Blok 4: Hoe kouder, hoe kaler. Skiën in de bergen



Dovnload 9.1 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte9.1 Kb.
Blok 4: Hoe kouder, hoe kaler.

Skiën in de bergen.

De Alpen is een hooggebergte in Europa. In berggebieden kun je alleen goed in de dalen wonen. In de winter wordt er veel geskied in de bergen. Toch is het voor berggebieden niet goed als er zoveel mensen skiën. Telkens weer worden bomen gekapt om nieuwe pistes aan te leggen. En eigenlijk kunnen de bergen die bomen niet missen. De wortels houden de grond namelijk vast. Als er geen bomen zijn, spoelt de grond weg na een flinke regenbui. Zand en steen komen in de rivier terecht. Die wordt steeds ondieper. Daardoor ontstaan overstromingen. Als er veel skiërs zijn, wordt de sneeuwlaag hard aangestampt. Daardoor smelt die sneeuw in het voorjaar langzamer dan normaal. En hebben de planten eronder niet genoeg tijd om opnieuw te gaan groeien. Het gevolg is dat de bergen in de zomer kaal en lelijk zijn. Regen spoelt de grond naar beneden. De kans op lawines wordt groter.

Alle grote steden liggen in de lagere delen van Zwitserland en Oostenrijk. Daar vind je ook de meeste fabrieken en kantoren.



Regen in de bergen.

In de Alpen valt veel neerslag: regen, sneeuw en hagel. Dat is normaal in berggebieden. Ook in Noorwegen, Schotland en in de Pyreneeën regent het vaak. Op de afbeelding zie je hoe regen in berggebieden ontstaat. Wolken met vochtige lucht komt aanwaaien. Bij de berg moeten ze omhoog. Hoe hoger de lucht komt, hoe kouder hij wordt. Door die afkoeling verandert de vochtige lucht in waterdruppels. Dan gaat het regenen. Eenmaal over de berg heen, daalt de lucht. De wolk wordt dan warmer, en verdampt. Aan de andere kant van de berg is het dus veel vaker droog. De regen die aan de regenzijde op de berg valt, stroomt naar beneden. Zo ontstaan rivieren, die uitmonden in zee. Zeewater verdampt voortdurend. Zo ontstaan wolken met vochtige lucht. Daaruit valt regen. En zo is de waterkringloop weer rond.

Afbeelding: Klimaat en begroeiing.

De regen die in Europa valt, is ongelijk verdeeld. In Noorwegen valt meer regen dan in Midden-Spanje. Per land zijn er behoorlijke verschillen. Regen zorgt ervoor dat de grond extra vruchtbaar wordt. De hoeveelheid neerslag is van invloed op wat er kan groeien in een gebied. In gebieden met weinig neerslag, moeten ze planten laten groeien die goed tegen droogte kunnen. Grondsoort en temperatuur hebben daar ook invloed op. Deze natuurlijke omstandigheden in Europa zijn overal anders. Daarom worden in Noord-Europa andere gewassen verbouwd dan in Zuid-Europa. Boeren moeten zich aanpassen aan de natuur.



Een klimaat verandert niet zomaar.

Als je van een gebied het klimaat wilt weten, moet je 30 jaar lang alles over het weer opschrijven. Daarna reken je het gemiddelde uit. Op de afbeelding “klimaat en begroeiing” kun je zien dat Nederland een zeeklimaat heeft. In het algemeen zijn de zomers koel en de winters zacht. Dat wil niet zeggen dat het in Nederland nooit erg warm kan zijn. Er zijn natuurlijk uitzonderingen.


Landen in het westen van Europa hebben een zeeklimaat. De zee heeft grote invloed op het weer. In landen in het oosten van Europa heeft de zee geen invloed op het klimaat. Hier spreken we van een landklimaat: koude winters, hete en droge zomers. In gebieden met een Middellandse-Zeeklimaat is het bijna het hele jaar warm. Dat heeft te maken met de ligging aan zee en de afstand tot de evenaar. Kenmerken: korte, zachte winters en lange hete zomers. Met een hooggebergte-klimaat heb je te maken als je hoger komt dan 1500 m. In de zomer en in de winter ligt er sneeuw en het is het hele jaar door koud.

20.000 jaar geleden lag er over Noord-Europa een dik pak ijs. Nederland had toen een poolklimaat. Het zeeklimaat dat we nu hebben, kwam pas veel later. Klimaten veranderen dus, maar wel héél langzaam. De laatste tijd lijkt het klimaat weer te veranderen. De temperatuur van de aarde stijgt opnieuw. Deskundigen denken dat wij die stijging zelf veroorzaken. De mensen zorgen ervoor dat er gassen in de lucht komen die als een deken om de aarde hangen. Het warmer worden van de aarde heet het broei-kas-effect.



Het gas kooldioxide is er de schuld van. Dat gas ontstaat bij het verbranden van hout, steenkool, olie en benzine. Het komt dus in de lucht als een auto rijdt. Of als de verwarming brandt. Kooldioxide is een van de belangrijkste broei-kas-gassen. Door het broeikas-effect wordt het over de hele wereld warmer. Ook in de poolgebieden. Daar zal meer ijs smelten, waardoor er meer water in zeeën en oceanen komt. Ook het zeeniveau van de Noordzee zal stijgen. Dat betekent voor Nederland: ophogen van de dijken en versterken van de duinen.



Dit huis krijgt stroom van zonne-energie. Hierbij komen geen
gassen vrij die voor het broeikas-effect zorgen.

Samenvatting Aardrijkskunde “Hoe kouder, hoe kaler” groep 7(Blok 4) Pagina




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina