aan de concentraties op leefniveau
Met betrekking tot de vergunning van Corus, geeft u aan dat er volgens u te weinig aandacht is voor fijn stof. De provincie Noord-Holland heeft in de revisievergunning van 2007 aanvullende stofbestrijdingsmaatregelen opgenomen. Ook is een reductie van de jaarvracht (totaal stof) voorgeschreven. Hierdoor wordt een vermindering van emissies van fijn stof gerealiseerd. Dit onderdeel is in het beroep bij de Raad van State in stand gebleven. In het herstelbesluit van 2008 heeft de provincie voor de meest belangrijke stofbronnen binnen het bedrijf, de ruimte-ontstoffing en procesgassen van de sinterfabriek, aanvullende voorschriften opgenomen die passen binnen het in het NSL opgenomen “actieplan fijn stof industrie”.




20 Mw. L. Vullings, Nijmegen

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

Het NSL heeft niet als doel de luchtkwaliteit zo snel mogelijk te verbeteren. De periode van uitstel wordt zelfs benut om effectieve maatregelen te vertragen en/of te beëindigen.


Het is beslist niet de intentie om met het aangevraagde uitstel extra tijd te nemen om de overschrijdingen te saneren. Integendeel: Nederland voldoet niet aan de norm voor fijn stof en alleen met de inzet van het omvangrijke pakket aan maatregelen slagen we erin om de grenswaarden alsnog spoedig te bereiken. Daarbij geldt hoe eerder, hoe beter.

Snelheidsbeperkingen van 80 km per uur ter beperking van roetuitstoot door dieselmotoren worden ingetrokken. Er ligt een voorstel om op een aantal belangrijke provinciale wegen de maximum snelheid te verhogen naar 100 km per uur.

Het is niet zo dat snelheidsbeperkingen van 80 km per uur zijn afgeschaft. Wel heeft de minister van Verkeer en Waterstaat aangegeven dat bij een positief resultaat van de experimenten met dynamische maximumsnelheden, ook met betrekking tot de luchtkwaliteit, hij het einde van de 80 km zones als maatregel voorziet. Doelstelling van dat experiment is de doorstroming van het verkeer te verbeteren, zonder de positieve gevolgen voor de luchtkwaliteit weer te niet te doen. Er ligt geen voorstel voor een verhoging van de maximum snelheid op provinciale wegen binnen de NSL-periode. Voor de sanering van knelpunten op het hoofdwegennet zet het rijk onder meer snelheidsverlaging als maatregel in.

De overheid blokkeert en bemoeilijkt voor steden de invoer van milieuzones. De landelijke overheid weigert de steden toegang tot de bestanden van autokentekens.

Milieuzones voor vracht- en bestelauto’s worden sterk gestimuleerd. Het kabinet vindt het verstandig het instrument milieuzonering voor personenauto’s terughoudend te hanteren. In de Tweede Kamer is een motie aangenomen (31305 nr 45) waarin wordt gesteld dat de regering de benodigde RDW-gegevens voor de instelling van milieuzones slechts onder voorwaarden ter beschikking mag stellen.

Plannen om belasting op meer vervuilende brandstoffen in schepen en dieseltreinen door te voeren zijn ingetrokken.

Er bestaat geen belasting op meer vervuilende brandstoffen voor binnenschepen. Van het afschaffen ervan is dus ook geen sprake. Wel wordt op Europees niveau gewerkt, via de brandstofkwaliteitsrichtlijn, aan een verplichting tot het gebruik van schonere brandstof. Met ingang van 2011 vaart de binnenvaart in heel Europa op zwavelvrije brandstof.

Een groot aantal milieuvergunningen voor industriële installaties voldoet niet aan de IPPC richtlijn.

Het is een misverstand dat een groot aantal industriële bedrijven niet aan de IPPC richtlijn voldoet. Negentig procent van de bedrijven voldoet nu al aan deze richtlijn. Dat een klein deel van de bedrijven (nog) niet voldoet heeft nauwelijks consequenties voor de totale emissies omdat de belangrijke bedrijven wel aan de eisen voldoen. In het kader van het “Actieplan fijn stof en industrie” worden de richtlijnen voor stofemissies door industriële bedrijven (NeR) verder aangescherpt. Best Beschikbare technieken (BBT) vormen daarbij het uitgangspunt. Bestaande uitzonderingsregels in de NeR komen te vervallen.

Er worden verder veel kansrijke maatregelen onbenut zoals investeren in OV en fiets.

Voer bewezen maatregelen op grond van vigerend beleid onverkort uit en maak een goede analyse van de te verwachten effecten.



Kijkend naar het uitgebreide overzicht van alle lokale maatregelen zie ik een keur aan maatregelen gericht op investeringen in het OV en in fietsinfrastructuur. Elke stad maakt daarbij zijn eigen keus, passend bij wat er ter plekke speelt. Ook het Rijk neemt initiatieven op dit terrein zoals het actieprogramma regionaal, Quick scan regionaal spoor en investeringen in fietsvoorzieningen.

De best beschikbare kennis over het effect van alle maatregelen is toegepast en deze laat zien dat dit werkt om de overschrijdingen te saneren.

Ik deel uw zorg dat alleen effectieve maatregelen tellen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Ik meen dat het NSL ruimschoots voldoende maatregelen bevat om dit te bereiken.


In de afgelopen jaren zijn de hoge fijn stof - en ammoniakemissies van stallen van de intensieve veehouderij nagenoeg niet gereduceerd. Natte wassers zijn effectief maar daar wordt nog maar kort mee gewerkt. In plaats van een ambitieus implementatieplan wordt onderzoek voorgesteld. Maak een concreet implementatieplan voor de intensieve veehouderij.

Het is juist dat de fijn stofemissies in de intensieve veehouderij de afgelopen jaren niet zijn gereduceerd door het ontbreken van effectieve maatregelen en door gebrek aan kennis. Meer kennis blijft nodig om tot een betere en effectievere aanpak te komen. In die zin behoort ook kennisontwikkeling (als aangegeven op pagina 56 van het ontwerp NSL) beslist tot het concrete implementatieplan. Dit plan bevat echter meer dan alleen onderzoek en kennisontwikkeling. Ik wijs graag op hetgeen hierover is geschreven op pagina 102 en 103 van het ontwerp NSL. Zo is er een stimuleringsregeling open gesteld voor effectieve maatregelen en is een juridisch instrumentarium in voorbereiding die maatregelen meer verplichtend kan afdwingen.
Voor de varkenshouderij is de techniek van gecombineerde luchtwassers effectief en praktijkrijp. Hiermee wordt in de praktijk ook al gewerkt. Voor de pluimveehouderij is deze techniek echter nog in ontwikkeling. Zodra deze techniek voor gebruik in de pluimveehouderij geschikt is, zal de toepassing ervan worden gestimuleerd via een subsidieregeling. Daarnaast zullen in 2009 ook andere, goedkopere, technieken beschikbaar komen die een substantiële bijdrage kunnen leveren aan de oplossing van het fijn-stof-probleem in de pluimveehouderij.

Het NSL is gebaseerd op onzekere maatregelen.

De effectieve maatregel rekening rijden is opgenomen maar is zeer onzeker. Beter is het om de impact en “zekerheid” van maatregelen te analyseren en op basis daarvan een keuze te maken en tot uitvoering over te gaan.



Het is juist dat de effecten van maatregelen niet exact zijn te voorspellen. Er is echter gerekend met de best beschikbare kennis. Daarnaast is voor bijvoorbeeld de invoering van Anders Betalen voor Mobiliteit, welke voorzien is voor 2011, ook een voorzichtigheidsmarge gehanteerd rond de effectraming. De komende jaren wordt het NSL gemonitord om de effecten van de luchtkwaliteitsmaatregelen uit het NSL, waaronder ook de effecten van de kilometerprijs, te beoordelen. Het wachten op exacte uitkomsten is gezien de bijstellingen via het monitoringsprogramma niet nodig. Ik geef de voorkeur aan deze “al-doende-leert-men-aanpak”, boven eerst langdurig onderzoek laten verrichten naar de precieze effecten om pas daarna te implementeren. Die tijd heb ik niet en wil ik niet nemen.

De gebruikte modellen zijn onzeker. Analyseer de worst case situatie en houdt rekening met klimatologische variaties en de onzekerheid in de modellen. Geef aan met welk maatregelenpakket in die situatie aan de normen voldaan kan worden.

Dit advies kan ik alleen maar onderschrijven. De gebruikte modellen (dit geldt voor alle modellen) zijn in hun aard onzeker. In veel opzichten is met de saneringstool rekening gehouden met een worst case scenario om de situatie niet mooier voor te spiegelen dan de toekomst kan brengen. Zo is gerekend met het hoogste economische groeiscenario met de navenant hoogste mobiliteitsgroei. Deze percentages zijn hoger dan de laatste jaren (en zeker dit jaar!) hebben laten zien.

Voor het uitgaan van een worst case scenario met betrekking tot de klimatologische omstandigheden is niet gekozen omdat de NSL-planperiode eenvoudigweg te kort is om met een voorstelbare verandering te werken. Uitgegaan is van een gemiddelde verwachting met betrekking tot de klimatologische variaties.

Er is dus deels met worst case scenario’s gerekend en met de ingevoerde maatregelen is inderdaad aangetoond dat tijdig aan de normen kan worden voldaan. In veel gevallen leiden de maatregelen tot verbeteringen die verder gaan dan het bereiken van de grenswaarden . Dat is nodig omdat in de komende jaren tijdens de monitoring zowel sprake kan zijn van tegenvallers (zie hiervoor) als van meevallers.


Sinds 2003 is een groot aantal wijzigingen doorgevoerd om de Wet luchtkwaliteit af te zwakken. Voorbeelden zijn meten op 10 meter in plaats van 5 meter, zeezoutaftrek, spoedwet. De geringe inspanning en het afzwakken van de Wet luchtkwaliteit mogen niet met uitstel worden beloond; de EU zou niet de maximale uitstelruimte moeten geven.

Uw constatering dat de wet- en regelgeving de afgelopen jaren is aangepast conform de Europese richtlijnen is correct. Het is juist dat deze aanpassingen het berekende probleem in elk geval niet groter hebben gemaakt.

Ik moet daar tegenover zetten dat de aanpassingen wel geheel conform de letter en geest van de Europese richtlijn zijn uitgevoerd. Gegeven de inhoud en intentie van de EU-richtlijn kan dit weinig aanleiding zijn voor de Europese Commissie om ons land niet het gevraagde uitstel te geven. Zoals eerder aangegeven streef ik er overigens naar om de doelen zo snel mogelijk te bereiken en daar waar mogelijk is de inzet erop gericht om meer te doen dan alleen dat wat nodig is om de grenswaarden te bereiken.



Honderden bouwplannen ondermijnen de effectiviteit van het NSL. Het NSL zou alleen maatregelen moeten bevatten en de luchtkwaliteit zou per bouwplan beoordeeld moeten blijven.

De kracht van het NSL is de doorrekening van zowel de debets (de bouwprojecten) als de credits (de maatregelen) van de balans van de programma-aanpak. Het zou immers niet van realisme getuigen als de overheid geen rekening zou houden met de effecten van bouwprojecten die de concentraties kunnen verslechteren.

De NSL aanpak laat zien dat de balans positief uitvalt en dat daarmee geen aanleiding is om nog eens daarbovenop projectgebonden onderzoek te doen naar de effecten van de bijdrage van het specifieke project aan de luchtkwaliteit. Dat brengt een dubbeling van administratieve lasten met zich mee die ik juist met de gekozen aanpak wil vermijden.



Hardnekkige knelpunten blijven bestaan. Zoals in Nijmegen de Graafsebaan, Neerbosscheweg en Industrieweg Energieweg. Deze wegen staan in de top vijf van meest vervuilde straten in Nijmegen. De toename van fijn stof zal verergeren door plannen voor de nieuwe stadsbrug en van het sportcomplex de Goffert.

Ook na uitvoering van het Regionale Samenwerkingsprogramma blijven in Gelderland hardnekkige knelpunten over. Voor fijn stof betreft het de Pleijweg, Eusebiusbuitensingel, IJsseloordsingel te Arnhem en de Dreeslaan te Ede. Voor NO2 gaat her om de Pleijweg, Eusebiusbuitensingel, IJsseloordweg, Velperbuitensingel te Arnhem, de Graafseweg, st. Annestraat en Prins Mauritssingel te Nijmegen, Binnenhoek te Tiel en de Steenweg te Zaltbommel.




Na het uitvoeren van alle maatregelen in het NSL is er geen sprake van dat er nog (hardnekkige) knelpunten resteren. Hier lijkt sprake te zijn van een (begrijpelijk) misverstand. De beschikbaar gestelde saneringstool versie 2.2.2. laat inderdaad zien dat de genoemde locaties nog een overschrijding kennen na de realisatie van alle nationale maatregelen. Ik wil er echter nog eens met klem op wijzen dat in deze versie van de saneringstool de lokale luchtkwaliteit­maat­regelen (als beschreven in hoofdstuk 6 van het NSL) nog niet digitaal zijn verzameld en ingevoerd in de landelijke database. Om technische en praktische redenen was dat nog niet haalbaar. In de eerstvolgende update van de saneringstool is dat wel het geval en deze update wordt gebruikt voor het definitieve NSL. De berekeningen van de genoemde gemeenten laten echter zien dat de genoemde overschrijdingen verdwijnen na uitvoering van de locatiespecifieke maatregelen.










21 C.P.A. de Leeuw, Rotterdam

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

Door de nabijheid van het vele verkeer op het verkeersplein Terbregseplein A16-A20 wordt op de witte hekwerken van de balkons veel zwart roet gevonden. De filters van het warmte terugwinsysteem zijn ook wekelijks bedekt met een zwarte substantie. De luchtkwaliteit van de woonomgeving laat te wensen over en brengt schade toe aan de gezondheid. Gehoopt wordt op maatregelen die de situatie verbeteren.


De maatregelen als opgenomen in het NSL van de rijksoverheid en de gemeente Rotterdam leiden ook tot een vermindering van de overlast rondom het Terbregseplein. Uiterlijk in 2011 zal aan de fijn stof norm zijn voldaan.

Daarmee is niet gezegd dat u geen zwarte substantie meer zult aantreffen op uw balkon. Die substantie bestaat voor het grootste deel uit opgewaaid bodemstof en minder uit schadelijke roetdeeltjes. De fijne roetdeeltjes waar het NSL zich op richt zijn doorgaans zo klein en fijn dat ze verder wegwaaien en niet neerdwarrelen in de nabijheid van de uitstoot. Dit aandeel van schadelijke en fijne roetdeeltjes op het geheel aan stofdeeltjes zal afnemen door alle maatregelen.





1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina