Buitengebied Leudal-west



Dovnload 215.65 Kb.
Pagina3/5
Datum22.07.2016
Grootte215.65 Kb.
1   2   3   4   5

nieuwvestiging moet uitdrukkelijk gekoppeld worden aan gelijktijdige uitplaatsing uit extensiveringsgebieden binnen Leudal-west, gelet op het aantal en de omvang van de elders in de gemeente aangewezen LOG’s

  • de inrichting en de begrenzing van het LOG-Ell behoeven bijzondere aandacht vanwege de ligging in de directe omgeving van de kern Ell en in het bijzonder het uitbreidingsplan Steenenbampt fase 2 en 3. Daarbij moet in ieder geval de minimale afstand van 400 meter tot de bestaande en toekomstige woon­bebouwing in acht worden genomen, overeenkomstig het Reconstructieplan

  • naar verwachting zal het gaan om een zeer beperkt aantal nieuwvestigingen, daarom is het zinvol om uit te gaan van een gefaseerde invulling vanaf de A2

  • de verkeersafwikkeling vergt speciale aandacht, in het kader van een op te stellen verkeerscirculatieplan voor het gebied Leudal-west

  • de toepassing van de meest moderne milieutechnieken spreekt voor zich.


    Agrarisch georiënteerde bedrijvigheid

    Veel van deze bedrijven zijn onlosmakelijk verbonden met het buitengebied. De bestaande bedrijven moeten ter plaatse kunnen worden gehandhaafd. Uitbreiding van bestaande bedrijven en vestiging van nieuwe bedrijven moeten zorgvuldig worden afgewogen tegen de vooral in de verwevingsgebieden aanwezige gebiedswaarden, met als uitgangspunt beginsel “nee, tenzij”. Het nieuwe buitengebiedplan zal daartoe afdoende regelingen moeten bieden, met aandacht voor flankerende maatregelen (milieumaatregelen, verkeersafwikkeling).


    Beleidsaanbevelingen:

    • in beginsel mogen geen nieuwe bedrijfsvestigingen in de verwevingsgebieden worden toestaan; in incidentele gevallen moet worden gestreefd naar clustering onder voorwaarden (o.a. via afstemming op de wegenstructuur)

    • uitbreiding van bestaande bedrijven wordt gebonden aan duidelijke regels, afhankelijk van de gebiedswaarden

    • specifieke aandacht is vereist voor de verkeersafwikkeling van enkele bedrijven bij kernen, bij voorkeur door bilaterale afspraken.


    Overige industrie en diensten

    De beoogde handhaving en verbetering van gebiedswaarden laten principieel geen uitbreiding of nieuwvestiging van niet-agrarische bedrijvigheid toe.


    Beleidsaanbevelingen:

    • nieuwe niet-agrarische bedrijfsvestigingen in het buitengebied zijn uitgesloten

    • in beginsel wordt geen uitbreiding van bestaande bedrijven toestaan; onder voorwaarden is slechts een beperkte, bij voorkeur tijdelijke uitbreiding mogelijk.


    Vrijkomende agrarische bebouwing

    Tegen ingebruikneming als burgerwoning bestaat geen bezwaar: dit gaat veelal gepaard aan herstel en restauratie van monumentale gebouwen. Industriële herbestemmingen doen per definitie afbreuk aan de gebiedskwaliteiten en zijn niet toelaatbaar, mede vanwege de bijkomende effecten (omgevingshinder, verschijningsvorm, verkeersaantrekking).

    Anderzijds moet rekening worden met bekende en acceptabele herbestemmingen (bijv. zorgboerderijen, huisvesting seizoenswerkers, kleine boerderijwinkels, recreatie) en met nu nog niet bekende herbestemmingen.
    Beleidsaanbevelingen:


    • in het nieuwe bestemmingsplan buitengebied moet een afdoende en afgewogen regeling worden opgenomen voor denkbare herbestemmingen van vrijkomende agrarische bebouwing

    • het is daartoe gewenst om in afwachting van het nieuwe buitengebiedplan de in de notitie “Uniformering beleid bestemmingsplan buitengebied Leudal 2007” opgenomen categorieën van mogelijke gebruiksvormen uit te breiden.

    • hierbij is een benadering mogelijk om toelaatbare herbestemmingen te benoemen en te definiëren aan de hand van gebiedszoneringen (bijv. de benadering van de gemeente Nederweert)

    • om verrommeling te voorkomen verdienen de dorpsranden hierbij bijzondere aandacht

    • een verscherpt welstandstoezicht en kwaliteitsbewaking zijn gewenst voor een verantwoord evenwicht tussen landschap en bebouwing.



    d. Recreatie en toerisme
    Voorzieningen en recreatiebedrijven

    Het landschappelijke aantrekkelijkheid van het gebied Leudal-west vraagt om mogelijkheden voor voorzieningen voor extensieve vormen van dag- en verblijfsrecreatie. Daarmee kan ook worden ingespeeld op de verbreding van de plattelandseconomie.



    Beleidsaanbevelingen:

    • uitbreiding of nieuwvestiging van recreatievoorzieningen moeten naar omvang, aantal en hoedanigheid worden afgestemd op de kleinschaligheid van het gebied

    • ook vrijkomende agrarische bebouwing biedt onder voorwaarden mogelijkheden, afhankelijk van gewenste en toelaatbare herbestemmingen.


    Recreatief-toeristische routes

    Binnen Leudal-west bestaat een goed stelsel van bewegwijzerde fiets- en wandelroutes. De bestaande wegen en paden bieden ook enige mogelijkheden voor paardrijden en aangespannen rijden.

    De werkgroep heeft geconstateerd dat de autosnelweg A2 en het kanaal Wessem-Nederweert een barrière vormen voor de binnen­gemeentelijke bereikbaarheid voor langzaam verkeer.
    Beleidsaanbeveling:


    • behoud en verbetering van een aantal landwegen voor wandelen en paard- en aangespannen rijden zijn gewenst, ook vanwege de samenhang met het project Maashoorn (een soort landschapspark in Maasgouw, Kinrooi, Leudal en Weert)

    Aanbeveling voor uitvoering

    • overkruising A2/kanaal: gebruik van Velterbrug beperken tot fietsers, voetgangers en agrarisch bestemmings­verkeer

    • toezicht en handhaving om omploegen van veldwegen en bermen te voorkomen

    • maatregelen om enkele wandelroutes sociaal- en verkeersveilig te maken

    • een plangericht snoeibeleid langs wandel- en fietspaden.


    Natuurhistorisch en cultureel erfgoed

    WTW/WTA heeft een aansprekend en kansrijk initiatief ontwikkeld voor een natuurhistorisch park Uffelse (zie bijlage projectbeschrijving). De werkgroep erkent de waarde van dit initiatief, inhoudelijk maar ook vanwege de grensoverschrijdende betekenis, de relatie met bestaande landschappelijke en monumentale elementen en de aansluiting op wandel- en fietsroutes



    Beleidsaanbeveling:

    • het initiatief van de WTW/WTA verdient ondersteuning, waaronder de beleids­inspanning om daarvoor Europese subsidies (bijv. Interreg, Leader+, EFRO-middelen) te verwerven.

    Aanbeveling voor uitvoering:

    • het realiseren van onderdelen via inzet van compensatiemiddelen (VOR-regeling).


    Kleine voorzieningen

    Het toenemend gebruik van recreatieve routes vraagt om kleinschalige, ondersteunende onderweg-voorzieningen (bijv. theehuis, terras).


    Beleidsaanbeveling:

    • regel de toelaatbaarheid via vrijstelling voor al dan niet vrijkomende agrarische bebouwing, gekoppeld aan de ligging aan recreatieve routes.

    e. Verkeer
    Doorgaand verkeer

    Geconstateerd wordt dat de weg Stramproy via Haler-Uffelse naar de A2 of via Neeritter naar de Napoleonsweg veel wordt gebruikt voor doorgaand sluipverkeer, mede op advies van navigatie­apparaten. Hierdoor ontstaan knelpunten in Neeritter en confrontaties met ander verkeer (landbouw, fietsers)


    Beleidsaanbevelingen:

    • het is dringend gewenst een verkeerscirculatieplan op te stellen voor het buitengebied, gericht op het weren van doorgaand verkeer; daarbij zijn ook maatregelen gewenst voor het oneigenlijk gebruik van enkele wegen en paden

    • betrek hierbij ook uitdrukkelijk het agrarisch vrachtverkeer van bedrijven in het buitengebied

    • streef naar afspraken tussen bedrijven en gemeente/dorpsraden in situaties waar een goede verkeers­afwikkeling van bedrijven gewenst is vanwege schoolverkeer en recreatief verkeer.


    f. Beleidsvorming buitengebied
    Nieuw bestemmingsplan Buitengebied Leudal

    De gemeente gaat een nieuw buitengebiedplan voor de gehele gemeente Leudal opstellen, met harmonisatie en actualisering van de vier bestaande bestemmings­plannen als vertrekpunt.


    Beleidsaanbevelingen:

    • betrek het eindadvies van deze werkgroep bij de voorbereiding, vooral ter zake van het bepalen van uitgangspunten en doelstellingen

    • zet daarbij vooral in op het beginsel van flexibiliteit en uitvoerbaarheid

    • geef bijzondere aandacht aan de begrenzing en de inrichting van de landbouw­ontwikkelingsgebieden in Leudal-west; voor het LOG-Ell in het bijzonder geldt de belangenafweging tegen het uitbreidingsplan Steenenbampt fase 2 en 3 en de daarbij in acht te nemen afstanden

    • kies voor het gebied Leudal-west voor het behoud en de versterking van het gebiedseigen karakter en de bestaande kleinschaligheid, als uitgangspunt voor ruime ontwikkelingskansen voor moderne en doelmatige landbouwvormen, stille en extensieve recreatie, alsmede de leefbaarheid van kernen

    • gebruik het landschapsontwikkelingsplan als bouwsteen en geef daarbij uitvoering aan de twee sleutelprojecten (gebied Uffelse en het Halerveld).

    4. Samenvattende visie


    De gedachtenwisseling in de werkgroep over de belangrijkste onderwerpen voor het buiten­gebied heeft geleid tot een aantal beleidsaanbevelingen en projectvoorstellen.

    Deze aanbevelingen en voorstellen worden vertaald in een samenvattende visie op het buitengebied van Leudal-west.


    Mede door de Landinrichting Land van Thorn is sprake van een goed ingericht buitengebied waarin de mogelijkheden voor de verschillende, soms conflicterende gebruiksmogelijkheden gunstig en doelmatig zijn. De geldende plannen van de provincie en de gemeente bieden een goede en evenwichtige balans tussen de afzonderlijke bestemmingen en de daarvoor benodigde bebouwing en voorzieningen.

    Belangrijk voor de toekomst is dat dit evenwicht tussen de natuurlijke en landschappelijke gebiedswaarden en het ruimtegebruik door vooral de verschillende vormen van land- en tuin­bouw behouden blijft en waar mogelijk wordt versterkt.

    Voor Leudal-west geldt vooral dat het kleinschalige landschap met zijn kenmerkende elementen ook buiten de natuur- en extensiveringsgebieden rond de Tungelroyse beek en de Uffelsebeek behouden blijft en plaatselijk weer opnieuw zichtbaar wordt gemaakt. Kleine landschapselementen vervullen daarbij een belangrijke rol.

    Het is hierbij geboden om de landbouw voldoende en aansprekende ontwikkelingskansen te geven in de verwevingsgebieden en - wat betreft de intensieve veehouderij – in de beide landbouwontwikkelingsgebieden. Voor de verwevingsgebieden geldt daarbij als bestuurlijke opgave om via een differentiatie van bestemmingen voorwaarden te bieden voor een goed samengaan van verschillende functies.

    Immers: vooral door de toename van de vrije tijd bestaat vanuit de samenleving steeds meer behoefte om natuurgebieden en aantrekkelijke landschappen met monumentale gebouwen als wandelaar, fietser of ruiter te beleven. Voor Leudal-west moet daarbij uitsluitend gedacht worden aan extensieve recreatievormen, en eerder aan de verbetering van bestaande voorzieningen dan aan nieuwe elementen. De hieruit voortkomende mogelijkheden dragen bij aan het vermarkten van het buitengebied en aan de verbreding van de plattelands­economie. De mogelijkheden van vrijkomende agrarische bebouwing verdienen daarbij bijzondere aandacht.

    De werkgroep ziet hierbij een grote rol weggelegd voor de realisering van het landschaps­ontwikkelingsplan Tuin van Limburg. In ieder geval geldt dit voor de twee sleutelprojecten bij Uffelse en het Halerveld. Daarmee wordt ook een impuls gegeven aan de realisering van het initiatief voor het natuurhistorisch park Uffelse.


    In afwachting van het nieuwe buitengebiedplan Leudal vraagt de werkgroep bijzondere aandacht voor het landbouwontwikkelingsgebied bij Ell. Afgezien van de inrichting met een niet al te hoge bovengrens voor bedrijfsomvang en bouwblokken, moet de begrenzing richting de kern Ell uitdrukkelijk worden afgewogen tegen het belang van het uitbreidingsplan Steenenbampt in zijn totaal voorziene omvang. Dit vergt een minimale onderlinge afstand van 400 meter. Daarnaast adviseert de werkgroep om in het bestemmingsplan niet uit te gaan van een positieve bestemming, maar te kiezen in voor een uitwerkingsregeling, teneinde maximale sturing te geven aan de invulling van dit LOG. Duidelijk zal zijn dat de werkgroep uitdrukkelijk verkiest dat nieuwvestiging uitsluitend mag plaatsvinden in combinatie met uitplaatsing elders binnen Leudal-west.

    Tenslotte wordt gewezen op de noodzaak van een verkeerscirculatieplan in Leudal-west vanwege het sluipverkeer door het buitengebied en om de verschillende soorten verkeer, vooral schoolverkeer, zonder frictiepunten te kunnen afwerken.


    5. Programma en projecten
    In hoofdstuk 3 zijn zeven thema’s behandeld die elkaar soms deels overlappen. Mede aan de hand van de samenvattende visie uit hoofdstuk 4 worden de per thema geformuleerde aanbevelingen hier samengevat, onderscheiden naar beleids­aanbevelingen en voorstellen voor concrete projecten.
    De vijf dorpsraden dringen er met klem op aan deze aanbevelingen en voorstellen te gebruiken bij de voorbereiding van het nieuwe buitengebiedplan Leudal, in het bijzonder bij het bepalen van uitgangspunten en doelstellingen.

    Eveneens wordt dringend verzocht om naast de aangewezen instanties ook de Dorpsraden uitdrukkelijk te betrekken bij de beleidsvorming voor het buitengebied en de daaraan verbonden uitvoering en evaluatie; hierbij wordt o.a. gedacht aan de compensatie behorend bij het contourenbeleid en aan deelname aan de IKL-begeleidingscommissie.

    a. Beleidsaanbevelingen
    Voor een evenwicht tussen de ontwikkelingskansen voor de landbouw en het behoud van de kenmerkende gebiedswaarden, komt de werkgroep tot de volgende beleids­aanbevelingen:
    Gebiedskwaliteiten:

    • voor het gebied Leudal-west moet in het nieuwe buitengebiedplan als uitgangspunt gekozen worden voor het behoud en de versterking van het gebiedseigen karakter en de bestaande kleinschaligheid; de ontwikkelingsmogelijkheden voor moderne en doelmatige landbouwvormen en voor rustige en extensieve vormen van recreatie moeten hierop worden afgestemd;

    • hierbij vormen nieuwe kleine landschapselementen een tegenwicht voor de noodzakelijke ontwikkelingen binnen de landbouw en de gewenste verhoging van de belevings­waarde van het buitengebied;

    • het landschapsontwikkelingsplan “Tuin van Limburg” moet daartoe verankerd worden in het nieuwe buitengebiedplan, met uitwerking van het bijbehorend uitvoeringsplan tot een meerjarenprogramma met financieringsopzet (zie bijlage 4).


    Dorpsranden:

    • de dorpsranden vragen om een duidelijk beleid, vooral voor de gebruiksmogelijkheden van vrijkomende agrarische bebouwing; in voorkomende gevallen en in een redelijke context moet vermeden worden dat verstorende, verrommelende of vervuilende effecten optreden (via vergunningen, handhaving en voorlichting);

    • bestuurlijk inzet is nodig om een of meerdere kernen in Leudal-west in aanmerking te laten komen als proefproject voor het IKL-project “Dorpen in het Groen”.


    Ontwikkelingsmogelijkheden landbouw:

    • in de verwevingsgebieden bestaan voldoende ontwikkelingskansen voor de landbouw; op zijn beurt zal de landbouw blijven meewerken aan nieuwe initiatieven en plannen voor natuur, landschap en cultuurhistorie;

    • de begrenzing van het landbouw­ontwikkelingsgebied bij Ell vraagt bijzondere aandacht; bij de bepaling van de definitieve begrenzing in het buitengebiedplan moet in ieder geval rekening worden gehouden met de vastgestelde afstand van 400 meter tot het nieuwe uitbreidingsgebied Steenenbampt;

    • een nieuwvestiging in de beide landbouw­ontwikkelings­gebieden moet gekoppeld zijn aan een gelijktijdige bedrijfsverplaatsing uit extensiveringsgebieden binnen Leudal-west, gelet op het aantal en de omvang van de ook elders in de gemeente aangewezen landbouw­ontwikkelings­gebieden; teneinde de inrichting en het gebruik goed te kunnen sturen is een uitwerkingsregeling met duidelijke randvoorwaarden vanuit de gemeenteraad te verkiezen boven een positieve bestemming; deze randvoorwaarden moeten vooral gericht zijn op een nader te bepalen maximale bedrijfsomvang en een daarop afgestemd bouwblok, alsmede op toepassing van de beste beschikbare moderne milieutechnieken;

    • de inrichting van de landbouwontwikkelingsgebieden vergt - afgezien van de met de dorpsraden gemaakte afspraken over beleidsinformatie – het toepassen van de actieve informatie­plicht door de gemeente; het voorkomen van geurhinder en verkeers­overlast voor inwoners van het buitengebied is daarbij een centraal aandachtspunt;

    • in het buitengebied is beperkt ruimte voor nieuwe agrarisch georiënteerde bedrijvigheid en diensten: in verwevingsgebieden mogen geen nieuwe solitaire vestigingen worden toegestaan en is uitbreiding van bestaande bedrijven onder voorwaarden (afhankelijk van gebiedswaarden en afstemming op wegenstructuur) slechts incidenteel mogelijk.


    Landschap en landschapselementen:

    • om de kenmerkende kleinschaligheid te behouden en te versterken is het gewenst om duidelijke en strategische lijnen te formuleren voor de plaats en kwaliteit van landschaps­elementen, waarbij het landschaps­ontwikkelingsplan leidend is; realisering van de beide sleutelprojecten (groene wegen/bonte bermen, Halerveld), is daarbij geboden;

    • de zone langs de Uffelse beek biedt daartoe gunstige mogelijkheden, in samenhang met de geplande herinrichting door het Waterschap (vanaf 2012) en o.a. de initiatieven voor het Natuur en Historisch Park Uffelse (element Uffelse beek) en herstel van de “drees” tussen de Hoongerbrûggekapel en Hunsel;

    • incidentele verplaatsing van enkele minder waardevolle kleine landschapselementen moet bespreekbaar zijn, onder voorwaarde dat deze elders kwalitatief gecompenseerd worden, mede ter invulling van de sleutelprojecten van het landschapsontwikkelingsplan.


    Recreatie en toerisme:

    • het kenmerkend kleinschalige en gevarieerde landschap biedt uitsluitend ruimte voor rustige en extensieve vormen van recreatie; uitbreiding van bestaande voorzieningen moet naar omvang en hoedanigheid worden afgestemd op de ter plaatse aanwezige gebiedswaarden; nieuwe gebouwde voorzieningen worden in beginsel uitgesloten, hier kan gebruik gemaakt worden van bestaande of vrijkomende agrarische bebouwing;

    • het optimaliseren van het bestaande net van recreatieve en toeristische routes vergt het behoud en de verbetering van een aantal landwegen voor wandelen, fietsen, paardrijden en aangespannen rijden, mede in samenhang met het project Maashoorn (een soort landschapspark in Maasgouw, Kinrooi, Leudal en Weert); kleine routeondersteunende voorzieningen (zoals terras, theehuis etc.) moeten daarbij mogelijk zijn (via vrijstellings­regeling);

    • voor de realisering van het Natuur en Historisch Park Uffelse dienen Europese subsidies (bijv. Interreg, Leader+, EFRO-middelen) te worden verworven.


    Bebouwing in het buitengebied:

    • in het buitengebied is nieuwe bebouwing alleen mogelijk voor landbouwbedrijven of kleine recreatieve voorzieningen; nieuwvestiging van niet-agrarische bedrijfsvestigingen is uitgesloten; uitbreiding van bestaande niet-agrarische bedrijven wordt niet toegestaan, onder voorwaarden is echter een beperkte of tijdelijke uitbreiding mogelijk;

    • in het nieuwe buitengebiedplan moet een afdoende en afgewogen regeling worden opgenomen voor denkbare herbestemmingen van vrijkomende agrarische bebouwing; het is daartoe gewenst om in afwachting van het nieuwe buitengebiedplan de in de notitie “Uniformering beleid bestemmingsplan buitengebied Leudal 2007” opgenomen categorieën van mogelijke gebruiksvormen uit te breiden (bijv. zorgboerderij, huisvesting seizoenswerkers, boerderijwinkels);

    • voor het sleutelproject Halerveld geldt dat de daarbij voorgestelde bebouwing langs de randen weliswaar niet wordt afgewezen, maar wel met terughoudendheid moet worden benaderd; hier vrijkomende agrarische bebouwing kan daartoe mogelijkheden bieden;

    • het bewaken van het waardevolle, charmante en kleinschalige karakter van het gebied vergt extra zorg voor het evenwicht tussen bebouwing en landschap, bijvoorbeeld door verscherping van het welstandstoezicht en de kwaliteitsbewaking.


    Verkeer in het buitengebied:

    • de constatering van doorgaand sluipverkeer en van plaatselijke knelpunten in het samengaan van landbouwverkeer, schoolverkeer en recreatief verkeer vraagt om een duidelijke beleidsaanpak met bijbehorende maatregelen.



    1. Concrete projecten

    Hier wordt een aantal projecten gepresenteerd die volgens de werkgroep gewenst zijn en op korte termijn gerealiseerd kunnen worden. De projecten dragen zowel op zich als in onderlinge samenhang bij tot verhoging van de gebruikswaarde en belevingswaarde van het buitengebied in Leudal-west voor alle doelgroepen.


    Dorpsranden:

    • het opstellen en uitvoeren van een plan voor wandelpad rond de kernen voor honden-uitlaters, met voorzieningen voor veiligheid, ter voorkoming van vervuiling en besmetting, en ter bescherming van fauna en flora;

    • het maken van afspraken met bedrijven voor een goede verkeers­afwikkeling, vooral ten gunste van een veilig schoolverkeer.


    Landschap en natuur:

    • bij het inrichtingsplan van de Uffelse beek rekening houden met recreatieve routes; ook als bijdrage aan het Natuur en Historisch Park Uffelse;

    • het waar mogelijk benutten van de veegpaden langs de beken als wandelpad, eventueel met aanleg van enkele bruggetjes;

    • het treffen van een compensatieregeling voor erfbeplanting rond agrarische bedrijfs­gebouwen in de gevallen waar deze als storend in het landschapsbeeld worden ervaren;

    • het benoemen van te verplaatsen kleine landschapselementen met een beperkte waarde die belemmerend zijn voor de agrarische bedrijfsvoering, met gelijktijdig een kwalitatieve compensatie elders, mede als bijdrage aan het landschaps­ontwikkelingsplan.


    Verkeer en wegen:

    • het opstellen van een verkeerscirculatieplan, ter voorkoming van doorgaand sluipverkeer en om bestaande knelpunten tussen agrarisch verkeer, schoolverkeer en toeristisch verkeer op te heffen;

    • het treffen van maatregelen om oneigenlijk dan wel ongewenst gebruik van bepaalde wegen en paden uit te sluiten, bijv. via verbodsborden;

    • het verbreden van smalle doorgaande wegen met grasstenen, om gevaarlijke situaties door kuilen, ook voor wandelaars en fietsers, te voorkomen; 

    • verbetering van verlichting op enkele vaste wandelroutes, uit oogpunt van verkeers­veiligheid en sociale veiligheid;

    • toezicht houden en handhavend optreden om te voorkomen dat veldwegen en bermen worden omgeploegd;

    • het opstellen van een plan voor structureel weg- en bermonderhoud, met duidelijke afspraken over de afstemming en verdeling van taken en verantwoordelijkheden van de betrokken partijen (agrariërs, gemeente, IKL);

    • idem voor een plangericht snoeibeleid langs fiets- en wandelpaden.



  • 1   2   3   4   5


    De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
    stuur bericht

        Hoofdpagina