Bijlagen bij Kwaliteitsstandaard Intensive Care Onderbouwingsdocument



Dovnload 1.02 Mb.
Pagina1/29
Datum16.08.2016
Grootte1.02 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   29

powerpluswatermarkobject1


BIJLAGEN bij

Kwaliteitsstandaard Intensive Care Onderbouwingsdocument


Consultatiedocument, opgesteld door de Adviescommissie Kwaliteit van het Zorginstituut, 13 april 2016. WORD versie

Inhoudsopgave




1 De IC-patiënt 4

1.1 Definitie IC-patiënt 4

1.2 Stroomdiagram voor inhoudelijke kwalificatie van een IC-patiënt 4

2 Hoe werken de professionals samen op de IC? 7

2.1 Multidisciplinaire samenwerking 7

2.2 Aansturing en continuïteit medische behandeling door intensivisten 7

2.3 Intensivist 24/7 in het ziekenhuis 10

2.4 De intensivist hoofdbehandelaar 12

2.5 Zorgbeleidsplan 13

2.6 Formatie intensivisten 13

2.7 Hoe kunnen IC-artsen, IC-fellows, AIOS/ANIOS-IC, en IC-ziekenhuisartsen worden ingezet? 14

2.8 Het medisch hoofd van de IC-afdeling 15

2.9 IC-verpleegkundigen 15

2.10 Verpleegkundig hoofd van de IC-afdeling 17

2.11 Overige zorgmedewerkers op de IC-afdeling 17

2.12 Fysiotherapeuten 18

2.13 Medische technologie 18

2.14 Overige ziekenhuismedewerkers 19

2.15 Rol van de arts-microbioloog bij IC-geneeskunde 20

2.16 Laboratoriumspecialist klinische chemie 21

2.17 Bouwkundige voorzieningen 23

3 Regionale samenwerking van IC-zorg in Nederland 25

3.1 Regionalisatie 25

3.2 Uitwerking van regionalisatie in de Nederlandse praktijk 27

3.3 Zorg (cure-)instellingen of locaties hiervan zonder IC 28

3.4 Transport van IC patiënten 29

3.5 Repatriëring van IC-patiënten 32

4 De organisatie van de IC 33

4.1 De grootte van een IC 33

4.2 Continuïteit van zorg 40

4.3 IC’s in een UMC 41

5 IC-zorg buiten de IC muren: pre-IC-zorg, peri-IC-zorg en post-IC-zorg 43

5.1 Preoperatieve optimalisatie op de IC 43

5.2 Spoed Interventie Team 45

5.3 Post-IC zorg 47

5.4 De consultatief IC-verpleegkundige (CIV) 48

5.5 Medium Care 49

6 Kwaliteitsverantwoording en verbetering 53

6.1 Kwaliteitssysteem 53

6.2 Richtlijnen en lokale protocollen 55

6.3 Prospectieve Risico Analyse (PRI) 56

6.4 Meten en registreren met behulp van indicatoren 57

6.5 SOFA score als instrument van ernst van ziekte en complexe zorg 58

6.6 Elektronische dataregistratie (PDMS) 62

6.7 Analyse en reflectie 64

6.8 Feedback 65

6.9 Visitatie 66

6.10 Ketenzorg 67

6.11 Hoofdbehandelaarschap en closed format 68

6.12 Overdrachten 69

6.13 Individuele expertise 74

6.14 Veiligheid, fouten en complicaties 76

6.15 Calamiteiten binnen en buiten het ziekenhuis / rampen opvang 78

Appendix 1: Proces conceptrichtlijn IC uit 2015 79

Appendix 2: Notulen invitational conference voor ontwikkeling conceptrichtlijn IC uit 2015 82

Appendix 3: Begrippen en afkortingen 86

Appendix 4: Casuïstiek stroomdiagram 90

Appendix 5: evidence tabellen en zoekstrategieën 95

Appendix 6: Voorbeeld overeenkomst 132

Appendix 7: Literatuurlijst 134



1De IC-patiënt




1.1Definitie IC-patiënt


Het centrale uitgangspunt van deze kwaliteitsstandaard is dat een IC-patiënt de juiste zorg op de juiste tijd op de juiste plaats moet krijgen. Het exact definiëren van een IC-patiënt, blijkt in de literatuur niet eenvoudig. Er worden definities gevonden variërende van een ‘IC-patiënt is een patiënt die op een IC ligt’ tot definities met verregaande kwalitatieve omschrijvingen. Het geven van een definitie is van belang vanwege het centrale uitgangspunt van deze kwaliteitsstandaard. Specifiek voor de groep IC-patiënten worden in deze kwaliteitsstandaard richtlijnen gegeven rondom kwalitatieve, logistieke, personele en medische voorzieningen. Voor de andere patiëntengroepen gelden andere richtlijnen en definities. In de praktijk wordt deze groep patiënten soms wel op de IC behandeld in verband met diverse organisatorische redenen. Hieronder zijn medium care (MC)-patiënten, Brain Care (BC) patiënten, RC-patiënten en PACU-patiënten. Deze verschillende groepen patiënten worden op de IC over het algemeen genomen behandeld onder hoofdbehandelaarschap van de intensivist. Dit kan in verband met kwaliteit en efficiënt gebruik van mensen en middelen voordelen hebben (Kastrup et al., 2012).

1.2Stroomdiagram voor inhoudelijke kwalificatie van een IC-patiënt


Onder een IC-patiënt wordt in deze kwaliteitsstandaard verstaan: ‘Een patiënt met één of meer acuut bedreigde of verstoorde vitale functies, waarbij continue monitoring noodzakelijk is en behandeling van een in potentie reversibele aandoening kan leiden tot herstel van vitale functies‘. Een IC-patiënt voldoet bovendien aan de criteria van een IC-patiënt zoals aangegeven in onderstaand stroomdiagram (Figuur 1 Stroomdiagram definitie IC-patiënt). De intensivist bevestigt of een vitaal bedreigde patiënt een IC-patiënt is.
Patiënten die een donorprocedure of preoperatieve optimalisatie met continue monitoring zullen ondergaan of vitaal bedreigd zijn en een behandelingsbeperking hebben, kunnen ook onder de omschrijving IC-patiënt vallen.
Patiënten met mono-orgaanfalen waarvoor continue monitoring vereist is (zoals hart of brein) worden in principe op een daartoe gespecialiseerde afdeling (CCU of stroke unit) gemonitord of behandeld. Hartfalen gaat echter vaak gepaard met een meer of minder ernstig respiratoir falen. Niet invasieve ventilatie (NIVe) in de vorm van continuous positive airway pressure (CPAP) is als behandelvorm voor cardiogeen geassocieerd respiratoir falen (cardiogeen longoedeem) breed ingevoerd en wetenschappelijk goed onderbouwd. (Gray et al., 2008; Keenan et al,. 2011). In de literatuur is geen meerwaarde gevonden van bilevel positive airway pressure (BIPAP) ten opzichte van CPAP in cardiogeen geassocieerd respiratoir falen (Keenan et al., 2011). BIPAP-behandeling op de CCU is daarom niet geïndiceerd. Falen van NIVe (dus overgang van niet-invasieve naar invasieve beademing) is sterk geassocieerd met initiële pH (grens +/- 7,30), coöperatie/onrust/bewustzijnsdaling, hemodynamische instabiliteit maar ook verbetering na 1 uur van pH en CO2 waarden. Is er na 1 uur geen verbetering dan heeft dat een hoge voorspellende waarde voor het falen van de NIVe.
De vraag wanneer een CCU-patiënt een IC-patiënt wordt, bijvoorbeeld in geval van respiratoir falen bij een cardiologische ziekte, is in samenspraak met de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie als volgt geregeld (NVvC, 2001). De richtlijn Eerste Harthulp/CCU adviseert om bij een patiënt met cardiaal falen en dreigende (ernstige) uitval van een tweede orgaan een intensivist te betrekken. NIVe in de vorm van CPAP kan worden geïnitieerd op de CCU, mits het CCU-team aantoonbaar is geschoold en gecertificeerd voor deze beademingsvorm (bekwaam en bevoegd). Een en ander is afhankelijk van de lokaal gemaakte afspraken. Is er een indicatie voor invasief beademen dan zal dit worden geïnitieerd op de IC.
Voor wat betreft de RC-afdeling geldt dat bij een indicatie voor een andere vorm van NIVe dan CPAP (bijvoorbeeld BIPAP) de behandeling zal worden geïnitieerd op basis van lokale afspraken met eisen aan scholing en certificering. Dit houdt in dat het RC-team aantoonbaar is geschoold en gecertificeerd voor deze beademingsvorm (bekwaam en bevoegd). Lokaal moet in overweging worden genomen om de intensivist in medebehandeling te vragen. Op basis van de literatuur zijn er globale indicaties te geven wanneer en waar de (niet-)invasieve beademing te starten (Elliot et al., 2002; Ambrosino & Vagheggini, 2008). Deze grenzen zullen wederom in een lokaal protocol vastgelegd moeten zijn.
De indicatie tot monitoring en behandeling op een IC-afdeling wordt inhoudelijk gesteld vanuit de medische expertise. Het stroomdiagram moet gebruikt worden bij een patiënt met een bedreigde vitale functie en de indicatie dient in geval van IC-patiënt bevestigd te worden door een intensivist. Bij vaststelling van ‘IC-patiënt’ wordt een daadwerkelijke opname op de IC-afdeling door een intensivist getoetst aan de lokale opnamecriteria die voor die afdeling gelden (bijvoorbeeld een cardiochirurgische IC zal een IC-patiënt met neurologische ziekte kunnen weigeren). Het stroomschema geeft een inhoudelijke kwalificatie over een patiënt. Afhankelijk van de lokale gewoonte, organisatie en afspraken, waarbij meerdere soorten patiënten op een IC kunnen worden opgenomen, kunnen dus ook PACU-, MC- of andere patiënten uit het stroomschema op de IC worden opgenomen, onder hoofdbehandelaarschap van de intensivist met medebehandelaarsschap van het betreffende poortspecialisme, net zoals dat nu het geval is op veel IC- afdelingen. Dit helpt om de zorgkwaliteit en efficiëntie op de IC-afdeling maximaal te houden. Om het stroomdiagram te verduidelijken zijn in Appendix 4: Casuïstiek stroomdiagram enkele voorbeelden opgenomen.

Figuur 1 Stroomdiagram definitie IC-patiënt




  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   29


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina