Brios Elektronische Bridge Training



Dovnload 87.76 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte87.76 Kb.


Brios Elektronische Bridge Training





Nr. 254,

11 oktober 2007

Verschijnt elke donderdagavond





Alle spelregelvraagstukken worden behandeld door Siger Seinen en Rob Stravers




Voor opgave aan e-mailoverleg over het NBB-Rekenprogramma en Bridgemate Pro: rob.stravers@wxs.nl




Redactie:
Rob Stravers




arbitragezaken voor advies aan clubbesturen en voor ‘snelrecht’

: rob.stravers@wxs.nl.






Voor artikelen van Bridgesoft met 20% korting (zie voor de sortering www.bridgesoft.nl)

Voor informatie over heel veel zaken die te maken hebben met bridge: www.bridgevraagbaak.nl

Test Spelinzicht




  • Het is moeilijker jezelf de juiste vragen te stellen, dan deze te beantwoorden (Srev Artsbor, 2007 ).




  • En de juiste vragen kunnen alleen ontstaan door goed waar te nemen en je te verplaatsen in de huid van partner en tegenstanders.




  • Probeer eerst op eigen kracht je af te vragen wat relevant is en wat je weet. Pas daarna zoek je naar de juiste weg.




  • Opgelet! Ga uit van een viertallenwedstrijd. Dat betekent: in de eerste plaats het contract maken – of als tegenpartij downspelen. Leg dat heilige doel niet in de waagschaal ten behoeve van een mogelijke extra slag!







  • Ik geef eerst de vraagstukken, dan de ‘overpeinzingen’, zodat je tóch nog zelf de juiste aanpak kunt vinden. Ter controle geef ik ook de juiste handeling.

De vier vraagstukken
***Spel 1

 B 7 3 2

 V 10 9 4

 8 5


 A 9 5
 A

 H B 8 7 3 2

 A V B

 7 4 3


Je speelt als zuid 4.

West komt uit met H.

Hoe speel je dit spel, en waarom?***

***Nog drie vraagstukken, die je spelinzicht testen***




Spel 2, West/niemand

 B 8 3

 H 7 6


 H 8 2

 A B 3 2



Biedverloop






 H V 10 9 5 2

 A 8 3


 A 5

 7 5


West

1

pas



pas

Noord

pas


4

Oost

pas


pas


Zuid

2

pas




Je zit zuid en speelt 4.

West komt uit met V.

Hoe moet je dit spel spelen, en waarom?
Spel 3, west/niemand

 V B 6 3

 H 5


 A B 10 5 2

 B 5


West

1

1



2

???


Noord

pas


pas

pas


Oost

1

2*



3

Zuid

pas


pas

pas


Wat bied je met deze westhand en waarom?
*2: = ‘Vierde kleur’. Belooft kracht en is forcing; vraagt meestal aan partner SA te bieden met opvang in die (vierde) kleur.
Spel 4, zuid/niemand

 H B 8 7

 A H 10 2

 7 5

 A H 4


West

--

doublet



???

Noord

--

pas




Oost

--

1



Zuid

1

pas



Wat bied je met deze westhand en waarom?

Op het volgende blad staan de ‘overpeinzingen’.
‘Overpeinzingen’
Spel 1

 B 7 3 2

 V 10 9 4

 8 5

 A 9 5





 A

 H B 8 7 3 2

 A V B

 7 4 3


Je speelt als zuid 4.

West komt uit met H.

Hoe speel je dit spel, en waarom?
Overpeinzing

Je telt vier mogelijke verliesslagen: A, H en twee klaverslagen.


Tot deze verliezers kom je, als je telt vanuit de hand met de meeste troefkaarten. Vanuit de zuidhand dus. Dat is meestal het overzichtelijkst.
Met H bij oost maak je je contract als je oversteekt naar A en over oost snijdt op H. Je geeft dan immers geen ruitenslag af.

Maar… met H bij west leidt deze snit tot -1 als west neemt en klaveren naspeelt. OW kunnen dan namelijk meteen twee klaverenslagen maken, en troefaas zul je ook nog moeten afgeven.


Voordat je snijdt, ga je altijd (!) na of er betere, kansrijkere, alternatieven zijn. Daarbij richt je je op de dreigende verliesslagen. Als west H heeft, kun je niet voorkomen dat west die heer maakt. In dat geval verlies je dus altijd H en troefaas.


Gouden regel

Verspil geen energie aan vaste verliezers! Kijk liever met extra energie naar mógelijke (klaveren)verliezers…


Spel 2, West/niemand

 B 8 3

 H 7 6


 H 8 2

 A B 3 2



Biedverloop






 H V 10 9 5 2

 A 8 3


 A 5

 7 5


West

1

pas



pas

Noord

pas


4

Oost

pas


pas


Zuid

2

pas




Je zit zuid en speelt 4.

West komt uit met V.

Hoe moet je dit spel spelen, en waarom?
Overpeinzing

We tellen drie verliezers: vanuit de zuidhand, de hand met de meeste troeven: A, een harten- en een klaverenslag. Er lijkt geen vuiltje aan de lucht.

Regel

Zo positief als je moet zijn als een contract onmaakbaar lijkt, zo pessimistisch moet je zijn als je alleen maar harpmuziek hoort. Kijk voordat je de slingers alvast ophangt, nog eens kritisch naar het biedverloop, naar de verdelingen die daarachter kunnen schuilgaan, en… naar de bijbehorende gevaren.



Spel 3, west/niemand

 V B 6 3

 H 5


 A B 10 5 2

 B 5


West

1

1



2

???


Noord

pas


pas

pas


Oost

1

2



3

Zuid

pas


pas

pas


Wat bied je met deze westhand en waarom?
*2: = ‘Vierde kleur’. Belooft kracht, forcing; vraagt meestal aan partner SA te bieden met opvang in die (vierde) kleur.
Overpeinzing

Aan partners uitnodiging SA te bieden met klaverenopvang, konden we met B5 helaas geen gehoor geven. Dus… herhaalden we onze 5-kaart ruiten. De grote vraag is nu of we mogen passen op partners verhoging van onze kleur. Daarbij kijken we vooral naar wat aan die verhoging voorafging (kracht?) en naar de informatie die wij nog zouden kunnen geven over onze verdeling…


Spel 4, zuid/niemand

 H B 8 7

 A H 10 2

 7 5

 A H 4


West

--

doublet



???

Noord

--

pas




Oost

--

1



Zuid

1

pas



Wat bied je met deze westhand en waarom?
Overpeinzing

Oosts schoppenbod is een schot in de roos. De speelkeur is gevonden. De enige vraag die we nu nog hebben is: de hoogte.


Op het volgende blad pakken we de vraagstukken ‘met z’n allen’ aan.

Aanpak
Spel 1



 B 7 3 2

 V 10 9 4

 8 5

 A 9 5





 A

 H B 8 7 3 2

 A V B

 7 4 3


Je speelt als zuid 4.

West komt uit met H.

Hoe speel je dit spel, en waarom?
Overpeinzing

Je telt vier mogelijke verliesslagen: A, H en twee klaverslagen.


Tot deze verliezers kom je, als je telt vanuit de hand met de meeste troefkaarten. Vanuit de zuidhand dus. Dat is meestal het overzichtelijkst.
Met H bij oost maak je je contract als je oversteekt naar A en over oost snijdt op H. Je geeft dan immers geen ruitenslag af.

Maar… met H bij west leidt deze snit tot -1 als west neemt en klaveren naspeelt. OW kunnen dan namelijk meteen twee klaverenslagen maken, en troefaas zul je ook nog moeten afgeven.


Voordat je snijdt, ga je altijd (!) na of er betere, kansrijkere, alternatieven zijn. Daarbij richt je je op de dreigende verliesslagen. Als west H heeft, kun je niet voorkomen dat west die heer maakt. In dat geval verlies je dus altijd H en troefaas.

Gouden regel: verspil geen energie aan vaste verliezers! Dus kijken we met extra energie naar de twee dreigende klaverenverliezers…


Aanpak

Neem de uitkomst met A. En speel dan direct A, B na. Je geeft H weg, met het grote voordeel dat je daarna op V, in noord een klavertje kan opruimen. Daarmee verlaag je het aantal klaverenverliezers naar één.


Spel 2, West/niemand

 B 8 3

 H 7 6


 H 8 2

 A B 3 2



Biedverloop






 H V 10 9 5 2

 A 8 3


 A 5

 7 5


West

1

pas



pas

Noord

pas


4

Oost

pas


pas


Zuid

2

pas




Je zit zuid en speelt 4.

West komt uit met V.

Hoe moet je dit spel spelen, en waarom?
Overpeinzing

We tellen drie verliezers: vanuit de zuidhand, de hand met de meeste troeven: A, een harten- en een klaverenslag. Er lijkt geen vuiltje aan de lucht.

Regel

Zo positief als je moet zijn als een contract onmaakbaar lijkt, zo pessimistisch moet je zijn als je alleen maar harpmuziek hoort. Kijk voordat je de slingers alvast ophangt, nog eens kritisch naar het biedverloop, naar de verdelingen die daarachter kunnen schuilgaan, en… naar de bijbehorende gevaren.


Aanpak

Neem de uitkomst met H!!! En trek dan troef. Stel dat west A heeft, en die kans is groot door zijn 1-opening, en een 6-kaart harten heeft, dan kan oost de volgende hartenslag troeven. In dat geval ruim je in zuid je hartenverliezer op. De verliezer dus waaraan je toch niet ontkomt.

Zou je de uitkomst laten doorlopen naar zuids A, dan ga je het schip in als west – na A - B voorspeelt, en oost noords H troeft… De tweede hartenslag duiken, helpt dan ook niet; west blijft dan aan slag en legt 10 op het aambeeld!
Spel 3, west/niemand

 V B 6 3

 H 5


 A B 10 5 2

 B 5


West

1

1



2

???


Noord

pas


pas

pas


Oost

1

2



3

Zuid

pas


pas

pas


Wat bied je met deze westhand en waarom?
*2: = ‘Vierde kleur’. Belooft kracht, forcing; vraagt meestal aan partner SA te bieden met opvang in die (vierde) kleur.
Overpeinzing

Aan partners uitnodiging SA te bieden met klaverenopvang, konden we met B5 helaas geen gehoor geven. Dus… herhaalden we onze 5-kaart ruiten. De grote vraag is nu of we mogen passen op partners verhoging van onze kleur. Daarbij kijken we vooral naar wat aan die verhoging voorafging (kracht?) en naar de informatie die wij nog zouden kunnen geven over onze verdeling…


Aanpak

Wat we niet mogen vergeten is dat partner met 2 de ‘Vierde kleur’ van stal haalt. Dat is forcing. In principe passen we dan niet onder de manche. In principe, want uitzonderingen zijn en blijven er altijd .

Wat kunnen we nu vertellen wat partner nog niet weet? Onze 2-kaart harten! Dus bieden we 3. Vraag: Hoe weet partner dat dat slechts een 2-kaart is?

Antwoord: Omdat we een 3-kaart meteen na 2 hadden geboden!



Spel 4, zuid/niemand

 H B 8 7

 A H 10 2

 7 5

 A H 4


West

--

doublet



???

Noord

--

pas




Oost

--

1



Zuid

1

pas



Wat bied je met deze westhand en waarom?
Overpeinzing

Oosts schoppenbod is een schot in de roos. De speelkeur is gevonden. De enige vraag die we nu nog hebben is: de hoogte.


Aanpak

Oost mag niet passen op ons doublet; hij kan 0 punten hebben. Dus bieden wij: 3. Daarmee kiezen we de gulden middenweg. Want 4 oogt heel aantrekkelijk, ondanks dat partner 0 punten kan hebben. En ook 2 is niet gek, omdat je daarmee – tegenover die mogelijke 0 punten – eveneens al extra kracht toont. Bedenk dat het toppunt van intelligentie niets anders is dan de juiste middenweg kiezen. Dit spel is daar een uitstekend voorbeeld van…


Je score

Noteer voor elk goed antwoord 1½ punt, en voor elke goede onderbouwing 1 punt.


Als je op het punt stond een verkeerd antwoord te geven, maar door de gegeven overpeinzing de juiste aanpak vond, mag je de volle score houden! Je hebt dan immers iets geleerd!
Vraag & Antwoord


Robérto,
Zelfs op Rhodos kunnen we niet zonder jou en Siger.
***Biedverloop
West Noord Oost Zuid

1 pas 3SA pas


OW gaan daarna door naar 6SA.



Oost blijkt na afloop twee hoge vierkaarten te hebben. Dus vraag ik waarom hij niet eerst 1 antwoordde inplaats van 3SA. Daarop zegt oost dat het bieden van een hoge 4-kaart geen zin heeft, omdat west met zijn 1-opening een hoge 4-kaart ontkent.

Nu ontstaat een discussie; volgens mij moet 1 dan worden gealerteerd.***

Nee, zegt oost, niet volgens de zeer bekwame wedstrijdleider van onze club; en die weet het heel goed!

De – overigens heel vriendelijke – oost zegt toe alleen hier – op Rhodos – te zullen alerteren, maar daarna niet op zijn club, want hij is het niet met mij eens.


Kunnen jullie duidelijkheid geven?

Wat, geachte lezer, zou jouw oordeel zijn? Op het volgende blad geven wij die van ons.


Ons antwoord

Allereerst bestrijden wij uiteraard niet de hoge kwalificatie van de betreffende wedstrijdleider. Ook de allerbeste paarden verstappen zich weleens.

We vermoeden dat de 1-opening minimaal een 3-kaart belooft, en dat de arbiter bij het aanhoren van die belofte, iets te snel overschakelde van ‘luisteren’ naar ‘praten’. Paren die 5-kaart hoog spelen, en zonder 5-kaart hoog openen met hun langste lage kleur, openen per definitie met minimaal een 3-kaart 1 of 1. En in dat geval hoeft zowel 1 als 1 niet te worden gealerteerd.

Maar… als een paar met de 1-opening ook andere specifieke informatie overbrengt, is dat wel degelijk alerteerplichtig! Dat geldt voor paren die met 1 minstens een 3-kaart ruiten beloven en tegelijk een 7-kaart schoppen, om maar een dwarsstraat te noemen. En datzelfde geldt voor een 1-opening die een hoge 4-kaart ontkent.

We gaan zelfs nog een stap verder! Het is correct als ook de 3SA-reactie wordt gealerteerd. De 1-openaar weet namelijk dat de 3SA-bieder een of twee hoge vierkaarten kán hebben. Dat is informatie waarop ook de tegenstanders recht hebben. Zij hebben recht op volledige openheid van het biedsysteem. Zonder alert komen ze daar niet achter, tenzij ze uitgebreid de systeemkaart bestuderen (als die aanwezig is). Maar bij dit biedverloop hebben ze geen enkele reden om achterdochtig naar afwijkende betekenissen te zoeken. Daar moeten de bieders hen op wijzen door te alerteren.

 

Mocht de arbiter ook na het lezen van onze uitleg onverhoopt twijfelen… Vergelijkbaar is de ‘Walsh-conventie’. Die wordt expliciet genoemd in de Alerteerregeling van de NBB als alerteerplichting; omdat 1 als antwoord op partners 1-opening ‘in principe’ een hoge 4-kaart ontkent. Om die reden moet 1,én openers rebid van 1SA, eveneens worden gealerteerd, omdat dat rebid een hoge 4-kaart – in principe – ontkent.


Denk ook aan de niet onbelangrijke aanvullende regel in de Alerteerregeling:

Bovendien moet u biedingen alerteren waarvan u - met gegronde reden - aan kunt nemen dat de tegenpartij er zonder waarschuwing een andere betekenis aan toekent.’



We weten niet of het spel down kan. Stel dat dat kan met een uitkomst in een hoge kleur, dan delen we een arbitrale score uit. Ook als de uitkomst niet uitmaakt, krijgen de bieders in ieder geval een ernstige waarschuwing; en na herhaling een procedurele straf of een arbitrale score (als dat mogelijk is) vanwege verkeerde uitleg.
Overigens zal de toon van ons betoog vriendelijk positief zijn. We moeten er immers vanuit gaan dat OW graag correct spelen en alerteren, en alleen door hun arbiter op het verkeerde been zijn gezet.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina