Brandweer Den Haag / Specamon



Dovnload 217.08 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte217.08 Kb.




Haagse module


Complexe inzetten in gebouwen
Brandweer Den Haag



Brandweer Den Haag / Specamon







Complexe inzetten in gebouwen

Haagse module: Complexe inzetten in gebouwen

Samensteller : W. Goedhart
Brandweer Den Haag Specamon Personal Safety

Afdeling Operationele Ondersteuning Buurtweg 2, 4635 RN Huijbergen

Dedemsvaartweg 1 tel. 0164-642272 / fax 0164-643212

2545 CD Den Haag info@guide-linesystem.com

Met dank aan de leden van de WIP commissie (werkgroep inzet procedures)

© Copyright Brandweer Den Haag


Afdeling Operationele Ondersteuning

Beginvereiste pag. 3
Hoofdstuk 1. Inzet procedure pag. 4

Inleiding pag. 4

1. Hulpmiddelen pag. 4

2. Het werken met een bruggehoofd en standby ploeg pag. 6

3. Taakverdeling: pag. 7

Samenvatting pag. 8

Vragen pag. 8
Hoofdstuk 2 Het gebruik van loodslijnen pag. 9

Inleiding pag. 9

1. Samenstelling van een loodslijnenset pag. 9

2. Hoofdlijn pag. 10

3. Lijngeleiders pag. 11

4. Zijlijn pag. 13

Samenvatting pag. 14

Vragen pag. 14


Hoofdstuk 3 Werkwijze loodslijnen pag. 15

Inleiding pag. 15

1. Materialen mee te nemen naar het bruggehoofd. pag. 15

2. Uitlopen van de hoofdlijn pag. 16

3. Gebruik van de zijlijnen pag. 16

4. Verlengen van de zijlijnen pag. 17

5. Ingezette ploeg in problemen pag. 17

Samenvatting pag. 18

Vragen pag. 18
Hoofdstuk 4 Warmtebeeldcamera pag. 19

Inleiding pag. 19

1. Beschrijving van de warmtebeeldcamera pag. 19

2. Bediening van de camera pag. 20

Samenvatting pag. 20

Vragen pag. 20


Hoofdstuk 5 Objectinformatie. pag. 21

Inleiding pag. 21

1. SM 88 informatie. pag. 21

2. Aanvalsplannen. pag. 22

3. Lezen van de informatie en aanvalsplannen. pag. 23

Samenvatting pag. 23

Vragen pag. 23
Hoofdstuk 6 Ademluchtregistratie pag. 24

Inleiding pag. 24

1. Registratiekoffer pag. 24

2. Registratielijst pag. 25

3. Berekening werktijden pag. 26

4. Gebruik signaalwekker pag. 27

Samenvatting pag. 28

Vragen pag. 28

pag. 29
Voorbeeld registratielijst pag. 29

Inleiding
De cellenbrand in het hoofdbureau van Politie in 1987 waarbij twee van onze collega’s om het leven kwamen, is voor de Brandweer van Den Haag aanleiding geweest procedures en hulpmiddelen te ontwikkelen voor complexe inzetten in gebouwen.
De hulpmiddelen zijn ook onafhankelijk van elkaar te gebruiken, als hulpmiddel bij normale inzetten. Door gebruik te maken van deze middelen wordt, voor dit moment, de veiligheid van het in te zetten personeel op het hoogste veiligheidspeil gebracht.
Door andere bouwontwerpen en gebruik van steeds andere materialen bij het bouwen, moeten we onze inzetten blijven evalueren en procedures en hulpmiddelen blijven ontwikkelen en bijstellen.
Deze module behandelt procedures en hulpmiddelen bij die complexe inzetten in gebouwen. In het eerste hoofdstuk worden de procedures en afspraken uitgelegd. In de volgende hoofdstukken worden de loodslijnen, warmtebeeldcamera, objectinformatie en ademluchtregistratie behandeld.
Na het bestuderen van deze module bent u in staat om de procedures en hulpmiddelen te herkennen, in eigen bewoordingen te verklaren en in de praktijk toe te passen. Het gebruik van deze middelen behoort tot de basisvaardigheden van een junior medewerker bassisbrandweerzorg bij de brandweer Den Haag en zal dus ook regelmatig beoefend moeten blijven.

Beginvereiste
De beginvereiste voor deze module is het diploma brandwacht, bestaande uit de modules:
* 101 Repressie
* 102 Levensreddende handelingen
* 103 Persoonlijke bescherming.
Voor de module 102 kan vrijstelling worden verleend als u in het bezit bent van een geldig E.H.B.O. diploma met de aantekening reanimatie .

Hoofdstuk 1. Inzet Procedure
Inleiding

Bij complexe inzetten in gebouwen worden procedures gevolgd, die afwijken van de standaardinzetten zoals behandeld in de modules Repressie en Persoonlijke bescherming. In paragraaf 1 van dit hoofdstuk worden de hulpmiddelen die gebruikt kunnen worden beschreven. De werking en het gebruik van de hulpmiddelen worden in de volgende hoofdstukken behandeld. In paragraaf 2 wordt het weken met een bruggehoofd en standby-ploegen behandeld. Paragraaf 3 geeft de taakverdeling van de mensen en voertuigen aan.

Na het bestuderen van dit hoofdstuk bent u in staat om bij complexe inzetten in gebouwen de procedures toe te passen en weet u welke hulpmiddelen u ter beschikking staan.
1. Hulpmiddelen

Voor complexe inzetten in gebouwen heeft u de volgende hulp­midde­len ter beschikking:

Portofoons

Loodslijnen

Warmtebeeldcamera

Objectinformatie

Ademluchtregistratie

Afbeelding 1



Kanaal 17


Hoofd- en zijlijnen

Markeringen in hoofdlijn

Slachtoffers herkennen
Extra informatie

Siemens meld-

systeem 88
Portofoons

Standaard beschikt iedere ploeg van een tankautospuit in Den Haag over een portofoon. De portofoons zijn afgestemd op het object­kanaal 17. De normale radioprocedure blijft bij complexe inzetten in gebouwen gehandhaafd. De verbindingscommando-wagen die ter plaatse komt, zal u eventueel andere kanalen toewijzen.


Loodslijnen

Loodslijnen bestaan uit hoofd- en zijlijnen. De hoofdlijn is bedoeld om een veilige route te markeren tussen de vertrekplaats (bruggehoofd) en de inzetplaats. De zijlijnen dienen om verkenningen vanaf de hoofdlijn op een veilige manier uit te kunnen voeren.

Markeringen in de hoofdlijn wijzen de terugweg naar het bruggehoofd aan. Hierdoor bent u in staat om veilig en snel naar het bruggehoofd te gaan.
Warmtebeeldcamera

De warmtebeeldcamera is bedoeld om met rook gevulde ruimtes te doorzoeken. Met behulp van de camera kunt u in zo'n ruimte slacht­offers herkennen en warme plekken (brandhaarden) zien, zonder dat u op de tast de ruimte moet verkennen.


Objectinformatie

Objectinformatie kan bestaan uit een aanvalsplan of SM 88 infor­matie. Objectinformatie verschaft de bevelvoerder extra informatie over het pand en de speciale gevaren van het pand en de daarin gebruikte en opgeslagen materialen.

SM 88 is een afkorting van het Siemens meldsysteem 88.

Middels dit systeem zijn objecten met hun brandmeldcentrale aan­gesloten op de regionale alarmcentrale. Van iedere aangesloten abonnee is een pagina tekst met enkele gegevens zoals adres, opvang en binnentreding en een plattegrond met daarop de ligging van het gebouw op de tankautospuiten geplaatst. Aanvalsplannen gaan veel verder, alle gevaren en bijzonderheden van een gebouw zijn in een tekstgedeelte beschreven en van iedere verdieping is een plattegrond getekend met daarop alle bijzonderheden en looproutes. Aanvalsplannen zijn samen met sleutels van het gebouw geplaatst in een speciale kast in het gebouw. Als er een aanvalsplan aanwezig is staat dit aangegeven in de SM 88 informatie.


Ademluchtregistratie


Controle op het verbruik van ademlucht tijdens de inzetten vergroot de veiligheid. Via de ademluchtregistratie is er tijdens de inzet goed overzicht welke mensen met ademlucht zijn ingezet. De hoeveelheid ademlucht en de inzettijd die deze mensen nog hebben, kan zo ieder moment worden overzien.


Bruggehoofd

Standby-ploeg

2. Het werken met een bruggehoofd en een standby ploeg

Bij een standaardinzet zal vaak bij de tankautospuit al een commando 'verkennen' worden gegeven. Ploegen worden apart en met een grote zelfstandigheid ingezet. De bevelvoerder neemt zelf een gedeelte van de verkenning voor zijn rekening en zal een ontmoetingsplaats met de ploegen afspreken.


Moeilijke aanvalswegen en ingewikkelde gebouwen maken de inzetten complex. Om toch op een veilige manier te kunnen werken, wordt de aanpak van dergelijke complexe inzetten aangepast.

Bij een complexe inzet in een gebouw worden de ploegen vanuit een veilige plaats dicht bij de brand ingezet. Deze plaats wordt het Bruggehoofd genoemd. De bevelvoerder(s) van de ingezette tank­autospuiten blijven op deze plaats achter en nemen zelf geen deel aan de verkenning. De bevelvoerder bepaalt vanuit het bruggehoofd wat de hoofd-aanvalsroute wordt. Die wordt verkend en uitgezet door de aanvalsploeg, met behulp van een loods-lijn (hoofdlijn). De waterploeg verkent de ruimten naast de hoofdroute door langs de uitgezette hoofdlijn gebruik te maken van zijlijnen.


De bevelvoerder kiest de aanvalsroute veelal via een doorgaande bestaande looproute in het gebouw. Deze route loopt vanaf een rookvrije ruimte naar een rookvrije ruimte. In principe zijn op grond van de preventieve eisen, de gangen in een gebouw om de 30 meter voorzien van een rookscheiding. De hoofdlijnen die gebruikt worden zijn 30 meter lang. De aanvalsploeg beschikt over twee hoofdlijnen, de lijnen kunnen gekoppeld worden zodat langere routes overbrugd kunnen worden.
Eén ploeg blijft op het bruggehoofd gereed staan om, indien noodzakelijk, gelijk assistentie te kunnen verlenen. Deze ploeg wordt de standbyploeg genoemd. In aanvang is dit de waterploeg van de eerste tankautospuit, later kan dit een andere ploeg zijn, bijvoorbeeld de bemanning van een redvoertuig dat verder niet ingezet wordt. Doordat er drie ploegen nodig zijn voor deze manier van werken, zal bij het toepassen van deze procedure het naderbericht 'Inzet­procedure complex gebouw' worden gegeven. De regionale alarm­centrale alarmeert dan een 2e tankautospuit, redvoertuig, hulp­verlenings­voertuig, adembeschermingsvoertuig en de officier van dienst. De standby-ploeg kan de bevelvoerder helpen bij zijn taken op het bruggehoofd, bijvoorbeeld het bijhouden van de ademlucht­registratie.
3. Taakverdeling:

Bij operationele inzetten werkt u met een vaste taakverdeling; het aflegsysteem. Bij complexe inzetten in gebouwen is er ook een vaste taakverdeling voor ieder bemanningslid van een voertuig. Deze taakverdeling is als volgt:


1e tankautospuit

De bevelvoerder geeft leiding op het bruggehoofd en houdt de ademluchtregistratie bij.


De aanvalsploeg loopt de hoofdlijn uit en wordt vervolgens ingezet voor de verkenning van de ruimten rechts van de hoofdlijn.
De waterploeg staat als stand-by-ploeg gereed op het brugge­hoofd.
De pompbediener blijft bij zijn voertuig, bedient en onderhoudt de verbinding met de alarmcentrale, de pompbediener is net­controlestation.
2e en volgende tankautospuiten

De bevelvoerders geven leiding op de bruggehoofden en houden de ademluchtregistratie bij.


De aanvalsploegen lopen de hoofdlijnen uit en worden vervolgens ingezet voor de verkenning van de ruimten van de ruimten aan de zijkanten van de hoofdlijn.
De waterploegen worden ingezet voor verkenning langs de hoofdlijnen.
De pompbedieners blijven bij hun voertuigen, bedienen die en onderhouden de verbindingen met de alarmcentrale.

Adembeschermingsvoertuig


Op het bruggehoofd wordt door de bemanning van het adem­beschermingsvoertuig een depot met adembescherming en eerste verzorging ingericht. Zij verzorgen op het bruggehoofd de wisseling van ademluchtflessen.

Redvoertuig en hulpverleningsvoertuig


De bemanningen voeren de normale taken en opdrachten voor deze voertuigen uit. Als ze eventueel geen taak hebben kunnen ze aan de bevelvoerders van de tankautospuiten worden toe­gevoegd. Het registratiesysteem voorziet in het bijhouden van maximaal drie ploegen.

Officier van dienst


Coördineert de totale inzet en onderhoudt verbindingen met de voertuigen en alarmcentrale. De bevelvoerders blijven de eigen ploegen aansturen, ze rapporteren naar de O.V.D.
Samenvatting
Voor complexe inzetten in gebouwen staat u een aantal hulpmiddelen ter beschikking; t.w. portofoons, loodslijnen, warmtebeeld­camera, aan­vals­plannen, SM 88 informatie en ademluchtregistratie. Porto­foons zijn standaard op het objectkanaal 17 afgestemd. Loodslijnen­sets bestaan uit: hoofdlijnen, lijngeleider en zijlijnen. De lijnen zijn er om looproutes door een gebouw uit te zetten, zodat u zich veilig langs deze lijnen terug naar het bruggehoofd kunt begeven. Om gebouwen niet geheel op de tast te moeten doorzoeken, beschikt u over een warmtebeeldcamera, die temperatuurverschillen zichtbaar maakt. U bent hiermee in staat slachtoffers en smeulende resten snel op te sporen. Aanvalsplannen en SM 88 informatie geven de bevel­voerder ter plaatse en onderweg naar het object extra informatie. Ademluchtregistratie geeft u de zekerheid dat uw inzettijd bewaakt wordt. U zult door deze registratie op tijd worden gewaarschuwd terug te gaan. Bij complexe inzetten in gebouwen wordt gewerkt vanuit een bruggehoofd en met een stand-by-ploeg voor extra veiligheid. In dit hoofdstuk is ook de taakverdeling bij een complexe inzet in een gebouw besproken, dit zijn de procedures die je moet kunnen toe­passen.
Vragen

  1. Welke hulpmiddelen staan u ter beschikking bij complexe in­zetten in gebouwen ?

  2. Op welk kanaal staat een portofoon standaard afgesteld?

  3. Wat is een standby-ploeg ?

  4. Wat is de taak van de aanvalsploeg bij een complexe inzet in een gebouw ?

  5. Welk naderbericht geeft een bevelvoerder als hij overgaat tot het inzetten van lijnen ?

Lijnenset op iedere

Tankautospuit

Kegels geven de richting


naar bruggehoofd aan
Hoofdstuk 2 Het gebruik van loodslijnen

Inleiding


Bij een complexe inzet in gebouwen maakt u gebruik van loodslijnen. Met deze loodslijnen bent u verzekerd van een snelle en veilige terugweg. In paragraaf 1 wordt behandeld waaruit een complete set loodslijnen bestaat en wordt ingegaan op de samenstelling en kwaliteit van het materiaal van de lijnen. In paragraaf 2 tot en met 4 worden de hoofdlijne, lijngeleider en zijlijn verder behandeld. Na bestudering van dit hoofdstuk bent u in staat om de diverse onder­delen van de lijnenset te herkennen en te benoemen. Met deze kennis kunt u de lijnenset, na oefening, in de praktijk inzetten.
1. Samenstelling van een loodslijnenset

Lijnen zijn als set geplaatst op iedere tankautospuit. Op het adem­beschermingsvoertuig en de auto van de officier van dienst bevinden zich reservesets.


Een set loodslijnen bestaat uit:

- 2 hoofdlijnen

- 4 zijlijnen

- 6 lijnophouders

A
fbeelding 2

Loodslijnen zijn gemaakt van de kunstofvezel 'Aramide'. De lijnen bestaan uit een kerndraad met kegels en daar omheen zijn een binnen- en buitenmantel geweven. De kegels zijn in de lijn geweven om de richting naar het bruggehoofd aan te geven.


De treksterkte van de geweven kunststofvezel is 80 kg/mm2.

Het Aramide is hittebestendig tot ± 450 °C, de kegels tot ± 230 °C. De lijnen zijn niet bestand tegen direct vuurcontact !!! De omgevings­temperatuur bij brand is ± 200 °C. Loodslijnen dienen uitsluitend gebruikt te worden als loodslijn. Als werk- of redlijn zijn ze ongeschikt.

30 meter lang

Pijl naar bruggehoofd



2
Afbeelding 4
. Hoofdlijn

De hoofdlijn bestaat uit een lijn van 30 meter lang. Aan één zijde is de lijn voorzien van een borgbare karabijnhaak (soms zelfborgend) en aan de andere zijde heeft de lijn een ring voor verlenging. De lijn zit opgeborgen in een zak. De ring is met een sleutelring aan de binnenzijde van de zak bevestigd. Aan de zak zit een karabijnhaak waarmee de zak aan het ademluchttoestel bevestigd wordt.

Afbeelding 3
In de lijn zitten herkenningskegels geweven. Door de kegels op een bepaalde afstand in de lijn te weven, ontstaat de vorm van een pijl in de lijn (te voelen met de handschoenen aan). De pijl bestaat uit twee kegels, 10 cm van elkaar (zie A). Dit is de vlag van de pijl, ca. 33 cm verder één kegel als punt van de pijl (zie B). Deze pijl wijst naar het bruggehoofd. Zo kunt u bij terugkeer de richting controleren, waar u naar toe moet om het bruggehoofd te bereiken. De pijlen zijn om de 243 cm in de hoofdlijnen geweven, zodat u nooit twee pijlen tegelijk kunt voelen.

Afbeelding 4


Herkenningsplaatje

Terugtocht langs

verkende looproute



H

oofdlijn

Aan iedere lijn zit een peervormig herkenningsplaatje met daarop vermeld het voertuignummer b.v. de tankautospuit 32 en de datum van aanmaak van de lijn. De vermelding van het voertuignummer op het herkenningsplaatje is om bij inzetten van meerdere lijnen de lijn van het juiste voertuig te kunnen herkennen. De aanmaakdatum is van belang om meer inzicht te krijgen in de levensduur van de lijnen.

Afbeelding 5


3. Lijngeleiders

Om de hoofdlijnen te geleiden en vast te zetten zijn er 6 lijngeleiders, drie bij iedere hoofdlijn.


Afbeelding 5


De lijngeleiders kunt u gebruiken om de lijn vast te zetten. U moet er voor zorgen dat de lijn uw looproute volgt. Een veilige terugtocht loopt altijd langs een reeds verkende route. De lijn moet dan ook vastgezet worden als men deze looproute niet meer zou volgen.

Zelf oprollend


D
Afbeelding 8


it is bijvoorbeeld het geval als u een oversteek maakt of een binnen­waardse bocht in een gang of ruimte maakt.


Afbeelding 7


De lijngeleiders zijn heel gemakkelijk vast te zetten bij een deur. Maak de deur open, leg de lijngeleider aan de scharnierkant in de opening tot op het bovenste scharnier. Doe de deur dicht en zet de lijn aan de karabijnhaak vast.


Afbeelding 8


4. Zijlijn

De zijlijn is 9,5 meter lang, 4 mm dik en eveneens gemaakt van geweven Aramide. De lijn zit in een trommel met een zelfoprol­mechanisme.

H
Afbeelding 10
erkenningsplaatje

Aan de zijlijn zit een borgbare karabijnhaak (soms zelfborgend) om de trommel aan het ademluchttoestel te bevestigen.


Afbeelding 9


De borgbare karabijnhaak (soms zelfborgend) aan het begin van de lijn dient om de zijlijn aan de hoofdlijn te bevestigen. Aan deze haak zit een herkenningsplaatje met het nummer van de tankautospuit en één of twee klinknagels. Aan één klinknagel kunt u zien of voelen, dat het de lijn van de aanvalsploeg is. Twee nagels is de aanduiding voor de lijn van de waterploeg. Dit is van belang als u in de rook één van de twee ploegen moet zoeken. Komt u aan de hoofdlijn dan een van de haken van de zijlijnen tegen, dan kunt u voelen of het de zijlijn van de aanvals- of waterploeg is. Op het plaatje is ook weer de aanmaak­datum vermeld.
A
fbeelding 10
De ploeg van b.v. het redvoertuig heeft 3 klinknagels.
Noot: Er worden maximaal 3 ploegen op één hoofdlijn ingezet.

Samenvatting

Lijnensets bevinden zich op iedere tankautospuit, reservesets zijn aanwezig op het adembeschermingsvoertuig en bij de officier van dienst op het voertuig. Een set bestaat uit 2 hoofdlijnen, 4 zijlijnen en 6 lijnophouders. De lijnen zijn vervaardigd van Aramide, dat hitte­bestendig is tot ± 450 °C. Lijnen mogen niet direct met vuur in contact komen en uitsluitend gebruikt worden als loodslijn.

De lengte van een hoofdlijn is 30 meter en in de lijn zijn kegels geweven. Door de kegels op een bepaalde afstand van elkaar in de lijn te weven ontstaat er de vorm van een pijl. Die pijl wijst naar het bruggehoofd. Aan de lijn zijn plaatjes bevestigd waarop vermeld staat van welk voertuig de lijn afkomstig is en de datum van aanmaak van de lijn. Zijlijnen zijn dunne lijnen van 9,5 meter lang en zelfoprollend op een trommel. Aan de zijlijnen zit een plaatje. Door klinknagels kunt u voelen van welke ploeg de zijlijn is.
Vragen


  1. Waaruit bestaat een lijnenset ?

  2. Welke lengte heeft een zijlijn ?

  3. Hoe is de richting, die u langs een lijn naar de uitgang moet gaan herkenbaar gemaakt ?

  4. Wanneer moet u de hoofdlijn vastzetten ?

Aanvalsplan met sleutels



Hoofdstuk 3 Werkwijze loodslijnen

Inleiding


Bij inzetten hanteren we het aflegsysteem, hierin heeft ieder beman­ningslid van een tankautospuit zijn vaste taak en weet dan welke materialen hij mee moet nemen. Door het aflegsysteem te hanteren is er bij een inzet geen discussie over wat u nu moet doen of mee moet nemen, hierdoor kan snel worden opgetreden.
Het is dan ook van belang dat bij het werken met lijnen ook een vaste werkwijze wordt gehanteerd. In dit hoofdstuk wordt de werkwijze met loodslijnen behandeld.

In paragraaf 1 wordt behandeld welke materialen er door u mee moeten worden genomen. Paragraaf 2 behandelt hoe u de hoofdlijn op de juiste wijze uitloopt. Paragraaf 3 en 4 behandelen het gebruik van de zijlijn. Wat u moet doen wanneer een ingezette ploeg in problemen is, leest u in paragraaf 5. Na bestudering van dit hoofdstuk kent u de werkwijze van de lijnen en weet u wat er van u als beman­ningslid verwacht wordt. Na praktische oefeningen bent u in staat de juiste werkwijze te hanteren in de praktijk.


1. Materialen mee te nemen naar het bruggehoofd

Bij een complexe inzet in gebouwen nemen de bemanningsleden van de tankautospuit de volgende materialen mee naar het bruggehoofd:


Aanvalsploeg

nr. 1: 1 zijlijn, 1 hoofdlijn, 3 lijngeleiders

nr. 2: 1 zijlijn, 1 hoofdlijn, 3 lijngeleiders, portofoon
Waterploeg

nr. 3: 1 zijlijn

nr. 4: 1 zijlijn, portofoon
De bevelvoerder neemt vanaf de tankautospuit de SM 88 informatie, ademluchtregistratiekoffer en zijn portofoon mee.
De bevelvoerder van de eerst aankomende autospuit haalt indien aanwezig, het aanvalsplan met sleutels op en neemt deze mee naar het bruggehoofd. In de SM 88 informatie staat vermeld of er een plan is en waar het zich bevindt.

Bevelvoerder geeft


looproute aan

Verlengen hoofdlijn

Opruimen

Contact opnemen met

Bevelvoerder

Radioberichten kort

houden

2. Uitlopen van de hoofdlijn

De aanvalsploeg krijgt van de bevelvoerder de opdracht de hoofdlijn uit te lopen. Hij geeft ze de route en eventuele bijzonderheden op en laat die route ook zien op de tekening in het aanvalsplan.


Bij het bruggehoofd in de rookvrije ruimte maakt nr. 2 zijn hoofdlijn vast aan een vast punt. Zoals geleerd in de module persoonlijke bescherming lopen nr. 1 en 2, contact houdend met de muur, de lijn langs de afgesproken weg uit. Indien de lijn verlengd moet worden, gebeurt dit aan de stalen ring in de lijnzak. Nr. 2 neemt eventueel de lijn van nr. 1 over waarna de lijn verder kan worden uitgelopen. Tijdens het uitlopen zorgt nr. 2 ervoor dat de lijn zo strak mogelijk blijft. De lijn eventueel vastzetten, d.m.v. lijngeleiders daar waar door oversteken of bochten de lijn niet meer de juiste route blijft volgen. Aan het eind van de lijnen of in de bereikte rookvrije ruimte moet de lijn strak worden getrokken en vastgezet.
Het opruimen van de hoofdlijn gaat als volgt:

1. haak de opbergzak aan de voorzijde van de buikband van het ademluchttoestel;

2. duw de lijn met één hand in de zak en geleid hem tussen duim en wijsvinger van de andere hand.

Bij het opbergen moet u de lijn gelijk controleren op beschadigingen

.

Opdracht:



Loop een hoofdlijn uit door een gang waarin een binnen- en een buiten­hoek zitten. Zorg er door middel van de lijngeleiders voor dat de hoofdlijn uw looproute volgt.
De aanvalsploeg neemt contact op met de bevelvoerder als zij:

- de (afgesproken) weg niet kan vinden;

- een brandhaard tegenkomen;

- een slachtoffer tegenkomen;

- hun hoofdlijn(en) hebben uitgelopen en/of uit de rook zijn.
Radioberichten moet u zo kort en zakelijk mogelijk houden, veel radioverkeer is storend.

Nadat de aanvalsploeg de lijn heeft uitgelopen en vastgezet, keert ze langs de hoofdlijn terug. Met de zijlijnen verkent ze daarbij de rechts van de hoofdlijn gelegen ruimten.


3. Gebruik van de zijlijnen

- Bij gebruik van de zijlijnen eerst de zijlijn van nr. 2 of 4 gebrui­ken, eventueel verlengen met de lijn van nr. 1 of 3.

- De ruimten verkennen rechts naast de hoofdlijn.

- Karabijnhaak aan de hoofdlijn haken en borgen, karabijnhaak zoveel als mogelijk begeleiden langs de hoofdlijn.

- Op de terugweg naar het bruggehoofd steeds de hoofdlijn volgen.

Blijf staan waar u bent



4. Verlengen van de zijlijnen

Bij het verlengen van de zijlijnen moet worden voorkomen dat u de lijn laat schieten of laat vallen, omdat deze dan automatisch oprolt en u hem kwijt bent. Om dit te voorkomen, borgt u eerst de karabijnhaak van de zijlijn van nr. 1 of 3 aan de vaste karabijnhaak van de zijlijntrommel van nr. 2 of 4 (aan de rvs-beugel). Na het borgen maakt nr. 2 of 4 pas zijn zijlijntrommel los van zijn ademluchttoestel.


5. Ingezette ploeg in problemen

Als onverhoopt een ingezette ploeg in de problemen komt, blijven zij op de plaats waar zij zijn en nemen contact op met de bevelvoerder. Ook wanneer de inzettijd is verstreken en de bevelvoerder krijgt geen contact met de ingezette ploeg het volgende: Hij zal de stand-by-ploeg langs de hoofdlijn naar u toesturen. Zij zoeken daarbij de karabijnhaak met uw herkenningsplaatje aan de hoofdlijn. Dit is het plaatje met één of twee klinknagels. Bij de haak met het plaatje zijn ze maximaal 18 meter van u verwijderd. Door roepen of geleiding per portofoon kunt u ze dan naar u toe leiden.





Afbeelding 11

Opdracht:

Loop een hoofdlijn geheel uit en verleng hem daarna. Koppel daarna een zijlijn aan de hoofdlijn, loop deze ook uit en verleng hem.



Samenvatting

Bij de inzet met loodslijnen heeft iedereen een vaste taak en neemt vastgestelde materialen mee. Hoofdlijnen worden in opdracht van bevelvoerders uitgelopen. Ploegen nemen contact op met hun bevelvoerders als ze de afgesproken weg niet kunnen vinden, een slachtoffer of brandhaard tegenkomen, of hun opdracht uitgevoerd hebben. Onnodig radioverkeer moet worden vermeden. Bij breken of losschieten van een lijn moet u onmiddellijk blijven staan en contact opnemen met uw bevelvoerder.




Vragen


  1. Hoe lang is een hoofdlijn ?

  2. Wanneer moet u bij het uitlopen van de hoofdlijn contact opnemen met uw bevelvoerder ?

  3. Wat neemt de aanvalsploeg mee bij een lijneninzet ?

  4. Hoe kunt u bij een uitgelopen hoofdlijn de weg naar het bruggehoofd terugvinden ?

Twee camera’s


Storingen



Hoofdstuk 4 Warmtebeeldcamera

Afbeelding 13


Inleiding

Ruimten die onder de rook staan zijn moeilijk te verkennen. Zoals u geleerd is bij de module persooniijke bescherming verkent u deze ruimtes op de tast Een slachtoffer dat zelf niet in staat is u te roe­pen, kunt u missen op een centimeter afstand. Bij deze verkennin­gen is de warmtebeeldcamera een uitstekend hulp­middel. U kunt de contouren van slachtoffers door middel van de camera goed zien. De ruimte geheel op de tast verkennen is dan ook vaak niet nodig, soms kan u vanuit één punt met de camera de gehele ruimte overzien. Warme plekken van smeulende resten en ver­borgen brandhaarden worden eveneens zichtbaar. In dit hoofdstuk wordt de warmtebeeldcamera behandeld. In paragraaf 1 vindt u de be­schrij­ving van de camera, paragraaf 2 behandelt de bediening van de camera. Na bestudering van dit hoofdstuk bent u instaat om in uw eigen woorden de camera en zijn mogelijkheden te beschrijven en te benoemen en de camera in de praktijk te gebruiken.


1. Beschrijving van de warmtebeeldcamera

Brandweer Den Haag heeft de beschikking over twee warmte­beeldcamera's. Eén camera is geplaatst op het adembescher­mings­voertuig, de ander op het voertuig van de officier van dienst. Beide camera’s zitten in een koffer.

In de koffer is één set reserve-batterijen aanwezig. Voor oefenin­gen en demonstraties is er in de koffer een oplaadbare accuhouder aanwezig. Deze heeft een werktijd van ± 1 uur.
Bij storingen kunt u de batterijen vervangen en controleren of de schakelaars juist bediend zijn. Bij verdere problemen moet de camera nagezien worden door de technische dienst.
Samenvattlng

De warmtebeeldcamera is heel geschikt voor het opsporen van slacht­offers in met rook gevulde ruimten en voor het opsporen van smeulende resten en verborgen brandhaarden. Er zijn twee camera's beschikbaar voor een inzet. De camera werkt op een set batterijen 1 a 1,5 uur, bij iedere camera is een reserve set batterijen aanwezig. Gebruikt u de camera voor een oefening of demonstratie gebruik dan de oplaadbare accu deze heeft een werkduur van ± 45 minuten.


Vragen

1. Hoe lang kunt u met de camera werken met één set batterijen?

2. Voor welke doeleinden is de camera in te zetten?

3. Geef de drie stappen om de camera te bedienen.

Informatie in autotankspuiten

Hoofdstuk 5 Objectinformatie.
Inleiding

Bij een inzet verzamelt de bevelvoerder informatie over het incident en het gebouw, dit kost tijd, die is op het moment van de inzet heel kostbaar. Om nu bij een inzet in complexe gebouwen sneller en veiliger te kunnen werken verzamelen we vooraf al informatie over het gebouw. Deze informatie leggen we vast in SM 88 informatie en aanvalsplannen. In dit hoofdstuk behandelen we de SM 88 infor­matie en de aanvalsplannen. In paragraaf 1 wordt de SM 88 infor­matie beschreven en in paragraaf 2 het aanvals­plan. Paragraaf 3 behandelt het lezen van de informatie en plannen. Na het bestude­ren van dit hoofdstuk kunt u in eigen bewoordingen de SM 88 en aanvalsplannen beschrijven en bent u in staat om in de praktijk deze informatie te hanteren.


1. SM 88 informatie.

SM 88 is de afkorting van Siemens Meldsysteem 88. Bij het stellen van preventieve eisen aan een gebouw kan het een eis zijn dat het brandmeldsysteem wordt aangesloten op de alarmcentrale, dit gebeurt dan met het SM 88 systeem. Over het object van iedere abonnee die op dit systeem is aangesloten, wordt informatie over het gebouw vastgelegd en in de tanktautospuiten geplaatst. Hierdoor beschikt de bevelvoerder al tijdens het rijden naar het gebouw, door de SM 88 informatie over belangrijke gegevens. De informatie bestaat uit een tekening waarop de ligging en contouren van de begane grond van het gebouw. Daarop aangegeven de trappen­huizen, liften, uit- en toegangen, meldtableau en brandweer­ingang e.d. Op een tekstpagina staan de belangrijkste gegevens zoals adres, binnentreden, bewaking en plaats meldtableau.

Deze SM 88 informatie staat in iedere tankautospuit in de chauffeurscabine. Bij een uitruk naar een SM 88 abonnee krijgt u het meldnummer door van de alarmcentrale. De SM 88 informatie wordt gemaakt door de preparatie medewerker samen met perso­neel van de bureau's uit de sectoren.

Afbeelding 14

Aanvalsplannen in kast

in de gebouwen



2. Aanvalsplannen.

Voor verschillende gebouwen bestaat echter behoefte aan meer informatie, voor deze gebouwen worden dan aanvalsplannen ge­maakt. De aanvalsplannen worden door de sectoren zelf gemaakt volgens een afgesproken standaard opzet. Een sector bepaald zelf welk gebouw wordt voorzien van een aanvalsplan.

Een leidraad daarvoor is het volgende lijstje:

- cel- en bewaarinrichtingen

- psychiatrische inrichtingen

- ziekenhuizen

- verpleeginrichtingen

- verzorgings- en bejaardentehuizen

- historische gebouwen

- parkeergarages

- kantoorpanden

Een aanvalsplan bevat negen hoofdstukken tekst en plattegronden van iedere verdieping van het gebouw. In de hoofdstukken tekst worden de bijzonderheden in het gebouw benoemd, zoals bijvoor­beeld gevaarlijke stoffen, bereikbaarheid, waarschuwings­adressen, aantal personen dat in het gebouw is e.d. Van deze informatie wordt een boekwerk op A3 formaat gemaakt. Vier exemplaren worden tezamen met 6 sleutelbossen in een kast in het gebouw geplaatst. In de SM 88 informatie wordt vermeld waar deze kast zich bevindt. De kast kan door de bevelvoerders worden geopend met de sleutel uit de kluis in de tankautospuit. Bij een incident worden de aanvalsplannen uit de kast gehaald en meegenomen door de bevelvoerder naar het bruggehoofd. Van de aanvals­plannen is een exemplaar op A4 formaat aan ieder brandweer­bureau aanwezig. Door bij het oefenen gebruik te maken van de aanvalsplannen op A4-formaat voor naslag en bestudering, wordt er gelijk een controle op eventuele wijzigingen uitgevoerd.





Afbeelding 15


Symbolenlijst



3. Lezen van de informatie en aanvalsplannen.

Zowel de SM 88 informatie als de aanvalsplannen bevatten platte­gronden met symbolen. Het gaat te ver om een voorbeeld van een compleet plan in deze module op te nemen. Voor het bestuderen en leren lezen van deze plannen verwijzen we naar de aanvals­plannen aan de bureau's. Doordat de tekst in vaste hoofdstukken in ieder plan staat, vereenvoudigt dit het lezen. Het is dan ook niet noodzakelijk dat u ieder plan leest, maar dat u zich de hoofdstuk­indeling en tekenopzet eigen maakt. De SM 88 informatie is heel beperkt één A4 blad tekst en een plattegrond, hier is het belangrijk dat u de informatie aan de hand van de door de alarmcentrale opgegeven SM 88 nummers snel kunt op zoeken.


Opdracht:

Zoek in de SM 88 boeken het meldnummer 23.41 op, beschrijf het betreffende gebouw en geef de bijzonderheden aan.


Tijdens de lessen krijgt u nog een aantal opdrachten over het lezen van concrete aanvalsplannen en SM 88 informatie.
Samenvatting

Aanvalsplannen en SM 88 informatie dragen bij tot het snel en veilig betreden van gebouwen. Niet voor alle gebouwen is de infor­matie beschikbaar. Het is van groot belang dat u aanvals­plannen en SM 88 informatie kunt lezen, met name de platte­gronden met symbolen.

Aanvalsplannen zijn geplaatst in het object, SM 88 informatie staat in de tankautospuit.
Vragen

1. Waar bevinden zich de aanvalsplannen ?

2. Wat is er samen met het plan opgeborgen ?

3. Van welke gebouwen is SM 88 informatie beschikbaar ?

4. Waaruit bestaat de SM 88 informatie ?

5. Wat zijn de verschillen tussen een aanvalsplan en SM 88 informatie ?

Inhoud koffertje

Plotten


Hoofdstuk 6 Ademluchtregistratie
Inleiding

Bij brand maakt u regelmatig gebruik van ademluchtapparatuur. Tijdens het werken met de ademluchtapparatuur moet u voort­durend de druk op de manometer controleren, dit om het tijdstip te bepalen wanneer u de terugtocht moet aanvaarden. Dit blijkt in de praktijk lastig te zijn bij complexe inzetten. U heeft al zoveel om handen en aan uw hoofd, dat het precies bijhouden van de druk er bij inschiet, en u daardoor onveilig werkt. Door nu ademlucht­registratie door een derde te laten registreren en dit ook nog te doen door middel van signaalwekkers en registratielijsten wordt u altijd op tijd gewaarschuwd wanneer u de terugtocht moet aan­vaarden. Hierdoor maakt u optimaal gebruik van de hoeveelheid beschikbare ademlucht en bent u in staat om op tijd de terugtocht te aanvaarden. In paragraaf 1 wordt de registratiekoffer beschre­ven. Ook leert u hier hoe het "plotten" in zijn werk gaat. Paragraaf 2 behandelt het invullen van de registratielijst, paragraaf 3 behandelt de berekening van de werktijden (inzettijd). Paragraaf 4 leert u omgaan met de signaalwekkers.

Na bestudering van dit hoofdstuk bent u in staat om bij een inzet op te treden als plotter waarbij u gebruikt maakt van de adem­lucht­registratie.
1. Registratiekoffer

H
et hele registratiesysteem zit in één klein koffertje, dat op iedere tankautospuit is geplaatst. Re­ser­ve­koffertjes zijn geplaatst op het adembeschermingsvoertuig en het voertuig van de officier van dienst.

De inhoud van een koffertje bestaat uit:

- 3 signaalwekkers;

- een klokje;

- registratielijsten;

- een pen;

- een leesbril;

- een gebruiksaanwijzing;

- reserve batterijen voor de


signaalwekkers en klokje;

- dikke viltstiften.


Afbeelding 16
Het bijhouden van ademluchtregistratie wordt ook wel plotten genoemd. Iedere junior-medewerker basisbrandweerzorg moet als plotter kunnen optreden. Daartoe moet u in staat zijn om de registra­tie­lijst juist in te vullen en de signaalwekkers te bedienen.

Stopwatch voor tijdbewaking

Registratie stipt bijhouden

Meestal zal de bevelvoerder of een lid van één van de ploegen die op het bruggehoofd aanwezig is (standby-ploeg) de plotter zijn.

Doordat er gebruik gemaakt wordt van een signaalwekker voor de tijdbewaking, wordt u gewaarschuwd als u actie moet ondernemen.

Daardoor heeft u naast het bijhouden van de registratie nog de mogelijkheid om ter plaatse een andere taak uit te voeren.


Hoe gaat u te werk ?

1. vul de registratielijst in;

2. bereken de werktijd;

3. stel de signaalwekkers in;

4. start de signaalwekker als de ploeg de ademlucht aansluit.

5. neem bij het afgaan van het signaal contact op met de ploeg en laat ze de druk in de ademluchttoestellen controleren.

6. is de druk hoger dan 85 bar stel dan de tijd bij en herhaal punt 5 bij wederom afgaan van het signaal.

7. is de druk ± 85 bar laat de ploeg terugkeren naar het brugge­hoofd.

Voor iedere ploeg en iedere keer dat een ploeg wordt ingezet voert u de stappen 1 t/m 7 uit.
De veiligheid van ingezette mensen is afhankelijk van de plotter die de registratie bijhoudt. Het is van groot belang dat deze registratie dus stipt wordt bijgehouden I

2. Registratielijst

Bij aanvang van de inzet vult u de gegevens (nummer tankauto­spuit, bureau, object, bruggehoofd, verdieping en bij plotter uw eigen naam) in op de registratielijst (zie bijlage registratielijst). Voor iedere ploeg apart moet u de gegevens over inzettijd en druk in de cilinders bijhouden.


Wat moet u waar invullen?

Onder IN bij de P (pressure) vermeldt u de druk in het adem­lucht­toestel (laagste van de twee). Bij T (tijd) vermeldt u de tijd wan­neer de ploeg de ademlucht aansluit.

Onder de kop TERUG (berekend) vermeldt u de tijd wanneer de ploeg uit de inzet terug op het bruggehoofd zou moeten zijn ( tijd vertrek + werktijd).

Als de ploeg terugkeert op het bruggenhoofd noteert u dit tijdstip onder UIT (werkelijk). De ploeg moet er op toezien dat altijd de terugkomst­tijd vermeld wordt.


Samenvattend:

U vermeldt uitsluitend een tijd onder de kolom UIT wanneer de ploeg werkelijk naast u op het bruggehoofd staat.



3. Berekening werktijden

Om de signaalwekkers in te kunnen stellen moet de plotter de werk­tijd (inzettijd) van een ploeg weten.


De werktijd is de tijd die een ploeg heeft om na aansluiten van de ademlucht te werken en wel zodanig dat hij na het verstrijken van de werktijd nog 85 bar = ± 8,5 minuten heeft voor de terugweg.
Werktijden berekenen gaat als volgt:
(flesdruk - 85 bar voor de terugtocht) x flesinhoud : gemiddeld gebruik = werktijd in minuten.
Een ploeg ingezet met ademlucht moet op het moment dat de reservefluit in werking treedt op de uitgangsstelling terug zijn. Bij een druk van 85 bar heeft een ploeg nog ± 3 minuten voor de terugtocht, dit blijkt in de praktijk voldoende te zijn om een inzet­diepte van 60 meter te overbruggen bij een inzet met loodslijnen.
Voorbeeld berekening: een toestel met een druk van 160 bar heeft een werktijd van (160 bar - 85 bar) x 4,7 : 40 = 8,81 minuten werktijd.
Om bij een inzet niet gelijk te moeten gaan rekenen zijn op de registratielijst al werktijden bij 4 drukken berekend:
- 300 bar = 24 minuten;

- 250 bar = 19 minuten;

- 200 bar = 13 minuten;

- 150 bar = 7 minuten.


Het verbruik is ± 10 bar per minuut. Bijstellen van de werktijd aan de hand van de voorbeelden is dus snel mogelijk.
Voorbeeld werktijd bij een flesdruk van 310 bar is:

24 minuten (300 bar) + 1 minuut (10 bar) = 25 minuten.


Deze 25 minuten is dus de tijd die u op de signaalwekker moet in­stellen, bij het signaal heeft de ploeg dus nog 8,5 minuut om terug te keren.
4. Gebruik signaalwekker

D
e signaalwekkers zijn om de werktijd te bewaken, u stelt de werk­tijd dan ook in op de signaalwekker. Bij het afgaan van het signaal heeft de ploeg nog voldoende lucht voor de terugkeer naar het bruggehoofd.


Afbeelding 17
Functie toetsen:

linker toets = instellen uren (wordt bij plotten niet gebruikt)

middelste toets = instellen minuten

rechter toets = start/stop

Om het alarmsignaal te controleren drukt u op knop 3 terwijl de tijd op 0:00 staat. Met de middelste kunt u het alarm afzetten.
Instellen signaalwekker:

Minuten : middelste toets

Start : rechter toets

Stop : rechter toets

Alarm af : middelste toets

Reset instellingen : rechter-, rechter-, middelste toets


Als de signaalwekker bij een inzet afloopt, roept u de betreffende ploeg op en vraagt naar de druk in de ademluchttoestellen. Is deze druk 85 bar of minder dan moet de ploeg terugkeren. Heeft een ploeg op het moment van oproepen meer dan 85 bar lucht dan berekent u de werktijd opnieuw en vermeldt dit in de lijst. De ploeg kan de extra werktijd nog ingezet worden.
Opdracht: Stel de tijd in op 2 minuten en start de signaalwekker. Als het alarm gaat schakel het dan uit.
Opdracht: Stel de signaalwekker in op 35 minuten. Stop bij 34 minuten de tijd en reset de signaalwekker.
Aan de hand van de onderstaande gegevens is de registratielijst, die als bijlage is bijgesloten ingevuld.
Gegevens:

Tankautospuit 32 van bureau Loosduinen is ingezet bij een brand in het hoofdbureau van de brandweer Dedemsvaartweg 1, Den Haag. Op de 6e verdieping is een 2e bruggehoofd gevormd. Om 12.45 uur wordt de aanvalsploeg vanaf het bruggehoofd ingezet. Bij aanvang heeft nr.1 een luchtvoorraad van 320 bar en nr.2 van 310 bar in de cilinder van hun ademluchttoestel. Om 13.10 uur neemt de plotter contact op met de ploeg, hij informeert naar de druk in de ademluchttoestellen. Die is bij beide 180 bar, 10 minuten werktijd is er nog beschikbaar voordat teruggekeerd moet worden. Hierna vult de plotter de lijst verder in. Om 13.20 uur roept hij de ploeg op en laat ze terug keren naar het bruggehoofd, om 13.21 uur keren ze terug op het bruggehoofd.


Opdracht: bereken de werktijd van een toestel met een druk van 320 bar.
Samenvatting

Alle materialen voor ademluchtregistratie zitten in een koffertje dat op iedere tankautospuit is geplaatst. Reserve koffertjes liggen op het adembeschermingsvoertuig en de wagen van de OVD. Het bijhouden van de registratie wordt plotten genoemd. Door gebruik te maken van de signaalwekker wordt de plotter gewaarschuwd als hij actie moet ondernemen. De plotter moet de werktijd en inzettijd berekenen aan de hand van de flesdruk en het verbruik van 10 bar per minuut van deze druk. De plotter moet er rekening meehouden dat er een restdruk van 85 bar in de fles overblijft, zodat de ploeg nog voldoende lucht over heeft voor de terugweg langs de loods­lijnen.


Vragen

1. Wie plot de ploegen vanaf het bruggehoofd ?

2. Waar wordt het registratiemateriaal opgeborgen ?

3. Wat is het verbruik, aangegeven in bar per minuut ?


Opdracht:

A. Vul een registratielijst in aan de hand van zelf bedachte ge­gevens.

B. Stel de signaalwekkers in aan de hand van de berekende tijden.



Autospuit:

Verbruik ± 10 bar per minuut

Bureau:

MAXIMALE WERKTIJD:

↓ ↓ ↓ ↓ ↓ ↓ ↓ ↓



300 BAR 24 minuten

290 BAR 23 minuten

280 BAR 22 minuten

270 BAR 21 minuten

260 BAR 20 minuten


250 BAR 19 minuten

240 BAR 18 minuten

230 BAR 17 minuten

220 BAR 16 minuten

210 BAR 15 minuten


200 BAR 14 minuten

190 BAR 13 minuten

180 BAR 12 minuten

170 BAR 11 minuten

160 BAR 10 minuten


150 BAR 9 minuten

140 BAR 8 minuten

130 BAR 7 minuten

120 BAR 6 minuten

110 BAR 5 minuten


TERUG BIJ MINIMAAL 85 BAR

Object:
Bruggehoofd:



Verdieping:


Plotter:

AANVALSPLOEG

WATERPLOEG

DERDE PLOEG

IN

(berekend)

TERUG


(werkelijk)

UIT


IN

(berekend)

UIT


(werkelijk)

UIT


IN

(berekend)

UIT


(werkelijk)

UIT


P bar

T

….. : ….. u



T

….. : ….. u



P bar

T

….. : ….. u



T

….. : ….. u



P bar

T

….. : ….. u



T

….. : ….. u



….. : ….. u

….. : ….. u

….. : ….. u

P bar

T

….. : ….. u



T

….. : ….. u



P bar

T

….. : ….. u



T

….. : ….. u



P bar

T

….. : ….. u



T

….. : ….. u



….. : ….. u

….. : ….. u

….. : ….. u

P bar

T

….. : ….. u



T

….. : ….. u



P bar

T

….. : ….. u



T

….. : ….. u



P bar

T

….. : ….. u



T

….. : ….. u



….. : ….. u

….. : ….. u

….. : ….. u

P bar

T

….. : ….. u



T

….. : ….. u



P bar

T

….. : ….. u



T

….. : ….. u



P bar

T

….. : ….. u



T

….. : ….. u



….. : ….. u

….. : ….. u

….. : ….. u







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina