Bijlagen Regionaal Groenprogramma 2010-2020 concept 10 juli 2009



Dovnload 141.89 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte141.89 Kb.











concept 10 juli 2009

In Holland Rijnland werken samen:

Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk

Leiden, Leiderdorp, Lisse,

Noordwijk, Noordwijkerhout,

Oegstgeest, Teylingen,

Voorschoten en Zoeterwoude








Inhoudsopgave Bijlagen Regionaal Groenprogramma



Bijlage 1: Toelichting Landschappen Holland Rijnland 1

Bijlage 2: Vigerend beleid en beleid in ontwikkeling 4

Bijlage 3: Informatie over financieringsmogelijkheden en subsidies 7

Bijlage 4: Instrumentenpalet 10

Bijlage 5: Projectblad 12

Bijlage 6: Procedure voor uitvoeringsovereenkomsten 14




Bijlage 1: Toelichting Landschappen Holland Rijnland


De groene ruimte in Holland Rijnland heeft verschillende functies: landbouw, natuur, water, recreatie en toerisme, landschap en cultuur(historie). Er worden vijf verschillende landschappen in de regio onderscheiden, allen met hun eigen ontstaansgeschiedenis, karakteristieken en gebruik:


  1. De Kustzone;

  2. De Bollenstreek met een landgoederenzone;

  3. De Veenweide- en Plassen;

  4. Aaneengesloten stedelijke agglomeratie;

  5. Duin, Horst en Weide.


Kustzone

De kustzone van Holland Rijnland strekt zich uit over de gehele lengte van de regio. De duinen vormen een natuurlijk landschap. De duinen maken deel uit van de EHS, zijn deels aangewezen als TOP-gebied verdrogingsbestrijding en Natura 2000-gebied en maken onderdeel uit van een Zwakke Schakel in de kustverdediging. In dit gebied staan bescherming, behoud en versterken van de natuurlijke kwaliteit voorop. Belangrijkste dragers van het landschap zijn verdediging van de Nederlandse kust en waterwinning. Recreatiedruk in het duinengebied is hoog maar beperkt zich tot aangelegde paden. Op grenzende stranden is sprake van intensieve recreatie. De verdediging van de kust, de waterwinning en de natuur bepalen de inrichting van dit landschap.

Bodem: Zand;

Ontstaan: Ongeveer 1000 jaar geleden is de huidige kustlijn ontstaan;

Ruimtelijke typering: Heuvelachtig met veel ruimtelijke variatie, zandduinen bedekt met helmgras en duindoorn, vochtige tot natte duinvalleien, strand, zee;

Functie: Natuur (EHS, Natura 2000 en TOP), waterzuivering, kustverdediging, dagrecreatie, cultuurhistorie (Atlantic Wall);

Recreatie: Strand: massarecreatie strandgangers, zeilen en surfen;

Duinen: fietsen, wandelen, paardrijden, skeeleren, verblijfsrecreatie;

Natuurlijke structuur: Zandgebied met typische duinsoorten: zandhagedis, nachtegaal, vos.

Bollenstreek met landgoederenzone

De bollenstreek is een cultuurlandschap. De bollen- en bloementeelt en de gerelateerde bedrijvigheid zijn de dragers van dit gebied. In dit gebied staan agrarische herstructurering en schaalvergroting en verbetering landschappelijke kwaliteit door tegengaan van verrommeling (zoals vanuit het Offensief van Teylingen wordt betracht) voorop. Het rijk heeft dit gebied aangewezen als Greenport. De provincie heeft de duin- en bollenstreek aangewezen als provinciaal landschap. Daarnaast wordt een belangrijk element in dit landschap ingenomen door landgoederen zoals Kasteel Keukenhof, ’t Huys Dever, en Landgoed Nieuw Leeuwenhorst. Toerisme en dagrecreatie zijn goed ontwikkeld, maar kunnen een nog sterkere positie innemen. De noordelijkse punt is begrensd als RODS en vormt een overloop van de RODS in de aangrenzende Haarlemmermeer.

Bodem: Zand gemengd met klei en veen;

Ontstaan: Eind 19 eeuw is de binnenduinrandzone voor een groot deel afgegraven en geschikt gemaakt voor de bollenteelt;

Ruimtelijke typering: De oude wegen liggen iets verhoogd in het landschap en hier en daar zijn nog de kenmerkende hagen te zien. ’s Winters is het land voor een groot deel kaal en bedekt met een laag stro, vanaf eind maart tot begin september wisselen de bol- en bloemgewassen elkaar af;

Functie: Bollen- en bloemteelt, bollentoerisme, verblijfsrecreatie (met name in de binnenduinrand);

Recreatie: Wandelen, fietsen, dag- en verblijfsrecreatie, het toeristische gezicht van Nederland (Space expo, Keukenhof), varen;

Natuurlijke structuur: Bollengebied met akkerbouwsoorten: gele kwikstaart, veldleeuwerik en patrijs.


Veenweide en Plassen

De Veenweide en Plassen strekken zich uit van Warmond in het westen tot Roelofarendsveen in het oosten en Zoeterwoude in het zuiden en maakt onderdeel uit van het Groene Hart.

Het veenweidegebied is een cultuurlandschap. Het gebied vormt samen met de kust en het plassengebied de contramal van het stedelijk gebied. Belangrijkste drager van dit landschap is de melkveehouderij. Het plassengebied is een natuurlandschap. Waterberging en –buffering, en recreatie zijn hier belangrijk. De recreatiedruk op dit gebied is zeer hoog en voornamelijk aan het water gerelateerd. Een deel van het plassengebied is EHS, het hele gebied is belangrijk voor de (veen)weidevogels. Het landschap is deels benoemd als nationaal landschap (onderdeel van het Groene Hart) waarmee het (inter)nationaal belang als uniek cultuurlandschap wordt onderstreept. Revitalisatie van de landbouw, stimuleren van diversificatie van agrarisch inkomen en initiatieven voor plattelandsontwikkeling staan hier voorop. Daarnaast is de toegankelijkheid voor de stedelijke recreant, vooral in het gebied direct grenzend aan het stedelijk gebied, belangrijk. Uitgangspunt daarbij is extensieve recreatie en het behoud van de karakteristieke verkavelingstructuren, boerenhoeves en het openhouden van de zichtlijnen. Eventuele nieuwe kwantitatieve wateropgaven zouden bij voorkeur in het plassengebied gesitueerd moeten worden, om daarmee het plassengebied en de recreatie te versterken. Daarnaast kan natuurlijker beheer van dit gebied (vooral oever) de ecologische kwaliteiten verder versterken en daarmee de belevingswaarde voor de recreant doen verhogen.

Bodem: Veen en plassen (klei en veen);

Ontstaan: Ontgonnen in de middeleeuwen. Vroegmiddeleeuwse blokverkaveling (Boterhuis), laatmiddeleeuwse strokenverkaveling. Kleine woonkernen met historische lintbebouwing en molens langs hoofdwatergangen. Rivier en getijdenkreken, veenwateringen, plassen als natuurlijke noodoverloop (Kaag, Braassem) en door de zandwinning (’t Joppe, Valkenburgse meer, Klinkenberger plas, Oosterduinse meer);

Ruimtelijke typering: Open gebied met kleinschalige bebouwing, water;

Functie: Melkveehouderij, natuur, water, verbreding agrarisch inkomen (dagrecreatie, streekproducten, zorg, groenblauwe diensten), (water)recreatie, waterberging en –buffering, zandwinning;

Recreatie: Wandelen, fietsen, varen, zeilen, zwemmen, vissen, duiken, skeeleren, rust;

Natuurlijke structuur: Grasland met weidevogels (grutto, tureluur), veengebied met veel sloten, plassen en moerasstroken. Groot open water met (natuurlijke) oevers (snoek, fuut, aalscholver).
Aaneengesloten stedelijke agglomeratie

De aaneengesloten stedelijk agglomeratie ligt aan de zuidkant van Holland Rijnland en bestaat uit de gemeenten Leiderdorp. Leiden, Voorschoten, Oegstgeest en Katwijk. De rivier de Oude Rijn verbindt deze gemeenten met elkaar. Het is een stedelijk landschap, waarbij wonen, werken en verblijven de belangrijkste functies zijn. Versterking en ontwikkeling van het vestigingsklimaat zijn hier belangrijk. Het is van wezenlijk belang het stedelijk landschap als zodanig te benoemen om daarmee de relatie met de omliggende landschappen te bevestigen. Om dit landschap vitaal te houden is het van belang dat de relatie met en de toegang tot de omliggende gebieden in stand blijft en versterkt. De positie van groen en blauw komt daarmee vooral tot uitdrukking in de vorm van groene en blauwe verbindingen en bereikbaarheid van de omliggende gebieden, zowel voor zogenaamde rondjes om de stad, als voor toegang tot het achterland.

Bodem: Klei en zeeklei; oude strandwallen (zand);

Ontstaan: Woongebieden en handelscentra ontstonden op relatief droog gebied en langs waterwegen, dus op rivieroevers (Oude Rijn) of op de zandgronden (geestgronden) van de strandwallen;

Ruimtelijke typering: Bebouwd gebied: hoogbouw, laagbouw, tuinstad, historische dorps- en stadskernen en monumenten

Functie: Wonen, werken, zorgen, stadrecreatie, cultuurhistorie

Recreatie: Toerisme en dagjesrecreatie, cultuurzoekers, terrasjes, funshoppen, varen, wandelen, fietsen.

Natuurlijke structuur: Versteend gebied, dus typisch stadse soorten: gierzwaluw, vleermuizen, ingesloten landgoederen, stadsparken, stadsbomen.


Duin, Horst en Weide

Het gebied Duin, Horst, Weide wordt gevormd door het buitengebied tussen Den Haag, Leiden en Zoetermeer en ligt in Regio Holland Rijnland en Stadsgewest Haaglanden. Binnen het pact van Duivenvoorde werken de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar samen om hun gezamenlijk buitengebied te ontwikkelen. Momenteel is er een ontwikkeling gaande om het hele groene gebied tussen Leiden, Den Haag en Zoetermeer te ontwikkelen. Het plangebied ligt derhalve in twee regio’s: Holland Rijnland en stadsgewest Haaglanden. Het regiopark Duin, Horst, Weide vormt een groene enclave temidden van een snel verstedelijkende omgeving. Het rijk onderkent het belang van dit gebied door het aan te duiden als rijksbufferzone. De provincie onderstreept de betekenis van dit gebied als verbindende ecologische schakel tussen duin en toekomstig Bentwoud en vandaar via de polder richting de Veluwe. De provincie zet daarom zwaar in op de ontwikkeling van een robuuste ecologische verbinding haaks op de kust. In het gebied is sprake van een unieke gradiëntsituatie: haaks op de kust is sprake van een zeldzaam gave landschappelijke en ecologische opeenvolging van landschapstypen. Een groot deel van het gebied is Beschermd gezicht.


Bodem: Strandwallen en strandvlaktes;

Ontstaan: Woongebieden en landgoederen zijn ontstaan op de strandwallen en langs het water;

Ruimtelijke typering: Zee, vooroever,strand, jonge duinen, duinzoon, strandwallen en strandvlakten-polder;

Functie: Recreatie, natuur, wonen, landbouw, landgoederen;

Recreatie: Beperkte verbijfsrecreatie, dagrecreatie, wandelen en fietsen, waterrecreatie (Valkenburgse meer, meer bij Voorschoten), paardrijden, bezoek landgoederen (o.a. kasteel Duivenvoorde).

Natuurlijke structuur: door zeldzaam gave landschappelijke en ecologische opvolging van landschapstypen is het gebied zowel van betekenis voor soorten die aan het bos verbonden zijn als soorten die aan het open landschap zijn verbonden (oranjetip, rosse woelmuis, hermelijn, boomklever, rugstreeppad, weidevogels als de tureluur, patrijs, grutto en kluut, vleermuizen).



Bijlage 2: Vigerend beleid en beleid in ontwikkeling



1. Europees beleid

  • EG Vogelrichtlijn, 1979

  • EG Habitatrichtlijn, 1990

  • Kaderrichtlijn water, 2006

  • Natura 2000, 2008


2. Rijksbeleid

  • Nota ruimte, 2004

  • Nota vitaal platteland, 2004

  • Natuurbeschermingswet, 1998

  • Flora- en faunawet, 2002

  • Instrument Programma beheer, 2000

  • Nationaal bestuursakkoord water, 2003

  • Agenda Vitaal Platteland, meerjarenprogramma 2007-2013 (MJP), 2005

  • Nationaal landschap Het Groene Hart

  • Bufferzonebeleid

  • Randstad 2040, 2008


3. Provinciaal beleid

  • EVZ in Zuid-Holland

  • Provinciaal Milieubeleidsplan

  • Provinciaal Waterplan

  • Streekplan Zuid-Holland West

  • Nota regels voor ruimte

  • Agenda recreatie en toerisme

  • Handelingskader Grond provincie Zuid-Holland, periode 2007-2013, 2007

  • Cultureel Erfgoed (cultuurhistorische waardenkaart), 2005

  • Nota natuurbeleid

  • Nota uitvoering verdrogingsbeleid Zuid-Holland, 2008

  • Doen wat werkt, Contourennota Levend Landschap, 2007

  • Natuurgebiedsplan Bollenstreek – Ade – Rijnstreek Noord, uitvoering subsidie beheer, 2003

  • Natuurgebiedsplan Duivenvoorde – Leidschendam, uitvoering subsidie natuurbeheer, 2001

  • herijking EHS, 2009/2010

  • Provinciaal Meerjaren Programma Landelijk Gebied (pMJP), 2007-2013, Samen investeren in een leefbaar, aantrekkelijk en duurzaam platteland, 2007

  • Nota economische perspectieven

  • RODS

  • Zuidvleugel Zichtbaar Groener, 2005

  • Subsidiestelsel voor natuur en landschapsbeheer (SNL), 2010



4. Holland Rijnland

  • Concept RSV, Holland Rijnland, 2008

  • Regionale structuurvisie, streefbeeld Groen & Blauw, 2006

  • Landschapsbeleidsplan Leidse Regio en Warmond, 2002

  • Landschapsbeleidsplan Duin- en Bollenstreek, 1997

5. Gemeentelijke plannen
Hillegom

- Structuurvisie Hillegom, 2008

- Stedelijk waterplan Hillegom, 2008

- Groenbeleidsplan, Hillegom, 2008

- Toeristische visie Hillegom, Hillegom meer dan bollen, 2008

- Ruimtelijk perspectief 2030 van Hillegom-Lisse-Noordwijkerhout, 2008



- Concept Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport, 2009
Kaag en Braassem

  • concept Landschapsontwikkelingsplan Rijnstreek


Katwijk

  • BSV (Brede Structuur Visie)

  • Groenbeleidsplan 2009-2019

  • Integraal Structuur Plan Nieuw Valkenburg (ISP), Stuurgroep Locatie Valkenburg, 2008


Leiden

  • Structuurvisie Leiden 2030, gemeente Leiden, 2009

  • Oostflank, As Leiden Katwijk, BVR, 2008

  • Bestemmingsplan Oostvlietpolder, gemeente Leiden, 2008

  • GroenActiePlan (GAP), gemeente Leiden, 2008

  • Streekplan Zuid-Holland West, 1997

  • Leven in de stad. Betekenis en toepassing van natuur in de stedelijke omgeving, KNNV uitgeverij, J. Van Zoest en M. Melchers, Utrecht, 2006

  • Gedragscode Ruimtelijke Ontwikkelingen in Leiden, gemeente Leiden, 2005

  • Ecologisch Beleidsplan Leiden (EBL), gemeente Leiden, 1998

  • Bomenverordening, gemeente Leiden, 1996


Leiderdorp

  • Groenstructuurplan Leiderdorp, 2000

  • Gemeentelijke Ecologische Hoofdstructuur, 2008

  • Gebiedsvisie (2008) en inrichtingsplan (2009) Boterhuispolder

  • Gebiedsvisie (2008) en inrichtingsplan (2009) Polder Achthoven


Lisse

  • Groenatlas Lisse 2008-2017, 2007


Noordwijk

  • Natuurbeleidsplan Natuurlijk Noordwijk, februari 2006

  • Ruimtelijke Structuurvisie Noordwijk 2030, planning vaststelling juni 2009

  • Noordwijk Zeewaardig - Integrale Ruimtelijke Visie voor de kern van Noordwijk aan Zee, planning vaststelling derde kwartaal 2009

  • Nieuw Oost - Integrale Ruimtelijke Visie voor het oostelijk deel van Noordwijk, planning vaststelling derde kwartaal 2009

  • Groenbeleidsplan, planning vaststelling tweede kwartaal 2009


Noordwijkerhout

  • Groenstructuurvisie Noordwijkerhout, oktober 2006

  • Ruimtelijk Perspectief 2030 van Hillegom-Lisse-Noordwijkerhout, februari 2008

  • Concept Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport, februari 2009

Noordwijkerhout

  • Gemeentelijke groenvisie


Teylingen

  • Toekomstvisie Teylingen, 2008

  • Ontwikkelingsperspectief recreatie en toerisme Teylingen (2007) en uitvoeringsprogramma (2008)


Voorschoten

  • concept groenstructuurplan Voorschoten, planning vaststelling zomer 2009

  • van Glas naar gras: inrichtingsplan voor de Duivenvoorde corridor, 2008

  • Structuurvisie Voorschoten, 2005

  • Structuurvisie Duivenvoorde corridor, 2005

  • Visiedocument Duin, Horst, Weide, 2005


Zoeterwoude

  • Structuurvisie Buitengebied, 2009

  • Bestemmingsplan Landelijk gebied, ter inzage 2009

  • Beeldkwaliteitplan Zoeterwoude, 2001

  • Groenbeheerplan Zoeterwoude, 1997


Bijlage 3: Informatie over financieringsmogelijkheden en subsidies

Binnen Holland Rijnland liggen verschillende rijks- en provinciale opgaven op het gebied van natuur en landschap. Informatie over de kwantitatieve en kwalitatieve opgave (km/ha/randvoorwaarden) en de daaraan gekoppelde financiële middelen en subsidies zijn te herleiden uit het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW, 2003), de Bestuursovereenkomst ILG (2006) tussen LNV en de provincie Zuid-Holland, de Overeenkomst Zuidvleugel Zichtbaar Groener (2005), het Provinciaal Meerjarenprogramma Landelijk Gebied (2006), de Subsidieregeling Landelijk Gebied (2009), het ontwerp-Natuurbeheerplan Zuid-Holland (2009), de Nota Randstad 2040 (2008) en diverse andere beleidsstukken.


1. Rijk





  • Ecologische Hoofdstructuur (EHS)

  • Het Rijk heeft op Europees niveau afspraken gemaakt over het handhaven, uitbreiden en robuust verbinden van natuurgebieden;

  • De provincie heeft de gebieden met nieuwe natuur en particulier natuurbeheer begrensd;

  • Financiering via ILG: deelprogramma natuur en subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer (vanaf 2010);

  • TOP-verdrogingsbestrijding

  • Voor de verbetering van de milieukwaliteit in delen van EHS en Vogel- en Habitatrichtlijngebieden;

  • Financiering via ILG: deelprogramma natuur.

  • Rijksbufferzone

  • Duin, Horst en Weide beslaat de Rijksbufferzone Den Haag-Leiden-Zoetermeer;

  • Beleid gericht op openhouden en tegengaan stedelijke functies, geen financiering.

  • Nationaal Landschap

  • Groene Hart

  • Uitvoeringsprogramma Groene Hart via ILG: deelprogramma Vitaal Platteland.

  • Water

  • Kaderrichtlijn Water en Nationaal Bestuursakkoord Water zijn leidend voor de wateropgave van het Hoogheemraadschap (kwaliteit en kwantiteit);

  • De wateropgave binnen Holland Rijnland is kleinschalig. Het gaat om (enkele) polders waar te weinig oppervlakte water is, in de orde van grootte van 1-2 ha.

  • Randstad 2040

  • Metropolitaan landschapspark: intensiveren van recreatief gebruik;

  • Duin, Horst en Weide: hiervoor is vooralsnog geen financiering, behalve bestaande afspraken in de Overeenkomst Zuidvleugel Zichtbaar Groener, deelprogramma recreatie.

  • Belvedère

  • Behoud door ontwikkeling van cultuurhistorische elementen en landschappen;

  • Subsidieregeling loopt af in 2009, vervolg niet bekend.

  • Fonds Economische Structuurversterking (FES)

  • In Nederland gaat ruim 40% van de aardgasbaten naar het FES. Dit fonds financiert investeringsprojecten om de economische structuur (oa Greenports) te versterken;

  • Naast de al bestaande gebieden infrastructuur en kennis en innovatie (o.a. Bioscience), kan het geld ook gebruikt worden voor projecten in duurzame energie, waterbeheer en ruimtelijke investeringen;

  • De vakministeries beschikken over de medefinanciering met FES-gelden.

2. Provincie


Met de invoering van de Wet Inrichting Landelijk Gebied (WILG) en het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) in 2007 hebben de provincies een grotere taak en verantwoordelijkheid gekregen voor de inrichting van het landelijke gebied. Hiervoor heeft de provincie Zuid-Holland het provinciaal Meerjarenprogramma Landelijk Gebied 2007-2013 (pMJP) opgesteld. Hierin zijn de rijks en provinciale opgaven in Zuid-Holland opgedeeld in vijf deelprogramma’s. De provincie heeft ook de verantwoordelijkheid voor de besteding van het rijksgeld en het halen van de rijksdoelen binnen dit ILG. Voor de uitvoering van het pMJP heeft de provincie de beschikking over de uitvoeringscapaciteit van Dienst Landelijk Gebied, voert zelf projecten uit of verleend subsidie aan projecten, die bijdragen aan de deelprogramma’s. Hiervoor is de subsidieregeling Landelijk Gebied opgesteld en geratificeerd door LNV. De subsidies uit het Europese PlattelandsOntwikkelingsProgramma zijn hierin ook verwerkt.


  • Recreatie om de Stad

      • inrichting recreatiegebieden uit ZZG overeenkomst

  • (Landelijke) Routenetwerken

      • oplossen knelpunten voor fietsen, wandelen en varen

  • Ontsluiting landelijk gebied

      • Wandelen over boerenland. Dit is in feite een beheersubsidie, die via LAW aangevraagd moet worden. Eventuele inrichtingsmaatregelen voor boerenlandpaden moeten van deze beheersubsidie bekostigd worden of moeten gemeenten/waterschappen of sponsors financieren.

  • Deelprogramma Natuur

  • Begrensde nieuwe natuur, vastgesteld in de natuurgebiedsplannen Bollenstreek-Ade-Rijnstreek Noord (2003) en Duivenvoorde-Leidschendam (2001), binnenkort vervangen door het ontwerp- Natuurbeheerplan Zuid-Holland (NBP 2009)

      • omvormingbeheer, in NBP 2009 valt dit onder kwaliteitsimpuls van bestaande natuur;

      • verwerven en inrichten, in NBP 2009 heet dit “om te vormen tot natuur”.

  • Verdroogd natuurgebied zoals vermeld in de door het Rijk goedgekeurde TOP-lijst

      • te herstellen verdrogingsgevoelige natuur binnen en nabij Holland Rijnland betreft de Kennemerduinen, Meijendel en Duivenvoordse en Veenzijdse Polder;

      • maatregelen in en rondom deze gebieden, die voor vernatting binnen de gebieden zorgen (dus ook peilverhoging of open water maken in de duinrand) vallen hieronder;

  • Ecologische VerbindingsZones (EVZ)

      • Dit betreft ecologische verbindingen van 30-50 m breed, zoals de provincie deze heeft vastgesteld in 1998;

      • De uitvoering hiervan heeft de provincie uitgesteld tot na 2013;

      • Het beheertype natuurvriendelijke oever is in het concept NBP 2009 niet opengesteld in Zuid-Holland.

  • Programma Beheer

      • Subsidieregelingen Agrarisch en particulier Natuurbeheer (SAN en SN) worden in 2010 vervangen door het subsidiestelsel voor Natuur- en Landschapsbeheer (SNL) en voor Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap;

      • Het soort natuurbeheer en landschapsbeheer is landelijk vastgesteld in beheertypen. In het NBP 2009 heeft de provincie hieraan een aantal eigen (typische Zuidhollandse) beheertypen toegevoegd en geeft per deelgebied aan welke beheertypen subsidiabel zijn;

  • Er is geen robuuste ecologische verbinding binnen Holland Rijnland;

  • De bestaande natuurgebieden zijn de duinen, in en rond de plassen en de landgoederenzone.

  • Deelprogramma Vitaal Platteland en POP

  • Hieronder vallen alle POP-maatregelen, die de provincie Zuid-Holland heeft opengesteld;

  • Onder POP verdubbelt de EU elke geïnvesteerde Nederlandse euro. Particulieren, stichtingen en verenigingen, die activiteiten ontwikkelen en subsidie aanvragen onder POP-maatregelen, moeten altijd ook zelf investeren (tot 65%);

  • In de prioritaire gebieden betaalt de provincie mee. In Holland Rijnland betreft dit Wijk en Wouden/Westelijk Plassengebied;

  • In de overige gebieden moet de Nederlandse euro van gemeente en regio of hoogheemraadschap of rijk komen;

  • De provincie geeft de beschikkingen POP af, daarin ondersteunt Dienst Landelijk Gebied. Het Betaalorgaan handelt de financiën af;

  • De volgende maatregelen zijn opengesteld:

      • Structuurversterking grondgebonden landbouw (maatregel 125)

      • Diversificatie naar niet-agrarische activiteiten (maatregel 311)

      • Steun voor de oprichting en ontwikkeling van micro-ondernemingen (maatregel 312)

      • Bevordering van toeristische activiteiten (maatregel 313)

      • Basisvoorzieningen voor de economie en plattelandsbevolking (maatregel 322)

      • Dorpsvernieuwing en ontwikkeling (maatregel 322)

      • Instandhouding en opwaardering van het landelijk erfgoed (maatregel 323)

      • LEADER-aanpak (maatregelen 411/412/413/421/431))

        • Plaatselijke groep Leidse Ommelanden

        • Lokaal initiatief en stimuleren samenwerking

  • Deelprogramma Water

  • Koppelen wateropgave met recreatie- en natuuropgave;

  • Wateropgave zelf is van HH van Rijnland.

3. Hoogheemraadschap


  • Wateropgave in Holland Rijnland

  • Kwantitatief: kleinschalig op polderniveau. Deze opgave is met het lokaal verbreden van sloten en vaarten op te vangen. Hieraan kan aangesloten worden met een natuurdoelstelling (ecologische oevers);

  • Kwalitatief: o.a. afkoppelen rioleringen en puntlozingen.

  • Subsidie aanleg voor natuurvriendelijke oevers

  • Natuurvriendelijke oevers zijn oevers waarbij naast de waterkerende functie nadrukkelijk rekening gehouden wordt met natuur en landschap;

  • Wanneer een terreinbeheerder of grondeigenaar voldoet aan de eisen gesteld in de algemene regel 5 Natuurvriendelijke oever kan hij bij Hoogheemraadschap van Rijnland subsidie aanvragen voor de aanleg van een natuurvriendelijke oever.

0.1Europese Unie


Naast POP2 en LEADER, die door de nationale Betaalorgaan constructie, vrij toegankelijk gemaakt zijn voor de aanvrager, bestaan er nog een aantal Europese fondsen voor financiering van groene en natuurprojecten (o.a. Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), Interreg, Life+).

De aanvraagprocedures zijn altijd omslachtig en langdurig. Dit maakt dat het alleen rendabel is om hieraan mee te doen als het om grote projecten en grote sommen geld gaat. Ook stellen fondsen vaak eisen aan de samenwerkingspartners.



Bijlage 4: Instrumentenpalet



Beschikbare instrumenten

Hieronder is een overzicht van de beschikbare instrumenten opgenomen, die ingezet kunnen worden om de inrichting van het landelijk gebied te faciliteren.


instrumenten Korte typering

Ruimtelijke ordening

  • Herziening bestemmingsplan

Maatregelen worden in bestemmingsplan overgenomen. Aanleg o.b.v. bestemmingsplan

  • Nieuwe WRO




Grondverwerving

  • Boerderijverplaatsingsregeling.

Via het provinciale instrument boerderijverplaatsing worden agrariërs in de gelegenheid gesteld elders hun bedrijf voort te zetten. Dit kan de verwerving bespoedigen, omdat het voor de agrariër financieel aantrekkelijker gemaakt wordt zijn huidige bedrijf te verkopen. Gemeenten kunnen de provincie verzoeken dit in te zetten.

  • Vrijwillige kavelruil: via kavelruilen zijn reeds verworven gronden naar de juiste locatie te ruilen.

Bij dit ruilproces kan tegelijk agrarische structuurversterking plaatsvinden. Kavelruilen kunnen worden ondersteund door instrumenten als een (provinciale) regeling kavelruil (o.a. vergoeding voor notaris- en kadasterkosten en kavelaanvaardingswerken), een (provinciale) boerderijverplaatsingsregeling en een ruilgrondbank.

  • Volledige schadeloosstelling/onteigening:

Via het gemeentelijk bestemmingsplan kan een onteigeningstraject worden ingezet. Getracht kan

worden om via aankoop op basis van volledige schadeloosstelling (onteigeningswaarde) te verwerven en hiermee de onteigeningsprocedure te voorkomen. Door volledige schadeloosstelling is de agrariër in staat om op een andere locatie zijn bedrijf voort te zetten.



  • WILG:

De Wet Inrichting Landelijk Gebied is de opvolger van de landinrichtingswet en biedt diverse wettelijke mogelijkheden en procedures (zoals planmatige kavelruil, kortingprocedure) om gronden

beschikbaar te krijgen voor het tijdig realiseren van ILG-doelen. De provincie kan besluiten tot het

toepassen van de WILG in een daartoe aangewezen gebied. Gemeenten kunnen de provincie hierom verzoeken.


  • WVG:

Met het vestigen van een voorkeursrecht gemeenten, heeft de overheid recht van eerste koop indien in het gebied waar het voorkeursrecht is gevestigd gronden te koop worden aangeboden.

Gemeenten moeten deze gebieden vooraf nauwkeurig begrenzen.



  • Ruilgrondbank:

De ruilgrondbank bestaat uit een hoeveelheid (overheids)grond die is in te zetten in een ruilproces

(met andere grondeigenaren). Met het ruilproces kunnen doelen als EHS en landbouwstructuur-versterking worden gerealiseerd. Gronden die na de ruiling in de ruilgrondbank blijven, kunnen

gebruikt worden voor nieuwe kavelruilen. De ruilgrondbank is in principe kostenneutraal omdat de (overheids)grond uit de ruilgrondbank uiteindelijk weer verkocht kan worden. De grote van het benodigde fonds voor de ruilgrondbank is afhankelijk van de hoeveelheid te verwerven grond.


  • Beheergrondbank:

Via deze grondbank is het mogelijk dat de overheid gronden koopt om deze vervolgens onder landschapsvoorwaarden in langjarige pacht uit te geven aan agrariërs. Deze grondbank is in nationaal landschap Laag Holland ingezet t.b.v. het beheer van het veenweidelandschap. De beheergrondbank kan, in combinatie met de ruilgrondbank, ook een bijdrage leveren aan de realisatie van de doelen EHS, RodS en landbouw. De grond voor de beheergrondbank blijft in overheidseigendom en vergt een permanente investering.

Beheer

  • (provinciaal) Subsidiestelsel Natuur en Landschapsbeheer (SNL)

Vergoeding aan particulieren, boeren en natuur- en landschapsorganisaties voor beheer van natuur en landschapselementen en/of in stand houden van natuurterreinen (vervangt vanaf 2010 SAN en SN)

Financiering

  • Rood- voor Groen

Een constructie waarbij een deel van de winst van nieuwe bebouwing wordt aangewend voor aanleg

of beheer van het landschap (kan bv. via een landschapsfonds)



  • Publiek Private Samenwerking (PPS)

Binnen een project worden publieke en private doelen en middelen gebundeld. Voor beiden moet

er een meerwaarde in zitten.



  • Landschapsfonds

Bundeling van private middelen (van bedrijven, burgers) en publieke middelen (van gemeenten,

provincies, waterschappen). Verworven middelen worden ingezet voor aanleg óf beheer van natuur,

landschap of recreatie, daar waar rijksmiddelen niet bestaan of niet toereikend zijn. Het landschapsfonds

heeft een bestuur dat bestaat uit verschillende partijen, zoals agrariërs, natuurbeschermers,

(recreatie) bedrijven en gemeenten.


  • Sponsoring/ adoptie

Een gift van een bedrijf voor een project, bijvoorbeeld de sponsoring van een wandelpad. Het kan ook gaan om een gift voor natuur en landschap in het algemeen.

Bijlage 5: Projectblad


SMART invullen: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden.





  1. naam project (onderdeel programma)







  1. gegevens aanvrager

naam gemeente, contactpersoon, adresgegevens

bestuurlijke trekker / vaandeldrager / projecteigenaar: naam en portefeuille







  1. locatie

kaart en ligging





  1. oppervlakte

ha, km en/of aantal elementen (bv. aantal bomen of picknicktafels)





  1. toelichting

korte omschrijving van het project





  1. regionaal belang (meerdere antwoorden mogelijk)

  • Het realiseren en versterken van de grote landschappen en de verbindingszones daartussen voor natuur, water en/of recreatie, door …………………………………………………………….…………………….

  • Het behouden van de openheid van het landelijk gebied, inclusief de zichtlijnen, door ………………………………………………………………………….……………………………………………………………………………….

  • Het versterken van de samenhang en herkenbaarheid van cultuurhistorische elementen, door ………………………………………………………………………….……………………………………………………………………………….

  • Het verbeteren van de bereikbaarheid, toegankelijkheid en aantrekkelijkheid van (delen van) het landelijk gebied voor recreatief medegebruik, door…………………………………………………………………

Overige doelen:



  • Samenhang met andere groene projecten: ……………………………………………………………………………………

  • Aandacht voor streekeigen beplanting: …………………………………………………………………………………………..

  • Bijdrage aan de wateropgave, door………………………………………………………………………………………………….

  • Toepassen meervoudig ruimtegebruik, door……………………………………………………………………………………







  1. beleidskader

Beleidskader van project, bijvoorbeeld Landschapsbeleidsplan, gemeentelijke groenvisie, Provinciale plannen, ZZG, Programma van Afspraken Holland Rijnland.





  1. projectorganisatie

Wie is bestuurlijk verantwoordelijk? Wie is de opdrachtgever? Is er een projectorganisatie en/of projectleider? Welke partijen zijn betrokken?






  1. grondverwerving

Van wie is de grond? Is verwerving noodzakelijk of kan inrichting ook plaatsvinden gecombineerd met een zakelijke overeenkomst? Hoeveel ha moet er van particulieren of andere overheden verworven worden? Is onteigening nodig?





  1. financiën

Globale kostenraming: € ….

€ … verwerving totaal en €…verwervingskosten per hectare

€ … inrichting

Investeringsvoorstel

… % gemeente

… % Holland Rijnland ihkv RIF

… % rijk/Provincie (bv. ILG, ZZG, EHS)

… % overige (bv. particulieren, Hoogheemraadschap, grondexploitatie, Greenport, organisaties of bedrijven)

… % niet gedekt





  1. inrichtingsplan

Is er een vastgesteld inrichtingsplan. Zo nee, is het gepland (startdatum opstellen en geplande datum vaststelling door wie).





  1. planologische verankering

Is wijziging nodig van bestemmingsplan, gemeentelijke structuurvisie, streekplan, provinciale structuurvisie e.d. Zo ja, startdatum wijziging en geplande datum vaststelling.





  1. doorlooptijd project

De doorlooptijd van het project: startdatum voorbereidingsfase (voorontwerp, definitief ontwerp en kostenraming), besteksfase, uitvoeringsfase, oplevering, overdracht in beheer, administratieve afronding.





  1. relevante wet- en regelgeving

Zijn er vergunningen nodig voor de realisatie van dit project (bv. sloop, aanleg, keur, peil, flora en fauna)? Zo ja, startdatum aanvraag en geplande verlening.





  1. eigendom, beheer en onderhoud

Zijn er afspraken vastgelegd over beheer en onderhoud, incl. eigendom en financiering?





  1. afbreukrisico

Is het project afhankelijk van een ander project of andere partijen? Is er bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak voor het project?

Bijlage 6: Procedure voor uitvoeringsovereenkomsten

Het Algemeen Bestuur mandateert het Dagelijks Bestuur om op basis van de doelstellingen van het Regionaal Groenprogramma uitvoeringsovereenkomsten te sluiten met clusters van gemeenten voor de uitvoering van (deel-) gebiedsprogramma’s. Een uitvoeringsovereenkomst heeft een looptijd van 4 jaar. Twee jaar voordat de looptijd van een uitvoeringsovereenkomst eindigt, stelt Holland Rijnland in samenwerking met het Ambtelijk Overleg groen de volgende uitvoeringsovereenkomst op. De overeenkomsten overlappen elkaar dakpansgewijs in de tijd, zodat de uitvoering ongehinderd door kan gaan. De omvang van de overeenkomst moet dusdanig zijn, dat de (deel-)programma’s inderdaad in het vierde jaar gerealiseerd zijn. Het cluster van gemeenten moet hierbij rekening houden met haar uitvoeringscapaciteit en de doorlooptijd van vergunnings- en subsidieaanvragen. De overeenkomst bevat een terugblik naar de voorgaande uitvoeringsovereenkomst(en) en een vooruitblik naar de volgende.


De clustervertegenwoordigers melden de (deel-)programma’s met bijbehorende projectbladen (zie bijlage 5) aan voor opname in de volgende uitvoeringsovereenkomst. Andere natuurlijke of rechtspersonen kunnen geen programma’s aanmelden bij de regio. Een clustervertegenwoordiger is programma-eigenaar en verantwoordelijk voor het opstellen, uitvoeren en monitoren van het gebiedsprogramma. Voor het definiëren en uitvoeren van een programma wordt vaak samengewerkt met maatschappelijke organisaties en particulieren.
De projectbladen zijn een onderdeel van het gebiedsprogramma. Hierdoor bevat de overeenkomst per project een realistische kostenraming en een specifieke toekenning van verantwoordelijkheden (projecteigenaar, trekker of vaandeldrager). Op projectniveau stemt de gemeente de inhoudelijke plannen af met buurgemeenten, Hoogheemraadschap, burgers en maatschappelijke organisaties.

Voor de financiering van de gebiedsprogramma’s zoekt het cluster van gemeenten actief (en aantoonbaar) naar co-financiers en subsidiebronnen. Holland Rijnland kan hierbij ondersteunen. De (beoogde) bijdrageverdeling vanuit partners en subsidies is onderdeel van de uitvoeringsovereenkomst. Als richtlijn gaan wij uit van een maximale medefinanciering vanuit Holland Rijnland van 25% van de inrichtingskosten. Hierdoor bereikt de regio een uiteindelijke investering van tenminste € 80 miljoen in het landelijk gebied van Holland Rijnland.


Een programma bestaat uit meerdere projecten, die samen de integrale ontwikkeling van een gebied (bijvoorbeeld één polder) bereiken, of samen de gehele regio dekken ten bate van één of meer doelen (bijvoorbeeld een netwerk of verbinding). Bij langdurige gebiedsprogramma’s kan gewerkt worden met deelprogramma’s die in verschillende uitvoeringsovereenkomsten komen.
Een programma is uitvoeringsgereed als alle gegevens van het projectblad bekend zijn en op alle volgende vragen het antwoord ‘ja’, ‘niet van toepassing’, of ‘toezegging/overeenkomst op papier’ is:

  • is er bestuurlijk draagvlak?

  • is de financiering geregeld en zijn beoogde subsidies/medefinanciering bekend?

  • is de grond in eigendom of is verwerving binnen een jaar mogelijk?

  • is het eigendom, beheer en onderhoud na uitvoering geregeld?

  • is de planologie geregeld?

  • zijn de vergunningen verleend of is medewerking aan vergunningverlening toegezegd?

Holland Rijnland beoordeelt in samenwerking met het Ambtelijk Overleg groen of de gebiedsprogramma’s in de uitvoeringsovereenkomst voldoen aan de kaders van het Regionaal Groenprogramma en uitvoeringsgereed zijn.

In principe komen alleen inrichtingskosten in aanmerking voor een bijdrage. De eigen bijdrage garandeert het draagvlak voor het programma.
Onder inrichtingskosten vallen alle uitvoeringskosten, die worden gemaakt na vaststelling van het Definitief Ontwerp in gemeenteraad/gemeenteraden. De volgende zaken vallen dus niet onder de inrichtingskosten:


  • grondverwerving;

  • onderzoek en schetsontwerp;

  • opstellen Voorlopig en Definitief Ontwerp.

Onder inrichtingskosten vallen wel de volgende zaken:



  • bestek opstellen (indien uitbesteed);

  • leges en bijkomende kosten voor vergunnings- en/of ontheffingsaanvragen;

  • ingenieursdiensten (indien uitbesteed);

  • inhuur archeologische, ecologische en milieutechnische begeleiding tijdens het werk;

  • uitvoering van de maatregelen, inclusief aan- en afvoer materieel en materiaal, tijdelijke voorzieningen nodig voor de uitvoering en aanschaf materiaal (aannemerskosten);

  • meer- en bijwerk tot een maximum van 10% van de bestekskosten;

  • eventueel de kosten van kavelruil;

  • eventueel een afkoopsom voor beheer en onderhoud;

  • eventueel de kosten van een accountantsverklaring.

De risico’s voor meerwerk boven 10% van de bestekskosten liggen bij het cluster van gemeenten.


Op basis van de uitvoeringsovereenkomst reserveert het Dagelijks Bestuur de regionale bijdrage voor 4 jaar. Met deze regionale bijdragetoezegging gaat Holland Rijnland de juridische verplichting van de bijdrage aan op programmaniveau.
Het cluster van gemeenten is verantwoordelijk voor de uitvoering van de programma’s. Het cluster kan de daadwerkelijke uitvoering bij een gemeente, uitvoeringsorganisatie of een derde leggen. Voor dat laatste komen hoogheemraadschappen, particulieren (met name agrariërs), verenigingen en stichtingen met doelstellingen, die aansluiten op de doelstellingen van dit Groenprogramma, in aanmerking. Overeenkomsten van gemeenten met derden over uitvoering moeten voldoen aan de Europese richtlijnen over staatsteun.

Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland

Schuttersveld 9, 2316 XG Leiden

Postbus 558, 2300 AN Leiden

Tel. 071 – 523 90 90

Fax. 071 – 523 90 99

info@hollandrijnland.net

www.hollandrijnland.net












De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina