British American Tobacco Niemeyer B. V. (Bat niemeyer) te Groningen 1april 2009 tot 1 april 2011 inhoud pagina



Dovnload 304.81 Kb.
Pagina3/5
Datum22.07.2016
Grootte304.81 Kb.
1   2   3   4   5

UITVOERINGSREGELING B

Vakantie  en snipperuren
1. Vakantiejaar

Het vakantiejaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.


2. Vakantierechten



Leeftijd

Extra vakantie-uren

op basis van leeftijd



Totaal aantal

vakantie-uren



t/m 39

40 t/m 44

45 t/m 49

50 t/m 54

55 t/m 59

60

61



62 t/m 64

-

8

16



24

32

40



48

56


200

208


216

224


232

240


248

256

3. Verplichte snipperdiensten

Van bovengenoemde vakantie uren kan de werkgever bij de aanvang van het kalenderjaar   met instemming van de ondernemingsraad   twee dien­sten als verplichte snipperdiensten aanwijzen.


4. De werknemer, die slechts een deel van het vakantiejaar in dienst van de werkgever is (geweest), heeft recht op een evenredig deel van het aantal uren vakantie, afgerond op halve diensten.
5. Bij vorige werkgever(s) verworven vakantierechten

Indien een werknemer bij zijn indiensttreding een verklaring van zijn vorige werkgever(s) overlegt, waaruit blijkt dat hij daar vakan­tie heeft verworven doch niet in natura heeft opgenomen, heeft hij recht op onbe­taalde vakantie gedurende een aantal uren, gelijk aan dat vermeld in bedoelde verklaring, met inachtneming van het bepaalde in lid 11

(verja­ring vakantierechten).
6. Opname van de vakantie

1. Aaneengesloten vakantie.

Van de in lid 2 genoemde vakantierechten zullen ten minste 2 kalender­weken (=10 diensten) aaneengesloten worden opgenomen met de mogelijk­heid om langer op te nemen indien het bedrijfsbe­lang zich daar niet tegen verzet.

2. Het tijdstip van de aaneengesloten vakantie wordt door de werk­gever vastgesteld, na overleg met de werknemer. Als regel zal deze vakantie in de maanden mei tot en met september worden genoten.

3. Indien de werkgever het bedrijf of een gedeelte van het bedrijf stopzet, teneinde gedurende die stopzetting aan de werknemers de aaneenge­sloten vakantie te geven, moeten de werknemers gedurende dat tijdvak met vakantie gaan.

Het tijdstip van deze bedrijfsva­kantie wordt (bij de aanvang van het kalenderjaar) door de werkgever in afwijking van het sub 2 bepaalde vastgesteld in overleg met de ondernemingsraad.


7. Snipperuren

1. De werknemer kan de overblijvende snipperuren opnemen op het tijdstip dat door hem wordt gewenst. Hierbij dient rekening te worden gehouden met het bedrijfsbelang.



  1. Indien de werknemer de sub 1 genoemde snipperuren niet heeft opgenomen voor 31 maart van het volgend jaar, is de werkgever gerechtigd data vast te stellen, waarop de werknemer deze uren zal genieten.

3. Een verzoek tot het genieten van snipperuren dient zoveel moge­lijk twee dagen voor de begeerde datum te worden gedaan, opdat tijdig overleg kan plaatshebben.

4. Aan de werknemer zal, indien hij dit uiterlijk 14 dagen van tevoren verzoekt, toestemming worden gegeven tot het opnemen van vakantiedagen voor de viering van een voor hem belangrijke godsdienstige feest- of gedenkdag, tenzij zwaarwegende bedrijfsomstandigheden zich daartegen verzetten.


8. Het niet verwerven van vakantierechten gedurende onderbreking der werkzaamheden.

1. De werknemer verwerft geen vakantierechten over de tijd geduren­de welke hij wegens het niet verrichten van zijn werk­zaamheden geen aanspraak op loon heeft.

De werknemer verwerft echter wel vakantierechten indien hij zijn werkzaamheden niet heeft verricht wegens:

a. volledige arbeidsongeschiktheid wegens ziekte, veroorzaakt buiten opzet van de werknemer;

b. zwangerschap- en bevallingsverlof;

c. het anders dan voor eerste oefening als dienstplichtige opgeroepen zijn voor militaire of vervangende dienst;

d. het opnemen van vakantie gebaseerd op in een vorige dienstbetrekking verworven doch niet genoten vakantie;

e. het met toestemming van de werkgever deelnemen aan een door de vakvereniging van de werknemer georganiseerde bijeenkomst;

f. onvrijwillige werkloosheid bij handhaving van het dienstverband.

In de hiervoor onder a en b bedoelde gevallen worden nog vakantierechten

verworven over maximaal de laatste 6 maanden waarin geen arbeid wordt

verricht, met dien verstande dat de tijdvakken samengeteld worden als zij elkaar

met onderbreking van minder dan een maand opvolgen.

2. Ten aanzien van het tijdstip van de aanvang en het einde van de hier bedoelde onderbreking is het in lid 4 bepaalde van overeen­komstige toepas­sing.

3. De verworven vakantierechten in de onder 1 van dit lid genoemde gevallen vervallen, indien de dienstbetrekking door de werknemer wordt beëindigd alvorens de arbeid is hervat.
9. Samenvallen van vakantiedagen/uren met bepaalde andere dagen waarop geen arbeid wordt verricht.

1. De dagen waarop de werknemer niet heeft gewerkt:

a. wegens de redenen genoemd onder 8.1;

b. wegens de redenen genoemd onder uitvoeringsregeling C 1b., 1e en 1g;

tellen als vakantiedagen, indien de werknemer niet voor die vakantie of

snipperdag aan de werkgever heeft meegedeeld dat dat geval zich zou voordoen.

Soms is het niet mogelijk de medede­ling vooraf te doen. Dit dient dan

onmiddellijk na afloop van de vakantie of snipper­diensten te geschieden.

2. Ziekte tijdens de vakantie

Ziekte tijdens vakantie zal evenmin als vakantie worden geteld mits:

1. de ziekte krachtens de bepalingen van de ziektewet is vast­ge­steld;

2. de werk­ne­mer­ aannemelijk kan maken dat hij zodanig in zijn bewe­gingsvrijheid beperkt was, dat de bedoeling van de vakan­tie in genen dele tot haar recht kon komen.


10. Vakantie bij het eindigen van het dienstverband

1. Bij het eindigen van de dienstbetrekking zal de werknemer alsnog in de gelegenheid worden gesteld de door hem niet genoten vakantie-uren waarop hij recht heeft, te genieten of zullen hem deze uren worden uitbetaald.

2. De nog te genieten vakantie uren zullen niet in de opzeggings­termijn mogen vallen, tenzij de werkgever in overleg met de werknemer anders be­paalt.

3. De werkgever reikt aan de werknemer bij het einde van de dienst­betrekking een verklaring uit waaruit blijkt de duur van de vakantie zonder behoud van salaris welke de werknemer op dat tijdstip nog toekomt.

4. Na een volledige arbeidsongeschiktheid van 2½ jaar zal het dienstverband worden beëindigd, waarbij de op dat moment verwor­ven vakantierechten, met inachtneming van het bepaalde in lid 8 sub 1, welke als gevolg van de arbeids­onge­schikt­heid niet konden worden genoten, zullen worden uitbe­taald.
11. Verjaring vakantierechten

Vakantierechten, welke niet zijn opgenomen voor het tijdstip liggende 5 jaar na de datum waarop deze zijn verworven, vervallen. Dit geldt niet voor gespaarde vakantierechten.


12. Vervangende schadevergoeding

Rechten op het genieten van vakantie uren kunnen behoudens in het in lid 10 sub 1 bedoelde nimmer worden vervangen door een schadever­goeding in geld.


13. Teveel genoten vakantie

Indien bij het eindigen van de dienstbetrekking blijkt, dat de werkne­mer teveel vakantie heeft genoten, zal de werkgever het over die teveel genoten vakantie betaalde mogen verrekenen met het door hem aan de werknemer verschuldigde dan wel het teveel betaalde van de werkne­mer kunnen terugvorderen.



UITVOERINGSREGELING C.

Afwezigheid met behoud van salaris
Met uitsluiting van het anders en overigens in artikel 629b BW bepaalde geldt het volgende:

1. Bij arbeidsongeschiktheid van de werknemer is het in artikel 16 bepaalde van toepassing.


2. In de volgende gevallen wordt de werknemer betaald verzuim toegestaan gedurende de bij elk van die gevallen vermelde tijdsduur, onder de voorwaarde dat:
- de betreffende gebeurtenis valt op een werkdag volgens het voor de werknemer
geldende dienstrooster;
- de werknemer de betreffende gebeurtenis daadwerkelijk bijwoont;
- hij, indien mogelijk, tenminste twee dagen van tevoren de werkgever van de
gebeurtenis in kennis stelt.

a. bij ondertrouw van de werknemer of ten behoeve van de eerste afspraak bij de notaris ten behoeve van een notariële samenlevingsovereenkomst: een halve dag (halve dienst);

b. bij huwelijk of aangaan van geregistreerd partnerschap van de werknemer: gedurende 3 dagen (3 diensten), bij het afsluiten van een notariële samenlevings-overeenkomst: gedurende 1 dag (1 dienst);

c. bij huwelijk of aangaan van geregistreerd partnerschap van een broer, zus, zwager, schoonzus, kind, ouder of schoonouder van de werknemer: gedurende 1 dag (1 dienst);



  1. bij 12½-, 25- en 40-jarig huwelijksjubileum van de werkne­mer: gedurende 1 dag
    (1 dienst); bij 25 , 40 , 50-, 55- en 60-jarig huwelijksjubileum van de ouders of schoonou­ders, bij 40 , 50- en 60-jarige huwelijksjubileum van de grootouders: gedurende 1 dag (1 dienst);

  2. bij de geboorte van een kind van de werknemer: gedurende de lopende dienst en de daarop volgende twee dagen;

  3. bij overlijden van de partner of kind van de werknemer, en bij het belast zijn met het regelen van de begrafenis of crematie van een familielid genoemd onder g of h: van de dag van overlijden tot en met de dag van begrafenis of crematie.

  4. bij overlijden van een ouder, schoonouder, schoon­dochter of schoonzoon van de werkne­mer: gedurende 1 dag (1 dienst);

  5. bij begrafenis of crematie van een ouder, een groot­ouder, een schoonouder, een broer, een zus, een zwager, een schoonzus, schoondochter of een schoonzoon van de werkne­mer: gedu­rende 1 dag (1 dienst);

  6. bij het 12½-, 25 , 40  of 50-jarig dienstjubileum van de werknemer; gedu­rende resp. 1, 1, 2 of 3 dagen (1, 2 of 3 diensten);

  7. bij een persoonlijk opgelegde verplichting, mits opgelegd buiten zijn schuld en de vervulling daarvan niet in zijn vrije tijd kan plaats hebben: gedurende een door de werkgever naar billijkheid te bepalen tijdsduur en onder aftrek van de vergoeding, welke de werknemer van derden kan ontvangen.

  8. voor het bezoeken van een arts, tandarts of specialist voor zover dit niet buiten arbeidstijd kan plaatshebben: de tijd die dat met zich meebrengt met een maximum van 2 uur. In bijzondere gevallen, bijvoorbeeld in geval van noodzakelijke specialistische hulp, kan in gunstige zin van deze regeling worden afgeweken;

  9. bij het afleggen van een vakexamen en ter verkrijging van een erkend diploma, indien dit in het belang van het bedrijf is: gedurende de voor het examen benodigde tijd alsmede op de dag van het examen de aan het examen voorafgaande tijd;

  10. voor het volgen van opleidingen, mits de opleiding in het belang van het bedrijf
    wordt gevolgd en ook als zodanig door het bedrijf is erkend: voor zover scholingstijd en werktijd volgens rooster samenvallen;

  11. bij verhuizing: 1 dag (1 dienst) met een maximum van 1 dag (dienst) per jaar.



UITVOERINGSREGELING D

Functie indeling, beoordeling, salariëring
1. Functie indeling

1. De functies van de werknemers zijn op basis van functie­waarde­ring volgens de ORBA methode gewaardeerd en ingedeeld in func­tiegroe­pen.

2. Werknemers worden geplaatst in de bij de functie behorende functiegroep en salarisgroep met uitzondering van:

a. werkne­mers die bij de voorgenomen tewerkstelling in een hoger inge­deelde functie nog niet beschikken over de des­kun­digheid of erva­ring die voor die functie zijn vereist. Zij kunnen tijdelijk doch niet langer dan 12 maanden inge­deeld zijn in een lagere salaris­groep dan met de bedoelde functie overeenkomt;

b. werkne­mers aangesteld als trainees. Zij kunnen ten hoogste 3 jaren als zodanig werkzaam zijn en worden na afloop van de traineeperiode in een functie en de overeenkomende salarisgroep ge­plaatst dan wel opgeleid voor een bepaalde hogere functie;

c. werkne­mers in opleiding voor een bepaalde functie. Zij kunnen ten hoogste 3 jaren als zodanig werkzaam zijn en worden na afloop van de oplei­dingsperiode in de bedoelde functie en de overeenkomende sala­ris­groep geplaatst.

3. Iedere werknemer ontvangt schriftelijk mededeling van de functie die hij vervult, de functiegroep waarin die functie is ingedeeld en het basisjaarsalaris.

4. Indien een werknemer van mening is dat zijn functie door taak­veranderingen niet meer in de juiste functiegroep is inge­deeld, zal de werkgever op zijn desbetreffend en via de chef ingediend schriftelijk verzoek opnieuw een waardering van de functie doen plaatsvinden.

5. De werknemer kan tegen de uitslag van de functiewaardering in beroep gaan via een beroepsprocedure die door de werkgever in overleg met de ondernemingsraad is vastgesteld. Daarna heeft de werknemer de mogelijkheid om extern via de werknemersorganisatie in beroep te gaan. Een specialist van de werknemersorganisatie zal dan samen met een specialist van de AWV een standpunt bepa­len dat bindend is voor alle partijen.
2. Beoordeling

Jaarlijks wordt iedere werknemer beoordeeld volgens het met de onder­nemingsraad overeengekomen systeem.


3. Salariëring

Het individuele salaris van de werknemer wordt bepaald:

a. door de functiegroep waarin zijn functie is ingedeeld en de daarbij behorende salarisgroep,

b. binnen de salarisgroep:

  door de individuele salarisverhoging die de werknemer is toege­kend op

basis van de meest recente beoordeling die over hem is uitgebracht,

  door het maximumsalaris dat de werknemer op basis van de meest

recente beoordeling van zijn functioneren in de salarisgroep kan bereiken.


4. Salarisverhogingen

De verhogingen worden toegekend per 1 april van elk jaar op voor­waarde dat

a. de werknemer op die datum tenminste 2 maanden in dienst is van de werkgever,

b. de werknemer op grond van zijn beoordeling daarvoor in aanmer­king komt, en

c. de werknemer nog niet het voor hem geldende maximumsa­laris van de desbetreffende salarisgroep heeft bereikt.
5. Salarissysteem

Verhoging bij beoordeling

A (onvoldoende) : 0% van het minimum van de functiegroep

B (matig) : 1% van het minimum van de functiegroep

C (voldoende) : 2,25% van het minimum van de functiegroep

D (goed) : 4% van het minimum van de functiegroep

E (uitstekend) : 5,75% van het minimum van de functiegroep

Er kan eerst dan een beoordeling A gegeven worden als hieraan 2 x een beoordeling B vooraf is gegaan.




CRA Salaristabel (basisjaarsalarissen) 1.4.2009 - 31.12.2009 in EURO




(inclusief verhoging van 1,50% per 1 april 2009)










minimum

maximum

maximum

maximum

maximum



















functiegroep




C

D

E

F

A

29413

36603

37911

39216

40522

B

33310

41447

42929

44410

45870

C

37275

46358

47982

49609

51235

D

42575

52829

54684

56541

58396

E

48774

60494

62622

64754

66883























































CRA Salaristabel (basisjaarsalarissen) 1.1.2010 - 30,06.2010 in EURO




(inclusief verhoging van 1,00% per 1 januari 2010)










minimum

maximum

maximum

maximum

maximum



















functiegroep




C

D

E

F

A

29708

36970

38291

39609

40928

B

33644

41862

43359

44855

46329

C

37648

46822

48462

50106

51748

D

43001

53358

55231

57107

58980

E

49262

61099

63249

65402

67552























































CRA Salaristabel (basisjaarsalarissen) 1.6.2010 - 31,12.2010 in EURO




(inclusief verhoging van 1,00% per 1 juli 2010)




minimum

maximum

maximum

maximum

maximum



















functiegroep




C

D

E

F

A

30006

37340

38674

40006

41338

B

33981

42281

43793

45304

46793

C

38025

47291

48947

50608

52266

D

43432

53892

55784

57679

59570

E

49755

61710

63882

66057

68228























































CRA Salaristabel (basisjaarsalarissen) 1.1.2011 - 31.03.2011 in EURO




(inclusief verhoging van 1,00% per 1 januari 2011)










minimum

maximum

maximum

maximum

maximum



















functiegroep




C

D

E

F

A

30307

37714

39061

40407

41752

B

34321

42704

44231

45758

47261

C

38406

47764

49437

51115

52789

D

43867

54431

56342

58256

60166

E

50253

62328

64521

66718

68911



1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina