Braillino Met draadloze Bluetooth technologie Versie 2 Horb, oktober 2007



Dovnload 0.64 Mb.
Pagina5/24
Datum20.08.2016
Grootte0.64 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   24

2.8Technische gegevens


  • 20 concaaf gevormde braillecellen

  • 20 cursorrouting-toetsen

  • 2 Triple Action toetsen

  • 8 Functietoetsen

  • 2 spatietoetsen

  • 1 seriële aansluiting, toetsenbordaansluiting

  • Draadloze Bluetooth technologie

  • 4 MB geheugen

  • 9 V gelijkspanning, 1,3 A

  • Bedrijfstijd batterijen ca. 25 uur, met Bluetooth ca. 14 uur

  • Snellaadschakeling (<3 uur)

  • Kleur: Handy Tech blauw

  • Afmetingen: 22,3 cm breed, 12,3 cm diep, 3,3 cm hoog

  • Gewicht: 688 gram

3Ingebruikname

3.1Versie informatie


Vanaf dit hoofdstuk worden algemene eigenschappen van de Handy Tech braillesystemen beschreven. Deze handleiding heeft betrekking op de firmware versie 4.0 van uw braillesysteem.

3.2Inschakelen van het apparaat


Als u een braillesysteem met oplaadbare batterijen gebruikt, controleer dan eerst of de isoleerstrip die bij levering uit het oplaadbare batterijvak in de bodem van de behuizing steekt, verwijderd is. U kunt nu onafhankelijk van het elektriciteitsnet werken, omdat de oplaadbare batterijen al opgeladen zijn.

Druk de aan/uitschakelaar naar u toe in. Een korte, hoge pieptoon klinkt en op de brailleleesregel verschijnt de startmelding:


Handy Tech BRAILLE SYSTEM Ver. Fx.xxx’
BRAILLE SYSTEM staat hier en in de navolgende tekst voor de volgende leden van de Handy Tech productfamilie:

  • Braille Wave

  • Braille Star 40

  • Braille Star 80

  • Braillino

Als u de Braillino gebruikt, verschijnt de melding:

HT Braillino Ver. Fx.xxx’ .
Bij Ver. Fx.xxx is x.xxx het versienummer van de firmware waarmee u werkt (z.B. 4.0).
De hoge pieptoon, gevolgd door een tweede lage pieptoon bij het inschakelen, geeft aan dat u zich in de firmware-modus bevindt. Dit wordt bovendien door de letter “F” direct voor het versienummer aangeduid.
Na de lage pieptoon, die ook de ‘klaar voor gebruik’-toon wordt genoemd, kunt u beginnen te werken.
Als bij het inschakelen alleen de lage pieptoon hoort, betekent dat, dat u zich in een andere modus bevindt, namelijk de zogenaamde EPROM-modus. Dan ziet ook de startmelding er anders uit:
Handy Tech BRAILLE SYSTEM Ver. Ex.xx’
Daarbij is x.xx het versienummer van de EPROM, waarmee u werkt (bijvoorbeeld 2.00).
In de EPROM modus kan het braillesysteem alleen als brailleleesregel worden gebruikt. Om in de firmware modus te komen, schakelt u het apparaat eerst weer uit. Hou dan bij het opnieuw inschakelen [6] ingedrukt. Na het klinken van de hoge pieptoon kunt u [6] loslaten.
Houd u er rekening mee, dat het braillesysteem pas na het klinken van de lage ‘klaar voor gebruik’-toon helemaal bedrijfsklaar is. Voor die tijd kan het apparaat geen data uitwisselen of op andere gebeurtenissen van buiten reageren, zoals een druk op een toets.

U bevindt zich nu in het hoofdmenu van het braillesysteem, waar u de verschillende functies kunt activeren.


Als u in plaats van de bovenstaande melding bij het inschakelen van de firmware modus een melding krijgt die begint met ’FER:’, ’Warning’ of ’WRN:’, dan is de software van het Braillesysteem ontspoord. Gedetailleerde informatie en hulp vindt u in de hoofdstukken over firmware updates en foutmeldingen.
Voordat u nu eindelijk kunt beginnen, willen we u nog graag kort met een aantal basisconcepten van het braillesysteem vertrouwd maken.

3.3Bedieningsprincipes

3.3.1Gebruiksmodi van het braillesysteem


Zoals reeds vermeld, beschikt uw braillesysteem over 2 gebruiksmodi. In de eerste gebruiksmodus, de zogenaamde EPROM modus, werkt uw braillesysteem alleen als brailleleesregel en kan nieuwe firmware accepteren. In de tweede gebruiksmodus, de firmware modus, staan alle functies van het braillesysteem tot uw beschikking.

Het omschakelen tussen de beide modi gebeurt bij het inschakelen van het apparaat:



  • Als u de [6] kort ingedrukt houdt, schakelt u naar de firmware modus om. U herkent de firmware modus aan een zeer hoge pieptoon, die direct klinkt, gevolgd door de lagere ‘klaar voor gebruik’ toon. Op de brailleleesregel staat de letter “F” voor het versienummer.

  • Als u de [8] kort ingedrukt houdt, schakelt u om naar de EPROM modus. Er klinkt alleen de ‘klaar voor gebruik’ toon en op de brailleleesregel staat een “E” voor het versienummer.

Als u het braillesysteem opstart zonder op een toets te drukken, start het op in de laatst ingestelde modus.


NB:

Om nieuwe firmware te downloaden (Hex-bestanden), moet het braillesysteem in de EPROM modus staan. Bij het laden van tekstbestanden moet het daarentegen in de firmware modus staan.


U kunt pas na het klinken van de ‘klaar voor gebruik’ toon met uw braillesysteem werken.

3.3.2Opslaan van data (back-ups maken)


Voor u uw braillesysteem uitschakelt, moet u de tekstverwerker verlaten en alle data opslaan, omdat deze bij het uitschakelen van het apparaat niet automatisch worden opgeslagen.

3.3.3Brailletoetsencombinaties


Het brailletoetsenbord is zeer eenvoudig in het gebruik. Functies van toetsen worden pas uitgevoerd, wanneer ze losgelaten worden. Als een teken uit meerdere toetsen bestaat, wordt het pas gevormd na het loslaten van alle toetsen.
Om functies uit te kunnen voeren, die op het standaard toetsenbord eigen toetsen hebben, maar ook om een efficiënte bediening te realiseren, staan brailletoetsencombinaties ter beschikking. Dat zijn letters of braillepunten, die in combinatie met de spatiebalk worden ingedrukt. Zo kunt u bijvoorbeeld in de tekstverwerker met brailletoetsencombinatie i [SPC + 2 4] tussen invoeg- en overschrijfmodus wisselen.
Bij brailletoetsencombinaties wordt een functie al uitgevoerd, als u één van de ingedrukte toetsen loslaat. Om letters in te voeren, moeten alle toetsen worden losgelaten; pas dan wordt de letter uitgevoerd.
Een lijst van alle beschikbare toetsencombinaties vindt u in hoofdstuk 11.

3.3.4Waarschuwingstonen


Het braillesysteem beschikt over verschillende waarschuwingstonen, om toestanden aan te duiden of om u op een mogelijke fout opmerkzaam te maken.

  1. ‘Klaar voor gebruik’ toon: een lage toon, die klinkt bij het inschakelen. Als aan de ‘klaar voor gebruik’ toon een zeer korte, hoge toon voorafgaat, gevolgd door een langere pauze, dan bevindt u zich in de firmware modus.

  2. Waarschuwingstoon: dit is een korte serie van 2 opeenvolgende tonen. Deze klinkt bijvoorbeeld, als u zich aan het begin of eind van een tekst in de tekstverwerker bevindt of wanneer u een zoekopdracht afbreekt.

  1. Error toon: deze bestaat uit meerdere opeenvolgende waarschuwingstonen en klinkt bijvoorbeeld voor het wissen van bestanden.

NB:


U kunt instellen, in welke situaties het braillesysteem akoestische signalen geeft. (Zie bijvoorbeeld paragraaf 5.1.8 en 5.1.8.10). In deze gebruikershandleiding gaan we ervan uit, dat de instellingen op Actiebevestigingen (‘Action Confirmations’) gesteld zijn. Dit is de standaard instelling.

3.3.5Systeemmeldingen


Het braillesysteem geeft meldingen om het succesvol afsluiten van een handeling aan te geven, of om u op een mogelijke bedieningsfout te wijzen. Als het om een foutmelding gaat, of in andere belangrijke gevallen, worden de meldingen door een pieptoon begeleid.
Het verdient aanbeveling, de meldingen nauwgezet door te lezen, voor u verder gaat. Vaak bevatten ze aanwijzingen, hoe verder te gaan.
De meeste foutmeldingen worden gegeven in de taal van een land. Er zijn echter ook systeemmeldingen, die alleen in het Engels beschikbaar zijn. Belangrijk zijn meldingen die beginnen met 'fatal', 'fer:', 'error' of 'wrn:'.
Nadat u de melding gelezen heeft, kunt u deze met [TLM] verlaten. Meestal bevindt u zich daarna weer op de plek, waarop de melding werd gegeven. Als de tekst niet op de brailleleesregel past, kunt u met de leestoetsen [TB] en [TO] door de tekst navigeren.
In hoofdstuk 12 vindt u een lijst met verklaringen van belangrijke meldingen.

3.3.6Selectievakjes


Selectievakjes zijn schakelaars, die de toestand “aan” of “uit” kunnen hebben. Ze bestaan uit een symbool, dat hun toestand aangeeft en een betekenis. Het symbool “[X]” geeft aan, dat het selectievakje actief is, terwijl “[ ]” een niet actief selectievakje, dus de “uit”-toestand, aangeeft.
De omschakeling van de toestand aan/uit vindt plaats door [SPC] of [TRM] in te drukken. Bij iedere keer indrukken wordt de toestand omgeschakeld. Als alternatief kan ook de cursorrouting toets boven het selectievakje worden ingedrukt. Zodra u een nieuw menu item kiest, blijft de laatst ingestelde toestand bewaard. Pas als u het menu ‘Opties’ (Options) verlaat, worden de instellingen permanent opgeslagen.
Selectievakjes worden gebruikt om de functies van uw braillesysteem aan te sturen en worden aangetroffen in het menu “Opties”. Een voorbeeld is de mogelijkheid om met 6- of 8-puntsbraille te werken.
NB:

Als het braillesysteem wordt uitgeschakeld, zonder het Optiemenu te verlaten, dan gaan de laatste veranderingen verloren. Het permanent opslaan van de instellingen gebeurt pas bij het verlaten van het menu ‘Opties’!


3.3.7Keuzerondjes (1 uit x)


Keuzerondjes zijn vergelijkbaar met trapschakelaars, bijvoorbeeld van 0 tot 10. Ze vormen een groep schakelaars, die de toestand “aan” of “uit” kunnen aannemen, waarbij steeds 1 schakelaar gekozen kan worden.
Ze bestaan uit een symbool, dat hun toestand aangeeft en een betekenis. Het symbool “(X)” geeft aan, dat de knop actief is, terwijl “( )” een inactieve schakelaar weergeeft.
De keuze van een schakelaar vindt plaats door op [TLM] of [TRM]. te drukken. Als alternatief kan ook de cursorrouting toets boven het keuzerondje worden ingedrukt. Een voorbeeld is de instelling van de frequentie van akoestische meldingen, die op verschillende niveaus kan worden ingesteld.
NB:

Zoals hierboven vermeld, worden instellingen pas bij het verlaten van het menu “Opties” opgeslagen!


3.3.8Het bestandssysteem


Bestanden worden op een niet-vluchtige geheugenmodule opgeslagen: een serieel Flash geheugen. Dat garandeert, dat ook na uitval van de stroomvoorziening van het braillesysteem de opgeslagen bestanden behouden blijven. De geheugencapaciteit bedraagt 4 MB. Het bestandssysteem is een “vlak” bestandssysteem; dat betekent, dat er geen submappen kunnen worden aangelegd. De kleinst aanspreekbare eenheid (sector), is ongeveer 8000 tekens groot. Dat betekent dat bestanden die kleiner zijn dan 8000 tekens, altijd 8000 tekens beslaan. Daarom is het aan te bevelen, notities in grotere bestanden samen te vatten in plaats van ze in veel kleine notitiebestanden op te slaan; en ze van eenduidige naamgeving te voorzien, die het eenvoudig maakt ze terug te vinden.
NB:

  1. de firmware is niet in het bestandssysteem vastgelegd, maar in een andere geheugenmodule, een zogenaamd parallel Flash geheugen.

  2. Mocht u zich afvragen, waarom bij een eerste controle van de vrije geheugenruimte al een verschil bestaat tussen gebruikte en vrije geheugenruimte: dat komt omdat het braillesysteem zelf ook geheugenplaats nodig heeft voor gegevens. Zo heeft het bestandssysteem plaats nodig voor systeemsectoren, maar ook de configuratie en de brailletabellen worden in bestanden opgeslagen. Verder zijn alle dialogen, meldingen en andere teksten opgeslagen in een meldingsbestand.

  3. Als bestandsnamen kunnen maximaal 64 tekens worden gebruikt, bijvoorbeeld “Braillesysteem.txt”. Daarbij zijn alle bijzondere tekens toegestaan.

  4. Het wissen van bestanden kan in het bestandsmenu van het braillesysteem plaatsvinden. Een gedetailleerde beschrijving vindt u in hoofdstuk 5.1.1.3.3 .

3.3.8.1Systeembestanden


Om instellingen te beheren of om informatie op te slaan, heeft de firmware van het braillesysteem eigen bestanden nodig. Deze bestanden hebben de extensie “HSF” (Handy Tech System File). Voorbeelden van systeembestanden zijn de meldingsbestanden (MSG.HSF) en de indeling van het externe toetsenbord (KBDLYOUT.HSF).
Standaard verschijnt er geen aanduiding van de systeembestanden. Dit kan evenwel in het menu Opties worden geactiveerd (zie hoofdstuk 5.1.8.5).

3.3.9Energiebesparende functie


Omdat het braillesysteem werkt op oplaadbare batterijen, beschikt het, om de bedrijfstijd van de batterijen te verlengen, over een energiebesparende functie.
Als gedurende meerdere minuten geen enkele toets van het braillesysteem wordt ingedrukt, dan wordt het in de zogenaamde “slaapstand” gezet. Daarbij worden de braillecellen uitgeschakeld en ook de elektronica wordt deels gedeactiveerd. Na een druk op een willekeurige toets is het braillesysteem direct weer geheel bedrijfsklaar. Dat merkt u, omdat de braillepunten weer omhoog komen.
Verdere informatie over de instelling van de energiebesparende functie vindt u in hoofdstuk 7.5 Configuratie modus.


1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   24


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina