Bladvlekkenziekte



Dovnload 11.3 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte11.3 Kb.

Bladvlekkenziekte Bladvlekkenziekte bij maïs in Nederland wordt met name veroorzaakt door de schimmel Helminthosporium en Kabatiella zeae (eyespot).

Helminthosporium


Hiervan zijn bij maïs drie soorten bekend:
1. Helminthosporium turcicum
2. Helminthosporium carbonum
3. Helminthosporium maydis (komt tot op heden niet voor in Nederland)

In Nederland was in 2007 de eerste aantasting van betekenis, het ging hierbij om H. turcicum en H. carbonum. De H. maydis is niet waargenomen.

De eerste besmetting vindt plaats vanuit gewasresten in de grond. Door opspattend sporen worden de planten geïnfecteerd. De eerste aantasting (primair) vindt dus op de onderste bladeren plaats. Vervolgens kan de ziekte zich naar boven in het gewas ontwikkelen en via de schimmelsporen kan het zich over grote afstand verder verspreiden door de wind en andere percelen besmetten. Dit is de tweede (secundair) aantasting. Hierbij worden vaak eerst de bovenste bladeren aangetast. De schimmel ontwikkelt zich het snelst onder vochtige (dauw) omstandigheden en temperaturen tussen 2025 °C waarbij de optimum temperatuur bij carbonum en maydis iets hoger is dan bij turcicum.
Bij een aantasting ontstaan er in het begin kleine grijsgroene vlekjes. Bij de Helminthosporium turcicum groeien die uit tot grote langwerpige grijs-bruine vlekken tot wel 15 cm lang .

Samenvattend Helminthosporium turcicum:



  • Eerst grijsgroen, waterig doorschijnende, lange vlekken.

  • Vervolgens smelten de vlekken samen tot 15 x 5 cm.

  • Grote vlekken zijn deels helgrijs en deels van een donkerbruine zoom omgeven.

  • De onderste bladeren worden dikwijls het eerst geïnfecteerd.

  • Grote delen van de bladschijf kunnen afsterven.

  • Gelijkaardige vlekken komen op de schutbladeren voor, tasten de korrels echter niet aan.

  • De schimmel overleeft als soil-born ziekte op oogstrestanten.

  • De ziekte wordt bevorderd door frequente regenval, dauw en temperaturen tussen
    18 ºC en 25 ºC.

  • De schimmel wordt geremd in droge en warme periodes.






Bij Helminthosporium carbonum ontstaan er uiteindelijk veel vlekjes van slechts 2 –3 cm lang. Uiteindelijk vloeien de vlekken samen en kunnen grote delen van het blad afsterve

Samenvattend Helminthosporium carbonum:
Zowel op de bladeren, schutbladeren als stengels talrijke kleine, ronde, aanvankelijk geelgroen en later donker wordende vlekken.


  • De vlekken met concentrische kringen worden niet langer dan3 cm.

  • Kolvenen korrels kunnen ook geïnfecteerd worden.

  • De vlekken worden begrensd door een bruinrode zoom.






Opbrengstderving door bladvlekkenziekte is afhankelijk van het moment en de zwaarte van de aantasting. Bij een zware aantasting vóór de bloei kan de korrelopbrengst volgens de literatuur tot 50 % lager uitvallen. Een lagere korrelopbrengst geeft een lager zetmeelgehalte en daarmee naast een lagere opbrengst ook een lagere voederwaarde. Vanuit bevindingen in 2007 en 2008 wordt de schade bij een zware vroege primaire aantasting ingeschat op 5 tot 10% in VEM-opbrengst bij snijmaïs en op 5 tot 10% in korrelopbrengst bij korrelmaïs. In individuele gevallen kan dit echter hoger zijn. Het effect op de voederwaarde is geringer dan op de opbrengst. Bij een late aantasting ook al is deze zwaar is de schade zeer gering, de inschatting is 1 à 3% in VEM-opbrengst.


Sterk aangetaste maïs ziet er dood en verdord uit. Men is dan al gauw geneigd om het snel te oogsten, dit is lang niet altijd verstandig. Het ds-gehalte van de maïs valt dan vaak tegen omdat de stengel en de kolf nog vrij vochtig zijn. Tevens produceert maïs nog steeds bij, zelfs als er rond half september nog maar 3 bladeren groen zijn. Sterk aangetaste maïs kan mogelijk minder smakelijk zijn voor het vee. De schimmel is zover bekend niet giftig voor het vee.  

Er bestaan rasverschillen in gevoeligheid voor de schimmel. Eind 2008 zijn er in Nederland voor het eerst gegevens uit het officiële rassenonderzoek beschikbaar over de mate van tolerantie tegen Helminthosporium. Door het telen van minder gevoelige rassen kan de schade worden beperkt. Via teeltmaatregelen kan ook geprobeerd worden om de schade door de schimmel te beperken. De primaire aantasting veroorzaakt de meeste schade en is ook verantwoordelijk voor de secundaire aantasting. Het is daarom belangrijk de primaire aantasting, die veroorzaakt wordt door het opspatten van sporen met grond en water, te voorkomen. De schimmel overleefd op gewasresten in de grond. De schimmeldruk wordt verlaagd door de vertering van gewasresten te bevorderen. Hiervoor moet de stoppel in de herfst bewerkt worden met een niet kerende grondbewerking, zodat de vertering van gewasresten door het bodemleven bevorderd en er minder gewasresten in de grond overblijven. Het advies is vervolgens om in het voorjaar de overgebleven gewasresten goed onder te werken door een kerende grondbewerking, zodat de kans op opspattende sporen wordt verkleind. Ploegen lijkt de voorkeur te hebben boven spitten. In het buitenland bestaan er fungiciden tegen de bladvlekkenziekte in maïs. Deze middelen zijn echter (nog) niet toegelaten in Nederland. 







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina