Boos op de dood van Carina van den Beld



Dovnload 9.58 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte9.58 Kb.
Boos op de dood

van Carina van den Beld
De familie zat wat onwennig aan tafel, vader aan het hoofd. Hij was 83 jaar, hardhorend en had zijn vrouw tot het einde toe verzorgd, ook ’s nachts. Hij berustte in haar dood. “Zij hoeft niet langer te lijden”, zei hij. “Ruim 4 jaar geleden is de diagnose gesteld. We hebben nog 3 mooie jaren gehad, waarin we veel gereisd hebben naar ons geliefde Suriname en waarin we onze 55ste trouwdag nog hebben gevierd met de kinderen en de kleinkinderen. Het is goed zo!”

Ik tref bij mijn eerste gesprek de echtgenoot, 2 zonen, de één druk met regelen en de ander in zichzelf gekeerd en een schoondochter. De schoondochter, Hannah, houdt zich afzijdig, ze probeert ‘niet aanwezig’ te zijn. Ze is immers van de koude kant. De zonen excuseren zich dat ze niet weten ‘hoe het moet’. “We hebben hier niet veel ervaring mee”. “Ik wil wat zeggen tijdens het afscheid”, zegt John, de jongste, “maar weet niet wat. Ik kwam wekelijks bij mijn moeder, we dronken koffie en gingen boodschappen doen……” “Ik vind dat ik ook iets moet zeggen”, zegt de andere zoon, Albert: “Ik ben de oudste.”


We praten hier nog wat over door. Na verloop van tijd is er ruimte om over moeder te praten. Hoe was ze? Wat betekende ze voor jullie? Hoe heeft ze zich ontwikkeld in haar leven? Moeder was een gestructureerde vrouw, die met hart en ziel voor haar gezin leefde. Ze had, toen de kinderen groter waren, een leuke baan en veel vriendinnen. Met vader is ze, na beider pensionering, minimaal 20 keer naar Suriname geweest, waar ze altijd goede gaven bracht aan de bevolking. ‘De goede fee’ uit Nederland werd ze genoemd. “Waar is uw vrouw? Waar is moeder nu?” vroeg ik de familie. De antwoorden varieerden van: “Haar ziel is en blijft bij mij” tot “Ik weet het niet, het is nog zo onwerkelijk”.

Hannah viel uit haar rol en zei: “Ik ben zo boos. Ik ben zo verschrikkelijk boos.”


“Wat maakt je zo boos?” vroeg ik, bang dat ik iets gemist had. “Ik ben zo boos op de dood. Mijn ouders zijn gestorven toen ik nog jong was en 2 weken geleden is mijn broer Arnout gestorven. Ik ben zo bang dat het afgelopen is na de dood.” Er kwamen tranen.

Met elkaar hebben we gepraat over de dood, over jong sterven en over boosheid en verdriet in relatie tot diezelfde dood. Vervolgens praatten we lang over, wat er zou kunnen zijn na de dood. “Ik zou”, zei de schoondochter, “zo graag willen geloven in een hemel of een plek waar het goed is en waar we elkaar, na de dood, weer terug zien.”


De afscheidsdienst, 4 dagen later, stond in het teken van Suriname, het land waar het oude echtpaar zo aan verknocht was geraakt en waar ze met de hele familie (!) waren geweest. “En ik maar betalen”, bromde vader. Het was een warme en liefdevolle dienst. De kleinkinderen staken een kaarsje aan en spraken daar een zin bij uit. De ene zoon sprak, de andere zoon sprak, de muziek was passend en de bloemen waren mooi. Tijdens de overweging benoemde ik de boosheid ten opzichte van de dood en ging ik in op de vraag of er al dan niet ‘iets’ is na de dood. Ik besloot de overweging met de woorden: “Wat zou het heerlijk zijn om te kunnen geloven in een hemel of een plek waar het goed is en waar we elkaar, na de dood, weer terugzien”.

We besloten de afscheidsdienst, in stijl, met een Surinaams slaapliedje. Na de afscheidsdienst zag ik, in de koffieruimte, de schoondochter. Hannah zag er ontspannen en tevreden uit. Zag ik haar nu glimlachen? Heeft dit afscheid ertoe bijgedragen dat zij zich op een andere manier kan verhouden met de dood?






B: Voorgoed

N: Carina van den Beld
W: www.voorgoed-rituelen.nl

M: info@voorgoed-rituelen.nl


T: 06-47851695






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina