Bomenroute 1 Gramsbergerweg Boom nr 1: bij de rotonde: Acer saccharinum



Dovnload 29.56 Kb.
Datum28.09.2016
Grootte29.56 Kb.
Bomenroute 1 Gramsbergerweg

Boom nr 1: bij de rotonde: Acer saccharinum of witte esdoorn. Een monumentale boom op een moeilijk punt in verband met het verkeer. De boom draagt zelden vruchten maar heeft prachtig glanzend roodbruine twijgen en bladeren die aan de onderzijde blauwwit zijn gekleurd. De boom kan tot 40 m. hoog worden.



Boom nr. 2: Overzijde parkweg:

Quercus robur ‘Fastigiata’ of zuilvormige zomereik. Dit is een blijvend smalle zuilvormige boom die uitsteken in smalle straten past. De boom heeft verder alle eigenschappen van de normale eik.

Boom nr 3: Direct naast het LOC gebouw in de tuin van het AOC:



Prunus ceracifera ‘Nigra’ of bruinbladige kerspruim.
In de tegenovergestelde hoek van dezelfde tuin:

Boom nr. 4 Laburnum watereri ‘Vossii’ of gouden regen.



Boom nr. 5: Direct na de veldesdoornhaag langs de Parkweg:



Pyrus communis of gewone peer. Soms worden op het platteland perebomen aangeplant langs doorgaande wegen. Beroemd hierom is de Dr. Lareijweg in Ruinerwold.

Boom nr.6: Voor de kop van de flat: Malus ‘Liset’ of sierappel. Deze sierappel vormt een kleine, dicht vertakte boom met dieprode brede bloeit al op jonge leeftijd bijzonder rijk. Het blad is in het begin rood, later wordt dit donker groen. Een goede boom voor siertuinen.


Sla bij de flats rechts af en volg de weg tussen de flats. aan de linkerkant staan enkele grote bomen.

Boom nr.7: Carpinus betulus ‘Fastigiata’. Een min of meer zuilvormige haagbeuk. Wanneer de bomen ouder worden gaan de takken die eerst naar boven groeien wat meer uithangen, waardoor de boom alsnog breed wordt. Dat is hier goed te zien.

Aan de achterzijde van de flats staat een rij grote eikenbomen.

Boom nr. 8: Quercus palustris of moeraseik. Oorspronkelijk afkomstig uit moerasgebieden in het N.O. van de V.S. Maar de boom groeit hier ook op droge gronden uitstekend. De harttak groeit aanvankelijk niet rechtop (zgn. ‘platte kop’) die later wel vanzelf rechtop gaat groeien. De bladeren hebben 2 tot 4 lobben en horen daarmee tot de kleinbladige eikenbomen. De eikeltjes zijn kort gesteeld, vrijwel rond en 1 tot 1,5 cm groot.




Volg het wandelpaadje aan de rechterzijde van het grasveld. Op de hoek staat een grote vrijstaande boom.

Boom nr. 9: Catalpa bignonioides of trompetboom. Deze boom kan tot ca 10m. hoog worden. De takken zijn bros en breken gemakkelijk. Trompetbomen bloeien in warme zomers vaak uitbundig met witte trompetvormige bloemen. Daarna worden lange peulen gevormd die lang aan de boom blijven hangen. In de winter is een goed herkenningspunt: de 3 bijeen staande bladmerken.




Boom nr. 10: halverwege het wandelpad:

Acer platanoides ‘Drummondii’ of bonte Noorse esdoorn. De bladeren hebben een witte tot geelachtige rand. Vaak loopt de boom terug naar groen. Dit moet worden weggesnoeid om de bontbladigheid te bewaren.





Vervolg de route tot de Lage Gaardenstraat.
Boom nr. 11: Op de hoek van de Lage Gaardenstraat: Alnus cordata of of hartbladige els. Glanzend groene hartvormige bladeren die lang aan de boom blijven hangen.

Boom nr. 12: Tegenover deze alnus:

Betula nigra, rode of zwarte berk.

Meestal een grillige, meerstammige boom die zelden gaaf en recht is. De boom wordt 10 tot 156 meter hoog. De bast van jonge bomen is wit tot zalmrose, afbladeren in krullende, aanblijvende stroken die zwart zijn aan de binnenzijde. Op oudere leeftijd wordt de bast zwart tot

roodbruin. De boom krijgt hierdoor een ruig aanzien. Bijzonder mooie parkboom die vooral in de winter opvalt.
Boomgroep nr. 13: De eerste boom in de plantstrook aan het begin van de

Gramsbergerweg: Aesculus carnea of rode paardekastanje.

De boom onderscheidt zich van de paardekastanje doorde rode bloemen, de 5-tallige bladeren (paardekastanje is 7- tallig) en de winternkoppen zijn niet of weinig kleverig en grijs van kleur. Deze soort wordt niet door de kastanjemineermot aangetast. Wel is de soort gevoelig voor de kastanjebloedingsziekte.



Boom nr. 14: In de buurt van huissnr. 48: Een drietal monumentale bomen:



Quercus robur of zomereik

15.Fagus sylvatica of gewone beuk.

16.Acer negundo ‘variegatum’ of bonte vederesdoorn.

Een esdoorn met samengestelde bladeren. De jonge twijgen zijn groen, kaal en glanzend en vaak berijpt. Deze variëteit heeft bonte bladeren. Hier is goed te zien dat de boom een sterke neiging heeft om ‘terug te lopen’, d.w.z. de bonte kleur verdwijnt door de ontwikkeling van takken met groene bladeren. Wegsnoeien heeft hier duidelijk geen zin meer


Boom nr. 18: In de tuin van huisnr.: 44

Acer platanoides ‘Globosum’

Boom nr. 19: In het plantsoen langs de straat bij huisnr. 40:



Magnolia kobus. Een rijkbloeiende boom-vormende magnolia die klein blijft.
Boom nr.20 : In de tuin van huisnr. 36: Fagus sylvatica ‘Atropurpurea’ of bruine beuk. Dit is een monumentale beuk die bescherming geniet. Hier is te zien dat de eigenaar en de buren niet uitsluitend plezier van de boom hebben. Schaduw, blad en vochtonttrekking is in de omringende tuin een ors probleem. Toch dragen de omwonenden de boom een warm hart toe.

Boom nr. 21 In de tuin van huisnr. 37a:



Robinia pseudoacacia ‘Umbraculifera of bol-acacia. Dit zijn als “hoogstam” (meestal tussen de 225 en 250 cm hoogte) gekweekte boompjes voor vooral tuinen. Ze zijn zeer windgevoelig voor takbreuk door harde wind. De kroon blijft mooi rond en compact wanneer deze regelmatig wordt gesnoeid (geknot). Omdat de stam van de boom niet door snoeien langer kan worden gemaakt is de boom meestal niet geschikt om langs rijwegen aan te planten.
Hier staat de nieuwe aangeplante beuken oftewel de Fagus sylvatica.


Boom nr. 22: In de tuin van huisnr. 25;

Acer palmatum ‘Atropurpureum’ of bruinbladige japanse esdoorn. Dit is niet echt een boomvormende plant, maar kan toch nog tot 6 m. hoog worden. Geschikt voor tuinen.

Boom nr. 23: Bij huisnr. 21: tussen de tuinen van huisnrs. 21 en 23: Prunus serrulata of Japanse sierkers. Deze bomen zijn meestal geënt op een onderstam van Prunus avium. Veel bomen vertonen een zgn. ‘vaasvormige’ kroon. D.w.z. dat de takken op één hoogte aan de stam zitten en daardoor niet kunnen worden ‘opgekroond’. Dit is iets om rekening mee te houden wanneer de bomen op een plaats komen te staan waar later onder de boom ruimte moet zijn om bijv. te parkeren.



Loop nu terug naar school. Bij de ingang naar het LOC zie je boom nr. 24: de gewone esdoorn, Acer pseudoplatanus









De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina