Bron: bhic, Toegang 7697, Oud Gemeentearchief Veghel, inv nr. 72, resoluties van het dorpsbestuur dd. 1791-1797



Dovnload 0.87 Mb.
Pagina1/18
Datum16.08.2016
Grootte0.87 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   18
Bron: BHIC, Toegang 7697, Oud Gemeentearchief Veghel, inv. nr. 72, resoluties van het dorpsbestuur dd. 1791-1797
Een bescheiden aanzet voor deze regesten werd gemaakt door René Huiskamp. Deze werden aangevuld en uitgebreid door Martien van Asseldonk

Fol. 1-1v, 23-3-1791 Weg in de kom

Extract uit de resolutie van de Raad van State van 23-3-1791. Is gehoord het rapport van de thesaurier generaal van secretaris Mollerus, hebbende volgens resolutie van 14-3-1791 geëxamineert een brief van de Leen en Tolkamer, waarbij ter voldoening aan de resoluties van 14 en 17-2-1791 dienen van derselven consideratien en berigt op de regte antidodaal aan haar Edele Mogenden gepresenteerd door L.A. Verhoeven en K.L. Vermeulen, zich noemende gequalificeerde van een groot aantal van de voornaamste geërfdens van het dorp Vechel, tegens een versoek door de leden uitmakende de corporele vergadering aldaar aan haar Edele Mogenden gedaan om tot het bestraten van de weg of straat in de kom van het dorp zekere somme van de penningen uit het fonds der verpondingen en beede en van het dorps huishouden, mitsgaders vande verkochte gemeentens gronden te mogen employeren, als mede om op de bestraaten weg te heffen een straat off weggeld en een of meer sluitbomen te mogen zetten, en om hangende de deliberatie van haer Edel Mogenden met de aanbesteeding van de straatweg te mogen voortvaren, en zynde nevens de voorschreven mssive gevoegd het schriftelyk belang van gemelde L.A. Verhoeven op dit subject aan de Leen en Tholkamer voornoemd overgegeven. Is goed gevonden de regenten van Veghel te permitteren om hangende de deliberatie van haar Edel Mogende op het versoek door de corporeele vergadering van Vechel gedaan het leggen van den straatweg aan te besteden.

Fol. 1v, 18-4-1791 Weg in de kom

Johan de Jong wordt gemachtigd om het bestek van de nieuwe weg in Den Bosch aan de Leen en Tolkamer te overhandigen.

Fol. 2-7, 26-4-1791, Bestek voor de nieuwe weg



Bestek en conditien waar naar de regenten van Veghel publiek aanbesteden het verlaagen van een gedeelte van de straat, mitsgaders het aenvoeren van de noodig landt en het aanhogen van derselve, het sleyten en egaliseren van den wegh door de kom van het dorp, beginnende van de groote brugh tot een roede doer het hecken aen den weg naer Erp, als meede van de pomp door de moolenstraet tot aan een paal geslagen over het backhuys van de molenaer en alles te samen lang 125 ¼ roeden, Bossche maeten. Verders het kasseyen of bestraeten van den voorschreven wegh met de leverantie van de noodige spondt off kandtstucken en beste Brusselse keijen, en alle verdere materiaelen en gereetschappen die tot dit werk werden vereijst in voegen navolgende.


  • Den aennemer sal de straet alwaer deselve te hoog is 6à 7 duym onder het bepaalde peyl moeten verlaegen, verders verhoogen, slegten en egaliseren om de bedding tot den steenweg te formeeren, de hooge gronden sal hy moeten doen vervoeren ter plaatsen hem aan te weysen. ’t Afgelaagde en verdere laagtens en generaalijk het geheel bedt tot den steenwegh sal hy 5 à 6 duym moeten ophoogen met goede grof zandt tot soodanige hoogten dat de kruyn van de steenweg de hoogte bekomt volgens waeterpasse regt afdaelende leynen soo als de peylen op de volgende plaatsen zyn gesteld gevonden geworden aen deselve de vereyste ton ronde gedaante soo als hier naer zal worden bepaalt.




  • De peyl van hoogten van de kruyn van de steenwegh soo als de rybane zal moete worden is gesteldt naar bij de groote brugh volgens een grip of een krep in een paal kort by de poort van het kerkhof gesaagt, van daer op den hoek bey het riool op de hoogte van een dito krep en dito krep in den paal aldaer gesaegt. Van daer tot drie duym onder den bovenkandy van den steene dorpel van het raadthuys. Van daar tot de steene pomp alwaer het peyl van het kruyn van den steenwegh sal genomen worden 21 duym onder den boven kandt van den waetervack by de pomp. Van daer sal de bedding vervolgt worden doer de Moelen straet alwaer het peyl van de hoogte van het kruyn van de steenwegh twee duym laeger sal moeten worden gestelt als de krep die in seekere linde boom is gesaagt, staende voor het huys van Hendricus van der Linde. Verders sal de bedding weederom begonnen moeten werden by de pomp, 21 duym onder den bovenkant van den waeterbak, soo als gesegt is en vervolgt tot op de hoogten van een duym boven de krep die in den lindeboom gesaegt is voor het huys van Hendricus van den Bogaerdt. Van daar tot op de hoogte van een dito krep in den linde boom gesaagt voor het huys van Symon Hommelis. Van daar tot op de hoogte van een krep in den paal gekapt by het huys Jan van de Velde. Van daar tot op de hoogten van een krep gesaagt in de hoek pael van het hecken staende op den wegh naer Erp. Zullende de kruyn van den steenwegh met een ton ronte gedaente van hoogte van den eenen tot den anderen hier voorgemelden peyl naer een waeterpassen afdaelende leijn, accuraet van hoogten moeten worden gesteldt ter bevordering van de afwatering. Ook reserveeren de heeren besteeders ingeval deselve onder de bewerking oordeelde de genaemde peylen of eenige derselven een, 2 à 3 duymen te verhoogen of te verlaegen den aennemer alsdan gehouden sal syn sulx te doen.




  • Den aennemer sal de bedding van den steenwegh moeten aenleggen ter geheele lengte van 125 ¼ roeden ’s Bossche maeten, volgens het beloop van de straet en ter breete soo als deselve daer af van weegens de heeren besteeders sal worden afgestoken, en wel sorg moeten draegen dat de hooge gronden ter diepte van 6 à 7 duymen onder het bepaalt peyl worden uytgegraeven en buyten het werk vervoeren ten eynde dat onder de kruyn als den steenwegh in ordre genmaekt sal syn ten minste een bedding van vier duym grof zandt sal komen te leggen en over het geheel zal den aennemer de bedding in een goede ordre moeten egaliseren en naer de eysch met grof zandt vast aanstampen en van boven voor het inheyen der keyen logten. De bedding sal moeten weesen van soodanige hoogten en breeten dat als den steenwegh by geheyt en in ordre gebragt dal sijn van den eenen tot den anderen peyl naar een waeterpasse afdaelende leyn komt te leggen.




  • De bedding tot den steenwegh dusvers in ordre synde, zal door of van wegens de heeren besteeders de coers tot beloop van den steenwegh worden afgetekendt soo als den aennemer de spondt of kandt stucken buyten werks sal moeten stellen die den aennemeer mede tot dit geheel werk sal moeten leeveren, dik 3 duym, breet 1 ½ voet en ten minste een voedt gestart, wederseyts wel waeterpas gesteldt en van binnen en buyten met een eysere heij wel vast aanstampen na den eysch. Verders sal hy de voorschreven spondt of kandtstucken moeten stellen van de brugh tot aan of naarbij het raadthuys ter breete van 13 voeten buyten werkx, ongeveer lank 16 ½ roeden, ook sal hy by het stellen der spondt stucken moeten observeren dat die van hoogten als in articul 2 gemeldt peyl van kruyshoogte werden gesteldt, dat dit fak een ton ronte gedaente becomt van 5 duym in den hoek met een groter beloop naer den eysch en volgens aenweysen tegens den steenwegh voor het raadthuys aensluyten. Als mede sal den aennemer de afwatering van de zuytseyde van den steenweg nevens het raadthuys volgens aenweysing moeten maeken en stellen.




  • Den aennemer sal het stellen der spondt of kandtstucken vervolgen van het raadthuys tot aan de Moolenstraet ontrent de pomp, ongeveer lang 22 ½ roeden, ter breete van 20 voeten buytenwerks van hoogten dat den steenwegh volgens de voorschreven peyl der cruynshoogte een ton ronde bekomt van 8 duym. Voorders sal den aennemer volgens aftekening in voegen voorschreven met het stellen der spondtstucken voert gaen van de Moelenstraet op de breete van 20 voeten en vervolgens wederseyts in een regte linie vermeerderende dat deselve ter lengte van ongeveer 9 ½ roeden voor den linde boom voor het huys van Hendriena van den Boogaert nog 15 voeten breete komt te behouden, te stellen van hoogte dat de voorschreven steenweg volgens meergemelde peyle van kruynshoogte een ton tonde bekomt van 6 duym en verders opwaerts naer de Moelenstraet onder de leyn en egaliteyt met de spondtstucken aldaer. Verders sal den aennemer tot stellen der spondt stucken in voegen voorschreven vervolgens ongeveer ter lengte van 20 ½ roeden by den pael geslaegen op het eyndt van het huys van Leonardt Gast, vervolgens wederseyts naer de regte linie verminderende dat den steenweg aldaer nog de breete behoudt van 13 voeten van hoogte, dat deselve volgens voorschreven peyl van kruynshoogte een tonronde bekomt van 5 duym. Vervolgens sal den aennemer met het stellen der spondtstucken in voegen voorschreven voortgaen tot een roede buyten het hecken ongeveer lang 33 roeden, breedt 13 voeten, van hoogten dat deselve volgens den peyl der kruynshoogten een tonronde bekomt van 5 duymen. Verders sal den aennemer van de steenwegh ontrent de pomp door de Moolenstraet met het stellen der spondtstucken in voegen voorschreven voortgaen tot tegenover het backhuys van den moolenaer, by een paal aldaer geslaegen, ongeveer lang 23 ¼ roeden, ter breete van 13 voeten, en hoogte dat de steenwegh volgens de peyl en kruynshoogte een tonronde bekomt van 5 duym. Den aennemer sal de Moelenstraet met een breeder beloop als 13 voeten naer de eysch en volgens aanweysing tegens den steenweg voor de pomp aan sluyten. Ook moet den aennemer verdagt syn dat de spondt stucken dewelken de langste maaten sullen hebben op de laagste aangehoogde plaatsen werden gesteldt. Oock sal aan de heeren besteeders vrey staan om een gedeelte van densteenwegh op eenig plaatsen te doen verbreeden mits dat een gelyk getal van vierkante voeten op andere plaatsen worden vermindert.




  • Het werk dusverre gevordert synde sal den aennemer ter bestraating van de meergemelde 125 ¼ roeden steenwegh de nodige Belse Brusselsche keyen van groote en fatcoen als het monster en geen minder caliber of formaet met behoorlyke koppen en staerten, of sullen door de heeren besteeders afgekeurt worden. Ook sal den aennemer by het leggen der keyen wel sorge moeten draegen dat die in een goedt verbandt en naer den eysch wel digt tegens den anderen aangesloten worden gewerkt in goedt zandt soo als voorschreven is. Ieder key vervolgens met een eysere hey van bequaeme swaerte neederheyen en gelyk stampen en vervolgens met zandt bestroyen, wel moeten observeeren dat de swaerste en grootste keten gewerkt worden alwaer de raederen der vootuuren en karren gaan en dat den steenwegh gemaakt zynde overal syn voorschreven tonronde en legging komt te hebben. Ook sal den aennemer tot aansluyting van den steenweg moeten leveren en leggen drie eyken stoot balken, lang 13 ½ voeten, swaar 8 à 10 duym, als een aen de brug, een in de molestraet en een op den weg naer Erp.




  • Allen materiaelen en gereetschappen, schuyt en karvragten niets uytgesondert, zal den aennemer ten synen kosten en lasten moeten leveren en sig selve versorgen de keyen beste Brusselsche keyen, hebbende behoorlyke koppen en staarten volgens het monster en van geen minder caliber of formaet. De kandt of spondt stucken beste Vilvoortse steen, het zandt goedt grof zandt hetwelk doer de heeren besteeders den aennemer sal aangeweesen worden van waar hy het moet doen graven, ten synen kosten en lasten op het werk sal moeten brengen als ook de aarde die te veel in de straet bevonden sal worden sal den aennemer mede ten synen kosten moeten vervoeren ter plaatse hem aen te weysen.




  • Den aennemer sal geen keyen of handtsteenen mogen verwerken voor al eer de selve door of van wegens de heeren besteeders sullen zyn gevisiteert en goedt gekeurt, tot welke visitate den aennemer de heeren besteeders tydig te vooren sal aensoeken en dat soo dikwils als het vereyschen sal, sullende sulks in ’s Bosch geschieden. De afgekuerde keyen en kandtstucken sal hy op het werk niet mogen voeren, maer anderen in plaats leveren en soo bevonden wierdt den aennemer afgekeurde keijen quam te verwerken, zal hy telkens verbeuren een somme van ses guldens en bovendien het werk moeten veranderen ten genoegen van de heeren besteeders.




  • Zoodra deese besteeding door haer Edele Mogende sal syn geapprobeert zal den aennemer sig van de noodige keyen en spondt stucken moeten voorsien en die allen ontrent het werk moeten gelevert hebben voor den 1 mey 1792 en den geheelen straatweg moeten gekasseyd en volkome aan den inhoudt deeses opgelevert hebben voor den 1 september 1792 op peene van ses guldens daegs voor ieder dag die hy na die tydt comt te werken, welke penningen hem aan syn bedongen loon sullen gekort worden ten waer een aenmerkelyk toeval van laag waeters, vorst, etcetera het transporteren van de keyen verhinderde, als wanneer den aennemer een conveniabele tydt verlenging sal geaccordeert worden, mits komt te bleyken zulks niet geschiedt te zyn, doen des aennemers versuym. Indien den aennemer in gebreeke mogte blyven om de leverantie van keyen en spondtstucken geheel of gedeeltelyk te doen, als ook om het werk op den bepaalden tydt op te leveren, soo reerveeren de heeren besteeders aen haer Edele de magt om de leverantie en het werk tot kosten en lasten van den aennemer en syne borgen naar den inhoud deeser te laeten doen en afmaeken.




  • De maet waer mede dit werk gemeten is, is de Bossche maet van 20 voeten in de roede en 10 duym in de voet.




  • Soo onverhoopt in dit bestecq iets mogte vergeeten zyn het welk onder de bewerking absoluut nodig geoordeelt wierdt, soo sal den aennemer verpligt zyn allen het zelve met de leverantie der materiaelen te moeten maeken op aensegging even of sulks in dese ten duydelykste bepaelt was mits egter blyvende by den aardt van het werk en het bestecq egter onder conditie dat de costen daer van in alles te samen genoomen niet meer bedraegen als 150 guldens eens waer tegens het onverwagte buyten werk sal afgerekendt werden.




  • Wanneer in deese eenige duysterheden naar het begrip des aennemers mogt voorkomen soo dal den aennemer verpligt zyn zig in alles te gedraegen onder de explicatie daer van doer de heeren besteeders of den architek te geven mits niet gaande buyten den aert van het werk.




  • En sal niemandt mogen aennemen die in eenige slandts of gemeentens werken in gebreeke is gebleeven. Ook sal den aennemer moeten gebruyken goedt kundig en bescheyden werkvolk, zullende de selve andersints door de heeren besteeders van het werk gesonden worden en anderen ten kosten en lasten van den aennemer in plaats worden gesteldt.




  • De betaaling sal gedaen worden met contant gelt door of van wegens de heeren besteeders in eenen termeyn veertien daegen naer dat den aennemer syn werk volcomen sal hebben afgemaekt en door of wegens de heeren besteeders sal syn goedtgekeurdt en gepreesen.




  • Dog ingevalle den aennemer eenig is in den aenvoer van de keyen, sal hier ontrent eenige consideratie worden gebruykt met hem naer maete de keyen, spondt stucken die hy ontrent het werk sal leveren ter goeder reekening op syn aennemers penningen een gedeelte van deselve te betaale, dog het werk alleen ter dispositie sal staan van heeren besteeders. Indien men by de laatste opneeming van het geheele werk bevondt den steenweg niet conform naer den inhoudt deeser gekaseydt of afgemaakt te zyn, soo dal den aennemer gehouden zyn het selven op aenweysing aanstonts te vermaeken en te herstellen, en by foute van dien behouden de heeren besteeders aen haer Edele de magt om den steenwegh in ordre en conform aen dit bestecq tot lasten van den aennemer en syne borgen te doen afnaken en de daegen die met den bepaalden tijdt gewerkt worden te corten, uytgenomen 300 gulden, welke eerst ses maanden na de opneming betaelt sal worden tot dat heeren besteders sullen hebben ondervonde dat den steenweg in ordre blyft, sullende anders de gemelde somme daer toe weder tot herstelling worde geemployeert.

De aannemer moet twee borgen stellen. Hij krijgt gratis een kopie van het bestek. De laagste inzetter krijgt het trekgeld van 12 rijksdaalders. Ingezet door Hendrik Verhees, wonende te Boxtel, voor 11.975 gulden, afgedaald naar 8.000 gulden en geklommen naar 11.300 gulden en daarvoor gemijnt door Jan Pannebacker. Borg is Louisius van Heijst, wonende te Waalwijk.

De volgende tekening werd door architect Verhees getekend als toelichting bij bovenstaande bestek. Het verloop van de nieuwe weg staat er op aangetekend.

Fol. 7v, 27-4-1791 Weg in de kom

Brief aan de Raad van State. De weg is aanbesteed. Antwoord op de brief van 12-5-1791, betreffende de sluitbomen. Er kunnen geen karren off reytuygen door passeren, maar de de passasie van paarden is dag en nacht mogelijk. Verzoekende om een gunstig bericht.

Fol. 8-9, 21-7-1791 Weg in de kom

Extract van de resolutie van de Raad van State van 21-7-1791. Alles in overweging genomen hebbende, inclusief het het berigt van de Leen en Tolkamer op het request antidotaal van L. A. Verhoeven en Lambert Jansse Vermeulen, zich noemende gepacificeerdens van Vechel, en op eene memorie van wegens gemelde supplianten tegens het leggen van voornoemde straatweg aan gemelde kamer ingediend, heeft besloten aan de corporele vergadering van Veghel toe te staan:


  • Om tot vinding der kosten tot het aanleggen der straatweg geld te nemen uit het fonds van de verponding en beden en 3.000 van het dorpshuishouden waarvoor gemeente gronden verkocht mogen worden.

  • Om drie sluytboomen aan de stellen, een aan het begin van de straatweg komende vanuit Schijndel, een het begin van de straatweg komende uit Erp en een op de Boschstraat komende uit Dinther, en dat de sluytboomen zoodanig zullen moeten worden gesteld dat daar doer wel de passage vier karren en andere reytuygen, doch geensints voer voetgangers, paarden of beesten afgesloten kan worden, en dat ook de nagts de sluytboomen altoos als er karren of ander rytuygen moeten passeeren zullen worden geopend.

  • En een octroy voor 15 jaren om straat of weggeed te heffen van een halve stuiver van een kar of rytuyg met een paerd bespannen, en van een stuiver voor een kar of rijtuig met twee paarden bespannen. Hiervoor met een jaarlijkse cijns van 4 gulden betaald worden. De collecte van het weggeld moet publiek verpacht worden. De ingezetenen van Veghel zijn vrij van het betalen van dit straat of weggeld. Er moet een apart fonds voor worden opgericht, waarvan elke drie jaar een rekening gemaakt zal worden.

Fol. 9v, 17-8-1791

De Raad van Staten heeft Veghel een octrooi gegeven om 15 haar straat- of weggeld te heffen. Antony Hendrik Gerbrandts wordt gemachtigd om naar de Leen en Tolkamer in Den Bosch te gaan on de nodige verbandbrieven te laten passeren.

Fol. 10-10v, 25-7-1701 Weg in de kom

Hermanus van Dommelen en Laurens van Heyst stellen zich op 25-7-1701 voor schepenen van Waalwijk borg voor Jan Pannebakker aannemer van de steenweg te Veghel

Fol. 11v, 26-7-1791 Weg in de kom

De schepenen van Veghel verklaren dat Jan Pannebakker, wonende te Waalwyk, ten behoeve van het dorp Veghel circa 180.000 kaaysteenen met de benodigde spondt pandtstucken moet leveren.

Fol. 12, 6-8-1791 Weg in de kom

Brief van de schepenen van veghel aan de heer baron Hopmeesters, penipotentiarus van de Staten Generaal der verenigde Nederlanden aan het hpof te Brussel. De regenten van Veghel hebben 155.000 cassai steenen en 5.000 voet kantstukken, of sponden, voor de dorpsstraat in de kom nodig. De governeur moet daartoe een verzoek doen aan het gouvernement, waarom wij U vragen dat verzoek aan het gouvernement in een gunstig daglicht te stellen. De leverantier heeft aangeboden om de kosten daarvan aan U te betalen.

Fol. 12v, 26-8-1791 Weg in de kom

Brief van Jan Pannebakker, 26-8-1791, Waalwijk, aan de president en schepenen van Veghel. Toen op het einde van afgelopen week te Brussel was heb ik geprobeerd de permissie voor het uitvoeren van de straatstenen te krijgen. Ik deel u mede dat ik bericht heb gekregen dat de uitvoer is toegestaan.

Fol. 12v, 25-10-1791 Weg in de kom

Brief van Jan Pannebakker, 25-10-1791, Waalwijk, aan de president en schepenen van Veghel. Hij schrijft dar er bereits met ligters straatsteenen zijn gearriveerd en by continuatie zullen woren aangebragt. Dat de scheepenen leedig zyn, ten ware de rivier de Maas zoo sterk waste dat sy konde binnen vloote. Hij verzoekt de stenen te komen keuren. Mijn vriend heer Johan Evermans heeft daar op opzicht.
Volgens volgent versoek van de heer Panneboeker worden de regenten verzocht om aanstaande donderdag voormiddag in Den Bos de straatkeijen te examineren en dan zal de heer Pannebakker ook present zijn. Getekend J. Evermans.

Fol. 15v, 26-1-1791 Belasting

Brief van de Raad en rentmeester generaal der Domeinen en Leenmannen van de Leen en Tolkamer, getekend door J, van Heurn, ’s Bosch, 26-1-1791 aan de regenten van Veghel, betreffende de wijze waarop de reëele omslagen dienen te gebeuren. Hij vraagt de regenten om zes vragen te beantwoorden, zie hierna.

Fol. 16-16v, 21-4-1791 Belasting

Antwoord van de regenten van Veghel op de brief van Van Heurn op 26-1-1791.


  • Punt 1: Betreffende het nodige van een verponding tot het dorpshuishouden vermenen wij wanneer het reëel soo als nu alhier wordt opgehaelt, namelijk 3/8 van een verponding, het voordeligste en zeer goed voor onder de ingesetenen soude wesen en toereikend is.

  • Punt 2: betreffende de sloten van de borgemeesterrekening van 1791 en die van de verponding en de bede. Het slot van de borgemeesterrekening zal circa 8.500 gulden bedragen, waaronder inkomsten van nieuwe verkochte erven. Het slot van de verponding en bede zal 3.300 gulden wezen. Wij willen dit geld gebruiken voor de aanleg van de straatweg in het dorp.

  • Punt 3: betreffende reparaties. De brug over de Aa is genoegsaem versleeten en moet vernieuwd worden, waarvoor 6 à 700 gulden nodig zal wezen

  • Punt 4: betreffende capitaalen van den oorlogs lasten. Deze zijn al lang afgelost.

  • Punt 5: betreffen het personeel omgeslagen, per jaar opgehaald:

    • 1788: 318-15-0

    • 1789: 320-0-0

    • 1790: 322-12-0

    • 1791: 318-10-0

  • Punt 6: negotiatie (geldleningen), deze zijn er geen gedaan

Fol. 17-17v, 9-4-1791 Belasting

Brief van de Raad en rentmeester generaal der Domeinen en Leenmannen van de leen en Tolkamer, getekend door J. van Heurn, ’s Bosch, 9-4-1791, aan de regenten van Veghel. Ter voldoening aan de resolutie van de 22-1-1791 stellen wij u de volgende vragen voor het formeren van de tweede staat.


  • Punt 1: het getal der huysen en inwoners. Om het beantwoorden van deze vraag gemakkelijk te maken kan op het borderel of kohier gemaakt om aan de comptoiren der gemene middelen te geven volgens de resolutie van 1736, het aantal inwoners per huis geschreven worden. Bijgevoegd een gedrukt borderel dat hiervoor gebruikt kan worden. Onder het woord armen worden verstaan degenen die door de armekas onderhouden worden. De onvermogenden worden niet door de armenkas onderhouden, maar zijn niet in staat om enige lasten aan het land op te brengen.

  • Punt 2: het aantal huizen en landerijen die in 1791 in de verponding en beden aangeslagen zijn. Die vraag kan in drie deelvragen opgesplitst worden.

    • Of er huizen en landerijen zijn die in de verponding niet zijn aangeslagen en zo ja, hoe groot ieder perceel is

    • Of er huizen of landerijen zijn die op het quohier gevonden worden, maar niet in de verponding betalen



  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   18


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina