Brussel in Vlaanderen, Vlaanderen in Brussel: investeren in mensen Elf julitoespraak door de heer Jan Peumans, voorzitter van het Vlaams Parlement



Dovnload 46.5 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte46.5 Kb.
Brussel in Vlaanderen, Vlaanderen in Brussel:

investeren in mensen
Elf julitoespraak door de heer Jan Peumans,

voorzitter van het Vlaams Parlement

Mesdames, Messieurs,

Chers invités,

C'est avec grand plaisir que je vous souhaite la bienvenue à la Fête de la Communauté flamande.


Meine Damen und Herren,

Ich heisse auch unsere deutschsprachigen Freunde herzlich willkommen.

Wir freuen uns, dass Sie unseren Nationalfeiertag mit uns feiern.
Dames en heren vertegenwoordigers en leden van het diplomatieke korps,

van het Hof,

van de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht,

van de levensbeschouwelijke en filosofische strekkingen,

van de pedagogische, economische, sociale en culturele instellingen en organisaties,

en van de media.


Namens het Bureau van het Vlaams Parlement heet ik u van harte welkom in het Brusselse stadhuis. Ik dank het Brusselse stadsbestuur voor zijn gastvrijheid.
Vorig jaar sprak ik op deze plaats over identiteit. Sommigen is die toespraak bevallen, anderen iets minder.
Sommigen betreurden het ook dat ik in die toespraak toen niets over Brussel zei.

Vandaag zal ik het vooral over Brussel hebben. Ik heb een oproep gericht aan de Vlaamse parlementsleden die verkozen zijn in Brussel, om mij een insteek over Brussel te bezorgen. Ik wil daarom graag Sven Gatz, Lucas Van der Taelen, Paul Delva en Paul De Ridder bedanken.

Dames en heren,
Vlaanderen heeft een haat-liefdeverhouding met Brussel. De modale Vlaming associeert Brussel vooral met autoriteit en centraal gezag, met samenlevingsproblemen en onveiligheid en met verfransing. Velen hebben – vaak ten onrechte – een negatief beeld van Brussel omdat Brussel hun onbekend is. En onbekend is onbemind.
In een poging om Brussel wat beter te leren kennen, kijken we voor welke uitdagingen Brussel staat.
We zien er drie: Brussel groeit, Brussel verkleurt en – paradoxaal of niet – Brussel verliest inwoners.
Brussel groeit, ‘explodeert’ zelfs. Om u een idee te geven: de laatste tien jaar groeide de bevolking van Wallonië en Vlaanderen met ongeveer 5%; die van Brussel met meer dan 13%. Volgens de prognoses zal de bevolking van Brussel met 23% toenemen tussen 2005 en 2030: dat is haast dubbel zoveel als de verwachte groei in Vlaanderen.
Die bevolkingsgroei heeft enerzijds te maken met immigratie, anderzijds met een grotere natuurlijke aangroei dan in de rest van het land, voornamelijk bij de migrantenpopulatie.

Daarmee komen we bij de tweede uitdaging: Brussel verkleurt.


Brussel is al geruime tijd de meest multiculturele en zichtbaar de meest internationale stad van dit land. Het is de belangrijkste grootstad van de Benelux, een knooppunt van culturen. Ik zou kunnen opsommen hoeveel nationaliteiten hier wonen, hoeveel talen hier worden gesproken, hoeveel ambassades, consulaten en delegaties hier gevestigd zijn … maar ik wil u niet te veel lastig vallen met cijfers. Vandaag is meer dan de helft van de Brusselaars van vreemde origine.
Dat is een uitdaging. Eerlijk gezegd: dat is geen evidente uitdaging. Brussel heeft de moeilijke taak om een derde van de Belgische immigratie op te vangen. Veel samenlevingsproblemen en de werkloosheid hebben daar mee te maken.

Daarvoor is en blijft een gezonde dosis tolerantie, maar ook een gezonde dosis sturing nodig.


Brussel groeit en verkleurt, maar tegelijkertijd verliest Brussel inwoners.
Een gedeelte van de Brusselse bevolking verlaat de stad en gaat op zoek naar woningen in de groene Rand rond Brussel. Dan praten we over de stadsvlucht van de middenklasse. En daar heeft niemand baat bij, noch de Brusselaars, noch de naburige regio’s. Essentieel om die stadsvlucht tegen te houden én te keren, is een stad die de moeite waard is om in te leven en te wonen. Een stad met parken, leefbare straten en lanen, voldoende betaalbare huisvesting, kinderdagverblijven, voldoende en kwalitatief onderwijs en nog veel meer.

Dames en heren,


Heeft Vlaanderen een antwoord op deze nieuwe ontwikkelingen in Brussel?
Al in 1999 – intussen twaalf jaar geleden – keurde het Vlaams Parlement vijf resoluties met betrekking tot de staatshervorming goed. Er wordt regelmatig verwezen naar die aanbevelingen van ons parlement. Eén ervan was expliciet aan Brussel gewijd. Recent was er de Octopusnota bij het huidige Vlaamse regeerakkoord die ook elementen voor het Vlaamse beleid in en ten aanzien van Brussel bevat.
Voor een concreet antwoord op de nieuwste ontwikkelingen in Brussel zijn vier ingrediënten noodzakelijk: creativiteit, middelen, moed en niet het minst de blijvende wil om de Vlamingen in Brussel te ondersteunen.
Ik start met creativiteit.
Brussel heeft een belangrijke laboratoriumfunctie voor de Vlaamse Gemeenschap. Ik verwijs onder meer naar heel wat initiatieven van het Huis van het Nederlands, die in Brussel worden gestart en daarna in de rest van Vlaanderen navolging krijgen. Verder zijn er het taalondersteuningsbeleid voor allochtone ouders en Zorgzoeker.
De creativiteit en vooral het lef om de politieke structuren in Brussel – zoals elders, trouwens – blijvend ter discussie te stellen, en op zoek te gaan naar de beste manier om efficiënt te werken en de bevolking te dienen. Recent werd gepleit voor de oprichting van een gewestelijk politiekorps, via de gedeeltelijke overdracht van politiebevoegdheden die nu nog gemeentelijk zijn. Dat is een goede zaak.

Nog recenter pleitte een Brussels staatssecretaris voor een interne staatshervorming in Brussel.

Ik ben van mening dat Brussel op dat spoor verder moet gaan.
Maar creativiteit vraagt meestal ook extra middelen. Zeker in combinatie met de aangehaalde bevolkingsaangroei. Zo kom ik bij het kostenplaatje.
Middelen van de beide gemeenschappen om te blijven investeren in hun gedeelde hoofdstad zijn noodzakelijk. Vlaanderen hanteert nog steeds zijn Brusselnorm, een minimumaandeel van 5% van de uitgaven voor gemeenschapsbevoegdheden voor Brussel. Die ondergrens is noodzakelijk en is gebaseerd op een gevoel van verantwoordelijkheid voor deze stad en haar inwoners – in welke situatie en van welke origine ook.
Elk jaar investeert Vlaanderen 670 miljoen euro in Brussel.

Het is dus niet zo dat Vlamingen en Vlaamse politici Brussel links laten liggen en er geen geld in willen stoppen, zoals een Franstalig Brussels politicus onlangs nog beweerde.

Investeren in mensen betaalt zichzelf immers terug.
Dan kom ik bij de moeilijkste uitdaging: de moed om overleg te organiseren en afspraken te maken over gemeenschaps- en gewestgrenzen heen.
Over onderwijs bijvoorbeeld. Denk aan de capaciteitsuitbreiding die dringend in de komende decennia nodig zal zijn en waarover de gemeenschappen verder zullen moeten overleggen. Het is ook in die context dat tijdens deze legislatuur de samenwerking actiever werd tussen de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (de VGC) en de zes Vlaamse volksvertegenwoordigers uit het Brusselse Gewest. Er werd onder meer gedebatteerd over het Nederlandstalig onderwijs in Brussel.
Maar ook over gewestmateries is overleg even logisch als essentieel. Dan spreken we ondermeer over ruimtelijke ordening en werkgelegenheid. Recent werd het akkoord tussen de bevoegde Vlaams minister en zijn Brusselse collega over werkgelegenheid hernieuwd en aangevuld. Een veelheid van maatregelen moet een antwoord bieden op de vele knelpuntvacatures in Vlaanderen en de hoge werkloosheid in het Brussels Hoofdstedelijke Gewest. Mensen meer kansen geven om werk te vinden en hen op die manier stimuleren actief deel uit te maken van de samenleving, maakt die samenleving leefbaarder.
Ook over mobiliteit wordt er best overlegd. Het is om die reden dat ik als voorzitter van de commissie Mobiliteit van het Vlaams Parlement contact heb opgenomen met mijn collega-commissievoorzitter in het Brussels Parlement. We willen samenwerken in verband met gewestgrensoverschrijdende mobiliteitsdossiers, zoals de al dan niet verbreding van de ring rond Brussel.

U merkt het: hier spreekt geen Brusselvijandige Vlaams-nationalist!

Dames en heren,
Het vierde en misschien belangrijkste ingrediënt om onze visie gestalte te geven, is onze blijvende wil om de Vlaamse aanwezigheid in Brussel te verankeren.
We herinneren ons allemaal de discussie over la Fédération Wallonie-Bruxelles. Ik ga die discussie hier niet opnieuw openen, een feestdag is niet het moment en een receptie niet de plaats om dat te doen.
Ik haal dit slechts even aan omdat ik me herinner dat sommigen, onder meer in de Franstalige media, de Franse Gemeenschap als passé beschouwden, als overbodig of als een concept zonder draagvlak. Het is niet aan mij om daarover uitspraken te doen. Maar ik hoop uit de grond van mijn hart dat de Vlaamse Gemeenschap in Brussel níet ‘passé’ is. Ik hoop dat er inderdaad veel is dat Brussel en de Vlaamse Gemeenschap bindt en dat de Vlaamse gemeenschap zich niet beperkt tot het Vlaams Gewest maar ook in Brussel bestaat. Anders zou de Vlaamse feestdag niet plaatsvinden in uitgerekend deze stad, die ook ‘onze’ stad is.

Bestaat er zoiets als een Vlaamse gemeenschap in Brussel?

Of voelen Brusselse Vlamingen zich vooral Brusselaar?

Bestaat er zoiets als een Brusselse identiteit?


Brusselaars maken gebruik van dezelfde metrostations en komen elkaar tegen in dezelfde straten. Ze kennen vaak dezelfde ergernissen en herkenningspunten. Er is dus een Brusselgevoel. Zoals er ook een Antwerpengevoel is.
En toch zijn het niet exact dezelfde herkenningen. Brussel is zo veelzijdig dat elke Brusselaar de stad op zijn eigen manier percipieert. De eurocraat, de diplomaat, de ingeweken Brusselse Vlaming, de autochtone en de allochtone Brusselaar: ze hebben allemaal hun bekommernissen, en hun verwachtingen ten opzichte van deze stad.
En daarmee kom ik bij mijn volgende punt.

Elke identiteit is meervoudig. Brussel is daarvan het beste voorbeeld. Net Brussel is een stad waar mensen verscheidene identiteiten hebben: Vlaams en Brussels, of Franstalig en Brussels, of anderstalig en Brussels.

Hier wonen Nederlandstaligen, Franstaligen en anderstaligen met roots in België of elders. Het aantal Brusselaars met Turkse of Marokkaanse roots maar met een Antwerps, een Gents of een Limburgs accent bijvoorbeeld is niet te onderschatten.

Die veelheid van mensen, elk met hun eigen identiteit, creëert natuurlijk ook de mogelijkheid tot onvoorspelbare en onverwachte ontmoetingen. “Stadslucht maakt vrij” is de veelbetekende titel van een boek daarover geschreven door onder meer een sympathieke Brusselse liberaal.

En dat maakt Brussel tot een schitterende stad. Ook voor Vlamingen.
Brusselse Vlamingen voelen zich vaak Brusselaar in hart en nieren. Ze maken deel uit van die Brusselse ‘polis’, die meteen ook een ‘kosmopolis’ is. Maar tegelijkertijd maken ze ook deel uit van de Vlaamse gemeenschap. Nederlandstalige Brusselaars kijken naar één, lezen Nederlandstalige kranten, enzovoort.
In 1788 schreef advocaat Jan Baptist Verlooy dat niet minder dan 95% van de Brusselse bevolking Nederlandstalig is. In datzelfde jaar publiceerde hij zijn beroemde Verhandeling op d’onacht der moederlyke tael in de Nederlanden. Wat Jan Baptist Verlooy toen schreef, is vandaag gemeengoed. Men hoort in die 18e-eeuwse tekst de toekomstige echo’s van latere denkers over gemeenschapsvorming.

Verlooy meende immers dat mensen zich pas ten volle kunnen ontplooien, zich pas ten volle kunnen inzetten voor de gemeenschap, wanneer zij dat in hun eigen taal kunnen doen. Enkel in hun moedertaal kunnen burgers hun welbegrepen belangen verdedigen. Dat gold toen, in het zo goed als Nederlandstalige Brussel van Jan Baptist Verlooy. Maar dat geldt nog steeds, óók in een officieel tweetalig en veelkleurig Brussel. De Nederlandse taal en cultuur kunnen maar overleven, indien hun plaats door elke Brusselse beleidsmaker ten volle erkend wordt en vooral gerespecteerd wordt.

Dames en heren,
Ik stap – bijna onvermijdelijk – even over naar de politieke actualiteit: de moeizame federale regeringsvorming.
In de resolutie van 1999 over Brussel staat onder meer dat er waarborgen moeten komen voor een effectieve en evenwichtige beleidsparticipatie van beide taalgroepen op alle bestuursniveaus in Brussel.
Het moet me van het hart, de voorstellen die de formateur inzake Brussel vorige week formuleerde, staan haaks op deze resolutie die kamerbreed in het Vlaams Parlement goedgekeurd werd.
De wettelijke tweetaligheid van onze hoofdstad dreigt een lachertje te worden. Onze Vlaamse vertegenwoordiging in het bestuur van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest wordt in dit voorstel de facto uitgehold. Brussel krijgt er wel jaarlijks bijna 600 miljoen euro bij. Maar ik bespeur in deze voorstellen geen moedige maatregelen om Brussel efficiënter en vooral beter te besturen. Bovendien zou het Brusselse Gewest een aantal gemeenschapsbevoegdheden (toerisme, sportinfrastructuur en beroepsopleiding bijvoorbeeld) overnemen, waardoor de slagkracht van onze Vlaamse instellingen in Brussel (ik denk in de eerste plaats aan de VGC) beduidend verminderd wordt. De Vlaamse Gemeenschap zal een heel stuk minder betrokken worden bij het beleid in Brussel dan nu het geval is.
De voorstellen van de formateur nemen bijgevolg een loopje met de principes van deze kamerbreed gestemde resolutie van 1999.
Een gemeenschap zoals de Vlaamse in Brussel kan maar overleven, indien zij zelf het juiste evenwicht vindt tussen openheid en assertiviteit.

“Vlaanderen laat Brussel niet los”, was ooit het devies. Dat klopt. Dat is geen vorm van annexatie. Brussel is de Vlaamse hoofdstad. Maar Brussel is niet exclusief de hoofdstad van de Vlaamse Gemeenschap – Brussel is ook de hoofdstad van de Franse Gemeenschap, van de Belgische federatie en van Europa. “Vlaanderen laat Brussel niet los” is vooral een uitspraak die wijst op een besef van verantwoordelijkheid. Wíe van ons kan of durft zich een Brussel voor te stellen zonder Nederlandstalig onderwijs? Of zonder de Vlaamse culturele instellingen?


Er is creativiteit nodig om de Vlaamse aanwezigheid in Brussel te combineren met de Brusselse realiteit. Om de belangen van Nederlandstaligen te blijven behartigen, zonder afbreuk te doen aan de belangen van elke Brusselaar.
Gelukkig wordt dat debat over Brussel gevoerd, en zijn steeds meer mensen bereid hun steentje ertoe bij te dragen. Er zijn geen wonderoplossingen, maar er wordt nagedacht. Uitgangspunten worden geformuleerd, redeneringen ontwikkeld en standpunten geponeerd.

Ik verwijs naar de teksten en manifesten die de laatste tijd geschreven en gepubliceerd werden, uit verschillende hoeken: het Willemsfonds, het Voka-comité Brussel, de denktank VIVES en heel recent nog de conceptnota over het Vlaanderen en het Brussel van de toekomst – een conceptnota die in ons Vlaams Parlement ingediend werd door enkele Brusselse leden van het Vlaams Parlement. Het voorbije weekend nog lanceerde ook een eminent en voormalig radiomaker van Klara het debat over Brussel in een dagblad.


Het debat over de toekomst van Brussel mag zich trouwens niet louter beperken of verengen tot de positie van de Brusselse Vlamingen. Die is uiterst belangrijk maar Brussel heeft veel meer te bieden voor Vlaanderen. Dagelijks pendelen en werken honderdduizenden Vlamingen en Walen naar en in deze stad. Hun aanwezigheid in Brussel moet ook gevaloriseerd worden. Vlaanderen heeft er bewust voor gekozen om zijn politieke instellingen te huisvesten in Brussel.

Het is de rol van ons Vlaams Parlement om te blijven nadenken over Brussel en de rol van de Vlaamse Gemeenschap. Als voorzitter van het Vlaams Parlement wil ik daar actief toe bijdragen. Er komt een kerntakendebat aan, waarbij bijvoorbeeld de rol van de Vlaamse Gemeenschapscommissie zal worden bekeken binnen het geheel van het Vlaamse beleid in Brussel.


Eerder al nam het Vlaams Parlement een initiatief in die zin. Op politiek vlak bestaat er een sterke band tussen het Vlaams Parlement en de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Heel concreet werd onlangs nog een samenwerkingsprotocol gesloten tussen het Vlaams Parlement en de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Daardoor zal er meer samenwerking komen tussen de diensten van de instellingen onder meer in verband met de promotie van evenementen en het uitwisselen van informatie.
Ik betreur dat we er vooralsnog niet in slagen om ook een sterke band en een goed overleg tot stand te brengen met onze landgenoten aan de overkant van de taalgrens en met Franstalig Brussel. Men kan me veel verwijten maar in dat dossier heb ik echt wel mijn best gedaan. Sinds mijn aantreden in de zomer van 2009 en vooral tijdens het voorbije werkjaar hebben we meermaals pogingen ondernomen om een structureel overleg met het Waals Parlement en het parlement van de Franse Gemeenschap op te zetten. De voorzitters van de beide parlementen zijn door mij uitgenodigd en ontvangen in ons Vlaams Parlement, maar er is geen vervolg gekomen. Het Brussels Hoofdstedelijk Parlement werd ook uitgenodigd maar ik kreeg tot op heden geen reactie. Terwijl we met het parlement van de Duitstalige Gemeenschap ondertussen wel een zeer goede band en een regelmatig overleg hebben. Ik hoop echt dat het Waals Parlement en het parlement van de Franse Gemeenschap zullen in gaan op ons verzoek om structureel overleg te hebben.

Dames en heren,


Ik rond af.
Straks vindt de Gulden Ontsporing plaats. Niet enkel de AB maar ook de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie dragen hiertoe hun steentje bij. Helaas niet op tv te volgen, maar wel in de stad zelf. Ten zeerste aanbevolen voor iedereen die onze hoofdstad beter wil leren kennen.
Over feesten gesproken …
Voor het Vlaams Parlement is 2011 een feestjaar!
Want op 7 december 1971 werd de Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap geïnstalleerd. Het Vlaams Parlement, als opvolger van de Nederlandse Cultuurraad en de Vlaamse Raad, bestaat dit jaar dus 40 jaar! En dat zal gevierd worden.
Ik geef u de primeur van wat er op het getouw staat.
Er is een feest voor de Vlamingen die op 7 december 40, 30, 20, 10 en 1 jaar worden. Dat vindt plaats op zaterdag 3 december in het Vlaams Parlement, in samenwerking met Radio 2.
Op 7 december zelf houdt het Vlaams Parlement een plechtige plenaire vergadering en wordt er een vergelijkende studie voorgesteld over de effecten van 40 jaar regionalisering in België. De bijdragen zijn zowel in het Nederlands als in het Frans, van professoren uit Vlaanderen en Wallonië.
Diezelfde dag worden de voorzitters en griffiers van de Belgische deelstaatparlementen, alle ambassadeurs en onze Vlaamse diplomatieke en economische vertegenwoordigers in het buitenland uitgenodigd.
Op 9 december volgt er een internationaal colloquium. We nemen die dag de regionaliseringsprocessen in België, Groot-Brittannië en Spanje onder de loep.

Dames en heren,


We wachten niet zo lang met vieren. Ik keer terug naar het feest van de elfde juli en roep u op vandaag al te vieren! Geniet van de receptie, geniet van de rest van de feestelijkheden in deze stad.
Onze hoofdstad leeft, Brussel bruist.

Jan PEUMANS



Voorzitter van het Vlaams Parlement






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina