Bijlage concept Nota van Antwoord Kabinetsstandpunt Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (nsl)



Dovnload 1.12 Mb.
Pagina7/15
Datum22.07.2016
Grootte1.12 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   15

Voorstellen voor wijzigingen in het NSL:

In het NSL zal een paragraaf worden toegevoegd waarin wordt vermeld dat gemeenten alert moeten zijn op overlast van fijn stof ten gevolge van de emissie van huishoudens en daar zonodig, middels lokale verordeningen, regulerend in kunnen optreden.




51 NVALT, dr H.J. Pennings, ’s-Hertogenbosch

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

De Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose (NVALT) en de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) maken zich grote zorgen over de bouwplannen in de buurt van snelwegen en drukke wegen.
Het negeren van resultaten van wetenschappelijk onderzoek legt een zware hypotheek op de verantwoordelijkheid van de overheid voor een gezonde toekomst van kinderen en de zorg voor ouderen en kwetsbare groepen. De NVALT en de NVK doen een dringend beroep op de zorgplicht van de overheid en roepen het kabinet op haar verantwoordelijkheid te nemen door af te zien van een kortzichtig beleid gericht op economische groei. In plaats van het afwentelen van risico's op de gezondheid van alle inwoners van Nederland, in het bijzonder kinderen en kwetsbare groepen, dient het kabinet deze groepen in bescherming te nemen.


Vanuit oogpunt van gezondheid is het van groot belang dat de concentraties van PM10 en NO2 zo laag mogelijk zijn. Het NSL heeft als doel om in ieder geval zo spoedig mogelijk aan de grenswaarden te voldoen. Bij de totstandkoming van de grenswaarden heeft naast het gezondheidsaspect, op basis van input van de Wereldgezondheidsorganisatie, ook de praktische haalbaarheid een rol gespeeld.
Bij de vaststelling van het NSL zal ik uitgebreider ingaan op de gezondheidsaspecten van dit samenwerkingsprogramma. Ik realiseer mij dat, met name in geval van fijn stof, ook onder de norm nog gezondheidsrisico’s bestaan.
De huidige Europese normstelling kan beschouwd worden als een tussenstap. Zowel bij de evaluatie van de richtlijn als bij de Europese lange termijndoelstelling spelen de wetenschappelijke inzichten van o.a. de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) een belangrijke rol.
Het NSL laat zien welke maatregelen op welke plekken in Nederland gaan zorgen voor het halen van de grenswaarden voor NO2 en PM10. Daarnaast zorgt het NSL er ook voor dat ruimtelijke ontwikkelingen niet verder behoeven te stagneren. Ook daarvoor heb ik immers een verantwoordelijkheid.

Het totstandkomen van het NSL neemt niet weg, dat ik in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen, vooruitlopend op het halen van de normen door middel van het NSL, extra aandacht geef aan het bouwen langs drukke wegen. Het Besluit houdt in dat binnen zones langs snelwegen en provinciale wegen gebouwen voor gevoelige groepen (zoals scholen, bejaardentehuizen en verzorgingstehuizen) alleen mogen worden gebouwd als de grenswaarden niet worden overschreden.



Het uitbreiden van de werking van het Besluit gevoelige bestemmingen tot woningen zie ik niet als een reële optie. Dit zou in de uitvoeringspraktijk neerkomen op een te ingrijpende beperking van de ruimtelijke ordeningsbevoegdheid van gemeenten. De afwegingen die daarbij horen, zijn belangrijk en complex. Die wil en kan ik niet vanuit het Rijk voorschrijven. Wel biedt het luchtkwaliteitsbeleid de mogelijkheid om de beschikbaar gestelde rijksmiddelen in te zetten om de concentraties te verlagen binnen de in het NSL gekozen indicatieve bandbreedte van onzekerheid rond de grenswaarde (tot 38 microgram/m3 PM10 en 31,5 microgram/m3 NO2). Ook staat het de lokale overheden vrij om in algemene zin de luchtkwaliteit te verbeteren tot verder beneden de gekozen indicatieve bandbreedte. Voor die maatregelen kan dan geen beroep worden gedaan op de rijksmiddelen. De landelijke GGD-richtlijn en de plaatselijke GGD’s kunnen daarbij een belangrijke rol vervullen.




52 Themagroep Leefomgeving en Verkeer, dhr. B. van Doormalen, Waalre

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

Diverse maatregelen in het Brabants Saneringsprogramma Luchtverontreiniging (BSL) en het NSL die voor de gemeente Waalre gelden worden veel later gerealiseerd dan BSL en NSL aangeven. Het betreft onder meer de kilometerbeprijzing, taakstelling industrieel fijn stof, strenge emissie-eisen voor zwaar verkeer en realisatie van de Lage Heideweg in Valkenswaard en de Westparallel ten zuiden van Valkenswaard. De overige door de gemeente Waalre te nemen maatregelen dragen slechts in geringe mate bij aan verbetering van de luchtkwaliteit. Zelfs na tijdige uitvoering van alle geïnitieerde maatregelen blijft de gemeente Waalre in de kritische zone voor de grenswaarden van de luchtverontreiniging. Hierbij is gerekend met een oudere versie van het CAR II-programma. De latere versie 7.0 zou een veel realistischer beeld kunnen geven.

Ik heb nog geen signalen dat de maatregelen die in het BSL en het NSL zijn opgenomen vertraging oplopen. In het monitoringstraject zal dit nauwgezet worden gevolgd. Als daar blijkt dat vertragingen ontstaan zullen compenserende maatregelen moeten worden getroffen omdat er een uitvoeringsplicht geldt. Ik ben het met u eens dat ook na uitvoering van maatregelen er veel situaties resteren in de kritische zone vlak onder de grenswaarden. Dat is ook de reden dat ik gemeenten stimuleer om door te gaan met lokale maatregelen ook al zijn de grenswaarden bereikt. Daarnaast blijft het kabinet, het advies van de commissie-Verheijen indachtig, werken aan het uitvoerings­gereed krijgen van aanvullende maatregelen. Ten slotte kan ik u melden dat in het definitieve kabinetsbesluit met de laatste versie van CAR zal worden gerekend. Als dat aanleiding zou geven voor nieuwe overschrijdingen zullen aanvullende maatregelen moeten worden getroffen. Vooralsnog heb ik nog geen reden om te veronderstellen dat daar nu al aanleiding voor is.

Naar aanleiding van de wens zo snel mogelijk te komen tot een algeheel vrachtwagenverbod op de N69 vanaf de gemeentegrens Valkenswaard - Bergeyk richting Eindhoven (toeritten A67/A2), is door DHV in opdracht van betrokken gemeenten een rapport gemaakt in april 2008. De conclusies van dit rapport zijn verontrustend en bieden onvoldoende uitzicht op het oplossen van de luchtkwaliteitskwestie.

Het weren van vrachtverkeer levert een verbetering op van de luchtkwaliteit op de huidige N69. Deze vrachtwagens zullen echter op andere wegen gaan rijden. Dit heeft vooralsnog ongewenste effecten, met name in omliggende gemeenten. In overleg met deze gemeenten moet gekeken worden of en hoe het weren van vrachtverkeer over de huidige N69 plaats kan vinden, zonder dat deze gemeenten de overlast krijgen van dit vrachtverkeer.

De gemeente Waalre heeft op 1 oktober 2008 diverse maatregelen gepresenteerd ter verbetering van de luchtkwaliteit. Het betreft onder meer:

- het zo spoedig mogelijk weren van het vrachtverkeer door de kernen van Aalst en Waalre;

- verbetering van de verkeersdoorstroming;

- verbetering van openbaar vervoer, studie naar HOV en fietspaden;

- groenvoorziening en project fijn stofneutraal Z/O Brabant;

- aanleg wegdek en aanpassing eigen wagenpark;

- actualisatie Luchtkwaliteitsplan.

De maatregelen die de gemeente Waalre heeft voorgesteld zijn onvoldoende om in 2010 (na verkregen derogatie vanuit Brussel in 2011), respectievelijk 2015 te voldoen aan de normen voor fijn stof en stikstofdioxide. De luchtverontreiniging voor de inwoners van Waalre zal in de periode 2010 - 2015 veel slechter zijn dan het BSL veronderstelt.



De gemeente Waalre treft verschillende maatregelen om de luchtkwaliteit in de kern van Waalre te verbeteren. Naast het aanleggen van een nieuwe weg parallel aan de huidige, worden diverse maatregelen ingezet om de luchtkwaliteit te verbeteren. De inzet van de gemeente Waalre is om de luchtkwaliteitsnormen voor fijn stof en stikstofdioxide te halen in 2011 respectievelijk 2015.

Gezien deze voorgenomen maatregelen en de generieke maatregelen die landelijk worden genomen, deel ik de zorg van de Themagroep Leefomgeving en verkeer niet en heb vertrouwen in de beschreven aanpak.






53 Vereniging Stedelijk Leefmilieu, mw. M. Jacobs, Nijmegen

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

De Vereniging Stedelijk Leefmilieu is van mening dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor derogatie, namelijk dat overtuigend wordt aangetoond dat de normen tijdig worden gehaald. Dit wordt als volgt uitgewerkt:

Ik laat de Europese Commissie met het NSL overtuigend zien dat de grenswaarden tijdig worden bereikt. Alle gedane investeringen in de gezamenlijk uit te voeren maatregelen laten zich straks terugbetalen door lagere concentraties en daarmee verminderde gezondheidsrisico’s. Ik wil hetzelfde als de vereniging en zal mij met alle overheden gezamenlijk inspannen om het vertrouwen en commitment te winnen.

Veel effectieve luchtkwaliteits­maatregelen ontbreken in het NSL: snelheidsbeperkingen op autowegen 80 km per uur ter beperking van roetuitstoot door dieselmotoren worden ingetrokken.

Er ligt een voorstel om op een aantal belangrijke provinciale wegen de maximum snelheid te verhogen naar 100 km per uur.

De overheid blokkeert en bemoeilijkt voor steden de invoer van milieuzones. De landelijke overheid weigert de steden toegang tot de bestanden van autokentekens.

Plannen om belasting op meer vervuilende brandstoffen in schepen en dieseltreinen door te voeren zijn ingetrokken.

Een groot aantal milieuvergunningen voor industriële installaties voldoet niet aan de IPPC richtlijn.


Het is niet zo dat snelheidsbeperkingen van 80 km per uur zijn afgeschaft. Wel heeft de minister van Verkeer en Waterstaat aangegeven dat bij een positief resultaat van de experimenten met dynamische maximumsnelheden, ook met betrekking tot de luchtkwaliteit, hij het einde van de 80 km zones als maatregel voorziet. Doelstelling van dat experiment is de doorstroming van het verkeer te verbeteren, zonder de positieve gevolgen voor de luchtkwaliteit weer te niet te doen.
Er ligt geen voorstel voor een verhoging van de maximum snelheid op provinciale wegen binnen de NSL-periode. Voor de sanering van knelpunten op het hoofdwegennet zet het rijk juist onder meer snelheidsverlaging als maatregel in.
Milieuzones voor vracht- en bestelauto’s worden door mij sterk gestimuleerd en ondersteund. Het kabinet vindt het echter verstandig het instrument milieuzonering voor personenauto’s terughoudend te hanteren. In de Tweede Kamer is een motie aangenomen (31305 nr 45) waarin wordt gesteld dat de regering de benodigde RDW-gegevens slechts onder voorwaarden ter beschikking mag stellen.
Er bestaat geen belasting op meer vervuilende brandstoffen voor binnenscheepvaart. Van het afschaffen ervan is dus ook geen sprake. Wel wordt op Europees niveau gewerkt, via de brandstofkwaliteitsrichtlijn, aan een verplichting tot het gebruik van schonere brandstof. Met ingang van 2011 vaart de binnenvaart in heel Europa op zwavelvrije brandstof. Dit valt nog binnen de planperiode van het NSL, waardoor het effect van deze maatregel in het NSL is meegenomen.
Het is een misverstand dat een groot aantal industriële bedrijven niet aan de IPPC richtlijn voldoet. Negentig procent van de bedrijven voldoet nu al aan deze richtlijn. Dat een klein deel van de bedrijven (nog) niet voldoet heeft nauwelijks consequenties voor de totale emissies omdat de belangrijke bedrijven wel aan de eisen voldoen. In het kader van het “Actieplan fijn stof en industrie” worden de richtlijnen voor stofemissies door industriële bedrijven (NeR) verder aangescherpt. Best Beschikbare technieken (BBT) vormen daarbij het uitgangspunt. Bestaande uitzonderingsregels in de NeR komen te vervallen. Dat neemt uiteraard niet weg dat ik ernaar streef dat alle bedrijven die onder de IPPC richtlijn vallen zo spoedig mogelijk aan de eisen voldoen die deze richtlijn oplegt.
Voor wat betreft de situatie in Gelderland is in het NSL/RSL Gelderland per situatie bekeken welke maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit het meest effectief zijn.

In de Stadsregio Arnhem Nijmegen zijn geen snelheidsbeperkingen ingetrokken. De provincie Gelderland heeft op de Pleij juist enige tijd geleden een snelheidsverlaging van 100 naar 80 km per uur ingevoerd.


De Provincie Gelderland en Stadsregio Arnhem Nijmegen en de gemeente Nijmegen onderzoeken de mogelijkheid om schepen op schone brandstoffen te laten varen.
In de Stadsregio Arnhem Nijmegen, onderzoeken lokale en regionale partners, op basis van het Eureka-programma Eolus, voor welke puntbronnen scherpere eisen noodzakelijk en mogelijk zijn.

Ik wijs er graag op dat de Stadsregio Arnhem Nijmegen, samen met haar locale en regionale partners, juist een breed pakket aan technisch en economisch uitvoerbare maatregelen inzetten. Een belangrijk aantal door Leefmilieu (schoon openbaar vervoer, fietsinfrastructuur) genoemde maatregelen worden daar juist ingezet.



Uitstel van het voldoen aan normen is het uitgangspunt van het NSL, de gezondheid komt op de tweede plaats;



Het is beslist niet mijn intentie om met het aange­vraagde uitstel extra de tijd te nemen om de overschrijdingen te saneren. Integendeel: Nederland voldoet niet aan de norm voor fijn stof en alleen met de inzet van het omvangrijke pakket aan maatregelen slagen we erin om de grenswaarden alsnog spoedig te bereiken. Daarbij geldt hoe eerder, hoe beter.

Dit tijdig bereiken van de norm moet vanzelfsprekend gezien worden als een middel om de gezondheidsbelangen te dienen. De normen zijn geënt op Europese ambities om de gezondheids­risico’s te verminderen. Dit is geen lippendienst naar het gezondheidsaspect, maar het betreft juist het eerste en belangrijkste beleidsprioriteit in dit luchtdossier waar het mij om gaat.

De regionale en lokale partners steunen mij daarin. Graag wijs ik op de wijze waarop de Stadsregio Arnhem Nijmegen de luchtkwaliteit samen met haar locale en regionale partners oppakt. Het pakket aan maatregelen dat daar nu al voortvarend wordt ingezet, bestaat uit korte termijn- en lange termijnmaatregelen. De eersten zijn gericht op het oplossen van de knelpunten. De laatste moeten zorgen voor een structurele verbetering van de luchtkwaliteit.


Het uitgangspunt dat normen (bij uitstel) tijdig gehaald worden is niet onderbouwd. Het NSL ademt voor wat betreft de tijdige realisatie van maatregelen een naïef optimisme uit dat niet pas bij de urgentie van het probleem;


Het NSL is onderbouwd door de saneringstool die gebaseerd is op metingen en berekeningen die voldoen aan de gestelde wetenschappelijke eisen. Een monitoringsstelsel volgt of de maatregelen het voorspelde effect teweeg brengt. Indien nodig zullen aanvullende maatregelen worden getroffen.
De provincie Gelderland heeft verschillende scenario’s doorgerekend om de onzekerheden beter in beeld te krijgen. Op basis daarvan heeft de Stadsregio Arnhem Nijmegen samen met de locale en regionale partners bepaald welke maatregelen worden ingezet. Het maatregelenpakket dat is gekozen zou voldoende robuust moeten zijn. Desondanks houden ze ook in de Stadsregio Arnhem Nijmegen met het Eureka-programma Argus een stevige vinger aan de pols om tijdig bij te sturen als dat nodig mocht zijn.

Ten onrechte legt het NSL nadruk op buitenlandse bronnen van luchtverontreiniging, terwijl Nederland netto exporteur van luchtverontreiniging is;

Met het NSL wil ik in het geheel niet de verantwoordelijkheid voor het probleem “bij de buren leggen”. Inderdaad is ons land netto-exporteur. Dit neemt niet weg dat een deel van de nationale problematiek wordt veroorzaakt door buitenlandse bronnen. Die zijn in paragraaf 4.2 van het NSL zakelijk en objectief gepresenteerd als deel van het probleem dat we met nationale inspanningen moeten oplossen.

Grote hoeveelheden bouwprojecten zijn ten onrechte gekoppeld aan dit plan zonder dat beroepsgang mogelijk is.

Als deze bouwprojecten niet worden uitgevoerd, dan worden de norm en makkelijker en op tijd gehaald;

de balans tussen maatregelen en bouwplannen is zoek;

tegen het NSL zou ook een beroepsgang mogelijk moeten zijn, niet alleen de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen;



Het zou onterecht zijn om de effecten van bouwprojecten buiten beschouwing te laten. De kracht van het NSL is de doorrekening van zowel de debets (de bouwprojecten) als de credits (de maatregelen) van de balans van de programma-aanpak. Het zou immers niet van realisme getuigen als de overheid geen rekening zou houden met de effecten van bouwprojecten die de concentraties kunnen verslechteren.

Het NSL laat zien dat de balans positief uitvalt en dat daarmee geen aanleiding is om nog eens daarbovenop projectgebonden onderzoek te doen naar de effecten van de bijdrage van het specifieke project aan de luchtkwaliteit. Dat brengt een dubbeling van administratieve lasten met zich mee die ik juist met de gekozen aanpak wil vermijden.


Een beroepsgang tegen afzonderlijke projecten blijft nog steeds mogelijk, het NSL levert geen automatische vergunning voor deze projecten. In de zaak Janecek oordeelde het Europese Hof dat een burger bij (dreigende) overschrijding van een grenswaarde van de overheid die het aangaat een actieplan kan eisen. Die beroepsgang is, zoals u zelf al aangeeft, met name gekoppeld aan het vaststellen van een actieplan en in veel mindere mate aan het treffen van maatregelen. Een dergelijke actie lijkt mij voor het NSL niet zinvol. Er ligt straks immers een vastgesteld en uit te voeren plan met maatregelen. De wet Milieubeheer bepaalt in artikel 20, tweede lid, bovendien dat er tegen het NSL geen beroep mogelijk is.

Een andere situatie ontstaat wanneer een van de NSL partners de beloofde maatregelen en de beloofde verbetering van de luchtkwaliteit niet realiseert en daarmee de wettelijke uitvoeringsplicht schendt. Dan zal de burger via de rechter de betrokken overheid rechtstreeks kunnen aanspreken op het treffen van maatregelen.  



In de derogatieperiode worden de normen verhoogd;

Om te voorkomen dat er tijdens de derogatieperiode geen enkele norm zou gelden voor fijn stof of stikstofdioxide is in de Europese richtlijn bepaald dat ook tijdens die periode wel een norm geldt voor deze stoffen, die gebaseerd is op de grenswaarde plus de zogenoemde plandrempel. Dit was de norm die in aanloop naar de inwerkingtreding van de grenswaarde van toepassing was. Tijdens de derogatieperiode geldt deze als tijdelijke grenswaarde. Dit is in de Europese richtlijn geregeld in artikel 22, derde lid. Deze norm is inderdaad hoger dan de grenswaarde, wat logisch is omdat er anders sprake zou zijn van een eerdere invoering van die grenswaarde. Tijdens de derogatieperiode mogen de concentraties dus niet boven de grenswaarde plus de plandrempel uitkomen.
Ik kan mij voorstellen dat het voor u vreemd overkomt dat de norm wordt verhoogd, maar juridisch gezien is dat de enige optie, omdat er anders van feitelijk uitstel geen sprake zou zijn (als er ook in de derogatieperiode aan de grenswaarde moest worden voldaan) of geen bescherming voor de gezondheid meer aanwezig zou zijn (vanwege het ontbreken van een norm). Overigens verwacht ik niet dat de concentraties in de komende jaren hierdoor zullen toenemen, want door de invoering van maatregelen zullen de luchtverontreinigende emissies afnemen, zodat aan het einde van de derogatieperiode, of zoveel eerder als mogelijk is, aan de grenswaarden wordt voldaan.

Ten onrechte is slechts het halen van de normen het uitgangspunt. Ook onder de normen treedt gezondheidsschade op.
Dicht bij drukke wegen mogen nog steeds scholen e.d. gebouwd worden terwijl bekend is dat dit ongezond is. Een gemiste kans.

Ik ben met u eens dat het vanuit oogpunt van gezondheid van groot belang is dat de concentraties van PM10 en NO2 zo laag mogelijk zijn.
Bij de totstandkoming van de grenswaarden heeft naast het gezondheidsaspect, op basis van input van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), ook de praktische haalbaarheid een rol gespeeld.
Het NSL heeft als doel om in ieder geval zo spoedig mogelijk aan de grenswaarden te voldoen, waarbij de grenswaarde als bovengrens beschouwd kan worden, aangezien de concentraties op vele plekken ver onder de grenswaarde zullen uitkomen. Bij het bereiken van de nu afgesproken grenswaarden wordt een onmisbare stap in de goede richting gezet.
Voor wat betreft het bouwen van scholen bij drukke wegen verwijs ik naar mijn antwoord bij de een na laatste paragraaf hieronder.

De modellen die gebruikt worden geven alleen een best case en geen worst case;

De gebruikte modellen (dit geldt voor alle modellen) zijn in hun aard onzeker. In veel opzichten is met de saneringstool rekening gehouden met een worst case scenario om de situatie niet mooier voor te spiegelen dan de toekomst kan brengen. Zo is gerekend met het hoogste economische groeiscenario met de navenant hoogste mobiliteitsgroei. Deze percentages zijn hoger dan de laatste jaren hebben laten zien.
Voor het uitgaan van een case scenario met betrekking tot de klimatologische omstandigheden is niet gekozen omdat de NSL-planperiode eenvoudigweg te kort is om met een voorstelbare verandering te werken. Uitgegaan is van een gemiddelde verwachting met betrekking tot de klimatologische variaties.

Er is dus deels met worst case scenario’s gerekend en met de ingevoerde maatregelen is inderdaad aangetoond dat tijdig aan de normen kan worden voldaan. In veel gevallen leiden de maatregelen tot verbeteringen die verder gaan dan het bereiken van de grenswaarden . Dat is nodig omdat in de komende jaren tijdens de monitoring zowel sprake kan zijn van tegenvallers als van meevallers.



Gemeentelijke en provinciale rapportages uit 2006 geven een onbetrouwbaar beeld van de huidige situatie m.b.t. luchtverontreiniging. Waarom zou nu wel moeten worden veronderstelt dat de aangeleverde informatie door gemeenten betrouwbaar is?

De rapportages die de gemeenten en provincies in 2006 indienden bleken inderdaad op een aantal punten niet volledig te zijn. Ook was in een aantal gevallen onduidelijk hoe er precies gerekend was. Hierdoor kan niet gegarandeerd worden dat de uit deze documenten afkomstige gegevens een accuraat beeld geven van de landelijke problematiek. Om te voorkomen dat dit probleem zich weer zal voordoen is er gewerkt aan een uniform rekenmodel dat onder verantwoordelijkheid van mijn ministerie is opgesteld, de saneringstool. Door deze saneringstool is veiliggesteld dat alle overheden op dezelfde manier, met dezelfde gegevens rekenen, zodat de uitkomsten ook onderling vergelijkbaar zijn en opgeteld kunnen worden om een landsdekkend beeld te krijgen van de problematiek.

De saneringstool zal ook gebruikt worden bij de monitoring van de effecten van maatregelen in de komende jaren, zodat ik er vertrouwen in heb dat de in het verleden opgetreden problemen zich in de toekomst niet zullen herhalen.



Veehouderijen vormen een nieuw en onderschat milieuprobleem, concrete aanpak blijft achterwege;

U heeft gelijk dat de fijn stofproblemen in de veehouderij een nieuw probleem vormen. Tot voor kort bestond niet de indruk dat deze bedrijven een grote bijdrage leveren aan de overschrijding van grenswaarden. In 2007 is op basis van nieuw onderzoek echter gebleken dat ook rond deze bedrijven overschrijdingen voorkomen. Daarom heb ik besloten dat in de komende tijd deze sector extra aandacht zal krijgen en is er, in overleg met mijn collega van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, budget vrijgemaakt om maatregelen bij bedrijven te nemen. Om te voorkomen dat dit geld wordt besteed aan maatregelen die niet tot het juiste effect leiden, of waar tot een reductie op de verkeerde plaats, wil ik eerst beter inzicht krijgen in welke bedrijven nu precies actie moeten ondernemen en welke maatregelen daarvoor geschikt zijn. Vanwege het ontbreken van deze kennis zal dus allereerst meer onderzoek moeten plaatsvinden. Zodra technieken voor emissiereductie effectief bevonden en praktijkrijp zijn, zal de toepassing ervan via een subsidieregeling worden gestimuleerd. Dit neemt niet weg dat uiterlijk in juni 2011 deze bedrijven moeten voldoen aan de grenswaarden.

het meetnet van het RIVM lijkt niet adequaat. Als er nog veel valt te ontdekken is een fijnmaziger meetnet nodig dat ook zwarte rook kan meten.

Een uitbreiding van het meetnet leidt niet automatisch tot een beter inzicht. Zo kunnen meetstations niet automatisch bepalen wat de herkomst van gemeten deeltjes is. Het is belangrijk om daarnaast te inventariseren bij welke activiteiten/bronnen stofemissies plaats vinden. Dit heeft in de afgelopen jaren geleid tot een kritische analyse van de geregistreerde emissies en het “ontdekken” van belangrijke bronnen zoals stallen voor intensieve veehouderij. Het meetnet van het RIVM is adequaat voor het bepalen van de luchtkwaliteit op landelijke schaal. Naast dit vaste meetnet worden voor specifieke projecten aanvullende metingen verricht. Ten aanzien van zwarte rook heb ik het RIVM gevraagd het bestaande netwerk van meetpunten zodanig aan te passen dat het effect van maatregelen (m.n. ten aanzien van het wegverkeer) beter kan worden gevolgd. Overigens is het goed om te realiseren dat er geen normstelling is voor zwarte rook. Beleidsmatige consequenties verbinden aan de gemeten niveaus wordt daardoor sterk beperkt.

De garanties voor de uitvoering van de maatregelen in het NSL ontbreken;

De wet kent een uitvoeringsplicht voor de maatregelen die zijn opgenomen in het NSL. De uitvoering wordt gemonitord. Bij het niet uitvoeren van voorgenomen maatregelen kan de minister van VROM als laatste middel gebruik maken van een aanwijzings-bevoegdheid.

de afname van luchtverontreiniging binnen steden blijft achter op de landelijke trend. De meetgegevens laten een stagnerende trend zien terwijl bij de berekeningen een dalende trend wordt verondersteld.

Uw observatie is correct. Bij de vaststelling van het kabinetsstandpunt was dit overigens reeds bekend (zie blz 38/39). Daar is ook vastgesteld dat er volgens het RIVM nog geen reden is om de berekende trend in de prognoses ter discussie te stellen. De reeks meetgegevens is nog te kort om er een robuuste trend in te benoemen. Dat neemt niet weg dat de signalen serieus genomen moeten worden. Dit zal in ieder geval in het monitoringstraject zijn beslag krijgen. Zodra het verantwoord is om de prognoses bij te stellen op basis van meetresultaten zal dat dus gebeuren. De saneringstool wordt doorontwikkeld als “monitoringstool”. Het is dus voorstelbaar dat de doorrekening voor het jaar 2011 dan een tegenvallende ontwikkeling toont die moet worden opgevangen middels extra maatregelen. Dit is de gebruikelijke gang van zaken waarbij modelberekeningen worden aangepast (gekalibreerd) aan meetgegevens. De modelaannames ijlen in zekere zin na achter de gemeten werkelijkheid.

In het NSL ontbreken maatregelen om kwetsbare groepen te beschermen. De bescherming van de gezondheid van kwetsbare groepen speelt geen rol in het NSL.

De totstandkoming van het NSL neemt niet weg, dat ik in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen, vooruitlopend op het halen van de normen door middel van het NSL, juist extra aandacht geef aan wat er gebouwd wordt langs drukke wegen. Het besluit houdt in dat binnen zones langs snelwegen en provinciale wegen gebouwen voor gevoelige groepen (zoals scholen, bejaardentehuizen en verzorgingstehuizen) alleen mogen worden gebouwd als de grenswaarden niet worden overschreden.

het is twijfelachtig of de aftrek van zeezout wel overeenkomt met de Europese richtlijn 2008/50/EG.

Op basis van de vorige Europese richtlijn was ik al van mening de aftrek van zeezout was toegestaan. In de jaarlijkse rapportage van Nederland aan de Europese commissie werd hier altijd expliciet melding van gemaakt. De methodiek die daarbij gevolgd werd, is gedeeld met de Europese Commissie en andere lidstaten. Daarbij zijn nooit twijfels geuit dat de gevolgde werkwijze niet zou passen binnen de regelgeving. In de nieuwe richtlijn, die u ook aanhaalt, is deze werkwijze nu expliciet benoemd als toegestane praktijk (in overweging 15 en artikel 20 van die richtlijn), waardoor ook voor de toekomst duidelijk is dat de aftrek van zeezout toegestaan blijft. In Nederland hebben het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP, thans PBL) onderzoek gedaan naar de bijdrage van zeezout aan de fijn stofconcentratie. Dit heeft geleid tot een afzonderlijk per gemeente bepaalde waarde voor de hoeveelheid microgram PM­10 die van de gemeten of berekende waarde moet worden afgetrokken. Deze lijst is als bijlage gevoegd bij de Regeling beoordeling luchtkwaliteit (Rbl).




54 Stibbe, dhr. J.C. van Oosten, Amsterdam

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

In de inspraak is aangegeven dat Heijmans Wegenbouwers een vergunning heeft voor een asfaltcentrale met een capaciteit van 350.000 ton per jaar. Heijmans beoogt de capaciteit uit te breiden tot 500.000 ton/jaar en bereidt daartoe een aanvraag voor een revisievergunning met luchtkwaliteitsonderzoek voor.
Uit de eerste bevindingen van het onderzoek blijkt dat de uitbreiding in de directe omgeving van de centrale mogelijk kan leiden tot een in betekenende mate bijdrage aan de jaargemiddelde concentratie PM10 en NO2.
Heijmans is bang dat dit kan ertoe kan leiden dat het Bevoegd Gezag de revisievergunning niet zal verlenen en verzoekt daarom de uitbreiding op te nemen als IBM-project in het NSL.

De doelstelling van het NSL is om enerzijds de luchtkwaliteit te verbeteren en anderzijds het bieden van ruimte voor en bijdragen aan de onderbouwing van ruimtelijke projecten.
De overheid heeft ervoor gekozen om alleen ruimtelijke projecten op te nemen in het NSL. Dit zijn projecten met verkeerseffecten die zo omvangrijk zijn dat ze kunnen leiden tot een toename van de concentraties met meer dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde. De negatieve gevolgen van deze projecten voor de luchtkwaliteit worden door de in het NSL opgenomen maatregelen gecompenseerd.
(Nieuwe) luchtverontreinigende bedrijven zijn op individueel niveau niet in het NSL opgenomen. Dat betekent dat bij de vergunningverlening op bedrijfsniveau aan de luchtkwaliteitseisen wordt getoetst, waarbij ook de vraag of zij wel of niet IBM zijn aan de orde komt.
IBM-projecten met overschrijdingen ten gevolge van de bedrijfsvoering worden voorkomen via compenserende maatregelen die worden voorgeschreven in de vergunningverlening. Hier ligt dus een grote verantwoordelijkheid bij de bedrijven zelf, in samenwerking met de vergunningverlener.




55 Stichting Bewonerscomité Eikendreef, dhr. H.F. te Velde, Helmond

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

De in het NSL opgenomen ruimtelijke projecten zullen de luchtkwaliteit in Nederland in het algemeen verslechteren. De opgevoerde compenserende maatregelen in het NSL zijn niet voldoende om die verslechtering tegen te gaan.

Voor het NSL is uitgebreid doorgerekend wat de effecten van nieuwe ruimtelijke projecten zullen zijn op de luchtkwaliteit. Hieruit blijkt dat (zie ook het hoofdstuk hierover in het kabinetsstandpunt) er inderdaad een effect op de luchtkwaliteit plaatsvindt als alle aangemelde projecten worden uitgevoerd, maar ook dat dit effect beperkt is. Omdat Nederland verplicht is om aan de grenswaarden voor fijn stof en stikstofdioxide te voldoen, zijn hier dan ook maatregelen tegenover gezet die dit effect compenseren.
Het NSL laat zien welke maatregelen op welke plekken in Nederland gaan zorgen voor het halen van de grenswaarden voor NO2 en PM10. Daarnaast zorgt het NSL er ook voor dat ruimtelijke ontwikkelingen niet verder behoeven te stagneren. Ook daarvoor heb ik immers een verantwoordelijkheid.

Aan zes zaken wordt te weinig aandacht besteed:

mogelijkheden om calculerende gemeenten (gemeenten die al jarenlang rekenen op derogatie) ervan te overtuigen dat de luchtkwaliteit best sneller verbeterd mag worden;

het uitbannen van het idee dat er nog wel een tweede derogatie mogelijk zal zijn;



Ik ben het met u eens dat de verbetering van de luchtkwaliteit een urgent onderwerp is, waar snel actie moet worden ondernomen. In de afgelopen jaren zijn ook al veel maatregelen genomen die een positief effect hebben op de luchtkwaliteit. Toch is het ons niet gelukt om binnen de termijn aan alle grenswaarden te voldoen. De Europese Unie heeft ook erkend dat op sommige plaatsen meer tijd nodig is en sinds dit voorjaar is het lidstaten toegestaan om later aan de grenswaarden te voldoen, mits daar een voldoende met maatregelen onderbouwd plan tegenover staat. Gemeenten hebben daar dus ook niet eerder op kunnen anticiperen, omdat de mogelijkheid pas sinds kort bestaat. Het is beslist niet mijn intentie om met het aangevraagde uitstel extra de tijd te nemen om de overschrijdingen te saneren. Integendeel: Nederland voldoet niet aan de normen en alleen met de inzet van het omvangrijke pakket aan maatregelen slagen we erin om de grenswaarden alsnog spoedig te bereiken. Daarbij geldt hoe eerder, hoe beter. De derogatie kan ook slechts éénmaal worden verleend.

de wenselijkheid van een verplichting van gemeenten om luchtkwaliteit niet over te laten aan het college alleen, maar ook aan de gemeenteraad met mogelijkheid om daarover te stemmen;

mogelijkheden voor de burger om de input van de gemeenten voor de berekeningen aan te doen passen aan de werkelijkheid;




Bij de vaststelling van gemeentelijke actieplannen worden voor zover ik kan overzien ook altijd de gemeenteraden betrokken. Veel van de maatregelen die gemeenten nemen kunnen ook alleen maar tot stand komen via een besluitvormingsprocedure waarin de gemeenteraad zich over het voorstel uitspreekt. Daarnaast is het ook voor burgers mogelijk om hierop commentaar te geven, via inspraakprocedures of het indienen van zienswijzen. U kunt hierover meer informatie opvragen bij uw eigen gemeente (tel. 0492 587777).
De afzonderlijke gemeenten dragen de verantwoordelijkheid voor de controle van de invoergegevens met betrekking tot intensiteiten

en wegkenmerken van het onderliggend wegennet. Gemeenten passen deze verkeersgegevens ook toe bij de jaarlijkse verplichte rapportage over de luchtkwaliteit op grond van het Besluit luchtkwaliteit 2007. Verder hanteren gemeenten deze

invoergegevens ook bij de onderbouwing van besluiten voor projecten en zijn deze gegevens als zodanig ook door de rechter geaccepteerd. Indien u twijfelt aan de gehanteerde gegevens wordt u aangeraden hierover contact op te nemen met de gemeente Helmond. De gemeente heeft de mogelijkheid om de gegevens te wijzigen die voor de berekeningen gebruikt worden. Overigens is zichtbaar wie deze wijzigingen gemaakt heeft en dient de beheerder van de saneringstool deze goed te keuren. Indien wijzigingen strijdig zijn met de uitgangspunten van de saneringstool, dan kunnen ze door mij geweigerd worden.
In bijlage 5 bij het NSL (en met name het derde hoofdstuk van die bijlage) wordt al uitgebreid ingegaan op de wijze waarop deze gegevens tot stand komen. Ik zie dan ook geen reden om het NSL op dit punt aan te passen.


de controle op de robuustheid en planning van de maatregelen, aangeleverd door de gemeenten;

de controle op de effecten en planning van projecten, aangeleverd door de gemeenten.



De wet kent een uitvoeringsplicht voor de maatregelen die zijn opgenomen in het NSL. De uitvoering wordt gemonitord door mijn departement. Bij het niet uitvoeren van voorgenomen maatregelen volgen sancties zoals het terugbetalen van verkregen rijksbijdragen. Ook heb ik, als minister van VROM, een aanwijzingsbevoegdheid, waarmee ik overheden kan verzoeken, en zo nodig kan dwingen, om maatregelen te nemen.

Na de vaststelling van het NSL zal dit in het monitoringstraject nauwgezet worden gevolgd. Als daar blijkt dat vertragingen ontstaan zullen compenserende maatregelen moeten worden getroffen, omdat er een uitvoeringsplicht geldt.


Om in te gaan op het punt van robuustheid: ook na uitvoering van maatregelen zullen er situaties resteren in de kritische zone vlak onder de grenswaarden. Dat is ook de reden dat ik gemeenten stimuleer om door te gaan met lokale maatregelen ook al zijn de grenswaarden bereikt.

Het in het NSL opgenomen ruimtelijke project Cortenbachtracé zal de luchtkwaliteit op de Eikendreef in Helmond wel verbeteren, maar niet in die mate dat samen met de compenserende maatregelen uit het NSL de luchtkwaliteit in 2011 respectievelijk 2015 aan de normen van PM10 respectievelijk NO2 zal gaan voldoen. Er dient onmiddellijk een totaal verbod op (zwaar) vrachtverkeer in de Eikendreef te komen, waardoor de luchtkwaliteit drastisch zal verbeteren. Deze maatregel kan eventueel opgeheven worden als de doelen van het NSL in Helmond bereikt zijn. Hierover moet het ministerie van VROM overleg voeren met de gemeente Helmond. Het NSL moet met inachtneming van deze zienswijze gewijzigd worden vastgesteld.

Voor het bepalen van de concentraties aan PM10 en NO2 wordt gebruik gemaakt van de rekenmodule saneringstool 2.2.2.Uit deze rekenmodule blijkt dat alleen voor het jaar 2006 overschrijdingen plaats vinden van de grenswaarden voor PM10 en NO2 respectievelijk met 1,3 en 2,1 microgram per kubieke meter. Hierbij is voor PM10 getoetst aan de rekenkundige omrekening naar een 24-uurs grenswaarde (32,5 μg/m3).

Tevens zijn berekeningen gemaakt voor de zichtjaren 2010, 2015 en 2020. In deze jaren zullen volgens de berekeningen geen overschrijdingen meer plaatsvinden van de grenswaarden voor PM10 en NO2. In het Brabantse Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (BSL), wat een achtergronddocument is van het NSL, zijn tevens de locaties weergegeven die dicht tegen de grenswaarden aanzitten voor de gemeente Helmond (bijlage 3f, blz. 131, BSL van 15 april 2008). De Eikendreef heeft een zodanige (lage) concentratie voor PM10, dat deze hier ook niet is opgenomen. Desondanks neemt de gemeente Helmond het onderwerp luchtkwaliteit serieus.


Het gemeentelijk beleid ten aanzien van het autoverkeer is met name opgenomen in het rapport Toepassing Verkeersmanagement, vastgesteld in 2005.

In dit rapport is aangegeven op welke wijze de verdere groei van het autoverkeer en de daarmee samenhangende problematiek geleid zal worden. In dit rapport zijn bouwmaatregelen genoemd om de ontbrekende schakels in het wegennet op te lossen. Inmiddels is gestart met de voorbereidingen om te komen tot de aanleg van de spoortunnel en het Cortenbachtracé. Ook worden acties verricht om het verkeer beter te laten doorstromen. Naast de aanleg van nieuwe wegen en het nemen van maatregelen om het verkeer beter te laten doorstromen wordt ook het fietsen en het gebruik van openbaar vervoer gestimuleerd.


Door uitvoering te geven aan de lokale als de generieke maatregelen kan in de toekomst voldaan worden aan de gestelde grenswaarden.
Met betrekking tot uw vraag om een onmiddellijk totaal verbod op (zwaar) vrachtverkeer op de Eikendreef kan gesteld worden dat dit niet tot de mogelijkheden kan behoren. De Eikendreef wordt namelijk op dit moment nog gebruikt door stedelijke/doorgaande verkeer en is ook onderdeel van de “centrum ring”(ontsluitingsweg B). Hiermee is de Eikendreef één van de routes voor de bevoorrading van het centrum. Daarnaast is er op dit moment geen reëel alternatief voorhanden. Op het moment dat het Cortenbachtracé gereed is en ook de regionale wegenstructuur op orde is, zal het gebruik van de Eikendreef door stedelijk en doorgaand (vracht)verkeer verder afnemen.




56 Milieudefensie, dhr. F. Köhler, Amsterdam/Arnhem

Kernpunt(en) van de inspraak:

Reactie van Bevoegd Gezag:

Uit het RSL Gelderland blijkt dat ook na uitvoering van het RSL er hardnekkige knelpunten overblijven. In Arnhem gaat het daarbij onder meer om Pleijweg, Eusebiusbuitensingel, IJsseloordweg, Velperbuitensingel. Het NSL biedt hiervoor geen concrete oplossingen.


Samen met de lokale en regionale partners zet de Stadsregio Arnhem Nijmegen een breed pakket aan maatregelen in om de luchtkwaliteit te verbeteren bij de door Milieudefensie genoemde knelpunten. In het NSL/RSL Gelderland is aangegeven dat voor deze knelpunten een extra pakket aan maatregelen wordt ingezet. Deze maatregelen staan in het NSL/RSL Gelderland concreet beschreven. Met deze extra maatregelen worden ook de genoemde knelpunten in Arnhem opgelost.

Milieudefensie onderschrijft de zienswijze van de Vereniging Stedelijk Leefmilieu.

Hiervan neem ik kennis. Voor de beantwoording van de punten die de Vereniging Stedelijk Leefmilieu aandraagt, verwijs ik u naar mijn reactie onder nummer 53.

Het NSL miskent de ineffectiviteit van het huidige luchtkwaliteitsbeleid. Het NSL zou op twee manieren moeten worden aangevuld. Er zou een (jaarlijks) mechanisme moeten zijn waarin de voortgang van (effecten van) maatregelen wordt verantwoord. Het is in dat kader niet duidelijk hoe nieuwe IBM projecten komende jaren tot uitvoering kunnen komen. Daarnaast moet er een set van reserve (terugval-) maatregelen beschikbaar komen.


Ik heb, anders dan de Stichting Milieudefensie, veel vertrouwen in de effectiviteit van de aanpak van het NSL om hetgeen we gezamenlijk willen bereiken ook te realiseren. Wat betreft de voorgestelde aanvullingen wil ik de Stichting Milieudefensie graag gerust stellen: er is voorzien in een jaarlijkse monitoring en verantwoording die aan de Tweede Kamer en aan de Europese Commissie wordt aangeboden. Daarmee wordt de uitvoering van maatregelen en de kwaliteit van de lucht jaarlijks gemeten. Indien nodig kan worden bijgestuurd, bijvoorbeeld door het toevoegen van aanvullende (nog te ontwikkelen) maatregelen.

Ik streef naar de ontwikkeling en beschikbaarstelling van aanvullende maatregelen om eventuele tegenvallers op te vangen en verlaging van de concentraties mogelijk te maken ten einde tenminste overal tijdig aan de grenswaarden te voldoen.



Het besluit is in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur:
- De toetsing door de rechter wordt omzeild en de democratische controle wordt beperkt;

- het NSL is een besluit met rechtsgevolgen, zonder dat hiertegen beroep open staat;




Een beroepsgang tegen afzonderlijke projecten is wel mogelijk. Een project kan worden uitgevoerd als aan de luchtkwaliteitsnormen wordt voldaan. Onder andere is dat het geval als het project met betrekking tot luchtkwaliteit wordt gebaseerd op het NSL, waarbij dan aan de vereisten van artikel 5.16, aanhef en eerste lid, onder d, van de Wet milieubeheer dient te worden voldaan. Dat betekent dat een project moet worden genoemd of beschreven in, dan wel betrekking hebben op, een ontwikkeling of voorgenomen besluit welke is genoemd of beschreven in, dan wel past binnen of in elk geval niet in strijd is met het NSL. Tegen het NSL zelf is inderdaad geen beroep mogelijk, conform artikel 20, tweede lid van de wet Milieubeheer.

Een andere situatie ontstaat wanneer een van de NSL-partners de beloofde maatregelen en de beloofde verbetering van de luchtkwaliteit niet realiseert en daarmee de wettelijke uitvoeringsplicht schendt. Dan zal de burger via de rechter de betrokken overheid rechtstreeks kunnen aanspreken op het treffen van maatregelen.



- het besluit is onvoldoende gemotiveerd;

het besluit heeft onevenredig zware gevolgen voor veel Nederlanders. Met het NSL wordt de projectgebonden toetsingsplicht losgelaten. Dat besluit is in strijd met het evenredigheidsbeginsel;




Dit punt spitst zich toe op de raming van effecten van IBM en NIBM projecten die onvoldoende zou zijn. NIBM-projecten zijn op macroniveau in de achterliggende groeiscenario’s meegenomen en ook in de gemeentelijke en landelijke verkeersprognoses. De actuele groeipercentages liggen lager. De gehanteerde verkeersgegevens en de daaraan gerelateerde effecten voor de IBM-projecten zijn in het NSL verwerkt.

Voor de IBM-projecten geldt dat plannen de komende tijd inderdaad anders uitgevoerd kunnen worden dan aangegeven in het NSL. Indien ze groter worden (met dus een groter effect) dan moet worden aangegeven of en hoe het verschil voldoende wordt gecompenseerd met het bestaande maatregelenpakket. Deze procedure wordt momenteel uitgewerkt. De aanpak van het NSL heeft vooral in positieve zin gevolgen voor veel Nederlanders. Over de achterliggende motieven voor deze programmatische aanpak met de indirecte koppeling is uitvoerig gesproken tijdens de discussies met het parlement.



- het besluit is onoverzichtelijk, complex en onbegrijpelijk;


Ik realiseer me dat het complete pakket aan documenten waaruit het NSL bestaat omvangrijk van aard is en niet makkelijker en snel te doorgronden. Om die reden is geïnvesteerd in een inspraakwijzer, een leesbare samenvatting en in een aantal informatieavonden. Het omvangrijke pakket aan documenten moet vanzelfsprekend ook gezien worden als uiting van mijn intentie om transparant inzicht te geven in alle beschikbare en gebruikte informatie.

- de NSL-systematiek is in strijd met het subsidiariteitsbeginsel;


Het NSL doet naar mijn mening recht aan het subsidiariteitsbeginsel. Zo zijn lokale en regionale overheden vrij in het bepalen van de maatregelen die men wil nemen om aan de grenswaarden te voldoen. Uiteraard geldt daarbij wel het vereiste dat tijdig aan de grenswaarden moet worden voldaan. De effecten van al deze lokale maatregelen zijn allereerst gebundeld in de regionale samenwerkingsprogramma’s en vervolgens, met de toevoeging van het gedeelte waarvoor het rijk verantwoordelijk is, in het NSL.

- het achterwege blijven van de beoordeling van luchtkwaliteit bij NIBM-projecten in NSL is in strijd met de beginselen van goede ruimtelijke ordening.

- AMvB gevoelige bestemmingen zou ook voor woningen moeten gelden.



De gevolgen van NIBM projecten worden gecompenseerd door de generieke maatregelen. Voor deze projecten blijft daarnaast een goede ruimtelijke ordening onverkort van belang. Ook de handreiking NIBM wijst daar met nadruk op (onderdeel 2.2).
De AMvB gevoelige bestemmingen valt inhoudelijk buiten de reikwijdte van dit NSL. Dit neemt niet weg dat de AMvB wel een ondersteunende bijdrage levert aan de bescherming van kwetsbare groepen in gebieden waar de normen worden overschreden. De AMvB heeft daarmee een tijdelijke werking omdat na de looptijd van het NSL geen overschrijdingen resteren. Voor ziekenhuizen geldt dat deze vaak op een goed bereikbare plek nabij een snelweg of provinciale weg gebouwd worden en zelf ook een verkeers­aantrekkende werking hebben. Indien woningen onder de werking van de AMvB gebracht zouden worden zou dit bv de wijkenaanpak in de grote steden ernstig bemoeilijken terwijl het slechts zou gaan om enkele jaren uitstel. De “gezondheidsbaten” zouden daarmee niet opwegen tegen de “maatschappelijke” lasten. Dat zou naar mijn mening een te grote ingreep zijn op de bevoegdheid van lokale overheden om de goede ruimtelijke ordening te bewaken.

De doorrekening van het besluit is in strijd met de vereiste zorgvuldigheid:
- het autonoom scenario voldoet niet aan de luchtkwaliteitsnormen en kan dus niet dienen als referentiescenario;

- het autonoom scenario negeert nationale beleidsmaatregelen van na 1 januari 2005;

- het autonoom scenario heeft identieke uitgangspunten als NSL-scenario;

- het NSL berekent slechts of de luchtkwaliteit aan de eisen voor een gemiddeld jaar voldoet;

- verbetering dient voor verslechtering te komen en niet andersom. Het NSL vraagt de maximale termijn aan terwijl de inzet zou moeten zijn om de grenswaarden zo snel mogelijk te bereiken.


De doorrekening van het NSL heeft plaatsgevonden met de beste kennis die op dat moment aanwezig was en dat is zeker zorgvuldig gebeurd. Dat neemt niet weg dat verbeteringen mogelijk zijn en die zullen ook zeker worden aangebracht in het definitieve NSL, zoals ook in mijn reactie op een van uw voorstellen zal blijken. Uit een deel van de voorbeelden die genoemd worden blijkt dat de in het NSL blijkbaar niet altijd duidelijk genoeg is geweest, want het leidt blijkbaar tot misverstanden. Dit is een aandachtspunt voor het definitieve NSL.
Zo heeft het autonome scenario uitsluitend tot doel gehad om zichtbaar te maken wat het voorgenomen beleid doet ten opzichte van een situatie waarin Nederland geen maatregelen treft (na 2005). Zo kan objectief worden bepaald wat het effect van de genomen maatregelen is. Uiteraard is in de doorrekening voor 2010 en 2015 wel het effect van de maatregelen meegenomen die na 2005 genomen zijn.
U hebt gelijk dat ook in jaren die niet ‘gemiddeld’ zijn de grenswaarden niet overschreden mogen worden. Daarom heb ik naar de lokale overheden aangegeven dat zij ook maatregelen zouden moeten nemen op die locaties waar de luchtkwaliteit maar net aan de grenswaarden voldoet.
Ik ben het eens met de constatering dat in principe verbetering voor verslechtering moet komen. Dat is ook de reden dat met volle inzet gewerkt is aan maatregelen die nu al in werking zijn getreden, terwijl NSL- projecten nog in de steigers staan. De inzet is om zo snel mogelijk de grenswaarden te halen. Indien de grenswaarden eerder worden gehaald dan voor het eind van de derogatietermijn mogen niet (opnieuw) de grenswaarden worden overschreden.

Het NSL is gebaseerd op een ondeugdelijk toetsingsinstrument: de saneringstool:

- de uitkomst van toepassing van de saneringstool is ten onrechte het enige en doorslaggevende criterium bij toetsing van de effecten van het gehele NSL: de saneringstool is niet gevalideerd.




Eerder gaf ik al aan dat de doorrekening met de saneringstool heeft plaatsgevonden met de beste kennis van dat moment en dat gestreefd wordt naar verdere verbeteringen. De indruk wordt wel eens gewekt dat de saneringstool met geheel nieuwe rekenmethoden werkt. Dat is niet het geval. De rekenmethoden uit de saneringstool sluiten aan bij de standaardrekenmethoden uit de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 (Rbl). Het nieuwe van de saneringstool is dat in een keer een totaalbeeld voor heel Nederland op basis van de meest actuele gegevens kan worden gegenereerd.
U refereert in uw reactie aan het oordeel van het Planbureau voor de leefomgeving (PBL) over de saneringstool. Het PBL heeft aangegeven dat rekenmodellen voor luchtkwaliteit (dus niet alleen de saneringstool) teveel onzekerheden bevatten rond de grenswaarden om daar conclusies aan te verbinden zoals dat gebeurt in het NSL. Het PBL pleit voor marges rond grenswaarden waarbinnen ruimte moet zijn voor een afweging. Deze gedachte is vanuit juridisch oogpunt echter niet haalbaar, omdat we volgens de EU-richtlijn en de Wet milieubeheer precies aan de grenswaarden moeten voldoen. De saneringstool kan wel als gevalideerd worden beschouwd, omdat gebruik wordt gemaakt van bestaande gevalideerde rekenmodellen en eveneens gevalideerde achtergrondconcentraties. Daarnaast zullen op verschillende plekken lokale maatregelen ervoor zorgen dat de luchtkwaliteit onder de grenswaarden komt.

- GCN-prognoses zijn onrealistisch gunstig;

GCN prognoses kennen een wetenschappelijke onderbouwing en zijn gebaseerd op vastgesteld (inter)nationaal beleid. Voor het toekomst wordt gerekend met het zogenaamde GE-scenario van de planbureaus. Dit is voor de luchtkwaliteit te zien als een worst case scenario om de situatie niet mooier voor te spiegelen dan de toekomst kan brengen. Zo kent dit scenario het hoogste economische groeiscenario (van de drie scenario’s) met de navenant hoogste mobiliteitsgroei. Deze percentages zijn hoger dan de laatste jaren hebben laten zien. De uitvoering van dat beleid kan inderdaad leiden tot tegenvallers. Op dit moment is het nog te vroeg om daarover conclusies te trekken. In het monitoringstraject zal een vinger aan de pols worden gehouden. Op dit moment wordt gewerkt aan aanvullende maatregelen om eventuele tegenvallers op te vangen.

- de saneringstool houdt ten onrechte geen rekening met de ontwikkeling van regionale luchthavens; er is ten onrechte gebruik gemaakt van ADECS berekeningen waarover de RvS negatief heeft geoordeeld;

De bijdrage van de regionale luchthavens is relatief gering. Doordat de verontreiniging relatief hoog wordt uitgestoten worden de luchtvaartemissies snel verdund en leiden ze op zich niet tot overschrijdingen van grenswaarden. De bijdrage van de luchtvaartemissies van de regionale luchthavens wordt daarom voldoende gerepresenteerd in de achtergrondconcentraties. Omdat voor de realisering van de ontwikkeling van luchthavens altijd een wijziging van de aanwijzing noodzakelijk is, wordt in de Saneringstool niet zonder meer uitgegaan van ontwikkeling van de luchthavens. Uitgangspunt is de omvang van het vliegverkeer dat op grond van de aanwijzing mogelijk is. Indien een luchthaven wil uitbreiden zal in het bijbehorende besluitvormingsproces moeten worden nagegaan welke gevolgen die uitbreiding heeft voor de luchtkwaliteit.

Voor de onderbouwing van het NSL is gebruik gemaakt van de beste kennis van dat moment. Dat waren destijds de ADECS-berekeningen. Op basis daarvan is geconcludeerd dat er gelet op de geringe bijdragen van de kleinere luchthavens aan de luchtkwaliteit geen aanleiding was voor doorwerking in de saneringstool. Ten behoeve van het kabinetsbesluit zal mede naar aanleiding van uw opmerking nagegaan worden in hoeverre de ADECS-berekeningen een voldoende onderbouwing vormen voor het kabinetsbesluit.



- de saneringstool blijkt structureel te schone luchtkwaliteitsprognoses te maken; lokale doorrekeningen komen ongunstiger uit en metingen eveneens;


DCMR heeft op verzoek van VROM de uitkomsten van de saneringstool vergeleken met eigen CAR berekeningen en die leiden niet tot substantiële verschillen. Verschillen met lokale berekeningen kunnen ontstaan als niet dezelfde uitgangspunten (door alle regio’s geaccepteerde) worden gebruikt.

Ten aanzien van de metingen hebben het RIVM en het PBL aangegeven dat er op dit moment nog geen verantwoorde conclusies getrokken kunnen worden over een gewijzigde trend op basis van de huidige meetgegevens. Wel is er nu al aanleiding om na te gaan welke mogelijkheden er zijn voor aanvullend beleid om tegenvallers op te vangen. Ik ga hier boven op dit punt in.



- het NSL en de saneringstool zijn gebaseerd op verouderd lokaal beleid;


Het NSL wordt gebaseerd op de stand van zaken met betrekking tot lokaal beleid, die er was op het moment van opname in het NSL. Aanlevering heeft plaatsgevonden door de regionale/lokale overheden. Voor de maatregelen geldt een uitvoeringsplicht. Maatregelen kunnen wel worden vervangen door andere maatregelen met hetzelfde effect.

In het definitieve kabinetsbesluit zal met betrekking tot de lokale maatregelen een actualisatie plaatsvinden en in het monitoringstraject krijgt dit een vervolg.



- de saneringstool is niet verifieerbaar;

De saneringstool is wel goed verifieerbaar. De saneringstool is voor iedere burger toegankelijk. Men kan direct zien welke invoerparameters er zijn gebruikt voor de straat waar men woont. Deze invoerparameters zijn geleverd door de gemeenten en in het algemeen dezelfde als welke men lokaal gebruikt. De achtergronddocumenten voor de saneringstool zijn eveneens openbaar toegankelijk. Daar is ook te vinden welke verkeersmodellen per gemeente zijn gebruikt.

- de saneringstool schat locatiespecifieke maatregelen op de betroffen locaties te gunstig in en negeert bovendien negatieve (verplaatsings)effecten naar andere locaties;

- de saneringstool negeert verkeersaantrekkende werking van grootschalige projecten;



Er komt een nieuwe versie van de saneringstool om de effecten van locatiespecifieke maatregelen te verwerken. Daar wordt nu hard aan gewerkt. Ondermeer zullen de uitkomsten van het SOLVE programma daarbij worden benut. In de volgende versie van de saneringstool , die gebruikt wordt voor het definitieve NSL, zal dit zijn verwerkt. In een aantal gevallen zou er sprake kunnen zijn van een verplaatsingseffect. Echter, in geen geval mogen hiermee de grenswaarden worden overschreden.
In de definitieve saneringstool zijn alle in het NSL opgenomen infrastructurele projecten verwerkt. Bij de toedeling van het verkeer op dit netwerk is rekening gehouden met zowel autonome ontwikkelingen conform het GE Scenario als de extra verkeersaantrekkende werking van de grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen die in het NSL zijn opgenomen.
Het NSL geeft voor alle opgenomen projecten een volledige onderbouwing dat op tijd voldaan wordt aan de gestelde grenswaarden voor PM10 en NO2. Deze onderbouwing beperkt zich niet tot de betreffende projectomvang, maar maakt ook inzichtelijk wat de consequenties binnen het gehele verkeersnetwerk zijn. Hierbij is rekening gehouden met de verkeersaantrekkende werking door de aanleg van extra infrastructuur. De saneringstool houdt rekening met meer verkeer door de verbeterde bereikbaarheid, net als reguliere verkeersmodellen die gehanteerd worden om de consequenties van voorgestelde gewijzigde infrastructuur in planstudies inzichtelijk te maken (NRM, Nieuw Regionaal Model en LMS, Landelijk Model Systeem). Verder gelegen bestemmingen worden beter bereikbaar. Deze extra verkeersbewegingen komen bovenop de autonome groei van het verkeer en voertuigen die voor een andere meer aantrekkelijke route kiezen.

Zo kan het zijn dat aanliggende wegvakken te maken krijgen met een verhoogde verkeersintensiteit, maar de druk op wegvakken kan ook verlicht worden doordat weggebruikers een aantrekkelijker alternatief krijgen aangeboden.



- de saneringstool is gebaseerd op achterhaalde aannames, c.q. te hoge inschattingen met betrekking tot het autoverkeer.

U geeft een groot aantal voorbeelden aan van ontwikkelingen die naar uw mening leiden tot minder autoverkeer in de toekomst. In het monitoringstraject zal blijken of dit daadwerkelijk gebeurt, maar als dat het geval is zal het gevolg zijn dat de problemen veel minder groot blijken dan nu verwacht. Ik wil daar niet op vooruitlopen en vasthouden aan een maatregelenpakket dat in dit opzicht gebaseerd is op conservatieve aannames, ook met het oog op mogelijke tegenvallers waar u eerder op wees.

De ambitie van NSL moet zich niet beperken tot de bestrijding van de overschrijding van normen, maar moet erop gericht zijn overal de luchtkwaliteit daadkrachtig te verbeteren. Het NSL straalt ten onrechte uit dat het allemaal wel goed komt met de luchtkwaliteit, terwijl alle betroffen overheden en betrokken organisaties juist daadkrachtig de handen ineen moeten slaan.


In het kader van het NSL worden regio’s gestimuleerd om verder te gaan dan het halen van de grenswaarden via de inzet van proportionele maatregelen. De ontwikkeling van aanvullende maatregelen is nodig om ook bij tegenvallers aan de normen te kunnen voldoen. De saneringstool faciliteert dit door ook de situaties vlak onder de grenswaarden zichtbaar te maken. Regio’s kunnen deze situaties ook aanpakken met het in het kader van het NSL beschikbaar gestelde budget. Ook het nationaal beleid heeft een generiek effect waar situaties onder de grenswaarde van zullen kunnen profiteren.

Projecten leiden vrijwel zeker tot verslechteringen en de maatregel die dit moeten compenseren zijn daarentegen onzeker.

Aan zowel de veronderstelde effecten van projecten als die van de maatregelen kleven onzekerheden. Tijdens de monitoring worden de feitelijke ontwikkelingen bijgehouden. Als blijkt dat de effecten van de maatregelen lager zijn dan verwacht/nodig, zal zonodig aanvullend beleid ontwikkeld worden. Het valt ook niet uit te sluiten dat zich meevallers kunnen voordoen.

Tenslotte zijn er namens Milieudefensie opmerkingen gemaakt over een aantal lokale kwesties:

- Het NSL biedt geen oplossing voor knelpunten op de Pleijweg, Eusebiussingel, Isseloordweg en Velperbuitensingel in Arnhem;

- Verbreding van de A12 en capaciteitsuitbreiding aansluiting Velperbroek zijn achterhaalde oplossingen;

- Het NSL biedt onvoldoende maatregelen om de verslechtering door de realisatie van Veenendaal Oost te compenseren.



Met het uitvoeren van alle maatregelen in het NSL is er geen sprake van dat er nog (hardnekkige) knelpunten resteren. Hier lijkt sprake te zijn van een (begrijpelijk) misverstand. De beschikbaar gestelde saneringstool versie 2.2.2 laat inderdaad zien dat de genoemde locaties nog een overschrijding kennen na de realisatie van alle nationale maatregelen. Ik wil er echter nog eens met klem op wijzen dat in deze versie van de saneringstool de lokale luchtkwaliteitsmaatregelen (zoals beschreven in hoofdstuk 6 van het NSL) nog niet digitaal zijn verzameld en ingevoerd in de landelijke database. Om technische en praktische redenen was dat nog niet haalbaar. In de eerstvolgende update van de saneringstool is dat wel geval en deze update wordt gebruikt voor het definitieve NSL. De berekeningen laten echter zien dat de genoemde overschrijdingen verdwijnen na invoer van de specifieke lokale maatregelen.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina