Boottocht van Kapelle op den Bos of Willebroek (Groene Laan) naar het Scheldeland Temse of Sint-Amands



Dovnload 44.27 Kb.
Datum18.08.2016
Grootte44.27 Kb.
Fietstraject Temse - Kapelle-op-den Bos (25 km)

Op vrijdag hebben we een boottocht van Kapelle op den Bos of Willebroek (Groene Laan) naar het Scheldeland Temse of Sint-Amands Met vertrek om 10u. en aankomst om 14u. hebben de sportievelingen onder u nog de tijd om met de fiets terug te keren volgens onderstaand schema. Een geleide wandeling met gids in Sint-Amands is ook mogelijk

Deze fietstocht is makkelijk te volgen per nummer via onze Rivertourskaart of ook als u de stafkaart van fietsknooppuntennetwerk Provincie Antwerpen in uw bezit hebt. (Scheldeland, langs Schelde en Rupel Mechelen en Lier). Te verkrijgen bij VVV kantoren.
Fietsen van knooppunt naar knooppunt Temse (75) naar Kapelle op den Bos (29)

In Temse knooppunt (75) rijden we richting Scheldebruggen. Aan taverne Temsica slaan we links af de H Consciencestraat in. Na 100m rechts de Scheldebrug op en na 367 m gaan we linksweg onder de brug. Blijf dit dijkpad volgen voor (8 km). Achtereenvolgens passeert u ’t Buitenland (02), de Notelaer (01) en komt uiteindelijk aan Wintam (54) en de Sluis van Wintam. (31)

Op het eind van het dijkpad kan je in Wintam linksaf. U rijdt over de Sluis (31) en komt richting het Noordelijk Eiland waar je de overzet ( op het uur of halfuur en middagpauze van 12u tot 13u) kan nemen naar Schelle. (34) Aan de overkant volgt u opnieuw het dijkpad direkt rechts en volg (29) dit dijkpad voor ong.2 km. In Niel moet u even het dijkpad verlaten en blijf (29) volgen tot in het dorp waar u ter hoogte van het marktplein terug rechts naar (29) neemt. U komt automatisch terug op het dijkpad en rijdt wat later door het Hellegat. Links en rechts van u bevinden zich de oude pittoreske Steenbakkerijen van destijds. Blijf steeds knooppunt (29) volgen. U komt nu in Boom (29). (opgelet drukke weg) Rij rechtdoor (1km) over het spoorwegviadukt en fiets rechtdoor naar het centrum van Boom. U komt automatisch op het rond punt van de Grote Markt knooppunt (29). Sla op dat rond punt rechts in de Windstraat ( klein steegje) naar knooppunt (28) Op het einde van het straatje bent u op de Kaai en rijdt u links naar knooppunt (28). Daar vindt u de overzet die u over de Rupel naar Klein-Willebroek (38) brengt.

In Klein Willebroek komt u op het Saspleintje en volg daar direct over het kleine sluisje knooppunt (39) Deze vernieuwde (dijk)weg brengt u zonder problemen naar de brug van Willebroek. (39) Rij de brug over en direkt rechts komt u op de Groene Laan waar mogelijk uw boot ’s morgens vertrokken is. ( U hebt nu 28 km. Afgelegd en tweemaal de veerboot genomen) Bent u ’s morgens vertrokken in Kapelle op-den Bos (Westdijk) dan neemt u als u over de brug in Willebroek komt direkt links naar Tisselt en knooppunt (86) en volg het dijkpad dat u recht naar Kapelle op-den Bos (29) brengt (u hebt dan 25 km gefietst).



Fiets van het verleden naar het heden

Wanneer we over de Scheldebrug rijden, kunnen we evengoed eerste Het Sas een bekijken. 1 een Taverne en 2 de oudste sluis van België. Een sas dat tal van eigenaars had. Eén daarvan is Pedro Coloma. Hij liet in 1592 het sas bouwen om het debiet te regelen op de Oude Schelde. Deze afwateringssluis is op één na het oudste waterbouwkundige waterwerk in België, en het oudste in Vlaanderen. Pedro Coloma was één van de eigenaars van het kasteel in Weert. Het neo-gotisch kasteel heeft een collectie schilderijen van o.a. Margaretha van Oostenrijk, Karel V en Filips II, veel meubelen uit de 18de eeuw, gravures van Pieter Breughel de Oude, een kantkamer en een kamer met antieke poppen. In één van de bijgebouwen is een koetsenmuseum. Het kasteel wordt dus nu bewoond door de 14de graaf van Bornem, graaf John de Marnix de Sainte-Aldegonde, getrouwd met de gravin Amélie d'Arschot-Schoonhoven. Het kasteel is te bezichtigen op afspraak en op vier zondagen in augustus en september.

Wanneer u weer onder de Scheldebrug(gen) rijdt, is er voor u terug een mooi dijkpad. U komt nu in eerst aan “het Buitenland”. Buitenland is een gehucht van de gemeente Hingene-Bornem. Rond de jaren 1880-1920 was het wereldbekend voor de mandenmakerij in die regio. Een van de bekende families in de mandenmakerij was de familie Merckx, die een groot deel van het Buitenland heeft gebouwd, en waarvan de nazaten er nog wonen of jaarlijks op familiefeest komen. Een van de potentaten heeft diverse optreksels van de wereldtentoonstelling van 1894 op eigen kosten en op realistische schaal laten herbouwen in Buitenland. Zo ook het "Huis der Reuzen" of het "Huis der Teutonische Ridders". Imposant!. We fietsen rechtdoor en komen zo automatisch bij De Notelaer.

De Notelaer is het volgende paveljoen, waar eventueel kan gestopt worden voor pick-nick en een drankje. Tussen 1791 en 1794 liet Wolfgang-Guillaume, derde hertog d'Ursel, dit opmerkelijke paviljoen aan de Scheldedijk bouwen.
Het paviljoen of belvédère was bestemd als schuil- of rustplaats op de wandeling en vormde het kader voor een adellijk diner of gezelschapsspel in beperkte kring.  
De Notelaer was door zijn ligging ook een geschikte uitvalsbasis voor de jacht in de buitendijkse schorren.
Voor het ontwerp van dit belvédère deed Wolfgang-Guillaume d'Ursel een beroep op de Franse architect Charles De Wailly (1730-1798), die ook betrokken was bij de uitbouw van het Koninklijk domein van Laken.  
De Notelaer is een prachtig staaltje van de zogenaamde "architecture parlante" of metaforische architectuur.  
Het unieke karakter van De Notelaer komt vooral voort uit zijn ongewone ligging tegen de dijk, waardoor het paviljoen aan de parkzijde anderhalve verdieping meer telt dan aan de kant van de Schelde.  
Het gebouw bestaat uit twee in elkaar geschoven volumes: het ene, aan de rivierzijde, met een achthoekig grondplan en het gedeelte aan de tuinzijde met een rechthoekig grondplan.  De gevels charmeren door hun harmonieuze proporties en vooral door het gebruik van een grote variëteit aan bouwmaterialen die zorgen voor een veelkleurig geheel.  
De onderbouw was bestemd als een conciërgewoning, in de bel-etage is een "salon à l’italienne" ondergebracht geflankeerd door twee kabinetten.

De plafond- en muurschilderingen van Antoine Platteau, de reflectie van het landschap in de hoge spiegels en de prachtige parketvloer maken van het salon een betoverend geheel.


In de boogvelden boven de 5 ramen van het octogonale salon (dijkgevel) zijn bas-reliëfs aangebracht in stuc, die de Schelde en haar bijrivieren voorstellen.

In onbruik geraakt en geteisterd o.a. door de overstroming van 1953 werd De Notelaer van het definitieve verval gered door de tweede eigenaar, de familie Camu.  In die periode was het een echt kunstenaarstrefpunt en werd het bezocht door vooraanstaande personen waaronder de huidige koning Albert II en de koningin.


Ook toen de derde eigenaar, kunstenaar Vic Gentils, het paviljoen bewoonde (1970–1983), behield De Notelaer zijn aantrekkingskracht.
Vervolgens kocht het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap De Notelaer en zocht een zinvolle bestemming voor deze parel aan de Schelde. De vzw De Notelaer (1984) werd geboren en het gebouw werd opengesteld voor het publiek.
Sinds 1999 is het gebouw in erfpacht gegeven aan Erfgoed Vlaanderen. 
De werking blijft gerealiseerd door de vzw De Notelaer.
In de reeks de Stille Waters was dit het huis van de familie Verlat (toen gespeeld door Jo de Meyere.).

Na een eventuele verpozing zetten we onze weg verder op het dijkpad tot aan de sluis van Wintam. De naam Wintam is afkomstig van Wind Ham en zo'n 100 jaar geleden schreef men nog Wintham.


Wintam bestaat een beetje uit 3 delen, te weten Wintam dorp, de Dijken en natuurgebieden met de beruchte eilanden waarvan het noordelijk eiland natuurgebied is, het zuidelijk eiland industriezone en Nattenhaasdonck. Nattenhaasdonck is een mooi plaatsje dat afgelegen is tussen velden en bossen. Via de Sluis van Wintam, waar u grote zeeboten kan zien versassen, komt men aan het Noordelijk Eiland. Een natuurgebied tussen Schelde, Rupel en Kanaal van 10 hectaren. De rivier de Rupel is uniek in België. Ze heeft geen bron en wordt gevormd door de samenvloeiing van Dijle en Nete in Rumst. Aan de sluis van Wintam neemt u de overzet van Wintam naar Schelle en komt zo in de Rupelstreek. Boom en Niel en de Oude Steenbakkerijen in het Hellegat doen nu nog altijd aan die tijd denken van zwaar labeur en kinderarbeid.

De Rupelstreek is synoniem voor klei-ontginning en baksteennijverheid.
Eeuwenlang hebben steenbakkerijen - in de streek spreekt men van 'gelegen' - een typisch kleiputten-landschap de streek gedomineerd.
Vandaag is het uitzicht van de Rupelstreek echter helemaal veranderd. Vele kleiputten zijn met zand dichtgespoten, de meeste droogloodsen en ovens zijn verdwenen.
De enkele, resterende kleiputten zijn ondertussen echte oasen van groen geworden.Het is ooit heel anders geweest. De steenbakkerijmusea van de Rupelstreek geven je er een zeer goed beeld van.
Kwalitatief zeer goede klei is in de Rupelstreek ruim aanwezig: zo'n 35 miljoen jaren geleden zette de Rupeliaanse klei zich af. Later vormde zich dan het zogenaamde cuestalandschap.
Door eeuwenlange afgraving van deze cuesta voor kleiwinning tot op een diepte van 20 à 30 meter, ontstond in de streek een zeer kenmerkend steil kleifront.
Het waren de monniken van de Sint-Bernardusabdij die omstreeks 1244 met klei-ontginning begonnen, nabij hun abdij in Hemiksem. De zogenaamde' papensteen' (een kleine rode baksteen die in de jaren ’80-‘90 massaal herbruikt werd voor het optrekken van villa’s in ‘boerderijstijl’ dateert reeds uit die tijd).
De baksteennijverheid evolueerde door de eeuwen heen tot een heuse industrie. Enkele grote gebeurtenissen waren de aanleiding tot gloriejaren voor de baksteen.
Zo zorgde de grote brand in Antwerpen in 1546, waarbij bijzonder veel houten huizen afbrandden, voor een enorme vraag naar onbrandbaar bouwmateriaal: bakstenen.
Door de aanleg van het kanaal van Willebroek en het kanaal Brussel-Charleroi werd de Rupelstreek makkelijker bereikbaar voor baksteentransport: dat zorgde voor steeds meer vraag naar en productie van baksteen.

De klei-afgraving werd oorspronkelijk met 'steekschupjes' (korte spaden) uitgevoerd door 'kleistekers'. Het was ongelooflijk zware arbeid. Ze staken dagelijks een paar duizend zo dun mogelijke kleiplakjes af en gooiden deze dan naar beneden in de zich vormende put.


Dat was een werk voor de winterperiode. Een job die op zich al zwaar was en dikwijls nog zwaarder werd door het werken in regen en kou.
De uitgestoken klei bleef dan enkele maanden 'rotten' tot de 'aardemakers' aan het werk schoten: ze overgoten de klei met water en bewerkten hem daarna met wilgenhouten spaden.
De afgravingen zorgden ondertussen wel voor een "maanlandschap', waarbij de wegen in de streek als het ware op een hoogte kwamen te liggen: links en rechts van deze wegen was alles weggegraven. Het landschap was desolaat, grauw en grijs.
Soms moesten de wegen zelf er ook aan geloven: zo is de Hoogstraat in Terhagen grotendeels weggebaggerd. Dat kan je vandaag nog altijd zien op het panoramapunt in Terhagen.
Na de invoering van machinale baggers verliepen de afgravingen in nog sneller tempo zodat de oppervlakte van de kleiputten op korte tijd bijzonder snel groeide.
Grond voor andere doeleinden dan klei-ontginning werd steeds schaarser.
Het is dus niet verwonderlijk dat de huizen meteen naast en midden de steenbakkerijen gebouwd waren
De wegen kronkelden tussen de steenbakkerijen door, daar waar er nog plaats voor was.
Ruimtelijke ordening was in die jaren een onbekend begrip, want alles stond in functie van de steenbakkerijen.

In de lente startte men dan met het vormen van de steen. Tientallen jaren lang was dit puur handwerk, vandaar de term 'handsteen'. Steen voor steen werd door een steenmaker gevormd. Een 'steenmaker' nam een homp klei, gooide deze dan krachtig in een houten steenvorm en streek de bovenkant mooi glad.


Dan namen 'afdragers' de gevulde steenvorm mee naar de droogplaats, haalden de steen uit zijn vorm en legden hem op de grond te drogen in de zon.
Ook dit was zwaar werk want deze handeling werd duizenden keer per dag herhaald.
Klei bewerken vraagt veel kracht, afdraagsters liepen kilometers per dag over en weer van de steenmakerstafel naar de droogplaats, de rug werd duizenden keer per dag gekromd om telkens weer een gevormde steen neer te leggen.Na dit eerste droogproces werd de steen dan door 'gamsters' in overdekte droogloodsen geplaatst om er gedurende 6 à 8 weken uit te waaien.
In heel de Rupelstreek stonden rond 1950 zowat 120 km droogloodsen.
Bijna allemaal loodrecht geplaatst op de Rupel, de ideale richting om er de wind te laten in spelen.
De 'groene' steen, een streekterm voor ongebakken steen, werd na maandenlang drogen in de droogloodsen naar de oven gebracht om er bij zo'n 1.000 graden gebakken te worden.
De 'inzetters' plaatsten de ongebakken steen dan in de oven.
Er waren verschillende types van ovens.
Heel bekend is de klampoven, een oven zonder schouw. Tussen de stenen werd steenkool gelegd en bij de ovenmonden hout. Na het aansteken van het hout verspreidde het vuur zich dan in heel de oven. De rook ontsnapte gewoon langs het dak.
Een klampoven zorgt voor een stinkende zwavelgeur, die soms je adem kan benemen. In deze oven werd de 'klampsteen gebakken, een bijzonder sterke steen die men veel voor gevelbouw gebruikt.
Een nadeel van dit oventype is dat je moet wachten tot hij helemaal uitgebrand is vooraleer je hem kan openen ... en dat kost dus heel wat tijd.
Dat bakprocédé ging veel sneller in de ringovens, de Hoffmann-ovens, die later gebouwd werden. De oven is ringvormig en de steen wordt er in "compartimenten" in geplaatst, gescheiden door een brandbare wand. Het vuur slaat dan na een hele baktijd over naar het volgende compartiment en begint daar dan aan het bakken van de steen.
Dit continu-bakproces liet dus toe om aan de ene kant van de oven ongebakken steen in de oven te zetten (door zogenaamde 'inzetters') en aan de andere kant van de oven gebakken steen uit te zetten (door zogenaamde 'uitzetters').
Dit leverde niet alleen veel tijdbesparing op, ook het volume van de productie steeg er zeer snel mee: in de Rupelstreek werden in de jaren '60 per jaar 3 miljard stenen gebakken !
Een prachtig voorbeeld van zo'n ringoven is deze, gelegen op de site 'Steenbakkerij Frateur' en eigendom van vzw Het Geleeg te Noeveren 196 Boom. De oven werd volledig gerestaureerd en kan bezocht worden.

Helaas kreeg de baksteen eind jaren zestig te kampen met concurrentie van nieuwe bouwmaterialen. Heel wat familiebedrijven waren niet kapitaalkrachtig genoeg om de industrialisatie van hun bedrijf waar te maken.


Het uiteindelijke nekschot voor de baksteennijverheid kwam er door de economische crisis van de jaren zeventig. Enkele cijfers: in 1864 waren er in de Rupelstreek 167 steenbakkerijen met 5.570 arbeiders die zo'n 700 miljoen stenen per jaar produceerden.
Zowat 100 jaar later, rond 1960, was de jaarproductie van bakstenen gegroeid tot 3 miljard stuks per jaar. Vandaag zijn er nog slechts 5 steenbakkerijen met een 200-tal werknemers.
In de verlaten kleiputten kreeg de natuur ondertussen vrij spel. Dat zorgde voor een rijke groei aan specifieke waterplanten.
Waar vroeger tientallen kilometers droogloodsen stonden pronken nu in mooie lijn o.a. berken, mei- en esdoorns.
Op de natste plekken en langs de oevers ontstonden rietvelden. De drogere plaatsen worden overheerst door verschillende kruiden.
Hoge kruiden op een bodem van baksteengruis, houten balken, pannen en metalen voorwerpen vormen een ideale plaats voor talloze insecten en vogels.
Het Provinciaal recreatiecentrum de Schorre en zijn natuurzone ligt in zo'n verlaten kleiput.
Het is samen met het Natuurgebied Waterhoek te Niel een typisch voorbeeld van een herovering door de natuur.
Wil je de hedendaagse klei-afgraving nog even bekijken, bezoek dan het Panoramisch punt in Terhagen. Daar wordt de klei nog bijna dagelijks met reuzebaggers afgegraven.

Via Boom kan u opnieuw met de overzet van Boom naar Klein Willebroek. In dit pittoreske dorpje met idyllisch haventje is de tijd stil blijven staan. Nog even doorbijten en u bent terug in Willebroek na een dagtocht vol afwisseling.



Het vermoeden bestaat dat Willebroek ontstaan is omstreeks de 11de en zeker in het begin van de 12de eeuw nadat het door indijking geschikt voor ontginning gemaakte land was gevormd. Oorspronkelijk was het gebied een moerasgebied waarvan de naam van de gemeente ook is van afgeleid : “broek” (moerassig gebied).
 
Wanneer de evolutie van Willebroek in de laatste 200 jaar wordt bekeken valt het op dat het vooral de laatste honderd jaar sterk is gegroeid.
M.a.w. is de gemeente niet altijd zo dicht bevolkt geweest als vandaag. Tot in de 19de eeuw bleef het bevolkingscijfer zelfs aan de lage kant. Pas omstreeks de industriële doorbraak (ongeveer 1860) kreeg de gemeente hogere inwonersaantallen. Het verschil in de kaart van 1775 t.o.v. die van 1875 is er, wat betreft de bebouwing nauwelijks, iets gewijzigd. Het grote verschil is dat er een spoorweg is bijgekomen.
  In 1775 was het moerassig gebied vrijwel volledig ontgonnen. De bebouwing was verspreid en gegroepeerd tot kleine kernen met in de vallei de bebouwing op de droge donken. Enkele aspecten die nu nog in het landschap terug te vinden zijn waren toen reeds aanwezig : het Kanaal, ten zuiden van Blaasveld is de drevenstructuur rond het kasteel te localiseren en de sites met walgracht lagen er ook al. De kouter tussen Breendonk, het Kanaal en ten westen van Willebroek zorgde voor een meer open landschap t.o.v. de beekdalen waar een meer kleinschaliger landschap terug te vinden was.
 
In 1875 waren er, zoals eerdere gezegd, niet veel verschillen t.o.v. van honderd jaar ervoor op te merken. Enkel de spoorweg die toen het grondgebied doorkruiste en stations had in Blaasveld en Willebroek.
 
De huidige situatie daarentegen kent wel veel verschillen. De verschillende kleine kernen hebben zich gegroepeerd tot duidelijk te onderscheiden kernen. Vooral Willebroek / Blaasveld heeft een zeer sterke groei gekend, Tisselt in beperkte mate en Heindonk bleef nagenoeg stabiel. De verspreide bebouwing is op deze manier bijna verdwenen. Het station in Blaasveld is verdwenen, de wegenis is sterk toegenomen en er werd een verbindingskanaal gegraven tussen het Kanaal en de Schelde. Grote waterpartijen rondom Heindonk zijn gevormd geweest als het gevolg van zanduitgravingen voor het dempen van de verlaten kleiputten in de Rupelstreek. Een ander opmerkelijk aspect is het Fort van Breendonk: dit gegeven is het gevolg van het besluit van de Belgische legerleiding om van Antwerpen het centrum van het Belgisch verdedigingsstelsel te maken. Dit leidde in 1859 tot een groots project van versterkingswerken. Het project bestond uit twee grote delen : een nieuwe omwalling rond Antwerpen en acht forten op een onderlinge afstand van twee tot zes km ten zuiden van de stad. Het Fort van Breendonk werd tussen 1906 en 1914 gebouwd. Het heeft dienst gedaan als hoofdkwartier van het Belgisch leger in mei 1940. Vier maanden later was het een concentratiekamp.
 

De Willebroekse vaart
 
De behoefte aan een betere waterverbinding tussen Brussel en Antwerpen deed in de 15de eeuw te Brussel het verlangen ontstaan tot het graven van een kanaal. Het moest Brussel met de Rupel verbinden. In 1477 werd de toelating voor het graven van een “vaart” gegeven. Toch zou het nog duren tot 16 juni 1550 voordat de officiële start werd gegeven.
Een van de grootste moeilijkheden werd gevormd door het hoogteverschil van 14m dat overwonnen moest worden. Iets meer dan drie jaar werd er aan het kanaal gewerkt tot de Rupeldijk doorgestoken kon worden. Het water kreeg toen de vrije loop in de nieuwe bedding. De bedoeling was het water te laten stromen tot aan de eerste sluis, die Tisselt was aangebracht. Door de grote druk braken de dijken echter en Tisselt werd grotendeels blank gezet. Daarom werd besloten te Willebroek een tussensluis te bouwen. Hieraan werd gewerkt tussen 1559 en 1561. Toch waren niet alle problemen van de baan : in 1569 brak het water opnieuw door de dijken, nu te Willebroek. Een kreek werd gevormd : heden bekend als de “Kraagput” ten oosten van het Zeekanaal Schelde – Brussel en ten noorden van de spoorweg. Om dergelijke rampen in de toekomst te vermijden, werd een nieuwe sas gebouwd aan de monding van de vaart in de Rupel te Klein – Willebroek. Het werd voltooid in 1575.
 

Economie


Oorspronkelijk en gedurende het grootste deel van zijn geschiedenis was Willebroek een landbouwdorp. Het ontstaan was trouwens te danken aan de ontginning van de broekgebieden die door inpoldering landbouwrijp gemaakt werden.
Zoals reeds vermeld heeft de Vaart (het Kanaal Schelde – Brussel) een stimulans gegeven aan handel en nijverheid. Toch was de industriële ontwikkeling in de eerste helft van de 19de eeuw nog bescheiden van omvang. Toen richtte Louis De Naeyer zijn papierfabriek op, waaraan ook een ketelmakerij werd toegevoegd. Vanuit Willebroek vertrokken producten naar de verste uithoeken van de wereld. De Naeyer is gesitueerd ten oosten van het Zeekanaal, tussen de Rupel en de Mechelsesteenweg.
In 1875 volgden “Les Ateliers de construction de Willebroeck”, beter bekend als “Den IJzeren”. Alle mogelijke metaalconstructies hier tot stand.
De inmiddels verdwenen Cokesfabriek vestigde zich in 1902 en de Ammoniakfabriek (thans Kemira NV) in 1928. Thans is “Kemira Noord” gesitueerd in het uiterste noordwesten van de gemeente, “Kemira” wordt doorsneden door de spoorweg in ligt tegen de A12 aan.
Meerdere kleinere bedrijven werden achteraf nog aan deze “Vier groten” toegevoegd. Zo ontwikkelde Willebroek zich tot een sterk industrieel centrum. Als gevolg hiervan werd de gemeente ook een haard ven sociale strijd en actie, een gunstige voedingsbodem voor het tot stand komen van een sterke arbeidsbeweging. Het nijvere Willebroek wist zich door dit alles op te werken tot een vooruitstrevende gemeenschap, ontelbare malen als voorbeeld gesteld voor andere gemeenten in het land.

Kapelle-op-den-Bos is een plaats en gemeente in de provincie Vlaams-Brabant Enkele fabrieken zoals Etex Group|Eternit, Feryn en[Sanpareil zijn gevestigd in de gemeente. Dit door de goede ligging; er is de belangrijke spoorlijn Gent-Dendermonde-Mechelen, het belangrijk Zeekanaal Brussel-Schelde en Kapelle-o/d-Bos ligt ook centraal tussen de A12 en |E 19]en steden zoals Mechelen,[Antwerpen en|Brussel.
Fietsen over het water
Een zalig tussendoortje of een opwarmertje voor onze Scheldetochten met Rivertours zijn de verschillende veren waarvan u tijdens uw fietstocht altijd een beroep kan doen. De veermannen varen u graag naar de andere kant van de rivier en als het écht moet, ook weer terug. Bij de fietstochten dewelke Rivertours voor u samengesteld heeft in Scheldeland, kan je van deze diensten gebruik maken om uw fietstocht rond te maken. Fietsen mogen immers mee op de boot. We geven alvast een overzicht mee van de openingstijden van de veren die we meest zullen gebruiken:
Baasrode-Kastel (over de Schelde)

1 april-30 september van 7 tot 21u. elk halfuur en uur.



Mariekerke-Moerzeke (over Schelde)

1 april-30 september van 8 tot 20u. elk halfuur en uur



Driegoten-Weert (over Schelde)

1 april-30 september van 8 tot 20u. elk halfuur en uur (Niet om 12.30u.)



Tielrode-Hamme (over Durme)

1 april-30 september van 7 tot 21u. elk halfuur en uur (Niet om 12.30u.)



Boom-Klein-Willebroek (over Rupel)

1 april-30 september van 7 tot 21u. elk halfuur en uur (Niet om 12.30u.)



Schelle- Wintam (over Rupel)

1 april-30 september van 8 tot 21u. elk halfuur en uur (Niet om 12.30u.)


Andere fietsroutes langs het water





TEMSE

Sterroute

 

Priester Poppe fietsroute

 

Fietsen door Natuurrijk Temse

 

Langs Vlaamse Wegen VTB-VAB brochure

 

Scheldeverentocht

DENDERMONDE

Ros Beiaardroute

 

De Pillecynroute

HAMME

Miraroute

KLEIN-BRABANT

Scheldedijkpad

SCHELDELAND

Aspergeroute

 

Baksteenpad

 

Toeristische kaart Rivierenland

PROV. ANTWERPEN

Fietsroutes Antwerpen-West

 

Getijdenfietsroute

 

Fietsknooppuntennetwerk Scheldeland

Een uitwerking van:




Rivertours staat in voor de reservatie en logistieke uitvoering
van de toeristische vaarprogramma’s van Boottochten Scheldeland.









De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina