Bronnen: Praktische Opdracht anw aids



Dovnload 17.04 Kb.
Datum17.10.2016
Grootte17.04 Kb.
Bronnen:

 

Praktische Opdracht ANW AIDS

1. Wat is AIDS?

2. Wat zijn de ziekteverschijnselen?

3a. Hoe wordt AIDS verspreid?

b.Hoe kan het voorkomen worden?

5. Geschiedenis van AIDS

6. Genezing?

7. AIDS tegenwoordig

8. Weetjes over AIDS.



Wat is Aids?

Aids begint met besmetting van het HIV-virus. Door het Humane Immunodeficiëncy Virus krijg je een virus infectie.



Dit is het HIV-virus.
Virussen bestaan meestal uit een stukje genetisch materiaal (DNA of RNA) en een membraan. Virussen hebben alleen geen mogelijkheid om zichzelf te vermenigvuldigen, daarvoor hebben ze namelijk een gastheer nodig.

Het heet het Humane Immunodeficiëncy virus omdat het virus de afweer zo aantast dat het problemen krijgt met het afweren van ziekteverwekkers. Het verzwakt dus de afweer bij mensen. Iemand die met het HIV-virus is besmet gaat antistoffen aanmaken. Alleen kunnen die antistoffen het virus niet vernietigen. Je kunt dan infecties krijgen die door mensen zonder het HIV-virus makkelijk kunnen worden bestreden.

Je krijgt pas de diagnose AIDS als HIV je afweer zodanig heeft afgebroken dat je makkelijk ziek wordt van infecties die door niet besmette mensen zo kunnen worden bestreden. Dit soort infecties worden opportunistische infecties genoemd, omdat ze de gelegenheid benutten om toe te slaan.

Aids is de afkorting van Acquired Immune Deficiency Syndrome. Letterlijk betekenen deze vier woorden 'verworven', 'afweersysteem', 'tekort' en 'complex van ziektes'. Aids is dus een verworven aandoening waarbij het afweersysteem tekortschiet, waardoor verschillende ziektes kunnen ontstaan.



Seropositief
Een Aids-test kan aantonen of iemand antistoffen tegen het HIV in het bloed heeft. Deze persoon is dan seropositief. Voor heel veel mensen is het woord "seropositief" verwarrend. Het begrip positief doet je denken aan een gunstige uitslag, terwijl seropositief juist betekent dat men besmet is met het virus.
Iemand die seropositief is, hoeft nog niet ziek te zijn. Sommige seropositieve mensen blijven nog heel lang gezond. Hij kan dan wel andere mensen besmetten met het virus. Maar op een gegeven moment begint de afbraak van het afweer systeem en wordt men vatbaar voor virussen.

Wat zijn de ziekteverschijnselen van een HIV-infectie?

Iemand die seropositief is, kan last hebben van meerdere verschijnselen die met een HIV-infectie te maken hebben, zoals:

- enorme moeheid


- nachtzweten
- koorts
- fors gewichtsverlies
- opgezette lymfeklieren in de hals en/of oksels
- hardnekkige diarree
- droge hoest
- kortademigheid en dergelijke
Het probleem is dat de symptomen ook vaak bij andere ziekten voorkomen. Het hebben van deze klachten wil zeker niet zeggen dat men AIDS ontwikkelt.

Ook mensen die seropositief zijn, kunnen dergelijke klachten krijgen terwijl die niets met het uitbreken van AIDS te maken hebben. De meeste klachten kunnen al bestaan voordat iemand AIDS heeft. De diagnose AIDS wordt door een arts gesteld bij bepaalde ontstekingen van de longen, darmen of hersenen, of bij bepaalde vormen van kanker of dementie. En, als daarvoor de enige oorzaak een besmetting met HIV kan worden is.


Dit zijn de betekenissen van de letters van het woord AIDS.

A = acquired: tijdens het leven opgelopen, dus niet geërfd
I = immune: immuniteit-afweersysteem, het natuurlijke systeem in ons lichaam dat ons beschermt tegen ziekte, veroorzaakt door bijvoorbeeld bacteri‰n, virussen en schimmels
D = deficieny: tekort, gebrek, verminderde functie
S = syndrome: ziektebeeld, de gezamenlijke verschijnselen van een bepaalde ziekte

Hoe wordt AIDS verspreid?
http://www.kinderaidsfonds.nl/aidsverspreiding.htm

http://huiswerk.scholieren.com/werkstukken/view.php3?id=122

http://www.jip.org/lan/docs/sex_aids.html

De belangrijkste oorzaken van de verspreiding van AIDS zijn:

- Onveilig vrijen met iemand die besmet is

- Lenen van eerder gebruikte naalden

- Overdracht bij nakomelingen

- Gebruik van bloedproducten, transfusie met besmet bloed


Bij iemand die besmet is bevatten vooral het sperma en het bloed hoge concentraties AIDS. In voorvocht is de concentratie lager maar nog wel genoeg om het over te brengen. In de andere lichaamsvochten is het virus wel aanwezig maar daarvan is de concentratie zo laag dat het geen gevaar geeft voor overdracht. Zweet en speeksel en tranen bevatten dus ook aids maar ze zijn niet besmettelijk.
In normale omgang met mensen die seropositief zijn loop je geen gevaar besmet te worden. Dit gevaar is er alleen maar als je in contact komt met lichaamsvochten.

Door de verbeterde geneesmiddelen is ook de kans op overdracht van het virus van een vrouw tijdens de zwangerschap naar kind veel kleiner geworden. Bij goede en snelle behandeling is de kans op overdracht nog maar ongeveer 2%.


Door naalden kan het bijvoorbeeld wanneer iemand die drugs gebruikt die met een injectiespuit moeten worden ingebracht, een pas gebruikte naald uitleent aan iemand.
De overdracht bij nakomelingen kan omdat wanneer een zwangerschap tot stand komt er lichaamsstoffen worden uitgewisseld tussen de baby en de moeder. Als de moeder dan geïnfecteerd is wordt het kind automatisch ook besmet, tenzij daar voor behandeld wordt. Dan is tegenwoordig, zoals eerder genoemd, de kans op overdracht nog maar 2%.
Wanneer je een bloed transfusie doet met besmet bloed spreekt het voor zich dat degene waarbij het wordt ingebracht besmet raakt.
Hoe kan AIDS voorkomen worden?
Je moet ervoor zorgen dat je ,wanneer je een relatie hebt met iemand, dat je niet vreemd gaat. Daarnaast moet je direct seksueel contact vermijden met iemand die besmet is. Vrij veilig met mensen die besmet zijn door op een juiste manier een condoom te gebruiken.

Ook moet je vermijden dat je in contact komt met besmet bloed. Oa. Door transfusies of vieze naalden.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina