Bijscholingsdag Hogeschool Utrecht 25 november 2010 Dit zijn vragen die aan bod kwamen tijdens de bijscholingsdag op 25 november. Er zijn uiteraard geen pasklare antwoorden op alle vragen. Wel zijn mogelijkheden besproken



Dovnload 12.89 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte12.89 Kb.
Bijscholingsdag Hogeschool Utrecht - 25 november 2010
Dit zijn vragen die aan bod kwamen tijdens de bijscholingsdag op 25 november. Er zijn uiteraard geen pasklare antwoorden op alle vragen. Wel zijn mogelijkheden besproken: wat werkt bij jou?
De klas is erg luidruchtig, hoe ga ik hiermee om?

  • Bespreek met de leerkracht wat voor systeem de klas gewend is. Sommige scholen werken met een systeem waarbij een hand wordt opgestoken, andere maken bijvoorbeeld gebruik van een stoplicht. Probeer deze systemen aan te houden, dit is wat de kinderen gewend zijn.

  • Bespreek de regels aan het begin van iedere les met de klas.

  • Vertel de kinderen dat een hond heel gevoelige oren heeft, hard praten doet hem dus zeer. Illustreer dit door een pen te laten vallen (‘zo klinkt dit voor jou’) en vervolgens iets zwaarders (‘en zo klinkt het voor de hond’). Mocht het toch rumoerig worden, bedek de oren van de hond dan: ‘dat is niet fijn he?’.

  • Geef al in het kennismakingsgesprek met de leerkracht heel duidelijk aan dat hij/ zij verantwoordelijk is en blijft voor de kinderen. Jij als vrijwilliger bent alleen verantwoordelijk voor jezelf en je hond. Herrie in de klas dient, zeker wanneer het uit de hand loopt, aangepakt te worden door de leerkracht. Wanneer je de leerkracht betrokken houdt bij de les, dan grijpt deze ook eerder in als het te rumoerig wordt.

  • Plan je Sophia SnuffelCollege altijd na een pauze of aan het begin van de ochtend of middag. Dan is de concentratie van de kinderen het hoogst en zullen ze minder snel rumoerig worden.

Hoe reageer ik op over enthousiaste kinderen die mijn hond het liefst om de nek zouden vliegen?

  • Gebruik de situatie als oefening voor de drie regels. Benadruk het gedrag van de kinderen die het wel goed doen: ‘Zie je hoe X dat deed? Ze vroeg het aan haar mama, het baasje en aan de juf. Zou jij dat ook zo goed kunnen?’

  • Maak het persoonlijker. Kinderen krijgen dan een beter beeld van de situatie. ‘Wat zou jij ervan vinden als …’

  • Blijf te allen tijde positief. Dit stimuleert de kinderen te blijven leren. Geef aan dat het heel lief is, maar niet zo verstandig.

  • Aaien met één hand. Laat de kinderen aaien met één hand in plaats van twee. De tweede hand kan gewoon achter de rug gehouden worden. De stap om de hond te omarmen wordt kleiner als je met slechts één hand aait.

Ik leer de kinderen dat de hond alleen geaaid mag worden als hij kwispelt, maar dat doet hij niet de hele tijd. Hoe ga ik hiermee om?

  • Maak het herkenbaar voor de kinderen door ze een tijdje te laten zwaaien. Daar word je moe van. Dat heeft de hond ook: hij houdt dat niet de hele tijd vol.

  • Vraag aan het baasje of je mag aaien, want die kent de hond.

  • Leer de kinderen niet alleen naar de staart te kijken, maar ook naar de rest van het lichaam.

Hoe hou ik de kinderen geconcentreerd?

  • Zorg iedere 15 minuten voor wat afwisseling.

  • Voeg wat actie toe. Laat een van de kinderen bijvoorbeeld een brokje verstoppen. De hond mag dit vervolgens zoeken.

  • Ga met de hond en de kinderen naar buiten om een stukje over het schoolplein te wandelen. Kinderen die weg willen en hun interesse echt kwijt zijn, kunnen nu elders op het plein gaan spelen. Hou de hond wel aan de riem en hou deze zelf vast. Hou goed rekening met kinderen uit andere klassen.

    • De vertaalslag theorie- praktijk blijkt soms nog lastig te zijn. De situatie in de klas is toch weer heel anders dan buiten op straat. Oefen het buiten nogmaals.

    • Je vertelt de kinderen dat een drukke hond rustig wordt wanneer je stopt met rennen en als een ‘boomstam’ gaat staan. Laat dit zien: op het plein ren je met alle kinderen door elkaar. Hou de hond aan de lijn en ren mee. De hond wordt vanzelf druk. Roep ‘boomstam!’, en alle kinderen staan stil als een boomstam, zoals het hen geleerd is. De hond zal direct rustig worden. Zo is de theorie praktijk geworden.

Let op: bedenk bij jezelf of jouw hond hiervoor geschikt is!

  • Direct na een erg drukke activiteit is de concentratie ver te zoeken. Bouw dit dus op en af, ga niet direct weer een heel theoretisch verhaal ophangen.

  • Laat de leerkracht een oefening fout doen. Dat hebben de kinderen direct door. ‘Wat deed hij/ zij dan fout volgens jullie?’.

  • Gebruik veel humor in de lessen. Laat de kinderen bijvoorbeeld eens een nepdrol opruimen: lol gegarandeerd!

Wat doe ik wanneer ik te maken krijg met erg bange kinderen?

  • In plaats van aaien, kun je het kind laten borstelen. De borstel is dan een verlengstuk van de arm: minder eng.

  • Geef het kind een bijzondere rol: laat hem water halen, het brokje verstoppen ,enz.

  • Aai/ borstel samen met de leerkracht.

  • Laat het angstige kind, wanneer hij dat durft, in de tweede en derde les de handpop op schoot houden.

  • Wanneer een angstig kind toch heeft gedurfd de hond te aaien, geef hem dan bij het uitreiken van de diploma’s een extra ‘pluim’. Zet hem even in het zonnetje. Let op: vraag van te voren na of dit bij dit kind een goed idee is. Sommige kinderen doe je hier absoluut geen plezier mee!

De leerkracht is bang, hoe ga ik daarmee om?

  • Kinderen spiegelen hun gedrag met dat van de leerkracht. Wanneer de leerkracht angstig is, nemen de kinderen dat over. De leerkracht moet dus óf niet aanwezig zijn, óf buiten de kring plaatsnemen. De aandacht van de kinderen is dan niet bij hem/ haar. De angstige leerkracht moet wel betrokken blijven bij de lessen, desnoods alleen bij het theoretische gedeelte of de voorbereidingen.

Mijn klas bevat veel allochtone kinderen. Zij willen uit overtuiging geen hond aanraken. Wat nu?

  • Betrek de kinderen door ze de waterbak te laten halen, het snoepje te verstoppen, enzovoorts.

  • Laat de kinderen de oefeningen op de handpop doen in plaats van op de echte hond.

  • Leg de nadruk, voor de hele klas, sterk op het ‘handen wassen’. Oefenen dit eens met zijn allen in de kring.

  • Laat de kinderen hun eigen verhalen vertellen: Hoe kennen zij honden? Geef aan dat honden in Nederland anders zijn dan in het buitenland. Zo hebben wij hier zelden zwerfhonden en zie je ook minder waakhonden.

Het gebruik van veel beeldmateriaal wordt aangeraden voor tijdens de lessen. Waar vind ik goed materiaal?

  • Titel: Ken uw hond

Auteur: Dr. Bruce Fogle

Uitgeverij: Zuid-Hollandse uitgevers maatschappij



ISBN: 90-5112-341-8

Hoe betrek ik de ouders meer bij het Sophia SnuffelCollege?

  • Laat de leerkracht voorafgaand aan de lessen de ‘brief voor de ouders’ (zie Vrijwilligersmap en Downloadpagina voor SnuffelVrijwilligers)uitdelen.

  • Laat de kinderen de werkboekjes mee naar huis nemen.

  • Vraag of je een stukje mag schrijven in de nieuwsbrief van de school. Via snuffelcollege@sophia-vereeniging.nl kun je een standaardtekst aanvragen.

Tips met betrekking tot handpop ‘Snuffel’:

  • Laat Snuffel een paar weken logeren. De kinderen wennen aan de hond en kunnen hem ook verzorgen. Kijk in het Docentenboekje (zie Vrijwilligersmap en Dowloadpagina voor Vrijwilligers) voor meer tips.

  • Wanneer je een rondje maakt met Snuffel door de klas, laat hem dan ook echt snuffelen. Soms maak je een onverwachte beweging en duw je bijvoorbeeld wat tegen een been. Dit doet een echte hond ook.

Tips met betrekking tot het uitreiken van het SnuffelDiploma:

  • Roep de kinderen een voor een naar je toe en overhandig het diploma.

Mag ik afwijken van de Vrijwilligersmap?

  • Afwijken van de lijnen in de Vrijwilligersmap en je het Sophia SnuffelCollege eigen maken mag, maar wel in overleg. Zorg er in ieder geval voor dat de rode lijn overeind blijft en dat de kinderen na drie lessen de belangrijkste zaken hebben geleerd. Twijfel je over bepaalde activiteiten die je graag wilt doen? Neem dan even contact op via snuffelcollege@sophia-vereeniging.nl of tel. 020-6236167.





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina