Braillino Met draadloze Bluetooth technologie Versie 2 Horb, oktober 2007



Dovnload 0.64 Mb.
Pagina18/24
Datum20.08.2016
Grootte0.64 Mb.
1   ...   14   15   16   17   18   19   20   21   ...   24

8.2ATC


Met de ATC technologie, die op dit moment alleen voor de Modular Evolution beschikbaar is, kan uw leespositie op de brailleleesregel bepaald worden, wat u nieuwe mogelijkheden geeft bij de bediening en aansturing van de PC. Dit tabblad wordt alleen weergegeven, als uw screenreader door middel van de Handy Tech brailleleesregel driver de ATC-functies ondersteunt.

8.3Statuscellen


Om weer te geven, waar u zich op het beeldscherm bevindt, bijvoorbeeld in een menu of in een tekstveld, zijn er zogenaamde statuscellen. Wat precies in deze statuscellen wordt weergegeven, hangt af van de door u gebruikte screenreader. In het tabblad “Statuscellen” kunt u enkele opties voor deze statuscellen vastleggen.
In het veld ‘Apparaat” (Device) kunt u instellen, welk Handy Tech braillesysteem ofwel welke brailleleesregel u gebruikt. Standaard wordt het aangesloten apparaat herkend en ingesteld. U heeft via deze apparaatkeuze echter ook de mogelijkheid, andere Handy Tech brailleleesregels te configureren, ook als deze op het moment niet zijn aangesloten.
Daaronder kunt u het aantal statuscellen vastleggen. Standaard worden 4 cellen als statuscellen gebruikt. Tussen de statuscellen en de rest van de regel wordt automatisch een lege cel als scheiding ingevoegd. Deze lege cel heeft geen functie.
In het veld “Positie van de statuscellen” (Position of status cells) legt u vast, of de statuscellen rechts of links op de brailleleesregel worden geplaatst. Standaard bevinden ze zich links.
Met het selectievakje “Statuscellen weergeven” (Display status cells) kunt u instellen, of de statuscellen worden weergegeven of niet. Standaard worden de statuscellen niet weergegeven. Een snellere manier, om de statuscellen in- of uit te schakelen, is om gelijktijdig [SPCL + SPCR] in te drukken. U hoeft hiervoor het instellingenmenu niet te openen.

8.4Toets acties


Op dit tabblad kunt u de toetsen op uw braillesysteem op de volgende drie manieren beïnvloeden:

  • Toetsblokkering (Key Lock]: toetsen, die als geblokkeerd zijn gedefinieerd, worden genegeerd bij het indrukken.

  • Sneltoetsen: toetsen (Fast Keys), die als sneltoetsen zijn gedefinieerd, voeren hun actie al uit bij het indrukken en niet pas bij het loslaten van de toets.

  • Toetsherhaling (Repaet Keys): toetsen die als herhalingstoetsen zijn gedefinieerd, voeren hun actie met regelmatige intervallen uit, als de toets langer wordt ingedrukt.

8.4.1Toetsblokkering


Om te vermijden, dat bijvoorbeeld bij het leren werken met uw braillesysteem onbedoelde functies door het onopzettelijk indrukken van een toets worden uitgevoerd, kunnen toetsen geblokkeerd worden.

Met het selectievakje “Toetsblokkering gebruiken” (Use Key Lock) kunt u deze functie activeren. Door middel van de knop “geblokkeerde toetsen…” (Locked Keys) opent u het dialoogvenster “Geblokkeerde toetsen voor het apparaat definiëren” (Define locked keys for device). In het veld “Apparaat” (Device) wordt automatisch de aangesloten brailleleesregel vermeld.

Daarna moet u in het veld “Beschikbare toetsen” (Available Keys) die toetsen uitkiezen, die u wilt blokkeren. Gebruikt u de knop “Toevoegen“(Add) om de gewenste toets naar de lijst “Geblokkeerde toetsen” (Locked Keys) te verplaatsen. Met de knop “Verwijderen” (Remove) wordt de betreffende toets weer in de lijst beschikbare toetsen terug geplaatst.

Standaard zijn er geen toetsen geblokkeerd.


8.4.2Sneltoetsen


Sneltoetsen dienen om de door het indrukken van een toets uitgevoerde functie al bij het indrukken en niet pas bij het loslaten van een toets uit te voeren. Als in een combinatie van meerdere toetsen een sneltoets zit, dan moet die als laatste worden ingedrukt.
Met het selectievakje “Sneltoetsen gebruiken” (Use Fast Keys) kunt u deze functie activeren. Door middel van de knop “Sneltoetsen…” opent u het dialoogvenster “Sneltoetsen voor het apparaat definiëren” (Define Fast Keys for device). In het veld “Apparaat” (Device) wordt automatisch de aangesloten brailleleesregel vermeld.

Daarna moet u in het veld “Beschikbare toetsen” (Available Keys) die toetsen uitkiezen, die u als sneltoetsen wilt gebruiken en door middel van de knop “Toevoegen” (Add) naar de lijst “Sneltoetsen” verplaatsen. Standaard zijn er geen toetsen als sneltoets ingesteld. In de braille-invoer zijn geen sneltoetsen geactiveerd.


8.4.3Toetsherhaling


Met de toetsherhaling kunt u een door een druk op een toets uitgevoerde functie in instelbare tijdsintervallen steeds weer laten herhalen. Dat heeft het voordeel dat u, wanneer u bijvoorbeeld door een lijst van aantekeningen wilt bewegen, niet voor iedere aantekening opnieuw op de toets hoeft te drukken. U kunt de toets ingedrukt houden, tot de cursor zich op de gewenste plaats in de lijst bevindt.
Met het selectievakje “Toetsherhaling gebruiken” (Use Repeat Keys) kunt u deze functie activeren. Standaard is de toetsherhaling uitgeschakeld. Door middel van de knop “Herhalingstoetsen…” (Repeat Keys…) opent u het dialoogvenster “Instelling voor toetsherhaling” (Settings for repeat keys). In het veld “Apparaat” (Device) wordt automatisch de aangesloten brailleleesregel vermeld.

Daarna moet u in het veld “Beschikbare toetsen” (Available Keys) die toetsen uitkiezen, die u als herhalingstoetsen wilt definiëren en door middel van de knop “Toevoegen” (Add) naar de lijst “Herhaalbare toetsen” verplaatsen.

Voor de braillesystemen zijn de toetsen [1], [4], [TLB], [TLO], [TRB] und [TRO] standaard met een herhalingsinterval van 500 milliseconden ingesteld, als u de toetsherhaling inschakelt. U kunt deze tijd in het veld “Herhalingsinterval in milliseconden” veranderen.

In de braille-invoer is de toetsherhaling gedeactiveerd


8.5Overige


Op het tabblad “Overige” kunt u vastleggen, of uw acties in een protocolbestand (logboek) moeten worden bijgehouden. Deze functie is alleen nuttig in het geval u hulp nodig heeft. Activeert u deze functie alleen wanneer bijvoorbeeld de helpdesk van uw leverancier u daarom vraagt.

Waar dit protocolbestand opgeslagen moet worden, kunt u vastleggen in het veld “Protocolbestand”.


Als u het selectievakje “Bij braille-invoer punt 7 en 8 als Backspace respectievelijk Entertoets” (Quick Entry in PC mode by Dot 7 as Back Space and Dot 8 as Enter) aanvinkt, functioneert toets [7] ] bij de braille-invoer als Backspace en toets [8] als Enter. Als u deze functie niet wilt gebruiken, kunt u het selectievakje op deze plaats deactiveren.


1   ...   14   15   16   17   18   19   20   21   ...   24


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina