British American Tobacco Niemeyer B. V. (Bat niemeyer) te Groningen 1april 2009 tot 1 april 2011 inhoud pagina



Dovnload 304.81 Kb.
Pagina2/5
Datum22.07.2016
Grootte304.81 Kb.
1   2   3   4   5

Artikel 15A
De bepalingen in dit artikel zijn niet van toepassing op werknemers van wie de eerste dag van arbeidsongeschiktheid ligt vóór 1 januari 2004.


  1. Indien een werknemer ten gevolge van ziekte, ongeval, zwangerschap of bevalling niet in staat is de bedongen arbeid te verrichten, gelden voor hem de bepalingen van artikel 629 B.W., de Ziektewet, de Wet Verbetering Poortwachter en de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA), bestaande uit onder meer de IVA (Inkomen bij volledige Arbeidsongeschiktheid) en de WGA (Wet Gedeeltelijke Arbeidsgeschikten), voor zover hierna niet anders is vermeld.




  1. Aan de werknemer zal in geval van arbeidsongeschiktheid gedurende 52 weken 70% van het maandinkomen worden doorbetaald. Daarenboven ontvangt de werknemer een aanvulling tot 100% van het maandinkomen.




  1. Gedurende de daaropvolgende 52 weken (53e tot en met de 104e week) zal aan de werknemer in geval van arbeidsongeschiktheid 70% van het maandinkomen worden doorbetaald. Werknemers, die zich in deze periode bijzonder inspannen voor reïntegratie ontvangen een aanvulling tot 100% van het maandinkomen.
    Deze aanvulling wordt ook, eventueel met terugwerkende kracht, verstrekt aan de werknemer die na 2 jaar volledige arbeidsongeschiktheid (80% tot 100% arbeidsongeschikt) in aanmerking komt voor een uitkering volgens de IVA.
    In de periode van arbeidsongeschiktheid blijven de bepalingen en sancties vanuit de Wet Verbetering Poortwachter onverminderd van kracht.

  2. De werknemer verliest het recht op doorbetaling van loon en de aanvullingen op de wettelijke uitkeringen indien een situatie zich voordoet als omschreven in artikel 7: 629 lid 3 BW.




  1. Indien de werknemer verzuimt te voldoen aan de verplichtingen, hem ter zake van arbeidsongeschiktheid door de werkgever opgelegd, verliest hij zijn aanspraak op de doorbetaling van loon en de aanvulling op de wettelijke doorbetaling van loon van de werkgever over de dagen, waarop het verzuim betrekking heeft.




  1. Indien vanwege een verschil van mening omtrent de passendheid van de aangeboden functie een “second opinion” is gevraagd aan de UWV, zal tot het moment dat de uitkomst van de “second opinion” bekend is, het loon waar de werknemer conform lid 1 recht op heeft, worden doorbetaald.




  1. Indien de wettelijke uitkeringen, die volgen op de termijn zoals genoemd in lid 3 later ingaan als gevolg van een door de UWV aan de werkgever opgelegde sanctie en de werknemer valt hiervan geen verwijt te maken, zal het loon waar de werknemer conform lid 3 recht op heeft, gedurende deze periode worden doorbetaald.

  2. De arbeidsovereenkomst van de volledig arbeidsongeschikte werknemer die in aanmerking komt voor een uitkering volgens de IVA, wordt beëindigd met inachtneming van de geldende wettelijke regels.




  1. De werknemer die na de 104e week gedeeltelijk het werk hervat, ontvangt over het gewerkte gedeelte het oude maandinkomen maal het arbeidsgeschiktheidpercentage.




  1. De gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer (35 – 80% arbeidsongeschikt), ontvangt het oude maandinkomen maal het arbeidsgeschiktheidpercentage vermeerderd met een uitkering krachtens de WGA. Daarnaast wordt een aanvulling verstrekt van 10% van het loonverlies dat de werknemer heeft ten opzichte van zijn oude maandinkomen. Het in dit lid bepaalde geldt voor het derde tot en met het zevende jaar van arbeidsongeschiktheid.




  1. De werknemer met een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%, ontvangt het oude maandinkomen maal het arbeidsgeschiktheidpercentage vermeerderd met een uitkering als zou een uitkering uit hoofde van de WGA (fictief) toegekend worden. Daarnaast wordt een aanvulling verstrekt van 10% van het loonverlies dat de werknemer heeft ten opzichte van zijn oude maandinkomen. Het in dit lid bepaalde geldt voor het derde tot en met het zevende jaar van arbeidsongeschiktheid.




  1. In het geval van arbeidsongeschiktheid geldt dat het inkomensverlies niet groter zal zijn dan 20% van het oorspronkelijke maandinkomen.




  1. De werkgever heeft het recht om de in dit artikel bedoelde aanvullende uitkeringen te weigeren, respectievelijk in te trekken, ten aanzien van werknemers die:
    - geweigerd hebben gebruikt te maken van voorhanden zijnde veiligheidsmaatregelen
    - misbruik te maken van deze voorzieningen;
    - de controlevoorschriften overschrijden.

  2. In het geval de nieuwe functie een salaris oplevert dat kleiner is dan het oorspronkelijke salaris maal het arbeidsgeschiktheidpercentage wordt het verschil hiertussen aangevuld door middel van een persoonlijke toeslag, zoals bepaald in artikel 8 lid 4 CAO.




  1. In het geval van (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid is de pensioengrondslag gelijk aan het nieuwe salaris vermeerderd met de (fictieve) WGA-uitkering, de eventuele persoonlijke toeslag van lid 14 van dit artikel en de aanvulling krachtens leden 10 en 11 van dit artikel.




  1. Het totaal van het bruto maandinkomen (inclusief aanvullingen) zal nimmer meer bedragen dan 100% van het bruto maandinkomen van de werknemer van de dag van diens arbeidsongeschiktheid.




  1. Na verloop van de termijn van twee jaar (104 weken), na aanvang van de arbeidsongeschiktheid zoals genoemd in artikel 7: 670 lid 1 onder a BW, zal het dienstverband door middel van ontbinding via de kantonrechter dan wel door opzegging middels een ontslagvergunning worden beëindigd, indien en voor zover de arbeidsongeschiktheid van de werknemer voortduurt en er bij werkgever geen passende functie voorhanden is.



Artikel 16 VERPLICHTINGEN VAN DE WERKGEVER


  1. De werkgever verplicht zich deze collectieve regeling te goeder trouw te zullen nakomen.




  1. De werkgever verplicht zich generlei actie te zullen voeren of te zullen steunen, welke ten doel heeft wijzigingen te brengen in de volgens deze collectieve regeling geregelde arbeidsvoorwaarden op een andere wijze dan neerge­legd in de artikelen 19 en 20.




  1. De werkgever zal werknemers van 45 jaar en ouder in de gelegenheid stellen periodiek medisch onderzocht te worden.

Vanaf 55 jaar vindt met de medewerker jaarlijks een functioneringsge­sprek plaats over functiezwaarte en eventuele functieaanpassing. Aanpassing van taken en uren - ook op sociale indicatie - kan slechts plaatsvinden op basis van medisch advies. In het periodiek overleg zal over de voortgang informatie worden verstrekt.


  1. Ten behoeve van het werk van de werknemersorganisaties zal door de werkgever jaarlijks een bijdrage worden ver­strekt. De bijdrage is bepaald op 0,5% van de loonsom van de werkne­mers waarop deze collec­tieve regeling van toepassing is, met dien verstande dat de loonsom per werknemer niet hoger zal worden gesteld dan het maximumbedrag waarover premie voor de WAO wordt betaald.




  1. De werkgever blijft zich in het kader van de voor de onderneming noodzakelijke continuïteit verantwoordelijk voelen voor de werkgele­genheid van de bij hem in dienst zijnde werknemers. Zijn beleid is er dan ook op gericht deze werkgelegenheid te behouden. Hij zal gedurende de looptijd van de CAO niet overgaan tot gedwon­gen ontslag om bedrijfseconomische redenen, tenzij dit - onverhoopt - als gevolg van interne en/of externe invloeden toch noodzakelijk zou zijn; in welk geval, met inachtneming van de positie en taak van de ondernemings­raad, met de vakorganisaties tijdig diep­gaand en indrin­gend overleg zal worden gepleegd.




  1. De werkgever zal, binnen de daartoe bestaande mogelijkheden, vrijwil­lige verkorting van de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur positief benaderen en waar mogelijk bevorderen. Wanneer een verzoek van een werknemer om bedrijfsmatige redenen niet kan worden gehonoreerd, zal de werkgever de werknemer schriftelijk en gemotiveerd van dat besluit in kennis stellen. In dat besluit zal de werkgever aangeven welke bedrijfsmatige aspecten tot afwijzing van het verzoek hebben geleid.




  1. De werkgever zal de werknemer in de gelegenheid stellen indien gewenst, via de Coördinator Sociaal-medische Zaken een onafhankelijke stressdiagnose te laten uitvoeren door daartoe aan te wijzen instanties zoals bijvoorbeeld de Arbo Unie.



Artikel 17 VERPLICHTINGEN VAN DE WERKNEMER
1. De werknemer is gehouden de belangen van het bedrijf van de werkgever als een goed werknemer te behartigen, voor zover het werkzaam­heden betreft die redelijkerwijze van hem kunnen worden verlangd, ook indien geen uitdrukkelijke opdracht daartoe is gegeven.

2. De werknemer is gehouden in opdracht van de werkgever ook werkzaamhe­den te verrichten buiten de normale arbeidstijden zoals deze volgen uit het voor de desbetreffende werknemer geldende dienstrooster, waarbij rekening wordt gehouden met de belangen van de werknemer.


Een deeltijdwerknemer kan niet worden verplicht tot het verrichten van meeruren (dat wil zeggen overschrijding van het individuele werkrooster zonder dat het normale voltijds-dienstrooster wordt overschreden).
3. Indien een werknemer, hetzij in loondienst bij anderen, hetzij als zelfstandige nevenwerkzaamheden verricht, heeft de werkgever het recht de werknemer het verrichten van deze werkzaamheden op straffe van ontslag te verbieden.
4. De werknemer is verplicht tot geheimhouding ten aanzien van alles wat hem tengevolge van zijn dienstverband bekend wordt, waarvan redelij­kerwijs mag worden aangenomen dat dit het bedrijf schade berok­kent.

Deze verplichting geldt ook na de beëindiging van het dienst­verband.



Artikel 18 VERPLICHTINGEN VAN DE WERKNEMERSORGANISATIES
1. De werknemersorganisaties verplichten zich deze collectieve regeling te goeder trouw te zullen nakomen.
2. De werknemersorganisaties verplichten zich met alle hun ten dienste staande middelen nakoming van deze collectieve regeling door hun leden te zullen bevorderen, generlei actie te zullen voeren of te zullen bevorderen welke beoogt wijziging te brengen in deze collectieve regeling op een andere wijze dan omschreven in artikelen 19 en 20.

3. De werknemersorganisaties verplichten zich te zullen bevorde­ren dat hun leden een individuele arbeidsovereenkomst tekenen op grond­slag van deze collectieve regeling.



Artikel 19 TUSSENTIJDSE WIJZIGING
1. Ingeval zich een dusdanige wijziging van algemeen economische of algemeen sociale aard in Nederland voordoet, dat één der partijen van oordeel is redelijkerwijs aan de bepalingen dezer overeenkomst waarop deze wijziging direct betrekking heeft, niet langer gebonden te kunnen worden geacht, zal de wederpartij gehouden zijn overleg over dit punt te plegen. Bij dit overleg zullen uitsluitend de bepalingen, waarop de genoem­de wijziging direct betrekking heeft, mogen worden betrok­ken.


  1. Indien tussen partijen verschil van mening bestaat over de vraag, of inderdaad een wijziging van algemeen economische of alge­meen sociale aard, als bedoeld in lid 1 van dit artikel, heeft plaatsgevonden, zal hier­over een uitspraak van de Stichting van de Arbeid worden gevraagd, welke uitspraak partijen zal binden.

3. Indien het overleg als bedoeld in lid 1 niet binnen 2 maanden na de indiening van het wijzigingsvoorstel (respectievelijk na een beslis­sing van de Stichting van de Arbeid als bedoeld in lid 2 van dit artikel waarin wordt uitgemaakt dat inderdaad van een wijziging als in lid 1 van dit artikel bedoeld kan worden gesproken) tot overeenstem­ming heeft geleid, is de partij die de wijziging heeft voorgesteld gerechtigd deze overeenkomst met een termijn van 2 maanden op te zeggen.



Artikel 20 DUUR VAN DE COLLECTIEVE REGELING ARBEIDSVOORWAARDEN
Deze collectieve regeling arbeidsvoorwaarden, waarvan de bijlagen en uitvoeringsregelingen onderdeel zijn, treedt in werking met ingang van 1 april 2009 en eindigt 31 maart 2011 van rechtswege, derhalve zonder dat enige opzegging is vereist.
Aldus overeengekomen en getekend ter respectieve woonplaatsen;
BAT Niemeyer B.V. VHP Theodorus Niemeyer

Directie Voorzitter

Secretaris
FNV Bondgenoten

Voorzitter

Secretaris
CNV BedrijvenBond

Voorzitter

Secretaris

UITVOERINGSREGELING A.

Arbeidsduur, dienstrooster, roostervrije dagen, overwerk en toeslagen
1. Arbeidsduur

De contractuele jaarlijkse arbeidsduur bedraagt:

voor 2009: 1656,0 uur (gemiddeld 36 uur per week)
voor 2010: 1648,8 uur (gemiddeld 36 uur per week)
voor 2011: 1663,2 uur (gemiddeld 36 uur per week).
2. Dienstrooster

In het algemeen werken de werknemers volgens één van de volgen­de dienst­roosters:

a. een dagdienstrooster dat een periode van 1 week omvat. In dag­dienst wordt als regel op de eerste 5 dagen van de week gewerkt tussen 7.15 en 17.45 uur.

b. een 2 ploegendienstrooster dat een periode van twee aaneengeslo­ten weken omvat. In 2 ploegendienst wordt op de eerste 5 werkda­gen van de week gewerkt, waarbij de werknemers afwisselend in een ochtenddienst en een middagdienst zijn ingedeeld. In een 3-ploegendienst kan op zaterdag of zondag worden gewerkt als de aard van de werkzaamheden dit noodzakelijk maakt. Werknemers van 55 jaar en ouder zullen niet verplicht worden in ploegen­dienst te gaan werken.

c. afwijkende diensten, waaronder dienstroosters incl. de zaterdag, zijn toegestaan waar de aard van het werk dit noodza­kelijk maakt.

d. In de gemiddelde werkweek van 36 uur worden (met uitzondering van de

lunchpauzes) de pauzetijden zodanig geregeld dat er geen bedrijfstijd verloren gaat.


  1. Naast de hierboven genoemde roostersoorten zijn ook andere ploegenroosters

mogelijk, zoals een 3-ploegendienstrooster

Iedere werknemer ontvangt van de werkgever mededeling van het dienst­rooster waarin hij zijn werkzaamheden verricht.


3. Dienstroosterwijzigingen

1. Over algemene dienstroosterwijzigingen, waarbij een belangrijk aantal

werkne­mers is betrokken, zal de werkgever overleg plegen met de betrok­ken werknemers en behoeft zij de instemming van de onder­nemingsraad, onverminderd de bevoegdheid van de werkne­mersorganisaties daarover met de werkgever overleg te plegen.

2. Indien invoering of wijziging van een dienstrooster verband houdt met arbeid op zondag, zal de werkgever vooraf met de werknemersorganisaties overleg plegen.

3. Een werknemer kan een schriftelijk verzoek indienen bij het afdelingsmanagement tot individuele wijziging van het voor hem/haar geldende dienstrooster. Indien betreffend verzoek niet kan worden ingewilligd dan zal de medewerker gemotiveerd schriftelijk antwoord krijgen. Tegen de beslissing van het afdelingsmanagement kan beroep worden aangetekend conform geldende beroepsprocedure.

4. Roostervrije dagen

a. Voor de inroostering van de roostervrije uren zal een voortschrijdend 13-wekenrooster worden opgesteld waarvan de eerste vier weken definitief zijn.
Dit rooster is minstens vier weken voor aanvang bekend.

b. De invulling van de gekozen roosters per medewerker vindt plaats na overleg met de medewerker.

c. Invulling van de roosters mag niet leiden tot inkrimping van de bedrijfstijd of verlaging van de servicegraad.

d. Er kan maximaal één cluster van 3 roostervrije dagen per jaar worden

vastgesteld. In overleg met de Ondernemingsraad kan hiervan worden afgeweken.

e. Indien volgens het rooster een roostervrije dag samenvalt met een feestdag,

wordt de roostervrije dag op een andere dag ingeroosterd.

f. Niet opgenomen roostervrije uren – voor zover deze niet worden gespaard zoals bedoeld in artikel 12 lid 13 (nieuw) – vervallen vanaf 1 maand na het einde van het ADV-jaar.

g. Als scholing samenvalt met een roostervrije dag, mag deze opnieuw ingeroosterd

worden. Bij ziekte op een roostervrije dag komt de roostervrije dag te vervallen.

h. Medewerkers in groep A hebben recht op een toeslag van 50%, indien op

uitdrukkelijk verzoek van de leidinggevende een ingeroosterde vrije dag verschoven wordt.




  1. Niet opgenomen vakantie- en/of roostervrije uren kunnen tot een maximum van 120 uur per jaar in tijd worden gespaard. Niet opgenomen vakantie- en/of roostervrije uren worden per 1 februari na het einde van het jaar waarin zij zijn verkregen automatisch overgeboekt naar het tijdspaarsaldo.

Gespaarde uren kunnen worden aangewend voor:
- opname in tijd op een later moment, waaronder ten behoeve van loopbaanonderbreking;
- inkoop van pensioenrechten en/of bijsparen in het kader van de prepensioenregeling;

- mits goedgekeurd door de fiscus, kinderopvang, de PC-privé-regeling dan wel een bedrijfsfiets.


Bij vertrek (resp. overlijden) zullen gespaarde roostervrije uren uitbetaald worden à 100%.

6. Ploegentoeslag



  1. Voor het werken in ploegendienst wordt een toeslag betaald van 1% van het

maandsalaris per ingeroosterd uur buiten het dagdienstvenster, zoals vermeld in Uitvoeringsregeling A onder 2 sub a van de CRA, per week. Voor elk ingeroosterd uur tussen 22.30 uur en 06.00 uur geldt in plaats van bovengenoemde 1% een toeslag van 1,3%.

2. Indien een werknemer niet gedurende een hele maand arbeid in ploegendienst heeft verricht, wordt een evenredig deel van de onder 1. genoem­de toeslag gekort voor elke volledige dienst gedurende welke hij geen arbeid heeft verricht.

3. Indien een werknemer door eigen toedoen of op eigen verzoek wordt overge­plaatst naar de dagdienst, is het onder 2. gestelde van toepas­sing.

4. De werknemer die, anders dan door eigen toedoen of op eigen verzoek wordt overgeplaatst naar de dagdienst, behoudt na de overplaat­sing gedu­rende de lopende maand de extra beloning die hij zou hebben ver­diend indien hij niet was overgeplaatst. Daarna ontvangt de werknemer de navolgende percentages van het geldbe­drag aan ploegentoeslag tussen zijn oude en nieuwe dienst­rooster

gedu­rende de daarbij vermelde tijdsduur.

Indien hij werkzaam is geweest in ploegendienst gedurende:

  minder dan 6 maanden : nihil
  meer dan 6 maanden maar : nog 1 maand 100 %

minder dan 3 jaar


  meer dan 3 jaar maar : nog 1 maand 100 %

minder dan 5 jaar 2 maanden 80 %

2 maanden 60 %

1 maand 40 %

1 maand 20 %
- meer dan 5 jaar : nog 1 maand 100 %

4 maanden 80 %

4 maanden 60 %

3 maanden 40 %

3 maanden 20 %
  meer dan 5 jaar en boven- : nog 3 maanden 100 %

dien 60 jaar of ouder 9 maanden 80 %

op het moment van 9 maanden 60 %

overplaatsing 9 maanden 40 %

9 maanden 20 %
7. Overwerk

1. De werknemer is verplicht in opdracht van de werkgever overwerk te verrichten indien de werkgever de desbetreffende wettelij­ke voorschriften en de bepalingen van deze collectieve regeling in acht neemt waarbij zoveel mogelijk rekening zal worden gehou­den met de individuele belangen van de werknemer.

Deze verplich­ting geldt, behalve tijdens dienstreizen, niet voor werknemers van 55 jaar en ouder.

2. Er is sprake van overwerk indien de werknemer in opdracht van de werkge­ver:

a het voor hem geldende dienstroos­ter overschrijdt, waarbij een

incidentele overschrijding van niet meer dan een half uur buiten

be­schou­wing blijft;

b. werkt op een roostervrije dag;

c. werkt op een feestdag;

d. werkt op een collectieve snipperdag.

3. Overwerkvergoeding

Een aantal functies komt in aanmerking voor een overwerkvergoe­ding. De­ze functies staan in Uitvoeringsregeling E (functie­lijst) aangegeven met een "o". Voor deze functies geldt:

a. Overwerk wordt bij voorkeur gecompenseerd in vrije tijd, welke binnen 30 dagen moet worden opgenomen.
Onder de conditie dat:
1. werkzaamheden spoedeisend zijn en geen uitstel dulden en,
2. naar het oordeel van het management alleen buiten bedrijfstijd uitgevoerd kunnen worden en,
3. voor zover deze werkzaamheden langer duren dan 1 uur per gebeurtenis,
wordt een overwerkvergoeding betaald, conform het overige bepaalde in deze Uitvoeringsregeling. Betrokken medewerkers blijven recht houden op de toekenning van 16 compensatie-uren per jaar.

b. Indien compensatie in vrije tijd niet mogelijk is bedraagt de belo­ning per uur voor de overschrijding de volgende percentages van het uurin­komen:

tussen maandag 6.00 en zaterdag 6.00 uur en

op een roostervrije dag: 150%

tussen zaterdag 6.00 en 18.00 uur en

op een collectieve snipperdag: 175%

tussen zaterdag 18.00 uur en maandag 6.00 uur,

alsmede op feestdagen als bedoeld in artikel 7: 200%

c. Opgeno­men compenserende vrije tijd wordt op de in b. ge­noem­de belo­ning in mindering gebracht en wel: voor uren op maandag t/m vrijdag:100%.

d. Bij een vastgesteld rooster waarin 5 diensten achtereen 9 uur moet wor­den gewerkt zal het 41e, 42e, 43e, 44e en 45e uur in die week worden beloond met 150 %.

e. Rusttijd in het bedrijf buiten het dienstrooster, noodzake­lijk door overschrijding van de arbeidstijd, zal tot een maximum van een half uur worden vergoed, tenzij de over­schrijding 30 minuten of minder bedraagt.

f. Deel­tijdwerkers ontvangen een overwerkvergoeding voor zover het vol­tijd­rooster wordt overschreden. Bij overschrijding van het individuele werktijdrooster zonder dat er sprake is van overschrijding van het voltijdrooster worden meeruren uitbetaald à 100%, waarbij ook pensioenrechten en vakantie-uren worden opgebouwd.

g. Voor overschrijdingen van het dienstrooster ten gevolge van dienst­reizen, wordt geen overwerkvergoeding betaald.

4. Compensatie uren

De werknemer die niet in aanmerking komt voor een overwerkver­goeding conform de bepalingen van Uitvoeringsregeling A, lid 6.3. heeft jaarlijks recht op 16 compensatie uren voor inciden­te­le afwij­kingen en overschrijdin­gen van het dienstrooster. De mogelijkheid bestaat deze uren binnen het jaar dat ze ontstaan te laten uitbetalen à 100%.

De werknemer kan de compensatie-uren in plaats van laten uitbetalen (gedeeltelijk of volledig) sparen in tijd. Deze gespaarde compensatie-uren kunnen worden opgenomen in tijd of worden aangewend voor de inkoop van extra prepensioen- of pensioenrechten.


8. Vervanging

1. Voor een aantal functies geldt dat vervanging in een functieom­schrijving vastgelegd is. Voor deze vervanging wordt geen ver­vangingstoeslag betaald.

2. Voor vervanging die niet in een functieomschrijving is vastge­legd geldt het volgende: de werknemer die gedurende tenmin­ste 1 maand een functionaris vervangt wiens functie hoger is ingedeeld dan zijn eigen functie, ontvangt daarvoor een vervan­gingstoe­slag. De vervangingstoeslag is gebaseerd op het verschil tussen de minima van de betreffende salarisgroepen.
9. Consignatie

1. Indien een werknemer zich ter beschikking dient te houden op tijden waarop als regel niet wordt gewerkt, wordt hiervoor de volgende beloning gegeven per geconsigneerd uur:

  tussen maandag 06.00 uur en vrijdag 22.00 uur:

12 % van het uurinkomen;

  tussen vrijdag 22.00 uur en maandag 06.00 uur alsmede op een feest­dag als bedoeld in artikel 7 tussen 22.00 uur op de voor­avond van de feestdag en 06.00 uur op de morgen na de feestdag: 17 % van het uurinkomen.


  1. Consignatie kan aan een functie verbonden zijn. Deze functies staan in Uitvoeringsregeling E (functielijst) aangegeven met een "c".




  1. Voor het werken volgens dienstrooster op zaterdag geldt een toeslag per gewerkt uur van 50% van het uurinkomen. Over deze toeslag wordt ook vakantietoeslag en eindejaars-uitkering betaald; daarmee bedraagt de totale toeslag per gewerkt uur op zaterdag 58,16% van het uurinkomen. Bij ziekte op een ingeroosterde zaterdag wordt de toeslag doorbetaald.




1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina